archiveren

Tagarchief: hersenen

Hetzelfde dat er voor zorgt dat er geconditioneerde gedachtes in de hersenen worden gegrift en dus denkt en gelooft dat dat mogelijk is, even voor het gemak de egodenkgeest genoemd, hoewel vermomd als een lichaam dat daartoe instaat zou zijn, datzelfde (ego)denksysteem (want dat is het)  kan dat litteken niet ongedaan maken, hooguit veranderen.

Alles wat op dat niveau aan genezing lijkt plaats te vinden, is geen genezing, maar gewoon een andere toestand binnen het dualisme van de egodenkgeest.
Een ziek lichaam of een gezond lichaam, zijn beide een geconditioneerde egogedachte, die de beide dualistische zijde van het egodenken uitbeelden.

Dit is geen oordeel over goed of fout, maar gewoon zoals dat werkt als denksysteem binnen het dualisme van de egodenkgeest. De egodenkgeest kan niet anders dan op deze manier denken. En denken en geloven dat de hersenen de bron zijn van het denken.

Zolang dit niet wordt gezien is de denkgeest niet toe aan ontwaken.
Ook dat is geen oordeel, het is niet goed of fout, het is een oordeelloze constatering van de waarnemende denkgeest, van boven het slagveld.

Wordt dit gezien, herkend en onderkend, dan geeft dat aan dat de onnatuurlijke kramp wat het geloof in het egodenken eigenlijk is, niet langer meer vol te houden is en de denkgeest er kennelijk aan toe is zich terug te herinneren in wat het eigenlijk is.

Dan kan een lang en heftig proces van ongedaan maken beginnen.
Niet het ongedaan maken van de geconditioneerde gedachtes in de hersenen die het lichaam ziek maken of gezond, want dat leidt alleen tot andere geconditioneerde gedachten, binnen het nog steeds egodenken, zoals we al geconstateerd hebben. Ook niet het ongedaan maken van het egodenken door het te ontkennen en af te doen als ‘niet bestaand’ en er voor in de plaats een betere spirituele versie te bedenken, maar een uitnodiging tot ongedaan maken als in het laten vallen in “er moet iets anders zijn, dit kan niet waar zijn”, waarbij al die geconditioneerde egogedachten geen betekenis meer hebben op zichzelf en in zichzelf, maar alleen nog maar een reminder zijn voor: “dit is het niet”. Niet als ontkenning, maar als vaststelling.

Als dit besluit is genomen door de (waarnemende) denkgeest die omdat deze er aan toe is er aan toe is, en niet door de (ego)denkgeest die graag ‘spiritueel’ wil zijn, als een soort betere variatie op ‘ego’ zijn, wat alleen zal resulteren in een spirituele egodenkgeest, dan zal het proces van ongedaan maken zich vanzelf voltrekken, waarbij het voorheen egogedachten materiaal zal worden hergebruikt als vergevingsmateriaal en daardoor een heel persoonlijk proces lijkt te zijn. We lopen dan ons schijnbaar eigen persoonlijke labyrinth, dwars door al onze dualistische ervaringen heen, terug naar het ene punt, omdat het onvermijdelijk is terug te herinneren in ÉÉN.

Dat wat wij angststoornissen noemen en ondergebracht hebben in diverse categorieën van geestesziekten, zijn eigenlijk niets anders dan als het ware uitvergrotingen van de angst gemaakt door de egodenkgeest die angst gebruikt voor maar één doel: afscheiding uit Eenheid.
Zolang wij denken en geloven een lichaam te zijn met hersenen die ziek kunnen worden en bijvoorbeeld aan angststoornissen kunnen lijden, zal het egodoel (afscheiding uit Eenheid) verborgen blijven en zullen deze ziektes van de geest bestreden worden op het niveau waar ze onmogelijk kunnen genezen; het niveau van het egodenken, wat betekent geloven dat we denken vanuit een lichaam met hersenen.
Dit ‘weten’ wil nog niet zeggen dat Ware Genezing dan ook plaats zal vinden.
De angst die de egodenkgeest projecteert als verdediging tegen Eenheid, Liefde, God (of hoe je het Onnoembare ook wil noemen) moet niet worden onderschat.
Deze verdediging moet wel gigantisch zijn, wil deze in staat zijn dat wat onveranderlijk Een is aan het oog te onttrekken en te doen laten vergeten.
Tevens is ‘vergeten’ ook hoever de verdediging kan gaan, het totaal ongedaan maken van Onveranderlijke Waarheid is natuurlijk onmogelijk, wat de egodenkgeest ook probeert. En het probeert heel wat, zie onze wat wij onze wereld en ons leven noemen. De fantasie van de egodenkgeest lijkt onuitputtelijk en merendeels gruwelijk. De egodenkgeest is een prima filmmaker in elk genre.

Gelukkig is de fantasie van de egodenkgeest niet in staat Onveranderlijke Eenheid/Werkelijkheid, Liefde God; het Onnoembare, te vernietigen.
Want dat zou betekenen dat angst werkelijkheid is en niet het Onveranderlijke Onnoembare. En dat spreekt zich sowieso al meteen tegen. Onveranderlijk is immers onveranderlijk…
Maar weer, dit begrijpen is niet voldoende, wel een begin.

Om die enorme niet te onderschatten weerstand van de egodenkgeest te doorbreken, is precies nodig wat de egodenkgeest als wapen gebruikt, namelijk ‘weerstand’. Maar niet het waar maken van weerstand, maar het vergeven van weerstand.
Daarvoor moet eerst elke weerstand onder ogen worden gezien, precies zoals deze is opgezet door de egokant van de denkgeest die niet anders kan dan voor angst kiezen, want zo is deze opgezet.
Ook dit ‘kijken’ tijdens het ervaren kan op twee manieren: vanuit angst (ego) of vanuit HG/J (de brug die nog steeds verbonden is met de herinnering aan het Onveranderlijke Onnoembare).
Vanuit angst zal angst naar angst kijken en zal de angst nog vergroot worden.
Vanuit HG/J zal de angst bekeken en ervaren kunnen worden op een oordeelloze waarnemende, maar wel deelnemende wijze.
En zo zal angst een andere functie krijgen olv HG/J en stap voor stap het terug herinneren bevorderen en begeleiden van de denkgeest die uiteindelijk onvermijdelijk niet anders kan dan terug herinneren in het Onveranderlijke Onnoembare.

Dus eigenlijk is de egodenkgeest een grote angststoornis waar we als ons met egodenkgeest geïdentificeerde denkgeest, allemaal aan lijden.
En eigenlijk staat dat heel duidelijk in de Inleiding van het Tekstboek van Een cursus in wonderen:

INLEIDING

1. Dit is een cursus in wonderen. Het is een verplichte cursus. Alleen
de tijd waarop je hem doet staat jou vrij. Vrije wil betekent niet dat
jij het leerplan kunt vaststellen. Het betekent alleen dat je kunt kiezen
wat je op een gegeven moment wilt doen. De cursus beoogt niet
de betekenis van liefde te onderwijzen, want dat gaat wat onderwezen
kan worden te boven. Hij beoogt echter wel de blokkades weg te
nemen voor het bewustzijn van de aanwezigheid van liefde, die jouw
natuurlijk erfgoed is. Het tegendeel van liefde is angst, maar wat alomvattend
is kent geen tegendeel.

2. Deze cursus kan daarom heel eenvoudig aldus worden samengevat:

Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.
(T.In.1-2)

Een verplichte cursus in de zin van dat het onmogelijk is uit het Onveranderlijke Onnoembare te geraken en het dus onvermijdelijk is dat onmogelijke ‘vergeten‘ weer terug te herinneren, maar wel gebruik makend van het voor de denkgeest verstaanbare en begrijpelijke concept van ruimte en tijd, waardoor het lijkt dat het een individueel proces is, waarbij de individuele denkgeest stap voor stap terug geleid wordt van angst terug naar Liefde.

Kan de denkgeest (mind) beschadigd worden?
Anders gezegd, betekent dat als ik een beschadigd lichaam of brein waarneem of ervaar, ook de denkgeest beschadigd is?
De enige eigenschap van de denkgeest is dat het een gedachte is een gedachte die komt vanuit de denkgeest, de denkgeest is dus een gedachte.
Dat is een abstract gegeven, iets wat de denkgeest die denkt en gelooft dat hij een lichaam is met een brein, niet kan bevatten, ómdat de denkgeest dit denkt en wil geloven.
De denkgeest is door dit geloof als het ware uit het zicht verdwenen, ‘vergeten’, omdat de denkgeest nu gelooft dat deze een lichaam is.
De denkgeest heeft zich dus vermomd als lichaam met hersenen die kunnen denken en ziet daardoor ook andere lichamen en dingen, die denken en dingen doen.
En dat wat de denkgeest denkt, én gelooft, dus dat het nu een lichaam is tussen andere lichamen, wordt dien ten gevolgen geprojecteerd en weerspiegelt als lichamen en dingen.
De denkgeest die zich nu volledig identificeert met het lichaam heeft zichzelf afgesloten van het feit denkgeest te zijn, heeft zich dus afgesloten van zijn oorspronkelijke bron. Het denkgeest zijn is nu een onbewuste gedachte geworden en het onderbewuste waar de herinnering aan het ware zelf zich nu schuil houdt  zorgt voor een voortdurend gevoel van iets kwijt zijn, iets vergeten zijn, maar niet weten wat.
Het onderbewuste wordt extra beveiligd door de angst die erop geprojecteerd wordt door de denkgeest die ervoor heeft gekozen te geloven een lichaam te zijn en wil vergeten dat er alleen denkgeest is.
Angst en ook zonde en vooral schuld zijn een prima drie-eenheid om dit ‘geheim’ te bewaken.

Als we het dan over beschadigen hebben kan gesteld worden dat de denkgeest die nu in zijn eigen bedrog gelooft, en zichzelf dus voor de gek houdt, zich in wezen krankzinnig gedraagt. Dat leidt echter niet tot een beschadiging van de denkgeest, maar wel tot een geloof en het waarmaken van waanzinnige onmogelijke gedachten.
En deze waanzinnige, onmogelijke gedachten projecteren zich dan onmiddellijk weer uit in waanzinnig gedrag in een waanzinnige wereld. Dat kan niet anders, waanzin kan alleen maar waanzin zien en ervaren.

Aangezien dit eigenlijk zo logisch en duidelijk is, maar ook de herinnering aan ‘normaal’, namelijk denkgeest zijn, ook nog aanwezig is in de denkgeest, zien en ervaren we niet alleen waanzin, hoewel de geprojecteerde wereld 100% waanzin is, maar hebben we ook gradaties aangebracht in onze projecties. Gradaties die lopen van ‘normale’ lichamen tot volledig krankzinnige lichamen. En daarbij worden krankzinnige lichamen, of zieke lichamen als ‘fout’ bestempeld, foutje van de natuur noemen we dat, of erger nog een opzettelijk foutje van God, als straf of als les. En om deze verschillen kracht bij te zetten zijn wij, die denken en geloven een lichaam te zijn, druk met het onderbrengen van de verschillende gradaties van waanzin en ziekte in verschillende categorieën en hokjes.

Maar is deze denkgeest ‘vergissing’ ook een denkgeest beschadiging?
Nee, een gedachte op zich is geen beschadiging, het is wat het is een gedachte en de eigenschap van gedachten is dat ze kunnen veranderen.
De denkgeest kan wel verwrongen, dwaze ideeën hebben, maar daarmee is de denkgeest niet beschadigt. Let wel, even ter herinnering, we hebben het hier niet over het geloof in een lichaam te zijn met hersenen die beschadigt kunnen zijn. We hebben het over de denkgeest, dat wat we in werkelijkheid zijn en blijven, wat we ook voor waanzinnige dromen mogen hebben.

Een momentje van helder bewustzijn kan de denkgeest weer terugbrengen in zijn werkelijke staat, die van waarnemer die kan ‘zien’ (niet met de ogen van het lichaam wel te verstaan, maar vanuit puur denkgeest) en zich bewust is van zijn vergissing en weet dat hij opnieuw kan kiezen, nu vanuit 100% denkgeest.
De denkgeest bevindt zich niet in een lichaam, maar het idee, de projectie het lichaam, bevindt zich in de denkgeest.
De denkgeest die zich weer ‘herinnert’ is genezen en zal zichzelf niet meer verwarren met een lichaam.

Zolang er dan nog wel spraken is van ervaren in een wereld, dient het lichaam nog als handig hulpmiddel, en hoe dat hulpmiddel eruit ziet, ziek, zwak en misselijk, bijna dood, dun, dik, lelijk of mooi of zgn kerngezond, maakt helemaal niets uit.
Deze verschillende vormen zijn en blijven altijd projecties. En een dood ziek terminaal lichaam kan volledig de vrede van God weerspiegelen of volledig de krankzinnigheid van de egodenkgeest, daar heeft de uiterlijke vorm niets mee te maken. Want er is of alleen het lichaam, of er is alleen denkgeest. Een autonoom lichaam dat een denkgeest bevat is onmogelijk. Dus afhankelijk van de staat van de denkgeest die de gedachte, het idee van een lichaam te zijn bevat en daar wel of niet in gelooft maakt hoe we de wereld zien en ervaren.

Hoe dan ook, de denkgeest die denkt een lichaam te zijn is ‘ziek’, hij vergist zich gewoon en deze vergissing, dit ‘ziek’ zijn wordt geprojecteerd in een wereld waarin we door dit vreemde zieke geloof alleen nog maar zieke en waanzinnige projecties waarnemen in verschillende gradaties, waar we in geloven en ze daardoor ‘echt’ lijken.
Dit alles vindt plaats als in een droom, dus als een illusie, in de totaal onveranderlijke Geest die we in werkelijkheid ZIJN.
Dit totaal ‘abstract’ zijn kunnen we niet in onze in waanzin gelovende denkgeest brengen, want dat is nu juist wat de waanzinnige keuze voor egodenkgeest niet wil zien. Dus we kunnen alleen onze waanzin doorzien, er ons bewust van worden en al deze waanzinnige gedachten terug geven aan de ‘herinnering’ die nog altijd aanwezig is in de denkgeest, zodat de zieke denkgeest kan genezen en van zijn waan wordt verlost.

Om deze ‘herinnering’ minder abstract te maken, kunnen we gebruik maken van symbolen. Daar zijn we als projecterende denkgeest heel goed in. Immers alle projecties (de wereld met alles erop en eraan) zijn symbolen van afscheiding. Dus kunnen al deze projecties van afscheiding ook her-gebruikt worden als symbolen voor het terug herinneren in wat we werkelijk zijn en nooit uit zijn weggeweest.
Deze projecties blijven dus projecties, het is niet zo dat de projecties ineens magische ‘dingen’ worden die ons doen terug toveren in Waarheid.

Bijvoorbeeld als symbool voor het vragen om ‘Hulp’ kan de innerlijke leraar gebruikt worden, en afhankelijk van de voorkeur kan daarvoor alles gekozen worden dat symbool staat voor mij voor onpersoonlijke, onvoorwaardelijke, niet oordelende liefde, die zich in mij, de denkgeest bevindt.
Dat kan Jezus zijn, of de Heilige Geest of een ander symbool, als het maar voor mij die ‘hulp’ functie heeft.
Deze ‘hulp’ bevindt zich niet buiten mij, als lichaam, maar ‘in’ mij als denkgeest, omdat er niets kan bestaan buiten de denkgeest.

En deze hulp zal dus niet zijn focus leggen op het genezen van een ziek lichaam, of zieke hersenen, maar op het genezen van de zieke denkgeest, wat niets anders is dan een denk-correctie, daar denkgeest nooit echt ziek of beschadigd kan zijn.

Alles wat in je gedachte opkomt, komt op, omdát het al gedacht is.
We hebben eigenlijk een voortdurende déjà vu ervaring.
Geen enkele gedachte is nieuw, elke gedachte ligt opgeslagen in de database van de egodenkgeest. De ene egodenkgeest wel te verstaan, want er is maar één egodenkgeest, zoals er ook maar één werkelijke denkgeest is. En daarbij komt nog dat de egodenkgeest ook wel de onware denkgeest wordt genoemd, en dus niet bestaat.
In de egodatabase liggen dus alle afscheidingsgedachtes die maar mogelijk zijn en die voortkomen uit zonde, schuld en angst opgeslagen.
Er is niet één egogedachte die nog niet gedacht is. Ze waren er allemaal in één keer en zijn er nog steeds allemaal in één keer, elke keer dat we (de ene denkgeest dus) een gedachte heeft.
Lichamen (hersenen) denken niet, dus kunnen ook geen gedachtes hebben, want lichamen en alle andere bestaande vormen en situaties zijn projecties, geprojecteerde gedachtes, geprojecteerd door de denkgeest die denkt.

Keuzes worden dus gemaakt op denkgeestniveau, niet op lichaams-, dingen en situatieniveau, ook al lijkt dat wel zo te zijn. Dat is de grote illusieshow van de egodenkgeest.
De (ego)denkgeest maakt schijnbaar een keuze vanuit lichaamsgericht-, dingen en situatie niveau.
De denkgeest die zich bewust wordt en dit waarneemt, zich herinnert, ziet dat de keuze wordt gemaakt op denkgeestniveau en niet op vormniveau, en ziet dus dat de echte keuze gaat over voor welke denkgeest kies ik. Kies ik voor de egodenkgeest, of voor, wat de Cursus noemt, Heilige Geest denkgeest, we kunnen het ook de onware of ware denkgeest noemen, het zijn maar woorden, symbolen.
Mocht je alsnog in de stress schieten van bepaalde woorden, dan betekent dat alleen dat je ze ‘waar’ probeert te maken en voor de symboliek van de egodenkgeest kiest, dus voor zonde, schuld en angst en stress is daar één van de vele mogelijke uitingen van.
De Cursus bied dan de mogelijkheid aan van het vergeven van de stress, wat betekent dat het onware gewoon niet waar gemaakt kan worden en er dus niets gebeurt is. De waarheid is nog steeds waar en de onwaarheid nog steeds onwaar.

Stel dat ik voor een keuze sta, een van de duizenden die we op een dag lijken te hebben.
Bijvoorbeeld koop ik deze jurk die ik best wel leuk vind, of kijk ik nog even verder, is de kleur goed, de maat, de prijs, heb ik ‘m nodig, kan ik ‘m combineren enz.. enz..
Dit lijkt een keuze die gaat over vormen, jurk in dit geval (of wat dan ook), maar het is altijd een keuze uit de database van de egodenkgeest, waar al deze projecties liggen opgeslagen en zolang ik een keuze maak die met een of ander lichaamsgericht ding, of situatie te maken heeft maakt het niets uit wat ik kies, want de projecties zijn volstrekt neutraal, zoals een film op dvd die in de kast ligt volstrekt neutraal is.
Dus welke projectie ik ook kies hij ligt als projectie, dus al als gemaakte film vast.
Er is een film voor alle denkbare keuzemogelijkheden die ik denk te kunnen maken over jurken (in dit specifieke geval).
Maak ik een keuze vanuit egodenkgeest, dus de onware denkgeest, dan maak ik een keuze voor onwaarheid. En alle vormen, dingen en situaties op zich als ding, zoals lichamen, jurken enz.. zijn op zich zelf onwaar, want het zijn projecties en blijven dat ook. Dus het gaat helemaal niet over het kiezen van een jurk, het gaat om het kiezen van onwaarheid. Die jurk is net zo onwaar als een jurk die we zien op tv, we zien geen jurk, of en lichaam in een winkel, maar een projectie van een jurk, een lichaam in een winkel
Alleen in de wereld zeggen we dan, dat er behalve deze projectie op tv ook nog een echte jurk is en een lichaam in een winkel ergens, maar dat is dus niet zo, het is en blijft een projectie.
Dus ‘ik’ winkelend in Amersfoort is een projectie, een film waar als ik me er helemaal mee identificeer het ‘waar’ maak, dan kijk ik ernaar vanuit egodenkgeest, of ik kan ineens echt doorhebben, dat de ‘ik’ de projector, de (be)denkgeest ben, maar niet het lichaam zelf losgekoppeld van de projector (denkgeest). Gedachten verlaten nooit hun bron.

Dan ligt ineens de mogelijkheid open nu opnieuw naar diezelfde film (projecties) te kijken, maar nu niet meer kijkend door de egocamera, wat identificatie met het lichaam betekent, maar nu door de camera van de ware denkgeest, wat betekent dat ik niet meer kijk vanuit de onware vormen van zonde, schuld en angst, maar vanuit waarheid, in de Cursus Liefde genoemd.

Het is dus niet zo dat als ik voor kijken vanuit waarheid kies, voor de Heilige Geest en of Jezus, beide symbolen voor het ‘ware’, dat dan de al reeds opgenomen film verandert en de ‘ik’ in de film van de Heilige Geest en of Jezus krijg te horen welke jurk ik moet kiezen, of welke keuze dan ook op vorm gericht gebied.
Want dan zou ik alsnog de projecties heel serieus nemen en ze ‘waar’ maken. En het is niet de vorm, de projectie die ons ongelukkig of gelukkig maakt, het is de keuze voor met welke denkgeest kijk ik (de denkgeest) ernaar.
En kies ik ervoor me te herinneren dat de ‘ik’ 100% denkgeest is en dus voor 100% verantwoordelijk is voor alle projecties dan kan ik nu heel bewust opnieuw kiezen en zal ik de projecties niet meer willen gebruiken om me af te scheiden van het ‘ware’, maar ze te laten hergebruiken als vergevingsmateriaal en kans. En eenmaal vergeven verliest de egodenkgeest en z’n projectie-database eenvoudigweg z’n functie en verdwijnt langzaamaan geruisloos. Het onware verdwijnt, want het was er al nooit, omdat het onwaar is. En het ware blijft over.

’Niets werkelijke kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God.’
(In.2:2-4)

En dan is zoiets als winkelen (of wat er dan ook gebeurt in de film) zolang nog in de illusie wordt verkeert, en er wordt waargenomen, gewoon onschuldig leuk, omdat er niet meer geprojecteerd wordt vanuit het onware, oftewel vanuit egodenkgeest, vanuit zonde, schuld en angst, maar alles wordt bezien vanuit Liefde. Alles wordt alleen nog gezien als een roep om Liefde. En in alles wordt het diepe verlangen naar terug herinneren in waarheid uitgebeeld, en wordt gezien dat het slechts een vergissing is te denken dat we ooit uit waarheid zouden zijn vertrokken.

%d bloggers liken dit: