archiveren

Tagarchief: egodenkgeest

…:”De Godsherinnering komt tot een denkgeest in rust”(T23.I.1:1)
“The memory of God comes to the quiet mind” (T-23.I.1:1)
lees ik.
Dat verklaart meteen waarom het onmogelijk is “zelf” de denkgeest tot rust te brengen.
Het zelf doen, betekent altijd het ego-zelf doen, wat hetzelfde is als zelf sabotage. Want het ego gebruikt de chaos en de herrie van de denkgeest juist om te voorkomen dat er zoiets als een “Godsherinnering in de denkgeest in rust” kan ontstaan, want dat betekent einde ego.
En ja, we kunnen de denkgeest trainen rustiger te zijn, door allerlei technieken toe te passen, maar dat resulteert vaak alleen in het veranderen van de egodenkgeest in een “verbeterde” versie, maar het blijft de egodenkgeest, die de egodenkgeest behandelt. Gevalletje van het verzetten van de dekstoelen op de Titanic: zinloos.
Let wel daar is niets mis mee, er is niets mis met het ervoor zorgen dat je leven tijdelijk wat draaglijker wordt, maar dat is niet wat ECIW ons aanbiedt. ECIW gaat over het terug herinneren van het Onveranderlijke, Eeuwige, dmv vergeven van alles wat veranderlijk is (de ondraaglijkheid en de tijdelijke draaglijkheid van het leven), waardoor vanzelf het Onveranderlijke Ene, de “Godsherinnering” overblijft.

De denkgeest “zelf” tot rust brengen kan niet, hooguit tijdelijk, wat wel kan en verder voert dan tijdelijk, is te kijken (samen met de Juist gerichte denkgeest J/HG) naar alle onrust (groot en klein en alles daar tussen) die ik waarneem in mijn denkgeest en deze vergeven. Dat is het enige middel dat de denkgeest werkelijk tot rust kan brengen en de “Godsherinnering” weer zal doen terug herinneren.
En dat “kijken” kan altijd en overal, zowel midden in het heetst van de strijd, op je meditatiekussentje, krukje in een grot bovenop een berg, lopend op straat, midden in de drukte van de stad, in de buurt super, in een rustig bos, midden op zee, gewoon thuis op de bank, in je bed, in bad, in de tuin, tijdens je werk, in de auto, in de file, op de fiets, eindeloos veel mogelijkheden waarin ik de keuze kan maken voor totale identificatie met de herrie van het egodenken of kan kiezen voor kijken samen met HG/J vanuit de rust van boven het slagveld te worden getild en vanuit dit allesomvattende overzicht de vergissing wordt gezien en kan worden vergeven waarna de Godsherinnering heel natuurlijk zal worden herinnerd.

 

Het grote misverstand is dat er een “ik” lichaam is dat iets doet. Een “ik” lichaam dat nu zit te typen.
Er is geen “ik” lichaam die nu zit te typen er is de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand (“the outside picture of an inward condition” (T21.In.1:5)).
Dit kan nooit ten volle meteen echt begrepen en aanvaard worden, ook al is er misschien een intellectueel begrijpen en zelfs een ogenschijnlijke bereidheid.
Er is alleen een klein beetje bereidheid nodig, van het vermoeden dat het wel eens waar zou kunnen zijn, ook al wordt het nog niet ervaren en werkelijk begrepen.
Het feit dat dit gedacht kán worden, doet vermoeden dat het mogelijk is. En dan is alleen een klein beetje bereidheid om in dat vermoeden mee te gaan voorlopig genoeg.

Het is ook een misverstand dat er een “ik” lichaam is dat een beetje bereidwilligheid kan tonen, dat is onmogelijk.
Er is alleen de bereidheid van de zich openbarende tot dan toe verborgen herinnering van de waarnemende denkgeest (de innerlijke toestand) die de waarde van zijn uiterlijke weergaven (projecties) in twijfel gaat trekken en opnieuw wil leren kijken, nu bewust vanuit de innerlijke toestand die nu in staat is tot waarnemen en beseft dat er een andere keuze gemaakt kan worden. En ja dit wordt nog steeds ogenschijnlijk ervaren door een “ik” lichaam, maar nu wordt dat gezien en ervaren als de uiterlijke weergave van de innerlijke toestand, en die innerlijke toestand is de bewustwording van dit alles van de waarnemende denkgeest, waarbij dus de denkgeest de bron is en niet de “ik” het lichaam.

Als de andere keuze dan gemaakt wordt, zal dit nog steeds lijken te gaan via de “ik” het lichaam, omdat de bron, de denkgeest (de innerlijke toestand), voor dat wat gewend is te geloven een lichaam te zijn nog totaal een abstract idee is en niet als zodanig begrepen kan worden.
Daardoor verandert de de functie van de projectie “ik” lichaam totaal.
De “ik” het lichaam op zich wordt dan niet meer gezien als de bron, maar de innerlijke toestand (de denkgeest). Een innerlijke toestand die nu herkend kan worden in de uiterlijke weergave daarvan.
En die innerlijke toestand is of angst/liefde, de dualiteit van de egodenkgeest, of de non-dualistische Liefde die nog totaal abstract is en niet gevangen kan worden in woorden zoals Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Ook de betekenis en de functie van woorden zal verschuiven van het letterlijk nemen van woorden en hun betekenis naar een symbolische betekenis, omdat ook woorden een uiterlijke weergave zijn van een innerlijke toestand, dus voor ego doeleinde of voor terug herinneren in waarheid kunnen worden (her)gebruikt.

“Strikt genomen spelen woorden helemaal geen rol bij genezing. De motiverende
factor is gebed, of vragen. Waar je om vraagt, dat ontvang je.
Maar dit verwijst naar het gebed van het hart, niet naar de woorden die
je bij het bidden gebruikt. Soms zijn de woorden en het gebed met elkaar
in tegenspraak, soms stemmen ze overeen. Het is van geen belang. God
verstaat geen woorden, want die zijn gemaakt door afgescheiden denkgeesten
om hen in de illusie van afgescheidenheid te houden. Woorden
kunnen behulpzaam zijn, vooral voor de beginner, om je te helpen concentreren
en het gemakkelijker te maken irrelevante gedachten buiten te
houden of op zijn minst te beheersen.
Laten we echter niet vergeten:
woorden zijn slechts symbolen van symbolen. Ze zijn daarom dubbel
van de werkelijkheid verwijderd.
Als symbolen hebben woorden heel specifieke verwijzingen. Zelfs wanneer
ze uiterst abstract lijken, neigt het beeld dat zich in de denkgeest aandient
ertoe zeer concreet te zijn. Als er geen specifieke verwijzing in de
denkgeest opkomt in samenhang met het woord, heeft het woord weinig
of geen praktische betekenis en kan het zodoende het genezingsproces
niet helpen” (H.21.1:1-10,2:1-3).

Het nog niet kunnen herkennen/herinneren van de totaal abstracte Liefde van God, roept heel veel (verborgen) angst/weerstand op, daar angst/weerstand het mechanisme is wat juist bedacht is om de Liefde van God te verbergen en er wat anders voor in de plaats te zetten, namelijk de innerlijke toestand en de uiterlijke weergave van de egodenkgeest die alleen maar voor angst kán kiezen.
En aangezien de bron de innerlijke toestand, in dit geval angst/weerstand, verborgen moet worden gehouden, zal alleen de uiterlijke weergave ervan als oorzaak en gevolg worden gezien en letterlijk worden genomen en op dat niveau bevochten en bestreden. Wat niet werkt, hooguit slechts tijdelijk, daar de uiterlijke weergave van de innerlijke toestand van angst (ego) alleen maar tijdelijk kan zijn in tegenstelling tot de innerlijke toestand van de zich herinnerende denkgeest, welke in contact komt met het Onveranderlijke en de uiterlijke weergave alleen zal zien als een reminder om opnieuw te kiezen. Want zoals les 5 zegt “ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”. Oftewel “ik voel (de innerlijke toestand), nooit onvrede om de reden (de uiterlijke weergave) die ik denk”.
Gevolgd verderop door wat les 34 zegt:
“Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.” Wat de keuze voor de bereidwilligheid om het “anders” te zien is.

Hoe dan ook het is nooit de “ik” het lichaam die iets doet en de bron is van alles wat ik denk en geloof te ervaren, het is altijd de denkgeest (let op, niet het brein) welke de bron is van alles wat ik denk en doe. En er zijn maar twee keuzemogelijkheden op denkgeest niveau:
1. de keuze voor angst (ego), waarbij de innerlijke toestand, de keuze voor angst, wordt vergeten en alleen de uiterlijke weergave van de verborgen gehouden angst gezien wordt en als waar wordt aangenomen.
2. de keuze voor Heilige Geest, het symbool voor de terugkerende herinnering in de aan ontwaken toe zijnde denkgeest, waarbij bewust wordt dat de onbewust gehouden keuze van de (ego)denkgeest voor angst de bron is (de innerlijke toestand), en dat wat lijkt te gebeuren in “mijn leven” de uiterlijke weergaven daarvan is en juist de ontkenning van waarheid is.

Dat (de innerlijke toestand (denkgeest)) wat “mijn leven” (een uiterlijke weergave) ervaart krijgt nu de functie van de zich bewust zijnde waarnemende/keuzemakende denkgeest die onderscheid leert maken tussen de keuze voor angst of voor Heilige Geest en nu heel bewust opnieuw een keuze kan maken.

Onderschat niet de kracht van de egodenkgeest.
De bron, de kracht, en de motor van de egodenkgeest is “geloof”.
Enkel en alleen “geloof” houdt de egodenkgeest in stand.
Enkel het terugnemen van “geloof” kan de egodenkgeest doen oplossen als het “niets” wat het is: een geloof.
Want wat is “geloof” anders dan een “geloof”, een gedachte, een nietig dwaas idee.

“Geloof” kan alleen effect hebben op dat wat uit “geloof” is ontstaan. Dat wat uit “geloof” is ontstaan is nog steeds “geloof”, het verandert niet ineens in “waarheid”.
“geloof” zelf is enorm krachtig, door het “geloof” zelf.
“Geloof” kan bergen verzetten, omdat de berg zelf ook een “geloof” is.
Alles wat ik “geloof” te zien, is dus inderdaad ook een “geloof”.
En zo wordt de denkgeest geconditioneerd door “geloof”.
Ik “geloof” dat ik een mens ben, ik “geloof”dat ik Annelies heet, dat ik een vrouw ben, dat ik…. een bijna eindeloze hele lijst conditioneringen over wat ik “geloof” te zijn.
Alles wat ik denk, letterlijk iedere gedachte die ik heb, inclusief de gedachte dat er een ik is, is “geloof”.

Ik (wat een geloof is, dus lees elke volgende “ik” maar als “geloof”) “geloof” dat er een ik is in een wereld waar van alles gebeurt. Aangezien die wereld ontstaat uit de keuze voor het denken en geloven in afscheiding, het egodenken, en dus het tegenovergestelde moet zijn van waarheid, eenheid, liefde, God, richt ik mijn “geloof” op het tegenovergestelde daarvan, het “geloof” in onwaarheid, tweeheid, haat en een god versie die denkt vanuit zonde, schuld en angst.

Nu geheel gelovend en opgaand in dat “geloof”, kan ik (ander woord voor geloof) niet anders dan dat “geloof” uitbreiden vanuit het “geloof” in onwaarheid, tweeheid, haat met altijd op de achtergrond het geloof in een oplettende god, zodat er altijd een vaag gevoel van zonde, schuld en angst op de achtergrond van alles wat ik denk/doe loert.
Dit “geloof” in zonde, schuld en angst bepaalt nu mijn hele leven en ben ik (geloof) totaal vergeten dat er alleen maar  “geloof” aan ten grondslag ligt en verder helemaal niets.

Zolang ik (geloof), “geloof” in alles wat ik (geloof) “geloof” te zien en “geloof” te doen, is “geloof” in afscheiding veilig en zal dat “geloof” zich blijven uitbreiden, tot het “geloof” erin gaat wankelen en de “gelover” zich al is het maar heel even, zich ineens afvraagt…. “is dit wel zo?”.
Dat kan dan het signaal zijn om “geloof” stap voor stap te laten ontmaskeren, gedachte voor gedachte, te laten ont-geloven.

Dit is wat ECIW ware vergeving noemt, het ego “geloof” laten vervangen door Heilige Geest “geloof”, een “geloof” dat weet dat er niets gebeurt is dan enkel “geloven” dat er iets gebeurt is.
En ja, het is nog steeds “geloof”, omdat wij die “geloof” zijn alleen die taal kunnen begrijpen, maar nu omgekeerd her-gebruikt wordt, zodat kan worden teruggekeerd naar dat ene nietig dwaas idee (“geloof”), dat afscheiden van waarheid, eenheid, liefde, God wenselijk en mogelijk is.

Onderschat de kracht van het egodenken als “geloof” niet, en dat dat “geloof” niet zomaar in één keer op kan houden. Het is een geleidelijk proces van stap voor stap ont-geloven, met een groeiend vertrouwen dat ik (geloof) en de wereld en alles wat ik (geloof) zie en ervaar niet is wat ik (geloof) “geloof” dat het is.
En dat elke angst gedachte die de in een “ik” gelovende gedachte in dit proces van ont-geloven tegen kom slechts ook maar weer “geloof” in verdediging is, niet meer en niet minder.
Uiteindelijk is het verdwijnen van “geloof” onvermijdelijk, omdat er in werkelijkheid niets anders gebeurt is dan erin geloven…
En met het verdwijnen van “geloof” verdwijnt ook vanzelf de “ik” en de wereld, omdat het slechts een geloof is wat geloofd wordt.

“En als je bemerkt dat je weerstand sterk en je toewijding zwak is, ben
je er nog niet klaar voor. Vecht niet tegen jezelf” (T31.I.1:6-7).

Zoals dat met alles zo gaat, als je ergens niet aan toe bent, en toch iets doet, omdat een ander je verteld dat dat toch wel een goed idee zou zijn, of dat het beter voor je is, of dat die en die bepaalde methode of leergang je leven zal verbeteren, of de wereld zal verbeteren, dan werkt het gewoon niet, omdat je onbewust jezelf zult gaan saboteren en dan een ander of jezelf of de leergang de schuld zult gaan geven van je zogenaamde falen.

En omdat je hiermee alleen jezelf aan het saboteren bent zal je dus ook niet zien dat je dan ook weer gewoon voor het geloof in zonde, schuld en angst kiest en daar zelf voor kiest, omdat je helemaal niet iets anders wilt leren zien, ook al lijk je voor een enorme bereidwilligheid te kiezen.
Die enorme bereidwilligheid kan zich namelijk ook vermommen als in het aanpassen van de leergang aan de eigen zogenaamde ego-bereidwilligheid, een hele slimme sabotage truc van de egodenkgeest, waar we (keuzemakende/waarnemendedenkgeest) dus zelf voor kiezen, want de egodenkgeest is weliswaar illusoir, maar in die hoedanigheid wel onderdeel van de ene denkgeest en slechts een illusoire keuzemogelijkheid.
Dus nogmaals:

“En als je bemerkt dat je weerstand sterk en je toewijding zwak is, ben
je er nog niet klaar voor. Vecht niet tegen jezelf” (T31.I.1:6-7).

Als iemand echt bijvoorbeeld ECIW wil gaan doen (of iets anders) en het echt als zijn\haar pad wil zien dan zal het ook werken, ook al zal het niet gemakkelijk zijn, omdat we toch al onze weerstandsgedachtes onder ogen moeten leren gaan zien, zodat we ons weer gaan herinneren dat we denkgeest zijn en niet een lichaam en kunnen ontwaken uit deze vreemde droom.
Dat waar de denkgeest aan toe is, is dat wat op je pad komt en het zal werken als je het ook toe laat en je luistert naar je natuurlijk verlangen terug te herinneren in Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

“Les 185
Ik verlang de vrede van God.

  1. Deze woorden uitspreken is niets. Maar deze woorden menen is alles.
    Als je ze maar één moment kon menen, dan zou voor jou geen verdriet
    meer mogelijk zijn, in welke vorm, en waar of wanneer dan ook. De
    Hemel zou weer geheel tot het volle bewustzijn zijn gebracht, de
    Godsherinnering totaal hervonden, en de opstanding van heel de schepping
    volledig zijn beseft” (WdI.185.1:1-4).

Even een kanttekening hierbij; met “dan zou voor jou geen verdriet meer mogelijk zijn..” wordt niet bedoeld dat je geen verdriet meer ziet en niet meer empathie kunt opbrengen voor de ander, of leed en lijden negeert en alleen nog maar in je eigen geluksbulbje rond drijft.
Integendeel zelfs, je zwelgt niet meer in je verdriet of dat van een ander. Je neemt het waar, ervaart het, maar tegelijkertijd vergeef je je eigen gedachten erover, zodat het geloof in zonde, schuld en angst verdwijnen en je juist enorm werkelijk behulpzaam zult kunnen zijn, maar nu vanuit Liefde.
Geven en ontvangen zijn dan gelijk. (leestip T16.I.Ware inleving)

Zoek je je heil en verlossing toch buiten je, in of door een ander, of in of door iets anders en voel je je daar afhankelijk van, dan is het enige wat je doet de leiding van je ego kant van je denkgeest kiezen.
Maar men kan altijd opnieuw kiezen, steeds weer,  want ontwaken uit de illusoire droom is onvermijdelijk.

Al lijkt een conflict met wie, wat, waar dan nog zo intens, vreselijk en onoverkomelijk, of zo klein dat het niet eens opvalt als zijnde een conflict, het is nooit de verschijning waarin het lijkt te verschijnen en ervaren wordt welke de oorzaak is. De oorzaak ligt altijd in de onbewust gehouden keuze voor de egodenkgeest die geprogrammeerd is om op elk moment binnen het geloof in ruimte en tijd voor afscheiding te kiezen en dit voortdurend elke seconde van de tijd projecteerd, zodat het lijkt alsof er zich een conflict buiten een ‘mij’ plaatsheeft en daardoor verbergt dat er alleen een keuze is gemaakt op denkgeest niveau. de keuze voor afscheiding.

Dat is de betekenis van “ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (les 5).

Als we dan geaccepteerd hebben dat een conflict zich enkel en alleen in de keuze voor egodenkgeest bevindt, om de reden dat er voor afscheiding wordt gekozen, kan ook gezien worden (dankzij de bereidheid dat te willen zien), dat het conflict wat zich schijnbaar vertoont buiten mij, slechts een projectie, een lichtbeeld is van de keuze voor het innerlijke conflict gemaakt in de denkgeest welke voor afscheiding (ego)  kiest en dat dus dan ook ervaart als afscheiding, gevoeld als een of ander groot of klein conflict.

De egodenkgeest is dus de keuze voor afscheiding. En afscheiding betekent dat er ergens van afgescheiden is, iets wat eerst heel was en nu kennelijk niet meer.
Heelheid, Eenheid, kan in werkelijkheid niet opgesplitst worden, want dan is het geen Eenheid meer. Dit kan alleen ogenschijnlijk gebeuren door te geloven dat het wel mogelijk is.
Het verschijnsel egodenkgeest is dus niets anders dan een geloof.
Dientengevolge is alles wat afkomstig is vanuit het egodenken, en dat is elke afgescheiden conflict gedachte, oftewel onze ervaring van een wereld, ook wel dualisme genoemd, ook een geloof.
Ik (het geloof een lichaam te zijn) kan ogenschijnlijk binnen het onveranderlijke Eén toch kiezen voor twee, afscheiding, dualisme en geloven dat dat waarheid is.
Maar aangezien waarheid, éénheid door wat het is nooit dualistisch kán zijn is alles wat ik ervaar als lichaam in een wereld niet waar. Het is slechts een fantasie, een droom een illusie, van dat het mogelijk is van één twee te maken.

Dus als ik een heftig conflict lijk te hebben met iets of iemand is dat een poging om van één twee te maken. En aangezien dat onmogelijk is, ook al wordt het conflict als zeer heftig en echt ervaren binnen de droom van afscheiding, het is en blijft onmogelijk, de werkelijke verbinding van éénheid blijft ongeschonden en onveranderlijk intact.

En dit hele mechanisme van afscheiding kan pas echt worden doorzien als het helemaal doorleeft wordt zoals het zich voordoet in wat mijn leven wordt genoemd en zich als bijvoorbeeld conflicten voordoet en tegelijkertijd vanuit dit “weten” oordeelloos wordt geobserveerd. Dat observeren gebeurt door de waarnemende/keuzemakende denkgeest, waar men gedurende het proces van ontwaken steeds meer verbinding mee gaat voelen.
En daardoor kan er vanuit die oordeelloze observatiepost opnieuw een keuze worden gemaakt, nu heel bewust.

Het is zeker niet de bedoeling om dat wat zich voordoet te ontlopen, omdat dit afscheidingsmechanisme alleen intellectueel begrepen wordt, want daardoor wordt de ervaring, welke het enige middel is waardoor echt geleerd kan worden, overgeslagen, wat niets anders is dan ook weer een truc van de keuze voor het egodenken.

Aangezien er alleen maar één is, dat alles omvat, dus ook het geloof in een egodenkgeest, kan een conflict, hoe schijnbaar heftig dan ook, nooit voor werkelijke afscheiding zorgen.
Dus ik kan een heftig conflict hebben met iemand, die ik misschien nooit meer wil zien, ondertussen blijft de werkelijke verbinding, die van de Geest volledig ongeschonden in tact.
Dat betekent ook dat het op ervaringsniveau niet echt uitmaakt of na vergeving het op ervaringsniveau weer helemaal koek en ei wordt in een conflict, want dat is nu eenmaal het egoscript, wat immers gemaakt is om voortdurend conflict (afscheiding) te generen. Binnen het egodenken zal dat nooit veranderen. Binnen dat niveau blijven conflicten bestaan, die op dat niveau ook wel schijnbaar opgelost kunnen worden, maar eigenlijk alleen het conflict een andere wending geven waardoor die als beter kan worden ervaren, maar altijd een compromis blijven en altijd in een andere vorm weer vroeg of laat oplaaien.

Er kan alleen maar ware genezing plaatsvinden op denkgeest niveau als de keuze wordt gemaakt voor ware vergeving. Vervolgens zal er op projectie niveau dat ervaren worden wat het meest liefdevol is, en dat kan werkelijk alles zijn. Het conflict kan op ervaringsniveau blijven bestaan of niet, maar het zal doordat ware vergeving heeft plaatsgevonden ánders ervaren worden op denkgeest niveau. Zodra ik mij op ervaringsniveau ga bemoeien met de door mij gewenste uitkomst dan maak ik gewoon weer de keuze voor egodenken, voor een ego oplossing, dus voor afscheiding.

Steeds weer terugkeren naar de bron, de denkgeest is daarom het belangrijkste, en de enige beslissing die gemaakt moet en kan worden, want alleen daar kan genezing van de denkgeest plaatsvinden, terwijl op projectieniveau de film, het script zich gewoon afspeelt en nu een symbolische betekenis en functie krijgt, een reminder om steeds maar weer terug te gaan naar de denkgeest, welke de bron is van alles wat ik denk en geloof te ervaren, de enige “plek” waar opnieuw gekozen kan worden, en de enige “plek” waar ware genezing kan plaatsvinden, via ware vergeving.

 

 

 

De egodenkgeest is altijd op zoek naar schuldigen buiten zichzelf, om te ontkomen aan de pijn van het geloof in schuld, waardoor de pijn en het lijden juist alleen maar nog meer toenemen.Er is geen uitweg uit pijn en lijden, zolang het geloof in zonde, schuld, angst serieus genomen wordt…
Eén probleem: het geloof en het serieus nemen van zonde (verleden),schuld (heden), angst (toekomst)
Eén oplossing: Ware Vergeving (WdII.1).

Het middel: mijn dagelijkse leven; elke persoonlijke ervaring/gedachte zien als vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Als ik op wat voor manier dan ook in onvrede ben, van de kleinste irritatie, tot de grootste opwindingen van woede en alles wat daar tussen zit, is mijn vraag niet, (1) dit moet ophouden, maar is de uitnodiging hier (2) anders naar te leren kijken.
De eerste vraag: ‘dit moet ophouden’ is een ego vraag, want de vraag is alleen gericht op de vorm waarin de irritatie t/m de woede zich uit lijkt te spelen en die vraag gaat, als ik eerlijk durf te kijken, altijd gepaard met vormen van schuld en angst.
De tweede vraag: ‘ik wil hier anders naar leren kijken’, laat de irritatie en de woede voor wat het is, omdat dat niet de oorzaak is, en alleen een reminder is om terug te gaan naar de bron de denkgeest, daar waar ik eerst onbewust koos voor zonde, schuld en angst en nu de uitnodiging volg deze keuze te vergeven en open te staan voor ‘de andere manier’.
Vervolgens vul ik niet in hoe ‘die andere manier’ er uit moet zien, ik heb immers geen idee van wat voor mij en voor de ander het ‘beste’ is.

De liefdevolle benadering van HG is een hele andere benadering dan wat de egodenkgeest verstaat onder ‘liefdevol’.
En aangezien ik, die denkt en gelooft een lichaam te zijn in een wereld te midden van andere lichamen, dingen en situaties, en voor wie “Liefde van God” totale abstractie is, kan ik alleen dat herkennen binnen wat ik ken omdat ik het geloof. Dus ik heb het herkennen van mijn keuze voor zonde, schuld en angst nodig en dat kan ik alleen herkennen in wat ik ervaar binnen mijn geloof in zonde, schuld en angst, binnen het denkkader van de egodenkgeest.
Dit herkennen binnen het ervaren kan dan als ik daartoe bereid ben en de (keuzemakende/waarnemende) denkgeest eraan toe is, als vergevingsmateriaal en vergevingskans dienen. Wat vervolgens de uitkomst is van ware vergeving kan ik niet weten want ik weet immers niet wat in mijn hoogste belang is, dat gaat mijn beperkte ego denkvermogen ver te boven.
Ik kan natuurlijk zeggen dat Gods Liefde mijn hoogste belang is, dat is ook zo, maar nogmaals we hebben geen idee wat dat precies betekent. En de ego kant van de denkgeest zal altijd meteen als eerste klaar staan met precies te vertellen hoe de uitkomst er uit moet gaan zien. Het luisteren naar die zachtere altijd oordeelloze ‘stem’ van HG/J is iets wat geleerd dient te worden. En het vertrouwen in het geleerde zal groeien naarmate de bewijzen worden aanvaard door de bereid zijnde en er aan toe zijnde denkgeest.

Een tekst uit het Handboek voor leraren helpt mij altijd weer hieraan te herinneren:

“De leraar van God aanvaardt de woorden die hem geboden
worden en geeft zoals hij ontvangt. Hij beheerst niet de richting van
zijn spreken. Hij luistert en hoort en spreekt.

5. Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst
van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. En wat hij hoort kan
zonder meer heel verbijsterend zijn. Het kan ook ogenschijnlijk helemaal
niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet,
en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid
lijkt te brengen. Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde
hebben. Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld
dat hij achter zich zou kunnen laten. Vel geen oordeel over de woorden
die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. Ze zijn veel wijzer dan
de jouwe. Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen.
En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn
Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de
Hemel zelf” (H21.4:7,5:1-9)

Hetzelfde dat er voor zorgt dat er geconditioneerde gedachtes in de hersenen worden gegrift en dus denkt en gelooft dat dat mogelijk is, even voor het gemak de egodenkgeest genoemd, hoewel vermomd als een lichaam dat daartoe instaat zou zijn, datzelfde (ego)denksysteem (want dat is het)  kan dat litteken niet ongedaan maken, hooguit veranderen.

Alles wat op dat niveau aan genezing lijkt plaats te vinden, is geen genezing, maar gewoon een andere toestand binnen het dualisme van de egodenkgeest.
Een ziek lichaam of een gezond lichaam, zijn beide een geconditioneerde egogedachte, die de beide dualistische zijde van het egodenken uitbeelden.

Dit is geen oordeel over goed of fout, maar gewoon zoals dat werkt als denksysteem binnen het dualisme van de egodenkgeest. De egodenkgeest kan niet anders dan op deze manier denken. En denken en geloven dat de hersenen de bron zijn van het denken.

Zolang dit niet wordt gezien is de denkgeest niet toe aan ontwaken.
Ook dat is geen oordeel, het is niet goed of fout, het is een oordeelloze constatering van de waarnemende denkgeest, van boven het slagveld.

Wordt dit gezien, herkend en onderkend, dan geeft dat aan dat de onnatuurlijke kramp wat het geloof in het egodenken eigenlijk is, niet langer meer vol te houden is en de denkgeest er kennelijk aan toe is zich terug te herinneren in wat het eigenlijk is.

Dan kan een lang en heftig proces van ongedaan maken beginnen.
Niet het ongedaan maken van de geconditioneerde gedachtes in de hersenen die het lichaam ziek maken of gezond, want dat leidt alleen tot andere geconditioneerde gedachten, binnen het nog steeds egodenken, zoals we al geconstateerd hebben. Ook niet het ongedaan maken van het egodenken door het te ontkennen en af te doen als ‘niet bestaand’ en er voor in de plaats een betere spirituele versie te bedenken, maar een uitnodiging tot ongedaan maken als in het laten vallen in “er moet iets anders zijn, dit kan niet waar zijn”, waarbij al die geconditioneerde egogedachten geen betekenis meer hebben op zichzelf en in zichzelf, maar alleen nog maar een reminder zijn voor: “dit is het niet”. Niet als ontkenning, maar als vaststelling.

Als dit besluit is genomen door de (waarnemende) denkgeest die omdat deze er aan toe is er aan toe is, en niet door de (ego)denkgeest die graag ‘spiritueel’ wil zijn, als een soort betere variatie op ‘ego’ zijn, wat alleen zal resulteren in een spirituele egodenkgeest, dan zal het proces van ongedaan maken zich vanzelf voltrekken, waarbij het voorheen egogedachten materiaal zal worden hergebruikt als vergevingsmateriaal en daardoor een heel persoonlijk proces lijkt te zijn. We lopen dan ons schijnbaar eigen persoonlijke labyrinth, dwars door al onze dualistische ervaringen heen, terug naar het ene punt, omdat het onvermijdelijk is terug te herinneren in ÉÉN.

‘Angst is een slechte raadgever’, luidt het gezegde en ook ‘Al waar we bang voor zijn is de angst zelf’.
Maar bedenk wel dat de wereld een projectie is vanuit de keuze voor angst. Dat betekent maar één ding dat vechten tegen angst of voor angst nooit werkt en juist angst versterkt, en dat is nu precies het ‘verlossingsplan’ van de keuze voor het egodenken.
Het slimme plan van de egodenkgeest is de toedracht van waar het in gelooft te verbergen. De egodenkgeest moet wel in angst geloven, want dat is wat het ego is; het geloof in angst. Angst weg = ego weg. En dat is een heel angstige noodzakelijke gedachte voor de egodenkgeest die zichzelf in stand houdt juist door deze gedachte. Zie daar de vicieuze gesloten gedachte cirkel van het egodenken.

Deze twee bekende hierboven genoemde uitspraken zijn een hele slimme truc van het egodenken en verbergen juist het omgekeerde: Angst is een perfecte raadgever voor het in stand houden van angst en we juichen stiekem angst toe, want de angst voor de angst houdt angst in stand. En dat is precies wat we willen, angst in stand houden als verdediging tegen wat nog veel erger is (in onze door angst gek geworden, waanzinnige denkgeest), namelijk Eenheid, Waarheid, Liefde God. Daarom zal er binnen het geloof in een werkelijk bestaande wereld geen oplossing gevonden kunnen worden tegen vormen van angst, want dat wordt door de keuze voor egodenken gezien als zelfmoord, einde ego. Tegelijkertijd wordt zelfmoord door het egodenken gebruikt om juist in angst = afscheiding te blijven.

We zien dus al die uitingen van de keuze voor angst buiten ons geprojecteerd in alles, schijnbaar in grote angsten en in kleine angsten en in schijnbare tegenstellingen van angst: liefde, welke ook niets anders is dan de andere zijde van de egomedaille. Er is geen rangorde in angsten, angst is angst.
Zowel de schreeuwers die gebruik maken van de dynamiek van angst als de schreeuwers die dit afkeuren en de ‘andere’ vervloeken, als de in stilte lijdende zwijgers, beelden alleen maar de beide duale zijde van het egodenken uit, en schreeuwen en verzwijgen beiden maar één ding: alles liever dan Eenheid, Waarheid, Liefde God. En overschreeuwen zo het werkelijke natuurlijke stille verlangen naar het terug herinneren in Eenheid, Waarheid, Liefde, God…

%d bloggers liken dit: