archiveren

Tagarchief: geprojecteerd

Iedere gedachte bevat de wil tot afscheiding, de keuze voor en het geloof in ego en de herinnering aan wat mijn keuze voor ego mij wil laten vergeten; de keuze voor en het geloof in HG.
Dit helpt enorm om elke gedachte, uit de schijnbare (met opzet) vorm chaos van projecties, terug te brengen naar zijn bron, de denkgeest de enige “positie” waar ik kan leren dat niet op de eerste plaats de vorm waarin deze keuze worden geprojecteerd er toe doet, maar de achterliggende keuze voor afscheiding. Alleen in die denkgeest positie kan er opnieuw gekozen worden, voor afscheiding (vergeten) of voor Herinneren.
Dit helpt ook om de vormen waarin de wens tot afscheiding geprojecteerd wordt niet meer in zijn vorm als zodanig serieus te nemen. Immers de projectie op zich is nooit wat deze lijkt te zijn. Allereerst is het een projectie, een soort filmbeeld en het wordt geprojecteerd om de achterliggende reden, de wil tot afscheiding van Één, te verbergen.
Mijn ego zal hier onvermijdelijk een reactie op geven (het ego is in elke gedachte aanwezig), maar al lerende dat het niet is wat het lijkt, dus niet echt of waar is, kan ik er ook beter met steeds minder wordende angst (angst=verdediging) naar leren eerlijk oordeelloos te kijken (=kijken olv HG/J), zodat de gedachte geschikt wordt als vergevingsgedachte en vergevingskans.

Jezus en de Heilige Geest

De symbolen Jezus en de Heilige Geest worden in de Cursus (her)gebruikt, omdat de Cursus het gebruikt om ons daar te kunnen ontmoeten waar we denken te zijn en tevens omdat het tevens de keuze voor de leiding van de egodenkgeest zo duidelijk maakt.
De zogenaamde historische Jezus uit de Bijbel en ook de Heilige Geest zijn projecties vanuit de egodenkgeest die juist de angst voor God uitbeelden. De angst voor een wraakvolle God die zich zal wreken op ons zondaren die hem vermoord hebben. Aldus de nachtmerrie van de Zoon van God, die als antwoord hierop een eigen God heeft bedacht met een zoon (Jezus) en een Heilige Geest, als inspiratiebron van de egodenkgeest, zoals we ze kennen uit de Bijbel.
Van daaruit zijn de bijbelse verhalen ontstaan, geprojecteerd en letterlijk genomen.
De egodenkgeest kan zielsveel van die Jezus houden, hem haten of negeren, maar al zulke vormen zijn hoe dan ook uitingen van de zonde, schuld en angst waarop de egodenkgeest is gestoeld. Ze nemen de historische Jezus en de Heilige Geest letterlijk, want ze blijven op het dualistische niveau van de wereld.
Als we dan de Cursus tegenkomen in ons leven en deze gaan ‘doen’, moeten we dit eerst onder ogen gaan zien, en dat is pijnlijk, want het lijkt of ons ‘knuffeldekentje’ wordt afgepakt en dat gaat onvermijdelijk met afkick verschijnselen gepaard.
De Jezus en de Heilige Geest waar we ooit naar toe gingen voor troost lijken nu ineens af te brokkelen en er lijkt even niets voor in de plaats te komen, want de weg naar een vervanging in de vorm lijkt ook afgesloten te zijn, omdat we ook leren dat wat we zien met de ogen van het lichaam een illusie is, een droom. Het is dus even slikken voor mensen die de Bijbel als woord van God beschouwden om te moeten gaan inzien dat de Bijbel voort is gekomen vanuit de egodenkgeest, want de Bijbel is 100% geschreven vanuit lichaamsidentificatie. Ook al lijkt het heel geïnspireerd te zijn, het wordt toch vereenzelvigd met bepaalde speciale personen (lichamen dus) die over lichamen schrijven.
Zelfs de Heilige Geest wordt als een aparte entiteit gezien.
En ja, ook de Bijbel kan symbolisch worden gezien en behulpzaam zijn als zodanig, maar niet om te rechtvaardigen dat wat in de Bijbel staat letterlijk moet worden genomen en er een echte Jezus en een echte Heilige Geest heeft bestaan, want dat is alleen maar weer het aloude egoverhaal van de afscheiding.
Dus het terug herinneren naar wat we werkelijk zijn, Geest en één in God is niet makkelijk, en ondanks het liefdevolle hergebruik in de Cursus van Jezus en de Heilige Geest als symbolen voor de terug herinnering in God, zal het niet ‘makkelijk’ zijn.
We krijgen allemaal te maken met ontwenningsverschijnselen en velen haken dan ook af en rennen terug naar hun comfortabele knuffeldeken, de aloude Jezus en de Heilige Geest van de Bijbel.
Dus voor diegene waarvoor Jezus een troost was als historische Jezus, maar ook voor diegene die niets van Jezus moeten hebben is de Cursus enorm confronterend en wel op dezelfde manier. Beide nemen de historische Jezus letterlijk en omarmen deze of wijzen hem af.
Kort gezegd is de Cursus confronterend voor iedereen die hem doet, want iedereen vereenzelvigd zich met een lichaam en maakt de wereld met al zijn vormen en situaties waar.
De liefdevolle aard van de Cursus uit zich dus hierin dat het de ‘kostbare’ troostende hulpmiddelen van de egodenkgeest, zoals een Jezus of een Heilige Geest hergebruikt. Het beoordeelt ze of veroordeelt ze niet, het laat zien, dat ze in hun egovorm onwaar zijn, dat moet eerst onder ogen worden gezien, zodat ze daarna als symbolen kunnen worden gebruikt om te leren vergeven.
We leren dan dat een Jezus en een Heilige Geest niet in wat we ons leven noemen kunnen komen, want ze vertegenwoordigen onze ware aard, die van Geest zijn één in God en dat gaat niet samen met het idee van lichamen zijn in een droomwereld van vormen en situaties.
We, als waarnemende en keuzemakende denkgeest, kunnen alleen al onze vergissingen terugbrengen naar hun bron de denkgeest en ze laten vergeven. De symbolen Jezus en de Heilige Geest (dus niet de historische Jezus en de Heilige Geest van de Bijbel) worden nu onze gidsen in het terug herinneren in God in Eenheid, dat wat we in werkelijkheid zijn.
Eigenlijk is de Heilige Geest en ook Jezus het symbool voor de waarnemende en keuzemakende denkgeest, (dat wat we in werkelijkheid zijn) ze nemen waar, maar treden niet binnen in de illusie. Want hoe kan je nu binnentreden in iets wat niet bestaat.
De waarnemende denkgeest is in staat de voorheen fantasiefiguren de Heilige Geest en Jezus die een rol speelde in het egodrama te hergebruiken door op dezelfde wijze met ze te communiceren, te praten, maar ze nu als symbool te zien voor wat we in werkelijkheid zijn, denkgeest en één met ons en daardoor altijd beschikbaar, terwijl de egoversie van de Heilige Geest en Jezus in zijn lichaamsgerichtheid, alleen beschikbaar leek als we het hadden verdiend dat ze ons misschien eventueel wel zouden helpen als we het niet te bont hadden gemaakt en gebukt gingen onder zonde, schuld en angst.
Dus uiteindelijk, als we de Cursus willen volgen, zullen we onder ogen moeten zien dat de historische Jezus en de Heilige Geest niet bestaan, net zomin als wij, en alle lichamen en aardse situaties bestaan.
Daarom is ECIW niet geschikt voor iedereen, hoewel het wel in de andere zin een verplichtte cursus is, van wegen zijn aard, omdat we in werkelijkheid nooit uit de Eenheid van God zijn weggegaan, er dus niets gebeurt is en het onvermijdelijk is dat het hele Zoonschap zich dat gaat herinneren.
De manier waarop en hoe en wanneer is een vrije keuze, beter, ‘lijkt’ een vrije keuze.

 

Durf ik mijn ‘ergste’ egogedachten eerlijk onder ogen te zien?
Wat is daar voor nodig om dat te kunnen en te willen vooral?
Alles wat ik als buiten mij ervaar heb ik daar buiten geprojecteerd als symbool voor afscheiding en zijn dus afkomstig uit de keuze voor zonde, schuld en angst.
Ook al denk ik nog zoveel te houden van iemand of iets, zolang ik iemand of iets als autonoom buiten mij zie, zie ik dat zo omdat ik afscheiding, dus vormen van zonde, schuld en angst projecteer. Het lastige is, en aangeeft dat het ego afscheidingsdenken heel slim in elkaar zit, is dat ik heel erg kan lijken te houden van of heel erg geef om, of gesteld ben op die iemand of iets die buiten mij lijkt te bestaan.
Voordat de waarnemende en ervarende ‘ik’ (denkgeest) onder ogen wil en durf te zien dat zolang ik iemand of iets als los van mij zie en ervaar het om ego liefde en ego geven-om gaat en zolang ik hier nog voor terugdeins en met afschuw dit blijf ontkennen, blijf ik stug voor egodenken en ervaren kiezen.

Eerlijk al mijn diepst verborgen egogedachten onder ogen willen en kunnen zien, kan niet geforceerd worden, geaffirmeerd worden, over gemediteerd worden of door doen alsof opgelost worden. De denkgeest zal daar aan toe moeten zijn, zodat de keuze voor ‘Het’ andere Doel, terug herinneren in Eenheid, een logische keuze zal zijn.
Als de denkgeest eraan toe is, zal het onder ogen willen en durven zien niet meer als een onmogelijke bedreiging voelen, maar als een noodzakelijke stap die aan de Hand van Bereidwilligheid gezet kan worden, omdat gezien wordt dat het onder ogen zien van al mijn ego-afscheidings-gedachten noodzakelijk is om werkelijk te kunnen Vergeven en me volledig te Herinneren en te ontwaken uit de droom van afscheiding.
Al mijn speciale relaties zullen dan worden her-gebruikt en symbolen worden voor terugkeren in Liefde, in plaats van voor afscheiden van Liefde.

(Ik), de gedachte die denkt is altijd precies waar deze denkt en gelooft te zijn.
(Ik), de gedachte die denkt te weten waar zgn ‘anderen’ zijn, ziet alleen zijn eigen gedachten van waar deze denkt en gelooft te zijn geprojecteerd terug.
Er is geen ik er zijn geen ‘anderen’ er is één denkgeest die alles omvat en instaat is tot denken (niet het brein denken, maar het denkgeest denken).
Heeft de gedachte (ik), beschuldigende, oordelende gedachten, dan gaat dat altijd over de denkende bedenkende gedachte zelf, die denkt en geloofd dat er naast één toch nog twee mogelijk is.
Dat (ik) de gedachte het kan denken, geloven, projecteren en dan ‘vergeten’ dat het een gedachte is (wat ook een gedachte is) betekent niet dat de gedachte gedachte dan zomaar ineens als bij toverslag wel werkelijkheid wordt. Dat is slechts een magische gedachte die alleen resulteert in een waanvoorstelling. En een waanvoorstelling is ook nog steeds een gedachte, gedacht door de (ik) gedachte, die in de war is over zijn ware identiteit, welke altijd nog denkgeest is.

“De wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel..” (Vondel, oorspronkelijk, Shakespeare).

Voor mij betekent dit, dat de ene denkgeest die ‘droomt’ afgescheiden te kunnen zijn van Eenheid (wat dus onmogelijk is en dus niet heeft plaatsgevonden in werkelijkheid), zich een wereld heeft geprojecteerd, zoals een film wordt geprojecteerd, en daarin alle rollen speelt en alle situaties die de onmogelijkheid van afscheiding toch mogelijk laat lijken.
De ene denkgeest lijkt nu uit miljarden deeltjes te bestaan, die ieder hun eigen rol spelen in een dualistische wereld.
Een wereld die alleen dualistisch kan zijn als er tegengesteldheid lijkt te bestaan. Dus goed tegenover kwaad en daar binnen alle variaties die daarop maar mogelijk zijn.
Het betekent ook dat de rol die ik speel niet is wat ik ‘ben’. Het is nog steeds de ene denkgeest die een rolletje speelt. De rol van goed zowel als de rol van kwaad of welke tegenstelling dan ook.
Ik kan dus de rol van goed spelen en ook de rol van het kwaad, schijnbaar als twee of meer verschillende personen, dingen of situaties, maar in oorsprong is het de ene denkgeest die dit ‘speelt’ in zijn zelfgemaakte dromen van afscheiding.
En net als een acteur op het toneel, ben ik de acteur die een rol speelt, ik ben niet die rol, ik ben de acteur.
En in mijn rol kan ik liefhebben of haten en alles wat daar tussen zit, maar achter de coulissen, doe ik mijn kostuum uit en ga ik na de voorstelling lekker even nog wat drinken met mijn geliefde collega’s die ik net op het toneel nog vermoord heb.
Wat als het nou precies is wat er aan de hand is op het toneel wat ik mijn leven noem?
Ik weet het, het voorbeeld gaat niet helemaal op, omdat acteurs weliswaar anders omgaan met hun collega’s achter de schermen dan op het toneel waar ze een rol spelen, maar zich dan ook nog steeds in de dualiteit van de wereld bevinden, dus het ene toneel gaat naadloos over in een volgend toneel.
Maar toch geeft het voorbeeld wel aan en daar gaat het mij om, aan te geven dat we niet zijn wat we denken en geloven te zijn.
We zijn niet onze rol, daar refereert de Cursus ook aan in de tekst:

“Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet. Wat
ook de vorm van de aanval is, dit is nog steeds waar. Wie ook de rol van
vijand of van aanvaller op zich neemt, dit is nog steeds de waarheid. Wat
ook de oorzaak lijkt van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds
waar. Je zou namelijk helemaal niet reageren op figuren in een droom
waarvan je wist dat je die droomde. Laat ze zo haatdragend en kwaadaardig
zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve
wanneer jij naliet in te zien dat het jouw droom is” (T27.VIII.10:1-6).

Mijn droom, mijn projecties, mijn rol(len), allemaal gedroomd, en gespeeld door de ene denkgeest die gelooft in afscheiding, waardoor het onmogelijke mogelijk lijkt te worden.

Als ik dit echt leer zien, en daar moet de denkgeest aan toe zijn, anders kan het niet echt ‘gezien’ worden, dan wordt het ook zo veel makkelijker werkelijk te vergeven. Want waarom zou ik een ‘rol’ die gespeeld wordt door de ene denkgeest die zich heeft geprojecteerd als een projectie die de vijand speelt, niet heel makkelijk kunnen vergeven?
Het betekent niet dat ik me kan of moet onttrekken aan de rol(len) die ik als denkgeest speel op het toneel. Als een goed acteur speel ik mijn rol vol overgaven, precies zoals deze in het script staat, terwijl ik tegelijkertijd weet dat ik de rol niet ben en slechts het toneelstuk van de afscheiding, van angst speel.
Ik haat of heb lief in mijn rol en alle tinten grijs die je maar kunt bedenken, maar ik ben het niet. En daarmee heeft de droom, dit theater dat ik mijn wereld, mijn leven noemen een heel andere functie gekregen, een symbolische functie, met als moraal: ‘ik ben hier om te leren dat ik hier niet ben’.
En ik heb al mijn rollen lief, ook al lijkt dat op het toneel van het leven niet zo te zijn, waar ik haat en liefheb, verdriet en vreugde ervaar, want ik weet wat hun functie is en ik verwar ‘rollen’ niet met wat ze in werkelijkheid zijn, nog steeds onveranderlijk héél en één in God.

all-worlds-stage2

Onderdeel van het ‘geheugenverlies’ van de egodenkgeest, met als doel voor eens en voor altijd UIT de denkgeest te blijven, en projecteren gebruikt om dat te bereiken, is het besluit niet te willen gaan begrijpen wat ware vergeving is.
En mijn egodenkgeest gedeelte zal dit heel slim verpakken in, ja maar ik wil wel vergeven, maar vervolgens tot de conclusie komen, na het zgn geprobeerd te hebben; ik snap dit niet, te moeilijk, werkt niet.
En mezelf vervolgens beschuldigen van domheid, laksheid, luiheid enz., waardoor ik weer in mijn ‘veilige’ comfort zone, mijn egodenkgeest kant wegzak, vastbesloten daar voor eeuwig te blijven. En als extra beveiliging plakken we er een etiket op: ‘onbewust, gevaarlijk, afblijven.’

Er is echter een ander gedeelte van mijn denkgeest, dat dit kan waarnemen, mijn waarnemende/keuzemakende denkgeest. Van daaruit schrijf ik dit ook kennelijk. Deze is altijd beschikbaar net zoals de egodenkgeest kant van mijn denkgeest en de Heilige Geest denkgeest kant van de ene denkgeest.

In de hoedanigheid van waarnemend/keuzemakende denkgeest zijn, kan ik dus waarnemen wat ik denk, op egodenkgeest niveau. Dan kan ik al niet meer spreken van ‘onbewust’, want ik kan het waarnemen. Ik ben dan al uit het geloof in wat zich lijkt af te spelen op ‘vorm’ niveau gestapt, en doe een stap terug, zodat ik kan waarnemen.
Ik kan dan kiezen om daar met opnieuw mijn egodenkgeest kant naar te kijken, of met mijn Heilige Geest denkgeest kant.
En ik kan dan de keuze maken om mijzelf voor deze gedachten te vergeven of opnieuw te beschuldigen.
Neem ik waar dat ik mezelf toch verwijt dat ik een bepaalde gedachte of een bepaalde persoon, inclusief mijzelf, of ding of situatie heb beschuldigd en mezelf daar schuldig, zondig en angstig over voel, dan kan ik me realiseren dat ik dan voor ego vergeving kies en niet voor ware vergeving, zoals de Cursus ons dat aanbied.
En kan ik ook beseffen dat ik daar nu bewust voor kies en dat dus wil, maar ik ook voor een andere manier kan kiezen, namelijk ware vergeving.

In dit observeer-stadium is elke gedachte al of een oordeel vanuit angst egodenkgeest materiaal, of een oordeelloos kijken vanuit mildheid HG denkgeest materiaal.
De keuze is aan dat gedeelte van mijn denkgeest dat kan waarnemen en kan kiezen voor welke ‘hulp’ ik kies.

Bijvoorbeeld kan ik de gedachte zien: ‘Ik snap dit niet, dit is te moeilijk voor mij’.
Dan kan je zeggen als je tenminste bereid bent ware vergeving toe te passen, want daar begint het mee: ‘Ik vergeef mijzelf dat ik een ‘ik’ Annelies lichaam heb bedacht, in een wereld buiten mij, die dit kan denken over zichzelf (‘Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk’ (WdI.5)). Dit moet wel een vergissing zijn, ik geef het aan jou Jezus (mijn J(uist) gerichte denkgeest) help me dit anders te zien (‘Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.’(WdI.34)).
En dan doe ik verder niets, ik ga door met waar ik mee bezig ben, maar neem het nu niet meer serieus, want ik voel me in verbinding staan met mijn waarnemende kant van mijn denkgeest, daar waar het allemaal vandaan komt. Ik stap dus uit de slachtoffer rol van denken en geloven het lichaam ‘Annelies’ te zijn die van alles over zichzelf en anderen denkt en breng mezelf terug naar wat ik werkelijk ben; denkgeest.

En terwijl ik doe wat ik doe, blijf ik waarnemen vanuit mijn waarnemende/keuzemakende positie en oefen mijzelf in het alert zijn en blijven op elke gedachte die ik (denkgeest) denk, zodat ik elke gedachte als vergevingskans en materiaal kan laten gebruiken.
Ik las laatst, ben vergeten wie, wat en waar, die dit het trainen van je vergevingsspier noemde, leuk symbool.

Dus als er in dat proces van waarnemen onvermijdelijk egodenkgeest gedachten langskomen, onvermijdelijk, omdat elke gedachte zowel ego-, waarnemende als HG kanten bevat, dan kan ik telkens weer opnieuw de keuze maken; wil ik hiernaar kijken en dit vergeven of wil ik dit laten zoals het is.
En dit vereist heel veel eerlijkheid in het kijken naar elke eigen gedachte.
Voel ik angst of enige vorm daarvan die ook met zonde en schuld te maken heeft, dan is dit alleen maar een bewijs dat ik voor de egodenkgeest kant van mijn denkgeest kies, dat kan ik mezelf dan weer vergeven, of niet, zodat ik opnieuw kan kiezen.
Dus bijvoorbeeld:
‘Ik vergeef mijzelf dat ik een ‘Annelies’ heb gemaakt/bedacht, die zich schuldig kan voelen over ‘dit, of dat’, in ‘die en die’ situatie, ik neem dit terug in de denkgeest, ik kies nu voor mijn HG denkgeest kant, want ik wil dit mijzelf vergeven en ik wil dit anders zien.’

En elke gedachte is hiervoor geschikt, elke gedachte die NU langskomt. Ik hoef geen gedachten op te zoeken, of op te sparen of in het verleden te duiken opzoek naar vergevingsgedachten, ze dienen zich aan elke seconde en ze zijn allemaal hetzelfde van inhoud, ook al lijkt de vorm steeds te veranderen.

Langzamerhand zal je her-ontdekken, dat de ‘ik’ inderdaad alleen maar uit denkgeest bestaat, dat de ik alleen maar gedachten heeft en dat wat de ik denkt te zien alleen maar projecties zijn geprojecteerd door alle gedachten die de ik heeft.
En dan zie ik ook dat ik 100% verantwoordelijk ben voor al mijn gedachten en er niets is buiten mij die ik de schuld kan geven.
En dan is ware vergeving mijn enige functie.
Dat is het doel van het werkelijk ‘doen’ van ECIW en daarvoor dient het oefenen met het oefenmateriaal waar we middenin zitten en we ons leven noemen.
En dan als ik vergeving als mijn enige functie heb aanvaard, zal dit onvermijdelijke leiden naar het uiteindelijke doel, terug herinneren in Eenheid.

Tenslotte nog een aanhaling uit de Cursus die dit alles samenvat:

‘Let goed op en zie waar jij werkelijk om vraagt. Wees hierin heel eerlijk met jezelf, want we moeten niets voor elkaar verborgen houden. …,
Denk eerlijk aan wat jij gedacht hebt dat God niet zou hebben gedacht, en aan wat jij niet hebt gedacht maar wat God zou willen dat jij denkt. Zoek oprecht naar wat je zodoende gedaan hebt of hebt nagelaten, en verander dan van gedachten zodat je kunt denken met de Denkgeest van God. Dit kan moeilijk lijken, maar het is veel makkelijker dan ertegenin proberen te denken. Jouw denkgeest is één met die van God. Door dit te ontkennen en anders te denken wordt je ego bijeengehouden, maar het heeft je denkgeest letterlijk gespleten’ (T4.III.8:1; T4.IV.2:4-8).

De we, de ene denkgeest, droomt verhalen, dit wat we nu ervaren en ons leven noemen, is een verhaal, niets meer en niets minder. De we, de ene denkgeest, dwaalt rond in zijn eigen verhalen en dromen. En het zijn er velen, allemaal met maar één thema: afscheiding. Het verhaal, het sprookje, de fabel, de film, het boek van de afscheiding waarin wordt verbeeld, geprojecteerd wat nooit gebeurt kan zijn. Daarom blijft het slechts een verhaal, een sprookje, een fabel, een film een boek en kan nooit de Werkelijkheid, de Werkelijkheid van de Eenheid, of de Liefde van God vervangen of verdringen.
Het kan de Werkelijkheid wel doen laten vergeten. En dat is precies wat de verhalen doen. Door ze serieus te nemen en als waar, worden ze de vervangers van de ene Waarheid. Niet dat de Waarheid echt vervangen of vergeten kan worden door verhalen, maar de we, de ene denkgeest, kan dit wel denken en vervolgens geloven.
Zelfs in de droom-illusie zien we dit terug, kijk maar naar al die boeken. We lezen over de meest verschrikkelijke  zaken, wat zijn het anders dan ‘verhalen’, en dat weerspiegelt zich in boeken, films, reportages enz.
In het ‘ene afscheidingsmoment’ worden de verhalen gemaakt, geprojecteerd en ervaren door lichamen, de spelers, de helden in het verhaal, de sprookjesfiguren, en ze leven vervolgens voort als verhalen. En hoe kan het ook anders als alles in de denkgeest begint. Heeft dit alles zich afgespeeld in een ‘Werkelijkheid’? Ja, in de werkelijkheid van de droom, en is dat werkelijk een werkelijkheid?, of blijft het een droom, blijven het verhalen?
Als je aanneemt dat deze wereld een droom is, hoe kan je het dan tegelijkertijd ook ‘werkelijk’ noemen en alles wat daarin gebeurt als werkelijkheid zien?
Moet je het dan ontkennen, nee zeker niet!!

De Cursus zegt daarover:

Het lichaam maakt eenvoudig deel uit van jouw ervaring in de fysieke wereld. Zijn vermogens kunnen worden overschat en dat gebeurt ook vaak. Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning.
(T2.IV.3:8-11)

Dus niet ontkennen, maar wel vergeven en het materiaal laten HERGEBRUIKEN door HG/J Denkgeest.
Alle verhalen, avonturen, sprookjes, alles wat we ons leven noemen, krijgt dan een symbolische betekenis en functie, met als enig Doel terugherinneren in Eenheid.
Dan keert de herinnering langzaamaan terug in de denkgeest. Je kan dat ontwaken noemen of verlichting, maar eigenlijk is het niets meer of minder dan het terugherinneren en vind ik ‘terugherinneren’ daarom een beter woord.
Ontwaken en zeker verlichting heeft toch iets van een totaal andere een nieuwe onbekende toestand en wordt vaak als heel speciaal en slechts weggelegd voor een enkeling gezien, terwijl terugherinneren refereert naar een toestand die bekend is, maar slechts even is vergeten.
De Cursus heeft het over een aloude herinnering:

Wat anders dan de visie van Christus zou ik vandaag willen aanwenden, wanneer die mij een dag kan bieden waarop ik een wereld zie die zo op de Hemel lijkt dat een aloude herinnering bij mij terugkeert?
(WdII.306.1)

Of over een aloude toestand, een vergeten lied:

Luister, – misschien vang je wel een vleugje op van een aloude toestand, niet geheel vergeten; vaag, wellicht, en toch niet helemaal onbekend, zoals een lied waarvan de naam allang vergeten is en waarvan jij je de omstandigheden waarin je het hoorde totaal niet meer heugen kan. Niet het hele lied is jou bijgebleven, maar slechts een zweem van een melodie, niet gebonden aan een persoon, een plaats of iets bepaalds. Maar jij herinnert je, alleen al aan dit fragmentje, hoe lieflijk het lied was, hoe wonderschoon de omgeving waarin jij het hoorde, en hoezeer jij degenen liefhad die daar aanwezig waren en daar luisterden met jou.
(T21.I.6:1-3)

Op de momenten dat ik mijn diepste ego put ervaringen had en helemaal op de bodem van de put zat, op dat punt waarop de denkgeest alle vormen van angst loslaat en het echt niet meer weet, geen verhalen meer kon verzinnen, geen uitvluchten meer, kwam er altijd tegelijkertijd een gevoel van grote rust gepaard gaand met een vaag gevoel van herinnering naar boven, een gevoel dat te vergelijken is met dat je op het punt staat je iets te herinneren wat je vergeten was en het ligt op het puntje van je tong, maar hoe meer ik vervolgens probeerde het te herinneren en het te pakken des te verder zakte dat gevoel weer weg.
Pas toen ik totaal overgaf en ook niet meer probeerde de herinnering te pakken, kwam de herinnering in al z’n Heelheid weer tevoorschijn. En doorzag ik het hele verhaal echt.

%d bloggers liken dit: