archiveren

Tagarchief: haat

Het wordt mij steeds duidelijker getoond dat mijn ego symbolen voor liefde, die als afleiding en substituut voor de Liefde van God zijn opgeworpen, eerst heel eerlijk en duidelijk onder ogen moet worden gezien, voordat ze kunnen oplossen in Ware Vergeving. En dan natuurlijk ‘aan de hand’ van Jezus/Heilige Geest voor mij de symbolen voor de verbinding terug naar de Liefde van God. Doe ik dit ‘aan de hand’ van ego (angst), dan zal de weerstand om eerlijk te kijken gewoon te groot zijn. En het is heel behulpzaam te gaan leren herkennen wanneer ik toch de hand van ego vastpak, en hier eerlijk naar te leren kijken. Gewoon te kijken naar dat wat er op dat moment is en er niet iets anders van te maken, wat mij beter uitkomt, wat weer niets anders is dan weer kiezen voor weerstand, voor angst, dus voor ego.

In de praktijk komt het er dan op neer dat juist mijn symbolen die ik als substituut voor mijn werkelijke Bron heb opgeworpen, de symbolen zijn die mij in de droom het meest nabij lijken te staan. Dus bijvoorbeeld ouders, kinderen, partner, familie, vrienden en niet te vergeten mezelf. Het is niet zo moeilijk om mijn speciale liefde in deze speciale relaties te herkennen, maar het is verdomd lastig de speciale haat te willen herkennen, zien en erkennen.
En toch is dat nodig hier heel eerlijk in te zijn. In de wereld van de droom heerst de dualiteit, en deze bevat zowel speciale liefde, als de andere zijde van de ego medaille, de tegenhanger van speciale liefde, speciale haat. Beide moeten eerst eerlijk onder ogen worden gezien.

Kijk ik hier opnieuw met het ego naar dan is er opnieuw een gevoel van afschuw, wat weer opnieuw nog meer afschuw en weerstand oproept, want de ego denkgeest kan alleen maar zonde, schuld en angst herkennen en projecteren.
Vechten tegen deze gevoelens van afschuw, haat en woede, versterkt het alleen maar en zorgt voor een nog verder wegzakken in haat. Daar is geen uitweg uit als ik dit met het ego (zonde, schuld en angst) blijf bevechten.

Ben ik bereid hier met J/HG naar te kijken, met mijn Juist gerichte denkgeest, dán is er een uitweg.
En daar is behalve bereidheid dit te willen, ook de bereidheid voor nodig oordeelloos eerlijk te kijken naar dat wat er is:  bijvoorbeeld, ja, ik haat mijn moeder, ja, die en die voorheen vriendschappelijke relatie irriteert mij nu ineens bovenmatig, en vooral mijn zelfhaat is enorm. Dat is eerlijk kijken, zonder identificatie ermee, zonder het persoonlijk te maken. En dat is niet erg als ik mezelf dat toch weer zie doen, maar gewoon een vergissing en het geloof een lichaam te zijn te midden van andere lichamen, in plaats van te willen herinneren denkgeest te zijn en wel één denkgeest welke alles en iedereen zonder uitzondering omvat.

Alleen als ik bereid ben hier eerlijk naar te kijken, precies zoals ik het heb opgezet, geprojecteerd en het doel erken, namelijk mijn wil om in afscheiding te blijven, en bereid ben te zien dat het niets maar dan ook niets heeft te maken met de projecties, dus een lastige moeder, of een andere lastige verbinding, (herinner je les 5, Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk), dan pas zal Ware Vergeving werken.

Dat betekent ook dat ik elke uitkomst elke verwachting die mij het beste lijkt in de vorm mag laten varen en ik me gewoon kan laten vallen in dat wat is, aan de hand van HG/J, of een ander symbool dat voor mij staat voor de onvoorwaardelijke Liefde van God, in het vertrouwen dat ik niet weet wat het meest liefdevol is in enige situatie of relatie.

Het ‘doen’ speelt zich niet af in het vervolgens dan toch zelf veranderen van wat zich in de vorm, de wereld, in mijn relaties afspeelt, maar in de denkgeest. En dat ‘doen’, bestaat uit de bereidheid om eerlijk te kijken naar al mijn gedachten, tijdens het ervaren, en deze over te dragen aan HG/J, ‘mijn’ Juist gerichte denkgeest, daar opnieuw de keuze maken, nu heel bewust, voor Vergeving.

Let wel dit betekent niet dat ik me moet terugtrekken uit de wereld en niets meer moet doen. Ik heb het verhaal nog steeds nodig zolang ik hier ‘ervaar’, alleen het verhaal krijgt nu een andere functie, dat is het enige verschil.

“De wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel..” (Vondel, oorspronkelijk, Shakespeare).

Voor mij betekent dit, dat de ene denkgeest die ‘droomt’ afgescheiden te kunnen zijn van Eenheid (wat dus onmogelijk is en dus niet heeft plaatsgevonden in werkelijkheid), zich een wereld heeft geprojecteerd, zoals een film wordt geprojecteerd, en daarin alle rollen speelt en alle situaties die de onmogelijkheid van afscheiding toch mogelijk laat lijken.
De ene denkgeest lijkt nu uit miljarden deeltjes te bestaan, die ieder hun eigen rol spelen in een dualistische wereld.
Een wereld die alleen dualistisch kan zijn als er tegengesteldheid lijkt te bestaan. Dus goed tegenover kwaad en daar binnen alle variaties die daarop maar mogelijk zijn.
Het betekent ook dat de rol die ik speel niet is wat ik ‘ben’. Het is nog steeds de ene denkgeest die een rolletje speelt. De rol van goed zowel als de rol van kwaad of welke tegenstelling dan ook.
Ik kan dus de rol van goed spelen en ook de rol van het kwaad, schijnbaar als twee of meer verschillende personen, dingen of situaties, maar in oorsprong is het de ene denkgeest die dit ‘speelt’ in zijn zelfgemaakte dromen van afscheiding.
En net als een acteur op het toneel, ben ik de acteur die een rol speelt, ik ben niet die rol, ik ben de acteur.
En in mijn rol kan ik liefhebben of haten en alles wat daar tussen zit, maar achter de coulissen, doe ik mijn kostuum uit en ga ik na de voorstelling lekker even nog wat drinken met mijn geliefde collega’s die ik net op het toneel nog vermoord heb.
Wat als het nou precies is wat er aan de hand is op het toneel wat ik mijn leven noem?
Ik weet het, het voorbeeld gaat niet helemaal op, omdat acteurs weliswaar anders omgaan met hun collega’s achter de schermen dan op het toneel waar ze een rol spelen, maar zich dan ook nog steeds in de dualiteit van de wereld bevinden, dus het ene toneel gaat naadloos over in een volgend toneel.
Maar toch geeft het voorbeeld wel aan en daar gaat het mij om, aan te geven dat we niet zijn wat we denken en geloven te zijn.
We zijn niet onze rol, daar refereert de Cursus ook aan in de tekst:

“Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet. Wat
ook de vorm van de aanval is, dit is nog steeds waar. Wie ook de rol van
vijand of van aanvaller op zich neemt, dit is nog steeds de waarheid. Wat
ook de oorzaak lijkt van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds
waar. Je zou namelijk helemaal niet reageren op figuren in een droom
waarvan je wist dat je die droomde. Laat ze zo haatdragend en kwaadaardig
zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve
wanneer jij naliet in te zien dat het jouw droom is” (T27.VIII.10:1-6).

Mijn droom, mijn projecties, mijn rol(len), allemaal gedroomd, en gespeeld door de ene denkgeest die gelooft in afscheiding, waardoor het onmogelijke mogelijk lijkt te worden.

Als ik dit echt leer zien, en daar moet de denkgeest aan toe zijn, anders kan het niet echt ‘gezien’ worden, dan wordt het ook zo veel makkelijker werkelijk te vergeven. Want waarom zou ik een ‘rol’ die gespeeld wordt door de ene denkgeest die zich heeft geprojecteerd als een projectie die de vijand speelt, niet heel makkelijk kunnen vergeven?
Het betekent niet dat ik me kan of moet onttrekken aan de rol(len) die ik als denkgeest speel op het toneel. Als een goed acteur speel ik mijn rol vol overgaven, precies zoals deze in het script staat, terwijl ik tegelijkertijd weet dat ik de rol niet ben en slechts het toneelstuk van de afscheiding, van angst speel.
Ik haat of heb lief in mijn rol en alle tinten grijs die je maar kunt bedenken, maar ik ben het niet. En daarmee heeft de droom, dit theater dat ik mijn wereld, mijn leven noemen een heel andere functie gekregen, een symbolische functie, met als moraal: ‘ik ben hier om te leren dat ik hier niet ben’.
En ik heb al mijn rollen lief, ook al lijkt dat op het toneel van het leven niet zo te zijn, waar ik haat en liefheb, verdriet en vreugde ervaar, want ik weet wat hun functie is en ik verwar ‘rollen’ niet met wat ze in werkelijkheid zijn, nog steeds onveranderlijk héél en één in God.

all-worlds-stage2

Haat is een zeepbel, als ik mijn investering eruit haal spat het uit elkaar.
En de investering in haat is groot, Haat houdt immers de zeepbel egodenkgeest, in stand!
Mijn investering in haat is dan ook niet gebaseerd op wat er buiten mij lijkt te gebeuren, waar ik ogenschijnlijk alle bewijzen vindt om haat te rechtvaardigen, en ook niet op de daaronder liggende zelfhaat, met daaronder weer de haat als verdediging tegen de zonde, schuld en angst die weer daaronder schuil gaat, met als enig doel in de afscheiding te blijven, want terugkeren in Eenheid, betekent einde verhaal voor de denkgeest die in afscheiding gelooft, wat tevens de laatste laag angst is.

Dit lijkt een theoretisch verhaal zoals ik dat nu opschrijf, maar als dit verhaal niet gekend wordt, zal ik nooit de bodem, de grondoorzaak van wat ik denk kunnen achterhalen. Alleen de theorie is ook niet genoeg, want ook dat kan als vluchtheuveltje gebruikt worden door de tegenspartelende denkgeest, die koste wat kost afgescheiden wil blijven.
Het kan dus niet anders dan het verhaal helemaal aan gaan, de haat vol in de ogen zien, en erdoorheen gaan, zonder omwegen, maar wel aan de hand van de symbolen voor de herinnering aan Waarheid: Jezus en of de Heilige Geest (ten minste als ik de Cursus als mijn pad hebt gekozen en zover ben dat ik dat aanvaarden wil en kan).
Dit proces is onmogelijk aan de hand van mijn egodenken te volbrengen, want dat versterkt alleen maar de ego wil tot zelfvernietiging en het nog wilder om me heen slaan, ECIW zegt hier over, want:

“Jij denkt dat je de woning bent van slechtheid, duisternis en zonde. Jij
denkt dat als iemand de waarheid over jou kon zien, hij zou worden afgestoten
en voor je terug zou deinzen als voor een giftige slang. Jij denkt
dat als jou de waarheid over jou werd geopenbaard, je met zo’n intense afschuw
zou worden vervuld, dat je halsoverkop de hand aan jezelf zou
slaan, omdat het je onmogelijk zou zijn nog verder te leven na dit te hebben
gezien.
Dit zijn overtuigingen die zo vast verankerd zijn dat het moeilijk is je te
helpen inzien dat ze op niets zijn gebaseerd” (WdI.93.1:1-3).

En dit is gewoon zo, want ik kan alleen slechtheid en duisternis, zonde en schuld buiten mijzelf zien, doordat ik het eerst in mijzelf heb gezien, dat vervolgens weiger te zien, en het dan projecteer zodat het zich nu buiten mij lijkt te bevinden en het lijkt alsof ik er niets mee te maken heb; ik ben onschuldig en zij zijn de schuldigen.
Hier moet ik gewoon heel eerlijk oordeelloos naar leren kijken en nogmaals dat is onmogelijk olv mijn egodenken, het kan alleen olv mijn ‘herinnering aan Waarheid denken’, Jezus en of de Heilige Geest, beide symbolen van de oordeelloze Liefde, die de brug vormen naar het terug herinneren in Waarheid..
En alleen als ik bereid ben dat aan te gaan, en dat is echt niet makkelijk, maar absoluut wel mogelijk, kan ik mijzelf terug herinneren in Waarheid:

“Verlossing vraagt slechts het aanvaarden van één gedachte: jij bent zoals
God jou heeft geschapen, niet wat jij van jezelf hebt gemaakt. Welk kwaad
jij ook denkt te hebben gedaan, je bent zoals God jou heeft geschapen.
Wat voor vergissingen je ook hebt begaan, de waarheid over jou is onveranderd.
De schepping is eeuwig en onveranderlijk. God staat voor jouw
zondeloosheid garant. Jij bent en zult eeuwig precies zo zijn zoals je werd
geschapen. Licht en vreugde en vrede wonen in jou omdat God die daar
heeft geplaatst” (WdI.93.7:1-7).

En het is niet makkelijk de geprojecteerde haat oordeelloos onder ogen te zien en al helemaal niet de daaronder liggende zelfhaat, en al helemaal helemaal niet de daar weer onderliggende haat ten gevolgen van het geloof in zonde, schuld en angst die we (onderbewust) denken en geloven te hebben tov God, Liefde, Waarheid, Eenheid.
Vandaar dat het ook een langzaam proces is van laagje voor laagje afpellen van zonde, schuld en angst, en al mijn projecties, dus iedereen en alles inclusief mijzelf is mijn leermateriaal en tevens vergevingsmateriaal.

Mocht iemand nu denken, nou nee hoor herken ik absoluut niet….
Kijk dan maar eens goed als je de volgende keer jezelf helemaal uit je bol ziet gaan van razernij over iets wat er buiten je lijkt te gebeuren, of in zelfbeschuldiging en of zelfmedelijden beland. Waar denk je dat dat vandaan komt, nee niet van buiten mij, ook niet vanuit mij het lichaam, nee het komt uit mijn keuze voor de denkgeest die gelooft in afscheiding en daar hoe dan ook in wil blijven geloven, hoe krankzinnig het idee alleen al dat dat kan, ook is.
Ontwaken uit deze krankzinnige droom betekent een steeds betere en eerlijker observeerder worden, die steeds eerlijker en oordeellozer leert kijken naar zijn eigen gedachten, en besluit er niet meer in te geloven, maar ze te vergeven.

Ik laat Margot Krikhaar hier ook even aan het woord, want ook zij heeft over ‘haat’ en ‘zelfhaat’ geschreven in haar tweede boek ‘De grote bevrijding’ op pagina 68 in het hoofdstuk 5.4 Het ontstaan van het valse zelf:

De drie lagen van het zelfbeeld

Ons zelfbeeld is opgebouwd uit drie lagen, waarbij elke laag de verdediging vormt van wat eronder ligt. Deze drie lagen worden gevormd door (1) zonde, schuld en angst, (2) dader/aanvaller, (3) slachtoffer/gezicht van onschuld (zie figuur 7: De drie lagen van het zelfbeeld). Het lichaam wordt gebruikt om dit zelfbeeld uit te drukken. De onderste laag is schuld en angst. Zoals we zagen komt deze schuld voort uit de afscheidingsgedachte, en gaat schuld altijd gepaard met angst.
Schuld en angst vormen de verdediging tegen ons ware Christus Zelf dat eronder schuilgaat. Het is het eerste (innerlijke) ‘schild van vergetelheid’ van het ego (zie paragraaf 4.3). In deze laag zit naast schuld en angst ook verdriet:
verdriet om de onschuld die verloren lijkt te zijn (zie P2.IV.1:7).
De volgende laag, die bovenop de schuld en angst ligt, is die van daderschap of aanval. Schuld moet vanuit het ego naar buiten worden geprojecteerd.
Dit leidt tot aanval op anderen door hen als schuldig en onwaardig te zien, en daarmee ‘een aanval waard’. Dit gaat altijd met haat en woede gepaard.
Deze agressieve aanvallen worden vervolgens ook weer afgedekt, en hiervoor dient de derde verdedigingslaag. Dit is de bovenste laag, waarmee we ons aan anderen laten zien. Deze laag bestaat uit slachtofferschap of “het gezicht van de onschuld” (T31.V.2:6).
Vanuit dit deel van het zelfbeeld voel je je slachtoffer van de ‘schuldige’ en ‘vijandige’ anderen die jou naar jouw mening iets willen aandoen en voortdurend bedreigen. Of je voelt je slachtoffer van wereldse of lichamelijke factoren buiten jouw controle. Het gevoel van bedreigd worden door anderen of situaties komt uitsluitend voort uit je eigen schuldprojecties, maar deze zijn uit het bewustzijn gewist. De innerlijke schuld is nu buiten je geprojecteerd en lijkt helemaal niets meer met jouzelf te maken te hebben. Jij kan er niets aan doen, zo lijkt het; je wast je handen in onschuld en lijdt door de schuld van anderen. Deze laag gaat gepaard met gevoelens van machteloosheid en frustratie, met afzijdigheid (je willen afkeren van anderen of van de wereld, of juist heel veel afleiding zoeken in de wereld), en vaak ook met verdriet. Maar dit zijn krokodillentranen: het verontwaardigd ‘lijden’ om anderen te beschuldigen van wat jou is ‘aangedaan’, terwijl de eigen projectie hevig ontkend wordt. En uiteraard roept dit idee van slachtofferschap ook woede en angst op.

Schuld is het fundament van het zelfbeeld, en dat is dan ook wat we diep van binnen zullen voelen zolang we met ons afgescheiden ‘ik’ geïdentificeerd blijven. Schuld voelen is een regelrechte kwelling en dat is uiteraard de redden dat het ego het uit alle macht probeert te ontkennen en projecteren. Maar omdat hij daarmee niet echt verdwijnt, blijft hij wel degelijk voelbaar en komt meestal bij de minste of geringste aanleiding tevoorschijn.
De ontologische afscheidingsschuld ervaren we psychologisch – op het niveau van het individuele zelf – vooral als zelfhaat. Bij zelfhaat kun je denken aan gevoelens van minderwaardigheid, tekortgeschoten zijn, ontoereikendheid, falen, onzekerheid en zelftwijfel. We kennen het ook als schuldgevoelens over allerlei zaken die we menen ooit verkeerd gedaan te hebben. Maar het basisgevoel van schuld gaat nog veel verder dan het gevoel iets verkeerds gedaan of gezegd te hebben. Het is een diep gevoel van verkeerd zijn. De basis van ons valse zelf is dus een diepgaand en kwellend gevoel van in de kern volkomen verkeerd en fout zijn. Het egozelf is als gevolg hiervan een diepe ervaring van kleinheid, iets wat soms wordt gecompenseerd door wat de Cursus ‘grootheidswaan’ noemt. Kleinheid (minderwaardigheid) en grootheidswaan, waarbij de pijn en angst overschreeuwd worden door verschillende vormen van stoerheid, flinkdoenerij of arrogantie, worden zo twee egokanten die elkaar voortdurend kunnen afwisselen, afhankelijk van de situatie.

“Grootheidswaan is altijd een dekmantel voor wanhoop. Het is iets hopeloos, omdat het niet werkelijk is. Het is een poging om je kleinheid te compenseren, gebaseerd op de overtuiging dat die kleinheid werkelijk is” (T9.VIII.2:1-3).

… en nog twee zeer behulpzame aanhalingen uit ECIW:

“Niets kan jou kwetsen, tenzij jij het de macht daartoe geeft” (T20.IV.1:1).

en:

“Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet. Wat ook de vorm van de aanval is, dit is nog steeds waar. Wie ook de rol van vijand of van aanvaller op zich neemt, dit is nog steeds de waarheid. Wat ook de oorzaak lijkt van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds waar. Je zou namelijk helemaal niet reageren op figuren in een droom waarvan je wist dat je die droomde. Laat ze zo haatdragend en kwaadaardig zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve wanneer jij naliet in te zien dat het jouw droom is” (T27.VIII.10).

 

We, de (waarnemende/keuzemakende) denkgeest, moeten door het ´zwarte gat´, van de speciale haat, speciale liefde heen, teneinde te herinneren dat er alleen Liefde is. Vormloze alles omvattende Liefde.
Maar alleen omdat alle speciale liefde, speciale haat, projecties (vorm) zijn, en dus illusies, een droom, kunnen we, de waarnemende/keuzemakende denkgeest, dit volbrengen als we, waarnemende/keuzemakende denkgeest, daarvoor willen kiezen.
Zou de wereld geboren uit speciale haat en speciale liefde werkelijk zijn, wat wij, die willen vergeten denkgeest te zijn en denken dat deze wereld werkelijk is, geloven, dan is ontwaken of herinneren wat we werkelijk zijn, onmogelijk, we blijven dan een in dromen gelovende denkgeest.
Dus ons geloof in een wereld die werkelijkheid is, houdt ons, de denkgeest die wil vergeten, in de afscheiding.
Zonde, schuld en angst houdt ons in de illusie, het geloof in zonde, schuld en angst houdt de illusie waarin de denkgeest wil geloven in stand.
Alleen aan de ‘Hand’ van de herinnering (HG/J) die altijd nog aanwezig is in dat deel van de denkgeest dat weet dat de zonde, schuld en angst die ervaren wordt niet is wat deze lijkt te zijn zoals deze in de vorm waarin zonde, schuld en angst worden uit geprojecteerd en verschijnt, kan er worden terug herinnert, dwars door de ´zwarte gaten´ van de ervaringen heen.
Aan de ‘hand’ van het vergeten (ego), is dit niet mogelijk. Angst kan onmogelijk angst uit angst leiden, het zal de angst juist vergroten.
En ook dit moet onderkend worden, bijvoorbeeld als we uitroepen “die cursus werkt niet”, of we iets of iemand anders de schuld geven dat het niet werkt.
Allemaal zelf sabotage, wat eerst onderkend dient te worden.
Alleen de herinnering aan Liefde (HG/J) kan uit angst leiden, terug in Liefde.

Eerst moet onder ogen worden gezien dat alle speciale relaties, zowel liefde als haat relaties, die ik heb niet lijken te zijn wat ik bedacht heb dat ze zouden moeten zijn.
Ze hebben niets met liefde of haat te maken, ze zijn enkel en alleen een verdediging tegen wat ik, denkgeest, werkelijk ben: Één in God, Liefde alleen in staat tot uitbreiding van non-dualistische Liefde.
Dat wat ik als zogenaamd lichaam in een zogenaamde wereld met andere lichamen en dingen en situaties ervaar is slechts een afspiegeling van wat ik wens te denken en te zien, vanuit de wil tot afscheiding van Liefde. En daardoor kan ik, denkgeest, alleen speciale liefde en speciale haat uitbreiden. Ik kan het bewijs hiervan in al mijn relaties terug zien, als ik dat ten minste wil zien.

Besluit ik, als denkgeest, want lichamen beslissen niets, omdat ze niets zijn, slechts projecties vanuit denkgeest, dat er een andere manier moet zijn om te ‘zien’, dan begint de weg van het terug herinneren, dwars door alles wat diende als verdediging tegen het herinneren, en juist daardoor een verdediging werd. Dat wat ik mijn leven noem en als zodanig ervaar, is de verdediging tegen Liefde.

Elke ervaring uit verleden (zonde), toekomst (schuld) en nu (angst), kan nu als ik (denkgeest die zich wil herinneren) dat besluit het aan de ‘Hand’ van de herinnering (HG/J) anders laten gebruiken, nu als vergevingskans en vergevingsmateriaal.

En ja dit vereist bereidwilligheid en hard werken.
Niet in de zin van wat wij als zogenaamde lichamen als hard werken denken en geloven te ervaren, maar hard werken op het enige niveau wat er is, het denkgeest niveau, door elke gedachte die geprojecteerd wil worden onder ogen te gaan zien, inclusief de bijbehorende emoties en gevoelens, en louter en alleen als vergevingskans en vergevingsmateriaal te gaan willen zien.
Dwars tegen de aantrekkingskracht van de verslaving aan de egodenkgeest die opgericht is als verdediging tegen Liefde in.
Maar het is een liefdevol hard werken als we dit olv de altijd nog aanwezige Herinnering aan wat we werkelijk zijn: ‘Liefde’ doen.
Een hard werken, precies op maat gemaakt, nooit te veel, nooit te weinig, precies goed helemaal gebaseerd op ons eigen geloof in ons eigen nietig dwaas leventje, aan de hand van HG/J (de nog steeds aanwezige herinnering aan wat we werkelijk zijn) wat ons het benodigde vertrouwen zal geven dit aan te gaan in het vertrouwen dat de afloop alleen maar goed en liefdevol kan zijn.

Wat is vrijheid van meningsuiting eigenlijk?
En is dat niet hetzelfde als vrijheid tot belediging?
Interessante vragen waar ik graag even naar wil kijken.

Als ik vanuit mijn waarnemende denkgeest positie hiernaar kijk, dan zie ik dat vanuit de egokant van de denkgeest de uitgangspositie is: lichamen, personen die verschillend denken er verschillende principes, geloofsovertuigingen, conditioneringen erop na houden, kortom ik zie verschillen.
Verschillen die alleen gezien kunnen worden als er is gekozen voor projectie vanuit het idee dat afscheiding mogelijk en wenselijk is.
Ondanks het feit dat er alleen Eenheid bestaat, de Eenheid die Geest is, is er dan toch de wil afgescheiden te willen zijn. ECIW noemt dit ‘een nietig dwaas idee’.
En dit kan alleen als de Eenheid en de aard van Geest ‘vergeten’ wordt achter een muur van projecties en de projecties nu als enig zichtbaar bewijs worden gezien van wat nu ‘waar’ lijkt en er nu miljarden afzonderlijk denkende en opererende stukjes lijken te zijn. Dit wordt gezekerd en veilig gesteld door het ‘geloof’ erin. Dit is wat de wil tot afscheiden, de egodenkgeest wil zien en dus denkt te zien.
Vanuit egodenkgeest gezien is vrijheid van meningsuiting enkel en alleen een prachtige manier om de afscheiding ‘waar’ te maken. Er lijkt nu immers een apart lichaam te bestaan dat los staat van andere lichamen en die aparte lichamen hebben aparte gedachtes, die voortkomen uit opvoeding, plaats van geboorte, geslacht, leeftijd, conditioneringen, psychische gesteldheid, godsdienst enz. En dit hele licht ontvlambare mengseltje heeft zich genesteld in de afzonderlijke hersenen van al die afzonderlijke lichamen en dit alles wordt nu gezien en geloofd als ‘waar’.

Echter de natuurlijk drang naar eenheid is niet verdwenen, zelfs niet uit de egodenkgeest (waarvan er ook maar één is immers ook al is het doel van de egodenkgeest dit te vergeten en te ontkennen), ze is alleen vergeten. En deze natuurlijke drang naar eenheid uit zich dus ook onvermijdelijk in de wereld van afscheiding. Het vermomt zich bijvoorbeeld, als het naarstig zoeken naar partners in de strijd (speciale relaties noemt ECIW dat).
Men klontert samen in groepjes van gelijkgestemden, in een nu onbewuste poging om aan die onbewuste natuurlijke drang tot eenheid gehoor te geven en zo een einde te maken aan het pijnlijke gevoel wat juist komt door de poging gehoor te willen geven aan de onnatuurlijke drang tot afscheiding. Vandaar weer die uitspraak in ECIW ‘ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk’ (les 5).

Het samen klonteren lijkt enige verlichting van de pijn en het lijden te geven, het voelt goed om met gelijkgestemden te zijn, veilig, hekje eromheen, vlaggetje erop, klaar, dit zijn ‘WIJ’. Maar zodra een groepje gelijkgestemden een ander groepje gelijkgestemden, die over iets anders gelijkgestemd zijn dan het eerste groepje gelijkgestemden tegenkomt, slaat de angst, de pijn, de haat, de woede weer toe. En de pijn en het lijden, de angst, de haat wordt dan geprojecteerd op dat andere groepje gelijkgestemden, want de nog steeds onbewuste boodschap van de egodenkgeest blijft: afscheiding in stand houden kost wat kost.

Deze ontmoeting van verschillende groepjes van het binnen de groepjes zelf gelijkgestemdheid kan zich ook wat schijnbaar mooier voordoen, bijvoorbeeld als de eis voor ‘vrijheid van meningsuiting’.
Het ene groepje tolereert het andere groepje, respecteert het, begrijpt het; ‘natuurlijk’, zeggen de lichamen en de samengeklonterde groepjes dan: ‘natuurlijk ben jij anders, je komt uit een ander land, bent anders opgevoed, hebt een andere denkwijze, een andere religie, andere huidskleur, ander uiterlijk, tuurlijk en weet je ‘dat mag’. Iedereen mag zijn wie hij/zij is. We zijn allemaal verschillend en dat is best leuk en gezellig…’
Dat zeggen de lichamen en de groepjes dan, maar met de onbewuste geprojecteerde (egodenkgeest nog steeds) boodschap, ‘allemaal leuk en aardig en je mag er zijn, maar we zijn wel degelijk verschillend, we tolereren dat, maar de grens ligt bij; jij mag mij niet jouw ideeën, gebruiken, opvattingen, geloofsovertuigingen opdringen, wij eisen hier vrijheid van meningsuiting en jij past je maar aan. En dat zeggen beide afgescheiden groepen, waarbij de een aan het moorden slaat en de andere aan het protesteren. En waarbij over het hoofd wordt gezien dat beide groepen hetzelfde zeggen en het slechts uitingen zijn van de beide zijden van de ene egodenkgeest.
Uitingen van angst, maar eigenlijk een roep om liefde gezocht waar het niet te vinden is; ‘Een roepende in de woestijn’.
We zijn daar volkomen blind voor geworden, omdat naar het onbewuste verdrongen is, dat het over elkaars grenzen gaan en elkaars gedachten proberen op te dringen eigenlijk een omgekeerde uiting is van de onbewuste natuurlijk drang van de denkgeest naar Eenheid, naar Liefde.

Deze natuurlijke drang is nu echter totaal vervormd en totaal omgekeerd, door het verschijnsel projectie, zodat het juist het tegenovergestelde lijkt te zeggen. En dat geldt dus voor beide kanten zowel voor de grensoverschijders, als de grensbewakers. Beide vertegenwoordigers van de twee verschillende zijden van de egodenkgeest, de dualiteit.
Door voor de egodenkgeest als raadgever en gids te kiezen zijn wij, die nog steeds onveranderlijk Geest zijn, volledig de weg kwijtgeraakt en denken en doen (projecteren) precies het tegenovergestelde van wat we eigenlijk ZIJN en eigenlijk WILLEN. En dit komt doordat we ‘vergeten’ zijn dat we één Geest zijn en dus ook één Denkgeest en daardoor alleen nog lichamen en dingen (projecties dus) zien. We hebben onze projecties afgesneden van hun bron en zien alleen de projecties nog. En de projecties zien eruit als afzonderlijke lichamen, dingen en situaties, omdat we nu geloven in afscheiding en we zien wat we geloven en geloven wat we zien. Met als gevolg dat al onze pogingen om aan onze natuurlijke drang tot eenheid gehoor te geven op de ‘verkeerde’ plaats worden gezocht. Lichamen, dingen en situaties kunnen nooit een eenheid vormen, van wegen hun aard en hun doel, namelijk afscheiding.
Zolang we denken en geloven dat de wereld met al zijn, met opzet, met als doel afscheiding geprojecteerde zaken ooit één zal worden, is dat gedoemd tot mislukken en dat is precies wat wij als we voor de egodenkgeest kant van de denkgeest kiezen, willen.

Er is maar één uitweg uit deze krankzinnige doolhof, en dat is terugkeren naar het feit dat er alleen denkgeest is. En dit kan bereikt worden door dit eerst onder ogen te willen zien en dan al onze projecties terug te nemen in de denkgeest, waar ze overigens nooit uit vertrokken zijn, maar wat we wel geloofden dat mogelijk was. Dus door dat geloof terug te nemen en te zien dat er in werkelijkheid niets gebeurt is en dat eenheid alleen mogelijk is in de denkgeest en er alleen denkgeest is en wij niet onze projecties zijn.

En wat zal dit dan betekenen voor de ‘vrijheid van meningsuiting’?
Deze vraag, dit idee zal gewoon verdwijnen, omdat het een overbodige vraag is geworden.
Immers als we terugkeren naar onze bron, dan zien we de werkelijke Eenheid, die van de Geest weer. Alle bedachte grenzen verdwijnen dan eenvoudig vanzelf en wie heeft dan nog behoefte aan ‘vrijheid van meningsuiting’, welke ‘mening’ wil dan nog geuit worden, laat staan verdedigd?

Alleen het zeker weten Liefde te zijn en dat hoeft niet geuit te worden dat IS er gewoon en zal vanzelf zich uitbreiden omdat het simpelweg herkent wordt door de hele ene Denkgeest, die zich weer zijn natuurlijke staat herinnert.
En dat kan zich uiten, zolang we onszelf hier nog in een wereld zien en ‘ervaren’, terwijl we ontwaken uit de droom van afscheiding, via al onze projecties, die nu getuigen van de nu weer zichtbare achterliggende natuurlijke wens tot Eenheid, ook al ziet het er als droombeeld nog hetzelfde uit. Dat is de betekenis van de metafoor van ‘Christus zien in al je broeders’, en dat is niet iets wat je ‘doet’, dat is het logische gevolg van het ons weer herinneren van wat we ZIJN, Geest.

‘Vrijheid van meningsuiting’ kan dus een symbool zijn van de egodenkgeest wens tot afscheiding die bevochten en verdedigd moet worden, of een symbool voor Heilige Geest en dan alleen nog maar gezien als een kans om terug te herinneren in Eenheid in Liefde. Door te zien dat er niets gebeurt is, en onze vergissingen te vergeven, waarna ze simpelweg oplossen in het ‘niets’, wat ze ook al waren.

Ik had dus kunnen volstaan met deze laatste alinea, want dat is het enige wat er aan de hand is.
Maar misschien zijn al die woorden toch een beetje behulpzaam, voor mij in ieder geval wel…

%d bloggers liken dit: