archiveren

Tagarchief: geprojecteerde

Het feit dat we denken, geloven en ervaren “hier” te zijn, betekent dat we allemaal “dragers” zijn van het (geloof in) zonde, schuld en angst “virus”.
Omdat “we” de denkgeest die in afscheiding gelooft (ego) daar niet naar wil kijken en dat niet wil geloven wordt het geprojecteerd en wordt het gezien en ervaren als een “virus” dat zich als een donkere schaduw uitbreidt over de wereld.
En ontstaat dientengevolgen chaos rondom een nietig dwaas idee van afscheiding.
Deze chaos bevechten door ontkenning of bevestiging (beide zijde van het ene ego idee van afscheiding), vergroot en breidt de chaos juist uit.

Dit ego mechanisme proberen met geweld te stoppen, door er woedend over te worden of het onschuldige, depressieve slachtoffer te spelen past ook gewoon weer in het schijnbaar eindeloos uitgebreide ego spectrum, komende vanuit het geloof in zonde, schuld en angst. Ook door dit alles als fout te bestempelen is ook weer kiezen voor ego oftewel voor afscheiding.

Ik bedoel het is toch niet zo heel ingewikkeld alle vormen en projecties van afscheiding te zien in dit hele virus projectie gebeuren?
En als gezien wordt dat de wereld een projectie is van een innerlijke toestand kan dan de wereld en wat daarin lijkt te gebeuren nog als letterlijk en als serieus genomen worden?
Kan dan echt worden geloofd dat de schaduwen op de muur als ze maar 1.50 afstand van elkaar houden niet ziek worden? Kunnen schaduwen ziek worden?
Kan de denkgeest die schaduwen gelooft te zien ziek zijn? Ja want wat anders dan ziek is het te geloven dat schaduwen ziek kunnen zijn?

Maar ik ervaar “mijzelf” niet als denkgeest en ook niet als schaduw.
Ik ervaar mijzelf en anderen als een lichaam, kortom de wereld als een broedplaats van allerlei enge virussen die mij en iedereen kunnen doden.
En dat het wel degelijk werkt als er bepaalde maatregelen worden genomen, of de andere kant van ego mogelijkheden, dat ik geloof dat er machten bezig zijn de wereld te vernietigen, en elke mogelijke ego gedachten daar tussen in en dat ik me daar fel tegen moet verzetten, of het maar over me heen moet laten komen met alle tinten grijs daar ook weer tussen in.

Maar zou het kunnen zijn dat ik me vergis, want hoe kan ik anders ook gedachtes hebben over dat de “ik” die ik denk en geloof te zijn niet is wat het lijkt?
Dat de wereld een uiterlijke projectie is van een innerlijke toestand?
Is er misschien “iets” aan het wakker worden, is er “iets” zich beginnen te herinneren wat vergeten moest worden?
Een vraag die het antwoord in zich draagt.
Achter het dualistische denken; vraag/antwoord gaat nog steeds onveranderlijke Waarheid schuil: Weten.

Dus JA achter elke schijnbare gebeurtenis in de wereld van geprojecteerde schaduwen en chaos ligt nog steeds onveranderlijke Waarheid.
Het ontwaken uit de wereld van gedroomde schaduwen is onvermijdelijk, omdat geprojecteerde droomschaduwen net als slaapdromen niet waar kunnen zijn.

Het ontwaken is niet afhankelijk van het gedrag van de projecties/schaduwen. Projecties/schaduwen zijn niet autonoom. De bron is immers de denkgeest die gelooft in afscheiding en daarvoor projecties/schaduwen nodig heeft om dit geloof in stand te houden.
Ontwaken is afhankelijk van het in twijfel trekken van het waarheidsgehalte van projecties/schaduwen. En de wens terug te willen herinneren in Waarheid.

Als dat eenmaal in gang gezet is zal het terugherinneren in Waarheid onvermijdelijk zijn en zullen alle projecties/schaduwen een andere functie krijgen. Een functie gewenst en geleid vanuit juist gerichte denkgeest, dat gedeelte van de denkgeest dat de herinnering in zich draagt aan Waarheid. Deze diepe wens zal elke “handeling” leiden niet vanuit de wereld als (ego)bron, maar vanuit de (Heilige Geest)denkgeest als bron, die terug wenst te herinneren in Waarheid.

.

Wat metafysische gedachten:
Als alles een gedachte is en alles wat ik denk en geloof te zien een geprojecteerde versie van die gedachte is, dan is de logische conclusie dat alles komt van een gedachte uit de denkgeest. (Denkgeest is niet het brein!).
Dat betekent onder andere, dat als ik me van A naar B beweeg en of dat nou van mijn pc naar de keuken is of een wandeling naar de plaatselijke super, de trein, bus, auto of de fiets neem om ergens naar toe te gaan, of vanaf Schiphol naar NYC of LA het eigenlijk altijd teleportatie is.
We (de denkgeest) doen non stop aan teleporteren.
Zowel het lichaam dat lijkt te bewegen als het vervoermiddel als de afstand die afgelegd wordt komt voort uit een geprojecteerde gedachte. In die zin is de denkgeest die dit allemaal projecteerd voortdurend met magie bezig.
In die zin is bijvoorbeeld een Jezus die over het water loopt of een Gary die ineens Arten en Pursha op zijn bank aantreft, of een Sai Baba die dingen materialiseerd of een ik die over straat naar AH loopt en dingen koopt precies hetzelfde. Het zijn allemaal projecties vanuit de denkgeest.
In de vorm waarin het zich schijnbaar laat zien lijkt het heel verschillend en vinden we het één abnormaal, of wonderlijk en het andere “normaal”. Maar laten we eerlijk zijn, en logisch, als alles afkomstig is vanuit de denkgeest en dus een gedachte blijft, dan is alles hetzelfde, omdat de bron hetzelfde is. En gedachten, ideeën verlaten nooit hun bron (de denkgeest).

Het feit dat we wel verschillen zien en helemaal niet (willen) zien dat de bron van alles de denkgeest is, betekent alleen dat we hebben gekozen voor de ego optie van de denkgeest. Het ego heeft als enig doel zijn bron (de denkgeest) te verbergen en deze bron te verplaatsen naar zijn projecties, die daardoor afgescheiden en los zijn komen te staan van de denkgeest en nu ineens de bron lijken te zijn.
Ondertussen is en blijft deze poging tot afscheiding ook een magische truc welke niet werkelijk tot afscheiding van de werkelijke Bron kan leiden.
Daarmee wordt elke magische beweging (en dat is alles wat “we” lijken te doen in een wereld in een lichaam) die “we” onbewust (onbewust als bescherming tegen het uitkomen van wat onmogelijk is) onwaar en eigenlijk volkomen ongevaarlijk.

Dit wat zich nu opschrijft en dit kan observeren, moet wel de terugkerende herinnering zijn welke het verschil kan waarnemen tussen Waar en onwaar. Wat tevens betekent dat het realiseren van dat er kennelijk een keuze gemaakt kan worden ook steeds duidelijker wordt.
Als alles gedachte is afkomstig vanuit de denkgeest kan er een keuze gemaakt worden, de keuze voor magie (alles wat het “ik” lichaam lijkt te doen in de wereld) met als doel afscheiding of voor het laten her-gebruiken van diezelfde magie, door de magie te vergeven, waarmee wordt gekozen voor het opgeven (vergeven) van wat niet gebeurt kán zijn in de wetenschap dat wat onveranderlijke waarheid is, nooit kan veranderen in iets anders.

Daardoor zal alle “magie” een andere functie krijgen.
De wat we eerst zagen als extreme vormen van magie of materiële wonderen, zoals lopen over water, verlichte meester in de woonkamer, of dingen materialiseren uit het “niets”, maar ook dat wat we niet beschouwen als magie, maar het wel is (ons dagelijkse leven) zal dan kunnen worden gezien en worden her-gebruikt als symbolen voor het doorbreken van de schijnbare begrenzingen welke het geloof in het afgescheiden egodenken met zich meebrengt. En zal er een opening komen voor de onvermijdelijke wil terug te herinneren in Waarheid.

Ik ben altijd precies waar ik ben, ik ben altijd waar ik denk en “bedacht” heb te zijn.
De “ik” is altijd denkgeest, niet een lichaam. Het lichaam is ook een gedachte, een geprojecteerde gedachte, maar nog steeds een gedachte en niet dat wat ik “bedacht” heb dat het moet zijn: een lichaam van vlees en bloed los van de denkgeest die het bedacht heeft.
Gedachten verlaten nooit hun bron, gedachten zijn de bron. Zoals een schrijver zijn gedachten omzet in figuren in een verhaal, precies zo zetten wij allemaal als denkgeest onze gedachten om in figuren in een verhaal maar gaan daar vervolgens helemaal in op en doen alsof het verhaal en de figuren “werkelijkheid” zijn.
Ondertussen beelden al de figuren in mijn verhaal uit wat ik denk, ze beelden mijn gedachten uit hoe ik over mijzelf denk.
En als ik denk en geloof een lichaam te zijn los van andere lichamen, dingen en situaties, beeld ik altijd projecties vanuit zonde, schuld en angst uit.
Dat begint pas te dagen als de denkgeest (de bron dus) zichzelf gaat bevragen: “is dat wel zo, zijn al mijn oordelen wel waar”, en door in plaats van te projecteren, vanuit zonde, schuld en angst, naar binnen keert, een stap terug doet en zijn observerende plaats inneemt, die van boven het slagveld en zich even niet meer identificeert met de figuren op het slagveld en ineens doorkrijgt dat hijzelf, de denkgeest de projecterende gedachte achter dit alles is.
En vervolgens inziet dat de projectie nooit zijn bron de denkgeest (de gedachte) kan verlaten, en “ik” dus altijd precies ben waar ik “denk” te zijn. De “ik” is een geprojecteerde gedachte, gedacht en geprojecteerd door de denkgeest en NIET door het lichaam.

Ervaar ik, dat ik altijd op de verkeerde plek ben en ik voortdurend ergens anders wil zijn, waar het vast beter is, dan is het enige wat de zich als “ik” verbeeldende denkgeest doet, ontkennen dat er alleen denkgeest is. En dat ontkennen kan alleen door iets anders te verzinnen, en dat iets anders moet dan wel het tegenovergestelde van grenzeloze denkgeest zijn: vormen die begrenst en afgebakend, los van elkaar lijken te bestaan. En door het ontkennen van de bron, verdwijnt de bron (de denkgeest, die denkt en projecteert) in de vergetelheid.

Pas als dit alles begint te dagen in de daar aan toe zijnde denkgeest, kan de vergissing weer terug gedraaid worden en zal de denkgeest zich weer herinneren.
Daardoor zal er altijd een gevoel van overheersende vrede zijn waar men zich ook denkt te bevinden binnen het nog aanwezige ervaren. Het vechten tegen de “windmolens” stopt dan op het niveau waar het gestopt kan worden; de denkgeest, omdat volledig wordt ingezien hoe het werkt.

%d bloggers liken dit: