archiveren

Tagarchief: Gelijk

Gelijk willen hebben, versus Gelijk Zijn.

Het gevoel, de gedachte, het idee van het altijd beter te weten dan iemand anders, en dan hemel en aarde te bewegen om dat gelijk te bewijzen, het liefst nog onder het mom van behulpzaam zijn, is terug te voeren tot het mechanisme van de egodenkgeest om dát te projecteren waar het juist bang voor is en het dan om te keren ten gunste van zichzelf.

Er is een Weten wat onveranderlijk is en dat is God IS, Onveranderlijke Eenheid. Binnen dat Weten is geen ‘beter’ of ‘slechter’, ‘gelijk’, of ‘ongelijk’, mogelijk.
Hoewel het onmogelijk is om van Eén iets anders te maken dan Onveranderlijke Eenheid is het toch mogelijk gebleken dat in het proces van uitbreiden van Onveranderlijke Eenheid, Liefde, het idee is opgekomen dat de uitbreiding iets anders kan worden dan de Bron van de uitbreiding.
De uitbreiding van het onveranderlijke zag ineens een afscheidingsmogelijkheid tussen de bron en de uitbreiding daarvan. Dat de uitbreiding niet meer hetzelfde is dan de Bron, en kan veranderen. De uitbreiding gezien als méér dan zijn Bron, dus ánders dan de Bron:

“In de eeuwigheid,
waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen” (T27.VIII.6:2-3).

Dat ‘méér’ moest dus dan nu wel het tegenovergestelde uitbreiden dan zijn Bron, want er moest méér zijn, meer, nu in de zin van ‘ánders’. En méér kan alleen méér zijn als het anders is dan zijn Bron, want anders is het gewoon weer méér van hetzelfde en dat is niet echt méér.
Méér werd dus ánders. Er ontstond een situatie van iets anders weten dan wat de Bron Weet. Ondertussen is het nog steeds onmogelijk in werkelijkheid om van Werkelijkheid iets anders te maken dan Werkelijkheid.
En toch leek het mogelijk, ‘ánders’ werd de nieuwe werkelijkheid en ontkende daarmee de Werkelijkheid. De werkelijkheid werd ‘vergeten’, maar verdween niet.
Het ‘ánders’ ging nu voor Werkelijkheid door en om dit te bezegelen maakte de nieuwe werkelijkheid zichzelf wijs: ‘Ik heb gelijk’. En dat ‘nieuwe weten’ moet verdedigd worden, tegen de Werkelijke Werkelijkheid, die nu ondergronds ging maar, nog steeds in het ondergrondse onbewuste aanwezig is. En die verdediging is: ‘ik heb gelijk’. Ik heb gelijk, ik weet het beter, is de mantra van het nieuwe weten en om dit nog meer te versterken wordt het uit geprojecteerd in duizenden vormen en bevinden we ons in een wereld met miljarden geprojecteerde lichamen die allemaal dat idee van ‘ik heb gelijk’, en ‘ik weet het beter’ als wapen gebruiken tegen elkaar. En lijken al die lichamen hun gelijk te willen halen over iets wat zich in de vorm lijkt te bevinden, maar ondertussen is het niets anders dan een afleiding en omkering van wat zich in de denkgeest afspeelt, namelijk dat het onmogelijke mogelijk is, namelijk dat uitbreiding van Eén, twee kan worden, ondanks het onveranderlijke FEIT dat Eén Onveranderlijk Eén is en blijft.

Het onmogelijke gelijk moet nu met hand en tand verdedigd worden, enkel en alleen, omdat als de verdediging losgelaten wordt het Ware Gelijk, dus de gelijkheid van Eén, gewoon weer tevoorschijn komt en blijkt dat er in werkelijkheid niets verdedigd hoeft te worden. Wat betekent dat het onmogelijke gelijk, uit geprojecteerd als de ‘ik’ als lichaam, simpelweg verdwijnt omdat het er nooit is geweest.
Dus gelijk willen hebben is niet gelijk willen hebben om de reden die ik denk. Het is niet het gelijk willen hebben over een bepaalde vorm of situatie, het is het gelijk willen hebben om het gelijk hebben, zodat dat wat werkelijk Gelijk heeft en IS verborgen blijft en er een ‘ik’ lichaam lijkt te zijn dat autonoom is en wel gelijk moet hebben, want anders verdwijnt het *poef* in het Werkelijke Gelijk, waar alleen Eén mogelijk is.

Dat zit er dus achter als we weer eens zeker weten dat we gelijk hebben en de ander het fout heeft.
De remedie?
Het onwerkelijke gelijk vergeven, zodat het door de nog steeds aanwezige herinnering aan het enige Gelijk, wat Gelijk aan Eén is, omgekeerd kan worden, terug-gekeerd dus in Gelijk, in Onveranderlijke Eénheid.

Ik heb er vast al eerder over geschreven herinner ik me vaag, maar ga het niet controleren, want ik wil even overdenken wat ik er nu over ervaar.
Ik heb het over het weer dieper begrijpen en doorvoelen van het: “Gelijk willen hebben of gelukkig zijn”.

In het algemeen beschouwd is de hele wereld zoals ik die ervaar inclusief mijn lichaams zelfje een uitdrukking (projectie) van gelijk willen hebben over dat de afscheiding van Eenheid, van Liefde, van God, of hoe je dat wat niet te vatten valt in woorden ook noemt, wel degelijk heeft plaatsgevonden en plaatsvindt, bij elke gedachte die vormgericht is.
Dat is precies het doel van deze wereld die niets anders is dan de projectie van gelijk willen hebben over wat onmogelijk is.
Onnodig te zeggen dat dat een hele stevige blokkade lijkt te zijn, welke lastig is om te onderkennen en te herkennen, daar ik diep daaronder probeer te verbergen dat ik onmogelijk gelijk kan hebben over dat afscheiding waar kan zijn. Van het in stand houden van deze (onderbewuste) blokkade hangt immers dat wat ik wil denken en geloven dat ik ben af. Als ik die blokkade onder ogen wil en durf te zien, betekend dat einde ‘ikje’ zoals ik dat wens te zien: een lichaam in een wereld. En wat als ik toelaat dat ik daar geen gelijk meer in heb, wat dan??!!

Theoretisch lijkt dit eenvoudig te doorzien en op te lossen, maar in de praktijk van het in stand houden van de in het onderbewuste verzegelde blokkade: “ik wil gelijk hebben in dat de afscheiding plaats heeft gevonden en nog steeds plaatsvindt, want dan pas wordt ik gelukkig”, is er grote weerstand en zal ik de tegen bewustwording strijdende egodenkgeest er alles aan doen deze blokkade onderbewust te houden en bij dreigend onraad, te ontkennen en te verdedigen met vuur en vlam. Vandaar dat gelijk willen hebben in enige vorm altijd gepaard gaat met heftige emoties en koppigheid. Onderbewust hangt immers mijn bestaan af van gelijk krijgen en hebben!

Eerst is het de denkgeest die eraan toe moet zijn dit onder ogen te willen gaan zien, niet het brein, maar de denkgeest dus. Het gaat niet om begrijpen, hoewel dat wel handig en behulpzaam kan zijn, maar over ervaren en voelen.
Vervolgens kan dan geprobeerd worden oordeelloos te kijken naar elke poging die elke gedachte in zich draagt om gelijk te krijgen.
Ogenschijnlijk wil ik de hele dag door gelijk krijgen over zaken, dingen, die zich afspelen binnen relaties met anderen, dingen en/of situaties. Dat moet eerst gespot worden, bijvoorbeeld ik zie dat ik gelijk wil hebben over iets wat ik beweer dat waar is of niet waar is. Ook over dat het wel of niet waar is dat ik overal gelijk over wil hebben, of niet 😉 Dit vraagt om eerlijk kijken, wat hetzelfde is als oordeelloos kijken. Kijken zonder iets te vinden over iets en zien dat als ik er toch iets over vind, dat het dan weer een gevalletje: “ik wil gelijk hebben” is, wat weer een uitnodiging is tot opnieuw “eerlijk” kijken enz. enz.
Vervolgens kan ik dan voelen of ik toch wel degelijk gelijk wil hebben of niet en er dus anders naar wil leren kijken. Als de denkgeest eraan toe is zal ik dat weten en voelen. Er tegen vechten en of forceren, is gewoon weer “gelijk willen hebben en krijgen”.

Ook daar is 100%  eerlijk kijken voor nodig, want ik kan wel zeggen dat ik geen gelijk meer hoef te hebben, omdat ik graag die methode wil volgen en ik het theoretisch helemaal snap maar voelt dat ook zo…?
In veel gevallen voelt het nog niet helemaal 100% dat ik het “geen gelijk willen hebben” kan loslaten en naar “het andere” durf te kijken.

En dat is niet erg, dat is het proces van stapje voor stapje terug herinneren in “Geluk”, “Liefde”, termen die verworden zijn tot zwakke aftreksels bedacht door de denkgeest die gekozen heeft voor “gelijk willen hebben” over deze termen, in zijn eigen onmogelijke gevangenis.

Wil ik nog steeds “gelijk hebben, liever dan gelukkig zijn”, (en dan heb ik het dus niet over gelijk hebben en gelukkig zijn in de vorm, die we de wereld noemen), neen zeg ik uit de grond van mijn hart, maar ik ben er nog niet, wat ik kom nog dagelijks pogingen tegen om gelijk te hebben en gelukkig te worden in enige vorm, maar de bereidheid is er en die zorgt ervoor dat ik stapje voor stapje steeds eerlijker durf en kan kijken naar mijn wens om nog steeds gelijk te willen hebben, maar nu met de bedoeling het om te laten keren middels ware vergeving, naar: Ja, het enige waar ik gelijk over wil en kan hebben is over GELIJK in de zin van Eén, Liefde, God.
Het proces verdiept zich nog meer en meer, steeds maar weer “verder”…

In een blog van 18 juni “behulpzame reminder” dat over “liever gelijk willen hebben dan gelukkig zijn” ging, over de ervaring dat achter dat gelijk willen hebben schijnbaar over iets wat gebeurt in mijn wereld, het gelijk willen hebben ligt verborgen over dat de afscheiding van Eenheid, Waarheid, God, Liefde werkelijk mogelijk en gebeurt is, daar weer achter pure angst ligt, de angst voor Eenheid, Waarheid, God, Liefde.
Dus eigenlijk zou die vraag “Wil ik liever gelijk hebben of gelukkig zijn” ook kunnen zijn: “wil ik liever gelijk hebben (in mijn angst), of zonder angst zijn”.
Een variatie op een typische Byron Katie vraag “wie zou ik zijn zonder mijn angst?”.

Ik zie dan dat achter mijn koppigheid, en de koppigheid die ik in andere denk te zien, niets anders is dan angst, het is angst. Het is niet koppig blijven volhouden dat iets niet kan, of moet, het is een koppig blijven volhouden aan conditioneringen die bestaan uit pure 100% angst.
En dan doorzie ik ineens alle uitingen van deze angst in mijzelf en in alles, van de extreme conditioneringen waaraan fanatici en extremisten vasthouden, tot het koppig stampvoetende kind, en elke andere vorm van weerstand die we maar kunnen bedenken.
Het is allemaal die ene zelfde angst die verborgen moet blijven achter duizenden geprojecteerde variaties, omdat daar niet naar gekeken mag worden, want wie ben ik zonder die angst die mij maakt tot wat ik denk en geloof te zijn?

Iedereen gaat onbewust gebukt onder deze ‘angst’, de angst voor Liefde, voor Eenheid, voor Waarheid. Want wie ben ik, zijn wij als er alleen Eén is. Dit is de meest bedreigende vraag voor de egodenkgeest en tevens ook de enige vraag die de dualiteit van “ik” en “anderen” op z’n plek houdt, want de vraag houdt nog steeds in dat er een “ik” is die deze vraag stelt.
Tegelijkertijd is dit, dat waar we denken en geloven te zijn en kunnen begrijpen.
Het totale abstracte van Eenheid, Waarheid, Liefde, God, maar ook een abstract begrip als ego, afscheiding kunnen  wij niet echt begrijpen. Wij kunnen alleen begrijpen dat waar we denken en geloven te zijn, een wereld waar alleen ervaringen van geprojecteerde angst ervaren kunnen worden.
Daarom is dat wat we ons leven noemen, ook al is het een droom en dus puur symbolisch, ons “werkmateriaal” ons “vergevingsmateriaal”, dat wat we nodig hebben om de angst eerst onder ogen te leren zien en dan te kunnen vergeven, omdat de denkgeest er uiteindelijk onvermijdelijk aan toe zal zijn angst op te geven en terug te keren in Liefde.
Zoals we hier terecht lijken te zijn gekomen is tevens ook de uitweg.
En:
‘Een universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk’ (VvT.In.2:5).

Een zeer behulpzame reminder voor mij is nu:
elke keer dat ik ongenoegen voel in welke gradatie dan ook, dan weet ik op de eerste plaats dat ik niet onvrede voel om de reden die ik denk.
En kan ik op de tweede plaats zien dat elke gedachte van ongenoegen altijd komt van de keuze voor met de ego kant van ‘mijn’ denkgeest te willen denken en kan ik nu ook duidelijk de drang van het egodenken om ‘gelijk te willen hebben’ waarnemen.

Het gelijk willen hebben in dat afscheiding van Eenheid mogelijk is, vermomd achter het gelijk willen hebben in iets wat zich zogenaamd buiten in een voor dat doel geprojecteerde wereld afspeelt.

Dus ik wil helemaal niet gelijk hebben over ‘iets’ als ik in de wereld iemand probeer te overtuigen van iets, of mijn zin wil doordrukken over iets, want daarachter verborgen ligt de wil gelijk te hebben over dat afscheiding mogelijk is en ik mijn projecties gebruik voor deze (on)mogelijke wil door te drukken.

Een aangezien Eenheid wat ik ook probeer te willen en door te drukken alleen maar onveranderlijk Eén kan zijn, voelt het ‘anders’ willen doordrukken geforceerd, pijnlijk, ongelukkig, want ik wil en probeer iets te doen wat onmogelijk is.
Nu ik me hier volledig bewust van ben, hoe kan ik dan nog doorgaan met dit waanzinnige onmogelijke plan?
Dit onmogelijke plan kan alleen nog maar gezien worden als reminder en uitnodiging voor het kiezen van die ‘andere’ Gids, die van Juist-gerichtheid, richting weten dat alleen Eenheid mogelijk is.
Het enige waarin we gelijk kunnen hebben is dat alles gelijk is in Eenheid en dat het absoluut gewoon onnodig is dit te ontkennen.
Ondertussen me realiserend dat het ego denken in elke gedachte ook nog steeds aanwezig is, zolang ik nog een ‘mijzelf’ ervaar in een (droom)wereld.
Dus het ego denken kan ook nog steeds aan de haal gaan met dit inzicht. Kenmerkend voor dat ik toch weer voor de ego versie kies is, dat het ‘inzicht’ toch weer vorm gericht is en er een ‘ik’ is die gelijk wil hebben over het net verworven geweldige inzicht en er nog steeds een ‘ik’ is die stiekem verwacht dat dit inzicht toch ook eigenlijk wel tot gelijk krijgen in enige vorm zal leiden.
Het is gewoon nodig in het (onvermijdelijke) ontwaak proces om al deze gedachten eerlijk te leren observeren, oordeelloos, want elk oordeel wat opkomt is weer kiezen voor het egodenken, maar biedt ook de kans om het ‘anders’, Juist-gericht te gaan willen zien.

Dus doet zich een situatie voor waarin ik denk, ja maar dit is echt iets wat mij wordt aangedaan door iets of iemand buiten mij, dan kan ik nu meteen de uitnodiging zien om me af te vragen wil ik gelijk hebben of gelukkig zijn, oftewel wil ik gelijk hebben dat afscheiding mogelijk is, of wil ik dit laten gebruiken om terug te herinneren in Eenheid, in Liefde.
Zo wordt alles wat in eerste instantie (verborgen) gebruikt werd als (on)mogelijke manier om me af te scheiden van Eenheid, nu juist een geweldige reminder om dat niet meer te willen en mijzelf deze onschuldige onmogelijke vergissing te vergeven.

We hebben eerst duidelijke speciale situaties, voorbeelden nodig om dit te leren, maar is het eenmaal geleerd en doorzien, dan blijkt dat elke gedachte die ik heb en ervaar dit ‘gelijk willen hebben’ van het egodenken van de wil tot afscheidingsdenken in zich draagt. En wordt onthuld dat ik de hele wereld die ik mijn leven noem alleen heb opgezet om gelijk te krijgen over dat afscheiding mogelijk is en dat Eenheid onmogelijk is.
Dit is een langzaam proces van laagje voor laagje afpellen van al mijn verdedigingen tegen Eenheid, met mijn ervaringen als leermiddel. Alleen via een ervaring, een volledige omslag in denken, het wonder, zal ik weer volledig herinneren dat alleen Eenheid mogelijk is.

Hoe dit uitwerkt in de ervaring is een kwestie van vertrouwen hebben in dat alles wat vanuit Eenheid, Waarheid, Liefde komt altijd het meest behulpzaam en liefdevol is voor iedereen, hoe dat er ook uit mogen zien in de vorm die we onze wereld noemen. Het zal als volstrekt moeiteloos, logisch, vanzelfsprekend voelen. Dat is zeker.

Ik had tot nu toe nog niet helemaal de verbinding gemaakt in de zin: ‘Wil je liever gelijk hebben of gelukkig zijn’ (T29.VII.1:9), met dat gelijk willen hebben = kiezen voor ongeluk betekent! Dat is de echte eyeopener en het ‘wonder’ van de omslag.
En dat het doel van het idee gelijk te willen hebben is: ongelukkig zijn en daar gebruik ik een wereld van projecties voor om dat te bewijzen!
Daarbij aantekenend dat de keuze van de egodenkgeest niets met gelukkig of ongelukkig zijn in een wereld te maken heeft, dus niet afhankelijk is van wat er in een wereld gebeurt, maar alles met de wens van de in de war zijnde ego kant van de denkgeest om afgescheiden te zijn van Eenheid.

Het woord gelukkig of ongelukkig kan ik ook vervangen door respectievelijk; Eenheid en afscheiding.

Het kwartje valt nu echt…

 

O ja, wat lijkt het gerechtvaardigd als het toch echt lijkt dat iemand mij onrecht aandoet!
En, o ja, ik heb toch echt gelijk dat mij dit wordt aangedaan!
Ik ervaar het toch, ik voel het toch, ik heb toch ogen in mijn hoofd!
Zo sterk is de verslavende aantrekkingskracht van de wereld die mijn ogen denken en geloven te zien.

Maar is dit wel zo?
Heb ik gelijk?
Nee, ik kan ervoor kiezen geen gelijk te hebben en te krijgen, ook al lijken de verslavende gedachten aan mij te trekken en lijkt een hele wereld van ‘gelijk hebben’ te bewijzen dat ik gelijk heb en de zgn ‘ander’ niet.
Ten eerste voelt het allemaal heel pijnlijk, dat is al een teken dat deze gedachten niet van de HG/J  kant van de denkgeest kunnen komen, dus kan ik vaststellen dat ze van de keuze voor de ego kant komen. En ook mijn gelijk willen hebben en schijnbaar eventueel ook krijgen is een pijnlijk proces met altijd een winnaar en een verliezer, dus ook duidelijk egodenkgeest materiaal.
Zodra ik mij opstel in het waarnemende/keuzemakende stuk van de denkgeest kan ik dit onderscheid duidelijk zien.
Ik kijk dan naar de film, de geprojecteerde gedachten van de egodenkgeest, een film waarin mij het (droom)lichaam onrecht wordt aangedaan en ik mijzelf moet verdedigen dmv aanval. Een volstrekt dualistisch gebeuren, dat moge duidelijk zijn.
En ik kan dan zien, ten minste als ik ervoor kies het te zien, dat wat zich lijkt af te spelen in die film, niet de grond reden is van mijn onvrede (les 5).
Er is geen ‘vijand’ die mij onrecht aandoet, er is een afscheidingsgedachte die zich uit projecteert als een ‘iets’, of ‘iemand’ die ‘mij’ onrecht aandoet. De (afscheidings)gedachte lijkt nu zijn bron te hebben verlaten en een eigen leven te leiden nu.
Maar is dat werkelijk zo?
Wil ik dit nog steeds geloven, neem ik dit ‘nietig dwaas idee’ nog steeds serieus?
Er is ook een andere keuze mogelijk. Ik kan in plaats hiervan ook voor vrede kiezen (les 34).

Ik doe een stap terug en laat ‘Hem’ de weg wijzen, ik laat mijn ‘Juist gerichte-denkgeest’ de weg wijzen, en neem alle gedachten+projecties  over wat ik dacht dat mij werd aangedaan terug en vergeef ze.
En ik weet één ding, kiezen voor lijden, dus kiezen voor het gelijk van de egodenkgeest is gewoon geen optie meer, ik ben verantwoordelijk voor al mijn gedachten, projecties en gevoelens van lijden, dus kan ik ook beslissen of ik dit nog wil of niet. Dat is het enige wat mij te doen staat, vanuit mijn waarnemende/keuzemakende post de keuze maken;  voor afscheiding (ego) of voor het terug herinneren in Eenheid. En ondertussen speelt de door de egodenkgeest geprojecteerde film gewoon verder en kan de ik in de film gewoon ‘nee’ zeggen, of kan ik nog steeds boos worden. Met dit verschil dat ik me er niet meer mee identificeer, het niet meer persoonlijk maak, het niet meer probeer te rechtvaardigen en het alleen nog als vergevingsmateriaal en vergevingskans wil zien en laten gebruiken. Het is niet de bedoeling, ook een prachtige valkuil, dat ik mijn zgn Heilige keuze de droom in sleep en er een heilige ego versie van maak.
Dus bijvoorbeeld door mijn keuze en gedrag toch te rechtvaardigen onder het mom van, ja maar de Heilige Geest en of Jezus hebben mij verteld dat ik dit of dat moet doen.  Heilige Geest en of Jezus geven nooit vormgerichte oplossingen, want het zijn geen personen of dingen buiten en los van mij als denkgeest. Dus in die hoedanigheid als zijnde Geest en louter symbolen, weten ‘zij’ niets van de geprojecteerde wereld die ik door te kiezen voor leiding van de egodenkgeest heb gemaakt. Heilige Geest ‘weet’ alleen van mijn keuze voor egodenkgeest of HG denkgeest, de keuze dus voor angst of voor LIefde. Ware Vergeving zorgt er juist voor dat ik mijn aandacht op vormgerichtheid loslaat, terugkeer in de denkgeest  en daar als het ware inplug op de HG kant van de denkgeest en vandaaruit ‘geinspireerde’ gedachten krijg. Dit is de scheppende kracht van Heilige Geest. Scheppend in de zin van uitbreiding van Liefde, die vormloos is. En ja, daardoor ga ik wel anders kijken naar de egofilm, en ben mij ervan bewust dat het alleen een projectie is en niet iets ‘werkelijks’, losgeraakt van de egodenkgeest.
In de film kan ik mijzelf als droom figuur dan nog kwaad zien worden en nee zeggen en de wetten volgen van de wereld, maar er is geen enkele identificatie meer.
“Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets” (WdII.1.).
en
“Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, (…)” (WdII.5:1).
Het grote verschil zit ‘m dus in het ‘doen’ via egodenkgeest of het ‘doen’ via HG denkgeest.
Via egodenkgeest ‘doen’ is denken en geloven dat het lichaam iets doet, via HG denkgeest ‘doen’ is zien en weten dat het lichaam niets doet, omdat het een projectie is, en niet een autonoom ‘iets’ wat zelfstandig kijkt, denkt en doet.
Niets zo verblindend als waarneming:

“Deze ogen, niet gemaakt om te zien, zullen nooit zien. Want het idee
waarvoor ze staan, heeft zijn maker niet verlaten, en het is hun maker die
met behulp daarvan ziet. Wat was het doel van hun maker anders dan
niet te zien? Hiervoor zijn de ogen van het lichaam het perfecte middel,
maar niet om te zien. Zie hoe de ogen van het lichaam op uiterlijkheden
rusten, en daar niet aan voorbij kunnen gaan. Kijk hoe ze stoppen bij het
niets, en niet in staat zijn om achter de vorm naar de betekenis te gaan.
Niets zo verblindend als de waarneming van vorm. Want het zien van
vorm betekent dat begrip aan het zicht is onttrokken” (T22.IV.6:1-8).

Dit unieke vergevingsproces van ECIW is radicaal, zwart wit, zonder ‘maren’ en ‘ja maars’, maar wel een stap voor stap proces, waarbij mijn hele leven een compleet ander doel krijgt en stap voor stap verschuift van de verblindende kijk vanuit egodenkgeest naar de heldere kijk vanuit Heilige Geest, de Juist gerichte-denkgeest die ‘mij’, denkgeest zal doen ontwaken uit de ego droom.

Het gevoel, de gedachte, het idee van het altijd beter te weten dan iemand anders, en dan hemel en aarde te bewegen om dat gelijk te bewijzen, het liefst nog onder het mom van behulpzaam zijn, is terug te voeren tot het mechanisme van de egodenkgeest om dát te projecteren waar het juist bang voor is en het dan om te keren ten gunste van zichzelf.

Er is een Weten wat onveranderlijk is en dat is God IS, Onveranderlijke Eenheid. Binnen dat Weten is geen ‘beter’ of ‘slechter’, ‘gelijk’, of ‘ongelijk’, mogelijk.
Hoewel het onmogelijk is om van Eén iets anders te maken dan Onveranderlijke Eenheid is het toch mogelijk gebleken dat in het proces van uitbreiden van Onveranderlijke Eenheid, Liefde, het idee is opgekomen dat de uitbreiding iets anders kan worden dan de Bron van de uitbreiding.
De uitbreiding van het onveranderlijke zag ineens een afscheidingsmogelijkheid tussen de bron en de uitbreiding daarvan. Dat de uitbreiding niet meer hetzelfde is dan de Bron, en kan veranderen. De uitbreiding gezien als méér dan zijn Bron, dus ánders dan de Bron.

Dat ‘méér’ moest dus dan nu wel het tegenovergestelde uitbreiden dan zijn Bron, want er moest méér zijn, meer, nu in de zin van ‘ánders’. En méér kan alleen méér zijn als het anders is dan zijn Bron, want anders is het gewoon weer méér van hetzelfde en dat is niet echt méér.
Méér werd dus ánders. Er ontstond een situatie van iets anders weten dan wat de Bron Weet. Ondertussen is het nog steeds onmogelijk in werkelijkheid om van Werkelijkheid iets anders te maken dan Werkelijkheid.
En toch leek het mogelijk, ‘ánders’ werd de nieuwe werkelijkheid en ontkende daarmee de Werkelijkheid. De werkelijkheid werd ‘vergeten’, maar verdween niet.
Het ‘ánders’ ging nu voor Werkelijkheid door en om dit te bezegelen maakte de nieuwe werkelijkheid zichzelf wijs: ‘Ik heb gelijk’. En dat ‘nieuwe weten’ moet verdedigd worden, tegen de Werkelijke Werkelijkheid, die nu ondergronds ging maar, nog steeds in het ondergrondse onbewuste aanwezig is. En die verdediging is: ‘ik heb gelijk’. Ik heb gelijk, ik weet het beter, is de mantra van het nieuwe weten en om dit nog meer te versterken wordt het uit geprojecteerd in duizenden vormen en bevinden we ons in een wereld met miljarden geprojecteerde lichamen die allemaal dat idee van ‘ik heb gelijk’, en ‘ik weet het beter’ als wapen gebruiken tegen elkaar. En lijken al die lichamen hun gelijk te willen halen over iets wat zich in de vorm lijkt te bevinden, maar ondertussen is het niets anders dan een afleiding en omkering van wat zich in de denkgeest afspeelt, namelijk dat het onmogelijke mogelijk is, namelijk dat uitbreiding van Eén, twee kan worden, ondanks het onveranderlijke FEIT dat Eén Onveranderlijk Eén is en blijft.

Het onmogelijke gelijk moet nu met hand en tand verdedigd worden, enkel en alleen, omdat als de verdediging losgelaten wordt het Ware Gelijk, dus de gelijkheid van Eén, gewoon weer tevoorschijn komt en blijkt dat er in werkelijkheid niets verdedigd hoeft te worden. Wat betekent dat het onmogelijke gelijk, uit geprojecteerd als de ‘ik’ als lichaam, simpelweg verdwijnt omdat het er nooit is geweest.
Dus gelijk willen hebben is niet gelijk willen hebben om de reden die ik denk. Het is niet het gelijk willen hebben over een bepaalde vorm of situatie, het is het gelijk willen hebben om het gelijk hebben, zodat dat wat werkelijk Gelijk heeft en IS verborgen blijft en er een ‘ik’ lichaam lijkt te zijn dat autonoom is en wel gelijk moet hebben, want anders verdwijnt het *poef* in het Werkelijke Gelijk, waar alleen Eén mogelijk is.

Dat zit er dus achter als we weer eens zeker weten dat we gelijk hebben en de ander het fout heeft.
De remedie?
Het onwerkelijke gelijk vergeven, zodat het door de nog steeds aanwezige herinnering aan het enige Gelijk, wat Gelijk aan Eén is, omgekeerd kan worden, terug-gekeerd dus in Gelijk, in Onveranderlijke Eénheid.

%d bloggers liken dit: