archiveren

Tagarchief: identificatie

…:”De Godsherinnering komt tot een denkgeest in rust”(T23.I.1:1)
“The memory of God comes to the quiet mind” (T-23.I.1:1)
lees ik.
Dat verklaart meteen waarom het onmogelijk is “zelf” de denkgeest tot rust te brengen.
Het zelf doen, betekent altijd het ego-zelf doen, wat hetzelfde is als zelf sabotage. Want het ego gebruikt de chaos en de herrie van de denkgeest juist om te voorkomen dat er zoiets als een “Godsherinnering in de denkgeest in rust” kan ontstaan, want dat betekent einde ego.
En ja, we kunnen de denkgeest trainen rustiger te zijn, door allerlei technieken toe te passen, maar dat resulteert vaak alleen in het veranderen van de egodenkgeest in een “verbeterde” versie, maar het blijft de egodenkgeest, die de egodenkgeest behandelt. Gevalletje van het verzetten van de dekstoelen op de Titanic: zinloos.
Let wel daar is niets mis mee, er is niets mis met het ervoor zorgen dat je leven tijdelijk wat draaglijker wordt, maar dat is niet wat ECIW ons aanbiedt. ECIW gaat over het terug herinneren van het Onveranderlijke, Eeuwige, dmv vergeven van alles wat veranderlijk is (de ondraaglijkheid en de tijdelijke draaglijkheid van het leven), waardoor vanzelf het Onveranderlijke Ene, de “Godsherinnering” overblijft.

De denkgeest “zelf” tot rust brengen kan niet, hooguit tijdelijk, wat wel kan en verder voert dan tijdelijk, is te kijken (samen met de Juist gerichte denkgeest J/HG) naar alle onrust (groot en klein en alles daar tussen) die ik waarneem in mijn denkgeest en deze vergeven. Dat is het enige middel dat de denkgeest werkelijk tot rust kan brengen en de “Godsherinnering” weer zal doen terug herinneren.
En dat “kijken” kan altijd en overal, zowel midden in het heetst van de strijd, op je meditatiekussentje, krukje in een grot bovenop een berg, lopend op straat, midden in de drukte van de stad, in de buurt super, in een rustig bos, midden op zee, gewoon thuis op de bank, in je bed, in bad, in de tuin, tijdens je werk, in de auto, in de file, op de fiets, eindeloos veel mogelijkheden waarin ik de keuze kan maken voor totale identificatie met de herrie van het egodenken of kan kiezen voor kijken samen met HG/J vanuit de rust van boven het slagveld te worden getild en vanuit dit allesomvattende overzicht de vergissing wordt gezien en kan worden vergeven waarna de Godsherinnering heel natuurlijk zal worden herinnerd.

 

“Jij die hebt getracht te leren wat je niet wilt, vat moed, want ook al is het
leerplan dat jij zelf hebt opgesteld zonder meer deprimerend, het is als je
ernaar kijkt alleen maar belachelijk. Kan het zijn dat de manier om een
doel te verwezenlijken erin bestaat het niet te bereiken? Neem nu ontslag
als je eigen leraar. Dit ontslag zal niet tot depressiviteit leiden. Het is
enkel het gevolg van een eerlijke evaluatie van wat jij jezelf hebt onderwezen,
en van de leerresultaten die daaruit voortgekomen zijn. Onder de
juiste leeromstandigheden, die jij noch verschaffen noch begrijpen kunt,
zul je een uitstekende leerling en een uitstekende leraar zijn. Maar zover
is het nog niet, en zover zal het pas komen wanneer de hele leersituatie
zoals jij die hebt opgezet, wordt omgekeerd” (T12.V.8:1-7).

Dat is het: “Neem nu ontslag als je eigen leraar”.
Een waar Eureka moment. Plots dringt pas echt weer door wat dat betekent, nadat één van mijn zelfbedachte rollen weer eens onhoudbaar werd.
De “ik” die ik denk en geloof te zijn hier in een wereld in een lichaam is een (ego) leermiddel dat door mij als (ego) “leraar” wordt gebruikt om mijzelf te onderwijzen dat ik een lichaam ben in een wereld. Ook alle rollen die de “ik” in dat lichaam denk te spelen zijn mijn eigen (ego) leer en onderwijs materiaal.
En wat leren en onderwijzen mij die rollen die ik speel op het toneel welke ik, de acteur en auteur, mijn leven noem? Ze leren mij dat zonde, schuld en angst waarheid zijn en dat geboorte, pijn, lijden, angst, woede, aanval, verdediging, ziekte, tijdelijke blijheid, tijdelijk geluk en de dood mijn natuurlijke staat zijn.

De “ik” die ik denk en geloof te zijn in een lichaam in een wereld, bestaat bij de gratie van het geloof in dat ik mijn rollen ben. Ik geloof dat ik een mens ben, vrouw ben, getrouwd ben, een moeder ben, een zus, een dochter, een schoonzus, een tante, een vriendin, een vijand, een kennis, een buurvrouw, een inwoner van Soest, een Nederlander, een aardbewoner enz.
Allemaal rollen die ik met een afwisseling van plezier en tegenzin speel.

Zolang er deze identificatie is met deze rollen in dit lichaam in deze wereld, zal het dat zijn wat ik leer en onderwijs.
Dat is nu echt eens en voor altijd duidelijk.
Dat het nu echt duidelijk is, is te danken aan een plotselinge kanteling van het leer en onderwijs proces:

“Onder de juiste leeromstandigheden, die jij noch verschaffen noch begrijpen kunt,
zul je een uitstekende leerling en een uitstekende leraar zijn. Maar zover
is het nog niet, en zover zal het pas komen wanneer de hele leersituatie
zoals jij die hebt opgezet, wordt omgekeerd” (T12.V.8:6-7).

Dat wat eerst een onhoudbare situatie leek te zijn, waarbij de pijn en het lijden tot uitzichtloze, onhoudbare hoogte opliep, sloeg plotseling om in werkelijk behulpzaam leer en onderwijs materiaal. En werd het besluit genomen nu echt ontslag te nemen als mijn eigen leraar.
Want als alles wat ik als gelovend een lichaam te zijn in lijden eindigt afgewisseld met kortstondige geluksmomentjes, en dit zo langzamerhand nu echt onhoudbaar wordt, moet ik me wel vergissen in wat ik mezelf heb aangeleerd en onderwezen over wat ik ben.
Ik neem ontslag van al mijn rollen, ik schrijf mijzelf uit, uit het ego’s casting bureau. Ik verklaar mijn ego’s casting bureau failliet.
Er is nu vrijheid en ruimte om te leren en te onderwijzen wat Werkelijk is, waarbij mijn voorheen ego rollen, zolang ik nog denk en geloof te ervaren, een andere functie krijgen, maar nu onder leiding van HG/J, welke de symbolen zijn voor de brug naar het terug herinneren in Waarheid.
Dat betekent in de praktijk, dat ik alles wat ik dacht dat bij de rollen die ik speelde hoorde, dus wat hoorde bij: vrouw zijn, echtgenoot zijn, dochter zijn, vriendin enz. enz eindigend in dood zijn, vergeef en overdraag (ver-geef) aan deze herinnering aan wat “ik” werkelijk ben, zonder dat zelf in te vullen, en zonder er mijn eigen oude verwachtingen op te projecteren.

“Doe eenvoudig dit: wees stil en leg alle gedachten terzijde over wat jij
bent en wat God is, alle ideeën die je hebt geleerd ten aanzien van de wereld,
alle beelden die je hebt van jezelf. Maak je denkgeest leeg van alles
waarvan hij denkt dat het waar of onwaar, goed of slecht is, van iedere gedachte
die hij waardevol acht en van alle ideeën waarvoor hij zich
schaamt. Houd vast aan niets. Breng geen enkele gedachte met je mee die
het verleden je heeft geleerd, en geen enkele overtuiging die je vroeger
ooit aan wat ook hebt ontleend. Vergeet deze wereld, vergeet deze cursus,
en kom met volkomen lege handen tot jouw God”(WdI.189.7:1-5)

“De Hemel zelf wordt bereikt met lege handen en een open denkgeest, die
met niets komt om alles te vinden en er als het zijne aanspraak op te
maken” (WdI.133.13:1).

En zoals zo vaak komt bij het opschrijven van deze gedachten een liedje naar boven drijven en wel van Ramses Shaffy:

De wereld heeft mij failliet verklaard

De denkgeest die even de onmogelijke gedachte leek te denken dat er buiten Eenheid misschien toch nog ‘iets’ is. Wat meteen duidelijk maakt dat het ook onmogelijk is dat er een denkgeest is die dit kan denken, laat staan waarmaken. Wat vervolgens ook weer bewijst dat wat een ik (de denkgeest) lijkt te denken, geloven, projecteren ook onmogelijk is.
Hoe illusionair wil ik het verder nog hebben?

Dus wat dit zit te denken en te schrijven is een onmogelijke gedachte welke een onmogelijke projectie projecteert.
Hier kan de denkgeest die in deze waanzinnige opstelling gelooft en sterker nog denkt en gelooft dit te zijn, absoluut niet bij.
‘Ik’ ben/is onmogelijk.
Dat wat nu denkt… huh???, maar als ik in m’n arm knijp voel/ervaar ik echt wel ‘au’ is niets meer of minder dan een verdedigingsgedachte en heeft niets met ‘au’ te maken.
Binnen de (on)mogelijkheid tot begrijpen binnen dit (onmogelijke) gedachte concept kan dit min of meer duidelijk gemaakt worden door ‘mijzelf’ als de dromer van de droom te zien, als de denkgeest die droomt méér te kunnen zijn dan Eén.
Ook dat past niet binnen Eén, dus kan ook niet ‘Waar’ zijn, maar wel worden gedroomd, kennelijk.
Dat lijkt zo, maar is nog steeds niet waar, want het valt buiten Eén, wat precies ook de bedoeling is.
Wat dit dus allemaal zit te denken en te typen is niets anders dan de Herinnering aan Eén zijn, daar Eén nooit kan verdwijnen, zelfs niet als dat ‘gedroomd’ wordt.
En die Herinnering is nu precies de enige manier om terug te herinneren in Eén.
En als ik, de zich herinnerende denkgeest, deze sleutel gedachte toelaat zullen alle gedachten/projecties (niet losstaande vormen, maar projecties!) in dienst gaan staan van dat stukje zich terug herinnerende denkgeest.
Zo kan het zgn Hulp vragen en het onder leiding stellen van Heilige Geest en of Jezus in plaats van onder leiding van ego, zoals dat in de Cursus wordt beschreven misschien beter begrepen worden als de bereidheid van het los willen laten van een ‘persoonlijke’ (dus afgescheiden) identificatie als een lichaam dat Annelies wordt genoemd = een ego idee, naar tijdelijk als overbrugging het aannemen van de identificatie met HG/J of een ander symbool wat staat voor oordeelloze Liefde, totdat volledig Herinneren klaar is.
Dat is wat ECIW met kijken Met Jezus en of de Heilige Geest wordt bedoelt het is het Herinnerings-antwoord op kijken met het lichaam Annelies=ego.

Binnen het onmogelijke dat nooit gebeurt kan zijn is deze brug van herinneren, die er altijd is, juist omdat Eén onmogelijk kan verdwijnen, de enige mogelijkheid, die ‘ik’ die zich wil herinneren, heeft om terug te herinneren in Eén.
Een onvermijdelijke brug-herinnering die onvermijdelijk herinnerd zal worden, want nogmaals als er alleen Eén is, is iets anders dan Eén onmogelijk, hoe groot de weerstand ook mag zijn dit te willen herinneren.

En dit alles kan niet afgedwongen, maar ook niet volledig worden ontkend, want dat laat alleen zien dat de denkgeest er nog niet aan toe is dit onder ogen te zien. Maar een klein beetje bereidwilligheid en er een beetje aan toe zijn, zet het mechanisme van terug herinneren in beweging en dan rest er alleen Vertrouwen in het hele proces, meer valt er niet te doen aan het onvermijdelijke terug herinneren in Eén.

Het wordt mij steeds duidelijker getoond dat mijn ego symbolen voor liefde, die als afleiding en substituut voor de Liefde van God zijn opgeworpen, eerst heel eerlijk en duidelijk onder ogen moet worden gezien, voordat ze kunnen oplossen in Ware Vergeving. En dan natuurlijk ‘aan de hand’ van Jezus/Heilige Geest voor mij de symbolen voor de verbinding terug naar de Liefde van God. Doe ik dit ‘aan de hand’ van ego (angst), dan zal de weerstand om eerlijk te kijken gewoon te groot zijn. En het is heel behulpzaam te gaan leren herkennen wanneer ik toch de hand van ego vastpak, en hier eerlijk naar te leren kijken. Gewoon te kijken naar dat wat er op dat moment is en er niet iets anders van te maken, wat mij beter uitkomt, wat weer niets anders is dan weer kiezen voor weerstand, voor angst, dus voor ego.

In de praktijk komt het er dan op neer dat juist mijn symbolen die ik als substituut voor mijn werkelijke Bron heb opgeworpen, de symbolen zijn die mij in de droom het meest nabij lijken te staan. Dus bijvoorbeeld ouders, kinderen, partner, familie, vrienden en niet te vergeten mezelf. Het is niet zo moeilijk om mijn speciale liefde in deze speciale relaties te herkennen, maar het is verdomd lastig de speciale haat te willen herkennen, zien en erkennen.
En toch is dat nodig hier heel eerlijk in te zijn. In de wereld van de droom heerst de dualiteit, en deze bevat zowel speciale liefde, als de andere zijde van de ego medaille, de tegenhanger van speciale liefde, speciale haat. Beide moeten eerst eerlijk onder ogen worden gezien.

Kijk ik hier opnieuw met het ego naar dan is er opnieuw een gevoel van afschuw, wat weer opnieuw nog meer afschuw en weerstand oproept, want de ego denkgeest kan alleen maar zonde, schuld en angst herkennen en projecteren.
Vechten tegen deze gevoelens van afschuw, haat en woede, versterkt het alleen maar en zorgt voor een nog verder wegzakken in haat. Daar is geen uitweg uit als ik dit met het ego (zonde, schuld en angst) blijf bevechten.

Ben ik bereid hier met J/HG naar te kijken, met mijn Juist gerichte denkgeest, dán is er een uitweg.
En daar is behalve bereidheid dit te willen, ook de bereidheid voor nodig oordeelloos eerlijk te kijken naar dat wat er is:  bijvoorbeeld, ja, ik haat mijn moeder, ja, die en die voorheen vriendschappelijke relatie irriteert mij nu ineens bovenmatig, en vooral mijn zelfhaat is enorm. Dat is eerlijk kijken, zonder identificatie ermee, zonder het persoonlijk te maken. En dat is niet erg als ik mezelf dat toch weer zie doen, maar gewoon een vergissing en het geloof een lichaam te zijn te midden van andere lichamen, in plaats van te willen herinneren denkgeest te zijn en wel één denkgeest welke alles en iedereen zonder uitzondering omvat.

Alleen als ik bereid ben hier eerlijk naar te kijken, precies zoals ik het heb opgezet, geprojecteerd en het doel erken, namelijk mijn wil om in afscheiding te blijven, en bereid ben te zien dat het niets maar dan ook niets heeft te maken met de projecties, dus een lastige moeder, of een andere lastige verbinding, (herinner je les 5, Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk), dan pas zal Ware Vergeving werken.

Dat betekent ook dat ik elke uitkomst elke verwachting die mij het beste lijkt in de vorm mag laten varen en ik me gewoon kan laten vallen in dat wat is, aan de hand van HG/J, of een ander symbool dat voor mij staat voor de onvoorwaardelijke Liefde van God, in het vertrouwen dat ik niet weet wat het meest liefdevol is in enige situatie of relatie.

Het ‘doen’ speelt zich niet af in het vervolgens dan toch zelf veranderen van wat zich in de vorm, de wereld, in mijn relaties afspeelt, maar in de denkgeest. En dat ‘doen’, bestaat uit de bereidheid om eerlijk te kijken naar al mijn gedachten, tijdens het ervaren, en deze over te dragen aan HG/J, ‘mijn’ Juist gerichte denkgeest, daar opnieuw de keuze maken, nu heel bewust, voor Vergeving.

Let wel dit betekent niet dat ik me moet terugtrekken uit de wereld en niets meer moet doen. Ik heb het verhaal nog steeds nodig zolang ik hier ‘ervaar’, alleen het verhaal krijgt nu een andere functie, dat is het enige verschil.

Het is niet lastig om terug te gaan naar de bron, de denkgeest, het probleem is om het bewustzijn toe te laten dat we denkgeest zijn. Zodra we dat toelaten en zien is er ook het bewustzijn van het feit dat we niet onze projecties zijn, niet ons lichaam. De identificatie verschuift dan van lichaamsbewustzijn naar denkgeestbewustzijn, dat wat we werkelijk zijn, en ligt de keuze en de mogelijkheid om werkelijk te vergeven open.

 

Identificatie


Identificatie met het lichaam maakt ware vergeving, zoals uitgelegd in ECIW, onmogelijk.
Identificatie met het lichaam is immers een verdediging tegen God, vergeving doet deze verdediging oplossen en zal de angst voor God blootleggen, dat moet voorkomen worden door versterking van de identificatie met lichamen, zo werkt dat met angst en houd deze in stand.
Angst voor de angst.
Deze angst van de denkgeest wordt buiten de deur gehouden en aan het oog ontrokken, door totale identificatie met het lichaam, zodat de bron, de denkgeest wordt ‘vergeten’.
Alle verdedigingen tegen God, verdedigingen vanuit gedachtes van angst, worden op het lichaam geprojecteerd, zodat de angst nu in stukjes en beetjes verspreid wordt in talloze schijnbare, geprojecteerde vormen, die een prima afleiding vormen voor de angst die er nu achter verborgen ligt en wordt vergeten.
Dit wordt gekoesterd en bewaakt door een ook door de angstige denkgeest zelf gemaakte god, wiens woning zich nu in lichamen en vormen lijkt te bevinden.
Het behoud van lichamen door aanval en verdediging is er nu op gericht de woningen van god te verdedigen.Daardoor is 2x verborgen dat deze verdediging en aanval het feit verhult dat er in werkelijkheid op deze wijze alleen maar verborgen wordt dat er angst voor God is. De schijnbare liefde voor de zelfgemaakte god en deze met hand en tand te willen verdedigen en goed te stemmen is slechts een dekmantel voor de onderliggende diepe angst voor God.
En zolang er identificatie is met het lichaam zal dit niet aanvaard worden, laat staan vergeven. Want het voelt immers goed, dienstbaar te zijn voor deze zelfgemaakte ego-god en er is in de wereld geen groter goed dan opoffering in naam van god.

Identificatie met het lichaam houdt de cirkel gesloten, de cirkel van geboorte en dood in weer steeds een nieuw lichaam en script.
Deze zgn lichamen verkeren in een wankel waan evenwicht van afwisselend vriend en vijand, liefde en haat, te zijn.
De denkgeest, vermomd in een lichaam dat de ene keer de slechterik speelt, de andere keer de goede.
De ene keer speelt het lichaam de rol van de moordenaar de volgende keer de vermoordde. Dit vermeerdert de haat, dit vermeerdert de angst en voedt de angst van de angst projecterende ego denkgeest die daardoor sterker en sterker lijkt te worden.
Bovendien doet identificatie met het lichaam het idee van er zijn allemaal aparte individuen die autonoom zijn, groeien.
Daardoor wordt de waarheid dat er maar één denkgeest is, dus ook maar één ego denkgeest, nog verder teruggedrongen in de vergetelheid. 

Alleen het eerlijk onder ogen zien van deze hele ego dynamiek en het vergeven ervan, biedt een uitweg en garandeert terugkeer in de Geest, dat wat ‘we’ als volmaakte éénheid nog steeds zijn.
De hele Cursus is erop gericht dit hele ego systeem te ontmantelen, aan het licht te brengen en het terug te nemen in de juist gerichte denkgeest en te vergeven.
Dit kan niet gebeuren zolang er gedacht wordt een lichaam te zijn en te denken dat er andere lichamen en vormen en situaties zijn die door lichamen worden veroorzaakt en door lichamen moeten worden opgelost.

Dit wil niet zeggen dat dit alles opgeofferd zou moeten worden, want dat is weer gewoon een gedachte vanuit identificatie met lichamen, nee vergeving werkt anders. Vergeving laat zien dat de oorzaak in de angst projecterende denkgeest ligt, die dit alles projecteert zodat het lijkt dat er lichamen en situaties zijn die de oorzaak en het gevolg zijn.
En laat zien dat als dit vergeven wordt er niets verloren is, of opgegeven moet worden, het laat zien dat er een angstloos en nu liefdevol gebruik gemaakt kan worden van de voorheen angst projecties.
De gesloten cirkel van de ego denkgeest breekt open en lost op. Er is nu geen identificatie meer met lichamen, maar identificatie met de denkgeest, met de HG/J denkgeest en van daaruit kan alleen maar Liefde komen, waarbij de projecties nu als communicatiemiddelen worden gebruikt vanuit Liefde, die nu als enig doel heeft om behulpzaam te zijn om de hele verwarde denkgeest terug te voeren tot de herinnering aan God, en als zodanig de thuiskeer tot de juistgerichte denkgeest te ervaren en te ontwaken in God.

 

 

De reden waarom en wanneer we denken geen contact te kunnen maken met HG/J of denken dat we niet gehoord worden, geen hulp krijgen, zijn precies die momenten dat we ons volledig identificeren met het lichaam, met de droom, met het ego.

Dat is de betekenis van je kunt J niet de droom in trekken. We moeten onze gedachtes naar J brengen, niet de pop, maar de gedachte dat we denken een pop te zijn en de identificatie ermee. Dáár ligt de connectie in de denkgeest. En dan kan ware communicatie plaatsvinden.

J ook als pop zien, als projectie en in de droom verwerken is wat we de wereld zien doen in o.a. 2000 jaar en nog wat christendom.

Dit zien en beseffen is het begin van het losmaken van de identificatie met de pop, met de projectie en de eerste stap terug naar de denkgeest, de bron, hierna kan de volgende stap gezet worden.

Zeggen ‘ik weet het niet meer’ heel oprecht zonder angst richting HG/J is toegeven dat de pop (de projectie) niets kán weten en er de wens is terug te schakelen naar de bron naar denkgeest. Zeggen ‘ik weet het niet’ vanuit wanhoop en angst is de wanhoop richten op de pop (de projectie) en zitten wachten tot de pop ineens met het antwoord komt en als de bron gezien wordt.

 

 

 

 

%d bloggers liken dit: