archiveren

Tagarchief: een nietig dwaas idee

Ceci n’est pas une pipe.

 Afbeelding

Dit is niet een pijp, inderdaad dit is een afbeelding van een pijp het is niet de pijp zelf, maar is de pijp zelf wel echt wat het lijkt te zijn?
Is het ooit iets anders dan een projectie?

Picture of me 1 (2)

Dit is niet Annelies, inderdaad dit is een afbeelding van Annelies het is niet Annelies zelf, maar is het lichaam ‘Annelies’ wel echt wat het lijkt te zijn?
Is het ooit iets anders dan een projectie?
Dat waar de afbeelding een verbeelding van is, is ook een verbeelding, namelijk een projectie van de gedachte die een lichaam ‘Annelies’ projecteert.  Er is dus nooit een lichaam ‘Annelies’, het is en blijft altijd een projectie.
En een projectie is nooit wat het lijkt te zijn, het is en blijft een projectie. Is de gedachte die projecteert dan misschien echt?
De gedachte die in staat is tot projecteren is wat ECIW een nietig dwaas idee noemt en door dit nietig dwaas idee serieus te nemen wordt de projectie verwezenlijkt en tot werkelijke gevolgen in staat geacht.
Is de projectie ‘Annelies’ tot werkelijke gevolgen in staat? Neen, net zomin als een figuur op een filmdoek werkelijk is en tot werkelijke gevolgen in staat is.
De oorzaak is altijd gelegen in de denkgeest, wat daar gedacht wordt is de oorzaak en het gevolg van wat de projectie lijkt uit te voeren.
De projectie, het lichaam, kan niets uit zichzelf, het is en blijft slechts een projectie vanuit de ene egodenkgeest, die zijn best doet om afgescheiden te blijven van zijn ware aard: denkgeest, door simpelweg te vergeten dat ‘hij’ denkgeest is en daardoor de dromer van de droom.
En droom genoemd, omdat het net als een droom, niet werkelijk is, maar alleen maar een gedachte symboliseert.
En de ene egodenkgeest kan alleen maar angst gedachtes symboliseren en projecteren. En doet dat vol overgave, zo worden er miljarden angstige filmpjes geprojecteerd waarbij lichamen centraal staan die doordat het velen lijken te zijn in staat zijn oorzaak en gevolg te zijn.
De ene egodenkgeest is nu volledig opgegaan in identificatie met lichamen die het zelf projecteert. Eén is veel geworden en de chaos is compleet. We zien door de bomen het bos niet meer en we zien de projecterende gedachte achter de bomen die het bos niet meer zien niet meer.

Nee dit is niet een pijp, dit is niet ‘Annelies’, dit is niet de wereld, dit is niet wat ik ben, dromen zijn niet waar, een projectie is een projectie, is een projectie, is een projectie…. ‘Niets wat ik zie… betekent iets… WdI.1, Ik begrijp niets wat…zie WdI.3 enz.

En zo begint dan de weg terug uit de droom van de egodenkgeest, door het terugnemen van al die dromen in de denkgeest en deze te vergeven, waardoor ze verdwijnen één voor één en oplossen in waar ze geboren werden als een nietig dwaas idee, uit het ‘niets’.

Wat blijft dan over? Waarheid en Waarheid, Eenheid, IS Liefde.

Zijn dan al die droombeelden die niet zijn wat ze lijken te zijn waardeloos?
Neen, als uiteindelijk gezien en geaccepteerd is dat ze niet zijn wat ze lijken te zijn, kunnen ze een andere betekenis en functie krijgen, niet langer die van angst en afscheiding, maar die van poorten in de muren van afscheiding, liefdevolle doorgangen waar doorheen gegaan kan worden olv Heilige Geest en of Jezus, beide symbolen voor poorten naar en verbindingen met de Waarheid.

De Heilige Geest kan alles wat je Hem geeft voor jouw verlossing gebruiken. (T28.VIII.1:1)

 

Niet God heeft lichamen en de wereld gemaakt maar ‘ik’ een nietig dwaas afgescheiden idee uit de Eenheid van God droomt dit. En uit een nietig dwaas idee kan niets anders komen dan een nietig dwaas idee.

Zoals uit de Waarheid niets anders kan komen dan Waarheid.

De enige weg uit het nietig dwaas idee, uit de droom, is het vergeven van dit alles.

Vergeven dat wat ik denk dat gebeurt is, en wat ik denk te zijn, een lichaam niet gebeurt kán zijn en derhalve niet waar is.

In de Eenheid van God is immers afscheiding niet mogelijk.

Het nietig dwaas idee is dus God een rol toekennen die hij niet kán volbrengen.

Die onmogelijke rol bestaat uit het waarmaken van het nietig dwaas idee. We trekken God de hel in en laten hem daar de rol vervullen van waarmaker van onze krankzinnige droom van afscheiding.

We eisen van hem dat hij alle overtuigingen die wij als blokkades tegen de Eenheid hebben opgesteld waar maakt.

Overtuigingen zijn de opdrachten die de ego-denkgeest geeft aan God, die uitgevoerd dienen te worden teneinde de Ware scheppende kracht van God en zijn Zoon weg te houden door deze voor te blijven uit angst ervoor.

 

Zo wordt de God van Eenheid, waar wij van zijn afgedwaald in een droom van afscheiding, een te hanteren angst doordat wij nu de macht hebben en hem vertellen wat hij moet doen, namelijk de afscheiding in stand houden.

Deze rol kan God onmogelijk vervullen, omdat het tegen zijn Wil is en tegen die van zijn Ene Zoon, ons ene Zelf.

Wij voelen dit doordat dit hele mechanisme van verdediging en aanval uitgevoerd door onze zelfbedachte nep-god (ego-god) ons uitput, het voelt tegennatuurlijk.

Maar we zijn zo verzonken in de droom dat we de roep van vrijheid, vrede en vreugde niet horen:

‘Zij die speciaal zijn, zijn allen in slaap, omgeven door een wereld van lieflijkheid die ze niet zien. Vrijheid, vrede en vreugde staan hier, naast de baar waarop ze slapen, en roepen hen toe tevoorschijn te komen en uit de droom des doods te ontwaken. Maar zij horen niets. Ze zijn verzonken in dromen van speciaalheid. Ze haten de roep die hen wekken wil, en vervloeken God omdat Hij hun droom niet tot werkelijkheid heeft gemaakt. Vervloek God en sterf, maar niet door de hand van Hem die de dood niet heeft gemaakt, maar enkel in de droom. Open je ogen een beetje; zie de verlosser die God jou gegeven heeft, opdat je hem zou kunnen zien en hem zijn geboorterecht terug zou kunnen geven. Het is het jouwe.'(T24.III.7:1-8)

Teneinde terug te kunnen keren in de Eenheid (waar we nooit zijn weggeweest) moeten we de droom vergeven, en moeten we God vergeven dat hij niet aan onze wensen heeft voldaan. Vergeven in de ware zin, van wat wij denken dat gebeurt is niet heeft plaatsgevonden, omdat het onmogelijk is in de Waarheid die God is, ondualistisch en héél.

‘Vergeef de grote Schepper van het universum – de Bron van leven, liefde en heiligheid, de volmaakte Vader van een volmaakte Zoon – jouw illusies van je speciaalheid. Dit is de hel die jij als je thuis verkoos. Hij heeft die niet voor jou gekozen. Vraag niet dat Hij hier binnentreedt. De weg naar liefde en verlossing is versperd. Maar als jij je broeder wilt bevrijden uit de diepten van de hel, heb je Hem vergeven wiens Wil het is dat jij voor eeuwig in de armen van de vrede rust, in volmaakte veiligheid, zonder de heetgebakerdheid en kwaadaardigheid van één enkele gedachte van speciaalheid die jouw rust verstoort. Vergeef de Hoogheilige de speciaalheid die Hij niet kon geven, en die jij in plaats daarvan hebt gemaakt.’ (T24.III.6:1-7)

Alleen binnen de droom werkt vergeving en heeft het een functie, in de Waarheid is vergeving vanzelfsprekend overbodig.

Lees meer over dit onderwerp op het blog van Rogier: http://rogierfvv.xanga.com/716863709/of-sleeping-beauty/?empty=true

 

 

sleeping-beauty-L

 

 

Van totaal afgescheiden zijn naar totaal Heel zijn via en door de poort van de eenzaamheid.

Er komt een punt op de weg naar Huis waar ik inderdaad moet erkennen dat ik niet weet wat ik ben, niet weet wat ik doe, waar ik ben, of hoe ik de wereld of mijzelf moet bezien.

Het ‘niets punt’ waar de tijd stilstaat, waar alleen de waarnemende-denkgeest de definitieve keuze maakt. De keuze voor het luisteren naar de ego-denkgeest of de Heilige Geest Denkgeest, voor de onjuist- of juistgerichte denkgeest.

 

Dit is de keuze die de ene Zoon van God moet maken, de Verzoening voor zichzelf moet aanvaarden. Niemand buiten hem kan daarbij helpen, alleen de Innerlijke leraar Jezus die hem hierin is voorgegaan kan hem hierbij terzijde staan.

Alle verleidingen worden terzijde gelegd, alle verleidingen die uit een buitenwereld lijken te komen. Alle gedachtes van dat het mogelijk is dat dingen buiten mij, mij pijn kunnen doen, verstoren, afleiden, tot gebrek en schaarste kunnen leiden, ziekte kan veroorzaken maar ook dat ik niet zonder ze kan, ze nodig heb enz.

 

En dan komt er onvermijdelijk het gevoel van eenzaamheid, leegte, de laatste blokkade, schijnbaar de schuld van de buitenwereld, in de steek gelaten voelen, nergens meer aansluiting vinden, vijandigheid. En de waarnemer-denkgeest observeert al deze gedachtes en maakt de keuze. En zo worden al deze gedachtes de poort verder de hel in of de poort naar de Hemel.

De Cursus heeft troostrijke woorden voor tijdens dit schijnbare eenzame proces door te laten zien hoe waanzinnig de gedachtes en de keuze voor de ego-denkgeest eigenlijk is:

Alleen zijn betekent afgescheiden zijn van de oneindigheid, maar hoe kan dit als de oneindigheid geen einde kent? Niemand kan zich buiten het onbegrensde bevinden, want wat geen grenzen heeft moet wel overal zijn. In God, wiens universum Hijzelf is, is geen begin of eind. Kun jij jezelf uitsluiten van het universum, of van God, die het universum is? Ik en mijn Vader zijn één met jou, want jij bent deel van Ons. Geloof jij werkelijk dat een deel van God kan ontbreken of voor Hem verloren kan zijn? Als jij niet een deel van God was, zou Zijn Wil niet een eenheid zijn. Is zoiets denkbaar? Kan een deel van Zijn Denkgeest niets bevatten? Als jouw plaats in Zijn Denkgeest door niemand anders dan door jou kan worden ingenomen, en het innemen ervan jouw schepping was, dan zou er zonder jou een lege plaats zijn in Gods Denkgeest. Uitbreiding kan niet belemmerd worden, en ze kent geen leemten. Ze gaat eeuwig voort, hoezeer ze ook wordt ontkend. Jouw ontkenning van haar werkelijkheid kan haar tegenhouden in de tijd, maar niet in de eeuwigheid. (T11.I.2-3)

Alleen mijn ontkenning het vasthouden aan de gedachte van afscheiding houd mij gevangen in een zelfgeschapen eenzaamheid. Niet het eenzaam zijn in een wereld is het probleem met alle bijbehorende schijnoplossingen, maar alleen maar één waangedachte, voortkomend uit schuld:

‘Alleen zijn is schuldig zijn. Want jezelf als alleen ervaren is de Eenheid van de Vader en Zijn

Zoon ontkennen, en aldus de werkelijkheid aanvallen.’ (T15.V.2:6)

Alleen, eenzaam zijn is dan ook alleen schijnbaar mogelijk in een wereld waar afscheiding een reële optie lijkt te zijn en daardoor onmogelijk:

‘Je kunt nooit alleen zijn, omdat de Bron van alle leven je vergezelt, waar je ook gaat. Niets kan jouw innerlijke vrede tenietdoen, omdat God je vergezelt, waar je ook gaat.’ (WdI.41.4:3-4)

En dan kan ik niet anders dan me afvragen hoe ik ooit heb kunnen denken dat het onmogelijke heeft kunnen plaatsvinden:

‘Hoe kan ik alleen zijn als God mij altijd vergezelt? Hoe kan ik twijfelen en onzeker zijn over mezelf als volmaakte zekerheid in Hem rust? Hoe kan ik door iets verstoord raken als Hij in absolute vrede in mij woont? Hoe kan ik lijden als liefde en vreugde mij dankzij Hem omringen? Laat ik geen illusies koesteren over mezelf. Ik ben volmaakt, omdat God me vergezelt waar ik ook ga.’ (wdI.herh.59.1.(41):2-7)


En tot de conclusie komen dat het niet heeft plaatsgevonden ómdat het onmogelijk is en het slechts ‘Een nietig dwaas idee is’. (T27.VIII.6:2)

En waarom nog tijd en energie steken in iets wat niet waar is en niet kan en precies om die reden zo vermoeiend, uitputtend en uiteindelijk dodelijk is.

En zo wordt het totale ‘niets punt’ een ‘Alles punt’ waarop de waarnemende- denkgeest de enige keuze maakt die mogelijk is…

 

Het enige wat werkelijk is, is wat IS. En voor de rest kan ik er dan het zwijgen toe doen, maar ook al zijn woorden symbolen van symbolen volgens de Cursus zijn ze (gelukkig) ook tevens nog hét communicatiemiddel wat ons ter beschikking staat zolang we in deze ‘droom’ rondlopen.

(‘Laten we echter niet vergeten: woorden zijn slechts symbolen van symbolen. Ze zijn daarom dubbel van de werkelijkheid verwijderd.’ (ECIW H21.1:9))

Ik heb vaak gedachtes die ik dan ook zo nodig wil opschrijven en dat is vaak heel behulpzaam. In de boeken van JedMcKenna (‘Spirituele verlichting, vergeet het maar!’ en ‘Spiritueel incorrecte verlichting’ Uitg, Samsara) wordt het spontaan opschrijven van al je gedachtes autolyse genoemd. En ik heb dat als zeer behulpzaam ervaren, ik loop dan helemaal leeg en kan dan achteraf om mijn schrijfsel heenlopen er afstand van nemen, boven het slachtveld zweven en er ánders naar leren kijken en daardoor ineens weten wat te doen.

En dat is precies wat de Cursus beoogt; de blokkades die ik zelf heb opgeworpen weg nemen (vergeven) zodat dat wat IS, Liefde vanzelf weer zal Zijn.

Maar hoe zit dat dan als we in ons dagelijks gedoe zeggen ‘tja het is wat het is hè’…Ik denk dat er nooit een neurtraal ‘het is wat het is’ kan zijn, we zien immers wat we denken (willen) zien. Alles wat we zien is een projectie uit onze denkgeest. Er bestaan geen neutrale ‘zomaar’ plaatjes. Er is niets wat niet geprojecteerd is door mijn denkgeest.Ja alleen dat wat IS, maar dat valt niet te omschrijven dat valt buiten het projectiedomein, buiten woorden en beelden.

Nu zegt Een cursus in wonderen ‘projectie maakt waarneming.’ In het Voorwoord xi van ECIW staat daar het volgende over:

‘De wereld die wij zien weerspiegelt slechts ons eigen innerlijk referentiekader– de ideeën, wensen en emoties die de overhand hebben in onze denkgeest. ‘Projectie maakt waarneming’ (T13.V.3:5; T21.In.1:1). Eerst kijken we naar binnen, besluiten welke wereld we willen zien en vervolgens projecteren we die wereld naar buiten, en maken haar tot de waarheid zoals wij die zien. We maken die waar door onze interpretaties van wat we zien.’

Ik ben dan ook volledig verantwoordelijk voor al mijn gedachten en er bestaat geen buiten mij dat mij kan aanvallen, bedreigen of wat dan ook. Ik projecteer al mijn gedachtes naar buiten op het witte lege doek en daar verschijnen uitbeeldingen van wat ik denk. Ik kan in mijn eigen projecties terug herkennen wat ik denk, en dat zijn altijd gedachtes over hoe ik over mijzelf denk. Het heeft dan ook weinig zin te denken dat ik de boel kan fiksen of veranderen op het filmdoek, ik kan echter wel mijn denken veranderen en mijn waarneming van mijn projecties zullen dan ook dien ten gevolgen veranderen. De vorm hoeft niet persé te veranderen, alleen de waarneming ervan.

Een cursus in wonderen is dan ook geen cursus in het veranderen van de gevolgen (van mijn projecties) maar houdt zich bezig met de oorzaak, mijn denkgeest. Als ik angst gedachten uitzend zal ik ook angstige beelden zien.Als ik niet angstige beelden uitzend zal ik niet angstige beelden waarnemen. Oorzaak en gevolg.

Een cursus in wonderen leert mij ook dat gedachtes nooit hun bron verlaten:

‘Er is geen wereld los van jouw ideeën, want ideeën verlaten nooit hun bron, en jij houdt in je denkgeest de wereld in gedachten in stand.'(WdI21.1:9)

Als basis is het dan ook goed te weten dat ECIW zegt dat ik Geest ben, onveranderlijk en héél. En die Geest is onkwetsbaar. Echter ik ervaar mijzelf als een lichaam en loop en ervaar tussen mij projecties door en voel me bijna doorlopend kwetsbaar. Heb ik ‘iets’ gemist? Ja dat gevoel van ‘gemis’ heb ik heel m’n leven al. Ik ben ‘vergeten’ dat ik Geest ben en niet een lichaam. De projecties worden in stand gehouden door de denkgeest, die, ja precies, denkt wat ‘ie ziet.. Zodra het denken begon, begon de tijd en zodra er ‘beweging is’, van a naar b zijn er tegenstellingen mogelijk, de dualiteit is geboren. Er lijkt schijnbaar iets tegenover Liefde te zijn gekomen. Wat natuurlijk sowieso al onmogelijk is, want één is één, héél is héél, Liefde is Liefde, IS, IS. Dus dan moet al het andere toch een vergissing zijn….. ‘Het nietig dwaas idee’ noemt de Cursus dit:

‘In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.'(T27.VIII.6:2)

En ja door dit idee serieus te nemen en het niet als een droom te zien, ben ik bang geworden voor mijn eigen projecties, voor mijn eigen film. Net zoals ik me volledig kan identificeren met een enge film in de bioscoop of op tv en de neiging heb achter de bank te kruipen, terwijl er niets aan de hand is. De denkgeest die tijd en ruimte als erg serieus is gaan beschouwen is nu een bange denkgeest die nu dus ook bange prjecties uitzend en bange beelden ziet. ECIW leert mij om de beelden terug te nemen, te vergeven, en terug te keren naar mijn oorspronkelijk Staat; Geest. In dat proces wat ECIW het proces van Vergeving noemt wat het ongedaan maken van het nietig dwaas idee (het ego) inhoudt, leer ik langzaam stapje voor stapje te denken vanuit Geest die Liefde is, de oorspronkelijke staat. De Cursus biedt hier symbolen voor aan in de vorm van ‘Jezus’ of ‘de Heilige Geest’. Deze staan symbool voor de staat die in mij potentieel aanwezig is en waar ik altijd een beroep op kan doen, als Hulp voor bij me dat te helpen herinneren.

Deze Hulp maakt gebruik van mijn miscreaties, mijn projecties vanuit angst, en zet deze om doordat nu de bron Liefde is in een totaal anders ervaren van de vorm, die precies hetzelfde kan zijn gebleven, maar ineens totaal anders wordt ervaren. En dat noemt Een cursus in wonderen een wonder.

Tijd voor een muziekje dacht ik zo

 

%d bloggers liken dit: