archiveren

Tagarchief: gedachte

Laten we nou eens voor de lol heel rationeel, logisch en als het even kan oordeelloos, gewoon observerend kijken en denken.
En laten we dan voor het gemak de observerende denkgeest als uitgangspunt als bron nemen en al is het maar voor de duur van dit blogje, de aanname aannemen dat er in werkelijkheid alleen EEN mogelijk is en twee onmogelijk is, wat zich ook eigenlijk wel zelf bewijst door het simpele feit dat twee (dualiteit) niet blijkt te werken, ook al blijven we proberen tot de dood er op volgt en zelfs dat maakt aan het wanhopige proberen niet een einde.
Waarom we dat blijven proberen tegen beter weten (want voor het gemak vergeten) in, heb ik in het vorige blog uitgelegd. Wat ik ga schrijven geen idee ik laat gedachten gewoon komen en gaan en schrijf ze onderwijl op.

Als er alleen EEN mogelijk is, en twee daardoor logischerwijs onmogelijk, hoe kan er dan conflict zijn?
Kan EEN in conflict zijn met zichzelf? Uh, nee…
Hoe kan het dan dat er wel voortdurend de ervaring is van conflict. Voor conflict is ‘twee’ nodig. Kan Onveranderlijk EEN twee worden? Nee….. tenzij het onmogelijke gelooft wordt.
Maar maakt het in iets geloven het ook ‘echt’? Nee, want het blijft een (onmogelijke) gedachte waarin wordt gelooft, waardoor het onmogelijke ineens mogelijk lijkt, maar ondertussen nog steeds onmogelijk is.
EEN hoeft niet te denken of zich bewust te zijn laat staan te vergeven, want waarom zou dat nodig zijn?

“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen” (T27.VIII.6:2-3).

God staat voor EEN de Zoon van God staat voor uitbreiding van Een. Uitbreiding van Een is niet twee, uitbreiding van EEN is uitbreiding van EEN.

“God deelt Zijn Vaderschap met jou, die Zijn Zoon bent, want Hij maakt geen onderscheid tussen wat Hijzelf is en wat nog steeds Hijzelf is. Wat Hij schept staat niet los van Hem, en nergens eindigt de Vader en begint de Zoon als iets afzonderlijk van Hem” (WdI.132.12:3-4).

Twee is dus onmogelijk.
Voor de duidelijkheid: EEN staat voor non-dualisme, is vormloos, twee staat voor dualisme, dat wat we (twee) de wereld, het universum met alles drop en dran noemen.

Dit lijkt allemaal theorie en gefilosofeer, maar stel dan even de vraag; door wie/wat?
‘Iets’ moet van EEN afweten en kunnen observeren dat er kennelijk ‘iets’ een andere onmogelijke afslag heeft genomen, waardoor EEN nu ook ineens als en in twee kan denken.
Twee die zich niet meer bewust is van EEN (want vergeten zie vorig blog) kan dit niet bedenken. Twee, die een ernstig vermoeden krijgt dat hier iets vreemds aan de gang lijkt te zijn wat niet helemaal klopt, met andere woorden zich begint te herinneren en daardoor in staat is te observeren los van totale identificatie met twee, kan dat kennelijk wel.
Er is binnen twee kennelijk nog de herinnering aan EEN. Dat moet ook wel want EEN kan niet vernietigt worden, alleen verdrongen, en vergeten worden.
En dat stukje herinnering binnen twee is in staat tot observeren.

Kennelijk is dat stukje herinnering nu aan het woord en wordt herkend of resoneert met een ander stukje herinnering.

En dan komt het erop aan in hoeverre dat tot observeren instaat zijnde stukje twee, twee zat is en eraan toe is ‘twee’ stap voor stap op te geven, waardoor vanzelf onvermijdelijk het terug herinneren in EEN het gevolg zal zijn.
Terug herinneren, niet terug keren, want EEN is alleen ‘vergeten’, en niet vermomd als twee echt weg geweest, ook al lijkt dat zo.

Dat wat nu de vraag voelt opkomen: “WAAROM???”, moet wel dat stukje twee zijn wat twee wil blijven.
“Waarom??” is immers een vraag welke een antwoord impliceert en een vraag en een antwoord is een variatie op ‘twee’, en houdt alleen maar de dualiteit in stand, wat dan ook precies het doel van de vraag is. Twee wil helemaal geen antwoord, twee wil gewoon in twee blijven en doet dat door vragen te stellen, vragen die niets anders zijn dan opgesplitst EEN.
En kan het onmogelijke mogelijk gemaakt worden, oftewel kan van Onveranderlijk EEN twee worden gemaakt? NEEN.
Beide kunnen onmogelijk samen gaan, dus er is of EEN of twee.

Kiest twee voor EEN vanuit het referentiekader van twee, dan is terug herinneren in EEN onmogelijk. Gewoon weer een slim idee van twee die voordoet dat het zich wil herinneren, maar de boel saboteert, door toch twee als uitgangspunt en referentiekader te nemen.
Kiest twee voor EEN vanuit het Vergeven van twee, dan is terug herinneren in EEN onvermijdelijk. Ware Vergeving wel te verstaan, het soort vergeving dat ziet dat er in werkelijkheid niets gebeurt is en dat EEN nog steeds onveranderlijk EEN is en dat wat zich als twee lijkt te manifesteren slechts een dwaze vergissing is, niet in staat om ook maar wat binnen EEN aan te richten.
Twee hoeft niet vernietigt te worden, want waarom zou wat er niet kan zijn vernietigt moeten worden. De gedachte van vernietigen kan dan ook alleen afkomstig zijn van twee.
Dat wat het terug herinneren wel als vernietigend ervaart moet wel dat stukje twee zijn wat tegenstribbelt en zich niet wil herinneren, maar dit zogenaamd onbewust verbergt achter het ogenschijnlijk wel willen.
Ook dit is niet hopeloos, want de ervaring van vernietigd worden, een gedachte die overigens onvermijdelijk is maar wel onderkent dient te worden, kan weer worden Vergeven door het stukje twee wat zich wel wil herinneren.

Dit hele verhaal lijkt misschien behoorlijk abstract, maar wie/wat denkt dit?
Zonder kennis te hebben van wat metafysica, dus van de bron welke achter de wereld van projecties ligt, zal het heel moeilijk zijn om een pad als ECIW te begrijpen.
Alleen de metafysica begrijpen zonder deze toe te passen in dat wat ik als mijn leven zie en ervaar, is ook een dood lopende weg.
Kennis hebben van de metafysica van in dit geval ECIW werkt het beste als ik het gebruik als een soort anker, waar ik naar terug kan gaan als mijn leven weer eens een totale chaos lijkt doordat ik me weer helemaal laat opslokken door ‘twee’. Ik kan me dan bewust zijn van dat ik weer kies voor ‘twee’ (de keuze voor ego, dus vormgericht) en kan dan altijd terugkeren naar het idee van EEN, en weer inpluggen op de Hulp (de symbolen daarvoor Jezus en of Heilige Geest, oftewel denkgeest gericht zijn) die de brug vormen en de illusoire kloof tussen twee en EEN kunnen overbruggen en dichten.

ECIW is een 100% praktische cursus. Vandaar dat er ook een Werkboek gedeelte is dat onderwijst hoe terug te herinneren van twee naar EEN, daarbij gebruikmakend van het dagelijkse leven als vergevingsmateriaal. Dat wat als ‘leven’ wordt gezien hier in een wereld hoeft niet te worden vernietigd, het kan worden her-gebruikt en krijgt dus ‘alleen’ een andere functie.

En bedenk dat elke gedachte die gedacht wordt tegelijkertijd bestaat uit 1. ego, het (onmogelijke) idee van de mogelijkheid van ‘twee’. 2. Heilige Geest, de herinnering aan onveranderlijke EEN en 3. het waarnemende/keuzemakende gedeelte dat in staat is om te kiezen tussen te luisteren naar ego of naar Heilige Geest.
Zolang er de ervaring is van in een wereld te zijn in een lichaam zal er altijd de schijn zijn van twee, ook al komt alles nog steeds vanuit EEN en is er ook maar één ego, ook al is die gedachte illusoir. Vandaar dat elke gedachte uit bovengenoemde drie gedeelten lijkt te bestaan binnen één.
ECIW ontmoet ons waar we denken en geloven te zijn en werkt vandaar uit terug naar het herinneren terug in EEN.
ECIW is vooral een training in 100% waarnemende/keuzemakende denkgeest worden. Totdat totaal wordt ingezien en ervaren dat er eigenlijk maar één keuze mogelijk is omdat alleen EEN werkelijk is en twee onwerkelijk, dus onmogelijk. Dan zal het resterende nog ‘ervaren’ in een wereld nog maar één doel dienen; terug herinneren in EEN.

We zijn niet een lichaam maar Geest.
Zolang we onszelf als een ‘hier’ ervaren zijn we bewuste denkgeest, maar ook dat is nog steeds een gedachte.
Is dat een ‘lastige’ gedachte? Ja dat wordt als een lastige gedachte ervaren. Is de ervaring dan lastig? Nee, de ervaring is nog steeds een gedachte, dus alleen de gedachte hoe die gedachte ook ervaren of gezien wordt, blijft een gedachte.

Zo dacht ik aan de gedachte ‘verslaving’. We zeggen het lichaam is verslaafd aan alcohol, nicotine, drugs, suiker, vet, enz. enz….
Dat is niet zo, er is geen lichaam er is alleen een gedachte, die het idee ‘lichaam’ (be)denkt.
Niet het lichaam is verslaafd, maar de gedachte. Dat maakt toch wel een heel verschil in beleving denk ik en ervaar ik. Er is alleen maar een gedachte welke denkt en gelooft verslaaft te zijn, ik kan dus niet meer beweren (denken en geloven) dat mijn lichaam verslaafd is en ik daar het slachtoffer van ben. Want er is geen lichaam, dus ook geen verslaafd lichaam.

Dat is alleen maar een slim trucje van de egodenkgeest die dit als trucje gebruikt om mij, die nu denkt een lichaam te zijn dat verslaafd is aan iets, uit het herinneren van weten denkgeest te zijn te houden.
Er is alleen denkgeest welke denkt en gelooft verslaafd te zijn.
Het heeft dan ook geen enkele zin het lichaam te behandelen om van een verslaving af te komen. Want er is geen lichaam er is alleen een gedachte welke een lichaam (be)denkt, ook wel projectie genoemd.
Ook al geloven we heilig in dat het lichaam verslaafd kan zijn en dus behandelt kan worden dan is het nog steeds een gedachte projectie en is het nog steeds de denkgeest die behandelt wordt.
Alleen mijn geloof in een verslaafd lichaam houdt deze illusie in stand.

Ja maar het is toch heel echt, ik voel het toch?
Ja, klopt, maar bedenk dan hoe echt je je lichaam en dat van anderen ervaart in je slaap droom.
Hou je dan nog steeds vol dat wat je in je droom ervoer ‘echt’ was?
Nee, en precies zo is het met dat wat wij ons dagelijks  leven noemen.
Het is één grote droom, een grote egotruc.

Moet ik dan maar niet meer m’n lichaam behandelen?
Nee, want het maakt niet uit wat je doet, het is altijd gedachte materiaal, gedacht door en afkomstig van de denkgeest, en nooit afkomstig vanuit het lichaam als bron. Ik doe dus nooit iets lichamelijks, want er is geen lichaam, ik ‘doe’ dus altijd iets op denkgeest niveau. Ook al ziet het eruit als iets lichamelijks doen het is niet zo.

Dus ook al geloof je heilig in de genezing van het lichaam en zie je daar alle bewijzen van, er is nooit een lichaam dat ziek was, en nooit een lichaam dat genas.
Het speelt zich alleen maar af in de denkgeest die een wereld heeft gemaakt om te verbergen dat er alleen maar ‘gedachte’ is gedachte door de bedenker, de denkgeest.

Uiteindelijk als we zover zijn dat we dit willen zien, is dit goed nieuws.
We hoeven geen lichamen te genezen, maar de denkgeest die maar één ziekte verschijnsel heeft, en dat is geloven dat er lichamen zijn die ziek zijn.
Dat is dus niet hetzelfde als het lichaam verwaarlozen, en ziekte van het lichaam ontkennen.

De denkgeest kan echter niet genezen door hetzelfde idee welke gelooft in het idee van een lichaam te zijn; de egodenkgeest.
De egodenkgeest is alleen geprogrammeerd om te geloven dat er geen denkgeest is, maar een wereld met lichamen, dingen en situaties. Vandaar dat het zo ‘echt’ lijkt. Het is letterlijk gezichtsbedrog.

Wat is het dan dat het bewustzijn terug herinnert denkgeest te zijn en niet een lichaam?
Dat is dat gedeelte van de denkgeest dat zich bewust wordt van de herinnering aan nog steeds verbonden te zijn met en in Waarheid, Eenheid, God, Liefde. We kunnen dit het waarnemende gedeelte van de denkgeest noemen. Tevens het gedeelte van de denkgeest dat uit zijn slachtoffer rol kan stappen en zijn verantwoordelijkheid als keuzemaker op zich kan nemen.

De denkgeest kan heel lang denken en geloven dat er wel een wereld is met lichamen enz. maar kan het niet echt ‘Waar’ maken, het is en blijft een nietig dwaas idee dat tot verwezenlijking in staat leek te zijn, maar dat niet echt kan en ook nooit zal kunnen.
Vroeg of laat is het waanzinnige geloof in iets wat onmogelijk is, namelijk afscheiden van Eenheid, gewoon klaar. Het is niet meer vol te houden, de kracht die het kost om het krankzinnige idee van afscheiding in stand te houden neemt af. De weerstand verzwakt, gaat gaten vertonen, en steeds vaker komt de gedachte bovendrijven, ‘dit kan niet waar zijn, er moet een andere manier zijn’.
En die andere manier is door alles wat de denkgeest (dat wat we zijn zolang we nog ervaren) in eerste instantie heeft gebruikt om zich af te scheiden van Eenheid, dus bijvoorbeeld in een verslaafd lichaam te geloven, te vergeven en terug te geven aan de Herinnering van Eén Geest te zijn, (in ECIW symbolisch heilige Geest of Jezus genoemd) zodat Eenheid herinnerd wordt.
De denkgeest zal dan genezen zijn, want er was geen lichaam dat ziek was, maar een gedachte, gedacht door de denkgeest die in afscheiding geloofde.
Het egoscript waarbij er wel een lichaam lijkt te zijn dat ziek is en weer geneest of niet zal nog wel ervaren worden, maar het bewustzijn van niet een lichaam en of een ziekte te hebben of zijn zal volledig zijn.
Het lichaam en of ziektes worden niet ontkend, maar gezien voor wat het is, een ‘geprojecteerde gedachte’, maar nu met een ander doel; het genezen van de denkgeest.
Blijf ik nog steeds de vraag op zien komen: ‘ja maar geneest het lichaam dan ook?’ dan betekent dat alleen dat het terug herinneren in het bewustzijn van te weten denkgeest te zijn, nog niet voltooid is. De volledig ontwaakte denkgeest heeft geen behoefte meer deze nog steeds op weerstand duidende vraag te stellen. Het is niet fout, of iets waar ik me zondig of schuldig over moet voelen, maar een vaststelling die middels Ware Vergeving een oordeelloze vaststelling kan worden.

Terug herinneren in dat wat Waarheid, Eenheid, God, Liefde wordt genoemd, ook nog steeds een idee, een gedachte, maar dan een ‘Herinnerings idee’ is dan onvermijdelijk en het proces van ‘weglopen’, wordt omgekeerd naar ‘terugkeren’.

Stap voor stap worden alle gedachten die eerst tot doel hadden af te scheiden omgekeerd (en in ECIW gaat dat middels Ware Vergeving), zodat tenslotte de volledig terugkeer voltooid is.

 

(Ik), de gedachte die denkt is altijd precies waar deze denkt en gelooft te zijn.
(Ik), de gedachte die denkt te weten waar zgn ‘anderen’ zijn, ziet alleen zijn eigen gedachten van waar deze denkt en gelooft te zijn geprojecteerd terug.
Er is geen ik er zijn geen ‘anderen’ er is één denkgeest die alles omvat en instaat is tot denken (niet het brein denken, maar het denkgeest denken).
Heeft de gedachte (ik), beschuldigende, oordelende gedachten, dan gaat dat altijd over de denkende bedenkende gedachte zelf, die denkt en geloofd dat er naast één toch nog twee mogelijk is.
Dat (ik) de gedachte het kan denken, geloven, projecteren en dan ‘vergeten’ dat het een gedachte is (wat ook een gedachte is) betekent niet dat de gedachte gedachte dan zomaar ineens als bij toverslag wel werkelijkheid wordt. Dat is slechts een magische gedachte die alleen resulteert in een waanvoorstelling. En een waanvoorstelling is ook nog steeds een gedachte, gedacht door de (ik) gedachte, die in de war is over zijn ware identiteit, welke altijd nog denkgeest is.

De mens geboren uit sterrenstof? En bestaat dus uit sterrenstof?
De mens geboren uit een gedachte en bestaat dus uit gedachten, ís een gedachte.
De mens-gedachte geboren uit de gedachte die bedacht dat de mens uit sterrenstof geboren wordt en uit sterrenstof bestaat.
Een gedachte die geboren is uit de gedachte dat afscheiding uit Eenheid wenselijk en mogelijk is.
Gedacht door de gedachte dat een onmogelijke gedachte mogelijk is.
En alleen die gedachte houdt de gedachten-molen draaiende, welke ook een gedachte is.

Er is niets anders dan geest die denkt en het stukje ‘denken’ is een nietig dwaas idee in denkgeest.
Denkgeest – nietig dwaas idee = Geest

Nee, nee, nee, Geest is niet energie!
De gedachte ‘energie’ hoort ook binnen het nietig dwaas ideeën koninkrijkje van denkgeest.

Denkgeest – nietig dwaas idee = —

— – — = —

*Poof*

.

 

 

 

 

“Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet” (WdI.1.4:1-3).

Wat vergeef ik eigenlijk, vergeef ik wat ik denk dat er mis is gegaan in de vorm, bijvoorbeeld dat ik nu weer loop te niezen van wegen pollen in de lucht en me nu een beetje benauwd en moe voel en ik weer terug wil naar de kust, want daar was de lucht een stuk schoner en had ik nergens last van, en ik wil dat als ik dat vergeef het als bij toverslag verdwijnt en ik me weer helemaal top voel?
Uh, nee dus, dat is niet wat ware vergeving is. Ware vergeving gaat niet over veranderingen in enige vorm. Want wat ik ervaar als vorm is een droom en waarom zou ik een droom willen veranderen als ik weet dat het een droom is, en ik dus weet dat dromen symbolen zijn voor iets anders, voor een gedachte die de droom projecteert.
Een droom is een droom is een droom en wordt nooit iets anders dan een droom, wat ik er ook van probeer te maken.
De droom (deze wereld, mijn leven) is een illusie van de werkelijkheid, een vermomming van de werkelijkheid. En die vermomming noemen we ons lichaam en verder alle andere lichamen, dingen en situaties. En net als kleine kinderen geloven we dat deze vermommingen ‘echt’ zijn en spelen we voor het ‘echie’ dat we lichamen zijn, een soort ‘vadertje en moedertje’.

Ik, de denkgeest, die gelooft in haar vermomming en denkt dat ze echt een lichaam is, gelooft dat er pollen in de lucht zitten die mij, het lichaam, niet lekker laat voelen.
Ik, de denkgeest, die dit zit te schrijven, gelooft dat eigenlijk niet meer, ik, de denkgeest, zit nu in haar observerende oordeelloze denkgeest positie en neemt waar.
Neemt dit alles waar als zijnde een gedachte, niet als een waar feit in een wereld waar pollen mij het leven zuur maken en ik maar beter aan zee kan gaan wonen, want dan wordt alles beter.
Ik, de waarnemende denkgeest, neemt dit alles waar en is bereid te vergeven. En wat ga ik dan vergeven?
Ik vergeef mijzelf dat ik denk en geloof dat iets buiten mij, pollen dus, mij ziek laten voelen en dat ik denk en geloof dat ik ergens anders naartoe moet om me beter te voelen.

Ik vergeef dus de gedachte, en mijn geloof in die gedachte want niet wat ik opgezet heb en geprojecteerd en als ‘echt’ zie (het verhaal van de pollen en de allergie) is de oorzaak, en moet vergeven worden, maar de gedachte die iets ‘waar’ probeert te maken wat niet ‘waar’ kan zijn, met als doel ‘Waarheid’ te verdraaien en zodoende te verbergen is de oorzaak en kan alleen via ware vergeving werkelijk vergeven worden.

En aangezien mijn focus nu ligt op de denkgeest die dit alles denkt en gelooft, is de vorm gewoon niet belangrijk meer. Ik zie alleen nog de film waarin een lichaam Annelies last heeft van pollen. En in die film die ik nu als vergevende denkgeest waarneem, wetende dat ik die droomfiguur met allergie niet ben en me er dus niet mee identificeer, en dus ook niet meer in zonde, schuld en angst geloof en daar vervolgens vanaf probeer te komen door het buiten mijzelf probeer te projecteren, doe ik wat ik doe als acteur in de droom. Dus in mijn geval neem ik even twee pollinosan tabletjes, en schrijf al mijn gedachten die opkomen op.
Niet met als doel van de allergie af te komen, maar om alles precies zo te zien zoals het is en niet zoals ik het heb opgezet.

Wat er aan de hand is, zoals het is dus, is mijn keuze voor egodenkgeest, dus voor afscheiding, dat is wat er is. Dat wat ik vervolgens heb opgezet, een filmpje van een lichaam dat allergisch is voor pollen, is zoals ik het heb opgezet, geprojecteerd, om te verbergen dat ik alleen maar gekozen heb voor mijn ego kant van de denkgeest, met als doel afgescheiden te blijven van Waarheid, van God, van Liefde.

Ik vergeef dus niet met als doel de verschijningsvorm (welke een gedachte is) te veranderen, ik vergeef mijn geloof in zonde, schuld en angst, die zich achter de verschijningsvorm bevindt, dat is de wortel, van het schijnbare ‘kwaad’ die door ware vergeving zal verdwijnen.
De verschijningsvorm, zal daardoor een compleet andere functie krijgen, namelijk die van reminder om de achterliggende oorzaak, de gedachte en het geloof in zonde, schuld en angst aan het licht te brengen.

De prettige bijwerking van ware vergeving is dan, in mijn geval, omdat de zonde, schuld en angst eraf zijn, ik niet meer lijd onder de allergie.
Ik heb ervaren dat ik ervaar, iets voel, maar tegelijkertijd het niet meer als ‘lijden’ ervaar.
En dan zou ik nog kunnen aanvoeren dat ik er nu geen last meer van heb, omdat ik die pollinosan tabletjes heb genomen, maar dan maak ik de allergie en de oplossing, de tabletjes als vorm weer waar, en vergeet ik weer dat het allemaal uit mijn denken en mijn geloof in iets buiten mij komt en er in werkelijkheid geen ‘echt’ lichaam is dat last heeft van ‘echte’ allergie en er geen ‘echte’ tabletjes zijn. Precies zo als ik me realiseer dat een droom een droom blijft en een film een film, en een projectie een projectie kortom het zijn allemaal gedachten.
Ik ben en blijf denkgeest en ik ben zeker niet mijn projecties. Ik ben denkgeest, en dus ook een gedachte, die kan projecteren en ik, de denkgeest, kan dat doen vanuit egodenkgeest of vanuit HG denkgeest.
En als ik besluit een betere droom te projecteren, zodat mijn leven prettiger wordt, dan kies ik duidelijk voor te projecteren vanuit egodenkgeest, omdat mijn denken dan vorm gericht is, gericht op een beter leven in de vorm, in de wereld dus, en niet op genezing van de denkgeest.
Als ik besluit de denkgeest te genezen, te genezen van zijn geloof in zonde, schuld en angst dan kies ik voor projectie vanuit HG denkgeest, waarbij al mijn projecties (dus gedachten als medicatie enz.) nog als enig doel hebben vergeving van al mijn zonde, schuld en angst gedachten, ik ervaar dan de wereld compleet anders, terwijl deze er ogenschijnlijk nog precies hetzelfde uitziet en ik nog steeds bepaalde handelingen verricht, zoals het nemen van medicatie bijvoorbeeld.
Alleen de functie is totaal verandert; namelijk die van ego gedachten  naar HG gedachten, oftewel van angst (afscheiding) naar Liefde (Eenheid).

De eenvoud van de leerweg van ECIW is eenvoudig dat ik me ervan bewust leer worden dat ik verkies onder leiding te staan van mijn egokant van de denkgeest, of van mijn HG kant van de denkgeest, meer valt er niet te kiezen en of te doen, alles zal vanuit deze keuzemogelijkheid automatisch volgen, omdat het alleen de gedachten zijn die kunnen veranderen.
Nogmaals de focus zal veranderen van focus op de vorm, naar de focus op de denkgeest. Alleen de denkgeest kan genezen, niet de vorm, want er is geen vorm, projecties blijven denkgeest materiaal, blijven een gedachte, en alleen gedachten genezen of zijn ziek.
Dus zelfs al lijkt een lichaam te genezen, is het nog steeds een gedachte, een projectie en alleen een weerspiegeling van de denkgeest.
Een lichaam dat als een genezen lichaam wordt waargenomen, laat slechts de weerspiegeling zien van de keuze voor welke denkgeest is gekozen. We zien of een genezen lichaam, of we zien de weerspiegeling van een genezen denkgeest. En dat geld natuurlijk ook voor het ‘zien’ van een ziek lichaam, het is hoe dan ook een gedachte weerspiegelt door de denkgeest.

Dit is niet te begrijpen zolang nog geloofdt wordt een lichaam te zijn. Dus ook het geloof een lichaam te zijn kan door deze gedachte van te geloven een lichaam te zijn, vergeven, omgekeerd worden naar het geloof denkgeest te zijn. En ook denken en geloven denkgeest te zijn is nog niet einde verhaal, want ook dat speelt zich nog af in de wereld van de ervaring, de wereld van de droom, weliswaar niet meer met de focus en het geloof op een ‘echte’ wereld van vormen, maar nu met de focus op de denkgeest die alleen kan ‘denken’ en projecteren, wat nog steeds alleen maar een uitbreiding is van denken en dus een gedachte is.
Maar het vertoeven in deze denkgeestwereld, waarin ik mij bewust ben van de kracht van mijn denken, en me bewust ben van de keuzemogelijkheid te kiezen voor ego of voor HG, geeft mij (denkgeest) wel de sleutel tot het volledig ontwaken uit de droom, of voor het toch nog even willen blijven in de droom en nog even door willen gaan met lijden afgewisseld met best wel leuke momenten.

Uiteindelijk is de keuze te ontwaken onvermijdelijk, omdat een droom een droom is en een illusie een illusie, en een gedachte een gedachte is en nooit werkelijk is geweest, of zal worden, en dat wat we werkelijk werkelijk zijn één in God, nooit verandert of vernietigd kán worden. De keuze kan wel worden uitgesteld, zolang we daar als denkgeest zelf voor kiezen. Maar uitstel zal nooit afstel kunnen zijn.
We zijn slechts één gedachte verwijderd van ontwaken uit de droom…

(*Pollens!, voor de jonkies onder ons, is een uitroep van verbazing, geïntroduceerd in de Barend Servet show bedacht door Wim T. Schippers, zie you tube: https://www.youtube.com/watch?v=vAVOOn-Ill4 )

Het is niet de bedoeling het ego te vernietigen, het is niet nodig ons (denkgeest) te ontdoen van het ego, het te bevechten, het is niet de bedoeling het ego te ontkennen, het te omhelzen, het te analyseren, het enige wat er te doen staat is het ego te ontmaskeren als zijnde een GEDACHTE een gedachte waarin geloofd wordt, en gedacht wordt door de denkgeest die zelf ook een gedachte is en dus alleen bestaat bij de gratie van het geloof erin, meer is het niet. Een gedachte, gedacht door de denkgeest die maar één doel heeft; geloven dat afscheiding van EENHEID mogelijk is.
Elke gedachte die het meer probeert te maken dan een gedachte is een waangedachte, nog steeds een gedachte dus.

Voel hoe de zwaarte wegvalt als je de gedachte, al is het maar voor even, toelaat, dat er alleen ‘gedachte’ is, gedacht door de denkgeest, die zelf ook een gedachte is. Als de logge gedachten over lichamen, en alle andere vormen, een vorm proberen aan te nemen die onmogelijk is, en daarom als zwaar, log, vermoeiend, uitputtend, pijnlijk wordt ervaren, wegvallen.
En als de angst, de weerstand te groot is om dit, al is het maar voor heel even, toe te laten, weet dan dat dat komt, niet door angst, maar door het geloof in angst, omdat angst verborgen moet houden dat alles een gedachte is, ook de zogenaamde ik denkgeest+lichaam, welke ook een gedachte is.

Alles is een gedachte die in staat lijkt tot verwezenlijking en werkelijk gevolgen. Dit is niet zo enkel geloof erin doet het zo lijken.

Ware Vergeving werkt alleen als we het geloof in onze waangedachten vergeven, omdat we dan pas echt willen zien dat een gedachte en het geloof in dat een gedachte tot iets in staat is, enkel en alleen een waangedachte is.
En hoe makkelijk en licht is het om een waangedachte te vergeven…?

%d bloggers liken dit: