archiveren

Tagarchief: keuzemakende/waarnemende denkgeest

De Wizzard of Oz, oftewel de waarnemende/keuzemakende denkgeest ontmaskerd.
Dat beeld kwam voorbij toen ik besefte dat er een schijnbaar “iets” is dat gedachten selecteert en uitkiest.
En dat dat schijnbare “iets” er ook alles aan doet om verborgen te blijven, zodat wat gedacht wordt niet op een keuze lijkt, genomen door iets anders dan het lichaam.
Naarmate het proces van ontwaken zich voltrekt, wordt de functie van wat we deze voor het gemak maar de waarnemende/keuzemakende denkgeest noemen, duidelijker.
Het wordt ook steeds duidelijker dat de egodenkgeest een kant en klaar denkgeest-pakket is met alleen maar afscheidingsgedachtes. Of die gedachten er nu vreselijk of prachtig uitzien en ervaren worden. Zolang de vorm waarin ze zich vertonen als oorzaak wordt gezien, zijn het egogedachten.

Dat hele pakket van louter verdedigende egogedachten (tegen Waarheid) is er altijd in z’n geheel, ieder moment.
Zo wordt het niet ervaren. Egogedachten+projecties=egogedachten, lijken zich voor te doen in tijd en ruimte en lijken hun oorsprong te hebben in individuele gedachten.
Hierdoor lijkt het nog onwaarschijnlijker en wordt nog meer verborgen, dat er ook maar één egodenkgeest is die enkel en alleen maar steeds één afscheidingsgedachte uitzendt: de wil tot afscheiden. En deze ene gedachte deelt zichzelf telkens op in miljoenen fragmentjes, een zeer effectieve manier om te verbergen dat er maar één gedachte aan ten grondslag ligt; de wil tot afscheiden.

Hoe duidelijker de versluierde verdedigingsgedachten van de egodenkgeest door het proces van ontwaken worden des te beter worden ze gezien en opgemerkt. En dan blijkt, zo leert de ervaring, dat alle mogelijke egogedachten altijd bij elke gedachte er gewoon zijn, het hele egopakket.

En om te voorkomen dat de gekte dan echt losbreekt, lijkt er een individueel pakketje egogedachten te zijn, geprojecteerd als een individu met een naam. En zo verschijnen er dan figuren op het toneel dat we de wereld noemen die allemaal hun eigen karaktertrekken en kenmerken hebben en hun eigen rol spelen, los van alle andere figuren.

Dit beeld begint nu te wankelen en daardoor wordt de oorzaak, de denkgeest die kiest voor afscheidingsgedachten langzaamaan weer duidelijk. De begrenzing van het individu zijn verdwijnt langzaam en terugkeer naar het feit dat er maar één denkgeest is wordt daardoor ook weer zichtbaar.
Met andere woorden, de waarnemende/keuzemakende denkgeest die tot dan toe altijd koos voor het egodenken, wordt zich stap voor stap bewust van het feit dat er gekozen wordt, dat egodenken een keuze is.
Wat ik steeds meer ervaar is dat als ik ergens over denk, of iets ervaar alle mogelijkheden van dat ene egodenkgeest pakket (de blauwdruk van het karakter Annelies) langskomen. Er lijkt geen keuzemaker te zijn, alle mogelijkheden lijken zich in één keer voor te doen en worden niet meer gefilterd door de keuzemaker die voortdurend oordeelt wat wel of wat niet te denken, afhankelijk van de afgesproken matrix (persoonlijkheid). Dat geeft de ervaring van boven het slagveld te zijn en een totaal overzicht te hebben van oorzaak en gevolg en het achterliggende doel, namelijk de wens tot afgescheiden te zijn van Eénheid. Ook het gevoel van slachtoffer te zijn van omstandigheden wordt minder sterk, omdat wordt gezien dat alles een keuze is en dat zowel de slachtoffer als de dader rol binnen de keuze voor het egodenken, hetzelfde doel hebben, namelijk afscheiding.

Het is zelfs zo, dat als ik weer eens dreig te verdwalen in egogedachten, loop te piekeren en het verhaal wat ik ervaar geloof, ineens de heldere gedachte opkomt, oh, wacht even ik kies nu weer voor egodenken, ik kan deze gedachte ook vergeven, want het is gewoon niet waar. het verhaal is niet wat het lijkt te zijn, het is alleen maar weer een poging tot afscheiding. Ik hoef het niet te analyseren, me er tegen te verzetten, niet te omarmen, of te ontkennen, erover te oordelen, het mooier te maken, of lelijker, of mijn gevoel erover verstoppen het is op de eerste plaats een egogedachten met maar één doel, afscheiding, oftewel een poging om van één twee te maken. En dat is niet goed of fout, maar een vergissing waar ik steeds minder in ga geloven, en liever als vergevingskans en materiaal wil gaan zien. Ondertussen ervaar ik wat ik ervaar en doe wat ik doe, want hoe kan ik anders ontdekken dat ik voortdurend voor afscheiding kies en ook voor ware vergeving kan kiezen?

Zo blijkt dat de waarnemende/keuzemakende denkgeest die eerst onbewust opereerde, waardoor werd “vergeten” dat er überhaupt een keuze gemaakt werd of kon worden, stap voor stap in het bewustzijn terugkomt en de keuze opnieuw gemaakt kan worden om naar het ego te luisteren of naar de andere optie, de herinnering aan Eenheid, in ECIW symbolisch de Heilige Geest en of Jezus genoemd.
En dan wordt ook duidelijk dat keuzes niet gaan over keuzes over iets of iemand buiten mij of over mijzelf als lichaam, maar of er wordt gekozen voor afscheiding (ego) of Eenheid (HG/J).
Dus als ik met een probleem zit, of me alleen al identificeer met wat voor vorm of situatie dan ook en geloof dat dat waar is, kies ik automatisch voor ego denken.
Als dat opgemerkt wordt kan de keuze verschuiven naar de keuze voor het herstellen van de vergissing afgescheiden te willen zijn van Eenheid, en dat is wat ware vergeving inhoudt. Op deze manier worden problemen en mijn identificatie met vormen en situaties op een andere manier her-gebruikt, en zo krijgt “mijn” hele leven een totaal andere functie.

De hele “kunst” van ontwaken uit de droom, is steeds beter leren op te merken dat er altijd eerst voor egodenken, dus afscheiding wordt gekozen en dan te leren dat er opnieuw gekozen kan worden. Dat is de enige keuze die gemaakt kan worden en oorzaak en gevolg bij de wortel aanpakt.
En dit kan alleen geleerd worden binnen het kader van de ervaring, omdat dat nu eenmaal is wat ervaren wordt en begrepen.
De denkgeest die alleen maar even “in de war is” zal onvermijdelijk terugkeren in waar deze nooit uit is weggegaan.
Het schijnbare “iets”, zal onvermijdelijk oplossen als “niets” in het “niets”.
Dus of ik nu mijn best doe of niet, de onvermijdelijkheid van terug herinneren in dat er niets gebeurt is, omdat Eenheid gewoon niet dualistisch kan worden, is een feit.

 

 

 

 

 

 

 

De ‘ik’ egodenkgeest is een keuze gemaakt door de waarnemende/keuzemakende denkgeest die kiest voor afscheiding, die kiest tegen Liefde, die kiest voor chaos, om de eenvoud van Eenheid te vernietigen. Hoe kan deze keuze voor chaos ooit iets zinnigs doen binnen deze zelfgekozen chaos?
De denkgeest die deze keuze maakt doet wel alsof deze orde wil scheppen in de chaos, die deze wereld is, maar is absoluut niet van plan dat ook te bereiken. Anders gesteld, we doen wel als mensen zijnde dat we met onze lichamen een betere wereld willen maken, maar zijn dat absoluut niet van plan, het gaat nooit lukken, want lichamen kunnen dat helemaal niet, want er zijn geen lichamen, er zijn alleen projecties van de keuzemakende denkgeest die voor egodenkgeest koos en we lichamen noemen en zijn gaan geloven dat we dat dan ook zijn. De keuzemakende denkgeest die hiervoor koos, speelt als het ware met poppen die iets voorstellen en doen wat de denkgeest heeft bedacht. Meer is het niet. De keuzemakende denkgeest die koos voor chaos (ego) gelooft nu dat de poppen (lichamen) echt zijn en samen spelen zij het spel van de chaos.

We kunnen echter als keuzemakende denkgeest, als dit allemaal in het bewustzijn komt, ook de andere keuze maken, die van de Heilige Geest, de denkgeest die nog steeds onveranderlijk met de Realiteit, de Waarheid, God, Liefde in contact staat. Als ‘ik’ bereid ben deze andere keuze te maken, krijgen de projecties een andere functie, niet langer om de chaos in stand te houden en uit te breiden, maar om terug te keren in de herinnering van Eenheid.
En zo wordt de voorheen ‘chaos’ hergebruikt.
Met alles wat ik doe in dit leven in deze wereld vraag ik me eerst af, wat is het doel, wat wil ik hiermee; in de droom, in de chaos blijven of worden het symbolen voor terug herinneren in Eenheid.

Naarmate de denkgeest meer en meer, stap voor stap terugkeert in zijn ‘bewustzijn’, zich weer bewust wordt van wat hij is, namelijk denkgeest en niet een lichaam, verliest de keuze van de keuzemakende/waarnemende kant van de denkgeest voor de ego kant van de denkgeest zijn aantrekkingskracht.
Totdat die aantrekkingskracht helemaal verdwenen is, omdat simpelweg de bewustwording van de keuze voor de ego kant van de denkgeest gewoon geen optie meer is. De denkgeest is zich dan helemaal bewust van de waanzin, de onzinnigheid van die keuze en deze keuze hoeft dan ook niet meer gemaakt te worden. Er is het 100% bewustzijn van het weten denkgeest te zijn en daaruit volgend ook het 100% de verantwoordelijkheid nemen voor de keuze steeds weer te kiezen voor op de eerste plaats denkgeest te zijn en daaropvolgend de bewuste vanzelfsprekende keuze voor de HG kant van de denkgeest, die tevens de herinnering is en de sleutel voor terug herinneren in Eenheid, Waarheid, God, Liefde…
Dat wat we ontwaken noemen is dus het ontwaken uit de droomstaat waarin de keuzemakende/waarnemende denkgeest zich waande en ‘vergat’ dat hijzelf die keuze maakte.
Nu de keuzemakende/waarnemende denkgeest zich weer herinnert wat hij is; denkgeest, onderdeel van onveranderlijke Eenheid en niet meer geloofd in zijn eigen dromen van afscheiding en deze niet meer serieus neemt, heeft hij zijn rechtmatige positie weer ingenomen en kan hij alleen nog maar wat ECIW noemt de hemelse staat ten volle weerspiegelen. Dit is nog niet de allerlaatste stap, Bewustzijn is niet het einde, maar dat zal de volgende logische stap zijn, waar de zich volledig Bewuste denkgeest zich geen zorgen over maakt, immers alles zonde, schuld en angst zijn dan verdwenen….

Vergelijken is gebaseerd op het zien van verschillen.
En vergelijken en het zien van verschillen is oordelen.
Vergelijken is natuurlijk het domein van de egodenkgeest, van het dualistische denksysteem.
Vergelijken is een manier om van één twee te maken, met als enig doel van één twee te maken.
Het heeft niets te maken met wat het lijkt te zijn; het vergelijken van dingen in de wereld, het heeft alleen tot doel, van één twee te maken, en zo de wereld van de dualiteit in stand te houden. En zo de afscheiding in stand te houden.

Vergelijken is gebaseerd op het zien van ongelijkheid.
De ik, een stukje schijnbaar afgescheiden denkgeest, heeft een idee over wat juist is, en dus ook over wat onjuist is, ómdat ik geloof ánders te zijn dan de ander. Niet omdat ik verschillen zie in enige verschijningsvorm. Dat is alleen de projectie van het denken te zien van verschillen.
En omdat ideeën nooit hun bron kunnen verlaten, blijft ook de verschijningsvorm een idee, een gedachte, een projectie.

En ja, je hoeft geen genie te zijn om te zien dat het willen zien van verschillen tot conflicten kan en zal leiden.
En ook conflicten in welke vorm dan ook, groot of klein hebben ook weer als enig doel, de afscheiding in stand te houden, Daar willen we als denkgeest die kiest voor afscheiding gelijk in krijgen en houden. Dus weer we willen niet ons gelijk halen over wat voor vorm of situatie dan ook, maar over dat we autonoom zijn, van elkaar afgescheiden personen, dingen en situaties.
Dus nee, ik heb geen conflict met andere personen, ik wil in de afscheiding blijven. En nee, het ene land is niet in conflict met het andere, het is alleen een projectie van de miljoenen afscheidingsgedachten, met maar één doel, in de dualiteit te blijven, in de afscheiding te blijven.
De vorm waarin het zich lijkt uit te spelen is slechts een dekmantel voor de onderliggende wens in de afscheiding te blijven.

Hier uit volgt dat conflicten als gevolg van de wens tot afscheiding, een wens die zich in de denkgeest bevindt, nooit opgelost kunnen worden in de wereld die wij (de denkgeest) hebben gemaakt met als enig doel afscheiding.
De waarheid kan nooit gevonden en bewezen worden in de wereld die wij als denkgeest bedacht en geprojecteerd hebben.
De wereld is immers gemaakt om de waarheid te verbergen. En dat zorgt voor een gevoel van iets missen, en aangezien ‘vergeten’ is dat we denkgeest zijn, blijft er schijnbaar niets anders over dan de waarheid te zoeken in wat we nu denken te zijn; een lichaam in een wereld met andere lichamen, dingen en situaties.
Een gegarandeerd ‘zoekt en gij zult niet vinden’ situatie, want waar het niet is, kan het ook niet gevonden worden. Hoe logisch is dat!
Zie daar het waterdichte ‘logische’ tevens krankzinnige verdedigingsdenksysteem van de egodenkgeest.

Ook in de zogenaamde spirituele wereld heerst natuurlijk verdeeldheid en wordt er vergeleken.
Ook onder Cursus studenten. We denken in termen van beginnende, gevorderde en vergevorderde studenten/leraren en vergelijken. Vergelijken onszelf met andere studenten/leraren en meten daaraan af ‘hoever’ we zijn op ons spirituele pad.
Een zinloze actie, met ook alweer als enig onderliggend (ego) doel, het in stand willen houden van de afscheiding.

Het enige waar we enigszins aan kunnen afmeten ‘hoever’ we zelf zijn is de mate waarin we ons vredig voelen, juist omdat we niet meer vergelijken, oordelen en verschillen zien, en dat het ons helemaal niet uitmaakt ‘hoever’ we denken te zijn.

Aangezien in elke gedachte altijd het hele pakketje zit, van de egodenkgeest, de Heilige Geest én de waarnemende/keuzemakende denkgeest, doet dus de egodenkgeest ook mee in deze gedachtegang en kan zichzelf als het ware vermommen in dit oordeelloos kijken van onze Heilige Geest kant van de ene denkgeest.
Het stopt met vergelijken, door zichzelf als superieur te zien boven anderen en te denken dat het doel al bereikt is, en het geen last meer heeft van vergelijken, oordelen en het zien van verschillen, zoals anderen dat nog wel doen. Een slimme manier van het verbergen nog steeds voor vergelijken, en oordelen te willen kiezen.

De enige ware manier om met vergelijken, oordelen en het zien van verschillen te stoppen, is om er niet mee te stoppen, maar het te vergeven.
Zolang we onszelf hier ervaren doen we dingen die bij het ervaren van een wereld horen. Hiermee willen stoppen, of nog erger anderen vragen hiermee te stoppen, desnoods met dwang houdt alleen maar weer de afscheiding in stand. En dus ook de voortgang en het voortbestaan van de egodenkgeest.
Ware Vergeving is het enige antwoord en om te kunnen vergeven moeten we al onze eigen, met nadruk op ‘eigen’, gedachten onder ogen gaan zien. We moeten eerst onze weerstand tegen Waarheid volledig in kaart krijgen, om het dan vervolgens te kunnen vergeven.
Vergelijken, oordelen, het zien van verschillen is dan dus niet meer fout of verkeerd, of zondig, of om mij schuldig over te voelen, of te schamen, maar alleen nog maar vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Zo krijgt alles wat eerst voortkwam uit de ego kant van de ene denkgeest, door de keuze van de waarnemende/keuzemakende denkgeest kant voor de Heilige Geest kant, welke de brug vormt terug naar Waarheid, een vergevende functie, met als enig doel het ontwaken uit de droom, de nachtmerrie van de egodenkgeest.

Projecties (de wereld die wij zien en ervaren) zijn uitbreidingen van de keuze van de waarnemende/keuzemakende denkgeest voor egodenkgeest, van zonde, schuld en angst, die als enig aan het oog ontrokken, verborgen doel heeft zonde, schuld en angst, te vermeerderen, door de focus te leggen op de uiterlijke vorm van de projectie, en daardoor de gedachte erachter, de gedachte van zonde, schuld en angst, die geprojecteerd wordt, te verbergen.

Projectie maakt waarneming, en wat wij denken waar te nemen zijn de uiterlijke vormen van de projectie, die de uitbeelding zijn van zonde, schuld en angst, maar tegelijkertijd ‘vergeten’ zijn dat dat zo is. Dus zien we alleen nog de waarneming en zijn totaal vergeten waar die waarneming vandaan komt. Een vergeten dat juist tot doel heeft het vergetene te vergeten. De waarneming is nu schijnbaar losgekoppeld van zijn bron, de denkgeest die ‘wil’ vergeten wat zijn bron is.

De enige manier om de waarneming weer terug te koppelen aan zijn bron de projecterende denkgeest, is door terug te keren naar de waarnemende/keuzemakende denkgeest en te erkennen dat we denkgeest zijn en niet onze waarnemingen/projecties.

Tegelijkertijd kunnen al onze projecties, nu niet meer gezien als los van de denkgeest, maar als uiterlijke bewijzen van de verbinding met de denkgeest, waarbij benadrukt moet worden dat denkgeest niet hetzelfde is als het brein, dienen als reminder om terug te keren naar de bron, de waarnemende/keuzemakende denkgeest positie, zodat er opnieuw gekozen kan worden.

Bijvoorbeeld, stel ik maak me zorgen over iets buiten mij, wat dus geprojecteerde zonde, schuld en angst moet zijn, want er is niets buiten mij, en er is ook geen lichaam ‘mij’ dat zich zorgen maakt, want er is alleen denkgeest. Denkgeest die de zonde, schuld en angst die zich in de egodenkgeest kant van de denkgeest bevindt probeert kwijt te raken door te projecteren, zodat de focus nu op een probleem buiten mij lijkt te liggen en de bron, de projecterende denkgeest geheel uit ‘beeld’ is verdwenen (vergeten).

Er lijkt nu een probleem buiten mij als lichaam te bestaan. Ik een lichaam dat een probleem heeft met een ander lichaam, ding of situatie.
Dit probleem (eigenlijk dus een projectie vanuit zonde, schuld en angst, maar dat mag niet herinnerd worden) breid zich verder uit, schijnbaar in de vorm. Ik zie bijvoorbeeld iets op tv, of lees iets, waardoor het probleem dat ik denk te hebben in enige vorm, wordt bevestigd en ik de schuld, boosheid, verdriet, zelfmedelijden, machteloosheid voel toenemen die ik snel weer op iets anders buiten mij projecteer, omdat ik (nu onbewust, ‘vergeten’) die vreselijke gevoelens kwijt wil raken en zo snel mogelijk buiten mij wil plaatsen, zodat ik ervan af ben. Dit kan zich laten zien, als een milde irritatie over iets wat als niets met de situatie te maken lijkt te hebben. Bijvoorbeeld ik erger me ineens aan rommel, die een ander heeft gemaakt, of een geluid wat ineens irriteert, of ik krijg ineens een enorme woede uitbarsting schijnbaar van wegen iets wat ik net op tv heb gezien, of omdat er iets in het verkeer gebeurt wat mij razend maakt, of die rot hond of kat luistert alweer niet, of omdat de natuur naar de klote wordt geholpen, of dat al het geld alleen maar naar de rijken gaat, of omdat Nederland vol is en iedereen die hier niet hoort moet oprotten, enz. enz. enz. voorbeelden in overvloed, kwestie van eerlijk kijken naar je eigen projecterende gedachten.
Ze hebben één ding gemeen en zijn daarom hetzelfde, ook al lijkt de vorm waarin ze zich lijken voor te doen te verschillen, het zijn allemaal projecties, een uiterlijke vorm, van een innerlijke toestand. En die innerlijke toestand is de keuze voor zonde, schuld en angst. Elke projectie is terug te voeren tot die keuze.

Als ik (denkgeest) dit doorzie kan ik constateren dat ik helemaal niet onvrede voel om de reden die ik denk (les 5). Ik ben helemaal niet in onvrede, van wegen iets of iemand buiten mij.
De hele wereld, alles wat ik lijk te beleven in ‘mijn’ wereld is niets anders dan één grote geprojecteerde vluchtpoging gebaseerd op zonde, schuld en angst.
En dat geld voor alles, er kan niet iets zijn wat zich toch echt buiten mij afspeelt, waar ik toch echt niets aan kan doen en ik toch echt het slachtoffer van ben en waarvan de schuldigen zich buiten mij bevinden.
Er is werkelijk een wereld, of er is geen wereld. Een beetje wel wereld en een beetje geen wereld bestaat niet. Net zoals een beetje zwanger niet bestaat.

Het wordt makkelijker als ik, de denkgeest, een duidelijke keuze maak.
Als ik kies voor: jazeker er is een wereld en ik ben wel degelijk een lichaam met een brein dat denkt en er gebeurt van alles buiten mij en ik ben hier om de wereld te verbeteren en ik ben daar gelukkig mee, dan is dat prima. Wees dan gelukkig afgewisseld met ongelukkig, zoals dat werkt in een dualistische wereld, en doe wat je denkt te moeten doen, zand erover, niet meer over nadenken.

Als ik kies voor ‘er is geen wereld’ alles wat ik zie en ervaar is een projectie vanuit zonde, schuld en angst en dus ben ik nooit in onvrede om de reden die ik denk, dan zal ik alles wat ik ervaar in twijfel gaan trekken en moeten bevragen.
Mijn keuze voor ‘er is geen wereld, mijn enige bron is de denkgeest’, wordt dan mijn anker en uitgangspunt. En al mijn ervaringen worden dan herinneringen aan de enige vraag die dan gesteld kan worden door mij als waarnemende denkgeest; is dit waar of niet waar. In de zin van is dit wat ik nu ervaar een uitbeelding van mijn onveranderlijke ZIJN, of is dit wat ik ervaar een uiterlijke uitdrukking van mijn wil me juist af te willen scheiden van wat ik BEN?

Bij de keuze voor ‘er is wel een wereld, en ik ben een lichaam’ zal de wereld van de vormen: lichamen, dingen en situaties, het anker lijken te zijn, terwijl ondertussen de verborgen, geheime, en vergeten keuze voor de egodenkgeest het anker is en waarvan uit wordt gedacht en gehandeld. Maar dat zal diep weg gestopt en ‘vergeten’ blijven in het onderbewuste, en zal ik mijzelf nooit de vraag kunnen stellen is dit WAAR of onwaar, want wat ik met de ogen van het lichaam wens te zien zal dan altijd voor mij de waarheid zijn.

Het is echter wel zo, dat als ik eenmaal een vlaag van herinnering aan een Onveranderlijke Werkelijkheid heb gehad, een diep Inzicht in wat ik werkelijk Ben, ik nooit meer helemaal zal kunnen geloven dat wat mijn ogen zien de waarheid is en wat ik niet kan zien met mijn ogen, of niet kan begrijpen met mijn brein, of niet wetenschappelijk bewezen kan worden niet bestaat.
Het heeft mij zeker geholpen toch op enig moment de keuze te maken, omdat dat de richting aangaf en geeft waar ik werkelijk naar verlang en dat is terug herinneren in Waarheid.
Laat ik de keuze in het midden en wil ik eigenlijk beide, zowel ‘er is wel een wereld en ik ben een lichaam’ als ‘er is geen wereld en ik ben denkgeest’ dan zal geen enkel ‘pad’ mij werkelijk naar Huis kunnen leiden, omdat deze keuze voor beiden een dualistische keuze is en dus wel van de keuze voor de egodenkgeest kant van de denkgeest moet komen. Die maar één doel heeft: in de afscheiding blijven en dat kan alleen door de wereld tot werkelijkheid te maken, ook al overgiet ik dat met een spiritueel sausje.

Daarom is het ook zo belangrijk dat als ik werkelijk voor het ‘doen’ van ECIW kies ik de metafysica die ECIW onderwijst altijd duidelijk op de achtergrond moet hebben. Deze vertegenwoordigt immers de keuze voor ‘Er is geen wereld’:

‘Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden langs de weg die hem naar de waarheid voert. Hij zal terugkeren en weer verder gaan, of misschien een tijdje ervoor terugwijken en terugkeren eens weer’ (WdI.132.6:2-5).

%d bloggers liken dit: