archiveren

Tagarchief: mij

Even hardop denken… gesprek met “mezelf”.
Is het eigenlijk echt wel zo dat ik (en iedereen) leert van leraren, spirituele meesters, boeken enz.?
Natuurlijk binnen het concept van de droom lijkt dat zo te zijn, maar staat dat niet voor iets anders op een veel dieper, of beter onbewuster niveau en is het zogenaamde “leren” en onderwijzen wat we op droomniveau ervaren eigenlijk enkel en alleen “herinneren” wat met opzet vergeten moet worden?

Het “herinneren” wat vergeten moet worden is onvermijdelijk. Iets wat vergeten wordt is niet “weg”. Waarheid, Eénheid, God, Liefde oftewel het Onveranderlijke buiten het concept ruimte en tijd is niet verdwenen, maar slechts vergeten. Alles op droomniveau, dus de wereld, “mijn” leven is de sluier van vergetelheid die voor Waarheid, Eénheid, God, Liefde wordt opgetrokken, met als enig doel dat wat Onveranderlijk is te vergeten (God dank tijdelijk).
Het herinneren kan dus alleen uitgesteld worden, niet afgesteld.

Dit gedacht hebbende is er de gedachte dat de manier waarop het herinneren plaatsvindt er eigenlijk niet toe doet. Dit betekent dat een vraag als, “zou ik hier ook mee bezig geweest zijn als ik ECIW niet tegengekomen was in mijn leven”, er niet toe doet eigenlijk.
Waarom niet? Nou, “vergeten” is een concept dat op het non-dualistische Waarheidsniveau geen enkele betekenis heeft.
Het heeft alleen betekenis op het niveau waarop “vergeten” betekenis heeft, het dualistische niveau, wat als doel heeft Waarheid, Eénheid, te vergeten en te ontkennen én vervolgens het ontkennen te vergeten.

Echter als het onvermijdelijke “herinneren” niet meer te stoppen is, doordat het “vergeten” als wapen tegen “herinneren” en Waarheid, Eenheid, onvermijdelijk zwakker wordt, maken de herinneringen vanuit de onvermijdelijk terugkerende herinnering aan Waarheid, Eénheid, “gaten”, “hiaten” in de droom van vergetelheid.
Dit kan eruit zien binnen het concept van de droom, als het tegen het lijf lopen van ECIW (of wat anders).
Dat betekent dus alleen maar dat de denkgeest het “vergeten” moe is, het niet meer vol kan houden en er aan toe is terug te herinneren uit het “vergeten”, terug in Waarheid, Eénheid. En dat is onvermijdelijk, want er heeft nooit een echt “vergeten” uit Waarheid, Eénheid plaatsgevonden.

Als ik deze gedachtegang volg betekent dat ook dat er eigenlijk geen rangorde is in “herinneren”. Dat kan wel zo lijken binnen het concept van de droom, maar niet voor het onvermijdelijk “herinneren” terug in Waarheid, Eénheid.

Deze gedachtes kwamen op toen ik zat te denken over de schijnbaar verschillende spirituele paden met bijbehorende leraren die gevolgd kunnen worden, welke verschillende beoordeeld en veroordeeld worden op grond van “juistheid” of “onjuistheid”.

Het maakt niets uit, “herinneren” is onvermijdelijk en hoe dat ogenschijnlijk lijkt te gaan binnen het concept van de droom doet er niet toe.
De denkgeest die eraan toe is te “herinneren” zal alles binnen het concept van de droom gaan zien als “herinnering” voor wat vergeten moest worden ten einde de afscheiding in stand te houden.

“Herinneren” is onvermijdelijk, omdat er uiteindelijk niets te herinneren valt, behalve dat “vergeten” onmogelijk is.

Zolang er gedacht wordt dat er een “ik” is die zich moet gaan herinneren wat het vergeten is en daarvoor de juiste paden en de juiste leraren moet gaan zoeken blijft het ronddolen in de doolhof van het vergeten veilig beveiligd tegen het “herinneren”.

Kortom voor het “herinneren” hoeft niets gedaan te worden door het “ikje” dat juist bedacht is om te vergeten en dus niets anders kan dan die functie vervullen.
En het “vergeten” van het “ikje” ziet eruit als een “ikje” dat oordeelt en veroordeelt over andere “ikjes”, welke niets anders zijn dan de eigen projecties (van angst en schuld) met als enig doel afgescheiden te blijven van Waarheid, Eénheid en in het vergeten te blijven.

De gedachte dat ik door iets of door iemand echt verder ben geholpen op mijn pad is alleen maar de opdringende onvermijdelijkheid van het “herinneren”, waar deze projecties een uiting en symbool van zijn.

En dit is niet degenererend of verzwakkend of als teleurstellend bedoelt, maar juist een dieper inzicht in de onvermijdelijkheid van het “herinneren” wat in Werkelijkheid nooit vergeten kan zijn.
Ik ben heel blij en dankbaar met alles wat “mij” lijkt te helpen met “herinneren”, maar deze realisatie helpt ook alles in het juiste licht te bezien en niet de bepaalde vormen, zoals leraren en boeken als iets werkelijk bestaand wat komt en gaat te zien en daar bepaalde (on)ware waarden aan te hechten. De enige waarde van paden, leraren, boeken enz. is dat ze symbool staan voor het onvermijdelijke “herinneren”, omdat dat de “taal” is welke verstaan kan worden binnen het concept van de droom. Dat is de enige functie van deze hulpmiddelen.

Verder is de denkgeest precies waar deze is, altijd precies op het juiste moment. De denkgeest kan niet op het verkeerde pad zitten of op het juiste, het is daar waar deze is, schijnbaar op weg naar waar het nooit uit is weggeweest.

Leuk hè? uh, ja eigenlijk wel ja…
KOFFIE!

 

Vergevorderd wil volgens mij niet zeggen hoever je op een zogenaamd spiritueel pad bent gevorderd, maar in hoeverre je bent gevorderd in eerlijk kijken naar elke gedachte die voorbijkomt. Eerlijk kijken is de sleutel uit de leugen die ik denk en geloof te zijn.
Het is tevens het moeilijkste wat er is, eerlijk kijken, want dat wat eerlijk wil leren kijken is zeker niet dat wat de leugen van de illusie in stand wil houden. Dat wat de leugen in stand wil houden kan wel doen alsof het eerlijk wil leren kijken. Dat wat de leugen in stand wil houden bevindt zich immers ook in de denkgeest, ook al lijkt dat een afgezonderd stukje denkgeest te zijn wat we het ego noemen. Afzonderen van Eén is echter onmogelijk ook al lijkt het wel gelukt te zijn, en is en blijft dus een illusie, een droom. Echter “dat” (ego) wat de leugen nodig heeft om zich af te scheiden van Eén zal dat bij elke volgende gedachte weer willen bewijzen. Zo draagt elke gedachte zowel de leugen voor afscheiding als de wil voor Waarheid/Eenheid in zich, dit kunnen we voor het gemak de waarnemende/keuzemakende denkgeest noemen, want ja op het niveau waar we denken en geloven te zijn gebruiken we nu eenmaal woorden.

De wil om naar de leugen voor afscheiding te luisteren is heel sterk en zal eerst aan het licht gebracht moeten worden en dat kan alleen door eerlijk te kijken, precies zoals de leugen zich voordoet inclusief alle gevoelens die ermee gepaard gaan.
Het ego draait dus altijd om “ik”, wat symbool staat voor afscheiding, nog eens versterkt door de bijbehorende projectie die een “ik” projectie (het lichaam) laat zien ter illustratie en bevestiging dat de afscheiding een feit is (lijkt).
Wat echter nog steeds onmogelijk is, want een afscheidingsgedachte + projectie, blijft een afscheidingsgedachte, dus onmogelijk. Ik (denkgeest)  kan er wel in geloven, en geloof laat dingen echt lijken en waar, ook al zijn ze dat niet. Ik bedoel we zijn allemaal bekend met het verschijnsel gezichtsbedrog, voor mij betekent dat dat alles “gezichtsbedrog” is, één grote illusionisten show, allemaal draaiend om een illusoire “ik”.
Het ego, het idee van afscheiding binnen Eén, wat dus onmogelijk is, heeft het geloof in een “ik” nodig om een schijn van ‘bestaan’ op te houden, vandaar dat de “ik” centraal staat in de droom: geen geloof in “ik”, geen droom. Die angst voor verlies is de laatste en eerste verdediging tegen Eenheid, en is niets anders dan angst voor de angst, want wat nou als er achter die angst “niets” is? Dat is de rede dat angst, angst in stand moet houden, angst met al zijn projecties. En daarom moeten we ook eerst toegeven en zien dat we angst in al z’n vormen nodig hebben en willen op dat (illusoire) niveau van het ego denken. En moet ook eerlijk onderkend worden dat we om die reden angst, pijn, lijden “prettig” vinden, en we liefde liever buiten de deur houden, ook al roepen we om het hardst “alles is liefde”, het doel is altijd hoe dan ook afscheiding van Eén in stand te houden (wat dus een illusie is, want Eén is Eén en geen twee).
Is het dan vreemd dat we onszelf voortdurend ziek, zwak en misselijk voelen? Nee, dat is logisch, want we hebben gekozen en kiezen voortdurend voor iets wat tegennatuurlijk is, afscheiding is tegennatuurlijk, daarom lijden we en daarom is de wereld een puinhoop. Een puinhoop waar we zogenaamd met z’n allen toch nog iets van proberen te maken, wat slechts tot hooguit tijdelijke schijn oplossingen leidt, omdat illusie nu eenmaal niets anders kan zijn dan illusie en de denkgeest die daar uit angst voor kiest nooit echt uit die illusie wil, maar deze juist in stand wil houden.

Uiteindelijk zal terug herinneren in Eenheid onvermijdelijk zijn, omdat de denkgeest zichzelf nooit zal kunnen vernietigen, de denkgeest die voor ego kiest, dus voor zelfvernietiging, zal daar (gelukkig) nooit in slagen, omdat het niet kán. En na eeuwen en eeuwen van proberen van gelijk willen hebben in dat het wel kan, zal de waarnemende/keuzemakende denkgeest, die gewoon niet meer pijn en lijden kan verdragen, uitgeput zijn verdedigingen opgeven, zodat er gaten vallen in de verdediging en dat wat IS vanzelf weer tevoorschijn komt. Immers een verdediging kan wel iets verbergen, maar niet doen laten verdwijnen.

De voorheen persoonlijke “ik” functie in dienst van de egodenkgeest zal mee veranderen naar een niet persoonlijke “ik” functie die nu als kanaal zal dienen om louter en alleen behulpzaam te zijn voor het hele “Zoonschap”, waar alleen een gedeeld (ook onpersoonlijk) gemeenschappelijk doel geldt. Dan geldt niet meer “het draait allemaal om een persoonlijk “mij” afgescheiden van een persoonlijk “hun”, maar het onpersoonlijke het draait om “mij+hun=wij” welke maar één gemeenschappelijk doel dient; terug herinneren in Eén.

Het gaat bij het ego altijd om ‘mij’, alles draait binnen het egodenken alleen om ‘mij’.
Er moet aan ‘mijn’ behoeften worden voldaan, alles moet precies lopen zoals het mij het beste uitkomt. Ook als ik binnen het egodenken met anderen samenwerk, dan moeten de anderen aan mijn behoeften voldoen, het spel van geven en nemen moet gespeeld worden. Mijn lichaam heeft behoeften, jij, ander lichaam, moet er voor zorgen dat aan die behoeftes wordt voldaan. Zo niet dan gebruik ik jou, lichaam, om me van je af te keren. Hoe dan ook ik heb lichamen en dingen nodig om me af te scheiden, zowel door speciale liefde als door speciale haat.
Binnen het egodenken gaat het dus om mij, het lichaam en de ander, ook een lichaam, die ervoor moet zorgen dat steeds bevestigd wordt dat ik een lichaam ben, zodat verborgen blijft dat ik en dus ook de ander en alles wat ik zie en ervaar denkgeest projectie is, en dus ook verborgen blijft dat ik en de ander denkgeest is (‘is’, want er is maar één denkgeest).

Als dit denksysteem echter ontmaskerd wordt en we beginnen te vermoeden dat de ‘ik’, de ‘jij’, de ‘wij’ niet een lichaam is maar denkgeest, als deze verschuiving plaatsvindt in de denkgeest, dan gaat het niet meer om de ‘ik’, ‘jij’, ‘wij’ gezien als lichamen, maar dan zijn de ‘ik’, ‘jij’, ‘wij’ weer denkgeest en vallen de ‘ik’, ‘jij’, ‘wij’ grenzen weg en wordt ineens weer het gezamenlijke belang van ‘ons’ als denkgeest zichtbaar.
En dan gaat het nooit meer om ‘mij’ het lichaam, maar om ‘ons’ de denkgeest die één is, niet een lichaam, maar één denkgeest. En dan herkent de denkgeest dat alle pijn en lijden dat zichtbaar en ervaarbaar is via de projecties, hetzelfde is en dat alle pijn en lijden een roep om Liefde is, een verlangen om terug te keren in Eén.
Dan worden er niet meer slechte mensen of goede mensen, slechte bedoelingen of goede bedoelingen, vijanden of slachtoffers, uitingen van speciale liefde of speciale haat of wat voor tegenstellingen dan ook waargenomen, maar wordt alles gezien als één uiting van Liefde, of een schreeuw om Liefde.
Alles wat dan ervaren wordt in de wereld wordt dan een reminder voor deze volledige omkeer van denken de verschuiving van het gaat om ‘mij’ het lichaam (eigenlijk de egodenkgeest, die geloofd dat het een lichaam is), naar, het gaat om ‘hen’ die ‘mij’ helpt herinneren dat er alleen denkgeest is met een gezamenlijk doel en dat het dan om ‘ons’ gaat, dat zich zijn ware aard herinnerd, die van denkgeest te zijn.
Laat het in die betekenis en alleen in die zin nooit meer om ‘mij’ gaan, maar via ‘hen’ om ‘Ons’, om éénheid.

%d bloggers liken dit: