archiveren

Tagarchief: nietig dwaas idee

Laten we nou eens voor de lol heel rationeel, logisch en als het even kan oordeelloos, gewoon observerend kijken en denken.
En laten we dan voor het gemak de observerende denkgeest als uitgangspunt als bron nemen en al is het maar voor de duur van dit blogje, de aanname aannemen dat er in werkelijkheid alleen EEN mogelijk is en twee onmogelijk is, wat zich ook eigenlijk wel zelf bewijst door het simpele feit dat twee (dualiteit) niet blijkt te werken, ook al blijven we proberen tot de dood er op volgt en zelfs dat maakt aan het wanhopige proberen niet een einde.
Waarom we dat blijven proberen tegen beter weten (want voor het gemak vergeten) in, heb ik in het vorige blog uitgelegd. Wat ik ga schrijven geen idee ik laat gedachten gewoon komen en gaan en schrijf ze onderwijl op.

Als er alleen EEN mogelijk is, en twee daardoor logischerwijs onmogelijk, hoe kan er dan conflict zijn?
Kan EEN in conflict zijn met zichzelf? Uh, nee…
Hoe kan het dan dat er wel voortdurend de ervaring is van conflict. Voor conflict is ‘twee’ nodig. Kan Onveranderlijk EEN twee worden? Nee….. tenzij het onmogelijke gelooft wordt.
Maar maakt het in iets geloven het ook ‘echt’? Nee, want het blijft een (onmogelijke) gedachte waarin wordt gelooft, waardoor het onmogelijke ineens mogelijk lijkt, maar ondertussen nog steeds onmogelijk is.
EEN hoeft niet te denken of zich bewust te zijn laat staan te vergeven, want waarom zou dat nodig zijn?

“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen” (T27.VIII.6:2-3).

God staat voor EEN de Zoon van God staat voor uitbreiding van Een. Uitbreiding van Een is niet twee, uitbreiding van EEN is uitbreiding van EEN.

“God deelt Zijn Vaderschap met jou, die Zijn Zoon bent, want Hij maakt geen onderscheid tussen wat Hijzelf is en wat nog steeds Hijzelf is. Wat Hij schept staat niet los van Hem, en nergens eindigt de Vader en begint de Zoon als iets afzonderlijk van Hem” (WdI.132.12:3-4).

Twee is dus onmogelijk.
Voor de duidelijkheid: EEN staat voor non-dualisme, is vormloos, twee staat voor dualisme, dat wat we (twee) de wereld, het universum met alles drop en dran noemen.

Dit lijkt allemaal theorie en gefilosofeer, maar stel dan even de vraag; door wie/wat?
‘Iets’ moet van EEN afweten en kunnen observeren dat er kennelijk ‘iets’ een andere onmogelijke afslag heeft genomen, waardoor EEN nu ook ineens als en in twee kan denken.
Twee die zich niet meer bewust is van EEN (want vergeten zie vorig blog) kan dit niet bedenken. Twee, die een ernstig vermoeden krijgt dat hier iets vreemds aan de gang lijkt te zijn wat niet helemaal klopt, met andere woorden zich begint te herinneren en daardoor in staat is te observeren los van totale identificatie met twee, kan dat kennelijk wel.
Er is binnen twee kennelijk nog de herinnering aan EEN. Dat moet ook wel want EEN kan niet vernietigt worden, alleen verdrongen, en vergeten worden.
En dat stukje herinnering binnen twee is in staat tot observeren.

Kennelijk is dat stukje herinnering nu aan het woord en wordt herkend of resoneert met een ander stukje herinnering.

En dan komt het erop aan in hoeverre dat tot observeren instaat zijnde stukje twee, twee zat is en eraan toe is ‘twee’ stap voor stap op te geven, waardoor vanzelf onvermijdelijk het terug herinneren in EEN het gevolg zal zijn.
Terug herinneren, niet terug keren, want EEN is alleen ‘vergeten’, en niet vermomd als twee echt weg geweest, ook al lijkt dat zo.

Dat wat nu de vraag voelt opkomen: “WAAROM???”, moet wel dat stukje twee zijn wat twee wil blijven.
“Waarom??” is immers een vraag welke een antwoord impliceert en een vraag en een antwoord is een variatie op ‘twee’, en houdt alleen maar de dualiteit in stand, wat dan ook precies het doel van de vraag is. Twee wil helemaal geen antwoord, twee wil gewoon in twee blijven en doet dat door vragen te stellen, vragen die niets anders zijn dan opgesplitst EEN.
En kan het onmogelijke mogelijk gemaakt worden, oftewel kan van Onveranderlijk EEN twee worden gemaakt? NEEN.
Beide kunnen onmogelijk samen gaan, dus er is of EEN of twee.

Kiest twee voor EEN vanuit het referentiekader van twee, dan is terug herinneren in EEN onmogelijk. Gewoon weer een slim idee van twee die voordoet dat het zich wil herinneren, maar de boel saboteert, door toch twee als uitgangspunt en referentiekader te nemen.
Kiest twee voor EEN vanuit het Vergeven van twee, dan is terug herinneren in EEN onvermijdelijk. Ware Vergeving wel te verstaan, het soort vergeving dat ziet dat er in werkelijkheid niets gebeurt is en dat EEN nog steeds onveranderlijk EEN is en dat wat zich als twee lijkt te manifesteren slechts een dwaze vergissing is, niet in staat om ook maar wat binnen EEN aan te richten.
Twee hoeft niet vernietigt te worden, want waarom zou wat er niet kan zijn vernietigt moeten worden. De gedachte van vernietigen kan dan ook alleen afkomstig zijn van twee.
Dat wat het terug herinneren wel als vernietigend ervaart moet wel dat stukje twee zijn wat tegenstribbelt en zich niet wil herinneren, maar dit zogenaamd onbewust verbergt achter het ogenschijnlijk wel willen.
Ook dit is niet hopeloos, want de ervaring van vernietigd worden, een gedachte die overigens onvermijdelijk is maar wel onderkent dient te worden, kan weer worden Vergeven door het stukje twee wat zich wel wil herinneren.

Dit hele verhaal lijkt misschien behoorlijk abstract, maar wie/wat denkt dit?
Zonder kennis te hebben van wat metafysica, dus van de bron welke achter de wereld van projecties ligt, zal het heel moeilijk zijn om een pad als ECIW te begrijpen.
Alleen de metafysica begrijpen zonder deze toe te passen in dat wat ik als mijn leven zie en ervaar, is ook een dood lopende weg.
Kennis hebben van de metafysica van in dit geval ECIW werkt het beste als ik het gebruik als een soort anker, waar ik naar terug kan gaan als mijn leven weer eens een totale chaos lijkt doordat ik me weer helemaal laat opslokken door ‘twee’. Ik kan me dan bewust zijn van dat ik weer kies voor ‘twee’ (de keuze voor ego, dus vormgericht) en kan dan altijd terugkeren naar het idee van EEN, en weer inpluggen op de Hulp (de symbolen daarvoor Jezus en of Heilige Geest, oftewel denkgeest gericht zijn) die de brug vormen en de illusoire kloof tussen twee en EEN kunnen overbruggen en dichten.

ECIW is een 100% praktische cursus. Vandaar dat er ook een Werkboek gedeelte is dat onderwijst hoe terug te herinneren van twee naar EEN, daarbij gebruikmakend van het dagelijkse leven als vergevingsmateriaal. Dat wat als ‘leven’ wordt gezien hier in een wereld hoeft niet te worden vernietigd, het kan worden her-gebruikt en krijgt dus ‘alleen’ een andere functie.

En bedenk dat elke gedachte die gedacht wordt tegelijkertijd bestaat uit 1. ego, het (onmogelijke) idee van de mogelijkheid van ‘twee’. 2. Heilige Geest, de herinnering aan onveranderlijke EEN en 3. het waarnemende/keuzemakende gedeelte dat in staat is om te kiezen tussen te luisteren naar ego of naar Heilige Geest.
Zolang er de ervaring is van in een wereld te zijn in een lichaam zal er altijd de schijn zijn van twee, ook al komt alles nog steeds vanuit EEN en is er ook maar één ego, ook al is die gedachte illusoir. Vandaar dat elke gedachte uit bovengenoemde drie gedeelten lijkt te bestaan binnen één.
ECIW ontmoet ons waar we denken en geloven te zijn en werkt vandaar uit terug naar het herinneren terug in EEN.
ECIW is vooral een training in 100% waarnemende/keuzemakende denkgeest worden. Totdat totaal wordt ingezien en ervaren dat er eigenlijk maar één keuze mogelijk is omdat alleen EEN werkelijk is en twee onwerkelijk, dus onmogelijk. Dan zal het resterende nog ‘ervaren’ in een wereld nog maar één doel dienen; terug herinneren in EEN.

Hardop denken…

Er is geen God die alles geschapen heeft hoor ik Steven Hawking zeggen op tv, want voor de oerknal was er niets, er was geen ruimte en tijd, dus ook niet een ‘iets’, een God die dit alles heeft veroorzaakt. Dus uitzoeken wat er voor de oerknal was is zinloos. We hebben, zegt Steven H, maar één leven waarin we kunnen uitzoeken wat de oorsprong is van het heelal, en daar ben ik dankbaar voor.

Ok, denk ik dan als er vóór wat wij nu ervaren als ‘iets’, het heelal, de aarde, onszelf enz. niets was, dan is het ‘iets’ wat voortkomt uit ‘niets’ nog steeds heel erg ‘niets’. Niets kan niet iets voortbrengen, niets is niets.
Dat wat een ‘ikje’ ervaart, wat ook een ervaring is, dat ‘ikje’, is een uitbreiding van niets, en blijft derhalve ook niets.
Ja, ok, daar kan mijn denkgeest (mind boggling) die gelooft in ‘iets’ absoluut niets mee, en waarom niet, omdat dat wat denkt en gelooft iets te zijn, zich niet kan permitteren te aanvaarden dat het ‘niets’ is. De ‘ik’ kan er niet bij, omdat ‘iets’ absoluut niet ‘niets’ wil en kan zijn.

Wie of wat denkt dit dan?
Een ‘iets’ gedachte dat niet aan het ‘niets’ idee wil?
Een gedachte dat zich probeert te verdedigen tegen het ‘niets’, door een ‘iets’ te bedenken?
Een onnodige en onzinnige gedachte, want niets is niets en heeft geen oorzaak en dus ook geen gevolgen…

De oerknal heeft niet ‘werkelijk’ plaatsgevonden, het kan alleen een ‘gedachte’ zijn, dus wat ik (het nietig dwaas idee) ervaar moet wel een illusie, een droom zijn, die alleen in stand gehouden wordt door het geloof in één gedachte. En die ene gedachte die ik heb is het geloof in de oerknal, een gedachte die steeds weer herhaald moet worden, omdat die ene gedachte op hetzelfde moment dat het gedacht wordt weer uiteenspat, omdat het een onmogelijk idee is. En alleen die constante achterelkaar schijnbare onmogelijke oerknal-gedachte, (even als metafoor, zoals een benzine motor draaiende wordt gehouden, door een reeks van explosies achter elkaar), geeft de suggestie van tijd en ruimte en de suggestie van een ‘iets’.
Als de ‘ik’ (denkgeest) deze suggestie niet meer voed, stopt het ‘iets’…
Dat en niets meer of minder dan dat.

ECIW wat dus ook ‘niets’ is, maar binnen het toch ervaren van wat we denken en geloven te zijn, is niets meer dan een hulpmiddel, mij (het nietig dwaas idee) langzaam aan binnen het framewerk dat ik kan bevatten, terugbrengt naar dat ene punt waar het onmogelijke leek mogelijk te zijn, door elke gedachte die ik heb en geloof te leren vergeven.

Prettig vuurwerk allemaal 😉

download (25)

De mens geboren uit sterrenstof? En bestaat dus uit sterrenstof?
De mens geboren uit een gedachte en bestaat dus uit gedachten, ís een gedachte.
De mens-gedachte geboren uit de gedachte die bedacht dat de mens uit sterrenstof geboren wordt en uit sterrenstof bestaat.
Een gedachte die geboren is uit de gedachte dat afscheiding uit Eenheid wenselijk en mogelijk is.
Gedacht door de gedachte dat een onmogelijke gedachte mogelijk is.
En alleen die gedachte houdt de gedachten-molen draaiende, welke ook een gedachte is.

Er is niets anders dan geest die denkt en het stukje ‘denken’ is een nietig dwaas idee in denkgeest.
Denkgeest – nietig dwaas idee = Geest

Nee, nee, nee, Geest is niet energie!
De gedachte ‘energie’ hoort ook binnen het nietig dwaas ideeën koninkrijkje van denkgeest.

Denkgeest – nietig dwaas idee = —

— – — = —

*Poof*

.

 

 

 

 

Echt heel grappig, hoor ik net op tv iemand zich verontwaardigd afvragen, ivm zgn geheimhouding van regeringen dat er buitenaardse wezens zijn die de aarde bezoeken en zelfs onder ons leven, en waarom niet gewoon de waarheid wordt verteld en alles in de doofpot wordt gestopt: “we leven toch niet in een wereld waar we een deken over onze hoofden hebben getrokken, omdat we de waarheid niet willen horen!”…

Ha, ja dat is precies wat we doen!! Sterker nog de wereld IS de deken, de sluier (als projectie wel te verstaan, want dat is wat de wereld is) die we over onze denkgeest (mind) hebben getrokken, zodat Waarheid netjes verborgen blijft achter de projectie die we onze wereld en ons lichaam noemen en vooral verborgen blijft dat we onveranderlijke mind zijn.

Grappig toch dat als we beter leren kijken, en dan bedoel ik ZIEN met denkgeest (mind) (niet met de ogen van het lichaam, want die kunnen niet kijken, laat staan zien), dat wat we zeggen, denkend en gelovend vanuit de gedachte dat we mensen zijn levend in een wereld, alles juist een symbool blijkt te zijn van wat we NIET zijn. Een grote omkeer truc dus die wereld, die zo ‘echt’ lijkt.

Met andere woorden, alles wat we hier in deze wereld als waar aannemen, dus als een bepaalde vorm, wat voor vorm dan ook laat eigenlijk precies het omgekeerde zien van wat we  werkelijk zijn; denkgeest (mind), vormloos, grenzeloos en alleen in staat tot ‘denken’ en projecteren. Waarbij de projectie niet zoals we dat in de wereld ervaren, los is geraakt van de gedachte, maar daar nog steeds mee verbonden is, en dus ook nog steeds een gedachte is en niet een ineens los van de gedachte geraakt ‘ding’, lichaam, situatie, in staat ‘iets te doen’.

Dus ontwaken uit deze hypnose truc, is niets anders dan alles weer in het ‘Juiste’ perspectief zien, door deze hypnose sluier op te laten lichten en we weer zijn wat we zijn: mind.

Ook grappig, dat sinds ik me dit realiseer dat alles wat ik ervaar in de wereld zgn in een lichaam, juist het tegenovergestelde laat zien van wat ik ben, en dus juist verstopt wat ik in werkelijkheid ben, zie ik elke ervaring, wat het ook is als zeer behulpzaam nu als ‘omkeer materiaal’. Of ik nou ineens iets hoor op tv, radio, op straat, of lees, alles wordt nu tot een reminder getransformeerd, me te laten helpen herinneren wat ik in werkelijkheid ben, in plaats van de functie waarvoor het is geprojecteerd in eerste instantie om juist te doen laten vergeten wat ik in werkelijkheid ben: 100% mind.

De wereld die ik nu nog zie en ervaar, wordt eigenlijk steeds komischer op die manier.
En dan gaat die zeer bekende zin uit T27.VIII.6:2-3 nog meer leven:
‘In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.’ (vet gemaakte woorden van mij).

De gedachte blijft een gedachte een idee, een nietig dwaas idee, dat door het serieus te nemen tot verwezenlijking in staat lijkt, maar in werkelijkheid onmogelijk te verwezenlijken is.

O ja, wat lijkt het gerechtvaardigd als het toch echt lijkt dat iemand mij onrecht aandoet!
En, o ja, ik heb toch echt gelijk dat mij dit wordt aangedaan!
Ik ervaar het toch, ik voel het toch, ik heb toch ogen in mijn hoofd!
Zo sterk is de verslavende aantrekkingskracht van de wereld die mijn ogen denken en geloven te zien.

Maar is dit wel zo?
Heb ik gelijk?
Nee, ik kan ervoor kiezen geen gelijk te hebben en te krijgen, ook al lijken de verslavende gedachten aan mij te trekken en lijkt een hele wereld van ‘gelijk hebben’ te bewijzen dat ik gelijk heb en de zgn ‘ander’ niet.
Ten eerste voelt het allemaal heel pijnlijk, dat is al een teken dat deze gedachten niet van de HG/J  kant van de denkgeest kunnen komen, dus kan ik vaststellen dat ze van de keuze voor de ego kant komen. En ook mijn gelijk willen hebben en schijnbaar eventueel ook krijgen is een pijnlijk proces met altijd een winnaar en een verliezer, dus ook duidelijk egodenkgeest materiaal.
Zodra ik mij opstel in het waarnemende/keuzemakende stuk van de denkgeest kan ik dit onderscheid duidelijk zien.
Ik kijk dan naar de film, de geprojecteerde gedachten van de egodenkgeest, een film waarin mij het (droom)lichaam onrecht wordt aangedaan en ik mijzelf moet verdedigen dmv aanval. Een volstrekt dualistisch gebeuren, dat moge duidelijk zijn.
En ik kan dan zien, ten minste als ik ervoor kies het te zien, dat wat zich lijkt af te spelen in die film, niet de grond reden is van mijn onvrede (les 5).
Er is geen ‘vijand’ die mij onrecht aandoet, er is een afscheidingsgedachte die zich uit projecteert als een ‘iets’, of ‘iemand’ die ‘mij’ onrecht aandoet. De (afscheidings)gedachte lijkt nu zijn bron te hebben verlaten en een eigen leven te leiden nu.
Maar is dat werkelijk zo?
Wil ik dit nog steeds geloven, neem ik dit ‘nietig dwaas idee’ nog steeds serieus?
Er is ook een andere keuze mogelijk. Ik kan in plaats hiervan ook voor vrede kiezen (les 34).

Ik doe een stap terug en laat ‘Hem’ de weg wijzen, ik laat mijn ‘Juist gerichte-denkgeest’ de weg wijzen, en neem alle gedachten+projecties  over wat ik dacht dat mij werd aangedaan terug en vergeef ze.
En ik weet één ding, kiezen voor lijden, dus kiezen voor het gelijk van de egodenkgeest is gewoon geen optie meer, ik ben verantwoordelijk voor al mijn gedachten, projecties en gevoelens van lijden, dus kan ik ook beslissen of ik dit nog wil of niet. Dat is het enige wat mij te doen staat, vanuit mijn waarnemende/keuzemakende post de keuze maken;  voor afscheiding (ego) of voor het terug herinneren in Eenheid. En ondertussen speelt de door de egodenkgeest geprojecteerde film gewoon verder en kan de ik in de film gewoon ‘nee’ zeggen, of kan ik nog steeds boos worden. Met dit verschil dat ik me er niet meer mee identificeer, het niet meer persoonlijk maak, het niet meer probeer te rechtvaardigen en het alleen nog als vergevingsmateriaal en vergevingskans wil zien en laten gebruiken. Het is niet de bedoeling, ook een prachtige valkuil, dat ik mijn zgn Heilige keuze de droom in sleep en er een heilige ego versie van maak.
Dus bijvoorbeeld door mijn keuze en gedrag toch te rechtvaardigen onder het mom van, ja maar de Heilige Geest en of Jezus hebben mij verteld dat ik dit of dat moet doen.  Heilige Geest en of Jezus geven nooit vormgerichte oplossingen, want het zijn geen personen of dingen buiten en los van mij als denkgeest. Dus in die hoedanigheid als zijnde Geest en louter symbolen, weten ‘zij’ niets van de geprojecteerde wereld die ik door te kiezen voor leiding van de egodenkgeest heb gemaakt. Heilige Geest ‘weet’ alleen van mijn keuze voor egodenkgeest of HG denkgeest, de keuze dus voor angst of voor LIefde. Ware Vergeving zorgt er juist voor dat ik mijn aandacht op vormgerichtheid loslaat, terugkeer in de denkgeest  en daar als het ware inplug op de HG kant van de denkgeest en vandaaruit ‘geinspireerde’ gedachten krijg. Dit is de scheppende kracht van Heilige Geest. Scheppend in de zin van uitbreiding van Liefde, die vormloos is. En ja, daardoor ga ik wel anders kijken naar de egofilm, en ben mij ervan bewust dat het alleen een projectie is en niet iets ‘werkelijks’, losgeraakt van de egodenkgeest.
In de film kan ik mijzelf als droom figuur dan nog kwaad zien worden en nee zeggen en de wetten volgen van de wereld, maar er is geen enkele identificatie meer.
“Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets” (WdII.1.).
en
“Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, (…)” (WdII.5:1).
Het grote verschil zit ‘m dus in het ‘doen’ via egodenkgeest of het ‘doen’ via HG denkgeest.
Via egodenkgeest ‘doen’ is denken en geloven dat het lichaam iets doet, via HG denkgeest ‘doen’ is zien en weten dat het lichaam niets doet, omdat het een projectie is, en niet een autonoom ‘iets’ wat zelfstandig kijkt, denkt en doet.
Niets zo verblindend als waarneming:

“Deze ogen, niet gemaakt om te zien, zullen nooit zien. Want het idee
waarvoor ze staan, heeft zijn maker niet verlaten, en het is hun maker die
met behulp daarvan ziet. Wat was het doel van hun maker anders dan
niet te zien? Hiervoor zijn de ogen van het lichaam het perfecte middel,
maar niet om te zien. Zie hoe de ogen van het lichaam op uiterlijkheden
rusten, en daar niet aan voorbij kunnen gaan. Kijk hoe ze stoppen bij het
niets, en niet in staat zijn om achter de vorm naar de betekenis te gaan.
Niets zo verblindend als de waarneming van vorm. Want het zien van
vorm betekent dat begrip aan het zicht is onttrokken” (T22.IV.6:1-8).

Dit unieke vergevingsproces van ECIW is radicaal, zwart wit, zonder ‘maren’ en ‘ja maars’, maar wel een stap voor stap proces, waarbij mijn hele leven een compleet ander doel krijgt en stap voor stap verschuift van de verblindende kijk vanuit egodenkgeest naar de heldere kijk vanuit Heilige Geest, de Juist gerichte-denkgeest die ‘mij’, denkgeest zal doen ontwaken uit de ego droom.

“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen” (T27.VIII.6:2)

Ik heb een nietig dwaas idee over mijzelf, dat ik een lichaam ben, afgescheiden van andere lichamen en moet knokken voor mij bestaan, blootsta aan allerlei gevaren, en aanvallen, zoals ziekte, rampen, oorlog, armoe, schaarste. Ik alleen mezelf kan beschermen door middel van wapens, geld, kleding, voedsel, behuizing. Ik mezelf moet verdedigen tegen aanvallen van anderen, omdat niemand te vertrouwen is. Dat ik denk speciale anderen nodig te hebben die mij liefde geven als ik hun liefde geef onder bepaalde voorwaarden die strikt nageleefd dienen te worden. Dat ik mezelf alleen kan uitbreiden door kinderen te maken of andere dingen die iets in de vorm van mij doorgeven. En tenslotte denk ik dat ik dood ga een onvermijdelijk einde.

En zolang ik dit denk en geloof over mijzelf, het heel serieus neem en voor waar aanneem zal dat nooit veranderen, want er is niets en niemand buiten mij die dat kan veranderen. Pas als doordringt in de denkgeest van de dromer dat er een andere manier moet zijn, een vage herinnering, kan er iets gaan veranderen. Pas als het nietig dwaas idee als een nietig dwaas idee gezien wordt kan de droom terugkeren naar de dromer en kan het proces van ontwaken beginnen.

Een proces van ontleren, alles afleren waarvan ik dacht dat het waar was (zie eerste alinea). Een proces dat zich afspeelt in de geest, want dat leer ik te zien, dat ik niet een lichaam ben maar geest. Ik leer dat ik alles heb bedacht, dat de bron in de denkgeest ligt en niet in de geprojecteerde vorm, het resultaat. Ik leer dat ik niet het slachtoffer ben van een wereld buiten mij. Ik leer dat ik die wereld zelf heb gemaakt als verdediging tegen wat ik werkelijk ben; Geest en Een in God. En ik leer dat te vergeven. De terugkeer naar God, waar ik nooit ben weggeweest in werkelijkheid, het is slechts een droom, een nietig dwaas idee, gaat via de weg van vergeving, ik vergeef stap voor stap alle waanideeen over mijzelf en geef ze aan God waar ze oplossen in het Licht, omdat ze nooit waar zijn geweest.

Dit proces van ontleren, vergeven wordt onvermijdelijk als pijnlijk en als emotioneel ervaren, daar het ego (het ikje dat gelooft in het nietig dwaas idee) pijn en emoties als verdedigingswapens gebruikt. Ego pijn, en ego emoties zijn het voedsel de brandstof waarop het ego leeft. Daarom kan dit proces niet gedaan worden door het ego, mijn identificatie met het lichaam, maar wel door geest, door Heilige Geest, dat deel van de denkgeest dat zich herinnert dat het niet een lichaam is maar geest. Deze Heilige Geest ook symbolisch gezien als Jezus gebruikt de symbolen van mijn miscreaties als egodenkgeest als leermateriaal. Mits ik ze aan hem geef voor dat doel. Als ik dat doe leidt hij mij terug naar Huis door en gebruikmakend van de tijd terug naar het beginpunt waar geen vragen meer zijn en de vraag en het antwoord samenvallen. De emotie die dan gevoeld wordt is er een van totaal blijvend geluk en vrede, ongeacht wat zich op het ‘filmdoek’ afspeelt. Niet te verwarren met ongevoeligheid en ontkenning, want dat is de ego versie van ‘het niet serieus nemen’. Het ‘niet serieus nemen van de Heilige Geest kant van de denkgeest is het gevolg van het terugnemen van het geloof in zonde, schuld en angst. En het Vertrouwen dat als het geloof in zonde, schuld en angst verdwenen is, dát zal overblijven wat werkelijk behulpzaam is.

Wat is oordeelloos kijken?

Heb ik al eens eerder een blogje over geschreven zie https://illusje.wordpress.com/2012/04/16/oordeelloos-kijken/
Maar voel de behoefte er nog wat meer over te zeggen.
Door even tegenover elkaar te zetten wat oordeelloos kijken niet is en wat het wel is.
Aangezien de egodenkgeest kant van de ene denkgeest ook onvermijdelijk de Cursus doet, want hoe zou dat anders kunnen als er altijd maar één denkgeest is, kan het niet anders dan dat de ego (onjuist-gerichte) kant van de ene denkgeest precies het tegenovergestelde denkt van het oordeelloos kijken vanuit de Heilige Geest (Juist-gerichte) kant van de ene denkgeest.

Oordeelloos kijken vanuit de egodenkgeest kant van de denkgeest is:
Mijzelf de persoon Annelies, de opdracht geven dat ik niet mag oordelen. Elke keer dat er een oordeel op dreigt te komen, zeg ik tegen mijzelf, ‘foute boel, mag niet, brr, wat een gênante gedachte, au, ik wil en kan er niet naar kijken, ik schaam me dood! De ander is onschuldig en kijk mij nu eens foute gedachten hebben over die persoon. Ik zit fout door toch een oordeel te hebben over de ander. Ik ben een sukkel, ik ben in en in slecht, wie heeft nu zulke vreselijke gedachten?’
Ik oordeel over het oordeel en veroordeel het.
En zo besluit ik vanuit de egokant keuze van de denkgeest:
‘Ok, help! Hoe raak ik dit vreselijke oordeel kwijt zodat ik weer oordeel-loos (zonder oordeel, oordeel-vrij) wordt. Ik geef dit oordeel snel aan jou Jezus, want jij verzamelt oordelen, je bent er zelfs dol op, je houdt van lijden en neemt dat graag van mij over, jij weet er wel weg mee, ben ik ervan af, zand erover, klaar, niet meer aan denken, opgelost’.
En alsof mijn oordeel een op scherp staande handgranaat is die elk moment af kan gaan en mij zal doden geef ik mijn oordelende, zondige, schuldige, angstige gedachten snel door aan Jezus. Het oude ‘Jezus is voor onze zonden gestorven’ verhaal dus; de ik-persoon Annelies, die al haar oordelen doorgeeft aan de historische Jezus van de verhalen, die nu als geest buiten mij rond zweeft en nog steeds wonderen verricht zoals in de bijbel. Als hij mij ten minste hoort, of genegen is mij aan te horen, laat staan te helpen, want ik ben niet de enige die op de wachtlijst staat.
Op die manier van m’n oordeel afkomen, oordeel-loos, oordeel-vrij raken, voelt even als een opluchting, want het lijkt of ik, Annelies, het oordeel kwijt ben, ik ben weer oordeel-loos, oordeel-vrij, dank zij de wonderdoener Jezus, die zo vriendelijk is mij het persoontje Annelies te genezen door haar te verlossen van haar oordelen (zonde, schuld en angst). Maar dat lijkt maar zo, eigenlijk ben ik het alleen tijdelijk kwijt, ‘vergeten’, dankzij de hulp van een Jezus die mijn oordelen, zonde schuld en angst door de vingers ziet en mij voor nu vergeeft.
Ik heb oordelend gekeken naar oordeelloosheid.
Zo werkt oordeelloos kijken via de egodenkgeest kant van de denkgeest.

Oordeelloos kijken vanuit de Heilige Geest kant van de denkgeest is:
Kijken vanuit de waarnemende/keuzemakende denkgeest kant van de ene denkgeest.
Ik zie vanuit die positie dat ik een oordeel heb over iemand, maar ik besef dat ik dat oordeel niet ben, er vindt geen volledige identificatie meer plaats.
Er is geen persoon Annelies die oordeelt, er is het besef dat het de denkgeest is die een oordeel heeft en deze projecteert.
Ik ontken het oordeel niet, stop het niet weg, verander het niet, kijk ernaar precies zoals het zich voordoet, inclusief de emoties en de pijn.
Ik kijk naar mijn oordeel en oordeel niet over het oordeel als manier om oordeel-loos, oordeel-vrij te worden.
Ik hoef mezelf niet oordeel-loos, oordeel-vrij te maken, ik kijk gewoon rustig naar het oordeel.
En besef dat het oordeel dat ik over de ander heb helemaal niet over een ander lichaam gaat, en ook niet over mijzelf als lichaam.
Het oordeel gaat helemaal niet over iets wat zich buiten mij lijkt af te spelen.
Het oordeel speelt zich af in de denkgeest en heeft als enige functie een schijnbare afscheiding te bewerkstelligen in de ene denkgeest.
Iets wat onmogelijk is.
En de functie van projectie is om de onmogelijkheid van afscheiding aan het ‘oog’ te onttrekken, door er een muur van beelden (projecties) voor te zetten, zodat afgescheidenheid, verschillen, toch mogelijk lijken te zijn.
En zo lijken er lichamen te zijn die van elkaar verschillen, en verschillen zien vraagt om oordelen. Werkelijk oordeelloos zijn én tegelijkertijd lichamen zien, gaat niet samen. Lichamen zijn projecties ontstaan uit oordelen vanuit de denkgeest die in afscheiding gelooft.

Een oordeelloos kijken vanuit de Heilige Geest kant van de denkgeest vraagt ook niet om hulp aan een historische Jezus of een Heilige Geest die ergens buiten ‘mijn’ lichaam is.
Oordeelloos kijken vraagt hulp aan de oordeelloze denkgeest kant en die oordeelloze kant van de denkgeest kan ik symbolisch Jezus noemen en of de Heilige Geest, of een ander symbool wat voor mij staat voor oordeelloosheid en Liefde.
Oordeelloos kijken ziet geen schuld, geen zonde veroorzaakt door iets buiten de denkgeest.
Het kijkt en doet niets, het neemt het oordeel terug in de denkgeest, waar het begon en waar het vergeven kan worden en oplossen in Liefde.

Resumerend:
Het oordeelloos kijken van de egodenkgeest is oordeel-loos worden door niet te kijken. Het oordeel verdwijnt echter niet en verschuilt zich achter de ontkenning van het oordeel of het juist veroordelen van het oordeel, waardoor de zonde, schuld en angst alleen maar versterkt worden.

Oordeelloos kijken van de Heilige Geest denkgeest is oordeel-loos worden door wel te kijken en het oordeel precies zoals het is inclusief de projectie terug te nemen in de denkgeest en te onderkennen dat het allemaal zelf bedacht is, met als enig doel afgescheiden te willen zijn van Liefde. Vergeving van dit nietig dwaas idee helpt mij terug te herinneren in Liefde.

%d bloggers liken dit: