archiveren

Tagarchief: gelukkig

We wensen elkaar nu allemaal een “Gelukkig Nieuwjaar” toe en dat moeten we vooral blijven doen op het toneel van de illusie, of van de droom, of de hallucinatie of hoe je dat wat nooit gebeurt kan zijn, maar toch een ervaring “lijkt” ook wilt noemen.
Want om te kunnen ontwaken uit een droom, moet wel eerst het bewustzijn dat de droom een droom is terug komen in de denkgeest (mind).
En dit kan niet door de droom gewoon even te veranderen in een andere misschien voor mij betere droom, waarbij ik probeer alle obstakels en zogenaamde tegenwerkingen in de “wereld” op te lossen en of aan te passen, door bijvoorbeeld te zorgen dat ik gezond blijf, meer geld krijg, kortom dat de wereld rondom mij beter wordt. Dat zou gewoon weer een andere variatie op hetzelfde thema.
In die zin wensen we elkaar met “gelukkig Nieuwjaar” gewoon weer verder de afscheiding in.

Het is nodig de droom precies zo te zien als deze zich voor lijkt doen en te beseffen dat wat ik (denkgeest) denk en geloof te zien alleen een betekenis heeft, omdat ik (denkgeest) het een betekenis heb gegeven.
En die betekenis is een schijnbetekenis, omdat wat ik betekenis geef een droombeeld is, een hallucinatie geboren uit angst (maar niet om de reden die ik denk, of bedacht heb (les 5)), met als enig doel afgescheiden te zijn van Waarheid die daar met opzet verborgen achter schuil gaat.

Het kan bijna niet anders dat ik als denkgeest die dit script heeft bedacht en daar 100%  in gelooft als verdediging tegen dit “nieuwe” idee denkt: huh!?, wat!?, maar waarom in vredesnaam!?
Een hele slimme ego vraag, want een vraag suggereert een antwoord, en zowel vraag als antwoord suggereren dat er echt iets gebeurt is; dat ik mezelf echt van Waarheid, Eenheid, God heb afgescheiden en me nu afvraag waarom en hoe ik dat voor elkaar heb gekregen.
En juist deze vraag en antwoord houden de afscheiding in stand.

Dat wat onmogelijk gebeurt kan zijn, kán dus niet gebeurt zijn, want Eén is één (non-dualiteit) en kan nooit werkelijk twee (dualiteit) worden.
Echter er is schijnbaar wél een ervaring dát er schijnbaar iets gebeurt is.
Dit ontkennen “want het is maar een droom” is niet wat ECIW mij leert.
De droom kan dan een andere functie krijgen, door elke gedachte als omkering van Waarheid te gaan herkennen en door ware vergeving weer terug te laten keren in de weerspiegeling van het ware bewustzijn, welke oordeelloos kijkt, zonder iets te willen verbeteren en elke gedachte ziet als vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Dus wat er op het toneel van de droom lijkt te gebeuren, wordt nu een moment om te leren zien dat wat daar gebeurt niet gebeurt om de reden die ik denk en geloof, maar om af te scheiden en ik ook kan leren er ánders naar te leren kijken door “ogen” van ware vergeving, welke oordeelloos kijkt en ziet dat “doen” niet iets is wat dat droomfiguur doet op het toneel van droom, maar dat “doen” het effect is van het doen van ware vergeving op denkgeest niveau.

Dus allemaal Gelukkig Nieuwjaar, tegelijkertijd wetende dat ik niet eens weet wat dat betekent, want ik ben immers ook nooit gelukkig om de reden die ik denk! (Variatie op les 5).

Wat een grap hè, denk ik dat ik hier ben als lichaam in een wereld om gelukkig te worden, blijkt dat ik hier ben om zo ongelukkig mogelijk te zijn, zodat het onmogelijke nietig dwaze ongeluk van de afscheiding echt gebeurt lijkt te zijn, zodat ik veilig in het ongelukkig zijn kan schuilen voor het Ware Geluk, waarvan ik ben vergeten wat dat is… duh?

Gelukkig herinner ik me steeds vaker en sneller deze “grap” steeds minder serieus te nemen en kan er steeds vaker om glimlachen en alleen nog maar als vergevingsmateriaal en kans laten gebruiken.
Het script, de film verliest daardoor zijn aantrekkingskracht, daar ik me steeds vaker herinner dat ik de film al ken en ook de afloop, dus steeds sneller “door kan spoelen” naar het einde, wat tevens het begin is.
En daar wordt “ik” steeds vaker “echt” gelukkig van.

De grap is dat er nooit iets gebeurt is, dan wat onmogelijke dwaze projecties welke het onmogelijke ene nietig dwaze idee in stand proberen te houden.

 

Ik heb er vast al eerder over geschreven herinner ik me vaag, maar ga het niet controleren, want ik wil even overdenken wat ik er nu over ervaar.
Ik heb het over het weer dieper begrijpen en doorvoelen van het: “Gelijk willen hebben of gelukkig zijn”.

In het algemeen beschouwd is de hele wereld zoals ik die ervaar inclusief mijn lichaams zelfje een uitdrukking (projectie) van gelijk willen hebben over dat de afscheiding van Eenheid, van Liefde, van God, of hoe je dat wat niet te vatten valt in woorden ook noemt, wel degelijk heeft plaatsgevonden en plaatsvindt, bij elke gedachte die vormgericht is.
Dat is precies het doel van deze wereld die niets anders is dan de projectie van gelijk willen hebben over wat onmogelijk is.
Onnodig te zeggen dat dat een hele stevige blokkade lijkt te zijn, welke lastig is om te onderkennen en te herkennen, daar ik diep daaronder probeer te verbergen dat ik onmogelijk gelijk kan hebben over dat afscheiding waar kan zijn. Van het in stand houden van deze (onderbewuste) blokkade hangt immers dat wat ik wil denken en geloven dat ik ben af. Als ik die blokkade onder ogen wil en durf te zien, betekend dat einde ‘ikje’ zoals ik dat wens te zien: een lichaam in een wereld. En wat als ik toelaat dat ik daar geen gelijk meer in heb, wat dan??!!

Theoretisch lijkt dit eenvoudig te doorzien en op te lossen, maar in de praktijk van het in stand houden van de in het onderbewuste verzegelde blokkade: “ik wil gelijk hebben in dat de afscheiding plaats heeft gevonden en nog steeds plaatsvindt, want dan pas wordt ik gelukkig”, is er grote weerstand en zal ik de tegen bewustwording strijdende egodenkgeest er alles aan doen deze blokkade onderbewust te houden en bij dreigend onraad, te ontkennen en te verdedigen met vuur en vlam. Vandaar dat gelijk willen hebben in enige vorm altijd gepaard gaat met heftige emoties en koppigheid. Onderbewust hangt immers mijn bestaan af van gelijk krijgen en hebben!

Eerst is het de denkgeest die eraan toe moet zijn dit onder ogen te willen gaan zien, niet het brein, maar de denkgeest dus. Het gaat niet om begrijpen, hoewel dat wel handig en behulpzaam kan zijn, maar over ervaren en voelen.
Vervolgens kan dan geprobeerd worden oordeelloos te kijken naar elke poging die elke gedachte in zich draagt om gelijk te krijgen.
Ogenschijnlijk wil ik de hele dag door gelijk krijgen over zaken, dingen, die zich afspelen binnen relaties met anderen, dingen en/of situaties. Dat moet eerst gespot worden, bijvoorbeeld ik zie dat ik gelijk wil hebben over iets wat ik beweer dat waar is of niet waar is. Ook over dat het wel of niet waar is dat ik overal gelijk over wil hebben, of niet 😉 Dit vraagt om eerlijk kijken, wat hetzelfde is als oordeelloos kijken. Kijken zonder iets te vinden over iets en zien dat als ik er toch iets over vind, dat het dan weer een gevalletje: “ik wil gelijk hebben” is, wat weer een uitnodiging is tot opnieuw “eerlijk” kijken enz. enz.
Vervolgens kan ik dan voelen of ik toch wel degelijk gelijk wil hebben of niet en er dus anders naar wil leren kijken. Als de denkgeest eraan toe is zal ik dat weten en voelen. Er tegen vechten en of forceren, is gewoon weer “gelijk willen hebben en krijgen”.

Ook daar is 100%  eerlijk kijken voor nodig, want ik kan wel zeggen dat ik geen gelijk meer hoef te hebben, omdat ik graag die methode wil volgen en ik het theoretisch helemaal snap maar voelt dat ook zo…?
In veel gevallen voelt het nog niet helemaal 100% dat ik het “geen gelijk willen hebben” kan loslaten en naar “het andere” durf te kijken.

En dat is niet erg, dat is het proces van stapje voor stapje terug herinneren in “Geluk”, “Liefde”, termen die verworden zijn tot zwakke aftreksels bedacht door de denkgeest die gekozen heeft voor “gelijk willen hebben” over deze termen, in zijn eigen onmogelijke gevangenis.

Wil ik nog steeds “gelijk hebben, liever dan gelukkig zijn”, (en dan heb ik het dus niet over gelijk hebben en gelukkig zijn in de vorm, die we de wereld noemen), neen zeg ik uit de grond van mijn hart, maar ik ben er nog niet, wat ik kom nog dagelijks pogingen tegen om gelijk te hebben en gelukkig te worden in enige vorm, maar de bereidheid is er en die zorgt ervoor dat ik stapje voor stapje steeds eerlijker durf en kan kijken naar mijn wens om nog steeds gelijk te willen hebben, maar nu met de bedoeling het om te laten keren middels ware vergeving, naar: Ja, het enige waar ik gelijk over wil en kan hebben is over GELIJK in de zin van Eén, Liefde, God.
Het proces verdiept zich nog meer en meer, steeds maar weer “verder”…

Ik had tot nu toe nog niet helemaal de verbinding gemaakt in de zin: ‘Wil je liever gelijk hebben of gelukkig zijn’ (T29.VII.1:9), met dat gelijk willen hebben = kiezen voor ongeluk betekent! Dat is de echte eyeopener en het ‘wonder’ van de omslag.
En dat het doel van het idee gelijk te willen hebben is: ongelukkig zijn en daar gebruik ik een wereld van projecties voor om dat te bewijzen!
Daarbij aantekenend dat de keuze van de egodenkgeest niets met gelukkig of ongelukkig zijn in een wereld te maken heeft, dus niet afhankelijk is van wat er in een wereld gebeurt, maar alles met de wens van de in de war zijnde ego kant van de denkgeest om afgescheiden te zijn van Eenheid.

Het woord gelukkig of ongelukkig kan ik ook vervangen door respectievelijk; Eenheid en afscheiding.

Het kwartje valt nu echt…

 

Projecties (de wereld die wij zien en ervaren) zijn uitbreidingen van de keuze van de waarnemende/keuzemakende denkgeest voor egodenkgeest, van zonde, schuld en angst, die als enig aan het oog ontrokken, verborgen doel heeft zonde, schuld en angst, te vermeerderen, door de focus te leggen op de uiterlijke vorm van de projectie, en daardoor de gedachte erachter, de gedachte van zonde, schuld en angst, die geprojecteerd wordt, te verbergen.

Projectie maakt waarneming, en wat wij denken waar te nemen zijn de uiterlijke vormen van de projectie, die de uitbeelding zijn van zonde, schuld en angst, maar tegelijkertijd ‘vergeten’ zijn dat dat zo is. Dus zien we alleen nog de waarneming en zijn totaal vergeten waar die waarneming vandaan komt. Een vergeten dat juist tot doel heeft het vergetene te vergeten. De waarneming is nu schijnbaar losgekoppeld van zijn bron, de denkgeest die ‘wil’ vergeten wat zijn bron is.

De enige manier om de waarneming weer terug te koppelen aan zijn bron de projecterende denkgeest, is door terug te keren naar de waarnemende/keuzemakende denkgeest en te erkennen dat we denkgeest zijn en niet onze waarnemingen/projecties.

Tegelijkertijd kunnen al onze projecties, nu niet meer gezien als los van de denkgeest, maar als uiterlijke bewijzen van de verbinding met de denkgeest, waarbij benadrukt moet worden dat denkgeest niet hetzelfde is als het brein, dienen als reminder om terug te keren naar de bron, de waarnemende/keuzemakende denkgeest positie, zodat er opnieuw gekozen kan worden.

Bijvoorbeeld, stel ik maak me zorgen over iets buiten mij, wat dus geprojecteerde zonde, schuld en angst moet zijn, want er is niets buiten mij, en er is ook geen lichaam ‘mij’ dat zich zorgen maakt, want er is alleen denkgeest. Denkgeest die de zonde, schuld en angst die zich in de egodenkgeest kant van de denkgeest bevindt probeert kwijt te raken door te projecteren, zodat de focus nu op een probleem buiten mij lijkt te liggen en de bron, de projecterende denkgeest geheel uit ‘beeld’ is verdwenen (vergeten).

Er lijkt nu een probleem buiten mij als lichaam te bestaan. Ik een lichaam dat een probleem heeft met een ander lichaam, ding of situatie.
Dit probleem (eigenlijk dus een projectie vanuit zonde, schuld en angst, maar dat mag niet herinnerd worden) breid zich verder uit, schijnbaar in de vorm. Ik zie bijvoorbeeld iets op tv, of lees iets, waardoor het probleem dat ik denk te hebben in enige vorm, wordt bevestigd en ik de schuld, boosheid, verdriet, zelfmedelijden, machteloosheid voel toenemen die ik snel weer op iets anders buiten mij projecteer, omdat ik (nu onbewust, ‘vergeten’) die vreselijke gevoelens kwijt wil raken en zo snel mogelijk buiten mij wil plaatsen, zodat ik ervan af ben. Dit kan zich laten zien, als een milde irritatie over iets wat als niets met de situatie te maken lijkt te hebben. Bijvoorbeeld ik erger me ineens aan rommel, die een ander heeft gemaakt, of een geluid wat ineens irriteert, of ik krijg ineens een enorme woede uitbarsting schijnbaar van wegen iets wat ik net op tv heb gezien, of omdat er iets in het verkeer gebeurt wat mij razend maakt, of die rot hond of kat luistert alweer niet, of omdat de natuur naar de klote wordt geholpen, of dat al het geld alleen maar naar de rijken gaat, of omdat Nederland vol is en iedereen die hier niet hoort moet oprotten, enz. enz. enz. voorbeelden in overvloed, kwestie van eerlijk kijken naar je eigen projecterende gedachten.
Ze hebben één ding gemeen en zijn daarom hetzelfde, ook al lijkt de vorm waarin ze zich lijken voor te doen te verschillen, het zijn allemaal projecties, een uiterlijke vorm, van een innerlijke toestand. En die innerlijke toestand is de keuze voor zonde, schuld en angst. Elke projectie is terug te voeren tot die keuze.

Als ik (denkgeest) dit doorzie kan ik constateren dat ik helemaal niet onvrede voel om de reden die ik denk (les 5). Ik ben helemaal niet in onvrede, van wegen iets of iemand buiten mij.
De hele wereld, alles wat ik lijk te beleven in ‘mijn’ wereld is niets anders dan één grote geprojecteerde vluchtpoging gebaseerd op zonde, schuld en angst.
En dat geld voor alles, er kan niet iets zijn wat zich toch echt buiten mij afspeelt, waar ik toch echt niets aan kan doen en ik toch echt het slachtoffer van ben en waarvan de schuldigen zich buiten mij bevinden.
Er is werkelijk een wereld, of er is geen wereld. Een beetje wel wereld en een beetje geen wereld bestaat niet. Net zoals een beetje zwanger niet bestaat.

Het wordt makkelijker als ik, de denkgeest, een duidelijke keuze maak.
Als ik kies voor: jazeker er is een wereld en ik ben wel degelijk een lichaam met een brein dat denkt en er gebeurt van alles buiten mij en ik ben hier om de wereld te verbeteren en ik ben daar gelukkig mee, dan is dat prima. Wees dan gelukkig afgewisseld met ongelukkig, zoals dat werkt in een dualistische wereld, en doe wat je denkt te moeten doen, zand erover, niet meer over nadenken.

Als ik kies voor ‘er is geen wereld’ alles wat ik zie en ervaar is een projectie vanuit zonde, schuld en angst en dus ben ik nooit in onvrede om de reden die ik denk, dan zal ik alles wat ik ervaar in twijfel gaan trekken en moeten bevragen.
Mijn keuze voor ‘er is geen wereld, mijn enige bron is de denkgeest’, wordt dan mijn anker en uitgangspunt. En al mijn ervaringen worden dan herinneringen aan de enige vraag die dan gesteld kan worden door mij als waarnemende denkgeest; is dit waar of niet waar. In de zin van is dit wat ik nu ervaar een uitbeelding van mijn onveranderlijke ZIJN, of is dit wat ik ervaar een uiterlijke uitdrukking van mijn wil me juist af te willen scheiden van wat ik BEN?

Bij de keuze voor ‘er is wel een wereld, en ik ben een lichaam’ zal de wereld van de vormen: lichamen, dingen en situaties, het anker lijken te zijn, terwijl ondertussen de verborgen, geheime, en vergeten keuze voor de egodenkgeest het anker is en waarvan uit wordt gedacht en gehandeld. Maar dat zal diep weg gestopt en ‘vergeten’ blijven in het onderbewuste, en zal ik mijzelf nooit de vraag kunnen stellen is dit WAAR of onwaar, want wat ik met de ogen van het lichaam wens te zien zal dan altijd voor mij de waarheid zijn.

Het is echter wel zo, dat als ik eenmaal een vlaag van herinnering aan een Onveranderlijke Werkelijkheid heb gehad, een diep Inzicht in wat ik werkelijk Ben, ik nooit meer helemaal zal kunnen geloven dat wat mijn ogen zien de waarheid is en wat ik niet kan zien met mijn ogen, of niet kan begrijpen met mijn brein, of niet wetenschappelijk bewezen kan worden niet bestaat.
Het heeft mij zeker geholpen toch op enig moment de keuze te maken, omdat dat de richting aangaf en geeft waar ik werkelijk naar verlang en dat is terug herinneren in Waarheid.
Laat ik de keuze in het midden en wil ik eigenlijk beide, zowel ‘er is wel een wereld en ik ben een lichaam’ als ‘er is geen wereld en ik ben denkgeest’ dan zal geen enkel ‘pad’ mij werkelijk naar Huis kunnen leiden, omdat deze keuze voor beiden een dualistische keuze is en dus wel van de keuze voor de egodenkgeest kant van de denkgeest moet komen. Die maar één doel heeft: in de afscheiding blijven en dat kan alleen door de wereld tot werkelijkheid te maken, ook al overgiet ik dat met een spiritueel sausje.

Daarom is het ook zo belangrijk dat als ik werkelijk voor het ‘doen’ van ECIW kies ik de metafysica die ECIW onderwijst altijd duidelijk op de achtergrond moet hebben. Deze vertegenwoordigt immers de keuze voor ‘Er is geen wereld’:

‘Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden langs de weg die hem naar de waarheid voert. Hij zal terugkeren en weer verder gaan, of misschien een tijdje ervoor terugwijken en terugkeren eens weer’ (WdI.132.6:2-5).

Geweldig, de belofte dat de droom ophoudt, ja ook de gelukkige droom. Want het ‘gelukkig’ heeft niets te maken met hoe de droom eruit ziet in zijn droomvorm, zodat het alsnog lijkt alsof de wereld een betere plek wordt om in te leven.
Nee, de gelukkige droom is de ontwaakte denkgeest die nu projecteert vanuit HG denkgeest, de juist-gerichte denkgeest en zeker niet de vormen waar en gelukkiger maakt, zoals de egodenkgeest voortdurend tevergeefs probeert. De HG projecties zijn projecties die alleen gezien worden als projecties en projecties blijven, maar nu worden hergebruikt en alleen maar laten zien, dat de keuze voor ware vergeving toont dat er niets gebeurt is en dat alle projecties onschuldig zijn, omdat ze ‘niets’ zijn.
Het is heerlijk om ‘niets’ te zijn, en achter elke projectie het ‘niets’ te zien, wat een vrijheid. Het ‘niets’ dat ‘Alles’ IS.
Geduldig blijft de gelukkige leerling de Leiding uit het ‘niets’ volgen, nu met nul investering en nul inspanning.

%d bloggers liken dit: