archiveren

Tagarchief: er is geen wereld

Dankzij een vraag nav het blog: “De Verzoening aanvaarden”, raakte ik geïnspireerd tot het volgende “antwoord”, wat bij nader inzien gewoon wel weer erg op een nieuw blog ging lijken. En toen Frits me daar ook op wees besloot ik het ook als nieuw blog te plaatsen.
Ik merkte al schrijvend dat het toch weer even handig leek erop te wijzen dat de metafysica van ECIW wel gekend dient te worden, wil de Cursus ten volle begrepen worden op alle niveaus.
Eerst zal ten volle moeten worden aanvaard, en is een levenslang stap voor stap proces, dat de Cursus zegt “Er is geen wereld” (WdI.132.6:2).
Wat is het dan dat lijkt te ervaren? Dat is de keuze van de denkgeest (denkgeest is dat wat “ik” werkelijk ben binnen het concept van de droom) voor of angst of voor Liefde, oftewel of voor ego of voor HG/J denkgeest.
Er is dus alleen denkgeest, en niet een “ik” lichaam dat keuzes maakt en vervolgens één van deze twee keuzes ervaart. Er is alleen een keuze mogelijk door en in de denkgeest. Bewustwording is dus het werkelijk inzien en aanvaarden van dat er alleen denkgeest is en dat ECIW ons alleen aanspreekt op denkgeest niveau en niet op het niet werkelijk bestaande “lichaamsniveau”. Alles wat wordt ervaren vindt plaats in de denkgeest, en daar blijft het een gedachte, een projectie.

Er is dus ook geen “ander” er zijn alleen projecties die eruit zien als anderen, maar ze hebben geen enkele werkelijkheid, ze zijn en blijven projecties.
Nogmaals dit is erg lastig om te begrijpen laat staan te aanvaarden, omdat het een langzaam stap voor stap proces is van lichaamsbewustwording terug naar denkgeest bewustwording, dat wat we werkelijk zijn.
Niemand begrijpt dat meteen. Toen ik dit voor het eerst las “Er is geen wereld”, en God heeft deze wereld niet geschapen, en God weet niets van deze wereld, was dat voor mij de missing link: “ah, nu begrijp ik waarom niets echt werkt in deze wereld, ik probeer geluk te bereiken in iets wat juist gemaakt is om afgescheiden te blijven van Geluk (Liefde, God, Waarheid, Eenheid)”.
Het was toen nog een voornamelijk intellectueel begrijpen, maar ik was bereid mij de weg te laten wijzen door HG/J in het vertrouwen dat het een stap voor stap proces zou worden naar volledige bewustwording en uiteindelijk volledige terugkeer in de herinnering van Eenheid, God, Liefde.
En stap voor stap door het leren herkennen van al mijn ego gedachten (afscheidingsgedachten) binnen al mijn dagelijkse ervaringen en de bereidheid deze te willen vergeven aan de hand van de Juist gerichte denkgeest (HG/J=oordeelloos kijken) groeit het bewustzijn en de bereidheid deze Stem te volgen in plaats van die van het ego.

Bedenk ook dat zowel ego als HG zich in de ene denkgeest bevinden en niet buiten “mij” of buiten “de ander”, vandaar dat de keuze gemaakt wordt ook binnen de ene denkgeest voor het gemak de keuzemakende denkgeest genoemd.
Vandaar dat “ik” (keuzemakende denkgeest) alleen een keuze kan maken vanuit mijn eigen focus punt in de denkgeest en ik niet voor een ander de keuze tussen ego of HG kan maken.

Op het niveau van de vorm, de wereld van de projectie, doe ik “normaal”, dat wat de regels zijn binnen de wereld van de projecties. Ik help anderen, ik doe boodschappen, sluit verzekeringen af, doe mn deur op slot, voedt de kinderen op, ga na de dokter, neem medicatie, eet gewoon, slaap gewoon, adem gewoon enz.
Alleen het enige verschil is dat als ik aanvaard dat dit alles een projectie is vanuit de denkgeest dat ik kan kiezen of de projectie komt vanuit zonde, schuld en angst (de keuze voor ego dus), of vanuit Liefde (de keuze voor HG/J denkgeest).
Als ik kies vanuit zonde, schuld en angst dan kan ik dat herkennen aan dat ik zelf bepaal wat de uitkomst moet zijn. Bijvoorbeeld de uitkomst moet zijn dat dit of dat conflict met die en die opgelost wordt, of dat ik weer genoeg geld op mn rekening heb, zodat ik eindelijk dit of dat kan kopen, of dat ik een parkeerplaats zal vinden, of dat m’n kinderen gezond blijven en gelukkig worden enz. enz.
Kies ik voor de leiding van de HG/J kant van de denkgeest dan laat ik de uitkomst open en vertrouw erop dat de uitkomst altijd liefdevol zal zijn, hoe het er ook uit mogen zien als projectie.
Vanuit het ego perspectief willen kijken is altijd beperkt. Het ego ziet altijd maar een stukje en kan nooit het geheel overzien, dus kan ook nooit de juiste uitkomst zien en kan dus eigenlijk helemaal geen andere keuze maken, dan alleen vanuit de beperktheid van het ego denken, dat altijd vanuit het geloof in zonde, schuld en angst komt.
Dus iets voor iemand anders bepalen is helemaal onmogelijk, want ik weet niet wat het “beste” is voor de ander, van wegen dat beperkte afgescheiden ego denkgeest standpunt.
Bovendien is wat ik in een ander denk en geloof te zien altijd een spiegel van hoe ik over mijzelf denk als denkgeest. En dat is dan weer kostbaar vergevingsmateriaal, als ik daar voor kies als keuzemakende denkgeest.
Dus als ik de ander als eenzaam zie, dan zie ik een projectie van mijn eigen afgescheiden wil tot afscheiding, en dat ziet eruit als een “iemand anders die eenzaam lijkt”, en de emoties die daarbij horen versterken nog het “waarheidsgehalte”.

Maar diezelfde emoties kunnen echter door de keuze voor vergeving, de keuze voor de gedachte teruggeven aan HG/J, worden hergebruikt, (dus niet ontkend, omarmt, bevestigd, gehaat, aanvaard!) en de denkgeest weer terug herinneren in Eenheid, God, Liefde. En aangezien er ook maar één denkgeest is, wordt de schijnbaar zogenaamde “ander” welke eigenlijk ook alleen maar een stukje van de ene denkgeest is, ook terug herinnerd in Liefde. Dat is de betekenis van de Christus in de ander zien. Het is het terugkoppelen naar de ene denkgeest waar we (de denkgeest) één zijn. Het is niet het “zien” door de ogen, het is een geestelijk zien.

Ik hoop dat ik door dit hele verhaal duidelijk heb gemaakt dat het erg belangrijk is de achterliggende metafysica van de Cursus te kennen en steeds paraat te hebben; dus er is alleen Eén, Waarheid, Liefde, God Denkgeest mogelijk, dus kan er geen afgescheiden dualistische, geprojecteerde wereld vanuit zonde, schuld en angst bestaan. Het is het één of het ander, beide tegelijkertijd is onmogelijk.
Wordt dit niet gezien of ontkend, omdat er toch steeds weer voor het egodenken wordt gekozen, dan blijft ECIW onbegrijpelijk en niet te doen.
En nogmaals geduld is in deze een schone zaak, ECIW doen is meestal een levenslang proces van steeds weer leren opnieuw te observeren en kijken zonder oordeel (dus olv HG/J) naar al mijn gedachten en opnieuw de keuze te maken, niet voor een andere projectie, maar voor het andere gedachten systeem, dat van de Heilige Geest.
Dat is de betekenis van de uitspraak van Helen en Bill: “Er moet een andere manier zijn”, waardoor het proces van het doorgeven van ECIW, door Helen mogelijk werd en ook door “ons” het hele Ene Zoonschap mogelijk werd, mits wij de keuze maken dat toe te laten. Wat uiteindelijk onvermijdelijk is, want er is op Werkelijkheidsniveau niets gebeurt, dat wat lijkt te gebeuren is dus onmogelijk, ook al lijkt het nog zo “echt” en dus alleen geschikt om te Vergeven (heeft het tenminste nog één functie…). Voor het begrijpen wat Vergeven volgens ECIW is verwijs ik naar WdII.1, op blz. 404 van het Werkboek.

Nu ik steeds meer ga inzien dat ten volle ervaren van wat zich aandient absoluut noodzakelijk is in het proces van Ware Vergeving (zie WdII.1.blz.404), waar ik voor gekozen heb, dringt ook meer en meer door dat dat wat ik (be)dacht te zijn en het leven dat ik (be)dacht te leven en mij mijn identiteit leek te geven een grote leugen is.
Nee, niet de uiteindelijke vormen, want dat zijn slechts projecties, (licht)beelden, dus sowieso niet werkelijk, maar de gedachten erachter afkomstig van de denkgeest die dmv het geloof in zonde, schuld en angst, dit allemaal heeft bedacht. Het is letterlijk allemaal een gedachte, niets ervan heeft met een werkelijke Werkelijkheid van doen.
Het is immers allemaal bedacht om aan Werkelijkheid te ontkomen. En dat is zo goed gelukt, dat de verzonnen, bedachte (on)werkelijke wereld met daarin een ‘ikje’ voor echt wordt aangezien, en dat wat Werkelijk werkelijk is daardoor verborgen blijft en daardoor niet meer dan een abstractie is geworden en dus onmogelijk door de zeef van verzonnen onwerkelijke gedachte begrepen, of ervaren kan worden.

Stap voor stap zie ik alle beelden die ‘mijn’ leven lijken te hebben gevormd als komende vanuit de keuze voor zonde, schuld en angst. Zie ik dit onder ogen vanuit dezelfde keuze als waar het vandaan komt, dus voor de keuze van opnieuw zonde, schuld en angst (ego) dan is het gewoon te heftig, want dan lijkt elke keuze in dat wat ik ‘mijn’ leven noem één grote leugen, omdat de keuze voor zonde, schuld en angst één grote leugen is.
Tegelijkertijd geeft dit het noodzakelijke inzicht tot het besef dat er wel degelijk een uitweg moet zijn uit deze leugen. Daardoor krijgt de grote leugen (dat wat ik mijn leven noem) een andere functie, die van het leren terug herinneren in dat wat IS, door elke ervaring ten volle te beleven, precies zoals het zich voordoet en het tegelijkertijd nu te gaan zien als vergevingskans en vergevingsmateriaal. Die keuze is er.

Ja, ik heb dit al vele malen opgeschreven op verschillende manieren, maar ik merk dat het zich nog steeds meer en meer verdiept, stap voor stap en het lijkt bij tijden nog steeds heftiger te worden, maar dat komt doordat het onvermijdelijke ervan ook steeds duidelijker wordt.
Het onvermijdelijke van het besef “Er is geen wereld”, wat dus ook betekent er is geen “Annelies” er is geen leven zoals een “ikje” dat denkt en gelooft te beleven. En ook de onvermijdelijkheid van het beseffen dat de leugen stap voor stap onder ogen moet worden gezien, niets vermijdend, overslaand of overhaastend.
En dan rustend in het besef dat gewoon meegaan met de stroom met alles wat zich daarin aandient de enige kans en keuze is om het zonder het geloof in zonde, schuld en angst onder ogen te kunnen zien, precies zoals het zich voordoet, en het die andere functie te laten geven, die van Ware Vergeving… Dat is een keuze, de enige werkelijke keuze.

Ook is het zo dat ik er steeds minder vaak over lijk te willen schrijven, meer en meer in het besef dat ook erover schrijven als ‘vlucht’ kan dienen voor er echt helemaal in te gaan. Want de opluchting die ik vaak voel na mijn gedachten te hebben opgeschreven is vaak, zo moet ik ook onderkennen, een schijn opluchting.

En het besef dat het alhoewel er slechts een verzonnen persoonlijkheid is, het proces toch een persoonlijk proces is, omdat dat nu eenmaal dat is wat begrepen kan worden, binnen dat wat ervaren wordt. Tegelijkertijd is het wel degelijk een collectief proces, daar er ook maar één waangedachte is (ego) dat aan gespletenheid lijdt en denkt en gelooft uit miljarden persoonlijkheden te bestaan.
Ik zie dus wel of dit het laatste is wat opgeschreven gaat worden, mee met de stroom maar weer…

 

Even een herfstig filosofisch gedachte blokje om in de denkgeest, niet wetende wat er om de volgende bocht zal opdwarrelen in het denken.

Neem even aan dat wat de ‘ik’ nu ervaart een gedachte is, een gedachte gedacht door de denkgeest die deze gedachte denkt en projecteert, zodat er in de gedachte een denk-beeld opdoemt, nog steeds gedacht door de gedachte die denkt. De ‘ik’ kan dan niets anders zijn dan ook een gedachte, gedacht door de gedachte die denkt en projecteert.
Maar wat is de gedachte dan, wat is de denkgeest die denkt?
Het lichaam? Nee natuurlijk niet, want het lichaam is een gedachte van de gedachte die denkt. En een gedachte blijft een gedachte een gedachte verandert nooit in iets anders dan een gedachte. Gedachten zelf zijn veranderlijk, dus projecties (welke ook gedachten zijn en niets anders) ook. Gedachten verlaten nooit hun bron de denkende denkgeest. Gedachten kunnen nooit veranderen in autonome los van de gedachte staande vormen, zoals de wereld, lichamen, dingen en situaties.
Alles is dus alleen maar gedachte, gedacht door de denkgeest die alleen in staat is te denken/projecteren. Nogmaals, projecties zijn 100% gedachten.
Zijn gedachten dan ‘echt’, ‘waar’?
Nee, als ik voorgaande gedachtegang logisch doortrek, dan zijn gedachten ook niet ‘echt’, niet ‘werkelijk’. Waar komen gedachten dan vandaan?
Uit de gedachte dat het mogelijk is te denken dat gedachten waar zijn.
En zo zit de gedachte gevangen in een gesloten gedachten systeem, dat zichzelf in stand houd door zijn eigen gedachten.
En de gedachte kan hier niet mee stoppen, want dan verdwijnt de gedachte in het ophouden van de gedachte, wat nog steeds een gedachte is…

Dit gaat verder dan “wat zou ik zijn zonder deze of deze gedachte”.
Want dan wordt er nog vanuit gegaan dat er een ‘iets’ (ik) is wat iets denkt en daardoor denkt te bestaan.
Wat echter, zou de gedachte zijn zonder de gedachte…
En dan staat de gedachte op het randje van zijn zelf bedachte gedachte wereld, een bedachte gedachte wereld, gedacht met maar één doel, een gedachte zijn en blijven.
De gedachte houdt zichzelf in stand door zijn eigen gedachte en bedachte gedachten en de vraag “wat zou de gedachte zijn zonder gedachte”, roept enorme weerstandsgedachten op.
Waarom? Omdat de gedachte (denkgeest) zonder gedachte niet meer de gedachte kan hebben dat er een gedachte is…

De gedachte die op dit gedachtepunt uitkomt zal er alles aan doen de gedachte gaande te houden om de gedachte, dat er ook geen gedachte is die denkt, dus ook geen denkgeest die denkt, te ontlopen. Daarom komt elke gedachte die gedacht wordt door de denkgeest die denkt dat hij bestaat omdat deze denkt, voort uit angst, vermomd in miljarden gedachte variaties hiervan, welke alleen maar gedacht worden als verdediging tegen het verdwijnen van gedachten…
En dan staat de gedachte aan die afgrond van angst. Een afgrond welke ook een gedachte is bedacht door de gedachte zelf, niet als waarschuwing of als uitnodiging om wel of niet te springen, maar als wederom een gedachte om de gedachte in stand en gaande te houden.

Er is dus ook geen denkgeest die gedachte heeft, dan alleen in de denkgeest die denkt gedachten te hebben en zichzelf daarmee denkt in stand te houden.
Een niet bestaande perpetuum mobile van gedachten…
Hoe daar een einde aan komt?
Wie/wat stelt deze vraag?
Dat kan niets anders zijn dan de gedachte die met deze vraag het perpetuum mobile van gedachten in stand wil houden.

“Er is geen wereld!” (WdI.132.6:2)

Het lijkt een tegenspraak te zijn, aan de ene kant de vaststelling “er is geen wereld” en aan de andere kant de ervaring van in een wereld te leven.
Hoe valt dat met elkaar te rijmen?
Het feit is dat ik mezelf ervaar in wat ik ervaar, ik lijk dáár te zijn waar ik denk en geloof te zijn. Ik denk en geloof een lichaam te zijn in een wereld, en toch is daar altijd die ondertoon van “dit kán gewoon niet waar zijn”. Waar komt die gedachte vandaan?
Misschien ben ik helemaal niet wat ik denk en geloof te zijn, misschien is dat alleen maar een gedachte en een geloof, en soort droom. En houdt enkel en alleen het geloven erin in stand dat wat ik ‘mijzelf’ en de wereld noem.

Het feit dat ik dit kan denken is al genoeg om de herinnering aan kennelijk “iets anders” dan wat ik nu denk te zijn en geloof te weten en ervaren te triggeren en de “deur” te openen uit wat ik misschien wel niet ben (een lichaam, de wereld), naar wat ik wel ben en altijd ben gebleven, wat dat ook mag wezen.
Als ik dit wat ik nu ervaar en de wereld niet ben, dan moet ik wel het “andere” zijn. Het is het een of het ander. Beide kunnen niet tegelijkertijd “bestaan”. Als in, ik kan niet tegelijkertijd dromen én wakker zijn.

Dit proces van bewustwording, kan niet anders zijn dan verwarrend,en pijnlijk, het is als een overgangsrite, waarbij dat wat gedacht werd dat er was, nu als symbool her-gebruikt wordt om weer terug te herinneren in wat van een vage herinnering weer dat wat IS wordt.
Dit moet wel door middel van symboliek gebeuren, want alleen zo kan de betekenis van wat ik dacht dat waar was (een lichaam zijn in een wereld) een andere functie krijgen. Een functie verschuiving van in afscheiding blijven, en daar onbewust van zijn, naar het helpen terug herinneren in dat wat IS, door middel van alles wat eerst als “waar” werd gezien, nu als symbool te gaan zien als de wens terug te herinneren in dat wat IS.
En natuurlijk zijn de woorden “dat wat IS” ook symbolisch, net als alle woorden dat zijn, want het ervaren in een lichaam in een wereld, is juist bedacht om “dat wat IS” te verbergen, te vermommen in dat wat niet is.

Dus de woorden “dat wat IS” is ook slechts een herinnering, en nog niet wat “IS” werkelijk is.
Dat gaat de zich in een wereld gelovende, ervarende denkgeest die denkt en gelooft een lichaam te zijn nog verre te boven.

Het verst, waarbij in acht wordt genomen dat het woord “verst” een afstand en een doel doet vermoeden en beloven, maar ook een symbool is, voor wat geen afstand en doel behoeft in werkelijkheid, het verst dus dat we kunnen komen is bewust worden van de symboliek welke achter wat ik dacht dat waar was (ik als lichaam in een wereld) ligt verborgen. Daardoor wordt het schijnbare waarheidsgehalte van wat gedacht en geloofd werd dat “waar” was langzaamaan stap voor stap “ont-geloofd”.
Waarbij de pijn en het lijden, want dat is, laten we eerlijk zijn toch vooral wat de ervaring is als in een lichaam in een wereld gelovende denkgeest, langzaam aan zal verminderen, waardoor er momenten van “lichtheid” zullen zijn die zich afwisselen met het onvermijdelijke gevoel van “verlies”, een periode van “boven het slagveld” zijn en tegelijkertijd nog ervarend op het slagveld, naar volledig alleen maar boven het slagveld zijn volledig alles overziend en doorziend, naar tenslotte een volledig terug herinneren in dat wat IS.

“Er is geen wereld” en het daaraan gekoppelde er is alleen maar “IS”, kan dan ook niet meer zijn dan een aanname terwijl er nog ervaren wordt in een lichaam in een wereld. Het volledige “er is geen wereld” en dat wat “IS” valt niet meer binnen het “gebied” van de ervaring, van tijd en ruimte.

“Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden langs de weg die hem naar de waarheid voert” (WdI.132.6:2-4).

 

 

 

Alles wat we denken te danken te hebben aan personen en situaties buiten ons, is in werkelijkheid afkomstig en een reflectie van onze eigen beslissing als denkgeest gemaakt in de ene denkgeest voor ego of voor HG.
Dus in werkelijkheid worden we niet geholpen door andere ‘personen’ buiten ons, (er is geen wereld) maar door wat er zich afspeelt in de denkgeest, want we zijn 100% denkgeest.

“Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden langs de weg die hem naar de waarheid voert. Hij zal terugkeren en weer verder gaan, of misschien een tijdje ervoor terugwijken en terugkeren eens weer.” (WdI.132.6:2-5)

We vragen dus altijd hulp in de denkgeest, (ego of HG) ook als we denken hulp te vragen en te krijgen via een of andere vorm (persoon situatie), want dat we dat denken en geloven maakt het nog niet werkelijk, het blijft een geprojecteerde gedachte.
Dus de hulp die we krijgen en terug zien in een of andere vorm is altijd de weerspiegeling van de keuze die gemaakt is om naar toe te gaan voor hulp in de denkgeest.
De verleiding en valkuil kan wel weer zijn dat als we ons, omdat we ons door de geboden hulp in de vorm, weer prettig voelen, we weer helemaal terugkeren in het waarmaken van de vorm, die nu prettiger is en weer als werkelijk wordt gezien.
Dat betekend dan alleen dat de egodenkgeest weer aan het roer staat, niet dat de vorm nu ineens toch echt, echt is geworden.
Het gaat om het doel .

“Waartoe?’ Dit is de vraag die jij in relatie tot alles moet leren stellen. Wat is het doel? Wat het ook is, het zal jouw inspanningen automatisch richting geven. Wanneer je dan tot een doel besluit, heb je een besluit genomen over je toekomstige inspanningen, een besluit dat van kracht blijft tenzij jij van gedachten verandert.” (T4.V.6:8-11)

Wat is het doel, het prettiger krijgen in de vorm, of het Thuis zijn in God, waar Geluk, Vrede en Vreugde de onveranderlijke grondtoon is, van waaruit alles ervaren zal worden onafhankelijk van de vorm waar we in lijken te zitten, zolang we hier nog denken en lijken te zijn.
Je kan in een vreselijke situatie lijken te zitten en je diep ongelukkig voelen, of je kan in een vreselijke situatie zitten en toch in onveranderlijke vrede blijven.
En dat hangt alleen af van de denkgeest waarvoor je kiest om vanuit te denken.
En wat als vreselijk in de vorm wordt bestempeld, voelt alleen vreselijk omdat we ons identificeren met iets wat regelrecht tegen onze ware natuur, denkgeest zijn, indruist.
We voelen ons nooit vreselijk vanwege de vorm, die de oorzaak lijkt te zijn van het vreselijk voelen.
We voelen ons vreselijk, omdat we iets proberen te doen wat niet onze ware natuur is, niet omdat de vorm vreselijk lijkt te zijn.

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.

Dit idee kan, evenals het voorgaande, gebruikt worden bij elke persoon, situatie of gebeurtenis waarvan jij denkt dat die jou pijn bezorgt. Pas het uitdrukkelijk toe op alles waarvan jij gelooft dat het de oorzaak van je onvrede is, en gebruik daarbij de omschrijving van het gevoel in een bewoording die je juist lijkt. De onvrede kan zich voordoen als angst, bezorgdheid, depressiviteit, verontrusting, kwaadheid, haat, jaloezie en nog talloze andere vormen, die je allemaal als verschillend zult waarnemen. Dit is niet waar. Maar tot je geleerd hebt dat de vorm er niet toe doet, is elke vorm geschikt als onderwerp van de oefeningen van de dag. Hetzelfde idee op elke vorm afzonderlijk toepassen is de eerste stap naar de uiteindelijke erkenning dat ze allemaal hetzelfde zijn.” (WdI.5.1)

Als we geholpen worden door ‘anderen’ op een wonderlijke onverwachte manier, dan is dat de weerspiegeling van onze eigen keuze als denkgeest op denkgeest niveau.
De hulp is dus afkomstig van een beslissing en is de beslissing in de ene denkgeest, die alles omvat en niemand uitsluit, ook niet jezelf dus.
De vrede die we dan voelen is dan niet de weerspiegeling van het geloof in vormen die de oorzaak lijken te zijn, maar de weerspiegeling van de Vrede van God en deze Vrede is vormloos en omdat deze vormloos is, zal deze weerspiegeld worden in alles en iedereen die we zien, niets en niemand uitgesloten.

“Het lichaam van jouw broeder laat jou niet de Christus zien. Die is in zijn heiligheid tentoongespreid.
Kies dus zijn lichaam of zijn heiligheid als wat jij wenst te zien, en wat je kiest is wat er voor jou te zien valt. Maar je zult in talloze situaties en in de loop der tijd die geen einde lijkt te hebben, kiezen totdat de waarheid jouw beslissing is. Want de eeuwigheid wordt niet herwonnen door eens te meer Christus in hem te verloochenen. En waar is jouw verlossing, als hij slechts een lichaam is? Waar is jouw vrede behalve in zijn heiligheid?
En waar is God Zelf anders dan in dat deel van Hem dat Hij voor immer in de heiligheid van jouw broeder heeft geplaatst, opdat jij de waarheid omtrent jezelf zou kunnen zien, eindelijk uiteengezet in bewoordingen die je herkende en begreep?” (24.VI.6:7,7:1-6)

Als we toch nog iemand daarvan buitensluiten weten we dat we weer voor egodenkgeest hebben gekozen en het doel weer vormgericht hebben gemaakt.
Dit moet opgemerkt worden en niet ontkend, het is juist goed als het opgemerkt wordt, want dan kan het weer vergeven worden, waardoor het doel weer richting HG gaat.
En zo kunnen we dan het begrip hulpvragen en krijgen opnieuw definiëren. Hulp is altijd afkomstig van de denkgeest, van ego of van HG denkgeest en nooit van een of andere persoon of vorm, en de keuze makende denkgeest maakt de keuze en bepaalt het doel.

Het resultaat van vragen om hulp op HG denkgeest niveau is niet vorm-resultaat-gericht, hoewel de vorm, de personen en situaties dus, de projecties, wel de reminders zijn voor het hulp gaan vragen. Hulp vragen aan HG/J is bevrijd willen worden van zonde, schuld en angst, niet van bepaalde vervelende vormen en situaties.
En als we dan bevrijd zijn van zonde, schuld en angst dan zullen we ook vrij in de wereld staan, zolang we nog in de droom lijken rond te lopen, en alles en iedereen als ‘hetzelfde’ zien als hetzelfde in de ene denkgeest (niet als lichamen, want die zijn allemaal anders op dat niveau) en dus ook niet bang meer zijn de geboden kansen nu zonder angst nu vanuit Liefde in ontvangst te nemen.
De wereld en elke ervaring in de wereld is een symbool en staat symbool voor afscheiding of voor het terug herinneren in Eenheid.

 

 

 

 

‘Er is geen wereld!
Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden langs de weg die hem naar de waarheid voert.
Hij zal terugkeren en weer verder gaan, of misschien een tijdje ervoor terugwijken en terugkeren eens weer.
Maar genezing is het geschenk van hen die bereid zijn te leren dat er geen wereld is en die les nu kunnen aanvaarden. Hun bereidheid zal hun de les aanreiken in een vorm die zij kunnen begrijpen en herkennen.
Sommigen zien die plotseling in hun stervensuur en staan op om haar te onderwijzen. Anderen vinden haar in een ervaring die niet van deze wereld is, en die hun laat zien dat de wereld niet bestaat, want wat zij aanschouwen moet wel de waarheid zijn, en toch weerspreekt dat duidelijk deze wereld. En sommigen zullen haar in deze cursus vinden en in de oefeningen die we doen vandaag. Het idee van vandaag is waar omdat de wereld niet bestaat. En als ze inderdaad het product van je eigen verbeelding is, dan kun jij haar bevrijden van alle dingen die je haar ooit hebt toegedacht, louter door al de gedachten te veranderen die haar die uiterlijke verschijningsvormen hebben verleend.’ (WdI.132.6:2-8:3)

 

‘There is no world!

This is the central thought the course attempts to teach. Not everyone is ready to accept it, and each one must go as far as he can let himself be led along the road to truth. He will return and go still farther, or perhaps step back a while and then return again.

But healing is the gift of those who are prepared to learn there is no world, and can accept the lesson now. Their readiness will bring the lesson to them in some form which they can understand and recognize.

Some see it suddenly on point of death, and rise to teach it. Others find it in experience that is not of this world, which shows them that the world does not exist because what they behold must be the truth, and yet it clearly contradicts the world. And some will find it in this course, and in the exercises that we do today. Today’s idea is true because the world does not exist. And if it is indeed your own imagining, then you can loose it from all things you ever thought it was by merely changing all the thoughts that gave it these appearances.

(WpI.132.6:2-8:3)’

 

Alleen de Heilige Geest kan zien dat wat het ego (ego-denkgeest) ziet en denkt dat het waar is, een droom is, en daarom niet de Waarheid.

 

Dat zien is het werk van de Heilige Geest. En de Heilige Geest is niets anders dan de vertegenwoordiging van wat er werkelijk is: Geest. Het is niet iets ergens buiten, het is wat we (geest) in werkelijkheid zijn.

 

De herinnering aan de Heilige Geest, dat wat we zijn, is aanwezig in alles wat wij denken te zien.

 

Er is geen wereld, er is een droom over een wereld, een universum. De dromer van die droom, is nog altijd geest en niet zijn droom- projecties. De droom- projecties waar maken is het werk van de ego-denkgeest dat gedeelte van de Geest dat droomt van afscheiding, en droomt dat dat de waarheid is.

Maar net als in de slaapdroom, is er niets verandert aan de werkelijkheid. Als de afgescheiden droom- denkgeest ontwaakt bevind deze zich nog steeds veilig rustend in God, in Geest, onveranderlijk héél.

 

Een beroep doen op de Heilige Geest, zodra ik waarneem dat ik de afgescheiden droom-gedachtes als waar zie, is niets anders dan afstemmen op wat werkelijk is: Geest, en het idee van de afgescheiden aparte, ego-denkgeest loslaten en Vergeven, geven aan de Heilige Geest, de brug naar Geest, naar de Werkelijkheid, naar God..

 

Ondertussen speelt de film, de droom van afscheiding, gewoon zijn verhaal van afscheiding af, in eindeloze avonturen van angst/speciale liefdes/heldendom/slachtofferschap/ mooie plaatjes/lelijke plaatjes, zich afspelend in een decor van planeten, natuur,… enz. enz. een spannende film, maar een film, een projectie vanuit de denkgeest, meer is het niet.

 

Niets van dat alles is Waar. De Waarheid  die nooit is weggeweest wordt slechts versluierd door deze droomflarden, die mits gezien voor wat ze zijn: ‘niets’ , in ‘niets’ oplossen…

 

Iedere keer dat ik vergeef, mijn misverstand geef aan de Heilige Geest, want dat is het werk van de Heilige Geest (de herinnering dus van wat werkelijk is) lost er weer een stukje van de (droom) film op.

 

 

 

 

 

 

 

%d bloggers liken dit: