archiveren

Tagarchief: hemel

Een veel gehoorde klacht over ECIW is dat hij zo moeilijk is.
In Hoofdstuk 11.VIII “Het probleem en het antwoord” lezen we:

“1. Dit is een heel eenvoudige cursus. 2Misschien heb je niet het gevoel dat
jij een cursus nodig hebt die uiteindelijk onderwijst dat alleen de werkelijkheid
waar is. 3Maar geloof jij dat ook? 4Wanneer je de werkelijke wereld
waarneemt, zul je inzien dat jij het niet geloofde. 5Maar de snelheid waarmee
jouw nieuwe en uitsluitend ware waarneming in kennis zal worden
omgezet, zal jou slechts een ogenblik de tijd gunnen te beseffen dat alleen
dit waar is. 6En dan zal alles wat jij gemaakt hebt vergeten zijn: het goede
en het slechte, het onware en het ware. 7Want als de Hemel en de aarde één
worden, zal zelfs de werkelijke wereld uit je zicht verdwijnen. 8Het einde
van de wereld is niet haar vernietiging, maar haar omzetting in de Hemel.
9De herinterpretatie van de wereld is de overdracht van alle waarneming
naar kennis” (T11.VIII.1:1-9).

en in T11.VIII.5:1-10 staat:

“5. Misschien klaag je erover dat deze cursus niet specifiek genoeg voor jou
is om te begrijpen en te gebruiken. 2Maar misschien heb jij niet gedaan wat
hij specifiek bepleit. 3Dit is geen cursus in het spelen met ideeën, maar in
de praktische toepassing ervan. 4Niets kan specifieker zijn dan dat jou
wordt gezegd dat je zult ontvangen als je vraagt. 5De Heilige Geest zal
ieder specifiek probleem beantwoorden, zolang jij gelooft dat problemen
specifiek zijn. 6Zijn antwoord is zowel veelvoudig als één, zolang jij gelooft
dat het ene veelvoudig is. 7Misschien ben je bang voor Zijn specificiteit,
uit angst voor wat jij meent dat deze van jou zal eisen. 8Maar alleen
door te vragen zul je leren dat niets wat van God komt ook maar iets van
jou eist. 9God geeft, Hij neemt niet. 10Wanneer jij weigert te vragen, komt
dit doordat je gelooft dat vragen nemen is in plaats van delen”
(T11.VIII.5:1-10).

Ook Helen Schucman klaagde over dat de Cursus haar niet hielp.
In “Een leven geen geluk. Het ontstaan van Een cursus in wonderen. Een biografie van Helen Schucman” vinden we het antwoord hierop van Jezus aan Helen zelf, wat later voor meer algemeen gebruik in T11.VIII.5 terecht is gekomen, (zoals hierboven geciteerd):

“Je klaagt erover dat deze cursus niet specifiek genoeg voor jou is om te begrijpen en te gebruiken. Maar hij is heel specifiek geweest en jij hebt niet gedaan wat hij specifiek bepleit. Dit is geen cursus in het spelen met ideeën, maar in de praktische toepassing ervan. Niets kan specifieker zijn dan dat heel duidelijk wordt gezegd dat je zult ontvangen als je vraagt” (uit: Een leven geen geluk, blz. 328).

Het is zeker de moeite waard deze hele paragraaf T11.VIII “Het probleem en het antwoord” te gaan lezen in de cursus zelf. Het staat in het Tekstboek, hoofdstuk 11, paragraaf VIII op blz. 215. Jezus gebruikt hier de metafoor van “kleine kinderen” om het een en ander te verduidelijken:
“Kleine kinderen zien in dat ze niet begrijpen wat ze waarnemen, en vragen daarom wat het betekent. Bega niet de vergissing te geloven dat jij begrijpt wat je waarneemt, want de betekenis daarvan is voor jou verloren gegaan” (T11.VIII.2:2-3).

en

“Van niets wat je waarneemt ken jij de betekenis. Niet één gedachte die je eropna houdt is volkomen waar. Door dit te erkennen maak je een doortastend begin” (T11.VIII.3:1-3).

We kunnen onze weerstandsgedachten tegen het begrijpen van ECIW vergeven, door in te zien dat de weerstand een verdediging is tegen het willen begrijpen dat we zelf gekozen hebben (op denkgeest niveau) voor afgescheiden te willen zijn van “Waarheid”, de non-dualistische Waarheid welke onveranderlijk Éen is, in God, in Liefde.
Een afscheiding die onmogelijk is en dus nooit kan worden bewerkstelligd, dan alleen in onmogelijke dromen die de illusie proberen waar te maken dat afscheiding wel mogelijk is.

Een vergeven denkgeest is een denkgeest toestand zonder investeringen in zonde, schuld en angst.
En dan stelt Jezus de vraag:

“15. Wil jij je angsten niet verruilen voor de waarheid, als die ruil plaatsvindt
mits je er maar om vraagt? 2Want als God Zich niet in jou vergist, kun jij je
alleen in jezelf vergissen. 3Maar jij kunt de waarheid over jezelf leren van
de Heilige Geest, die jou zal onderwijzen dat er in jou, als deel van God,
geen vergissing mogelijk is. 4Wanneer jij jezelf zonder begoocheling waarneemt,
zul je de werkelijke wereld aanvaarden in plaats van de onware die
jij hebt gemaakt. 5En dan zal je Vader Zich naar je toebuigen en de laatste
stap voor jou zetten, door jou te verheffen tot Zichzelf” (T11.VIII.15:1-5).

Laat ik even heel duidelijk zijn en vooral eerlijk (naar mijzelf) over wat ik wel kan weten en wat ik absoluut niet kan weten.
Ik denk en geloof hier in een lichaam in een wereld te zijn, het heeft geen enkele zin dat te ontkennen, ook al is het niet waar. En dat denk en geloof ik, omdat verborgen moet blijven dat het niet waar is, omdat het onmogelijk is om een ik in een lichaam in een wereld te zijn.

Dit kan ik intellectueel vatten, terwijl ik ondertussen niet weet (want met opzet en om redenen vergeten), wat er is als ik niet meer denk en geloof een lichaam te zijn in een wereld.
“ik” kan, heb dus geen enkele voorstelling, en kan dat ook niet hebben, omdat het buiten het gebied van het voorstellingsvermogen, van wat non-dualisme, Eenheid, Waarheid, God Liefde, IS is.
Elk beeld of gevoel dat ik daarbij denk te hebben als ik mezelf in “het licht” mediteer is vals, en hooguit een zwak aftreksel van wat ik om redenen met opzet vergeten wil.
Het is niet fout, maar het is niet meer dan weer een fantasie, gefantaseerd door de denkgeest die wil vergeten en heeft gekozen voor een onmogelijke droom van afscheiding.
Wat ik wel weet en ervaar is de weerstand tegen waar geen voorstelling van mogelijk is.
Ik kan dus alleen dat zien wat ik als blokkers gebruik tegen dat waar geen voorstelling van mogelijk is en dus ook buiten het idee van een “ik ben” valt.
Het heeft geen enkele zin mijzelf de hemel in te mediteren, fantaseren of visualiseren, want daarmee blijf ik alleen stevig verankerd in de onmogelijke fantasieën van de in afscheiding gelovende denkgeest. En speel daarmee juist het onmogelijke spel van afgescheidenheid keurig mee.

Nogmaals het is niet fout om dat wel te doen, maar laat ik het dan doen voor de lol, omdat ik er plezier in heb, het goed voelt, het rust geeft of om wat voor redenen dan ook, en niet om spirituele redenen om zo snel mogelijk terug te keren in waar nooit uit vertrokken is en waar geen voorstelling van te maken is.

Denkend, gelovend en ervarend kan ik alleen dat weten en ervaren wat ik denk en geloof te weten en ervaar.
En als ik dan uiteindelijk onvermijdelijk wil gaan zien dat dat wat ik denk en geloof te weten en ervaar enkel en alleen mijn wens tot afgescheiden zijn uitbeeld, kan ik me dáár op gaan focussen, door bewust te worden van die functie die het denken, geloven en ervaren in een lichaam in een wereld heeft en me dan bewust gaan afvragen of ik dat nog wel wil.
En er komt een moment van genoeg is genoeg, het keerpunt waarop de denkgeest die tot dan toe voor afgescheiden zijn heeft gekozen, tot het bewustzijn komt dat er een andere manier moet zijn.

En dan kan het onvermijdelijke terug herinneren beginnen, waarbij het tot dan toe afscheidingsmateriaal, dus alles wat ik dacht, geloofde en ervoer en dacht dat dat was wat ik was, een totaal andere functie krijgt, en nu in plaats van een blokkerende functie een sleutel functie krijgt, die mijn blokkades kan doen laten oplossen.

Kortom ik kan alleen dat gebruiken om terug te herinneren in dat wat vergeten moest worden, wat ik ken, en herken, mijn leven, mijn ervaringen en dat stuk voor stuk, stap voor stap terug (ver)geven, totdat alles vergeven is…

En dan?
Een totaal vergeven denkgeest stelt geen vragen meer, omdat er geen vragen meer zijn.

Vergeving is mijn enige functie, en dat blijft het totdat het geen functie meer heeft.

En ineens is daar weer het geschenk van doorzien en het aanvaarden van het geschenk van vergeving en het wonder.
Plotseling was daar het bewust worden van hoe vaak ik (de denkgeest/mind) gedachten van schaamte heb en die projecteer.
En ik ontdekte dit door de gedachte van schaamte ineens duidelijk te zien achter wat er leek te gebeuren als iets buiten me waarvoor ik me schaamde.
Zelf al is het zo dat ik bijna altijd wel herkende dat ik me schaamde voor iets, dan kwam die herkenning altijd toch eerst van het ego wat altijd weer resulteerde in meer schaamte. Schaamte voor de schaamte en zo maar door; het Droste effect.
Nu zag ik ineens heel duidelijk het doel van dit ego mechanisme.

Het schamen vanuit ego, wat dus altijd eerst gebeurt, want schamen is nu eenmaal van het ego en zeker niet van “Heilige Geest” (de juist-gerichte-denkgeest), heeft altijd als doel af te scheiden het heeft echt geen ander doel dan dat.
Ik kan dat ook duidelijk voelen: ik ben anders, ik deug niet, fout bezig, want ik schaam mij, en ik kan me beter afzonderen en me in een hoekje verder gaan zitten schamen en mezelf vervloeken.
En mijn reactie was dan altijd na de schaamte, mezelf een schop onder m’n kont geven, vlug wegstoppen, niet meer aan denken, kom op je hoeft je niet te schamen, doe lekker wat je wil trek je van niemand iets aan. Het ego assertiviteitsplan dus.

Op zich niets mis mee, niet fout of zo (want iets beschuldigend fout vinden is ook weer gewoon kiezen voor schuld, dus egodenken), maar het is een tijdelijke oplossing die bij een volgende situatie welke weer schaamte oproept gewoon weer opnieuw de schaamte op een schuldige manier laat ervaren.
De Cursus beschrijft dit verschijnsel heel beeldend:

“De boodschappers van de angst worden door een schrikbewind afgericht, en ze beven wanneer hun meester ze oproept hem te dienen. Want angst is meedogenloos, zelfs voor zijn vrienden. Zijn boodschappers sluipen schuldbewust weg in hun hongerige
zoektocht naar schuld, want hun meester hongert ze uit, laat ze verkleumen,
en maakt ze heel vals, en vergunt ze alleen zich tegoed te doen
aan wat ze naar hem hebben teruggebracht. Geen enkele flinter schuld
ontsnapt aan hun hongerige ogen. En in hun bloeddorstig zoeken naar
zonde storten zij zich op elk levend wezen dat ze zien, en slepen het
schreeuwend voor hun meester, om te worden verslonden.

Zend deze bloeddorstige boodschappers niet de wereld in om zich daaraan
te goed te doen en de werkelijkheid leeg te zuigen. Want ze zullen je
berichten brengen van botten, vel en vlees. Hun is geleerd naar het bederfelijke
op zoek te gaan, en terug te keren met de strot vol bedorven en
verrotte dingen. Voor hen zijn dergelijke dingen prachtig, want ze lijken
hun knagende, razende honger te stillen. Want ze zijn uitzinnig van
angstpijn, en willen de straf afwenden van hem die ze uitgezonden heeft
door hem dat te bieden wat ze dierbaar is” (T19.i.IV.12:3-7,13.1:5).

Het komt er dus op neer, dat zolang er naar het ego geluisterd wordt en dat gebeurt altijd eerst bij iedere gedachte automatisch, er voor zonde, schuld en angst gekozen wordt, welke keuze vervolgens wordt geprojecteerd (uitgezonden) en zich als iets op z’n zacht gezegd vervelends toont buiten een “mij”. Een “mij” welke ook een projectie is vanuit zonde schuld en angst.

Boos worden of vol walging afkeren van dit ego denken, of het vergoelijken met verdedigende gedachten als “waarom moet je het altijd over dat ego hebben, dat hebben we toch nodig in deze wereld!”, houdt ook de keuze voor egodenken stevig in het zadel.
Weer, daar is niets mis mee, maar het is een groot verschil of we deze constateringen vanuit de keuze voor zonde, schuld en angst (ego) wensen te doen, en dus inzetten om het idee van afscheiding te voeden, of deze zelfde gedachten als vergevingskans en materiaal willen gaan zien, zodat diezelfde gedachten een ander doel krijgen en door ze te vergeven juist richting uitgang uit de afscheiding zullen leiden.

Het gaat dus om de functie en niet om goed en fout.

Zo ook alle momenten van schaamte die ik ervoer, om weer even naar dit thema van dit blog terug te keren.
Doordat ik ineens heel helder doorzag dat ik het geloof in schaamte (een vorm van zonde, schuld en angst) als middel tot afscheiding gebruikte, kon ik nu de keuze maken hier niet meer voor te kiezen en het in plaats daarvan te vergeven. Het soort vergeven waar ECIW het over heeft, werkelijk inzien dat dit wat ik ervaar niet is wat ik dacht dat het was, iets buiten mij dat mij wordt aangedaan, maar slechts een poging tot afscheiding is, door mijzelf uit de bron, de denkgeest te lokken in een wereld die alleen in de waan van de keuze voor de egodenkgeest bestaat.

Deze bewustwording volgt op een eigenlijk al heel lang intellectueel ‘weten’ en snappen van dit ego mechanisme, maar altijd weer blijkt dat dat intellectueel weten een eerste stap is en dat een ervaring nodig is om de werkelijke omkeer in het denken, het wonder dus, te laten gebeuren.

Het is nu niet zo, dat zolang ik nog een “ikje” lijk te ervaren in een “wereld” er geen schaamte meer zal zijn.  Het grote verschil is dat de identificatie met de acteur die schaamte uitbeeld op het toneel terug gegeven is naar de bron, de denkgeest. En deze keuzemaker is zich nu bewust van de keuze die gemaakt kan worden, de keuze tussen afscheiding (egodenken) of de keuze voor terug herinneren in waar nooit uit kan zijn weggegaan: Waarheid, Eenheid, God, Liefde.

Nogmaals, de vorm waarin dit alles in wordt uitgespeeld hoeft niet (kan wel) te veranderen, maar wel het doel en dat maakt het verschil tussen hel of Hemel (egodenkgeest of Heilige Denkgeest), dat is de schaamte echt voorbij zijn.

Vandaag een aanhaling uit ECIW over hoe te vergeven.
Een duidelijke stap voor stap praktische handleiding over wat ware vergeving is.
Het staat in het Werkboek onder les 134.14-17:

“Vandaag oefenen we ons in ware vergeving, opdat het moment van verbinding
niet langer wordt uitgesteld. Want we willen onze werkelijkheid
in vrijheid en vrede beleven. Onze oefeningen worden tot de voetstappen
die de weg verlichten voor al onze broeders, die ons zullen volgen naar de
werkelijkheid die wij delen met hen. Laten wij, opdat dit mag worden
volbracht, vandaag twee keer een kwartier geven en dat doorbrengen met
de Gids die de betekenis van vergeving begrijpt, en ons werd gezonden
om ons dat te leren. Laten we Hem vragen:

Laat me vergeving zien zoals ze is.

Kies dan op Zijn aanwijzing een broeder uit en zet al zijn ‘zonden’ op een
rij, terwijl die één voor één in je gedachten opkomen. Zorg ervoor dat je
bij niet één ervan blijft stilstaan, maar besef dat je zijn ‘vergrijpen’ alleen
gebruikt om de wereld te verlossen van elk idee van zonde. Bekijk kort
alle slechte dingen die jij over hem dacht en vraag telkens aan jezelf: ‘Wil
ik mezelf hiervoor veroordelen?’

Laat hem bevrijd worden van alle gedachten die jij koesterde over zonde
in hem. En nu ben jij op vrijheid voorbereid. Als je tot nu toe bereidwillig
en oprecht geoefend hebt, zul je allengs een gevoel gaan bespeuren van
te worden opgetild, een lichter worden van het gewicht op je borst, en een
diep en zeker gevoel van opluchting. De resterende tijd moet je eraan
geven om te ervaren dat jij ontkomen bent aan alle zware ketenen die je
probeerde jouw broeder om te hangen, maar die daarentegen jouzelf omhangen
werden.

Vergeving moet de hele dag door geoefend worden, want het zal nog
menigmaal voorkomen dat je haar betekenis vergeet en jezelf aanvalt.
Wanneer dit gebeurt, laat je denkgeest dan door deze illusie heenkijken
terwijl jij jezelf voorhoudt:

Laat me vergeving zien zoals ze is.
Wil ik mezelf hiervan beschuldigen?
Ik zal mezelf deze keten niet omhangen.

Houd bij alles wat je doet dit in gedachten:

Niemand wordt alleen gekruisigd,
en niemand kan alleen de Hemel binnengaan”.

———-

En houd in gedachten dat ECIW ons nooit aanspreekt op lichaamsniveau, maar altijd op denkgeest niveau, dat wat we zijn.
Het lichaamsniveau, oftewel de vorm, is altijd de projectie van de gedachte, gedacht door de denkgeest, niet gedacht door het lichaam/brein, want dat kan niet denken. Een projectie kan niet denken, de projecterende denkgeest wel.
Dus bijvoorbeeld we gaan niet niet alleen de Hemel binnen als lichamen, dus ook niet als de geest die overblijft na de dood, maar als gedachte, gedacht door de denkgeest, welke zelf een gedachte is, en die zich herinnert één (symbolisch Hemel genoemd) te zijn, omdat er alleen Één is.
En niemand wordt alleen gekruisigd gaat ook over het niveau van de egodenkgeest, wat ook niet het lichaam is, want ook de egodenkgeest is een gedachte, gedacht door de denkgeest die denk en gelooft een lichaam te zijn en denkt en gelooft als lichaam afgescheiden te zijn van andere lichamen.

En het mijzelf aanvallen gaat inderdaad de hele dag door. Elke gedachte bevat immers zowel de keuze voor ego als de keuze voor HG. ECIW gaat dus vooral over alert worden op al mijn gedachtes en bereidwillig zijn te willen zien wanneer ik voor de egokant van mijn denkgeest kies, elke keer dat ik ook maar een flintertje ongenoegen, een schijn van irritatie, of een duidelijke woedeaanval waarneem, kan ik mijn keuze herkennen, en ervoor kiezen al deze gedachten als vergevingskans en vergevingsmateriaal te zien.
Ook als ik denk: ja, dag dat lukt me nooit. Nu effe niet, geen tijd, heb hoofdpijn, honger, haast, dan zou ik de alertheid kunnen ontwikkelen dit ook te zien als louter weerstand, en niet om de reden die ik denk dat ik in onvrede denk, van wegen wat ECIW van mij vraagt. Ik ben altijd in onvrede, hoe deze onvrede er ook uit mag zien, of waar de onvrede ook vandaan lijkt te komen, omdat ik (onbewust) kies voor in de afscheiding te blijven en mezelf nooit meer wil terug herinneren in wat ik ben, denkgeest.

 

Het is onmogelijk dat iets, wat ook, tot mij zou kunnen komen waar ik niet zelf om heb gevraagd. Zelfs in deze wereld ben ik het die mijn lot beheerst. Wat gebeurt, is wat ik verlang. Wat niet plaatsvindt, is wat ik niet wil dat gebeurt. Dit moet ik aanvaarden. Want zo word ik voorbij deze wereld geleid naar mijn scheppingen, kinderen van mijn wil, in de Hemel waar mijn heilige Zelf vertoeft met hen en Hem die mij geschapen heeft.
U bent het Zelf dat U als Zoon geschapen hebt, die schept zoals U, Eén met U. Mijn Zelf, dat het universum regeert, is slechts Uw Wil in volmaakte eenheid met de mijne, die niets dan blije instemming kan bieden aan de Uwe, opdat het tot Zichzelf mag worden uitgebreid. (ECIW WdII.253)

Luisteren naar de Leiding van de Innerlijke leraar, de Gids, de Heilige Geest, Jezus vereist een totale wil tot luisteren en de bereidheid niet meer zelf te beslissen:

‘Geleidelijk aan leert hij hoe hij ervoor kan zorgen dat zijn woorden voor hem gekozen worden, door niet langer zelf te beslissen wat hij zeggen moet. Dit proces is niets anders dan een bijzonder voorbeeld van de les uit het werkboek die zegt: ‘Ik doe een stap terug en laat Hem de weg wijzen’. De leraar van God aanvaardt de woorden die hem geboden worden en geeft zoals hij ontvangt. Hij beheerst niet de richting van zijn spreken. Hij luister en hoort en spreekt.’ (H21.4:7-8)

En soms kan wat er wordt gehoord verbazing oproepen of ongeloof. En kan er het misverstand zijn dat wat van Jezus komt altijd liefdevol moet zijn voor iedereen. En dat is het ook uiteindelijk alleen hebben we daar vaak vreemde ideeen over, over wat ‘liefdevol’ is. Dat komt omdat wij met ons beperkte gezicht niet alles kunnen overzien en Jezus wel. De Cursus zegt hier het volgende over:

‘Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. En wat hij hoort kan zonder meer heel verbijsterend zijn. Het kan ook ogenschijnlijk helemaal niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet, en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid lijkt te brengen. Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde hebben. Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld dat hij achter zich zou kunnen laten. Vel geen oordeel over de woorden die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. Ze zijn veel wijzer dan de jouwe. Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen. En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf.’ (H21.5:1-9)

 

 

German:
Vom Himmel hoch, da komm ich her,
Ich bring euch gute neue Mär;
Der guten Mär bring ich so viel,
Davon ich singn und sagen will.

English:
From heav’n on high I come to you, I bring to you glad tidings new;
I bring to you good tidings new;
Of that good news I bring so much,
Thereof both sing and tell I will.

 

%d bloggers liken dit: