archiveren

Tagarchief: leven

Nu ik steeds meer ga inzien dat ten volle ervaren van wat zich aandient absoluut noodzakelijk is in het proces van Ware Vergeving (zie WdII.1.blz.404), waar ik voor gekozen heb, dringt ook meer en meer door dat dat wat ik (be)dacht te zijn en het leven dat ik (be)dacht te leven en mij mijn identiteit leek te geven een grote leugen is.
Nee, niet de uiteindelijke vormen, want dat zijn slechts projecties, (licht)beelden, dus sowieso niet werkelijk, maar de gedachten erachter afkomstig van de denkgeest die dmv het geloof in zonde, schuld en angst, dit allemaal heeft bedacht. Het is letterlijk allemaal een gedachte, niets ervan heeft met een werkelijke Werkelijkheid van doen.
Het is immers allemaal bedacht om aan Werkelijkheid te ontkomen. En dat is zo goed gelukt, dat de verzonnen, bedachte (on)werkelijke wereld met daarin een ‘ikje’ voor echt wordt aangezien, en dat wat Werkelijk werkelijk is daardoor verborgen blijft en daardoor niet meer dan een abstractie is geworden en dus onmogelijk door de zeef van verzonnen onwerkelijke gedachte begrepen, of ervaren kan worden.

Stap voor stap zie ik alle beelden die ‘mijn’ leven lijken te hebben gevormd als komende vanuit de keuze voor zonde, schuld en angst. Zie ik dit onder ogen vanuit dezelfde keuze als waar het vandaan komt, dus voor de keuze van opnieuw zonde, schuld en angst (ego) dan is het gewoon te heftig, want dan lijkt elke keuze in dat wat ik ‘mijn’ leven noem één grote leugen, omdat de keuze voor zonde, schuld en angst één grote leugen is.
Tegelijkertijd geeft dit het noodzakelijke inzicht tot het besef dat er wel degelijk een uitweg moet zijn uit deze leugen. Daardoor krijgt de grote leugen (dat wat ik mijn leven noem) een andere functie, die van het leren terug herinneren in dat wat IS, door elke ervaring ten volle te beleven, precies zoals het zich voordoet en het tegelijkertijd nu te gaan zien als vergevingskans en vergevingsmateriaal. Die keuze is er.

Ja, ik heb dit al vele malen opgeschreven op verschillende manieren, maar ik merk dat het zich nog steeds meer en meer verdiept, stap voor stap en het lijkt bij tijden nog steeds heftiger te worden, maar dat komt doordat het onvermijdelijke ervan ook steeds duidelijker wordt.
Het onvermijdelijke van het besef “Er is geen wereld”, wat dus ook betekent er is geen “Annelies” er is geen leven zoals een “ikje” dat denkt en gelooft te beleven. En ook de onvermijdelijkheid van het beseffen dat de leugen stap voor stap onder ogen moet worden gezien, niets vermijdend, overslaand of overhaastend.
En dan rustend in het besef dat gewoon meegaan met de stroom met alles wat zich daarin aandient de enige kans en keuze is om het zonder het geloof in zonde, schuld en angst onder ogen te kunnen zien, precies zoals het zich voordoet, en het die andere functie te laten geven, die van Ware Vergeving… Dat is een keuze, de enige werkelijke keuze.

Ook is het zo dat ik er steeds minder vaak over lijk te willen schrijven, meer en meer in het besef dat ook erover schrijven als ‘vlucht’ kan dienen voor er echt helemaal in te gaan. Want de opluchting die ik vaak voel na mijn gedachten te hebben opgeschreven is vaak, zo moet ik ook onderkennen, een schijn opluchting.

En het besef dat het alhoewel er slechts een verzonnen persoonlijkheid is, het proces toch een persoonlijk proces is, omdat dat nu eenmaal dat is wat begrepen kan worden, binnen dat wat ervaren wordt. Tegelijkertijd is het wel degelijk een collectief proces, daar er ook maar één waangedachte is (ego) dat aan gespletenheid lijdt en denkt en gelooft uit miljarden persoonlijkheden te bestaan.
Ik zie dus wel of dit het laatste is wat opgeschreven gaat worden, mee met de stroom maar weer…

 

Ik kan pas door te ervaren wat ik niet ben leren wat ik niet ben, waardoor wat IS, Waarheid vanzelf weer tevoorschijn komt. Ik hoef niets anders te doen om dat te bereiken dan oordeelloos te leren kijken terwijl ik mijn persoonlijke script ten volle ervaar.
Dat is het leerproces van Ontwaken uit de droom; ten volle leven met alles wat voorbij komt in wat zich “ik” noemt, en tegelijkertijd dit alles observeren en leren doorzien als dat wat niet waar kán zijn.
En dat gaat via allerlei lagen en stadia van weerstanden en inzichten die heel persoonlijk zijn en dan ook alleen door de ervarende (mind) zelf kan worden gezien en begrepen. Het denken te kunnen zien in de ander en daar iets zinnigs over denken te kunnen weten over de ander en dat ook zeggen tegen de ander, is wederom alleen een reflectie van het eigen denken van de ervarende zelf over de ervarende zelf en kan dan ook alleen maar dan ook alleen in die zin behulpzaam zijn voor de ervarende zelf.
Dus ja, we hebben ‘anderen’ nodig, maar niet om de reden die we denken. We hebben ‘anderen’ nodig om ons eigen gedachten van afscheiding te kunnen observeren, terwijl we ze ervaren en ze vervolgens, als de mind daar aan toe is, en dat zullen we weten, een andere functie te laten geven door ze te vergeven. Dat soort van vergeven is werkelijk zien dat er ‘niets’ gebeurt is, terwijl het volledig zonder uitvluchten en ontkenning ervaren wordt. Dit proces gaat stap voor stap in een tempo dat de denkgeest zelf aangeeft, zodat het nooit te veel zal worden, ook al lijkt dat soms wel zo te zijn.
Ik ben waar ik denk en geloof te zijn en dat is precies waar ik nu ben ik (mind) kán eenvoudig niet ergens anders zijn dan daar waar ik denk en geloof te zijn op deze gruwelijk-prachtige reis zonder afstand.

 

Vanaf geboorte tot de dood zijn we bezig iets te worden, zijn we bezig ons zoveel mogelijk te ontwikkelen, zoveel mogelijk te vergaren, zo ver mogelijk te komen, te groeien, zo gezond mogelijk te blijven of te worden, kortom ons best te doen zoveel mogelijk uit dat interval tussen geboorte en dood te halen. En we hebben voortgeduwd door zonde, schuld en angst enorme haast want het moet allemaal gebeuren voordat de onvermijdelijke dood onvermijdelijk volgt.

Als ik hiernaar kijk vanuit het perspectief van ‘niets is wat het lijkt te zijn’, is dat hele gedoe wat ik ‘mijn leven’ noem hoogstwaarschijnlijk ook niet wat het lijkt te zijn en is het doel van dat alles ook niet wat het lijkt te zijn.

Het idee van iets willen/moeten bereiken is als het achter de bekende voorgehouden wortel aanrennen, welke steeds net buiten bereik blijft, hoe hard ik er ook achteraan ren. Ik word er alleen moe van, ziek en uitgeput, en uiteindelijk val ik dood neer, zonder mijn schijnbare en tevens onmogelijke doel bereikt te hebben. Het doel is namelijk nooit het doel te bereiken.

Wat een bevrijding is het dan ook dit mechanisme op een gegeven moment, en ook dat is onvermijdelijk, als de (inmiddels uitgeputte) denkgeest eraan toe is, volledig te leren doorzien en de mogelijkheid te herontdekken dat er ook een andere manier is van ‘kijken’, niet met de ogen maar met de denkgeest, dat wat we zijn, zolang er nog ervaren lijkt te worden.
Er wordt nog hetzelfde waargenomen, maar compleet anders ‘gedacht’ erover.

Ik doorzie nu het ‘doel’ achter wat ik eerst via ego waarneming waarnam. Het doel van het ego waarnemen is niet wat het lijkt te zijn. De vorm (de projectie) waar iets mee lijkt te moeten gebeuren is slechts een rookgordijn om het ‘ware’ (onmogelijke) doel van het ego denken te verbergen, namelijk afgescheiden blijven uit Waarheid, uit Eenheid, Liefde, God, het Onveranderlijke te veranderen in het veranderlijke, symbolische termen voor het totale onveranderlijk abstracte wat wij niet kunnen begrijpen, zolang we denken en geloven in een ‘hier’ (de wereld)  te zijn, maar gelukkig nog wel een vage herinnering is achter de met opzet door het ego opgetrokken rookgordijn der vergetelheid.

Zoals ik al eerder schreef, het doel kan namelijk niet bereikt worden, omdat het het doel juist is dat het niet bereikt kan en mag worden.
Het vormgerichte egodoel bestaat niet, want is een droom, waardoor het daar achter verborgen ego doel in de afscheiding blijven ook onmogelijk is, want een droom is een droom en blijft een droom en kan daardoor niets veranderen aan het Onveranderlijke, Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Wat moet ik dan nu in vredesnaam met dat script wat ik mijn leven noem?
Wat heeft het nog voor zin, als ik de onmogelijke egodoelen doorzie, ik verveel me dan vast dood.
Nou, als dat zo zou zijn heb ik alsnog het onmogelijke egodoel bereikt en dus waargemaakt: de dood.

Van seconde tot seconde loopt de film welke ik mijn leven noem. In plaats van er tegen te vechten zolang ik nog in ‘ervaren’ verkeer, kan ik er ook voor kiezen het gewoon te aanvaarden als ‘mijn film’ en deze gewoon als bewuste waarnemende denkgeest te spelen maar niet te vermengen/verwarren met de Waarheid welke het egodenken juist probeert te verbergen.
Waarheid, Eenheid, Liefde, God de droom van afscheiding binnen slepen om daarmee de droom te veranderen, zal niet werken, want dan wordt Waarheid, Eenheid, Liefde, God opgenomen in de droom en verandert in een droom versie, oftewel in een ego versie van Waarheid, Eenheid, Liefde, God. Daardoor lijkt de droom misschien spiritueler, maar is en blijft nog precies hetzelfde ego verhaal van afscheiding, er verandert niets.
Het Onveranderlijke en het veranderlijke gaan niet samen.

Ik leef dus mijn (droom) leven van seconde tot seconde zonder het meer of minder te maken dan het zich voor lijkt te doen, zonder het spiritueel te maken, zonder er meer of minder van te willen maken dan zoals het zich voordoet, gewoon zoals het egoscript is geschreven en gespeeld door het karaktertje (droomfiguur) met al haar eigenschappen. karaktertrekken, drama, verdriet, vrolijkheid, woede, pleziertjes, voorkeuren, afkeuren enz.
De ‘ik’ is nu bezig waarnemer te worden en aan het leren zich niet meer met de droomfiguur te identificeren, maar is nog wel tegelijkertijd de acteur.
De bewust wordende acteur stelt zich nu steeds minder vaak onder leiding van het egodenken welke alleen de veranderlijke middelen zonde, schuld en angst kan gebruiken om het ego script van afscheiding mee uit te spelen en uit te beelden, maar steeds vaker onder leiding van de Herinnering aan het Onveranderlijke, Eenheid, Waarheid, Liefde, God, waardoor automatisch de veranderlijke eigenschappen zonde, schuld en angst, terug genomen worden (het proces van Ware Vergeving), en als het ware oplossen in het Onveranderlijke.

De ervaring leert dat dit een proces is, dat onmogelijk van de ene op de andere dag geleerd en doorzien kan worden. Het onvermijdelijke proces voert de denkgeest door alle mogelijke fasen van zeer heftige en minder heftige weerstand afgewisseld met loslaten van weerstand heen, stap voor stap terug naar het Onvermijdelijke terug herinneren in het Onveranderlijke.

Ondertussen ben ik waar ik ben, omdat ik ben waar ik ben en dus nergens anders kan zijn dan waar ik ben, midden in ‘mijn’ schijnbaar persoonlijke van seconde tot seconde leer-vergevings-terug herinner-materiaal.
Dat is de nieuwe functie van het voorheen egoscript.

Voor de liefhebber:

 

“De wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel..” (Vondel, oorspronkelijk, Shakespeare).

Voor mij betekent dit, dat de ene denkgeest die ‘droomt’ afgescheiden te kunnen zijn van Eenheid (wat dus onmogelijk is en dus niet heeft plaatsgevonden in werkelijkheid), zich een wereld heeft geprojecteerd, zoals een film wordt geprojecteerd, en daarin alle rollen speelt en alle situaties die de onmogelijkheid van afscheiding toch mogelijk laat lijken.
De ene denkgeest lijkt nu uit miljarden deeltjes te bestaan, die ieder hun eigen rol spelen in een dualistische wereld.
Een wereld die alleen dualistisch kan zijn als er tegengesteldheid lijkt te bestaan. Dus goed tegenover kwaad en daar binnen alle variaties die daarop maar mogelijk zijn.
Het betekent ook dat de rol die ik speel niet is wat ik ‘ben’. Het is nog steeds de ene denkgeest die een rolletje speelt. De rol van goed zowel als de rol van kwaad of welke tegenstelling dan ook.
Ik kan dus de rol van goed spelen en ook de rol van het kwaad, schijnbaar als twee of meer verschillende personen, dingen of situaties, maar in oorsprong is het de ene denkgeest die dit ‘speelt’ in zijn zelfgemaakte dromen van afscheiding.
En net als een acteur op het toneel, ben ik de acteur die een rol speelt, ik ben niet die rol, ik ben de acteur.
En in mijn rol kan ik liefhebben of haten en alles wat daar tussen zit, maar achter de coulissen, doe ik mijn kostuum uit en ga ik na de voorstelling lekker even nog wat drinken met mijn geliefde collega’s die ik net op het toneel nog vermoord heb.
Wat als het nou precies is wat er aan de hand is op het toneel wat ik mijn leven noem?
Ik weet het, het voorbeeld gaat niet helemaal op, omdat acteurs weliswaar anders omgaan met hun collega’s achter de schermen dan op het toneel waar ze een rol spelen, maar zich dan ook nog steeds in de dualiteit van de wereld bevinden, dus het ene toneel gaat naadloos over in een volgend toneel.
Maar toch geeft het voorbeeld wel aan en daar gaat het mij om, aan te geven dat we niet zijn wat we denken en geloven te zijn.
We zijn niet onze rol, daar refereert de Cursus ook aan in de tekst:

“Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet. Wat
ook de vorm van de aanval is, dit is nog steeds waar. Wie ook de rol van
vijand of van aanvaller op zich neemt, dit is nog steeds de waarheid. Wat
ook de oorzaak lijkt van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds
waar. Je zou namelijk helemaal niet reageren op figuren in een droom
waarvan je wist dat je die droomde. Laat ze zo haatdragend en kwaadaardig
zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve
wanneer jij naliet in te zien dat het jouw droom is” (T27.VIII.10:1-6).

Mijn droom, mijn projecties, mijn rol(len), allemaal gedroomd, en gespeeld door de ene denkgeest die gelooft in afscheiding, waardoor het onmogelijke mogelijk lijkt te worden.

Als ik dit echt leer zien, en daar moet de denkgeest aan toe zijn, anders kan het niet echt ‘gezien’ worden, dan wordt het ook zo veel makkelijker werkelijk te vergeven. Want waarom zou ik een ‘rol’ die gespeeld wordt door de ene denkgeest die zich heeft geprojecteerd als een projectie die de vijand speelt, niet heel makkelijk kunnen vergeven?
Het betekent niet dat ik me kan of moet onttrekken aan de rol(len) die ik als denkgeest speel op het toneel. Als een goed acteur speel ik mijn rol vol overgaven, precies zoals deze in het script staat, terwijl ik tegelijkertijd weet dat ik de rol niet ben en slechts het toneelstuk van de afscheiding, van angst speel.
Ik haat of heb lief in mijn rol en alle tinten grijs die je maar kunt bedenken, maar ik ben het niet. En daarmee heeft de droom, dit theater dat ik mijn wereld, mijn leven noemen een heel andere functie gekregen, een symbolische functie, met als moraal: ‘ik ben hier om te leren dat ik hier niet ben’.
En ik heb al mijn rollen lief, ook al lijkt dat op het toneel van het leven niet zo te zijn, waar ik haat en liefheb, verdriet en vreugde ervaar, want ik weet wat hun functie is en ik verwar ‘rollen’ niet met wat ze in werkelijkheid zijn, nog steeds onveranderlijk héél en één in God.

all-worlds-stage2

 

Als het ego weer eens heel werkelijk lijkt en aanval en verdediging alom lijken te zijn. Het leven pijn doet en elke ontmoeting alleen maar de afscheiding lijkt te bevestigen, als vergeving ver weg lijkt en er alleen maar hulpeloosheid en onmacht lijkt te zijn. En ik het helemaal gehad heb met het ego en echt niet meer weet hoe het nou ook alweer in elkaar steekt allemaal. De illusies voor waar aanneem geloof in schaarste, kies voor het kleine, in plaats voor de Grootsheid van God… dan kom ik zomaar deze tekst tegen in de Cursus een rechtstreekse handreiking van “J” en ik geef het allemaal aan Hem:

 

 

‘Ik zal, als jij dat wenst, de plaats innemen van je ego, maar nooit van je

geest. Een vader kan een kind veilig bij een oudere broer achterlaten die

verantwoordelijkheidsgevoel heeft getoond, wat echter niet inhoudt dat er

verwarring is over de afkomst van het kind. De broer kan het lichaam en

het ego van het kind beschermen, maar hij ziet zichzelf niet voor de vader

aan omdat hij dit doet. Je lichaam en je ego kunnen aan mij worden toevertrouwd

louter omdat dit jou de gelegenheid geeft je er niet om te bekommeren,

en het mij toestaat jou te leren hoe onbelangrijk ze zijn. Ik zou

hun belang voor jou niet kunnen begrijpen, als ik niet zelf ooit in de verzoeking

was geweest in ze te geloven. Laten we deze les samen gaan

leren, zodat we hier samen van kunnen worden bevrijd. Ik heb toegewijde

leraren nodig die delen in mijn streven de denkgeest te genezen. De

geest is ver boven de noodzaak van jouw of mijn bescherming verheven.

Onthoud dit:

In deze wereld hoef je niet in verdrukking te leven,

want ik heb de wereld overwonnen. Houd daarom goede moed.’

(T4.I.13:1-11)

 

Wat een troost!

 

%d bloggers liken dit: