archiveren

Tagarchief: leven

Een ietwat ongebruikelijke en daardoor onconventionele gedachte vanuit dat wat “we” gewend zijn te denken, en geloven te weten en te kennen:
De wereld met alles wat daarbij hoort, mensen, dieren, voorwerpen, situatie, kortom alles wat wij beschouwen als “leven”, is een illusie, een gigantische projectie. Dat hele schijnbare gebeuren kan alleen maar schijnbaar verschijnen OMDAT het een illusie is.
Er is geen enkele reden te bedenken waarom in DAT WAT IS, non-dualiteit, Eenheid “iets” zou moeten verschijnen, “iets” anders waardoor “één” ineens “twee” lijkt te zijn.
Eén is één en heeft geen enkele goede reden om twee te worden, te blijven, te zijn.
Het heeft ook geen enkele zin het hiermee eens of oneens te zijn, te analyseren, er tegen te verzetten, te verwelkomen of wat voor gedachte dan ook aan te besteden, omdat al die gedachten in de illusie verschijnen en dus onmogelijk zijn in Eén. Een illusie, een droom, een waanidee heeft als eigenschap dat het onwerkelijk is en vooral veranderlijk en kan juist DAARDOOR alleen maar een illusie, een droom, een waanidee zijn.
Het lijkt allemaal te verschijnen in “Één”, maar dat is tegelijkertijd onmogelijk, omdat “Één” nooit “twee” kan worden dan alleen in onmogelijke dromen.

Moet “ik” nu, omdat ik kennelijk in deze droom geloof enorm hard gaan werken, of iets opofferen om weer van “twee” “Één” te maken?
Nee, want dat zou betekenen dat “iets” binnen een onmogelijk en niet werkelijk bestaande “tweeheid” iets moet doen om weer “één” te worden, wat zou betekenen dat het lijkt of één van de twee moet verdwijnen.
En waarom zou iets wat al onmogelijk is moeten verdwijnen? Bovendien kan “Eén” in ieder geval onmogelijk verdwijnen omdat het sowieso buiten het concept “twee” valt en daardoor niet valt te beschrijven of te benoemen, laat staan zou kunnen verdwijnen, want dan zou het onmiddellijk binnen het concept “twee” vallen, en dus een illusie zijn welke als eigenschap heeft “veranderlijk” te zijn, een droom, wat weer aangeeft dat het niet werkelijk kan “bestaan”.

De weerstand die deze gedachte oproept is ook niet wat het lijkt. Boosheid, ongeloof, weerstand, irritatie, moordlust, of juist het ophemelen of neersabelen van iets of iemand die deze gedachte uitspreekt, publiceert of hoe dan ook kenbaar maakt gaat helemaal niet over de weerstand tegen het idee van “er is geen wereld”, of over er is alleen een illusie, een droom, een onmogelijke gedachte welke schijnbaar verschijnt in “Één”. De weerstand heeft enkel als doel de gedachte van “twee” koste wat kost in stand te houden, ja zelfs ten koste van “Éen”, wat dus sowieso verspilde moeite is, want onmogelijk.

Dat wat we “mijn leven” noemen is een gevecht van leven op dood om in “twee” te blijven geloven, want dat is het niet meer en niet minder, een geloof. Niet een strijd tegen een “iets” dat machtiger probeert te zijn dan “twee”, zoals “twee” doet voorkomen.
De enorme angst en schuld die deze waan gedachte oproept is ook alleen maar weer een krampachtige, zeer vermoeiende poging om deze onmogelijke scheiding van “Één” in stand te houden. En heeft dus niet met “iets” of “iemand” die tegengesproken of bejubelt wil of moet worden te maken.
Het hele droom script van het idee en het geloof in “mijn leven” (of überhaupt “leven”) heeft geen enkel ander doel dan dit: het onmogelijke idee van zich te willen kunnen afscheiden van “Één” tot werkelijkheid te maken.

Totdat de veranderlijke aard van “een nietig dwaas idee” van “twee” onvermijdelijk doorzien wordt doordat wordt ingezien dat “twee” nu eenmaal nooit voorgoed de plaats kan innemen van “Één”, OMDAT dat onmogelijk is.
Zodra dat wordt gezien en geaccepteerd wordt ook de onvermijdelijkheid van terug herinneren in “Één” onvermijdelijk en krijgt alle weerstand die zich alleen in dromen, illusies, waanbeelden van schijnbaar “twee” een totaal andere functie…

De droom hoeft niet weg gesaneerd of vernietigt te worden of zelfs maar verandert, maar krijgt een totaal andere functie, als de denkgeest daar aan toe is, die van “Ware vergeving”, wat niets anders is dan werkelijk inzien dat er niets gebeurt kan zijn, dat niets ook maar één momentje werkelijk invloed zou kunnen hebben, laat staan in staat om non-dualistische “Éénheid” te veranderen en zal uiteindelijk onvermijdelijk op een heel vanzelfsprekende wijze oplossen in “niets”, vanwaaruit het schijnbaar is ontstaan.

Een cursus in wonderen vat dit als volgt samen:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.”
(In.2.2-4)

Deze week begint met palmtakken en eindigt met lelies, het witte en
heilige teken dat Gods Zoon onschuldig is. Laat geen duister teken
van kruisiging tussen de reis en het reisdoel komen, tussen de aanvaarding
van de waarheid en de uitdrukking daarvan. Deze week vieren
we het leven, niet de dood. En we eren de volmaakte zuiverheid
van Gods Zoon, en niet zijn zonden. Bied jouw broeder het geschenk
van lelies aan, niet de doornenkroon; de gave van liefde, niet het ‘geschenk’
van angst. Jij staat naast je broeder, doornen in de ene en lelies
in de andere hand, onzeker wat te geven. Schaar je nu aan mijn
kant en werp de doornen weg, en geef de lelies in hun plaats. Deze
Pasen wil ik graag het geschenk van jouw vergeving ontvangen, door
jou aan mij gegeven en door mij aan jou teruggegeven. We kunnen
niet verenigd zijn in kruisiging en dood. Noch kan de opstanding
compleet zijn tot jouw vergeving op Christus rust, samen met die van
mij. (T20.I.2:1-10)

Wantrouwen kan gezien worden als de ego omkering van Vertrouwen.
Wantrouwen is zoals alle ego eigenschappen gewoon weer een ander gevolg van de (onmogelijke) keuze om afgescheiden te willen zijn van Eenheid, God, Liefde, Waarheid.
Een van de sterkste ego symbolen voor vertrouwen in de wereld zijn de ouders.
We zijn niet allemaal ouders, maar we hebben allemaal wel ouders waar we deze projectie voor afscheiding op kunnen en zullen projecteren.
En aangezien we het hier over ego projecties hebben, dus projecties vanuit zonde, schuld en angst, zien we dat terug in al onze relaties die we in ons leven tegenkomen. Bijvoorbeeld terug te zien in het leven als een voortdurend gevoel van wantrouwen ten opzichten van alles en iedereen, of omgekeerd te snel van vertrouwen zijn er daar dan telkens weer in teleurgesteld worden.
In het geval van de ouder/kind relatie als afhankelijk zijn van ouders, niet zonder of niet met ze kunnen leven, van ze houden of ze haten, bij ze willen zijn of er zo ver mogelijk vandaan blijven, prima mee kunnen opschieten of juist totaal niet en alle gradaties daar tussen in, kortom het hele scala aan dualistische mogelijkheden uit het ego arsenaal vinden we terug in de ouder/kind relatie en in alle andere relaties die we hebben.

De ouder/kind relatie vormt een van de lastigste uitdagingen binnen het scala van afscheidingsmogelijkheden binnen de keuze voor de egodenkgeest.
En ik ondervind dat ECIW en zijn proces van ware vergeving een zeer behulpzaam proces is in de slechte relatie met mijn moeder.
Het is daardoor zeker geen makkelijk proces, want ware vergeving vraagt eerst eerlijk kijken naar het ego proces, precies zoals het zich projecteert en dus voordoet in “mijn leven”, alvorens het echt vergeven kan worden. Dus de confrontatie aangaan met al mijn gevoelens en emoties die zich voordoen op het toneel waar het ego drama zich afspeelt.
En er de totale verantwoordelijkheid voor nemen, als zijnde mijn gedachtes met hun projecties. Wel belangrijk dit niet onder de leiding van het egodenken te doen, maar hierbij de leiding van de Juist gerichte kant van de denkgeest (HG/J) in te roepen.

Evengoed geen makkelijk en pijnloos proces, maar wel een proces van ware genezing van de denkgeest die leert dat de oorzaak de keuze voor afscheiding is en niet een keuze is geweest om een slechte relatie te hebben met mijn moeder.
En dan kom ik weer uit op die behulpzame les 5: “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”.
Ik voel geen onvrede van wegen een slechte relatie met mijn moeder, maar omdat ik op het niveau van de denkgeest, een keuze die verborgen moest blijven, zodat het lijkt alsof de keuze zich op “vorm” niveau afspeelt, voor afscheiding van mijn Ware Bron; God, Liefde, Eenheid, Waarheid, heb gemaakt.

Ware Vergeving vergeeft deze oorspronkelijke vergissing en in het kielzog daarvan wordt de projectie, een slechte relatie met de moeder, een projectie die nooit losstaat van de oorspronkelijke gedachte (vergissing) ook vergeven.
Ware Vergeving verandert dus de oorspronkelijke vergissing (de keuze voor afscheiding) die gemaakt is in en door de keuzemakende denkgeest en geneest deze, zodat de denkgeest zijn ware verbinding, die nooit verdwenen is, weer herinnert en daardoor genezen is.
Onware vergeving, dus dat is de projectie als een losstaand van de denkgeest oorzaak zien en deze vergeven, dus in het moeder geval, mijn moeder vergeven die ik als oorzaak van mijn lijden zie, werkt niet. De oorzaak, de keuze van de denkgeest om afgescheiden te willen zijn van God, Liefde, Eenheid, Waarheid blijft intact en zal dan ook steeds weer terugkeren in schijnbare andere vormen, of dezelfde, omdat de denkgeest ongenezen blijft.

Maar als de denkgeest dan is genezen, zal er onvermijdelijk ook anders gekeken worden naar de projectie vanuit de eigen denkgeest focus. Dit resulteert in een mildere kijk en meer begrip omdat er nu vanuit “liefde” gekeken en gehandeld wordt.
Echter dat hoeft niet te betekenen dat de “ander” in dit geval de moeder, hierin mee zal gaan, want uiteindelijk zal dat stukje denkgeest dat de rol van de moeder speelt ook zelf de keuze moeten maken om te willen genezen op het niveau waar alleen ware genezing mogelijk is, het niveau van de denkgeest.

Dat ware genezing door middel van ware vergeving zich op denkgeest niveau afspeelt, betekent ook, dat de projectie, dus hoe de relatie zich uitspeelt op vorm niveau, niet per se aanwezig of zelfs maar levend hoeft te zijn. Op denkgeest niveau is immers alles met alles verbonden, hoe het er op vorm niveau ook uit lijkt te zien.
Als de angst voor genezing in de denkgeest nog te groot is zal dat stukje denkgeest nog even of voor lange tijd blijven kiezen voor angst, maar in plaats van dat dat ook weer de keuze voor angst in mijzelf aan kan wakkeren, zal de nu voor genezing kiezende denkgeest ook deze gedachte kunnen leren vergeven.

Dus hoe ware genezing er in de vorm uitziet is niet te voorspellen, maar het zal hoe dan ook welke vorm het ook aanneemt de meest liefdevolle optie zijn voor dat moment, ook al kan het er ook uitzien als een einde maken aan een relatie. Het is niet aan mijn beperkte overzicht het geheel te overzien en op grond daarvan te beslissen wat het beste is om te doen, dat kan alleen dat wat wel het totale overzicht heeft, in ECIW de Heilige Geest en of Jezus genoemd, beide symbool voor de keuze voor de Juist gerichte denkgeest. De rest zal op een heel vanzelfsprekende natuurlijke manier volgen, nu geheel ontdaan van alle zonde, schuld en angst projecties.
En dientengevolge is er ook niet meer de drang vertrouwen te zoeken en te vinden “buiten mij” in een ouder of een andere speciale relatie. Het besef is er dat Vertrouwen gegrond is in de enige relatie die mogelijk is, die met God, Liefde, Eenheid, Waarheid, of hoe we het Onnoembare, Non-dualisme ook willen noemen.

 

Vergeving volgens het idee van ware vergeving, vergeeft niet mijzelf of een ander als persoon of situatie, maar een “idee”, een “nietig dwaas idee”, dat als Waar wordt gezien, maar dat onmogelijk kan zijn.
Alles wat valt onder het “nietig dwaas idee”, en dat is alles wat ik denk en geloof wat de zintuigen waarnemen, en maken wat de “ik” denkt dat ze is, is vergevingsmateriaal.

Elke gedachte wordt daardoor de keuze om een eigen waarheid op te bouwen, of om deze zelf gemaakte waarheid, die als verdediging dient tegen wat Waar is, ook al is “Waar” een abstract concept geworden voor de met opzet aan amnesie lijdende denkgeest, te laten her-gebruiken volgens het idee van Ware Vergeving.

De daartoe bereid en er aan toe zijnde denkgeest zal bereid zijn dit de rest van zijn “leven” te oefenen, tot het “klaar” is, einde oefening.

 

Alleen waarheid is waar. Het kenmerk van waarheid is dat deze onveranderlijk is. Dus alles wat veranderlijk is is onwaar.
Als ik dat idee over mijn leven leg, dan is mijn leven en alle verdere leven dat ik ken en waarneem onwaar, inclusief dat wat zich “ik” noemt, want ook dat is enorm veranderlijk.

Het feit dat de gedachte er kan zijn dat alleen onveranderlijke waarheid waar kan zijn, maar dat dat kennelijk niet is wat als waar wordt aangenomen binnen onwaarheid, er vanuit gaande dus dat waarheid alleen waarheid is als het onveranderlijk is, geeft aan dat er iets anders moet zijn dan het veranderlijke wat een veranderlijke “ik” kan waarnemen.

Een ander bewijs dat er onveranderlijke waarheid moet zijn is dat de “ik” voortdurend opzoek is binnen onwaarheid, welke als kenmerk heeft veranderlijk te zijn, naar waarheid.
Dat is zoeken naar iets waar het onmogelijk kán zijn. Het zoeken op zich is dus al een onware handeling.
Waarheid kan niet gezocht worden, en niet gevonden worden door er actief naar te zoeken binnen onwaarheid.

En waarom is dat toch de belangrijkste motivatie en is elke handeling daar op gericht binnen de veranderlijke waarheid?
Omdat onwaarheid als functie heeft waarheid te verbergen. Onwaarheid moet dus actief in stand worden gehouden ten einde waarheid te verbergen. Een onmogelijke zoektocht die niet gericht is op vinden, maar juist op niet vinden, met als verborgen doel dat waarheid niet meer herinnerd mag worden.
Onveranderlijke waarheid is nu immers de grootste bedreiging voor veranderlijke (on)waarheid.
Aangezien dit hele mechanisme verborgen blijft achter een scherm van projecties, die de aandacht zeer succesvol afleiden van het doel van de veranderlijke (on)waarheid, namelijk uit waarheid zien te blijven, blijft de nu onwetende denkgeest/mind ijverig zoeken binnen de veranderlijke (on)waarheid naar waarheid, zich zogenaamd niet bewust van de onmogelijkheid ervan.

Wat doet het terug herinneren van dit vreemde onmogelijke en vooral onnodig mechanisme van het ontkennen van waarheid met dat wat de als “ik” vermomde denkgeest als zijn/haar leven is gaan zien en heeft aangenomen als waarheid?
Dat onvermijdelijke dreigende terug herinneren zal op de eerste plaats heftig ontkend worden, omdat het voelt als een rechtstreekse aanval op “mijn” waarheid. Deze ontkenning kan ook geuit worden als een schijnbaar omarmen van dit idee door razendsnel een onware versie van onveranderlijke waarheid te integreren binnen de veranderlijke (on)waarheid.
En elke keer als die zelfgemaakte waarheid toch eigenlijk ook weer veranderlijk blijkt te zijn, wat niet anders kan binnen nog steeds veranderlijke (on)waarheid, wordt deze weer aangepast, zodat het veranderlijke toch weer de schijn van onveranderlijkheid krijgt.

Een voorbeeld hiervan is dat god als iets daar buiten wordt gezien als vertegenwoordiger van de waarheid en het leven, maar dat diezelfde god als verschillend wordt gezien en ervaren en bevochten en verdedigd moet worden, onder het mom van “er is maar één god en dat is die van mij (ons)”.

Het gevolg van het onvermijdelijke terug komen van de herinnering aan onveranderlijke waarheid, is dat langzaamaan stap voor stap de schellen van de ogen vallen (van de denkgeest eigenlijk) en wordt gezien dat alles wat veranderlijk is niet waar kan zijn, omdat het veranderlijk is.
Dat betekent dat wat de “ik” “mijn leven” noemt per definitie niet waar kán zijn.

Heel begrijpelijk dat dat niet in één keer gezien wil worden, de weerstand tegen dit zien is dan ook enorm, hoewel het zich kan vermommen en ook doet in het schijnbaar juist wel willen zien, bijvoorbeeld door het enthousiast omarmen  de als “ik” vermomde denkgeest van een spiritueel pad.

De als “ik” vermomde denkgeest kan namelijk doen alsof de als “ik” vermomde denkgeest nu actief moet gaan zoeken naar waarheid wat niet lukt en zich vervolgens in een zware depressie denkt, waarbij de als “ik” vermomde denkgeest zichzelf gaat beschuldigen van het zondige besluit zich van waarheid (god) af te keren en het daardoor voorgoed verbruid heeft bij god, welke mij, de zondaar zal straffen en eeuwig zal blijven vervolgen. En wat ik verwerpelijke zondaar ook zal proberen om weer in een goed blaadje te komen bij god, ik zal me toch uiteindelijk moeten verantwoorden na mijn dood en maar hopen dat god een goeie bui heeft en mij toelaat in de eeuwigheid.
Kortom angst is nu mijn leidraad, mijn anker, mijn leermeester.

Deze angst is niet zomaar weg als in de als “ik” vermomde denkgeest begint te dagen dat het in angst leven toch eigenlijk ondragelijk is en dat er misschien toch een andere manier moet zijn, want dit kan toch niet waar zijn!?
Nee. precies dit kan niet waar zijn en is niet waar, omdat het onwaar is door de veranderlijkheid ervan. De situaties zijn niet waar of onwaar, de gedachtes die de situaties projecteren zijn onwaar, dus zijn de projecties ook niet waar.

Na het verwerken van deze eerste schokkende onthulling kan het schiften beginnen.
Stap voor stap is de denkgeest er nu klaar voor alles wat als waarheid werd gezien, nu te ontmaskeren als onwaarheid, door steeds de vraag te stellen is dit wat ik nu ervaar 100% waar of niet.
Dat zal in het begin van het proces van ontmaskeren alleen voor de schijnbaar dramatische projecties in mijn leven lijken te gelden, maar al gaande door het proces zal onvermijdelijk moeten worden aanvaard dat het voor elke gedachte geldt.
Van het meest verschrikkelijke wat gebeurt tot de kleinste bijna niet merkbare verstoring in mijn dagelijkse leven.
Tot definitief onthuld wordt dat de als “ik” vermomde denkgeest in zijn totaliteit onwaar is, van wegen zijn voortdurend en altijd veranderlijke aard.

Dit bevragen van of dat wat de als “ik” vermomde denkgeest ervaart waar of onwaar is, heeft dus niet als doel om een beter leven te maken, want dat zou weer de focus leggen op de projectie als zijnde de oorzaak en gevolg, wat gewoon weer de keuze zou zijn voor het waar maken van het veranderlijke onware.
Het doel van het bevragen is de onwaarheid van de als “ik” vermomde denkgeest te ontmaskeren.

De angst dat dit besef in één keer zal gebeuren is ongegrond, omdat de denkgeest precies dat kan denken wat het kán denken. Het is dus een geleidelijk proces, waarbij de denkgeest gedachte, voor gedachte wordt terug herinnerd door gedachte voor gedachte terug te nemen naar de bron en het daar te (ver)geven aan waarheid, in dat wat het eigenlijk van nature is: onveranderlijke waarheid.

Dus dat wat de als “ik” vermomde denkgeest heeft bedacht als vlucht voor onveranderlijke waarheid, namelijk dat wat de als “ik” vermomde denkgeest als zijn leven in een wereld ervaar, wordt nu her-gebruikt als de manier om terug te helpen herinneren in waarheid, door alles wat ik ervaar als een “ik” in mijn wereld als onwaar te zien en te vergeven.

Dit kan alleen onder leiding van een andere gids dan de gids van onwaarheid (ego), namelijk de gids van waarheid dat zich bevindt in dat gedeelte van de denkgeest dat de verbinding vormt met de herinnering aan onveranderlijke waarheid door zijn eigenschap oordeelloos te kunnen kijken naar de zelfgemaakte veranderlijke versie van onveranderlijke waarheid. En in staat is het veranderlijke te laten vergeven door de keuze te maken voor waarheid.
Met nadruk op keuze, niet op een uitvoering hiervan, omdat deze altijd weer vormgericht zal zijn en het toch weer draait om het verbeteren van de wereld en een beter leven voor de als “ik” vermomde denkgeest.

Ware Vergeving gaat over het ongedaan maken van het idee van een wereld en wat daar allemaal lijkt te gebeuren, door het geloof erin te vergeven, zodat het geloof erin verdwijnt. En als het geloof in een wereld waar van alles lijkt te gebeuren verdwijnt, verdwijnt ook het idee van een wereld.
Ware Vergeving is geen middel om aan problemen die ik geloof te hebben binnen het idee van een wereld te ontkomen. Het gaat over het geloof in mijn problemen (+ bijbehorende projecties) terug te brengen naar de bron, de denkgeest en daar te laten oplossen in hun eigen onmogelijkheid.

Ware Vergeving speelt zich af in wat de denkgeest kan begrijpen, dus binnen zijn eigen gemaakte illusies van afscheiding, alleen nu in omgekeerde richting, richting Eenheid.
Ware Vergeving lijkt nog steeds afhankelijk te zijn van tijd en ruimte, nogmaals omdat dat soort denken door de denkgeest kan worden begrepen.
Ware Vergeving maakt gebruik van de tijd die de betrokken denkgeest nodig heeft om het idee van Ware Vergeving echt te accepteren.
Ongeduld over het effect of de uitvoering van vergeving duidt op er nog niet klaar voor zijn van de denkgeest. Pas als de denkgeest er echt klaar voor is, dus elke vooringenomenheid, planning en sturing los laat (vergeeft), zal Ware Vergeving de plaats innemen van de weerstand er tegen.
Over de tijd die dit proces zal kosten kan dus niets gezegd worden, het kan meteen gebeuren of over 10 jaar, of langer of korter of nooit binnen dit (schijnbaar) ene leven het gebeurt wanneer het gebeurt, wanneer de denkgeest er klaar voor is.

Nu ik steeds meer ga inzien dat ten volle ervaren van wat zich aandient absoluut noodzakelijk is in het proces van Ware Vergeving (zie WdII.1.blz.404), waar ik voor gekozen heb, dringt ook meer en meer door dat dat wat ik (be)dacht te zijn en het leven dat ik (be)dacht te leven en mij mijn identiteit leek te geven een grote leugen is.
Nee, niet de uiteindelijke vormen, want dat zijn slechts projecties, (licht)beelden, dus sowieso niet werkelijk, maar de gedachten erachter afkomstig van de denkgeest die dmv het geloof in zonde, schuld en angst, dit allemaal heeft bedacht. Het is letterlijk allemaal een gedachte, niets ervan heeft met een werkelijke Werkelijkheid van doen.
Het is immers allemaal bedacht om aan Werkelijkheid te ontkomen. En dat is zo goed gelukt, dat de verzonnen, bedachte (on)werkelijke wereld met daarin een ‘ikje’ voor echt wordt aangezien, en dat wat Werkelijk werkelijk is daardoor verborgen blijft en daardoor niet meer dan een abstractie is geworden en dus onmogelijk door de zeef van verzonnen onwerkelijke gedachte begrepen, of ervaren kan worden.

Stap voor stap zie ik alle beelden die ‘mijn’ leven lijken te hebben gevormd als komende vanuit de keuze voor zonde, schuld en angst. Zie ik dit onder ogen vanuit dezelfde keuze als waar het vandaan komt, dus voor de keuze van opnieuw zonde, schuld en angst (ego) dan is het gewoon te heftig, want dan lijkt elke keuze in dat wat ik ‘mijn’ leven noem één grote leugen, omdat de keuze voor zonde, schuld en angst één grote leugen is.
Tegelijkertijd geeft dit het noodzakelijke inzicht tot het besef dat er wel degelijk een uitweg moet zijn uit deze leugen. Daardoor krijgt de grote leugen (dat wat ik mijn leven noem) een andere functie, die van het leren terug herinneren in dat wat IS, door elke ervaring ten volle te beleven, precies zoals het zich voordoet en het tegelijkertijd nu te gaan zien als vergevingskans en vergevingsmateriaal. Die keuze is er.

Ja, ik heb dit al vele malen opgeschreven op verschillende manieren, maar ik merk dat het zich nog steeds meer en meer verdiept, stap voor stap en het lijkt bij tijden nog steeds heftiger te worden, maar dat komt doordat het onvermijdelijke ervan ook steeds duidelijker wordt.
Het onvermijdelijke van het besef “Er is geen wereld”, wat dus ook betekent er is geen “Annelies” er is geen leven zoals een “ikje” dat denkt en gelooft te beleven. En ook de onvermijdelijkheid van het beseffen dat de leugen stap voor stap onder ogen moet worden gezien, niets vermijdend, overslaand of overhaastend.
En dan rustend in het besef dat gewoon meegaan met de stroom met alles wat zich daarin aandient de enige kans en keuze is om het zonder het geloof in zonde, schuld en angst onder ogen te kunnen zien, precies zoals het zich voordoet, en het die andere functie te laten geven, die van Ware Vergeving… Dat is een keuze, de enige werkelijke keuze.

Ook is het zo dat ik er steeds minder vaak over lijk te willen schrijven, meer en meer in het besef dat ook erover schrijven als ‘vlucht’ kan dienen voor er echt helemaal in te gaan. Want de opluchting die ik vaak voel na mijn gedachten te hebben opgeschreven is vaak, zo moet ik ook onderkennen, een schijn opluchting.

En het besef dat het alhoewel er slechts een verzonnen persoonlijkheid is, het proces toch een persoonlijk proces is, omdat dat nu eenmaal dat is wat begrepen kan worden, binnen dat wat ervaren wordt. Tegelijkertijd is het wel degelijk een collectief proces, daar er ook maar één waangedachte is (ego) dat aan gespletenheid lijdt en denkt en gelooft uit miljarden persoonlijkheden te bestaan.
Ik zie dus wel of dit het laatste is wat opgeschreven gaat worden, mee met de stroom maar weer…

 

%d bloggers liken dit: