archiveren

Tagarchief: fantasie

…als ik dan weer eens zo’n meditatief mijmer steegje in wandel:

als alles al gebeurt is, want alles gebeurde in die ene flits, die daarna ook meteen over was, omdat het onmogelijke niet kán gebeuren, dan kan ik (als waarnemende denkgeest) die deze ene flits steeds weer elke seconde opnieuw denkt te beleven toch niets anders dan alleen maar naar deze onmogelijke fantasie kijken, binnen dat beperkte onmogelijke idee van geloven, en steeds maar weer de gedachte vergeven dat het onmogelijke mogelijk is?
Alles is al gebeurt, de hele film. De hele film van de wereld en het universum, maar dus ook dat wat ik “mijn” persoonlijke film noem.
De film “mijn” leven lijkt zich al doende te ontwikkelen, met als enige zekerheid dat alle films beginnen met de geboorte, en eindigen met de dood, en daar tussenin bevindt zich de tijdlijn die ik “mijn leven” noem en door mij lijkt geregisseerd én gespeelt.
Dat lijkt zo te gaan, omdat besloten is dat te geloven.
Dat het niet gebeurt is, niet kán gebeuren, omdat het onmogelijke niet kán gebeuren, kan de denkgeest die wel geloofd dat het mogelijk is van Eénheid weg te lopen en er twee van te maken, niet bevatten.

Of beter, niet wil bevatten, want dit idee ook maar enigszins toelaten, dus de verdediging even laten vieren, leidt onvermijdelijk tot het gaan doorzien van wat onmogelijk is, waardoor het vanzelf zal oplossen in het enige wat mogelijk IS.
Dit gaan doorzien van wat onmogelijk is, gaat via de omgekeerde route. Het onmogelijke, en dat is het hele universum, de wereld, en alles wat binnen dat onmogelijke idee valt, wordt terug gegeven aan dat wat Waar is, dat wat niet in projecties of woorden kan worden gevat, maar er wel achter wordt vermoed, omdat de herinnering aan wat Waar is, omdat het waar is niet helemaal kan worden uitgewist en vergeten.
Terugkeer in de totale Herinnering is onvermijdelijk, omdat er een grens zit aan het volhouden van het onmogelijke.

Alles wat de “ik” denkt en geloofd te beleven is een continue her-beleving van wat al gebeurt is in die ene onmogelijke flits, die meteen ook weer uitdoofde. Welke keuze ik ook denk en lijk te maken in “mijn” leven is al gebeurt. Welke keuze ik maak, maakt niet uit, het is een keuze uit de miljarden keuzen die al gemaakt en gebeurt zijn in die ene onmogelijke flits.
Dit inzicht verlost mij uiteindelijk van slachtofferschap, oftewel van het geloof in zonde, schuld, en angst. Er blijft dan nog maar één keuze over, de keuze voor vergeving van wat niet kan hebben plaatsgevonden, namelijk afgescheiden raken van wat Waar, Eén, God, Liefde IS, uit geprojecteerd in al die miljarden onmogelijke verhalen van zonde, schuld en angst.
Telkens wanneer de keuze wordt gemaakt te vergeven van wat de “ik” (denkgeest) dacht en geloofde dat kon gebeuren binnen een eigen afgescheiden wereld van (on)waarheid, komt de Herinnering die nog altijd onvermijdelijk aanwezig is, sterker naar voren. Deze flitsen van herinnering van wat Waar is noemen we het wonder. En uiteindelijk zal de loper van de tijdswaan wonder voor wonder weer helemaal terug gerold zijn tot het Ene punt en dan oplossen…

Tot slot nog twee aanhalingen uit de Cursus die ook gaan over dat alles al gebeurt is en voorbij:

“1. Het wonder doet niets. 2Al wat het doet is: het maakt ongedaan. 3En zo
ruimt het de belemmeringen op ten opzichte van wat werd gedaan. 4Het
voegt niets toe, maar neemt alleen weg. 5En wat het wegneemt is allang
verdwenen, maar doordat het in herinnering is gehouden lijkt het directe
gevolgen te hebben. 6Deze wereld was lang geleden al voorbij. 7De
gedachten die haar hebben gemaakt, zijn niet meer in de denkgeest die
ze gedacht heeft en een tijdje liefhad. 8Het wonder laat slechts zien dat
het verleden voorbij is, en wat werkelijk voorbij is heeft geen gevolgen
meer. 9Het zich herinneren van een oorzaak kan alleen maar illusies van
haar aanwezigheid voortbrengen, geen gevolgen.

2. Al de gevolgen van schuld zijn hier niet langer aanwezig. 2Want schuld
is voorbij. 3En met haar voorbijgaan verdwenen ook haar consequenties,
achtergelaten zonder oorzaak. 4Waarom zou jij je er in de herinnering
aan vastklampen, als jij haar gevolgen niet verlangde? 5Herinneren is
even selectief als waarnemen, waarvan het de verleden tijd is. 6Het is de
waarneming van het verleden alsof het nu plaatsvond, en hier nog altijd
te zien was. 7Herinneren, net als waarnemen, is een vaardigheid die jij
hebt bedacht om de plaats in te nemen van wat God bij jouw schepping
ten geschenke gaf. 8En net als alle dingen die jij hebt gemaakt, kan het
worden gebruikt om een ander doel te dienen, en middel voor iets anders
te zijn. 9Het kan worden aangewend om te genezen en niet om te
kwetsen, als jij dat zou wensen” (T28.I.1,2).

en:

“14. Vergeef het verleden en laat het gaan, want het is voorbij. 2Jij bevindt je
niet langer in het gebied dat tussen die werelden ligt. 3Je bent verdergegaan,
en hebt de wereld bereikt die bij de Hemelpoort ligt. 4Er is geen hindernis
voor de Wil van God, noch enige noodzaak voor jou om opnieuw
een reis aan te vangen die lang geleden al beëindigd werd. 5Kijk met zachtmoedigheid
naar jouw broeder, en aanschouw de wereld waarin de waarneming
van je haat getransformeerd werd tot een wereld van liefde” (T26.V.14:1-5).

Naarmate het proces van ontwaken uit de droom vordert wordt de denkgeest steeds transparanter. Dit is een logisch gevolg van het opruimen (vergeven) van de blokkades die de denkgeest die wil ‘vergeten’ (vergeten dat deze denkgeest is en niet een lichaam) opgeworpen heeft. Het lijken massieve blokkades, maar het zijn niet meer dan ‘gedachten’ sluiers van vergeten.
De ervaring bij het opruimen (vergeven)  van de blokkerende gedachten, is dat ze wel heel massief voelen, vooral ook door de emoties waar het onder ogen zien en het vergeven mee gepaard gaat. Dit alles is ook slechts weer een verdediging van de denkgeest die bang is ontmaskerd te worden als zijnde slechts een gedachte, een idee, een fantasie. Dat betekent immers dat het zorgvuldig opgebouwde en verzonnen verhaal dat er geen denkgeest is, maar alleen lichamen in een wereld, in duigen zal vallen en de zorgvuldige nieuwe niet bestaande identiteit van de egodenkgeest een lichaam te zijn, een persoontje, met een eigen verhaal ook doorzien zal worden en daardoor verdwijnen.

De denkgeest echter is niet zozeer bang dat het zijn bedachte lichaam en persoonlijkheid zal verliezen, want ergens weet de denkgeest ook wel dat dat slechts een verzinsel, een droom is. Waar de denkgeest wel doodsbang voor is, is het blootleggen van zijn geloof in zonde, schuld en angst. Want als die blokkade verdwijnt staat de denkgeest (zo gelooft deze) oog in oog met de god die wraak zal willen nemen en woedend zal zijn, omdat de (verloren) ‘zoon van god’ ervandoor is gegaan en voor zichzelf wilde beginnen. Het geloof in zonde, schuld en angst houdt deze verborgen angst voor god verborgen en projecteert het als een wereld buiten zichzelf, met als doel de oorsprong te vergeten zodat nu de zonde, schuld en angst buiten mij waar te nemen is in een wereld die voor 100% vanuit het geloof in zonde, schuld en angst komt en als enige waarheid wordt gezien.

Ook van deze fantasie gedachte weet de denkgeest, (namelijk dat gedeelte van de ene denkgeest dat nog steeds verbonden is met Eenheid, Waarheid, Liefde, God), ergens nog dat de gedachte niet waar kán zijn en slechts een verdediging is tegen niets.
Dus ook  het geloof in zonde, schuld en angst, als verdediging tegen de Liefde van God is een verzinsel en niet waar.

Naarmate dat gedeelte van de ene denkgeest dat zich begint te herinneren en bereid is zich volledig te herinneren, zich steeds meer gáát herinneren en de blokkades transparanter worden en laag voor laag zullen oplossen in ‘weten’, zal er ook steeds meer helderheid ontstaan.
Wat een logisch gevolg is van het verdwijnen van de blokkades. De met opzet aangebrachte grenzen zullen worden doorzien en door ze te vergeven zullen ze verdwijnen, waardoor de eenheid van alles steeds zichtbaarder wordt.
Dit kan ervaren worden als een steeds groter wordende alertheid, het makkelijker doorzien van de blokkades die de egodenkgeest nog steeds opwerpt, maar deze steeds minder persoonlijk nemen en steeds minder als aanval of verdediging zien. De oorspronkelijke opzet van de egodenkgeest, namelijk verdediging tegen Eenheid, Waarheid, God, Liefde, zal meer en meer worden doorzien en ontmanteld.

Echter de egodenkgeest doet ook nog gewoon mee, er is immers maar één denkgeest, welke alles omvat, dus ook de egodenkgeest. De egodenkgeest bevind zich nog steeds in Eén, en alleen denkt en gelooft dat het zich kan afscheiden van één, maar aangezien dat onmogelijk is, is het niet gebeurt, en is en blijft het slechts een fantasie alleen in stand gehouden door het geloof erin.
En dit onmogelijke stukje zich vergissende egodenken zal deze toenemende helderheid ook weer gaan misverstaan, omkeren en projecteren als iets speciaals, bijvoorbeeld als speciale kracht in een lichaam dat dan helderziend genoemd wordt.
Weer, niet van wegen de wil een lichaam te maken met speciale krachten, maar om het onderliggende geloof in zonde, schuld en angst te verbergen.

De steeds helder wordende waarnemende denkgeest zal ook deze verdediging van de nog steeds aanwezige ego gedachten steeds beter en bewuster gaan doorzien en gaan beseffen dat er een keuze gemaakt kan worden tussen dit ego denken en het Eenheids denken.

De toenemende helderheid van de denkgeest kan opnieuw worden misbruikt als er opnieuw gekozen wordt voor het egodenken, of worden her-gebruikt als er wordt gekozen voor dat gedeelte van de denkgeest dat ‘weet’ en zich verbonden weet met zijn ware aard: Eenheid, Waarheid, Liefde, God.
In het eerste geval, dus keuze voor het egodenken, zal de helderziendheid als speciaal worden gezien en als iets van het lichaam en ook als zodanig in de wereld worden gezet, of als er opnieuw wordt gekozen voor Juist gericht denken, zal de helderziendheid gezien worden als logisch gevolg van het wegvallen van de blokkades, waardoor er een toenemend grenzeloos denken zal worden ervaren, waarbij alle blokkades, dus alle egogedachten worden gezien, en doorzien maar niet meer persoonlijk worden genomen en de drang tot aanval of verdediging steeds zwakker wordt doordat deze wordt doorzien.

Dat is even wennen voor de steeds minder persoonlijk gerichte denkgeest, die nu werkelijk alle ego-mogelijke-gedachten voorbij ziet komen, doordat de ‘speciale’ persoonlijkheids grenzen vervagen en tenslotte verdwijnen.
Dan wordt duidelijk dat alle ego gedachten die ooit gedacht zijn, gedacht worden en nog gedacht zullen worden al hebben plaatsgevonden en dat al die zelfde egogedachten zich met elke gedachte, binnen het geloof in tijd en ruimte zich voortdurend herhalen. Allemaal, zowel de ogenschijnlijk leuke en aardige, maar ook de meest moordlustige, vernietigende gedachten. En dat slechts het geloof in speciale aparte lichamen dit hele pakket aan geprojecteerde gedachten de schijn van overzichtelijkheid geeft, door elk geprojecteerd lichaam van een portie van deze egogedachten te voorzien, zodat het nu lijkt alsof er miljarden aparte lichamen zijn met bepaalde karaktertrekken en eigenschappen. Grof onder te verdelen in goed en kwaad.

De ontwakende denkgeest krijgt dit allemaal in één keer binnen. Er ontstaat een enorme grenzeloze alertheid waarbinnen alles gezien en gehoord, kortom waargenomen wordt.
Gelukkig leert de tot werkelijkheid ontwakende denkgeest tegelijkertijd ook dat dit zo werkt en zal dit alles voorbij zien komen razen, maar leren het niet meer persoonlijk te nemen en het gaan zien als bewijs dat wat de egodenkgeest denkt en gelooft niet waar kán zijn en op z’n best nog bruikbaar is als vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Neemt niet weg dat het proces van alert wordende helderheid, het proces van grenzeloos worden van de denkgeest, gepaard gaat met de nodige schrik, verwarring, verbazing, ontzetting, weerstand, want het stukje geloof in egodenken reist nog steeds mee, ook al wordt het steeds zwakker en wordt er niet meer 100% in gelooft. Het Eenheids, Waarheids idee is op zich een simpel idee, maar wordt niet als gemakkelijk ervaren in z’n uitvoering op z’n zachts gezegd.

Daarom zegt ECIW ‘doe het niet alleen’, wat betekent ga dit proces liever niet aan onder leiding van het egodenken, dus onder leiding van het geloof dat er een ik is die het proces aangaat als lichaam (bijvoorbeeld) Annelies, want dan verandert er helemaal niets, en blijft het egodenken gewoon intact, omdat dan de focus nog steeds ligt op het veranderen van de wereld en een ‘mij’ en anderen als lichaam en zoals we hebben gezien, er is geen wereld, er zijn geen lichamen, er is alleen een geloof in een wereld en in lichamen.

Het ‘doe het niet alleen’ is de uitnodiging ‘Hulp’ te vragen bij dit proces van ‘Helder Zien’, aan dat gedeelte van de denkgeest dat zich ‘Herinnert’, in ECIW wordt deze hulp symbolisch Heilige Geest en of Jezus genoemd.
Door Heilige Geest en of Jezus symbolisch een hand te geven, verbind ik mij als denkgeest met de herinnering aan Waarheid, Eenheid, God, Liefde, en geef ik al mijn blokkades die ik tegen kom in mijn dagelijkse leven aan Hen, door eerst eerlijk oordeelloos alle oordelen onder ogen te zien, niets achter te houden en te Vergeven. Het soort Vergeving dat weet en ziet dat er in werkelijkheid niets gebeurt is dat in staat is Werkelijkheid te vernietigen.

 

 

De ervarende denkgeest kan op twee manieren ‘fantasie’ ervaren:

1. Als er nog een ervaren is vanuit identificatie met een wereld, met lichamen, dingen en situaties, waardoor het lijkt dat er een lichaam is dat ervaart, welke oorzaak en gevolg is van alles wat de ogen van het lichaam zien, zal onder fantasie verstaan worden dat wat de ogen van het lichaam niet kunnen zien. Een 100% vormgericht, lichaamsgericht ervaren, waarbij de ervaring los lijkt te staan van het lichaam.

2. Als er geen identificatie meer ervaren wordt met een wereld, met lichamen, dingen en situaties, omdat er alleen nog maar de ervaring is van ervarende denkgeest te zijn en niet meer van een ervarend lichaam, zal juist alles wat de ogen van het lichaam lijken te zien en gezien wordt als oorzaak en gevolg, door de mand vallen en juist dat als fantasie worden ontmaskerd. Een 100% denkgeest gericht ervaren, waarbij de ervarende en de ervaring hetzelfde zijn, allebei denkgeest.

Twee soorten van fantasie, maar totaal anders en totaal tegenovergesteld aan elkaar, de een (punt 1) 100% vorm/lichaamsgericht, de ander (punt 2) 100% denkgeest.

Beide kunnen niet tegelijkertijd bestaan…
Hoe dat zit, vereist een ervaring door de ervarende denkgeest die eraan toe is zijn eigen fantasieën te onderkennen, herkennen en ontmaskeren

Ik kwam tot deze gedachte toen ik het volgende las in ECIW:

“If it helps you, think of me holding your hand and leading you. And I assure you this will be no idle fantasy” (WpI.70.9:3-4).

“Als het je helpt, denk dan dat ik jouw hand vasthoud en je leid. En ik verzeker je dat dit geen hersenschim zal zijn” (WdI.70.9:3-4).

Als ik dit lees vanuit denksysteem (punt 1) dus vanuit het geloof in lichaamsidentificatie, dan zal ik denken, geloven en ervaren dat met ‘no idle fantasy’ of ‘geen hersenschim’ bedoelt wordt dat er echt een Jezus buiten mij als lichaam is die letterlijk mijn hand vasthoud en dat dat ‘no idle fantasy’ of ‘ geen hersenschim’ is, maar echt zoals ik denk en geloof dat het lichaam en de wereld echt is.

Als ik dit lees vanuit (punt 2), vanuit ervarende denkgeest identificatie, dan zal ik denken, geloven en ervaren dat met ‘no idle fantasy’ of ‘geen hersenschim’ juist wordt bedoelt dat er geen apart van mij een lichaam/ziel ‘Jezus figuur’ is die zo aardig is mijn hand vast te houden als ik het moeilijk heb, maar dat het een symbool, een metafoor is voor het herstellen van de verbinding met Eenheid, Liefde, Waarheid, God. En dat het een ervaring is van de ervarende denkgeest.

Een enorm onoverbrugbaar verschil.
Omdat de een (punt 1) het in stand houden van de afscheiding als doel heeft, wat juist een ‘idle fantasy’, of ‘hersenschim’ is en de ander (punt 2) het terug herinneren in Eenheid als doel heeft en juist ‘no idle fantasy’, of ‘geen hersenschim’ is.

Kortom het onjuist gerichte denksysteem (ego) zal het Juist gerichte denksysteem (door ECIW Heilige Geest genoemd) een ‘idle fantasy’, ‘een hersenschim’ noemen, terwijl het Juist gerichte denksysteem (HG) het onjuist gerichte denksysteem (ego) een ‘idle fantasy’, ‘een hersenschim’ zal noemen.

Beide denk/ervarings systemen spelen zich nog af op het niveau van ervaring, met dit verschil dat de een denkt, gelooft en ervaart dat de vorm, dat wat het lichaam doet, de ervaring veroorzaakt en de ander, denkt en gelooft en ervaart dat zowel de oorzaak als het gevolg denkgeest is, ervarende denkgeest die de ervaring maakt en ervaart.

%d bloggers liken dit: