archiveren

Tagarchief: geloven

Van die dialogen die ontstaan in de denkgeest tijdens het wandelen…
… “een nietig dwaas idee” (ENDI) en het geloof erin, een geloof nog eens extra bevestigd door de projectie, en dit serieus nemen lijkt het een schijn van werkelijkheid te geven.
Maar het blijft een geloof in een dwaas onmogelijk idee.
Geloven zit nu vast in zichzelf en kan alleen nog geloof uitbreiden.
Kan het geloven ook besluiten te stoppen met geloven?
Zolang het geloof niet weet (vergeet) dat er alleen geloof is dat alles doet lijken te verschijnen, kan er identificatie met de projectie ontstaan. De bron (geloven) wordt vergeten en ontkend, daardoor is het niet meer mogelijk de bron (geloven) te herkennen en te erkennen achter de projecties. Er vindt nu totale identificatie plaats met de projectie, en als resultaat daarvan lijkt er nu een lichaam te zijn met een persoonlijkheid, welke nu als de bron wordt gezien. Maar het is nog steeds enkel en alleen een geloof dat op z’n plaats gehouden wordt door geloof.
Zolang er in lichaamsidentificatie wordt geloofd en niet wordt geloofd dat dat ook slechts een geloof is, kan het geloven niet besluiten te stoppen met geloven.
Het geloof in de werkelijkheid van een lichaam en een persoonlijkheid, houdt het geloof op z’n plek, zodat verborgen blijft dat er alleen een geloof aan ten grondslag ligt, en niet meer of minder dan dat.

Aangezien het geloof in lichamen, dingen en situaties waarvan geloofd wordt dat ze de oorzaak zijn van alles waarin geloofd wordt uiteindelijk niet vol te houden is, van wegen de onmogelijkheid ervan, verdwijnt het ook meteen weer op het moment dat het geloofd wordt. Dus moet dat ene nietige dwaze idee (geloof) steeds herhaald worden, een beetje zoals filmbeeldjes steeds achter elkaar herhaald moeten worden om beweging geloofwaardig te maken, zodat geloofd kan worden dat er echt iets is. En net als bij een film, is er niets gebeurt of verandert als de film is afgelopen er was alleen een geloven in… het was en is een illusie.

Dus wat geloven ook geloofd, oftewel alles wat geloofd wordt, of dat er nu liefdevol of als totale haat en alles wat daar tussen zit, uitziet, of het nu wel of niet spiritueel, religieus of atheïstisch is, het is slechts een nietig dwaas idee, een filmbeeldje dat meteen weer weg is zodra het er lijkt te zijn en eindeloos herhaald moet worden door het geloof om zijn geloofwaardigheid in stand te houden…

Geloven stopt als het stopt, vragen wanneer?, doet stoppen weer in een geloof veranderen wat stoppen weer tot een actie maakt en geloof weer een projector wordt.
Dat wat er nooit was of is heeft geen vragen…

 

Het denksysteem waar we in geloven en denken te zijn, kan onmogelijk de abstractie bevatten van Eenheid, Waarheid, Liefde, God.
Daarom moet dat wat we niet kunnen bevatten wel Eenheid, Waarheid, Liefde, God zijn.
Het denksysteem waar we in geloven en waarvan we denken en geloven dat te zijn, is immers bedacht om dat wat we in werkelijkheid zijn, niet te kunnen bevatten.

 

 

Het egodenksysteem is een zichzelf instandhoudend en een zichzelf vernietigend denksysteem. Het houdt zichzelf in stand door zijn eigen onmogelijkheid. Door in het onmogelijke te geloven (het afscheiden van Eén) rijst het op en omdat het onmogelijk is vernietigt het zichzelf ook weer meteen. Zo lijkt het egodenksysteem voort te duren, terwijl het er nooit werkelijk ‘is’.

Dit kan alleen doorbroken worden door het geloof in dit zichzelf vernietigende denksysteem terug te nemen en te vergeven.
Het andere alternatief om het egodenksysteem op te laten lossen binnen zijn eigen denksysteem is onmogelijk.
Dit is ongetwijfeld al vele malen gebeurt en zal weer gebeuren.
Het egodenksysteem is door de bedenkers ervan, de egodenkgeest welke zijn eigen maaksels heel serieus neemt en ‘vergeet’, met opzet, dat het slechts een denksysteem is alleen denkbaar door erin te geloven, zal zichzelf blijven wijsmaken dat een betere wereld mogelijk is. Dit zal op vele manieren uitgeprobeerd worden, zowel op een zogenaamde liefdevolle manier als op een agressieve manier. Beide methoden zijn hetzelfde en laten alleen de beide mogelijkheden van de egodenkgeest zien. Beide zijn echter even vernietigend en zullen uiteindelijk eindigen in een schijnbare vernietiging van de wereld. Schijnbaar want zolang het geloof in dit denksysteem er niet uit is, blijft het terug komen, zoals dat al vele malen gebeurd is.
Let wel het is niet de wereld die weer zal herrijzen, maar het geloof  in een wereld. Een geloof wat doordat het geloof zich projecteert de schijn van waarheid krijgt.

Alleen als echt alle geloof uit het idee van het bestaan van een wereld is teruggetrokken zal de wereld als idee (nietig dwaas idee) oplossen en dit zal niet met geweld gepaard gaan zoals de ego versie van het verdwijnen van de wereld, maar automatisch als logisch gevolg van stoppen erin te geloven, want dan stopt ook automatisch het projecteren.

Al kijkend vanuit de waarnemende oordeelloze denkgeest positie kan het hele zelfvernietigende egodenksysteem worden overzien en door zijn projecties (alles wat zich in deze tijd lijkt af te spelen in de wereld) worden doorzien.

Het lijkt een tegenspraak te zijn, aan de ene kant de vaststelling “er is geen wereld” en aan de andere kant de ervaring van in een wereld te leven.
Hoe valt dat met elkaar te rijmen?
Het feit is dat ik mezelf ervaar in wat ik ervaar, ik lijk dáár te zijn waar ik denk en geloof te zijn. Ik denk en geloof een lichaam te zijn in een wereld, en toch is daar altijd die ondertoon van “dit kán gewoon niet waar zijn”. Waar komt die gedachte vandaan?
Misschien ben ik helemaal niet wat ik denk en geloof te zijn, misschien is dat alleen maar een gedachte en een geloof, en soort droom. En houdt enkel en alleen het geloven erin in stand dat wat ik ‘mijzelf’ en de wereld noem.

Het feit dat ik dit kan denken is al genoeg om de herinnering aan kennelijk “iets anders” dan wat ik nu denk te zijn en geloof te weten en ervaren te triggeren en de “deur” te openen uit wat ik misschien wel niet ben (een lichaam, de wereld), naar wat ik wel ben en altijd ben gebleven, wat dat ook mag wezen.
Als ik dit wat ik nu ervaar en de wereld niet ben, dan moet ik wel het “andere” zijn. Het is het een of het ander. Beide kunnen niet tegelijkertijd “bestaan”. Als in, ik kan niet tegelijkertijd dromen én wakker zijn.

Dit proces van bewustwording, kan niet anders zijn dan verwarrend,en pijnlijk, het is als een overgangsrite, waarbij dat wat gedacht werd dat er was, nu als symbool her-gebruikt wordt om weer terug te herinneren in wat van een vage herinnering weer dat wat IS wordt.
Dit moet wel door middel van symboliek gebeuren, want alleen zo kan de betekenis van wat ik dacht dat waar was (een lichaam zijn in een wereld) een andere functie krijgen. Een functie verschuiving van in afscheiding blijven, en daar onbewust van zijn, naar het helpen terug herinneren in dat wat IS, door middel van alles wat eerst als “waar” werd gezien, nu als symbool te gaan zien als de wens terug te herinneren in dat wat IS.
En natuurlijk zijn de woorden “dat wat IS” ook symbolisch, net als alle woorden dat zijn, want het ervaren in een lichaam in een wereld, is juist bedacht om “dat wat IS” te verbergen, te vermommen in dat wat niet is.

Dus de woorden “dat wat IS” is ook slechts een herinnering, en nog niet wat “IS” werkelijk is.
Dat gaat de zich in een wereld gelovende, ervarende denkgeest die denkt en gelooft een lichaam te zijn nog verre te boven.

Het verst, waarbij in acht wordt genomen dat het woord “verst” een afstand en een doel doet vermoeden en beloven, maar ook een symbool is, voor wat geen afstand en doel behoeft in werkelijkheid, het verst dus dat we kunnen komen is bewust worden van de symboliek welke achter wat ik dacht dat waar was (ik als lichaam in een wereld) ligt verborgen. Daardoor wordt het schijnbare waarheidsgehalte van wat gedacht en geloofd werd dat “waar” was langzaamaan stap voor stap “ont-geloofd”.
Waarbij de pijn en het lijden, want dat is, laten we eerlijk zijn toch vooral wat de ervaring is als in een lichaam in een wereld gelovende denkgeest, langzaam aan zal verminderen, waardoor er momenten van “lichtheid” zullen zijn die zich afwisselen met het onvermijdelijke gevoel van “verlies”, een periode van “boven het slagveld” zijn en tegelijkertijd nog ervarend op het slagveld, naar volledig alleen maar boven het slagveld zijn volledig alles overziend en doorziend, naar tenslotte een volledig terug herinneren in dat wat IS.

“Er is geen wereld” en het daaraan gekoppelde er is alleen maar “IS”, kan dan ook niet meer zijn dan een aanname terwijl er nog ervaren wordt in een lichaam in een wereld. Het volledige “er is geen wereld” en dat wat “IS” valt niet meer binnen het “gebied” van de ervaring, van tijd en ruimte.

“Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden langs de weg die hem naar de waarheid voert” (WdI.132.6:2-4).

 

 

 

De zich niet van zichzelf bewuste denkgeest, lijkt een speelbal te zijn van ‘toeval’, onwillekeurige gebeurtenissen, die zich afspelen tussen geboorte en dood welke ons als lichamen wordt aangedaan door oncontroleerbare omstandigheden buiten ons lichaam.
De onbewuste denkgeest lijkt maar een beetje rond te dwalen in de chaos die we ons leven op aarde noemen.
Een chaos die eigenlijk alleen maar een rookgordijn is om aan de aandacht te onttrekken dat achter die ogenschijnlijke chaos de waarnemende/keuzemakende denkgeest schuil gaat die ‘bewust’ kiest voor chaos, met als enig doel zich af te scheiden van het totale Eenheids Bewustzijn, door onbewustheid te veinzen en daar in te geloven.
En het erin geloven is de enige afscheidingsmuur tussen onbewust en bewust.

Het lijkt een ondoordringbare muur te zijn, omdat ik dat wil geloven, omdat ik geloof dat ik afgescheiden kan zijn van Eenheid, Waarheid van Liefde, van God.
En daar boven op wordt ook nog eens dat ‘geloven in’, de enige oorzaak van deze zogenaamde ondoordringbare muur verborgen gehouden. En wat overblijft zijn de projecties van het verborgen geloof in afscheiding, en zien we alleen een wereld van totale chaotische willekeur met miljarden vormen en wordt ‘vergeten’ dat wat we denken te zien niets anders is dan de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand.
En de innerlijke toestand is altijd het geloof in zonde, schuld en angst.

Dus als ik bijvoorbeeld hoofdpijn heb is dat de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand. En die innerlijke toestand is altijd het geloof in zonde, schuld en angst. Dus ik kies niet bewust voor hoofdpijn, ik kies voor te geloven in zonde, schuld en angst. Maar door het verborgen houden door de denkgeest van de oorzaak, namelijk mijn geloof in zonde, schuld en angst, lijkt het of hoofdpijn of een andere ziekte of ongeval, ramp of wat dan ook voor vorm gebeuren mij overkomt door iets buiten mij, mij door anderen of mijzelf aangedaan.
De met opzet onbewust gehouden denkgeest kiest niet voor ziekte van een lichaam, ze kiest voor te geloven in zonde, schuld en angst, want dat houdt de afscheiding in stand, het doel van de waarnemende/keuzemakende denkgeest die voor de egodenkgeest kiest.
Niet lichamen of omstandigheden in de wereld veroorzaken ziekte en ellende, maar het geloof in zonde, schuld en angst doet dat.

De ‘eigen schuld dikke bult’ reactie hierop is dan ook niets anders dan weer de verdediging van de egodenkgeest die niet zijn ‘geloofs’ verdedigingsmuur, het geloof in zonde, schuld en angst bewust onder ogen wil zien.
Terwijl diezelfde zogenaamde onbewuste denkgeest wel een god heeft geprojecteerd die naar volslagen willekeur ziekte en rampen rondstrooit en voortdurend met offers mild gestemd moet worden, zodat ik misschien gespaard blijf voor ziekte en rampen en deze wraakzuchtige god zijn woede op ‘anderen’ zal richten.

Ware genezing, het wonder van genezing gaat dan ook niet over het genezen van lichamen of wat dan ook in wat wij de wereld noemen, maar over het genezen van de denkgeest. De denkgeest, niet het brein, want dat is immers ook onderdeel van het lichaam.
De denkgeest is ziek, projecties zijn niet ziek, projecties zijn slechts de uiterlijke weergave van de innerlijke (denkgeest) keuze voor afscheiding.
In wezen is er niets gebeurt er is alleen gekozen voor het geloof in zonde, schuld en angst en daar zien we de uiterlijke weergave van. Maar dat zijn nog steeds projecties, zoals projecties op een filmdoek of beelden op tv.

De denkgeest lijkt verdwaald, lijkt doelloos rond te dwalen in wat wij ons leven noemen afstevend op een onvermijdelijke dood, maar dat is een illusie. Een illusie die enkel als doel heeft bewust te vergeten dat er achter die illusie de denkgeest schuilgaat die voortdurend de keuze moet maken (met elke gedachte) in afscheiding te blijven teneinde de illusie in stand te houden. De waarnemende/keuzemakende denkgeest die voortdurend moet kiezen voor zijn geloof in zonde, schuld en angst, zodat de illusie van een geprojecteerde wereld in stand blijft.

MAAR, de waarnemende/keuzemakende denkgeest die dit hele chaotische egodenksysteem onder ogen wil zien, en dat is onvermijdelijk uiteindelijk, kan een keuze maken.
Als de waarnemende/keuzemakende denkgeest onder ogen wil zien dat alles wat hij ervaart een uiterlijke weergave is van een innerlijke toestand, en onder ogen wil zien dat die innerlijke toestand de keuze is voor te geloven in zonde, schuld en angst, dan zal de nu van zichzelf bewust denkgeest niet meer gaan sleutelen aan de projecties (de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand), maar aan de innerlijke toestand, aan zijn keuze voor het geloof in zonde, schuld en angst. Aan de oorzaak dus en niet aan het gevolg.
De denkgeest die zich nu boos, angstig, ongerust, schuldig, verbijstert afvraagt of er dan niets gedaan moet worden in de wereld. Zou eerst de vraag kunnen stellen wie/wat zegt dit.
Als er alleen denkgeest is moet deze vraag afkomstig zijn van de waarnemende/keuzemakende denkgeest die uit gewoonte kiest voor het geloof in zonde, schuld en angst, dus voor egodenkgeest.
De waarnemende/keuzemakende denkgeest die opnieuw kiest en nu voor Liefde, zal precies weten wat eventueel wel of niet te doen in het ervaringsgebied waarin hij denkt en gelooft te zijn, ook al kan dat op het eerste gezicht een vreemd en onverwacht antwoord zijn, wat ook weer angst kan oproepen, maar vraag je dan weer af, wie/wat wordt bang, kiest weer voor angst, en maak opnieuw de keuze en (ver)geef de angstgedachte aan de Juist Gerichte-Denkgeest (Heilige Geest).
(zie/lees H21.5)

De waarnemende/keuzemakende denkgeest kan kiezen voor Ware Vergeving in plaats van voor angst. Ware Vergeving kijkt naar de bron oorzaak, kijkt naar de keuze voor te geloven in zonde, schuld en angst en maakt daar op denkgeest niveau nu heel bewust de andere keuze, de keuze voor Liefde.

De dwalende, verdwaalde denkgeest zal daardoor stap voor stap bewust terugkeren naar Huis, waar deze nooit uit is weggegaan, maar slechts een nachtmerrie heeft gehad van zonde, schuld en angst.

En dan, echt ‘weten’, zonder enige twijfel nog, dat alles wat ik zie en ervaar projectie is, gemaakt vanuit de zonde, schuld en angst waarin ik geloofde, omdat ‘ik’ de denkgeest dacht en geloofde iets vreselijks en onvergefelijks te hebben gedaan, namelijk ‘mezelf’ af te scheiden uit Eenheid, Waarheid, uit Liefde, uit God. Deze ogenschijnlijk vreselijke herinnering kan ik eenvoudigweg niet meer ontkennen, vervormen, verstoppen achter projecties. Het ligt nu open en bloot in alle eerlijkheid voor me.
Ik kijk vanuit oordeelloosheid naar de onpersoonlijke stuiptrekkingen van de keuze voor de egokant van de denkgeest. Het werkt gewoon niet meer, ik ‘weet’ teveel, ik ‘weet’ beter nu. En dan is er het moment van … en dan…
Even de onwennigheid van het niet meer werkende projectie mechanisme van de keuze voor de egokant van de denkgeest. Losse flodders nog, die geen doel meer hebben, geen functie meer.
De egokant probeert nog paniek te projecteren, maar ook dat vindt geen voedingsbodem meer. Niets is schuldig, ook niet een ‘ik’, ‘hij’, ‘zij’, ‘wij’, ‘jullie’, ‘het’, projecties zijn niet schuldig, zondig en angstig en de denkgeest die het projecteert ook niet. Ik kan nog maar één kant op nu, de éne kant die wel werkt, de keuze voor Heilige Geest.

De dissociatie van de egodenkgeest, is vervangen door de Dissociatie van HG Denkgeest. Het verschil tussen niet willen accepteren en ontkenning, door zonde, schuld en angst te projecteren, en volledige acceptatie, door eerlijke, herkenning en erkenning, als gevolg van Ware Vergeving van al mijn projecties van zonde, schuld en angst.

Dissociatie van ego: het verbergen/ontkennen van het feit denkgeest te zijn en te denken, geloven en projecteren; ‘ik ben een lichaam’.
Dissociatie van Heilige Geest: openlijk erkennen, zonder angst, ik ben niet een lichaam, maar onveranderlijke Geest in God.

… en dan…
Verder in Vertrouwen.

%d bloggers liken dit: