archiveren

Tagarchief: functie

En ineens is daar weer het geschenk van doorzien en het aanvaarden van het geschenk van vergeving en het wonder.
Plotseling was daar het bewust worden van hoe vaak ik (de denkgeest/mind) gedachten van schaamte heb en die projecteer.
En ik ontdekte dit door de gedachte van schaamte ineens duidelijk te zien achter wat er leek te gebeuren als iets buiten me waarvoor ik me schaamde.
Zelf al is het zo dat ik bijna altijd wel herkende dat ik me schaamde voor iets, dan kwam die herkenning altijd toch eerst van het ego wat altijd weer resulteerde in meer schaamte. Schaamte voor de schaamte en zo maar door; het Droste effect.
Nu zag ik ineens heel duidelijk het doel van dit ego mechanisme.

Het schamen vanuit ego, wat dus altijd eerst gebeurt, want schamen is nu eenmaal van het ego en zeker niet van “Heilige Geest” (de juist-gerichte-denkgeest), heeft altijd als doel af te scheiden het heeft echt geen ander doel dan dat.
Ik kan dat ook duidelijk voelen: ik ben anders, ik deug niet, fout bezig, want ik schaam mij, en ik kan me beter afzonderen en me in een hoekje verder gaan zitten schamen en mezelf vervloeken.
En mijn reactie was dan altijd na de schaamte, mezelf een schop onder m’n kont geven, vlug wegstoppen, niet meer aan denken, kom op je hoeft je niet te schamen, doe lekker wat je wil trek je van niemand iets aan. Het ego assertiviteitsplan dus.

Op zich niets mis mee, niet fout of zo (want iets beschuldigend fout vinden is ook weer gewoon kiezen voor schuld, dus egodenken), maar het is een tijdelijke oplossing die bij een volgende situatie welke weer schaamte oproept gewoon weer opnieuw de schaamte op een schuldige manier laat ervaren.
De Cursus beschrijft dit verschijnsel heel beeldend:

“De boodschappers van de angst worden door een schrikbewind afgericht, en ze beven wanneer hun meester ze oproept hem te dienen. Want angst is meedogenloos, zelfs voor zijn vrienden. Zijn boodschappers sluipen schuldbewust weg in hun hongerige
zoektocht naar schuld, want hun meester hongert ze uit, laat ze verkleumen,
en maakt ze heel vals, en vergunt ze alleen zich tegoed te doen
aan wat ze naar hem hebben teruggebracht. Geen enkele flinter schuld
ontsnapt aan hun hongerige ogen. En in hun bloeddorstig zoeken naar
zonde storten zij zich op elk levend wezen dat ze zien, en slepen het
schreeuwend voor hun meester, om te worden verslonden.

Zend deze bloeddorstige boodschappers niet de wereld in om zich daaraan
te goed te doen en de werkelijkheid leeg te zuigen. Want ze zullen je
berichten brengen van botten, vel en vlees. Hun is geleerd naar het bederfelijke
op zoek te gaan, en terug te keren met de strot vol bedorven en
verrotte dingen. Voor hen zijn dergelijke dingen prachtig, want ze lijken
hun knagende, razende honger te stillen. Want ze zijn uitzinnig van
angstpijn, en willen de straf afwenden van hem die ze uitgezonden heeft
door hem dat te bieden wat ze dierbaar is” (T19.i.IV.12:3-7,13.1:5).

Het komt er dus op neer, dat zolang er naar het ego geluisterd wordt en dat gebeurt altijd eerst bij iedere gedachte automatisch, er voor zonde, schuld en angst gekozen wordt, welke keuze vervolgens wordt geprojecteerd (uitgezonden) en zich als iets op z’n zacht gezegd vervelends toont buiten een “mij”. Een “mij” welke ook een projectie is vanuit zonde schuld en angst.

Boos worden of vol walging afkeren van dit ego denken, of het vergoelijken met verdedigende gedachten als “waarom moet je het altijd over dat ego hebben, dat hebben we toch nodig in deze wereld!”, houdt ook de keuze voor egodenken stevig in het zadel.
Weer, daar is niets mis mee, maar het is een groot verschil of we deze constateringen vanuit de keuze voor zonde, schuld en angst (ego) wensen te doen, en dus inzetten om het idee van afscheiding te voeden, of deze zelfde gedachten als vergevingskans en materiaal willen gaan zien, zodat diezelfde gedachten een ander doel krijgen en door ze te vergeven juist richting uitgang uit de afscheiding zullen leiden.

Het gaat dus om de functie en niet om goed en fout.

Zo ook alle momenten van schaamte die ik ervoer, om weer even naar dit thema van dit blog terug te keren.
Doordat ik ineens heel helder doorzag dat ik het geloof in schaamte (een vorm van zonde, schuld en angst) als middel tot afscheiding gebruikte, kon ik nu de keuze maken hier niet meer voor te kiezen en het in plaats daarvan te vergeven. Het soort vergeven waar ECIW het over heeft, werkelijk inzien dat dit wat ik ervaar niet is wat ik dacht dat het was, iets buiten mij dat mij wordt aangedaan, maar slechts een poging tot afscheiding is, door mijzelf uit de bron, de denkgeest te lokken in een wereld die alleen in de waan van de keuze voor de egodenkgeest bestaat.

Deze bewustwording volgt op een eigenlijk al heel lang intellectueel ‘weten’ en snappen van dit ego mechanisme, maar altijd weer blijkt dat dat intellectueel weten een eerste stap is en dat een ervaring nodig is om de werkelijke omkeer in het denken, het wonder dus, te laten gebeuren.

Het is nu niet zo, dat zolang ik nog een “ikje” lijk te ervaren in een “wereld” er geen schaamte meer zal zijn.  Het grote verschil is dat de identificatie met de acteur die schaamte uitbeeld op het toneel terug gegeven is naar de bron, de denkgeest. En deze keuzemaker is zich nu bewust van de keuze die gemaakt kan worden, de keuze tussen afscheiding (egodenken) of de keuze voor terug herinneren in waar nooit uit kan zijn weggegaan: Waarheid, Eenheid, God, Liefde.

Nogmaals, de vorm waarin dit alles in wordt uitgespeeld hoeft niet (kan wel) te veranderen, maar wel het doel en dat maakt het verschil tussen hel of Hemel (egodenkgeest of Heilige Denkgeest), dat is de schaamte echt voorbij zijn.

Het verschijnsel “ego” wat niets anders is dan een denksysteem dat bestaat bij de gratie van een geloof in afscheiding versterkt door geloof in zonde, schuld en angst is niet te vertrouwen.  Een gedachte systeem wat bedoelt is af te scheiden van Eén kan niet anders dan gebouwd worden op wantrouwen.
Vertrouwen investeren in welke ego projectie dan ook is gedoemd te mislukken, daar een denksysteem dat als kernwaarde wantrouwen heeft aangenomen als uitgangspunt, niet anders kan dan wantrouwen uitbreiden.
De natuurlijke wens en aard van non-dualisme die geaard is in non-dualistisch Vertrouwen, blijft in de herinnering van de denkgeest die tijdelijk voor dualisme (ego) heeft gekozen bestaan. Eenheid kan wel ontkend, maar niet vernietigd worden.
Binnen het geloven in afscheiding waarbij het natuurlijke idee van Eenheid ontkend wordt, blijft de natuurlijke verbinding met Eenheid onveranderlijk bestaan.
In de praktijk betekent dit dat als ik probeer in een relatie met wie of wat dan ook in wat voor vorm dan ook vertrouwen te vinden dit slechts een dualistische vorm van vertrouwen oplevert, waarbij vertrouwen en wantrouwen elkaar afwisselen, maar nooit binnen dit systeem van afscheiding de non-dualistische staat van Vertrouwen kan en zal bereiken.
Echter kan wel bereikt worden dat door het dualistische denksysteem van het ego denken te doorzien en er oordeelloos naar te leren kijken het nog altijd aanwezige Vertrouwen wat inherent is aan non-dualisme, Eenheid, kan worden herinnerd en het Ware Vertrouwen kan worden hersteld.
Het willen bereiken van vertrouwen binnen de dualiteit kan dan worden opgegeven en vergeven en alle relaties binnen het dualistische ervaren krijgen dan deze andere functie.

Zolang ik nog in vertrouwensrelaties met andere lichamen en dingen geloof, wat dus betekent geloven in afscheiding en in zonde, schuld en angst, zal ik keer op keer teleurgesteld worden, net zolang tot ik aanvaard dat alleen Vertrouwen mogelijk is op het grenzeloze denkgeest niveau waar alleen Eén mogelijk is.

Dan zullen al mijn relaties een totaal andere functie krijgen als weerspiegeling van mijn nu bewuste keuze voor Vertrouwen.

Alle twijfel gedachtes komen van die waarnemende denkgeest ‘plek’ waar de keuze is gemaakt voor afgescheiden (ego) denken, maar is tegelijkertijd de ‘plek’ die de mogelijkheid in zich draagt ánders te kiezen. En dan heb ik het niet over de keuze links of rechts te gaan, dit/dat/iets wel of niet te doen in welke vorm dan ook, maar over de keuze voor afscheiding (ego) te kiezen of voor het pad in te gaan wat leidt naar terug herinneren in Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Dat kan, als ik daarvoor kies, de nieuwe functie worden van alle vormen van angst, zoals twijfelen, minderwaardigheid, overmoed enz. enz.  een eindeloze lijst.

Als ik ergens over twijfel, schijnbaar over iets in de vorm; zal ik wel of niet dit of dat doen, gepaard gaande met gevoelens van zorg, schuld, angst enz, dan zeg ik sowieso ‘ik weet het niet’, en neem de gedachte + projecties terug, vergeef deze (ik weet immers in middels dat wat er lijkt te gebeuren in de vorm een projectie is vanuit de keuze voor angst, dus een waanbeeld) en kies nu, deze keer bewust voor ‘Heilige Geest’, het symbool voor dat gedeelte van de denkgeest, dat niet standaard vlucht in de vorm, zoals de keuze voor het egodenken doet, maar de projectie her-gebruikt, niet door deze te veranderen, maar te zien voor wat het is en als poort gebruikt terug te herinneren in Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Dat is de betekenis van ‘ik hoef niets te doen’, ik hoef niet de vorm te veranderen in een ‘betere’ aangenamere versie, ik hoef alleen mijn denken erover te laten veranderen, door al mijn waanideeën te vergeven. De ‘film’ die ik mijn leven noem, draait gewoon door, maar krijgt nu een totaal andere functie.
En vergeet niet dat het nooit het lichaam is dat kiest, maar altijd de bron van alle denken, de denkgeest (mind). Het lichaam is altijd een projectie van de denkgeest, niets meer en niets minder.

 

‘Is extreem ongeduldig’, staat er in mijn ego-blauwdruk.
Ongeduld dient dus een doel, net als al mijn eigenschappen en karaktertrekken.
Het dient niet het doel dat het lijkt te dienen, namelijk mijn functioneren (goed/slecht) als lichaam in een wereld, maar het verborgen ego doel; afgescheiden zijn en blijven van Eenheid, Waarheid, Liefde, God.

Ok, dacht ik toen ik weer eens in zo’n ongeduld stuk zat en het behalve voelen en ervaren ook mijn observeer post innam en me toen meteen vanuit die positie afvroeg, wat gebeurt er als ik niet meer ongeduldig zou zijn? En ik kreeg toen als antwoord, niet wat ik eigenlijk verwachtte: eindeloos geduld, maar: ‘dan kan niets mij meer wat schelen’. Ah, dat is de angst van het egodenken hierachter, de andere zijde van de ego medaille. Ongeduld met aan de andere kant van de dualistische egomedaille niets meer kunnen schelen, niets meer willen, kunnen, mogen, de stilte van het ‘niets’. Ongeduld houdt de boel, de droom, op een angstige, (want beide van ego en ego is angst) luidruchtige, onrustige manier in stand binnen mijn blauwdrukje.
Ah, dus dat heeft de functie ‘ongeduld’ eigenlijk voor mij, het gaat helemaal niet om ongeduldig zijn over iets of iemand het is een manier om ‘veilig’ in het egodenken te blijven dus in afscheiding.

Mooi zo, en wil ik daar mee doorgaan, wil ik hierin gelijk blijven hebben, wil ik ‘ongeduld’ deze functie blijven geven?
Nee, want ik wordt er behoorlijk beroerd van, terwijl ik tegelijkertijd weet dat het niet hoeft en alles, zelfs in de droom (vorm), altijd wel goed komt op de een of andere manier.

Wat blijft er dan nog anders over dan zo’n eigenschap, naast nog vele anderen natuurlijk, als deze wordt doorzien, zoals gebeurde, tijdens dat het wordt ervaren, alleen nog maar te zien (vanuit de waarnemende denkgeest post) als eye opener en te ‘Vergeven’, wat inhoudt: doorzien, terugnemen en op laten lossen in het niets waar het ook vandaan komt?
En dan krijgt die hele ego-blauwdruk een geheel andere functie…
Dan pas zal de omkering van ongeduld, Eindeloos Geduld zijn.
Dient het ten minste nog ergens voor 🙂

Dit voorbeeld op de eerste plaats om het voor mijzelf even heel scherp te krijgen en ook om te laten zien, dat eerlijk kijken naar elke angst gedachte hoe geniaal vermomd ook onontbeerlijk is in het proces van ontwaken. En niet gewoon weer een ego oplossing te volgen.

 

 

 

Als er maar Eén (non-dualiteit) is en geen twee (dualiteit), dan houdt dat automatisch in dat ‘ik’ en ‘jij’ één zijn, ook al lijkt er de ervaring van een ‘ik’ en een ‘jij’ te zijn.
De functie van het toch ervaren van ‘ik’ en ‘jij’, dus twee, moet dan wel afscheiding zijn.
De wil om afgescheiden te zijn van ‘Een’ ís de functie van denken, geloven en ervaren in een wereld, als lichaam te midden van andere lichamen, dieren, dingen en situaties.
Dus dit maakt ook duidelijk waarom ik een ander, of iets anders nodig heb om de schijn van afscheiding ogenschijnlijk waar te maken.
Zolang ik een ander of iets anders als anders los van mij zie en ervaar is dat de projectie van de wens afgescheiden te willen zijn. Ook de ik als lichaam zien en ervaren is de keuze/projectie voor afscheiding.

Alles wat ik als interactie ervaar met iemand, iets, of mijzelf in de vorm is een projectie van afscheiding. En aangezien afscheiding het tegengestelde, de ontkenning van Eenheid is kan het niets anders projecteren dan vormen van vernietiging. Het is immers een poging tot het vernietigen van Eenheid.
Elke relatie met wie of wat dan ook heeft als doel afscheiding = vernietiging.
In de vorm kunnen deze pogingen tot afscheiding, tot vernietiging, eruit zien als heel duidelijke vormen van vernietiging: alle vormen van haat, woede, agressie, boosheid, irritatie, jaloezie enz. Ze kunnen er echter ook uitzien en ervaren worden als schijnbare vormen van liefde: liefde tussen twee mensen, vriendschap, familie relaties, opofferen voor een ander, mezelf wegcijferen, ongevraagde hulp geven enz.
Zolang er een ‘ik’ lichaam en een ‘jij’ lichaam wordt gezien waar iets mee moet of niet moet is het niets anders dan de uiterlijke weergave van de wens afgescheiden te willen zijn.

Vanzelfsprekend moet dit vreemde denksysteem onbewust worden gehouden, want zodra dit wordt gezien in het uiteindelijk onvermijdelijke ontwakende bewustzijn, begint het geloof erin te wankelen en zullen er vragen opkomen zoals… “waarom???!!!”.
Deze “waarom vraag” heeft nog steeds een stuk onbewuste wil tot afscheiding in zich, want totaal bewustzijn zal deze vraag niet meer hoeven te stellen, omdat het weet hoe het zit en dat wat achter bewustzijn ligt, het volledige terug herinneren in Eenheid, hoeft deze vraag al helemaal niet meer te stellen. De “waarom vraag” is alleen maar mogelijk binnen het idee van afscheiding gesteld door dat wat nog gelooft in afscheiding, tijd en ruimte.
“Waarom” heeft immers een antwoord nodig. “Waarom” en “antwoord” is een opgesplitst “weten” en dit maakt een vraag tot een vermomde wens tot afscheiding.
Wederom dit is niet fout of slecht, maar slechts een neutrale observatie. En de observatie kan vervolgens gebruikt worden om de oude gewoonte van die van afscheiding = vernietiging te blijven volgen, of het een andere functie geven die van terug herinneren in Eenheid.
Verzucht ik na het beseffen van dit alles: “oh, wat vreselijk, ik moet iets doen, ik moet veranderen” of “ik maak er een eind aan”, dan is dit nog steeds een keuze voor afscheiding = vernietiging en ervaar ik angst in al z’n variaties.

Het wordt nu ook duidelijk dat al mijn relaties, menselijke, dierlijke, maar ook met ‘dingen’ noodzakelijke ingrediënten zijn om mij afgescheiden te voelen, maar ook noodzakelijk zijn om deze onbewuste wens tot afscheiding = vernietiging te laten genezen.

In die zin heb ik de ‘ander’ altijd nodig, of het beeld van mijzelf nodig, hoe dan ook, binnen één gaat het altijd over één, binnen de ervaring over ‘mijzelf’.
Ook als ik de neiging heb om mijzelf af te zonderen van de wereld, heb ik nog het idee van een wereld nodig om het idee van afzonderen mogelijk te maken.
Zou ik werkelijk beseffen dat er altijd maar ‘Een’ mogelijk is, dan valt de noodzaak van een ander of iets anders buiten mij vanzelf weg. Wat onveranderlijk Één is heeft natuurlijk geen enkele behoefte om twee te zijn.

Als ik zo mijn medemens en mijzelf zie, als in werkelijkheid Éen, als Éen Geest dan zie ik ook dat we altijd één gemeenschappelijk doel hebben.
Aan de ene kant de wens tot afscheiding waarbij de ene Geest zich afsplits in een dualistische denkgeest, die dit dualistische idee projecteert zodat de achterliggende wens van de denkgeest tot afscheiding verborgen blijft achter lichamen, dingen en situaties en aan de andere kant is er het gemeenschappelijke Weten altijd onveranderlijk Éen te zijn.

Kortom de Ene onveranderlijke Geest kan zichzelf afsplitsen in wilde dromen van afscheiding, maar dat verandert niets aan zijn ware aard, welke altijd onveranderlijk Éen is.
Het is en blijft slechts een droom/nachtmerrie.
Om uit die nachtmerrie te ontwaken is echter datzelfde onbewuste nachtmerrie materiaal nodig, maar nu in omgekeerde bewuste richting en zullen de eerst met als doel dromen van afscheiding nu de functie krijgen van terug herinneren uit de droom terug in Eenheid.

De symbolen van afscheiding, de ‘ik’ en de ‘jij’ hebben elkaar nodig voor dit gezamenlijke doel, zowel voor het afscheidings doel als voor het terug herinneren in Eenheids Doel.
We zitten zogezegd altijd in hetzelfde schuitje, in het ego schuitje of in het Heilige Geest/Jezus Schuitje en strijden dezelfde strijd.
Wat kies ik, de steeds sterker bewust wordende denkgeest, verkies ik ‘jou’ als afgescheiden te zien, of als de herinnering aan terug herinneren in Éenheid?
Dat is de enige ware vraag die keer op keer bij elke ontmoeting, bij elke gebeurtenis gesteld kan worden, dat is de ware functie van elke relatie.

 

Met Jesus op zee

Rembrandt, ‘Storm op het meer van Galilea’

Vrijwillig, in vol vertrouwen mee gaan in alles wat zich aandient, of het nou in de vorm als ellende wordt ervaren of als vreugde, ‘Himmelhoch jauchzend, zum tode betrübt’, en dan de keuze maken het serieus en ‘waar’ te maken, of het te zien als vergevingskans.
Dat is de enige keuze die gemaakt kan worden keer op keer, bij elke ervaring die de ervarende denkgeest ervaart.

Dat is het ‘doen’ onder leiding gezet van mijn Juist gerichte denkgeest.
Denk en geloof ik nog steeds dat het lichaam iets kan doen, dan betekent dat automatisch dat ik kies voor de leiding van mijn onjuist gerichte denkgeest.
Dat is niet fout of goed, dat is slechts een eerlijke observatie die noodzakelijk is voordat ik een keuze kan maken voor één van de twee denksystemen.

Dat is de ‘nieuwe’ functie van elke ervaring die de ervarende denkgeest ervaart, zolang deze nog ervaart.

 

Nu de poort van wetende dat er alleen ervaring is, ervaren door de ervarende zelf, of beter nog door de ervaring zelf, ontsloten is, ervaart de ‘ik ervaring’ het doorzien van het idee ervaren in elke ervaring.
Juist ook in de ontkenning van dat het de ervarende is die ervaart, waardoor er een wereld lijkt te zijn, los van de ervaring, is nu duidelijk te ervaren dat er alleen ervaring is die samenvalt met de ervarende denkgeest ervaring.
De ontkenning krijgt nu een nieuwe functie, die van terug herinneren ervarende denkgeest ervaring te zijn.

Zo denken en geloven we, de ervarende ervaring die denkt en gelooft een lichaam te zijn, dat we eerst moeten ervaren in de wereld, via een lichaam voordat we geloven dat iets wel of niet werkt. We denken en geloven dat we, de ervarende ervaring die denkt en gelooft een lichaam te zijn, door te ervaren kunnen bewijzen wat wel of niet goed, wel of niet gezond voor het lichaam en voor de wereld is.
Het enige briljant verborgen doel wat hierachter schuil gaat is bewijzen dat we, de ervarende ervaring, niet de ervarende zijn die ervaart, maar dat het het lichaam is dat ervaart en dus de oorzaak en het gevolg is van een ongezond lichaam met een ongezond brein.
Een volkomen hopeloos, maar toch schijnbaar succesvol dwaalspoor, bedacht en gedacht en gelooft door de denkgeest, dat wat de ervarende ervaring is, die enorm z’n best doet te ontkennen dat er alleen ervarende ervaring mogelijk is door de ervarende denkgeest.

Suiker en nog tig andere dingen zijn helemaal niet gevaarlijk voor het lichaam, ja in de droom wel ja, die als ‘waar’ wordt gezien en ervaren, door de in een lichaam gelovende ervarende denkgeest ervaring. Maar gevaren voor lichamen en de wereld zijn slechts een handige afleiding van de oorzaak; de wens om te vergeten ervarende denkgeest ervaring te zijn.

Dus experimenteer je suf in de droom ogenschijnlijk om te bewijzen wat goed is voor het lichaam of niet, zonder het (ego) doel van dit experiment te doorzien, namelijk uit het idee van louter denkgeest, dus de ervarende ervaring te zijn te blijven, of experimenteer in de droom om te leren doorzien dat het lichaam slechts een waanidee is, een dwaalspoor.
Dan krijgen de wereld en het lichaam als idee, louter als ervarende ervaring, een heel andere functie, namelijk die van reminder dat er alleen de ervarende denkgeest ervaring is.
Dat zijn de twee keuzemogelijkheden, meer zijn er niet.

Ontken het lichaam en de wereld niet, doe op droom niveau wat de droom voorschrijft, maar geef het en gun het als idee, als ervaring een ander doel, die van het herinneren ervarende denkgeest ervaring te zijn en terug te keren in Waarheid, in Eenheid, waar de ervarende ervaring niet meer gewenst, niet meer nodig is.
Het lichaam zal gedurende dat proces van ontleren, dan volledig doorzien als louter ervaring in de ervarende denkgeest vanzelf steeds meer als liefdevol ervaren worden, hoe het er ook als denkbeeld in de ervarende ervaring ook uit moge zien, totdat het niet meer nodig is, omdat de ervarende denkgeest ervaring dan niet meer nodig is.

%d bloggers liken dit: