archiveren

Tagarchief: keuze

Ware vergeving is het stap voor stap, steen voor steen, afbouwen van elke gedachte + projectie die geboren wordt uit de keuze voor zonde, schuld en angst welke door de egodenkgeest gebruikt wordt om in de afscheiding te blijven.
En dit afbouwen kan onmogelijk gebeuren door dezelfde (ego) denkgeest die deze muur van angst opbouwt. Angst kan alleen maar angst voortbrengen.
Het kan alleen gebeuren door dat gedeelte van de denkgeest dat het egomechanisme kan observeren, zonder zich ermee te vereenzelvigen en weet dat er een andere keuze mogelijk is, welke zich op denkgeest niveau afspeelt en praktisch gezien als ware vergeving kan worden omschreven.
En ware vergeving is:

1. Wat is vergeving?
1. Vergeving ziet in dat wat jij dacht dat je broeder jou heeft aangedaan, niet
heeft plaatsgevonden. 2Wat ze niet doet is: zonden kwijtschelden en ze
werkelijk maken. 3Ze ziet dat er geen zonde is geweest. 4En in die zienswijze
zijn al jouw zonden vergeven. 5Wat is zonde anders dan een onjuist
idee omtrent Gods Zoon? 6Vergeving ziet eenvoudig de onjuistheid daarvan
en laat het daarom los. 7Wat dan vrij is om nu de plaats daarvan in te
nemen, is de Wil van God.

2. Een niet-vergevende gedachte is er een die een oordeel velt dat ze niet in
twijfel trekt, ook al is het niet waar. 2De denkgeest is gesloten en zal niet
worden bevrijd. 3De gedachte beschermt projectie en trekt haar ketenen
strakker aan, zodat vervormingen meer versluierd en verborgen zijn, minder
makkelijk toegankelijk voor twijfel en nog verder weggehouden van
gezond verstand. 4Wat kan er komen tussen een starre projectie en het
doel dat ze als haar gewenste bestemming gekozen heeft?

3. Een niet-vergevende gedachte doet vele dingen. 2In koortsachtige actie
jaagt ze haar doel na, waarbij ze verwringt en omverwerpt wat ze als een
doorkruising van haar gekozen pad beschouwt. 3Verdraaiing is haar doel
en tevens het middel waarmee ze dat tot stand wil brengen. 4Ze doet
woeste pogingen de werkelijkheid te vermorzelen, zonder zich ook maar
enigszins te bekommeren om wat haar gezichtspunt lijkt tegen te spreken.

4. Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen
enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien
tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en
oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet
zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven
wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.

5. Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via
Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van
jouw uiteindelijk succes. 2Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie,
Hem gegeven door God. 3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven
wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de
Zoon van God.
(WdII.1 blz.404)

Het is niet de projectie (het lichaam, “anderen”, situaties, kortom de wereld), dat droomt. Het is de denkgeest die kiest voor dromen van zonde, schuld en angst. Dus projecties (het lichaam, “anderen”, situaties, kortom de wereld) zijn altijd een uiterlijke weergave van een innerlijke toestand.
En kijk ik met de keuze voor ego, wat niets anders is dan de keuze voor zonde, schuld en angst, een innerlijke toestand dus, dan zie ik de uiterlijke weergave daarvan (het lichaam, “anderen”, situaties, kortom de wereld), en denk en geloof dan dat dat de waarheid is.

Een cursus in wonderen zegt hierover:

“1. Projectie maakt waarneming. 2De wereld die jij ziet is wat jij haar gegeven
hebt, niets meer. 3Maar ook al is ze niets meer, ze is ook niets
minder. 4Daarom is ze voor jou belangrijk. 5Ze getuigt van de staat van
jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand.
6Zoals een mens denkt, zo neemt hij waar.* 7Probeer dan ook niet de
wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te
veranderen. 8Waarneming is een gevolg, geen oorzaak. 9En juist om die
reden is een rangorde naar moeilijkheid bij wonderen zonder betekenis.
10Alles wat met visie wordt bezien, is genezen en heilig. 11Niets wat
zonder dat wordt gezien, heeft enige betekenis. 12En waar geen betekenis
is, heerst chaos” (T21.In.1:1-12).

Dit (willen) doorzien is een belangrijke sleutel in het proces van terug herinneren door middel van ware vergeving.

Het grote misverstand is dat er een “ik” lichaam is dat iets doet. Een “ik” lichaam dat nu zit te typen.
Er is geen “ik” lichaam die nu zit te typen er is de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand (“the outside picture of an inward condition” (T21.In.1:5)).
Dit kan nooit ten volle meteen echt begrepen en aanvaard worden, ook al is er misschien een intellectueel begrijpen en zelfs een ogenschijnlijke bereidheid.
Er is alleen een klein beetje bereidheid nodig, van het vermoeden dat het wel eens waar zou kunnen zijn, ook al wordt het nog niet ervaren en werkelijk begrepen.
Het feit dat dit gedacht kán worden, doet vermoeden dat het mogelijk is. En dan is alleen een klein beetje bereidheid om in dat vermoeden mee te gaan voorlopig genoeg.

Het is ook een misverstand dat er een “ik” lichaam is dat een beetje bereidwilligheid kan tonen, dat is onmogelijk.
Er is alleen de bereidheid van de zich openbarende tot dan toe verborgen herinnering van de waarnemende denkgeest (de innerlijke toestand) die de waarde van zijn uiterlijke weergaven (projecties) in twijfel gaat trekken en opnieuw wil leren kijken, nu bewust vanuit de innerlijke toestand die nu in staat is tot waarnemen en beseft dat er een andere keuze gemaakt kan worden. En ja dit wordt nog steeds ogenschijnlijk ervaren door een “ik” lichaam, maar nu wordt dat gezien en ervaren als de uiterlijke weergave van de innerlijke toestand, en die innerlijke toestand is de bewustwording van dit alles van de waarnemende denkgeest, waarbij dus de denkgeest de bron is en niet de “ik” het lichaam.

Als de andere keuze dan gemaakt wordt, zal dit nog steeds lijken te gaan via de “ik” het lichaam, omdat de bron, de denkgeest (de innerlijke toestand), voor dat wat gewend is te geloven een lichaam te zijn nog totaal een abstract idee is en niet als zodanig begrepen kan worden.
Daardoor verandert de de functie van de projectie “ik” lichaam totaal.
De “ik” het lichaam op zich wordt dan niet meer gezien als de bron, maar de innerlijke toestand (de denkgeest). Een innerlijke toestand die nu herkend kan worden in de uiterlijke weergave daarvan.
En die innerlijke toestand is of angst/liefde, de dualiteit van de egodenkgeest, of de non-dualistische Liefde die nog totaal abstract is en niet gevangen kan worden in woorden zoals Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Ook de betekenis en de functie van woorden zal verschuiven van het letterlijk nemen van woorden en hun betekenis naar een symbolische betekenis, omdat ook woorden een uiterlijke weergave zijn van een innerlijke toestand, dus voor ego doeleinde of voor terug herinneren in waarheid kunnen worden (her)gebruikt.

“Strikt genomen spelen woorden helemaal geen rol bij genezing. De motiverende
factor is gebed, of vragen. Waar je om vraagt, dat ontvang je.
Maar dit verwijst naar het gebed van het hart, niet naar de woorden die
je bij het bidden gebruikt. Soms zijn de woorden en het gebed met elkaar
in tegenspraak, soms stemmen ze overeen. Het is van geen belang. God
verstaat geen woorden, want die zijn gemaakt door afgescheiden denkgeesten
om hen in de illusie van afgescheidenheid te houden. Woorden
kunnen behulpzaam zijn, vooral voor de beginner, om je te helpen concentreren
en het gemakkelijker te maken irrelevante gedachten buiten te
houden of op zijn minst te beheersen.
Laten we echter niet vergeten:
woorden zijn slechts symbolen van symbolen. Ze zijn daarom dubbel
van de werkelijkheid verwijderd.
Als symbolen hebben woorden heel specifieke verwijzingen. Zelfs wanneer
ze uiterst abstract lijken, neigt het beeld dat zich in de denkgeest aandient
ertoe zeer concreet te zijn. Als er geen specifieke verwijzing in de
denkgeest opkomt in samenhang met het woord, heeft het woord weinig
of geen praktische betekenis en kan het zodoende het genezingsproces
niet helpen” (H.21.1:1-10,2:1-3).

Het nog niet kunnen herkennen/herinneren van de totaal abstracte Liefde van God, roept heel veel (verborgen) angst/weerstand op, daar angst/weerstand het mechanisme is wat juist bedacht is om de Liefde van God te verbergen en er wat anders voor in de plaats te zetten, namelijk de innerlijke toestand en de uiterlijke weergave van de egodenkgeest die alleen maar voor angst kán kiezen.
En aangezien de bron de innerlijke toestand, in dit geval angst/weerstand, verborgen moet worden gehouden, zal alleen de uiterlijke weergave ervan als oorzaak en gevolg worden gezien en letterlijk worden genomen en op dat niveau bevochten en bestreden. Wat niet werkt, hooguit slechts tijdelijk, daar de uiterlijke weergave van de innerlijke toestand van angst (ego) alleen maar tijdelijk kan zijn in tegenstelling tot de innerlijke toestand van de zich herinnerende denkgeest, welke in contact komt met het Onveranderlijke en de uiterlijke weergave alleen zal zien als een reminder om opnieuw te kiezen. Want zoals les 5 zegt “ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”. Oftewel “ik voel (de innerlijke toestand), nooit onvrede om de reden (de uiterlijke weergave) die ik denk”.
Gevolgd verderop door wat les 34 zegt:
“Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.” Wat de keuze voor de bereidwilligheid om het “anders” te zien is.

Hoe dan ook het is nooit de “ik” het lichaam die iets doet en de bron is van alles wat ik denk en geloof te ervaren, het is altijd de denkgeest (let op, niet het brein) welke de bron is van alles wat ik denk en doe. En er zijn maar twee keuzemogelijkheden op denkgeest niveau:
1. de keuze voor angst (ego), waarbij de innerlijke toestand, de keuze voor angst, wordt vergeten en alleen de uiterlijke weergave van de verborgen gehouden angst gezien wordt en als waar wordt aangenomen.
2. de keuze voor Heilige Geest, het symbool voor de terugkerende herinnering in de aan ontwaken toe zijnde denkgeest, waarbij bewust wordt dat de onbewust gehouden keuze van de (ego)denkgeest voor angst de bron is (de innerlijke toestand), en dat wat lijkt te gebeuren in “mijn leven” de uiterlijke weergaven daarvan is en juist de ontkenning van waarheid is.

Dat (de innerlijke toestand (denkgeest)) wat “mijn leven” (een uiterlijke weergave) ervaart krijgt nu de functie van de zich bewust zijnde waarnemende/keuzemakende denkgeest die onderscheid leert maken tussen de keuze voor angst of voor Heilige Geest en nu heel bewust opnieuw een keuze kan maken.

Alleen waarheid is waar. Het kenmerk van waarheid is dat deze onveranderlijk is. Dus alles wat veranderlijk is is onwaar.
Als ik dat idee over mijn leven leg, dan is mijn leven en alle verdere leven dat ik ken en waarneem onwaar, inclusief dat wat zich “ik” noemt, want ook dat is enorm veranderlijk.

Het feit dat de gedachte er kan zijn dat alleen onveranderlijke waarheid waar kan zijn, maar dat dat kennelijk niet is wat als waar wordt aangenomen binnen onwaarheid, er vanuit gaande dus dat waarheid alleen waarheid is als het onveranderlijk is, geeft aan dat er iets anders moet zijn dan het veranderlijke wat een veranderlijke “ik” kan waarnemen.

Een ander bewijs dat er onveranderlijke waarheid moet zijn is dat de “ik” voortdurend opzoek is binnen onwaarheid, welke als kenmerk heeft veranderlijk te zijn, naar waarheid.
Dat is zoeken naar iets waar het onmogelijk kán zijn. Het zoeken op zich is dus al een onware handeling.
Waarheid kan niet gezocht worden, en niet gevonden worden door er actief naar te zoeken binnen onwaarheid.

En waarom is dat toch de belangrijkste motivatie en is elke handeling daar op gericht binnen de veranderlijke waarheid?
Omdat onwaarheid als functie heeft waarheid te verbergen. Onwaarheid moet dus actief in stand worden gehouden ten einde waarheid te verbergen. Een onmogelijke zoektocht die niet gericht is op vinden, maar juist op niet vinden, met als verborgen doel dat waarheid niet meer herinnerd mag worden.
Onveranderlijke waarheid is nu immers de grootste bedreiging voor veranderlijke (on)waarheid.
Aangezien dit hele mechanisme verborgen blijft achter een scherm van projecties, die de aandacht zeer succesvol afleiden van het doel van de veranderlijke (on)waarheid, namelijk uit waarheid zien te blijven, blijft de nu onwetende denkgeest/mind ijverig zoeken binnen de veranderlijke (on)waarheid naar waarheid, zich zogenaamd niet bewust van de onmogelijkheid ervan.

Wat doet het terug herinneren van dit vreemde onmogelijke en vooral onnodig mechanisme van het ontkennen van waarheid met dat wat de als “ik” vermomde denkgeest als zijn/haar leven is gaan zien en heeft aangenomen als waarheid?
Dat onvermijdelijke dreigende terug herinneren zal op de eerste plaats heftig ontkend worden, omdat het voelt als een rechtstreekse aanval op “mijn” waarheid. Deze ontkenning kan ook geuit worden als een schijnbaar omarmen van dit idee door razendsnel een onware versie van onveranderlijke waarheid te integreren binnen de veranderlijke (on)waarheid.
En elke keer als die zelfgemaakte waarheid toch eigenlijk ook weer veranderlijk blijkt te zijn, wat niet anders kan binnen nog steeds veranderlijke (on)waarheid, wordt deze weer aangepast, zodat het veranderlijke toch weer de schijn van onveranderlijkheid krijgt.

Een voorbeeld hiervan is dat god als iets daar buiten wordt gezien als vertegenwoordiger van de waarheid en het leven, maar dat diezelfde god als verschillend wordt gezien en ervaren en bevochten en verdedigd moet worden, onder het mom van “er is maar één god en dat is die van mij (ons)”.

Het gevolg van het onvermijdelijke terug komen van de herinnering aan onveranderlijke waarheid, is dat langzaamaan stap voor stap de schellen van de ogen vallen (van de denkgeest eigenlijk) en wordt gezien dat alles wat veranderlijk is niet waar kan zijn, omdat het veranderlijk is.
Dat betekent dat wat de “ik” “mijn leven” noemt per definitie niet waar kán zijn.

Heel begrijpelijk dat dat niet in één keer gezien wil worden, de weerstand tegen dit zien is dan ook enorm, hoewel het zich kan vermommen en ook doet in het schijnbaar juist wel willen zien, bijvoorbeeld door het enthousiast omarmen  de als “ik” vermomde denkgeest van een spiritueel pad.

De als “ik” vermomde denkgeest kan namelijk doen alsof de als “ik” vermomde denkgeest nu actief moet gaan zoeken naar waarheid wat niet lukt en zich vervolgens in een zware depressie denkt, waarbij de als “ik” vermomde denkgeest zichzelf gaat beschuldigen van het zondige besluit zich van waarheid (god) af te keren en het daardoor voorgoed verbruid heeft bij god, welke mij, de zondaar zal straffen en eeuwig zal blijven vervolgen. En wat ik verwerpelijke zondaar ook zal proberen om weer in een goed blaadje te komen bij god, ik zal me toch uiteindelijk moeten verantwoorden na mijn dood en maar hopen dat god een goeie bui heeft en mij toelaat in de eeuwigheid.
Kortom angst is nu mijn leidraad, mijn anker, mijn leermeester.

Deze angst is niet zomaar weg als in de als “ik” vermomde denkgeest begint te dagen dat het in angst leven toch eigenlijk ondragelijk is en dat er misschien toch een andere manier moet zijn, want dit kan toch niet waar zijn!?
Nee. precies dit kan niet waar zijn en is niet waar, omdat het onwaar is door de veranderlijkheid ervan. De situaties zijn niet waar of onwaar, de gedachtes die de situaties projecteren zijn onwaar, dus zijn de projecties ook niet waar.

Na het verwerken van deze eerste schokkende onthulling kan het schiften beginnen.
Stap voor stap is de denkgeest er nu klaar voor alles wat als waarheid werd gezien, nu te ontmaskeren als onwaarheid, door steeds de vraag te stellen is dit wat ik nu ervaar 100% waar of niet.
Dat zal in het begin van het proces van ontmaskeren alleen voor de schijnbaar dramatische projecties in mijn leven lijken te gelden, maar al gaande door het proces zal onvermijdelijk moeten worden aanvaard dat het voor elke gedachte geldt.
Van het meest verschrikkelijke wat gebeurt tot de kleinste bijna niet merkbare verstoring in mijn dagelijkse leven.
Tot definitief onthuld wordt dat de als “ik” vermomde denkgeest in zijn totaliteit onwaar is, van wegen zijn voortdurend en altijd veranderlijke aard.

Dit bevragen van of dat wat de als “ik” vermomde denkgeest ervaart waar of onwaar is, heeft dus niet als doel om een beter leven te maken, want dat zou weer de focus leggen op de projectie als zijnde de oorzaak en gevolg, wat gewoon weer de keuze zou zijn voor het waar maken van het veranderlijke onware.
Het doel van het bevragen is de onwaarheid van de als “ik” vermomde denkgeest te ontmaskeren.

De angst dat dit besef in één keer zal gebeuren is ongegrond, omdat de denkgeest precies dat kan denken wat het kán denken. Het is dus een geleidelijk proces, waarbij de denkgeest gedachte, voor gedachte wordt terug herinnerd door gedachte voor gedachte terug te nemen naar de bron en het daar te (ver)geven aan waarheid, in dat wat het eigenlijk van nature is: onveranderlijke waarheid.

Dus dat wat de als “ik” vermomde denkgeest heeft bedacht als vlucht voor onveranderlijke waarheid, namelijk dat wat de als “ik” vermomde denkgeest als zijn leven in een wereld ervaar, wordt nu her-gebruikt als de manier om terug te helpen herinneren in waarheid, door alles wat ik ervaar als een “ik” in mijn wereld als onwaar te zien en te vergeven.

Dit kan alleen onder leiding van een andere gids dan de gids van onwaarheid (ego), namelijk de gids van waarheid dat zich bevindt in dat gedeelte van de denkgeest dat de verbinding vormt met de herinnering aan onveranderlijke waarheid door zijn eigenschap oordeelloos te kunnen kijken naar de zelfgemaakte veranderlijke versie van onveranderlijke waarheid. En in staat is het veranderlijke te laten vergeven door de keuze te maken voor waarheid.
Met nadruk op keuze, niet op een uitvoering hiervan, omdat deze altijd weer vormgericht zal zijn en het toch weer draait om het verbeteren van de wereld en een beter leven voor de als “ik” vermomde denkgeest.

Wat ik buiten me denk en geloof te zien is altijd de projectie van wat er vanuit een schijnbaar persoonlijke denkgeest gedacht wordt.
Niets van wat de “ik” buiten de “ik” denk en geloof te zien is als schijnbaar uiterlijke vorm waar. Ik kan dus nooit in onvrede zijn om wat ik denk en geloof buiten mij te zien in iets of iemand anders.
Ik kan wel mijn aandacht van de projectie (dat wat ik als oorzaak van mijn onvrede buiten mij zie) terug nemen naar de bron van mijn onvrede, die zich in “mijn” denkgeest bevindt.
Daar aangekomen vraag ik altijd hulp aan iets anders dan dat wat projecteert (de keuze voor egodenken), namelijk dat wat oordeelloos kan kijken, de keuze voor Heilige Geest en of Jezus, oftewel vanuit Juist-gericht denken. Dat is een keuze gemaakt vanuit de keuzemakende/waarnemende denkgeest positie.

Vanuit die oordeelloze post kijk ik naar alles wat zich lijkt af te spelen buiten mij, precies zoals het zich voor lijkt te doen met alles wat er bij hoort aan emoties en gevoel. Ik verander er niets aan, ik hou niets achter ik kijk alleen naar alle weerstand.
Want weerstand is wat ik zie uitgebeeld als ik eerlijk en oordeelloos naar mijn projecties kijk. Of ze nu liefdevol of haatdragend zijn, als ik mijn projecties zie als de oorzaak van wat ik voel dan heb ik voor afscheiding/weerstand (van Eenheid, Waarheid, Liefde, God) gekozen en de uitbeelding van de keuze voor afscheiding is wat ik denk en geloof te zien.

Ik voel nooit eerst de rechtstreekse verdediging/weerstand tegen Eenheid, Waarheid, Liefde, God, want dat is onder leiding van het egodenken onmogelijk geworden, omdat het egodenken juist ervoor is om dat te doen laten vergeten, zodat de bron van mijn onvrede geheel achter de sluier van vergetelheid is verdwenen en nu dat wat zich buiten mij lijkt te bevinden als oorzaak wordt gezien. Een rechtstreekse confrontatie met de onderliggende angst en weerstand tegen Eenheid, Waarheid, Liefde God, wordt dus door het ego vertaald/geprojecteerd in een meer handelbare verdraagbare vorm, zodat het nu lijkt dat er een “ik” is die nu volledige macht en autonomie heeft over alles wat ervaren wordt.

Als ik echter bereid ben om terug te gaan naar de bron (de denkgeest) en eerlijk leer kijken naar al mijn gedachten, olv Oordeelloosheid (HG/J) zal ik leren door de (ego) angst (verdediging/weerstand) heen te gaan en de confrontatie aan te gaan met de daaronder liggende angst/weerstand tegen Eenheid, Waarheid, Liefde, God.
Nogmaals dit is onmogelijk olv het egodenken, en alleen mogelijk olv Heilige Geest/Jezus, dus het oordeelloze denken. Dit is een keuze, niet een “doen” maar een keuze.

Ik hoef niets te veranderen aan wat zich af lijkt te spelen buiten mij, zeg maar wat zich op het filmdoek (de situatie) afspeelt. Dat is niet mijn werkelijke functie. Mijn functie is nu, alles wat zich lijkt af te spelen buiten mij te gaan leren zien en accepteren als vergevingsmateriaal en vergevingskans, en het proces te volgen zoals hierboven beschreven.

Het grote verschil tussen voor ego leiding of voor HG leiding kiezen is dat voor ego kiezen altijd de drang met zich mee brengt dat er iets buiten mij moet veranderen zodat ik me beter zal gaan voelen in een meer plezieriger wereld. Voor HG/J leiding kiezen is oordeelloos naar de keuze voor ego leiding en de gevolgen daarvan kijken, deze terug te nemen en te vergeven en me niet meer op de eerste plaats te bekommeren op een uitkomst in enige vorm buiten mij.

Het vertrouwen zal dan groeien dat alles gebeurt precies zoals het gebeurt en niet meer als oorzaak gezien zal worden van mijn onvrede. Het vertrouwen van volledig terug herinneren in denkgeest en vrij te leven vanuit Inspiratie. En leven vanuit Inspiratie is precies weten wat te doen in elk gegeven situatie die nog binnen het ervaren ervaren wordt. Dat is de betekenis van de gelukkige droom. Niet op vorm geluk buiten een mij in een wereld gericht, maar op de totale innerlijke vrijheid van de nu genezen denkgeest.

Er is geen wereld welke ziek is of niet deugt, het is denkgeest die ervoor gekozen heeft zich af te scheiden van Eenheid, Waarheid, Liefde, God. En aangezien dat een onmogelijk ziek idee is, voelt de denkgeest die dit nu voortdurend projecteert zich ziek, ongelukkig, boos enz. en lijkt er een wereld te bestaan die ziek is en niet deugt.

Vandaar dat les 5 in het Werkboek echt een sleutel les is:
“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5)

 

Alleen als ik oordeelloos kijk, vanuit mijn niet op oordeel en veroordelende uit zijnde observerende denkgeest positie, alleen dan kan ik het denksysteem van de keuze voor het ego denksysteem doorzien en begrijpen. Elk veroordelend oordeel wat ik weer zie voorbij komen in mijn denken, is opnieuw kiezen voor het ego denksysteem. Door er oordeelloos naar te leren kijken, wordt ik mij ervan bewust dat het een (bewuste) keuze is met welk denksysteem ik wens te denken.
Hoe en wat ik denk lijkt een automatisme, maar eigenlijk is wat en hoe ik denk een gevolg van training van de denkgeest bepaalde denkpatronen te volgen. De denkgeest functioneert zoals deze geconditioneerd is.

Zodra de geest zichzelf als iets anders ‘denkt’ dan alleen geest te zijn, begint de droom van afscheiding. De geest blijft geest, maar droomt nu iets anders te zijn dan geest, iets wat het tegenovergestelde van geest uitbeeldt dankzij het idee van afscheiding. Wat één lijkt nu twee en dat kan alleen als één zich lijkt te kunnen opsplitsen in iets wat tegenovergesteld is aan elkaar; dualiteit is geboren.
Elke volgende gedachte wordt nu geboren uit dit idee van dualiteit en kan niets anders dan dualiteit uitbreiden.

“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.
Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat” (T27.VIII.6:2-5).

Echter, de ware aard van de geest, non-dualistische Eenheid is niet verdwenen, de herinnering aan Eenheid huist nog steeds in de geest die droomt van de mogelijkheid van afscheiding.
Uiteindelijk, als blijkt dat afscheiding niet kán werken, dat Eenheid nooit echt twee kan worden, dat Waarheid nooit werkelijk onwaarheid kan worden, dan wordt de herinnering aan onveranderlijke Eenheid zo sterk, dat de gedachte opkomt vanuit de herinnering die nog steeds aanwezig is in de denkgeest; “er moet een andere manier zijn”.

De denkgeest die de herinnering aan de verbinding met Eenheid weer toelaat zal deze gedachte projecteren op een wijze die de nog in de droom gelovende denkgeest kan begrijpen. De herinnering zal altijd afgestemd zijn op wat de nog dromende denkgeest kan begrijpen. Daardoor lijkt de herinnering zich dan ook op een ‘persoonlijke’ manier te manifesteren binnen ruimte en tijd.

De herinnering lijkt uit de persoonlijke projecties (lichamen dus) te komen, maar aangezien er nog steeds alleen maar geest is, komt de herinnering uit de denkgeest die zich wil herinneren. Anders gesteld, de waarnemende, keuzemakende denkgeest is het eerste deel van de dromende denkgeest wat ontwaakt en stap voor stap leert de droom te observeren en te overzien en vooral leert dat de keuze voor het ego denksysteem, de keuze is voor afscheiding en dat daar het ‘probleem’ ligt en niet in de wereld van de projecties.
De wereld van de projecties verandert nu van functie; van oorzaak en gevolg zijn, naar een reminder zijn voor de ‘andere’ keuze, namelijk de keuze voor het terug herinneren in de geest, daar waar de bron van oorzaak en gevolg ligt en waar opnieuw de keuze kan worden gemaakt nu voor Eenheid, in plaats van voor afscheiding.

Bewustwording betekent ook bewust worden van het feit dat alles wat gedacht wordt voortkomt uit een keuze. Niet de keuzes die een ik lijkt te maken op vorm niveau, dus niet de keuze die ik het lichaam maak voor het ziek worden van het lichaam, of ik het lichaam dat kiest voor arm te zijn of rijk, of voor falen of geluk, of succes of voor wat dan ook in enige vorm, maar dat alles wat een ogenschijnlijk ik denkt en gelooft te ervaren een keuze is van de denkgeest die kiest voor te geloven in zonde, schuld en angst en dit projecteert, ogenschijnlijk buiten zichzelf, zodat dit ‘nietig dwaas’ idee heel serieus genomen wordt en als werkelijk wordt gezien.

Bewustwording betekent bewust worden van het in bovenstaande alinea beschreven, onbewust gehouden, ego denksysteem van afscheiding en zich de mogelijkheid herinneren een andere keuze te maken, vanuit de langzaam ontwakende en bewust wordende denkgeest die tot oordeelloos observeren in staat is.

En vervolgens vormt Ware Vergeving van al die onbewust gehouden afscheidingsgedachten, die nu via de waarnemende/keuzemakende denkgeest in het bewustzijn aan het licht mogen komen, de stap voor stap weg terug naar het herinneren in de onveranderlijke Eenheid van de Geest.

 

 

De egodenkgeest is dat gedeelte van de denkgeest dat voor afscheiding kiest.
Er wordt niet gekozen voor een bepaald persoonlijk script, er wordt gekozen voor afscheiding en die keuze wordt geprojecteerd als een projectie (te vergelijken met een film) die eruit ziet als een persoonlijk verhaal of droom. Die ene keuze gemaakt door de ene egodenkgeest is altijd dezelfde keuze; die voor afscheiding van Eenheid, Waarheid, God, Liefde. Dat het  ervaren wordt als een persoonlijk leven door een persoon en dat x 6 miljard is een verder gevolg van de wil tot afscheiding die men in de projecties uitgebeeld ziet.
De oorzaak van de eerste stap tot afscheiding uit Eenheid, wordt uit de denkgeest gewist, en daardoor wordt de oorzaak van de tweede stap tot afscheiding (een geprojecteerd leven) ook gewist en vergeten.
Resultaat: één denkgeest die nu alleen nog maar kan denken in afscheiding en zichzelf als één persoon met een persoonlijk leven ziet te midden van anderen met een persoonlijk leven. Een en al afscheiding, dat moge duidelijk zijn, als je het wil zien dwars door de ontkenning, het gelijk willen hebben en angst heen.
De weg naar het terug herinneren kan daarom alleen geschieden door het pad van het vergeten terug te wandelen, waardoor het vergeten stap voor stap wordt vergeven en terugkeer in herinneren het onvermijdelijke gevolg is.
Het is misschien wel ‘lekker’ de hele tijd beelden te maken van het totale abstracte en een Eenheid, Waarheid, Liefde, God, te verbeelden, maar dat is weer gewoon een vorm van projectie wat altijd probeert dat wat Een is en voor ons aan vergetelheid lijdende denkgeest iets abstracts is, de afscheiding in te slepen en dan net doet of dat ‘ontwaken, verlichting’ is.
Het is gewoon weer een afleiding van de aan afscheiding lijdende denkgeest, wat wel tijdelijk even ‘lekker’ voelt, maar niets anders is dan het lekker voelen na het gebruik van drank, drugs, seks, eten of wat dan voor ‘lekkers’ dan ook.
(ps: het is niet fout, maar het is niet als vorm een uiting van wat gedacht wordt dat het is; verlichting/ontwaken)

Daarom legt ECIW zo de nadruk op het leren oordeelloos te kijken, en daardoor te herkennen, onderkennen en ervaren van wat de keuze voor afscheiding inhoudt, door elke egogedachte +  projectie heel bewust te gaan herkennen. En dat kan alleen als werkelijk ervaren en gevoeld gaat worden wat een pijnlijke keuze, de keuze voor afscheiding eigenlijk is, en dat dat de oorzaak is van alle lijden en niet wat er in de wereld lijkt te gebeuren. Dan zal de onvermijdelijke keuze kunnen worden gemaakt; “nee, dit wil ik niet meer, er moet een andere manier zijn”. Niet door het ontkennen van een wereld, mijn leven, mijn lijden en pijn, en dat van anderen, maar er doorheen te gaan, aan de hand van ‘de andere keuze’; die voor het pad van terug herinneren in Eenheid, Waarheid, God, Liefde, in ECIW voorgesteld als de symbolen Heilige Geest en Jezus, symbolen voor oordeelloos kijken.

En nee, dat is niet comfortabel en dat is vaak de reden waarom men liever niet wil kijken naar alle ego uitingen en projecties van de egodenkgeest en liever God, Waarheid, Eenheid, Liefde de wereld van de projecties in sleept. Niet om redenen die men denkt, namelijk om een prettiger gevoel te krijgen, maar om het ‘vergeten’ voort te zetten en het totale abstracte: God, Waarheid, Eenheid, Liefde, juist buiten de deur te houden, door er een eigen ego versie van te maken.
Ook deze strategie van de egodenkgeest onderkennen en herkennen is onderdeel van het proces van terug herinneren in Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Alle twijfel gedachtes komen van die waarnemende denkgeest ‘plek’ waar de keuze is gemaakt voor afgescheiden (ego) denken, maar is tegelijkertijd de ‘plek’ die de mogelijkheid in zich draagt ánders te kiezen. En dan heb ik het niet over de keuze links of rechts te gaan, dit/dat/iets wel of niet te doen in welke vorm dan ook, maar over de keuze voor afscheiding (ego) te kiezen of voor het pad in te gaan wat leidt naar terug herinneren in Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Dat kan, als ik daarvoor kies, de nieuwe functie worden van alle vormen van angst, zoals twijfelen, minderwaardigheid, overmoed enz. enz.  een eindeloze lijst.

Als ik ergens over twijfel, schijnbaar over iets in de vorm; zal ik wel of niet dit of dat doen, gepaard gaande met gevoelens van zorg, schuld, angst enz, dan zeg ik sowieso ‘ik weet het niet’, en neem de gedachte + projecties terug, vergeef deze (ik weet immers in middels dat wat er lijkt te gebeuren in de vorm een projectie is vanuit de keuze voor angst, dus een waanbeeld) en kies nu, deze keer bewust voor ‘Heilige Geest’, het symbool voor dat gedeelte van de denkgeest, dat niet standaard vlucht in de vorm, zoals de keuze voor het egodenken doet, maar de projectie her-gebruikt, niet door deze te veranderen, maar te zien voor wat het is en als poort gebruikt terug te herinneren in Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Dat is de betekenis van ‘ik hoef niets te doen’, ik hoef niet de vorm te veranderen in een ‘betere’ aangenamere versie, ik hoef alleen mijn denken erover te laten veranderen, door al mijn waanideeën te vergeven. De ‘film’ die ik mijn leven noem, draait gewoon door, maar krijgt nu een totaal andere functie.
En vergeet niet dat het nooit het lichaam is dat kiest, maar altijd de bron van alle denken, de denkgeest (mind). Het lichaam is altijd een projectie van de denkgeest, niets meer en niets minder.

 

Laat ik eerst even stellen dat alle zogenaamde valkuilen die we hebben gemaakt vanuit ego (vanuit het geloof in zonde, schuld en angst) op de eerste plaats gemaakt zijn als behulpzaam middel voor de ego kant van onze denkgeest om in afscheiding te blijven, ook al klagen we steen en been als we weer in zo’n valkuil, die we echter niet als zodanig herkennen, en ervaren als geheel buiten onze ‘schuld’, of door onze eigen stomme ‘schuld’, zijn gestapt.

Pas als we dit mechanisme herkennen, onderkennen en bereid zijn dit oordeelloos te observeren, opent zich de mogelijkheid “er anders naar te kijken”, dat wil zeggen met de Heilige Geest en of Jezus, beide symbolen voor de nog altijd bestaande verbinding, die nooit is weggeweest met dat wat we zijn, één in Eenheid, Waarheid, Liefde, God.

De uitspraak “er moet een andere manier zijn” zal door de ego kant van de denkgeest (want die doet altijd mee, zit verpakt in elke gedachte) geïnterpreteerd worden als er moet een betere manier zijn om mijzelf als lichaam in dit bestaande probleem wat ik tegenkom in mijn leven, beter te voelen.
Het ego is altijd vorm gericht, en vorm gerichtheid is altijd de valkuil waar de egodenkgeest voor kiest, zonder bewust daarvoor te kiezen, het doet gewoon wat het doet en dat is vormgericht zijn het kan niets anders, het ego kan niets anders kiezen. Het ego kan niet anders dan geloven dat mijn geluk afhangt van wat er buiten mij en met mij als lichaam gebeurt.

Hoe merk ik dat ik voor de egokant van de denkgeest heb gekozen? Door bijvoorbeeld te verwachten dat als ik vergeef de vorm zal veranderen, dus de “fout” zal veranderen, de schuldige buiten mij zal veranderen, of dat ik die schuldig is zal veranderen.
En dan kan het gebeuren (daar kan je op wachten), dat je ijverig bijvoorbeeld een pad als ECIW doet, ik me nog steeds ongelukkig voel, nog steeds boos wordt, de dingen nog steeds niet gaan zoals ik wil, en denk “zie je wel, die Cursus werkt niet”.
En dat klopt “die Cursus” doet niets, want ook “die Cursus” is niet iets buiten mij die dingen kan veranderen, die anderen en mij kan veranderen dmv “een vorm wonder”.
Het enige wat ik dan dus doe is ECIW “doen” onder leiding van mijn (onbewuste, onbewust als bescherming) keuze voor de egokant van de denkgeest, die alles “buiten mij” plaatst.

Ik kan dat “me nog steeds ongelukkig voelen” ook weer verbergen achter spiritueel ego denken/gedrag en doen alsof ik me beter voel en dat alles beter gaat door me totaal te dissociëren van wat er in de vorm aan de hand lijkt te zijn, en daar zelf een spirituele ego variatie vorm van te maken. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door de symbolen Jezus en of de Heilige Geest (beide symbolen voor de herinnering aan onveranderlijke Eenheid) mijn wereld in te slepen en ze de opdracht te geven mijn problemen in mijn leven op te lossen (alsjeblieft, dankuwel). Ik plaats dan weer deze “hulpbronnen” buiten mij, de valkuil van het egodenken.
Het kan dan lijken alsof mijn bijvoorbeeld lichamelijk problemen zich hebben opgelost, door iets buiten mij (een vorm-wonder) terwijl wat er ‘gebeurt’ is dat de egodenkgeest zijn trukendoos heeft gebruikt, zoals een illusionist ook dingen lijkt te kunnen doen laten verdwijnen of veranderen.

Ja, de lichamelijke problemen kunnen zijn verdwenen, en dat is best prettig, maar juist die gedachte is een illusie, omdat het zogenaamde probleem helemaal niet gelegen is in wat voor vorm (lichamelijk of in iets) dan ook. Er is alleen denkgeest die denkt en kan denken via egodenken (vormgericht) of via HG/J denken, denkgeest gericht.
Dan doemt de volgende valkuil alweer op, door misschien te denken dat lichamelijke genezing dan wel ‘fout’ moet zijn.
Elke gedachte die de gedachte van “fout/goed” (vormgericht) in zich heeft kan niet anders dan afkomstig zijn van de keuze voor egodenken. En ook dat is niet “fout/goed”, maar gewoon het egomechanisme wat niet anders kan dan denken zoals het geprogrammeerd is en dat is denken in goed en fout, geheel gericht op vormen buiten “mij”, een lichaam. Genezing van het lichaam is niet “fout/goed”, maar slechts tijdelijk en veranderlijk, omdat alles wat vormgericht is en buiten mij lijkt te zijn, uiteindelijk maar één doel heeft, ook al kan het tijdelijk uitgesteld worden: de dood.

Laat duidelijk zijn dat wat ik hier beschrijf allemaal eerst ervaren moet worden alvorens ik echt kan doorzien wat het betekent “de andere keuze” te kunnen maken.
En ja het kan ook eerst een tijdje in een theoretisch/intellectueel doorzien blijven hangen, maar ook dat is niet voldoende, want ook dat is een vorm van dissociëren, een “veilig” heenkomen kiezen uit die akelige, pijnlijke ervaringen. Alleen in en door de ervaring, en tegelijkertijd observerend van boven het slagveld, kan de keuze voor “er moet een andere manier zijn” gemaakt worden. En die andere manier is dan kiezen voor “het andere denken”, denken vanuit dat gedeelte van de denkgeest die er nu bewust voor kiest zich verbonden te voelen met Eenheid, Waarheid, Liefde, God, en daartoe de hulp inroept van de verbinding daarmee: de symbolen Heilige Geest en of Jezus, of een ander symbool dat voor totale liefdevolle oordeelloosheid staat.
Het denksysteem van het egodenken wordt daarmee niet vernietigd, ontkent, of omarmt, maar meer als neutraal gezien, niet instaat zijnde mijn terugkerende herinnering aan Eenheid, Waarheid, Liefde, God te vernietigen.

Dus als ik mij ondanks dat ik ECIW denk te ‘doen’ zoals ik denk dat het heurt, en ogenschijnlijk zelfs in de vorm alles heb wat mijn hartje begeert, me toch nog ongelukkig, boos, of hyper voel, dan heeft dat niets te maken met of een gekozen pad zoals ECIW wel of niet werkt, maar met de mate van mijn bereidheid werkelijk te kiezen voor “er moet een andere manier zijn”.
En kan dit me ongelukkig enz. voelen een reminder worden voor “de andere keuze”. En wordt alles wat ik als mijn leven ervaar een spiegel die mij mijn werkelijke keuzes laat zien, elke keer als ik iets ervaar.

Ik hoef helemaal niet blij te zijn met de leugen die mij zegt dat we hier in dit lichaam op deze aarde zijn, zoals Nicolien Gouwenberg zo mooi beschrijft in een artikel, “Een gelukkige leerling” in het nieuwste MIC Magazine. Deze gedachte weerspiegelt prachtig de keuze voor “er moet een andere manier zijn”.

Een cursus in wonderen is een van de vele paden die niets meer of minder de reflectie zijn en uitbeelden van de herinnering aan Onveranderlijkheid die onveranderlijk nog altijd aanwezig is in elk schijnbaar afgescheiden stukje denkgeest. De herinnering kan alleen herinnerd worden als de denkgeest die voor veranderlijkheid heeft gekozen binnen het Onveranderlijke er aan toe is en bereid is de herinnering aan het Onveranderlijke weer toe te laten, en al het veranderlijke weer terug te laten keren middels ware vergeving in het Onveranderlijke, omdat aanvaard wordt dat niets het Onveranderlijke werkelijk kán veranderen naar een staat van veranderlijkheid.

Als dat proces van terug herinneren aanvaard wordt dan wordt alles wat veranderlijk is omgekeerd tot hulpmiddel weer terug te herinneren in het Onveranderlijke.
Dat doel is universeel de paden die ernaar toe leiden en de middelen die daarbij behulpzaam kunnen zijn, zijn divers en individueel.
Daarom is een pad als Een cursus in wonderen en elke andere methode een leermiddel wat nodig is zolang het proces van (ont)leren nog bezig is, daarna heeft het geen functie meer.
Het is niet de bedoeling dat een methode die bedoelt is terug te herinneren in het Onveranderlijke dezelfde functie krijgt als dat wat moet worden (ont)leert op het niveau van het veranderlijke, door er bijvoorbeeld iets speciaals als; het enige ware pad van te maken.
Dan krijgt de methode, het pad, gewoon weer de status van het veranderlijke. En veranderlijkheid moet of verdedigd of aangevallen worden.

Het is dus vooral zaak alert te zijn en blijven op de voortdurende weerstand van het veranderlijke, wat veranderlijk wil blijven, door dat wat het Onveranderlijke vertegenwoordigt het veranderlijke binnen te lokken, waardoor het Onveranderlijke niet verdwijnt of verandert, maar wel wordt geblokkeerd.

Mocht dit allemaal abstract klinken, pas het dan gewoon toe op jezelf en observeer hoe de ‘ik’ voortdurend probeert alles te veranderen door het beter maken of slechter (dat maakt voor het veranderlijk ego niet uit) van alle vormen die we in ons eigen leven ervaren en denken en geloven dat we dat zijn. En kijk dan of je wilt gaan zien dat al dat beter of slechter maken helemaal niet gaat om het beter of slechter maken van allerlei vormen en ervaringen, maar slechts één doel heeft; in het veranderlijke te blijven en uit het Onveranderlijke.
En kijk naar de weerstand die dit oproept, ook de weerstand is niet wat het lijkt.
Weerstand is het domein van het veranderlijke en helpt het veranderlijke in stand te houden, een andere functie heeft het niet.

Welke methode men ook kiest of niet kiest het terug herinneren in het Onveranderlijke is onvermijdelijk, omdat alleen het Onveranderlijke IS.
En daarom heeft het geen enkele zin om welke methode dan ook aan te vallen en of te verdedigen, want dat zegt alleen: “nee, ik wil gelijk hebben dat alleen het veranderlijke bestaat en dat wil ik niet, nooit, never opgeven.”
Dat zou in ieder geval een heel eerlijke observatie zijn, waarna de keuze gemaakt kan worden of ik dat echt meen en wil, of dat het het begin is van het willen terug herinneren in het Onveranderlijke…

%d bloggers liken dit: