archiveren

Tagarchief: metafysica

“Verder”, en dan het diepe inzicht dat werkelijke relaties in een wereld van lichamen, dingen en situaties onmogelijk zijn.
Als ik de metafysica van ECIW serieus neem, en dat doe ik, neem ik ook het “er is geen wereld” serieus, door de wereld niet serieus te nemen.
Wat niet wil zeggen dat ik de wereld ontken, of me eruit terugtrek, integendeel. Doordat ik meer en meer ervaar dat er geen werkelijke wereld te vinden is in een wereld die autonoom lijkt, omdat ik ‘vergeten’ ben dat het alleen maar een projectie is, dus een illusie, maar waar ik wel nog steeds ‘ervaar’ krijgt die illusoire wereld een totaal andere functie.
En al mijn ervaringen in die illusoire wereld zijn zeer behulpzame getuigen daarvan geworden.

Relaties die niet lijken te werken in mijn geprojecteerde wereld, getuigen alleen maar van de onmogelijkheid van relaties in de wereld van de vorm (de wereld zoals de ogen van het lichaam de wereld zien).
En ik ervaar dat mijn boosheid en alle andere emoties, die met het niet werken van bepaalde relaties gepaard gaan, niet over die bepaalde relatie gaan, maar over mijn wens en keuze voor afscheiding.
Als ik bijvoorbeeld niet met iemand lijk te willen kunnen samenwerken, gaat dat in wezen niet over het niet kunnen en willen samenwerken in een bepaalde vorm in de wereld, maar is het een projectie van de ontkenning en de wens me niet te willen herinneren, dat afscheiding op denkgeest niveau onmogelijk is en we in wezen onveranderlijk één zijn.

Denk aan les 5: “ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”.

Ik lijk boos te zijn omdat de relatie met iemand of iets niet lukt, en die iemand of iets of ikzelf krijgt daar de schuld van (projectie).
En zodra ik die emotie van schuld waarneem, weet ik ‘hoe laat het is’; ik kies niet voor een moeilijke relatie met iemand of iets, maar voor geloven in schuld en projecteer dat vervolgens als iemand of iets buiten mij waar ik een moeilijke, onmogelijke relatie mee heb.
Ik zie nu zo helder dat die moeilijke, onmogelijke relatie niet moeilijk en onmogelijk is op het niveau waar ik denk dat deze moeilijk en onmogelijk is, namelijk de vorm, maar op het niveau van de denkgeest.
Het is de keuze voor egodenkgeest die ervoor zorgt dat ik denk en geloof dat ik een probleem heb in een relatie op vorm niveau, en vergeet dat deze gedachte + projectie afkomstig is vanuit de keuze voor egodenkgeest, welke, nogmaals,  de keuze is voor afscheiding.

Er is alleen denkgeest, er is geen autonome wereld van vormen en situaties. Projecties zijn projecties, zoals film projecties uit een projector altijd projecties blijven en niet ineens als bij toverslag van het witte doek afkomen wandelen. Gedachten, ideeën verlaten nooit hun bron.

Alle relaties die ik heb in de wereld, of ze nu goed of slecht zijn, zijn afkomstig uit mijn keuze voor te denken en te projecteren vanuit egodenkgeest. En dat wat die keuze maakt is de waarnemende/keuzemakende denkgeest, niet mijn lichaam.
Al mijn relaties, goed, of slecht, met mensen, dieren, dingen en situaties vormen nu mijn vergevingsmateriaal en zijn alleen nog maar vergevingskansen.
Zo krijgt dat wat ik mijn leven noem een totaal andere functie.
En al mijn ‘relaties’ welke alleen maar denkgeest relaties kunnen zijn, keren terug naar hun bron de denkgeest, waar ze altijd al waren, en waar alleen Eénheid mogelijk is.
Op het level van de ervaring, dat wat ‘mijn’ leven is, wil het vergeven van al mijn relaties niet zeggen dat ik dan in de vorm wel ineens wil en kan samenwerken met iemand. Het zal alleen duidelijk worden wat het meest liefdevol is om te doen, en dat kan eruit zien als wel willen en kunnen samenwerken, of niet willen en kunnen samenwerken. Hoe dan ook, na vergeving zal de zonde, schuld en angst lading volledig verdwenen zijn, omdat het geloof in zonde, schuld en angst altijd het enige probleem is en was en zal zijn.

Dit diepe besef dat verder gaat dan ‘theorie’, dus ervaren wordt, komt vanzelf en onvermijdelijk als de denkgeest eraan toe is.
Een groeiend Vertrouwen in het hele proces is behulpzaam en noodzakelijk.
“Verder” gaat niet over: “ik ben verder dan iemand anders in het proces”, maar over het proces van het steeds onvermijdelijk verder ontwaken uit mijn zelfgemaakte droom van afscheiding.

Projecties (de wereld die wij zien en ervaren) zijn uitbreidingen van de keuze van de waarnemende/keuzemakende denkgeest voor egodenkgeest, van zonde, schuld en angst, die als enig aan het oog ontrokken, verborgen doel heeft zonde, schuld en angst, te vermeerderen, door de focus te leggen op de uiterlijke vorm van de projectie, en daardoor de gedachte erachter, de gedachte van zonde, schuld en angst, die geprojecteerd wordt, te verbergen.

Projectie maakt waarneming, en wat wij denken waar te nemen zijn de uiterlijke vormen van de projectie, die de uitbeelding zijn van zonde, schuld en angst, maar tegelijkertijd ‘vergeten’ zijn dat dat zo is. Dus zien we alleen nog de waarneming en zijn totaal vergeten waar die waarneming vandaan komt. Een vergeten dat juist tot doel heeft het vergetene te vergeten. De waarneming is nu schijnbaar losgekoppeld van zijn bron, de denkgeest die ‘wil’ vergeten wat zijn bron is.

De enige manier om de waarneming weer terug te koppelen aan zijn bron de projecterende denkgeest, is door terug te keren naar de waarnemende/keuzemakende denkgeest en te erkennen dat we denkgeest zijn en niet onze waarnemingen/projecties.

Tegelijkertijd kunnen al onze projecties, nu niet meer gezien als los van de denkgeest, maar als uiterlijke bewijzen van de verbinding met de denkgeest, waarbij benadrukt moet worden dat denkgeest niet hetzelfde is als het brein, dienen als reminder om terug te keren naar de bron, de waarnemende/keuzemakende denkgeest positie, zodat er opnieuw gekozen kan worden.

Bijvoorbeeld, stel ik maak me zorgen over iets buiten mij, wat dus geprojecteerde zonde, schuld en angst moet zijn, want er is niets buiten mij, en er is ook geen lichaam ‘mij’ dat zich zorgen maakt, want er is alleen denkgeest. Denkgeest die de zonde, schuld en angst die zich in de egodenkgeest kant van de denkgeest bevindt probeert kwijt te raken door te projecteren, zodat de focus nu op een probleem buiten mij lijkt te liggen en de bron, de projecterende denkgeest geheel uit ‘beeld’ is verdwenen (vergeten).

Er lijkt nu een probleem buiten mij als lichaam te bestaan. Ik een lichaam dat een probleem heeft met een ander lichaam, ding of situatie.
Dit probleem (eigenlijk dus een projectie vanuit zonde, schuld en angst, maar dat mag niet herinnerd worden) breid zich verder uit, schijnbaar in de vorm. Ik zie bijvoorbeeld iets op tv, of lees iets, waardoor het probleem dat ik denk te hebben in enige vorm, wordt bevestigd en ik de schuld, boosheid, verdriet, zelfmedelijden, machteloosheid voel toenemen die ik snel weer op iets anders buiten mij projecteer, omdat ik (nu onbewust, ‘vergeten’) die vreselijke gevoelens kwijt wil raken en zo snel mogelijk buiten mij wil plaatsen, zodat ik ervan af ben. Dit kan zich laten zien, als een milde irritatie over iets wat als niets met de situatie te maken lijkt te hebben. Bijvoorbeeld ik erger me ineens aan rommel, die een ander heeft gemaakt, of een geluid wat ineens irriteert, of ik krijg ineens een enorme woede uitbarsting schijnbaar van wegen iets wat ik net op tv heb gezien, of omdat er iets in het verkeer gebeurt wat mij razend maakt, of die rot hond of kat luistert alweer niet, of omdat de natuur naar de klote wordt geholpen, of dat al het geld alleen maar naar de rijken gaat, of omdat Nederland vol is en iedereen die hier niet hoort moet oprotten, enz. enz. enz. voorbeelden in overvloed, kwestie van eerlijk kijken naar je eigen projecterende gedachten.
Ze hebben één ding gemeen en zijn daarom hetzelfde, ook al lijkt de vorm waarin ze zich lijken voor te doen te verschillen, het zijn allemaal projecties, een uiterlijke vorm, van een innerlijke toestand. En die innerlijke toestand is de keuze voor zonde, schuld en angst. Elke projectie is terug te voeren tot die keuze.

Als ik (denkgeest) dit doorzie kan ik constateren dat ik helemaal niet onvrede voel om de reden die ik denk (les 5). Ik ben helemaal niet in onvrede, van wegen iets of iemand buiten mij.
De hele wereld, alles wat ik lijk te beleven in ‘mijn’ wereld is niets anders dan één grote geprojecteerde vluchtpoging gebaseerd op zonde, schuld en angst.
En dat geld voor alles, er kan niet iets zijn wat zich toch echt buiten mij afspeelt, waar ik toch echt niets aan kan doen en ik toch echt het slachtoffer van ben en waarvan de schuldigen zich buiten mij bevinden.
Er is werkelijk een wereld, of er is geen wereld. Een beetje wel wereld en een beetje geen wereld bestaat niet. Net zoals een beetje zwanger niet bestaat.

Het wordt makkelijker als ik, de denkgeest, een duidelijke keuze maak.
Als ik kies voor: jazeker er is een wereld en ik ben wel degelijk een lichaam met een brein dat denkt en er gebeurt van alles buiten mij en ik ben hier om de wereld te verbeteren en ik ben daar gelukkig mee, dan is dat prima. Wees dan gelukkig afgewisseld met ongelukkig, zoals dat werkt in een dualistische wereld, en doe wat je denkt te moeten doen, zand erover, niet meer over nadenken.

Als ik kies voor ‘er is geen wereld’ alles wat ik zie en ervaar is een projectie vanuit zonde, schuld en angst en dus ben ik nooit in onvrede om de reden die ik denk, dan zal ik alles wat ik ervaar in twijfel gaan trekken en moeten bevragen.
Mijn keuze voor ‘er is geen wereld, mijn enige bron is de denkgeest’, wordt dan mijn anker en uitgangspunt. En al mijn ervaringen worden dan herinneringen aan de enige vraag die dan gesteld kan worden door mij als waarnemende denkgeest; is dit waar of niet waar. In de zin van is dit wat ik nu ervaar een uitbeelding van mijn onveranderlijke ZIJN, of is dit wat ik ervaar een uiterlijke uitdrukking van mijn wil me juist af te willen scheiden van wat ik BEN?

Bij de keuze voor ‘er is wel een wereld, en ik ben een lichaam’ zal de wereld van de vormen: lichamen, dingen en situaties, het anker lijken te zijn, terwijl ondertussen de verborgen, geheime, en vergeten keuze voor de egodenkgeest het anker is en waarvan uit wordt gedacht en gehandeld. Maar dat zal diep weg gestopt en ‘vergeten’ blijven in het onderbewuste, en zal ik mijzelf nooit de vraag kunnen stellen is dit WAAR of onwaar, want wat ik met de ogen van het lichaam wens te zien zal dan altijd voor mij de waarheid zijn.

Het is echter wel zo, dat als ik eenmaal een vlaag van herinnering aan een Onveranderlijke Werkelijkheid heb gehad, een diep Inzicht in wat ik werkelijk Ben, ik nooit meer helemaal zal kunnen geloven dat wat mijn ogen zien de waarheid is en wat ik niet kan zien met mijn ogen, of niet kan begrijpen met mijn brein, of niet wetenschappelijk bewezen kan worden niet bestaat.
Het heeft mij zeker geholpen toch op enig moment de keuze te maken, omdat dat de richting aangaf en geeft waar ik werkelijk naar verlang en dat is terug herinneren in Waarheid.
Laat ik de keuze in het midden en wil ik eigenlijk beide, zowel ‘er is wel een wereld en ik ben een lichaam’ als ‘er is geen wereld en ik ben denkgeest’ dan zal geen enkel ‘pad’ mij werkelijk naar Huis kunnen leiden, omdat deze keuze voor beiden een dualistische keuze is en dus wel van de keuze voor de egodenkgeest kant van de denkgeest moet komen. Die maar één doel heeft: in de afscheiding blijven en dat kan alleen door de wereld tot werkelijkheid te maken, ook al overgiet ik dat met een spiritueel sausje.

Daarom is het ook zo belangrijk dat als ik werkelijk voor het ‘doen’ van ECIW kies ik de metafysica die ECIW onderwijst altijd duidelijk op de achtergrond moet hebben. Deze vertegenwoordigt immers de keuze voor ‘Er is geen wereld’:

‘Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden langs de weg die hem naar de waarheid voert. Hij zal terugkeren en weer verder gaan, of misschien een tijdje ervoor terugwijken en terugkeren eens weer’ (WdI.132.6:2-5).

Laatst vroeg iemand mij waarom het begrip ‘geweten’ niet in de Cursus voorkomt.
Het woord ‘geweten’ op zich komt inderdaad niet als zodanig in de Cursus voor, maar waar het aan verbonden is; ‘schuld’ is zo’n beetje het belangrijkste begrip in de Cursus.
Het geloof in schuld is immers dat waar de wereld die we hebben geprojecteerd en in geloven op is gebouwd. Dus het geloof in schuld is wat onder de loep wordt genomen in ECIW.
Het geweten is als het ware de databank van het ego waar alle schuldgedachtes die ooit zijn gedacht en nog worden gedacht en nog zullen worden gedacht opgeslagen liggen.

Wel komt het woord ‘gewetenloze’ een keer voor, als voorbeeld van de op schuld gebaseerde gedachtegang van de egodenkgeest:

‘Alle mechanismen van de waanzin zie je hier naar voren komen: de ‘vijand’,
sterk gemaakt door het waardevolle erfgoed verborgen te houden dat
het jouwe behoort te zijn, jouw gerechtvaardigde opstelling en aanval om
wat jou onthouden werd, en het onvermijdelijke verlies dat de vijand moet
lijden opdat jij jezelf redden kunt. Zo verklaren de schuldigen plechtig
hun ‘onschuld’. Waren ze niet tot deze gemene aanval gedwongen door
het gewetenloze gedrag van de vijand, dan zouden zij slechts met zachtaardigheid
reageren. Maar de zachtaardigen kunnen in een wrede wereld
niet overleven, en dus moeten ze nemen of er wordt van hen genomen’
(T23.II.10:1-4).

Ons geweten is dus de ego opslagplaats van al onze schuldgedachten, onze geconditioneerdheid.
En wordt als zodanig door de egodenkgeest als verdedigingsmiddel, als wapenarsenaal gebruikt tegen Waarheid.
Het geweten komt dus niet van God.
God staat immers voor Eenheid, Liefde, Onschuld kortom: ‘God is’ en kan dus onmogelijk iets afweten van geweten, schuld, afscheiding, verdediging, kortom ‘de wereld’. Dat maakt dus tevens het werkelijk bestaan van een wereld onmogelijk:

‘Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen.
(WdI.132.6:2-3).

De werking van het ‘geweten’ in de gedachtewereld van de egodenkgeest is dus gebaseerd op wat er in enige vorm lijkt te gebeuren en gebaseerd is op het geloof in schuld. We zien dagelijks de meest vreselijke zaken gebeuren om ons heen en in de hele wereld en we nemen het letterlijk, we identificeren ons helemaal met ons eigen lichaam en andere lichamen, dingen en situaties. We zijn ‘vergeten’ dat het projecties zijn ontstaan vanuit ons geloof in schuld en door het geloof in allerlei aangeleerde vormen van schuld die zorgvuldig worden opgeslagen in het egogeweten ontstaan onze conditioneringen.
We nemen het letterlijk en heel serieus.
Ja het gebeurt in de droom en daar gelden de droomregels en droomreacties, maar wordt het daarmee echt? Nee het blijft een droom en moet als metafoor en symbool worden gezien. Als symbool voor afscheiding, komende vanuit het geloof in zonde, schuld en angst.
Zodra we ons geloof in zonde, schuld en angst eruit terugnemen (vergeven) is het er niet meer. Want ware vergeving laat zien dat wat jij dacht dat jou was aangedaan niet heeft plaatsgevonden (WdII.1.1:1) en geen enkele invloed heeft op ‘waarheid’.
Ja, we zien nog steeds de droomfilm waarin van alles gebeurt, moorden, rampen en noem maar op, zolang we hier denken te zijn, maar we identificeren ons er niet meer mee. We herkennen het als symbolen van zonde, schuld en angst en kunnen dan als waarnemende en keuzemakende denkgeest kiezen voor er anders naar te willen kijken door de ogen van de Juist gerichte denkgeest ook HG en of Jezus genoemd in de Cursus, wat dus ook weer symbolen zijn en niet letterlijk genomen moeten worden als zijnde entiteiten die buiten ons staan en ons als ze daar even tijd en zin in hebben ons te hulp schieten.
Kijken samen met Heilige Geest en of Jezus betekend kijken vanuit de Juist gerichte denkgeest, en zo kan de inhoud van ons geweten hergebruikt worden en belangrijk vergevingsmateriaal worden.
En zo spreekt ECIW ons aan op denkgeestniveau, niet op lichaamsniveau, want dat is niet wat we zijn. Nemen we wat in de Cursus staat letterlijk, dan kan deze niet begrepen worden en zal dus ook niet werken.
Ons dagelijkse leven op dit aardse toneel is onze ‘klas’, daar gebeurt het, daar wordt de Cursus ‘gedaan’, niet door er alleen over te lezen en het denksysteem en de metafysica te doorgronden en te snappen, het moet worden ‘gedaan’, door de ervaring heen. Dat is onze speciale functie.

 

 

 

 

%d bloggers liken dit: