archiveren

Tagarchief: gedachten

En ineens is daar weer het geschenk van doorzien en het aanvaarden van het geschenk van vergeving en het wonder.
Plotseling was daar het bewust worden van hoe vaak ik (de denkgeest/mind) gedachten van schaamte heb en die projecteer.
En ik ontdekte dit door de gedachte van schaamte ineens duidelijk te zien achter wat er leek te gebeuren als iets buiten me waarvoor ik me schaamde.
Zelf al is het zo dat ik bijna altijd wel herkende dat ik me schaamde voor iets, dan kwam die herkenning altijd toch eerst van het ego wat altijd weer resulteerde in meer schaamte. Schaamte voor de schaamte en zo maar door; het Droste effect.
Nu zag ik ineens heel duidelijk het doel van dit ego mechanisme.

Het schamen vanuit ego, wat dus altijd eerst gebeurt, want schamen is nu eenmaal van het ego en zeker niet van “Heilige Geest” (de juist-gerichte-denkgeest), heeft altijd als doel af te scheiden het heeft echt geen ander doel dan dat.
Ik kan dat ook duidelijk voelen: ik ben anders, ik deug niet, fout bezig, want ik schaam mij, en ik kan me beter afzonderen en me in een hoekje verder gaan zitten schamen en mezelf vervloeken.
En mijn reactie was dan altijd na de schaamte, mezelf een schop onder m’n kont geven, vlug wegstoppen, niet meer aan denken, kom op je hoeft je niet te schamen, doe lekker wat je wil trek je van niemand iets aan. Het ego assertiviteitsplan dus.

Op zich niets mis mee, niet fout of zo (want iets beschuldigend fout vinden is ook weer gewoon kiezen voor schuld, dus egodenken), maar het is een tijdelijke oplossing die bij een volgende situatie welke weer schaamte oproept gewoon weer opnieuw de schaamte op een schuldige manier laat ervaren.
De Cursus beschrijft dit verschijnsel heel beeldend:

“De boodschappers van de angst worden door een schrikbewind afgericht, en ze beven wanneer hun meester ze oproept hem te dienen. Want angst is meedogenloos, zelfs voor zijn vrienden. Zijn boodschappers sluipen schuldbewust weg in hun hongerige
zoektocht naar schuld, want hun meester hongert ze uit, laat ze verkleumen,
en maakt ze heel vals, en vergunt ze alleen zich tegoed te doen
aan wat ze naar hem hebben teruggebracht. Geen enkele flinter schuld
ontsnapt aan hun hongerige ogen. En in hun bloeddorstig zoeken naar
zonde storten zij zich op elk levend wezen dat ze zien, en slepen het
schreeuwend voor hun meester, om te worden verslonden.

Zend deze bloeddorstige boodschappers niet de wereld in om zich daaraan
te goed te doen en de werkelijkheid leeg te zuigen. Want ze zullen je
berichten brengen van botten, vel en vlees. Hun is geleerd naar het bederfelijke
op zoek te gaan, en terug te keren met de strot vol bedorven en
verrotte dingen. Voor hen zijn dergelijke dingen prachtig, want ze lijken
hun knagende, razende honger te stillen. Want ze zijn uitzinnig van
angstpijn, en willen de straf afwenden van hem die ze uitgezonden heeft
door hem dat te bieden wat ze dierbaar is” (T19.i.IV.12:3-7,13.1:5).

Het komt er dus op neer, dat zolang er naar het ego geluisterd wordt en dat gebeurt altijd eerst bij iedere gedachte automatisch, er voor zonde, schuld en angst gekozen wordt, welke keuze vervolgens wordt geprojecteerd (uitgezonden) en zich als iets op z’n zacht gezegd vervelends toont buiten een “mij”. Een “mij” welke ook een projectie is vanuit zonde schuld en angst.

Boos worden of vol walging afkeren van dit ego denken, of het vergoelijken met verdedigende gedachten als “waarom moet je het altijd over dat ego hebben, dat hebben we toch nodig in deze wereld!”, houdt ook de keuze voor egodenken stevig in het zadel.
Weer, daar is niets mis mee, maar het is een groot verschil of we deze constateringen vanuit de keuze voor zonde, schuld en angst (ego) wensen te doen, en dus inzetten om het idee van afscheiding te voeden, of deze zelfde gedachten als vergevingskans en materiaal willen gaan zien, zodat diezelfde gedachten een ander doel krijgen en door ze te vergeven juist richting uitgang uit de afscheiding zullen leiden.

Het gaat dus om de functie en niet om goed en fout.

Zo ook alle momenten van schaamte die ik ervoer, om weer even naar dit thema van dit blog terug te keren.
Doordat ik ineens heel helder doorzag dat ik het geloof in schaamte (een vorm van zonde, schuld en angst) als middel tot afscheiding gebruikte, kon ik nu de keuze maken hier niet meer voor te kiezen en het in plaats daarvan te vergeven. Het soort vergeven waar ECIW het over heeft, werkelijk inzien dat dit wat ik ervaar niet is wat ik dacht dat het was, iets buiten mij dat mij wordt aangedaan, maar slechts een poging tot afscheiding is, door mijzelf uit de bron, de denkgeest te lokken in een wereld die alleen in de waan van de keuze voor de egodenkgeest bestaat.

Deze bewustwording volgt op een eigenlijk al heel lang intellectueel ‘weten’ en snappen van dit ego mechanisme, maar altijd weer blijkt dat dat intellectueel weten een eerste stap is en dat een ervaring nodig is om de werkelijke omkeer in het denken, het wonder dus, te laten gebeuren.

Het is nu niet zo, dat zolang ik nog een “ikje” lijk te ervaren in een “wereld” er geen schaamte meer zal zijn.  Het grote verschil is dat de identificatie met de acteur die schaamte uitbeeld op het toneel terug gegeven is naar de bron, de denkgeest. En deze keuzemaker is zich nu bewust van de keuze die gemaakt kan worden, de keuze tussen afscheiding (egodenken) of de keuze voor terug herinneren in waar nooit uit kan zijn weggegaan: Waarheid, Eenheid, God, Liefde.

Nogmaals, de vorm waarin dit alles in wordt uitgespeeld hoeft niet (kan wel) te veranderen, maar wel het doel en dat maakt het verschil tussen hel of Hemel (egodenkgeest of Heilige Denkgeest), dat is de schaamte echt voorbij zijn.

Wat zie ik als ik in een spiegel kijk?
Wat kan ik eigenlijk anders zien/waarnemen dan mijn eigen gedachten!
En wie/wat kan het anders zijn dan een waarnemer die tot deze conclusie komt.
En wat kan deze waarnemer anders zijn dan ook een gedachte die een gedachte denkt en waarneemt.
Daaruit volgt dat het nooit een lichaam kan zijn dat kijkt in een spiegel door de ogen van een lichaam. Dat wat gezien/waargenomen wordt is een gedachte, gedacht door de denkgeest.

Wat metafysische onderbouwing kan de logica hiervan onderstrepen voor zover dat mogelijk is via woorden.
Er is in werkelijkheid alleen Geest, onveranderlijke Geest, één Geest. Dit wordt gedacht en in een geprojecteerde vorm als dat wat we ‘schrijven’ noemen op dit moment opgeschreven, door zich hiervan bewust wordende ‘denkgeest’.
Er ‘bestaat’ alleen gedachte, elke projectie is een gedachte en blijft dat ook, gedachten kunnen nooit hun bron, de denkgeest, verlaten.

Dat wat ik in een spiegel zie is niet een lichaam met bepaalde kenmerken, maar een geprojecteerde gedachte, een gedachte over hoe de denkgeest over zichzelf denkt.
Dus zeker niet een lichaam dat een lichaam ziet door de ogen van dat lichaam.
Als er nooit een lichaam is dat wordt gezien door de ogen van een lichaam kunnen er ook geen zogenaamde ‘andere’ lichamen zijn die kijken door de ogen van een lichaam.
Dat betekent dat als ik andere lichamen denk te zien/waarneem ik (denkgeest) ook eigenlijk alleen mijn gedachten zie/waarneem, gespiegeld zie.
Wat ik ook denk te zien met de ogen van het lichaam, het zijn altijd de reflecties van mijn gedachten als denkgeest, omdat er alleen Geest is.

Hierop is de leergang van ECIW gebaseerd; het terug leren herinneren dat er niet een lichaam is dat denkt en doet, maar alleen denkgeest. Dat we alleen denken als denkgeest niet als lichaam. We zijn denkende denkgeest, die altijd alleen maar zijn eigen gedachten kan waarnemen, via de spiegels welke de projecties zijn van de denkgeest.

Dit alleen theoretisch begrijpen is een bijna noodzakelijkheid, in ieder geval heel behulpzaam, maar niet genoeg. Dit echt als waar aannemen en weten, of beter herinneren, want er is alleen een vergeten wat voor het herinneren ligt, kan niet anders geschieden dan via dezelfde weg waarop het ‘vergeten’ heeft plaatsgevonden, maar nu omgekeerd door het ‘vergeten’ weer te ‘herinneren’ door middel van Ware Vergeving van elke gedachte welke het herinneren blokkeert.

De dagelijkse oefeningen van het Werkboek zijn oefeningen in het weer willen en bereid zijn dit te herinneren. Vooral de eerste 50 Werkboek lessen gaan hierover.

Dat wat ik in de spiegel zie is altijd een gedachte over mijzelf als denkgeest, ook al lijkt het een gedachte te zijn over mij als lichaam. Dat is niet zo, en is alleen een afleiding van het feit dat er alleen Geest kan zijn. Het bewust worden hiervan projecteert zich binnen dit veld van ‘vergeten’ (dat wat we de wereld noemen) als denkgeest die eraan toe is zich dit weer te herinneren. Het is een hulpmiddel, niet meer en niet minder, want als de herinnering voltooit is, is er alleen Geest…

De mens geboren uit sterrenstof? En bestaat dus uit sterrenstof?
De mens geboren uit een gedachte en bestaat dus uit gedachten, ís een gedachte.
De mens-gedachte geboren uit de gedachte die bedacht dat de mens uit sterrenstof geboren wordt en uit sterrenstof bestaat.
Een gedachte die geboren is uit de gedachte dat afscheiding uit Eenheid wenselijk en mogelijk is.
Gedacht door de gedachte dat een onmogelijke gedachte mogelijk is.
En alleen die gedachte houdt de gedachten-molen draaiende, welke ook een gedachte is.

Er is niets anders dan geest die denkt en het stukje ‘denken’ is een nietig dwaas idee in denkgeest.
Denkgeest – nietig dwaas idee = Geest

Nee, nee, nee, Geest is niet energie!
De gedachte ‘energie’ hoort ook binnen het nietig dwaas ideeën koninkrijkje van denkgeest.

Denkgeest – nietig dwaas idee = —

— – — = —

*Poof*

.

 

 

 

 

Wie/wat is het wat denkt/droomt, de dromer van de droom, die droomgedachten projecteert. Maar de dromer van de droom is ook een droom, een bedachte, gedachte gedachte, en die gedachte ook weer en weer en weer. Binnen de droom die ik (wat dat ook moge zijn die ‘ik’) bewustzijn noem, kan niet worden ‘gekeken’, ‘ervaren’ , door de dromer, die zelf ook een droom is en dus vastzit in de droom, vast zit in gedachten. Wat is ervaren dan? Wat ervaart? De gedachte? Kan een gedachte ervaren? Kan een projectie ervaren? Een projectie is ook een gedachte, dus hoe ik het ook bekijk, een gedachte blijft een gedachte. En kan een gedachte ervaren?

Een zweverige gedachte? Maar wat kan deze gedachte anders zijn dan ‘zweverig’. Het is immers nergens in geworteld, het is juist bedacht om te ontkomen aan zijn Ware Wortels (wat ondertussen onmogelijk is). Dus hoezo ‘aarden’? Aarden in illusie, in de droom? En weer wie denkt/zegt dit? Weet ik veel! Kom niet verder dan het de waarnemende denkgeest te noemen. Maar dat wat observeert, waarneemt, de gedachte, blijft dat doen uit angst helemaal te verdwijnen als het denken, stopt. Want de dromer van de droom, de denker van de gedachte, heeft geen concept van wat er achter de droom ligt. Er is geen ‘achter’ de droom er is alleen een gedachte en een in geloof verankerde gedachte.

Maar begint en eindigt een droom wel? ‘Ik’, de dromer, de denkgeest, droomt zolang er een ‘ik’ lijkt te zijn die lijkt te ervaren. Maar aangezien een droom een droom is, gebeurt het niet en toch lijkt het ‘echt’, het ‘echt’ van een droom. Maar weer, wie/wat zegt dit, dat moet wel een angst gedachte voor de angst gedachte zijn dat er voor zorgt dat de droom zichzelf blijft dromen en herhalen. Totdat de Herinnering niet langer ontkent en verborgen kan blijven, waarbij de dromer eerst ontwaakt in ‘bewust zijn’ van dit alles en de droom langzaamaan zijn greep verliest en zich volledig Herinnert, tot het ??? waar ‘bewustzijn’ niet bij kan en wat buiten tijd en ruimte valt, omdat ruimte en tijd niet bestaan. Elke poging er wel bij te kunnen en te bedenken wat dat dan is waar het bewustzijn niet bij kan, is een ‘hond bijt in z’n eigen staart gedachte’ en dus gewoon weer een bewustzijnsgedachte met als doel in het bewustzijn te blijven, misschien niet meer als lichaam, maar wel met een lichaamsbewustzijn in het bewustzijn.

‘N hoax dus, die focus gerichtheid op Ontwaken en of Verlichting. De focus op Ontwaken en of Verlichting is de focus opzettelijk richten op wat niet bereikt kan worden, omdat het tot het terrein van het volkomen tijd en ruimteloze behoort en dus niet bereikt kan worden, omdat het niet bereikt hoeft te worden, het IS er, niet het IS van ruimte en tijd, maar het naamloze, woordeloze, gedachteloze, non-dualistische IS.

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat” (TIn.2:2-3).

Dus ja, best leuk en leerzaam misschien ook nog wel om hierover op deze manier te denken, maar verder geraken dan bewust bewust te zijn in het bewustzijn gaat het niet. En dus kan ´ik´ de meer en meer bewust wordende gedachte niets ander dan dat wat niet kan, namelijk van gedachten iets meer maken dan gedachten, onder ogen zien en vergeven.

“Vergeet deze wereld, vergeet deze cursus, en kom met volkomen lege handen tot jouw God” (WdI.189.7:5).

“God Zelf zal deze laatste stap zetten. Weiger de kleine stapjes niet die Hij jou vraagt naar Hem te zetten” (WdI.193.13:6-7).

Wij, de ene denkgeest heeft toegang tot alle gedachten.
Alle gedachten die ooit zijn gedacht, worden gedacht en nog zullen worden gedacht. Ze lijken op een opeenvolgende tijdlijn te staan, maar dat lijkt maar zo. Alle gedachten zijn in één moment ontstaan en ook weer meteen verdwenen.Want er kan niets bestaan wat niet eeuwig is. Tijdelijk bestaat niet, omdat het tijdelijk is.Tijd bestaat niet werkelijk, omdat het tijdelijk is.

Ons egodenksysteem kan hier niets mee, omdat het zichzelf daarmee ontkent.
En dat is het enige wat het egodenksysteem overeind houd: zichzelf een ‘kennen’ toewijzen gebaseerd op tijd en ruimte. En daarmee ontkent het eeuwigheid, het tijdloze.
Het kan dus alleen dat ontkennen wat zijn zichzelf toebedeelde nep ‘kennen’ bedreigt.
Eeuwigheid, het Tijdloze, Waarheid, Liefde, God, het Onnoembare, of wat voor woord dan ook moet voortdurend ontkend worden.
Daarvoor in de plaats maakt de egodenkgeest zijn eigen versie van eeuwigheid, het tijdloze, waarheid, liefde, god, het onnoembare enz.
En dat ene moment van het Kennen ontkennen en daarvoor een eigen kennen voor in de plaats zetten moet steeds herhaald worden.

Dat ene moment bevat dus alle ontkennende gedachten die er zijn.
Dat zijn dus alle gedachten die de egodenkgeest maar kan denken.
Dat zijn er miljarden, één grote explosie van één afscheidingsgedachte, die zich vermeerdert in miljarden ogenschijnlijk aparte gedachten lijntjes. Tijdlijntjes die zich steeds verder van de ene afscheidingsgedachte verwijderen.
Elk tijdlijntje vormt nu een ogenschijnlijk apart leven, een apart verhaal, een van de miljarden mogelijke variaties op het ene thema afscheiding.
Maar in werkelijkheid is er niets gebeurd, er is nog steeds alleen maar één Geest, het Onveranderlijke is nog steeds onveranderlijk, het veranderen heeft niet werkelijk plaatsgevonden, het is en blijft een nietig dwaas idee.

Dus ook al lijken wij, zoals wij ons zelf ervaren in een apart lichaam, in een apart van anderen gescheiden leven, een bepaald gedachten patroon hebbende, dat wat we ons dna, karakter, geërfde eigenschappen, opvoeding, conditioneringen, noemen, toch is er maar één egodenksysteem wat alle gedachten bevat, die ooit gedacht zijn of nog worden.
Daarom kunnen wij ons ook inleven en daarom kunnen wij ook oordelen en veroordelen. We houden ons eigen afgesplitste gedachtelijntje angstvallig vast, en alles wat daarbuiten valt wordt afgewezen, hoewel het soms ook lijkt dat het omarmd wordt. Hoe dan ook er wordt ‘verschil’ waargenomen.

Als we een pad zoals ECIW doen, dan leren we te observeren, los van het identificeren met wat we denken te zijn, namelijk een lichaam dat denkt met het brein. We leren terug te gaan naar wat we werkelijk zijn, denkgeest en we leren van daaruit ons denken te observeren.
Daar is volledige eerlijkheid voor nodig. Er mogen geen gedachten ontkend worden, of als onzin of gevaarlijk worden afgedaan. Elke gedachten hoe deze er ook uit mag zien moet aan het licht worden gebracht om als vergevingsmateriaal te gaan dienen. Elke gedachte krijgt deze functie. Elke gedachte die nog als functie heeft, afscheiding mag nu aan het licht worden gebracht.
We gaan onze projecties als gedachten herkennen en nemen die terug in de denkgeest en vergeven ze.

We gaan ook steeds beter zien dat ook al lijken we een apart leven te hebben apart van een ander en er een apart denksysteem op na houden, dat dit alleen maar zo lijkt en er ook maar één egodenkgeest syteem is.
Dat betekent dat we toegang hebben tot elke gedachte die maar gedacht kan worden, nu, in een verleden en in een toekomst.
Sommige denkgeesten ervaren dit ook al en dat noemen we dan helderziend.
Bij deze denkgeesten werkt de afscheiding niet helemaal waterdicht en sijpelt er van alles doorheen.
Anderen horen stemmen, ook een weeffoutje in het afscheidingssyteem van de egodenkgeest.
Weer andere denkgeesten waarbij het afscheidingssyteem niet zo goed werkt krijgen te veel gedachten en beelden tegelijkertijd binnen. En zo zijn er talloze voorbeelden waarbij het egodenksysteem niet altijd waterdicht werkt doordat de afscheiding hier en daar niet werkt. Er zitten gaten in de muur, waardoor het verborgen geheim dat er maar één egodenkgeest is dreigt te worden ontmaskerd.
Dit wordt dan weer goed gemaakt door de egodenkgeest, door deze weeffoutjes afwijkingen en ziekten te noemen, die de gaten in de afscheidingsmuur weer even herstellen.

Naarmate we betere observeerders worden, gaan we ook beter het hele ene egodenksysteem doorzien.
We gaan minder ‘persoonlijk’ denken en voelen ons meer verwant met andere denkgeesten en doorzien dat we allemaal eigenlijk hetzelfde denken, ook al ziet het er in de vorm anders uit.
En dan leren we ook zien, dat wat we bij anderen afkeuren, zoals vormen van geweld, discriminatie, hebberigheid, moordlust, haat, krankzinnigheid enz. zich allemaal in de ene egodenkgeest bevindt, dus ook in de ‘mij’ denkgeest. En dat het alleen zo lijkt dat ik die gedachtes niet heb, omdat ik een bepaald tijdslijntje volg wat ik mijn leven noem. Maar ‘ik’ heb ze wel degelijk, want er is maar één egodenkgeest die alle gedachten die mogelijk zijn bevat.
En dat is best lastig om te zien, te herkennen en te erkennen.
En toch is het nodig om volkomen vrij te worden van elke egogedachte en terug te keren tot de ene Denkgeest.
Dit leren zien, herkennen en erkennen kan dan ook alleen maar werken onder leiding van onze Juist gerichte-denkgeest, want dit onder leiding doen van onze ego denkgeest kant is onmogelijk.
Onder leiding van de ene egodenkgeest, dus onder leiding van het afscheidingsdenksysteem, kijken naar de vernietigende gedachten van de ene egodenkgeest, kan alleen maar tot meer vernietiging leiden en dat is zeker niet wat ECIW ons probeert te leren.
ECIW vertegenwoordigt het leren kijken olv de Juist gerichte kant van de ene denkgeest.

Dus als ik ervaar dat het observeren van al mijn gedachten tot depressiviteit, tot moeheid, moedeloosheid, boosheid,slachtofferschap leid, dan verteld mij dit alleen dat ik heb gekeken olv de egokant van de denkgeest. Ik vraag mijzelf dan af: “wie of wat zegt dit”, egodenkgeest of Juist gerichte-denkgeest (HG/J denkgeest)? En als ik het antwoord weet, dan kan ik opnieuw kiezen. En ben ik nooit meer het slachtoffer van mijn eigen gedachten, laat staan van die van anderen.
Want er zijn geen anderen in de ene denkgeest.

Er is een gedachte over gisteren, over het verleden, er is een gedachte over morgen, de toekomst, er is een gedachte over nu, wat er nu gebeurt, er zijn honderden gedachten, en ze zijn allemaal NU. Ze spelen niet in een verleden of in een toekomst, ze spelen in de denkgeest en dat is altijd NU, ik denk ze NU en NU en NU er is niets anders, ook deze gedachte is NU. En het woord NU is slechts een omschrijving van een gedachte over NU, in het NU.

Het NU is niet iets wat zich in tijd en ruimte bevindt en afspeelt, dat kan geen NU zijn, dat is juist een vlucht uit NU.
Het NU in ruimte en tijd is wat projectie is. Het is de NU gedachte van de denkgeest die naar buiten vlucht, op de vlucht voor zichzelf.
Maar de projectie kan niet het NU van zich afschudden, er werkelijk los van raken, het blijft ermee verbonden. Het kan wel ontkend worden, en dat is wat tijd en ruimte doet, het ontkennen door te vluchten voor het NU en er een eigen versie van maken, dat wat we tijd en ruimte noemen. Wat niet kan, dus alleen maar een illusie kan zijn.
Zie daar wat wij onze wereld in ruimte en tijd noemen. Een grote vluchtpoging uit het NU.

Stel, ik maak me zorgen dat ik bijvoorbeeld een grote belastingschuld moet afbetalen, maar kan dat met geen mogelijkheid afbetalen, want ik heb geen werk. Ik zit dus voor de rest van mijn leven vast aan een schuld die zwaar op me drukt.
Het lijkt alsof dit scenario zich werkelijk afspeelt in tijd en ruimte, er is een verleden (zonde), de toestand waar ik me nu in bevindt (schuld), en een onheilspellende toekomst (angst).
Wat er echter aan de hand is, is een poging tot vluchten uit het NU.
Een vlucht uit de denkgeest, een vlucht uit dat wat we werkelijk zijn, onveranderlijke geest.

De denkgeest denkt, droomt en gelooft dat het zich uit eenheid kan terugtrekken. Dat kan in werkelijkheid helemaal niet, want één is één, het is een onnatuurlijke gedachte en dus kan deze gedachte alleen maar enorme angst met zich meebrengen, en angst zorgt voor een vluchtreactie, de angst gedachte is nu op de vlucht voor zijn eigen angstgedachte. We, de ene denkgeest is in een nachtmerrie terechtgekomen, en vergeten dat het slechts een droom is van en in de denkgeest.

Boven beschreven ‘schuld’ situatie is dus een angstige droomprojectie, een vlucht uit het NU.
Het lijkt nu over een situatie te gaan buiten mij, waar ik het slachtoffer en/of de dader van ben geworden. In werkelijkheid, en werkelijkheid noem ik de denkgeest, is er niets gebeurd en is er alleen een NU gedachte die vervolgens naar buiten geprojecteerd is, zodat het lijkt alsof er zich een situatie buiten mij afspeelt. Ook de ‘mij’ is hierbij getransformeerd (ook geprojecteerd) van denkgeest tot een ‘mij’ lichaam, zodat het nu lijkt dat ‘ik’ een lichaam, enorme belastingschulden heeft.

Ondertussen is er in werkelijkheid niets veranderd, er is nog steeds alleen denkgeest, de denkende denkgeest die alleen maar in het NU kan denken en alleen maar NU gedachten kan hebben..
En ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk, ik voel niet onvrede vanwege mijn belastingschulden, of wat voor schijnbaar probleem dan ook, ik voel onvrede, omdat ik (denkgeest) me van éénheid probeer los te maken, wat onmogelijk is en daarom alleen maar onvrede, pijn en lijden kan opleveren.

Ik kan hiervoor in de plaats ook vrede zien, want ik kies voor mijn eigen gedachten. Alleen ik ben verantwoordelijk voor mijn eigen gedachten en dus ook voor de daaraan gekoppelde projecties, die nog steeds ook gedachten zijn, en gedachten verlaten nooit hun bron.
Ik kan dus in plaats vanuit angst hier ook naar kijken van uit Liefde, vanuit Waarheid.

Ik heb gezien dat waar ik onvrede over lijk te voelen (belastingschuld of enig ander probleem) niet de oorzaak is van mijn onvrede. Ik kan dit ontmaskeren als zijnde ‘onwaarheid’ dus als onmogelijk, en dat is hetzelfde wat Ware Vergeving doet, onderkennen dat wat gebeurd lijkt te zijn buiten mij en dat ik de schuld heb gegeven van wat mij is aangedaan, niet werkelijk heeft plaatsgevonden. Het is een gedachte, en het blijft een gedachte, ook al is deze gedachte geprojecteerd.

Ik kan dus nu de gedachte + projectie terugnemen in de denkgeest, dus terug in het NU, terug naar het ene punt, waar het ontstaan is en nooit uit vertrokken is, het NU.
Ik kan nu ook zien, dat elke gedachte zich alleen maar NU af kan spelen, omdat er in werkelijkheid geen tijd en ruimte is, alleen de gedachte die ik NU heb.
Er is niets gebeurd, er is alleen een gedachte die over zonde, schuld en angst gaat en ik hoef deze niet te projecteren, ik kan de gedachte op laten lossen in de Eenheid van het NU.
En Eenheid van het NU is grenzeloos, dit geeft een ervaring van grenzeloosheid, oneindigheid en totale Vrijheid, zolang we toch nog ervaren in ruimte en tijd, een oneindige creativiteit, de creativiteit van het Scheppen.
Onnodig te zeggen dat uit deze toestand van de denkgeest alleen maar Liefde uitgebreid zal kunnen worden en precies geweten zal worden wat te zeggen en te doen, zoals in dat prachtige gebed in (T2.A.V.18:4) staat, (zie ook het hele gebed aan het einde van dit blog):

“Ik hoef me geen zorgen te maken om wat ik zal zeggen
of wat ik moet doen, want Hij die mij gezonden heeft zal mij leiden.”

Niet om een betere wereld te maken, want er is nog steeds geen wereld (zie vorig blog) maar puur om Liefde uit te breiden en dit kan alleen tot ervaringen van Liefde leiden en de projecties zullen hiervan getuigen, omdat het nu gedachten van Liefde zijn in plaats vanuit angst, vanuit een zich eeuwig uitbreidend NU, het NU dat altijd NU blijft en geen verleden, een huidige toestand, of toekomst kent.

“Ik ben hier alleen om werkelijk behulpzaam te zijn.
Ik ben hier om Hem te vertegenwoordigen die mij gezonden heeft.
Ik hoef me geen zorgen te maken om wat ik zal zeggen
of wat ik moet doen, want Hij die mij gezonden heeft zal mij leiden.
Ik ben tevreden daar te zijn waar Hij me wenst,
wetend dat Hij me vergezelt.
Ik zal genezen zijn, wanneer ik toelaat dat Hij mij
genezen leert” (T2.A.V.18:2-6).

Een van de lastigste dingen die men tegenkomt als men de Cursus werkelijk serieus doet, is te erkennen dat elke gedachte die ik heb uit mijn eigen denken komt, uit mijn denkgeest, omdat ik louter denkgeest ben en niet een lichaam met hersenen die denken. Ik denk wat ik op enig moment denk en die gedachte wordt geboren in mijn denken. En dat denken zie ik terug als iets buiten mij, dat denken wordt geprojecteerd. Denk te zien dus, want wat ik buiten mij denk te zien is een projectie die reflecteert wat ik denk. Dus wat ik buiten mij denk te zien is een weerspiegeling en kan nooit de oorzaak zijn van wat ik denk. De oorzaak ligt in mijn eigen denken, en omdat er maar één denkgeest is, gaan die gedachten altijd over ‘mij’. In deze wereld bestaande uit schijnbaar persoonlijke projecties, kan ik alleen maar vanuit een zgn. ‘eigen’ focus ‘zien’ en ‘ervaren’.

Dus als ik denk en waarneem dat een ander mij onheus bejegend, aanvalt, onrecht aandoet dan is het enige wat aanvalt mijn eigen gedachten over mijzelf, welke ik weerspiegeld zie in iets buiten mij.
Dit is lastig, maar ook ‘lastig’ is een gedachte die geboren wordt in mijn denken. Ik heb dus vooral last van mijn eigen ‘lastig’ gedachte. En ervaar ik ‘lastig’ niet om de reden die ik denk. Er is niets ‘lastig’ buiten mij, er is een gedachte die ik als ‘lastig’ ervaar en losgekoppeld van de bijbehorende projectie, geen andere functie heeft dan mij (denkgeest) in de afscheiding, in on-werkelijkheid te houden.
Het gevoel van ‘lastig’ is dus wederom een van de verdedigingen van mijn keuze voor ego denken.
Dit wordt ervaren als een zeer krachtige reflex die door angst stevig op z’n plaats wordt gehouden. Want waar zou ik zijn zonder mijn angst + projecties?
Er is veel oefening en veel bereidwilligheid voor nodig mezelf te stoppen van de reflex alles en iedereen buiten mij te zien en alles en iedereen buiten mij als de oorzaak, de schuldige te zien van alles wat mij lijkt te overkomen.

Maar het is mogelijk, elke keer als ik me beledigd voel, genegeerd, afgewezen, boos, jaloers, gewantrouwd stop ik mijzelf en zeg, dit komt uit mijn denken en nergens anders vandaan. Ik ben degene die dit denkt op dit moment, ik kan beslissen hiermee door te gaan of dit te stoppen en er anders naar te kijken. Dat wat ik buiten mij zie is niet de oorzaak, maar slechts een reflectie van wat ik denk. Dan neem ik de gedachte + projectie terug in mijn denkgeest en beslis dan de gedachte + projectie aan de HG/J kant van mijn denkgeest te geven, terug te geven aan Liefde dus, in plaats van aan de ego kant van mijn denkgeest, aan angst dus, en Vergeef.
Verder doe ik niets en blijf rustig en stil op mijn waarnemende denkgeest post zitten. En laat elke nog voorbijkomende tegenstribbelende gedachte meteen afvloeien naar de HG/J kant van mijn denkgeest.

En mijn ervaring is altijd, dat de rust dan wederkeert in mijn denken en ik dan altijd plotseling heel anders tegen een zgn ‘situatie’ aan kijk en vanuit vrede precies weet wat te zeggen en of te doen. Dit proces gaat steeds sneller, omdat mijn bereidwilligheid nu zo groot is dat ik geen andere keuze meer wil maken dan voor HG/J denken (Liefde) in plaats van voor ego denken (angst).

Dit vereist veel oefening, elke seconde, bij elke gedachte, dag in dag uit, jaar in jaar uit, zolang als het nodig is.
En elke gedachte + projectie is mijn leermateriaal, mijn oefenmateriaal en mijn enige ‘werkelijke’ functie zolang ik ‘ervaar’ is nu Vergeving geworden. Dat is mijn Speciale Functie zolang ik mijzelf hier in een wereld ervaar, een wereld van louter gedachten en projecties, want ‘Er is geen wereld…”:

“Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden langs de weg die hem naar de waarheid voert. Hij zal terugkeren en weer verder gaan, of misschien een tijdje ervoor terugwijken en terugkeren eens weer” (WdI.132.6:2-5).

Voordat we echt antwoord kunnen geven op de vraag en ervaren, ‘hoe zou mijn leven eruit zien zonder zonde, schuld en angst gedachten’, moeten we eerst weten wat dan wel die zonde, schuld en angst gedachten zijn.
En de eigenschap van zonde, schuld en angst gedachten is nu juist dat ze verborgen moeten blijven.
We merken enkel en alleen aan onze emoties en gevoelens dat ze er zijn en als we dan al de reden vinden, die zich altijd buiten ons lijkt te bevinden, ons aangedaan door iets of iemand buiten ons, worden we alleen maar nog meer op een dwaalspoor gebracht, want ook dat is niet de reden waarom we al die emoties en gevoelens voelen en ervaren.
Dus om zonder zonde, schuld en angst gedachten te kunnen zijn moeten we ze eerst voelen en ervaren zodat we ze kunnen benoemen en uit de verborgenheid aan het licht laten komen.
Als we emoties voelen, maar we kunnen ze niet benoemen, is dat niet omdat we het niet weten, maar omdat we onszelf (de denkgeest) opdracht hebben gegeven het te vergeten en er voor weg te lopen. Ook dat is een gedachte die benoemt mag worden, zodat hij tevoorschijn komt.
Want alleen als alle gedachten aan het licht mogen worden gebracht, als ik daar toestemming voor geef aan mijzelf, de denkgeest, en alle gedachten bloed eerlijk benoemd worden, dan kan er pas worden vergeven en ervaren worden hoe mijn leven is als ik geen zonde, schuld en angst gedachten meer heb en projecteer.

Zonde, schuld en angst gedachten ontkennen, of wegstoppen, omdat ze niet mogen, ‘want ik ben toch zo spiritueel onderlegd, ik zou toch beter moeten weten in middels’, niet kunnen, ‘omdat ik een Cursus in wonderen student ben, al tig jaar’, niet beleefd zijn,’zo ben ik niet opgevoed’, niet gepast, ‘ik sta erboven’, of wat dan ook, is eigenlijk zeggen, ‘ik wil deze gedachtes houden, want ze beschermen mij tegen het verlies van de door mij gekoesterde gedachten van zonde, schuld en angst, die mij op veilige afstand van de wraak van god houden.’
Als we deze krankzinnige gedachten langzaamaan gaan doorzien en gaan vermoeden dat ze wel eens niet zouden kunnen kloppen en dat ik me misschien wel vergis en dat het wel eens heel anders zou kunnen zijn, dan komt er in onze van angst verkrampte denkgeest wat ruimte, en kan het terug herinneren naar Waarheid beginnen.

Laat alle emoties, gevoelens alle gedachten er dus zijn, precies zoals ze zijn, want dat is waar ik ben op dit moment, dat is het NU waar ik me denk te bevinden, en daar ligt ook de oplossing, de genezing, in de denkgeest die ze denkt.
Dus ze voelen, ervaren, benoemen en dan de keuze maken, ze wel of niet te erkennen als waar of onwaar, oftewel ze te vergeven of niet.
Dat is het pad via en door de ervaring van haat heen terug naar de ervaring van Liefde.

Alles wat in je gedachte opkomt, komt op, omdát het al gedacht is.
We hebben eigenlijk een voortdurende déjà vu ervaring.
Geen enkele gedachte is nieuw, elke gedachte ligt opgeslagen in de database van de egodenkgeest. De ene egodenkgeest wel te verstaan, want er is maar één egodenkgeest, zoals er ook maar één werkelijke denkgeest is. En daarbij komt nog dat de egodenkgeest ook wel de onware denkgeest wordt genoemd, en dus niet bestaat.
In de egodatabase liggen dus alle afscheidingsgedachtes die maar mogelijk zijn en die voortkomen uit zonde, schuld en angst opgeslagen.
Er is niet één egogedachte die nog niet gedacht is. Ze waren er allemaal in één keer en zijn er nog steeds allemaal in één keer, elke keer dat we (de ene denkgeest dus) een gedachte heeft.
Lichamen (hersenen) denken niet, dus kunnen ook geen gedachtes hebben, want lichamen en alle andere bestaande vormen en situaties zijn projecties, geprojecteerde gedachtes, geprojecteerd door de denkgeest die denkt.

Keuzes worden dus gemaakt op denkgeestniveau, niet op lichaams-, dingen en situatieniveau, ook al lijkt dat wel zo te zijn. Dat is de grote illusieshow van de egodenkgeest.
De (ego)denkgeest maakt schijnbaar een keuze vanuit lichaamsgericht-, dingen en situatie niveau.
De denkgeest die zich bewust wordt en dit waarneemt, zich herinnert, ziet dat de keuze wordt gemaakt op denkgeestniveau en niet op vormniveau, en ziet dus dat de echte keuze gaat over voor welke denkgeest kies ik. Kies ik voor de egodenkgeest, of voor, wat de Cursus noemt, Heilige Geest denkgeest, we kunnen het ook de onware of ware denkgeest noemen, het zijn maar woorden, symbolen.
Mocht je alsnog in de stress schieten van bepaalde woorden, dan betekent dat alleen dat je ze ‘waar’ probeert te maken en voor de symboliek van de egodenkgeest kiest, dus voor zonde, schuld en angst en stress is daar één van de vele mogelijke uitingen van.
De Cursus bied dan de mogelijkheid aan van het vergeven van de stress, wat betekent dat het onware gewoon niet waar gemaakt kan worden en er dus niets gebeurt is. De waarheid is nog steeds waar en de onwaarheid nog steeds onwaar.

Stel dat ik voor een keuze sta, een van de duizenden die we op een dag lijken te hebben.
Bijvoorbeeld koop ik deze jurk die ik best wel leuk vind, of kijk ik nog even verder, is de kleur goed, de maat, de prijs, heb ik ‘m nodig, kan ik ‘m combineren enz.. enz..
Dit lijkt een keuze die gaat over vormen, jurk in dit geval (of wat dan ook), maar het is altijd een keuze uit de database van de egodenkgeest, waar al deze projecties liggen opgeslagen en zolang ik een keuze maak die met een of ander lichaamsgericht ding, of situatie te maken heeft maakt het niets uit wat ik kies, want de projecties zijn volstrekt neutraal, zoals een film op dvd die in de kast ligt volstrekt neutraal is.
Dus welke projectie ik ook kies hij ligt als projectie, dus al als gemaakte film vast.
Er is een film voor alle denkbare keuzemogelijkheden die ik denk te kunnen maken over jurken (in dit specifieke geval).
Maak ik een keuze vanuit egodenkgeest, dus de onware denkgeest, dan maak ik een keuze voor onwaarheid. En alle vormen, dingen en situaties op zich als ding, zoals lichamen, jurken enz.. zijn op zich zelf onwaar, want het zijn projecties en blijven dat ook. Dus het gaat helemaal niet over het kiezen van een jurk, het gaat om het kiezen van onwaarheid. Die jurk is net zo onwaar als een jurk die we zien op tv, we zien geen jurk, of en lichaam in een winkel, maar een projectie van een jurk, een lichaam in een winkel
Alleen in de wereld zeggen we dan, dat er behalve deze projectie op tv ook nog een echte jurk is en een lichaam in een winkel ergens, maar dat is dus niet zo, het is en blijft een projectie.
Dus ‘ik’ winkelend in Amersfoort is een projectie, een film waar als ik me er helemaal mee identificeer het ‘waar’ maak, dan kijk ik ernaar vanuit egodenkgeest, of ik kan ineens echt doorhebben, dat de ‘ik’ de projector, de (be)denkgeest ben, maar niet het lichaam zelf losgekoppeld van de projector (denkgeest). Gedachten verlaten nooit hun bron.

Dan ligt ineens de mogelijkheid open nu opnieuw naar diezelfde film (projecties) te kijken, maar nu niet meer kijkend door de egocamera, wat identificatie met het lichaam betekent, maar nu door de camera van de ware denkgeest, wat betekent dat ik niet meer kijk vanuit de onware vormen van zonde, schuld en angst, maar vanuit waarheid, in de Cursus Liefde genoemd.

Het is dus niet zo dat als ik voor kijken vanuit waarheid kies, voor de Heilige Geest en of Jezus, beide symbolen voor het ‘ware’, dat dan de al reeds opgenomen film verandert en de ‘ik’ in de film van de Heilige Geest en of Jezus krijg te horen welke jurk ik moet kiezen, of welke keuze dan ook op vorm gericht gebied.
Want dan zou ik alsnog de projecties heel serieus nemen en ze ‘waar’ maken. En het is niet de vorm, de projectie die ons ongelukkig of gelukkig maakt, het is de keuze voor met welke denkgeest kijk ik (de denkgeest) ernaar.
En kies ik ervoor me te herinneren dat de ‘ik’ 100% denkgeest is en dus voor 100% verantwoordelijk is voor alle projecties dan kan ik nu heel bewust opnieuw kiezen en zal ik de projecties niet meer willen gebruiken om me af te scheiden van het ‘ware’, maar ze te laten hergebruiken als vergevingsmateriaal en kans. En eenmaal vergeven verliest de egodenkgeest en z’n projectie-database eenvoudigweg z’n functie en verdwijnt langzaamaan geruisloos. Het onware verdwijnt, want het was er al nooit, omdat het onwaar is. En het ware blijft over.

’Niets werkelijke kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God.’
(In.2:2-4)

En dan is zoiets als winkelen (of wat er dan ook gebeurt in de film) zolang nog in de illusie wordt verkeert, en er wordt waargenomen, gewoon onschuldig leuk, omdat er niet meer geprojecteerd wordt vanuit het onware, oftewel vanuit egodenkgeest, vanuit zonde, schuld en angst, maar alles wordt bezien vanuit Liefde. Alles wordt alleen nog gezien als een roep om Liefde. En in alles wordt het diepe verlangen naar terug herinneren in waarheid uitgebeeld, en wordt gezien dat het slechts een vergissing is te denken dat we ooit uit waarheid zouden zijn vertrokken.



Vader, mijn denkgeest is open voor Uw Gedachten, en gesloten vandaag
voor elke andere gedachte dan die van U.
Ik regeer mijn denkgeest en bied die U aan.
Aanvaard mijn geschenk, want het is het Uwe aan mij.

(WdII.236.2:1-3)


‘Mijn denkgeest kan alleen maar dienen’. (WdII.236.1:5)

Mijn denkgeest kan alleen of de ego denkgeest dienen of de Heilige Geest Denkgeest, meer smaken zijn er niet. De keuze is niet de keuze voor wat er in de vorm moet gebeuren, maar op de eerste plaats voor welke denkgeest kiest de waarnemer-denkgeest. De keuze moet worden gemaakt, voortdurend, ik ben nooit op wat voor manier dan ook een slachtoffer van effecten van buitenaf. En de ‘ik’ die de keuze maakt is niet de projectie, is niet de droomfiguur, is niet de vorm het is dat wat werkelijk de bron is en dat is altijd de denkgeest. Aan de mogelijkheid tot kiezen voor de ego denkgeest wordt meer en meer en steeds sneller voorbijgegaan en zie ik steeds duidelijker dat kiezen voor De Heilige Geest Denkgeest geven en ontvangen is in één.



%d bloggers liken dit: