archiveren

Tagarchief: dualistisch

De metafysica van Een cursus in wonderen is voor de denkgeest die probeert te verbergen dat deze denkgeest is door zich achter het idee van “een lichaam” te zijn verstoppen, niet te bevatten.
En toch als je het non-dualistische gedachtegoed van ECIW wilt volgen als tegenreactie op het gedachtegoed van je tot dan toe onbewuste keuze voor het dualistische egodenken, is het noodzakelijk deze metafysica altijd op de achtergrond paraat te houden. En hoewel de metafysica van ECIW duidelijk volkomen non-dualistisch is, maar wij als verdwaalde denkgeest alleen nog dualisme verstaan, gebruikt ECIW de taal die de afgedwaalde denkgeest kan begrijpen. Dit wordt door sommige als verwarrend gezien, maar wordt prachtig uitgelegd in de V & A van de Foundation for A Course in Miracles:

V#085: Waarom wordt de Cursus non-dualistisch genoemd?

In het non-dualisme van Advaita Vedanta is geen ruimte voor een relatie tussen Oorzaak-Gevolg, Vader-Zoon of Schepper-Schepping. Waarom dan wel blijven volhouden dat Een cursus in wonderen in essentie non-dualistisch is? Is dat niet verwarrend?

A: De Cursus maakt gebruik van dualistische termen in zijn leerplan met maar één reden: omdat Jezus weet dat de taal van de afscheiding, ofwel dualisme, het enige is wat wij op dit moment kunnen begrijpen. Jezus is volstrekt duidelijk over zijn bedoelingen met taal in de Cursus. Om je vraag te beantwoorden laten we daarom de Cursus voor zichzelf spreken in een aantal relevante passages.

Het duidelijkst is de volgende verklaring: ”Omdat jij gelooft dat je afgescheiden bent, doet de Hemel zich eveneens als afgescheiden aan jou voor. Niet dat dit in waarheid zo is, maar opdat de schakel die jou is gegeven om je met de waarheid te verbinden jou bereiken kan door middel van wat jij begrijpt. Vader, Zoon en Heilige Geest zijn Eén, zoals al jouw broeders zich als één in de waarheid verbinden. Christus en zijn Vader zijn nooit afgescheiden geweest, en Christus verblijft in jouw inzicht, in dat deel van jou dat Zijn Vaders Wil deelt. De Heilige Geest verbindt het andere deel – het nietig, dwaas verlangen om afgescheiden, verschillend en speciaal te zijn – met de Christus, om de eenheid duidelijk te maken aan wat in werkelijkheid één is. In deze wereld wordt dit niet begrepen, maar kan het wel worden onderwezen (…). Het is de functie van de Heilige Geest jou te leren hoe deze eenheid ervaren wordt, wat jou te doen staat om dit te kunnen ervaren, en waarheen je moet gaan om dat te doen.

Dit alles neemt notitie van tijd en plaats alsof dat losstaande zaken waren, want zolang jij denkt dat een deel van jou afgescheiden is, heeft het denkbeeld van een Eenheid die als Eén verbonden is, geen betekenis. Het is duidelijk dat een denkgeest die zo gespleten is, nooit als leraar een Eenheid kan onderwijzen die alle dingen verenigt in Zichzelf. En dus moet Wat in deze denkgeest aanwezig is, en alle dingen daadwerkelijk met elkaar verenigt, wel zijn Leraar zijn. Maar Het moet wel gebruikmaken van de taal die deze denkgeest begrijpen kan, in de toestand waarin die denkt te verkeren” (T25.I.5; 6:4; 7:1-4 cursief toegevoegd).

Er zijn nog veel meer plaatsen waar duidelijk wordt gemaakt dat het metafysische fundament van de Cursus non-dualistisch is, ondanks de dualistische aard van de gebruikte taal. Bijvoorbeeld, als er wordt gesproken over de Vader en de Zoon – wat twee afzonderlijke Wezens suggereert – zegt hij: “Wat Hij schept staat niet los van Hem, en nergens eindigt de Vader en begint de Zoon als iets afzonderlijk van Hem” (WdI.132.12:4).

En later staat in het Werkboek: “Eenheid is eenvoudig het idee: God is. En in Zijn Wezen omvat Hij alles. Geen enkele denkgeest bevat iets anders dan Hem. We zeggen: ‘God is’, en doen er dan het zwijgen toe, want in die wetenschap verliezen woorden hun betekenis. Er zijn geen lippen om ze uit te spreken en er is geen deel van de denkgeest onderscheiden genoeg om te voelen dat hij zich nu gewaar is van iets niet zichzelf. Hij heeft zich verenigd met zijn Bron. En als zijn Bron Zelf, is  hij alleen maar.

We kunnen hierover absoluut niet spreken, schrijven, laat staan denken. Het komt tot elke denkgeest, wanneer het totale inzicht dat zijn wil de Wil van God is, volkomen is gegeven en volkomen ontvangen. Het brengt de denkgeest terug in het oneindige heden, waarin verleden en toekomst niet denkbaar zijn. Het ligt voorbij verlossing, voorbij elke gedachte aan tijd, voorbij vergeving en het heilige gelaat van Christus (allemaal dualistische concepten). De Zoon van God is eenvoudig opgegaan in zijn Vader, zoals zijn Vader in hem. De wereld is er helemaal nooit geweest. De eeuwigheid blijft een constante staat” (WdI.169.5,6).

Om een voorbeeld uit je vraag te noemen, in de context van Oorzaak- en Gevolgrelaties, begint Jezus in schijnbaar dualistische termen, maar maakt vervolgens de werkelijke non-dualistische natuur ervan volstrekt duidelijk: “Vader, ik werd geschapen in Uw Denkgeest, een heilige Gedachte die zijn thuis nooit verlaten heeft. Ik ben voor eeuwig Uw Gevolg en U bent voor eeuwig en altijd mijn Oorzaak. Zoals U mij geschapen hebt, ben ik gebleven. Waar U mij gehuisvest hebt, verblijf ik nog altijd. En al Uw eigenschappen verblijven in mij, omdat het Uw Wil is een Zoon te hebben zo gelijk aan zijn Oorzaak dat Oorzaak en Gevolg niet te onderscheiden zijn” (WdII.326.1:1-5; cursief toegevoegd).

Hoewel dus veel onderdelen van de leer van de Cursus worden weergegeven in dualistische taal, is het belangrijk te begrijpen wat het doel ervan is. Dat is om ons voorbij ons geloof in dualiteit te leiden, terug naar de eenheid die onze enige werkelijkheid is.

 

De Wizzard of Oz, oftewel de waarnemende/keuzemakende denkgeest ontmaskerd.
Dat beeld kwam voorbij toen ik besefte dat er een schijnbaar “iets” is dat gedachten selecteert en uitkiest.
En dat dat schijnbare “iets” er ook alles aan doet om verborgen te blijven, zodat wat gedacht wordt niet op een keuze lijkt, genomen door iets anders dan het lichaam.
Naarmate het proces van ontwaken zich voltrekt, wordt de functie van wat we deze voor het gemak maar de waarnemende/keuzemakende denkgeest noemen, duidelijker.
Het wordt ook steeds duidelijker dat de egodenkgeest een kant en klaar denkgeest-pakket is met alleen maar afscheidingsgedachtes. Of die gedachten er nu vreselijk of prachtig uitzien en ervaren worden. Zolang de vorm waarin ze zich vertonen als oorzaak wordt gezien, zijn het egogedachten.

Dat hele pakket van louter verdedigende egogedachten (tegen Waarheid) is er altijd in z’n geheel, ieder moment.
Zo wordt het niet ervaren. Egogedachten+projecties=egogedachten, lijken zich voor te doen in tijd en ruimte en lijken hun oorsprong te hebben in individuele gedachten.
Hierdoor lijkt het nog onwaarschijnlijker en wordt nog meer verborgen, dat er ook maar één egodenkgeest is die enkel en alleen maar steeds één afscheidingsgedachte uitzendt: de wil tot afscheiden. En deze ene gedachte deelt zichzelf telkens op in miljoenen fragmentjes, een zeer effectieve manier om te verbergen dat er maar één gedachte aan ten grondslag ligt; de wil tot afscheiden.

Hoe duidelijker de versluierde verdedigingsgedachten van de egodenkgeest door het proces van ontwaken worden des te beter worden ze gezien en opgemerkt. En dan blijkt, zo leert de ervaring, dat alle mogelijke egogedachten altijd bij elke gedachte er gewoon zijn, het hele egopakket.

En om te voorkomen dat de gekte dan echt losbreekt, lijkt er een individueel pakketje egogedachten te zijn, geprojecteerd als een individu met een naam. En zo verschijnen er dan figuren op het toneel dat we de wereld noemen die allemaal hun eigen karaktertrekken en kenmerken hebben en hun eigen rol spelen, los van alle andere figuren.

Dit beeld begint nu te wankelen en daardoor wordt de oorzaak, de denkgeest die kiest voor afscheidingsgedachten langzaamaan weer duidelijk. De begrenzing van het individu zijn verdwijnt langzaam en terugkeer naar het feit dat er maar één denkgeest is wordt daardoor ook weer zichtbaar.
Met andere woorden, de waarnemende/keuzemakende denkgeest die tot dan toe altijd koos voor het egodenken, wordt zich stap voor stap bewust van het feit dat er gekozen wordt, dat egodenken een keuze is.
Wat ik steeds meer ervaar is dat als ik ergens over denk, of iets ervaar alle mogelijkheden van dat ene egodenkgeest pakket (de blauwdruk van het karakter Annelies) langskomen. Er lijkt geen keuzemaker te zijn, alle mogelijkheden lijken zich in één keer voor te doen en worden niet meer gefilterd door de keuzemaker die voortdurend oordeelt wat wel of wat niet te denken, afhankelijk van de afgesproken matrix (persoonlijkheid). Dat geeft de ervaring van boven het slagveld te zijn en een totaal overzicht te hebben van oorzaak en gevolg en het achterliggende doel, namelijk de wens tot afgescheiden te zijn van Eénheid. Ook het gevoel van slachtoffer te zijn van omstandigheden wordt minder sterk, omdat wordt gezien dat alles een keuze is en dat zowel de slachtoffer als de dader rol binnen de keuze voor het egodenken, hetzelfde doel hebben, namelijk afscheiding.

Het is zelfs zo, dat als ik weer eens dreig te verdwalen in egogedachten, loop te piekeren en het verhaal wat ik ervaar geloof, ineens de heldere gedachte opkomt, oh, wacht even ik kies nu weer voor egodenken, ik kan deze gedachte ook vergeven, want het is gewoon niet waar. het verhaal is niet wat het lijkt te zijn, het is alleen maar weer een poging tot afscheiding. Ik hoef het niet te analyseren, me er tegen te verzetten, niet te omarmen, of te ontkennen, erover te oordelen, het mooier te maken, of lelijker, of mijn gevoel erover verstoppen het is op de eerste plaats een egogedachten met maar één doel, afscheiding, oftewel een poging om van één twee te maken. En dat is niet goed of fout, maar een vergissing waar ik steeds minder in ga geloven, en liever als vergevingskans en materiaal wil gaan zien. Ondertussen ervaar ik wat ik ervaar en doe wat ik doe, want hoe kan ik anders ontdekken dat ik voortdurend voor afscheiding kies en ook voor ware vergeving kan kiezen?

Zo blijkt dat de waarnemende/keuzemakende denkgeest die eerst onbewust opereerde, waardoor werd “vergeten” dat er überhaupt een keuze gemaakt werd of kon worden, stap voor stap in het bewustzijn terugkomt en de keuze opnieuw gemaakt kan worden om naar het ego te luisteren of naar de andere optie, de herinnering aan Eenheid, in ECIW symbolisch de Heilige Geest en of Jezus genoemd.
En dan wordt ook duidelijk dat keuzes niet gaan over keuzes over iets of iemand buiten mij of over mijzelf als lichaam, maar of er wordt gekozen voor afscheiding (ego) of Eenheid (HG/J).
Dus als ik met een probleem zit, of me alleen al identificeer met wat voor vorm of situatie dan ook en geloof dat dat waar is, kies ik automatisch voor ego denken.
Als dat opgemerkt wordt kan de keuze verschuiven naar de keuze voor het herstellen van de vergissing afgescheiden te willen zijn van Eenheid, en dat is wat ware vergeving inhoudt. Op deze manier worden problemen en mijn identificatie met vormen en situaties op een andere manier her-gebruikt, en zo krijgt “mijn” hele leven een totaal andere functie.

De hele “kunst” van ontwaken uit de droom, is steeds beter leren op te merken dat er altijd eerst voor egodenken, dus afscheiding wordt gekozen en dan te leren dat er opnieuw gekozen kan worden. Dat is de enige keuze die gemaakt kan worden en oorzaak en gevolg bij de wortel aanpakt.
En dit kan alleen geleerd worden binnen het kader van de ervaring, omdat dat nu eenmaal is wat ervaren wordt en begrepen.
De denkgeest die alleen maar even “in de war is” zal onvermijdelijk terugkeren in waar deze nooit uit is weggegaan.
Het schijnbare “iets”, zal onvermijdelijk oplossen als “niets” in het “niets”.
Dus of ik nu mijn best doe of niet, de onvermijdelijkheid van terug herinneren in dat er niets gebeurt is, omdat Eenheid gewoon niet dualistisch kan worden, is een feit.

 

 

 

 

 

 

 

“De wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel..” (Vondel, oorspronkelijk, Shakespeare).

Voor mij betekent dit, dat de ene denkgeest die ‘droomt’ afgescheiden te kunnen zijn van Eenheid (wat dus onmogelijk is en dus niet heeft plaatsgevonden in werkelijkheid), zich een wereld heeft geprojecteerd, zoals een film wordt geprojecteerd, en daarin alle rollen speelt en alle situaties die de onmogelijkheid van afscheiding toch mogelijk laat lijken.
De ene denkgeest lijkt nu uit miljarden deeltjes te bestaan, die ieder hun eigen rol spelen in een dualistische wereld.
Een wereld die alleen dualistisch kan zijn als er tegengesteldheid lijkt te bestaan. Dus goed tegenover kwaad en daar binnen alle variaties die daarop maar mogelijk zijn.
Het betekent ook dat de rol die ik speel niet is wat ik ‘ben’. Het is nog steeds de ene denkgeest die een rolletje speelt. De rol van goed zowel als de rol van kwaad of welke tegenstelling dan ook.
Ik kan dus de rol van goed spelen en ook de rol van het kwaad, schijnbaar als twee of meer verschillende personen, dingen of situaties, maar in oorsprong is het de ene denkgeest die dit ‘speelt’ in zijn zelfgemaakte dromen van afscheiding.
En net als een acteur op het toneel, ben ik de acteur die een rol speelt, ik ben niet die rol, ik ben de acteur.
En in mijn rol kan ik liefhebben of haten en alles wat daar tussen zit, maar achter de coulissen, doe ik mijn kostuum uit en ga ik na de voorstelling lekker even nog wat drinken met mijn geliefde collega’s die ik net op het toneel nog vermoord heb.
Wat als het nou precies is wat er aan de hand is op het toneel wat ik mijn leven noem?
Ik weet het, het voorbeeld gaat niet helemaal op, omdat acteurs weliswaar anders omgaan met hun collega’s achter de schermen dan op het toneel waar ze een rol spelen, maar zich dan ook nog steeds in de dualiteit van de wereld bevinden, dus het ene toneel gaat naadloos over in een volgend toneel.
Maar toch geeft het voorbeeld wel aan en daar gaat het mij om, aan te geven dat we niet zijn wat we denken en geloven te zijn.
We zijn niet onze rol, daar refereert de Cursus ook aan in de tekst:

“Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet. Wat
ook de vorm van de aanval is, dit is nog steeds waar. Wie ook de rol van
vijand of van aanvaller op zich neemt, dit is nog steeds de waarheid. Wat
ook de oorzaak lijkt van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds
waar. Je zou namelijk helemaal niet reageren op figuren in een droom
waarvan je wist dat je die droomde. Laat ze zo haatdragend en kwaadaardig
zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve
wanneer jij naliet in te zien dat het jouw droom is” (T27.VIII.10:1-6).

Mijn droom, mijn projecties, mijn rol(len), allemaal gedroomd, en gespeeld door de ene denkgeest die gelooft in afscheiding, waardoor het onmogelijke mogelijk lijkt te worden.

Als ik dit echt leer zien, en daar moet de denkgeest aan toe zijn, anders kan het niet echt ‘gezien’ worden, dan wordt het ook zo veel makkelijker werkelijk te vergeven. Want waarom zou ik een ‘rol’ die gespeeld wordt door de ene denkgeest die zich heeft geprojecteerd als een projectie die de vijand speelt, niet heel makkelijk kunnen vergeven?
Het betekent niet dat ik me kan of moet onttrekken aan de rol(len) die ik als denkgeest speel op het toneel. Als een goed acteur speel ik mijn rol vol overgaven, precies zoals deze in het script staat, terwijl ik tegelijkertijd weet dat ik de rol niet ben en slechts het toneelstuk van de afscheiding, van angst speel.
Ik haat of heb lief in mijn rol en alle tinten grijs die je maar kunt bedenken, maar ik ben het niet. En daarmee heeft de droom, dit theater dat ik mijn wereld, mijn leven noemen een heel andere functie gekregen, een symbolische functie, met als moraal: ‘ik ben hier om te leren dat ik hier niet ben’.
En ik heb al mijn rollen lief, ook al lijkt dat op het toneel van het leven niet zo te zijn, waar ik haat en liefheb, verdriet en vreugde ervaar, want ik weet wat hun functie is en ik verwar ‘rollen’ niet met wat ze in werkelijkheid zijn, nog steeds onveranderlijk héél en één in God.

all-worlds-stage2

O ja, wat lijkt het gerechtvaardigd als het toch echt lijkt dat iemand mij onrecht aandoet!
En, o ja, ik heb toch echt gelijk dat mij dit wordt aangedaan!
Ik ervaar het toch, ik voel het toch, ik heb toch ogen in mijn hoofd!
Zo sterk is de verslavende aantrekkingskracht van de wereld die mijn ogen denken en geloven te zien.

Maar is dit wel zo?
Heb ik gelijk?
Nee, ik kan ervoor kiezen geen gelijk te hebben en te krijgen, ook al lijken de verslavende gedachten aan mij te trekken en lijkt een hele wereld van ‘gelijk hebben’ te bewijzen dat ik gelijk heb en de zgn ‘ander’ niet.
Ten eerste voelt het allemaal heel pijnlijk, dat is al een teken dat deze gedachten niet van de HG/J  kant van de denkgeest kunnen komen, dus kan ik vaststellen dat ze van de keuze voor de ego kant komen. En ook mijn gelijk willen hebben en schijnbaar eventueel ook krijgen is een pijnlijk proces met altijd een winnaar en een verliezer, dus ook duidelijk egodenkgeest materiaal.
Zodra ik mij opstel in het waarnemende/keuzemakende stuk van de denkgeest kan ik dit onderscheid duidelijk zien.
Ik kijk dan naar de film, de geprojecteerde gedachten van de egodenkgeest, een film waarin mij het (droom)lichaam onrecht wordt aangedaan en ik mijzelf moet verdedigen dmv aanval. Een volstrekt dualistisch gebeuren, dat moge duidelijk zijn.
En ik kan dan zien, ten minste als ik ervoor kies het te zien, dat wat zich lijkt af te spelen in die film, niet de grond reden is van mijn onvrede (les 5).
Er is geen ‘vijand’ die mij onrecht aandoet, er is een afscheidingsgedachte die zich uit projecteert als een ‘iets’, of ‘iemand’ die ‘mij’ onrecht aandoet. De (afscheidings)gedachte lijkt nu zijn bron te hebben verlaten en een eigen leven te leiden nu.
Maar is dat werkelijk zo?
Wil ik dit nog steeds geloven, neem ik dit ‘nietig dwaas idee’ nog steeds serieus?
Er is ook een andere keuze mogelijk. Ik kan in plaats hiervan ook voor vrede kiezen (les 34).

Ik doe een stap terug en laat ‘Hem’ de weg wijzen, ik laat mijn ‘Juist gerichte-denkgeest’ de weg wijzen, en neem alle gedachten+projecties  over wat ik dacht dat mij werd aangedaan terug en vergeef ze.
En ik weet één ding, kiezen voor lijden, dus kiezen voor het gelijk van de egodenkgeest is gewoon geen optie meer, ik ben verantwoordelijk voor al mijn gedachten, projecties en gevoelens van lijden, dus kan ik ook beslissen of ik dit nog wil of niet. Dat is het enige wat mij te doen staat, vanuit mijn waarnemende/keuzemakende post de keuze maken;  voor afscheiding (ego) of voor het terug herinneren in Eenheid. En ondertussen speelt de door de egodenkgeest geprojecteerde film gewoon verder en kan de ik in de film gewoon ‘nee’ zeggen, of kan ik nog steeds boos worden. Met dit verschil dat ik me er niet meer mee identificeer, het niet meer persoonlijk maak, het niet meer probeer te rechtvaardigen en het alleen nog als vergevingsmateriaal en vergevingskans wil zien en laten gebruiken. Het is niet de bedoeling, ook een prachtige valkuil, dat ik mijn zgn Heilige keuze de droom in sleep en er een heilige ego versie van maak.
Dus bijvoorbeeld door mijn keuze en gedrag toch te rechtvaardigen onder het mom van, ja maar de Heilige Geest en of Jezus hebben mij verteld dat ik dit of dat moet doen.  Heilige Geest en of Jezus geven nooit vormgerichte oplossingen, want het zijn geen personen of dingen buiten en los van mij als denkgeest. Dus in die hoedanigheid als zijnde Geest en louter symbolen, weten ‘zij’ niets van de geprojecteerde wereld die ik door te kiezen voor leiding van de egodenkgeest heb gemaakt. Heilige Geest ‘weet’ alleen van mijn keuze voor egodenkgeest of HG denkgeest, de keuze dus voor angst of voor LIefde. Ware Vergeving zorgt er juist voor dat ik mijn aandacht op vormgerichtheid loslaat, terugkeer in de denkgeest  en daar als het ware inplug op de HG kant van de denkgeest en vandaaruit ‘geinspireerde’ gedachten krijg. Dit is de scheppende kracht van Heilige Geest. Scheppend in de zin van uitbreiding van Liefde, die vormloos is. En ja, daardoor ga ik wel anders kijken naar de egofilm, en ben mij ervan bewust dat het alleen een projectie is en niet iets ‘werkelijks’, losgeraakt van de egodenkgeest.
In de film kan ik mijzelf als droom figuur dan nog kwaad zien worden en nee zeggen en de wetten volgen van de wereld, maar er is geen enkele identificatie meer.
“Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets” (WdII.1.).
en
“Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, (…)” (WdII.5:1).
Het grote verschil zit ‘m dus in het ‘doen’ via egodenkgeest of het ‘doen’ via HG denkgeest.
Via egodenkgeest ‘doen’ is denken en geloven dat het lichaam iets doet, via HG denkgeest ‘doen’ is zien en weten dat het lichaam niets doet, omdat het een projectie is, en niet een autonoom ‘iets’ wat zelfstandig kijkt, denkt en doet.
Niets zo verblindend als waarneming:

“Deze ogen, niet gemaakt om te zien, zullen nooit zien. Want het idee
waarvoor ze staan, heeft zijn maker niet verlaten, en het is hun maker die
met behulp daarvan ziet. Wat was het doel van hun maker anders dan
niet te zien? Hiervoor zijn de ogen van het lichaam het perfecte middel,
maar niet om te zien. Zie hoe de ogen van het lichaam op uiterlijkheden
rusten, en daar niet aan voorbij kunnen gaan. Kijk hoe ze stoppen bij het
niets, en niet in staat zijn om achter de vorm naar de betekenis te gaan.
Niets zo verblindend als de waarneming van vorm. Want het zien van
vorm betekent dat begrip aan het zicht is onttrokken” (T22.IV.6:1-8).

Dit unieke vergevingsproces van ECIW is radicaal, zwart wit, zonder ‘maren’ en ‘ja maars’, maar wel een stap voor stap proces, waarbij mijn hele leven een compleet ander doel krijgt en stap voor stap verschuift van de verblindende kijk vanuit egodenkgeest naar de heldere kijk vanuit Heilige Geest, de Juist gerichte-denkgeest die ‘mij’, denkgeest zal doen ontwaken uit de ego droom.

Het ego, het domein van de egodenkgeest is een illusoir denksysteem, opgezet als verdediging tegen God de non-dualistische staat van zijn waar wij als Zoon van God deel vanuit maken.
Het egodenksysteem is dus een vervangend gedachtesysteem, een ‘doen alsof’ denksysteem.
Dat betekend dat de hele wereld, en ons hele leven zoals we dat beleven in deze wereld in een lichaam omgeven door andere lichamen, dieren en dingen van groot tot onzichtbaar klein een ‘doen alsof’ is.
We houden onszelf voor de gek.
En wat kan er anders voortkomen uit een ‘doen alsof’ denksysteem dan nog meer ‘doen alsof’. Het ‘doen alsof’ breidt zich uit, omdat het niets anders kan dan dat.

Bijvoorbeeld, ik ben boos, omdat ik denk dat mij iets wordt aangedaan, en mij wordt gevraagd ‘ben je boos?’, en ik zeg dan ‘nee, hoor’. Dan is het niet zo dat het boos zijn dan ‘echt’ is, en dat als ik het ontken dat een leugen is. Nee, beide gedachtes, met hun projecties zijn een ‘doen alsof’ en in die zin beide niet waar.
De Cursus zegt:

‘Als woede voortkomt uit een interpretatie en niet uit een feit, is die nooit gerechtvaardigd’ (H17.8:6).

Wat niet wil zeggen dat het niet mag of fout is.
Het is gewoon niet te rechtvaardigen, omdat het ‘niets’ is, ‘doen alsof’ is geen feit het is het ‘doen alsof’ van de egodenkgeest die alleen maar kan afscheiden van Waarheid, door te doen alsof er een waarheid is en een onwaarheid en te doen alsof die twee voortdurend in strijd zijn met elkaar, met als resultaat een verzonnen dualistisch systeem, een ‘doen alsof’ binnen de non-dualistische Eenheid. En dat is onmogelijk en kan niet meer worden dan enkel en alleen een ‘doen alsof’.
Dus als ik boosheid waarneem in mijzelf, is dat niet ´fout´, want dat is alweer een ego oordeel dat het spelletje ´doen alsof´ serieus neemt. Ik kan echter wel terwijl ik het ´doen alsof script´ speel Jezus’ hand vastpakken (symbool voor de verbinding met Waarheid) met de wil hier anders naar te willen kijken door ogen van vergeving.
Dit is een kwestie van veel oefenen, want het kost tijd en veel oefenmateriaal, ons dagelijkse ‘doen alsof’ leven dus, voordat dit omgekeerd kan worden en we inderdaad de andere keuze willen en kunnen maken, de keuze voor leiding in dit proces van de Heilige Geest en of Jezus, beide (nogmaals) symbolen voor en de brug terug naar Waarheid, dat wat we in werkelijkheid zijn.

Zijn we als denkgeest al gevorderd in dit leerproces van het ongedaan leren maken via vergeving van het ‘doen alsof’, dan zal men op een gegeven moment bij een opkomende woede aanval en ‘doen alsof’ , steeds vaker bewust worden van dit ‘doen alsof’ mechanisme en ook van de mogelijkheid ánders te kiezen.
Ik kan dan het ‘doen alsof’ spel doorbreken en voor vriendelijkheid kiezen, omdat ik dan inzie dat ik de zgn ander die meespeelt in het spelletje ‘doen alsof’ heb ingezet om het spelletje ‘doen alsof’ echt te maken, zodat het lijkt dat de boosheid van buiten mij komt en niet vanuit ‘mijn’ denkgeest die het dualistische spel wil spelen, om maar uit de beurt van mijn ware non-dualistische aard te blijven en het feit dat ik denkgeest ben en niet een lichaam.

Het voor vriendelijkheid kiezen in plaats van voor boosheid, is ook nog steeds onderdeel van het spelletje ‘doen alsof’, maar zal nu, omdat ik het olv HG/J wil doen, in plaats van olv ego, als liefdevolle spelbreker werken en een helend effect hebben.
En de lakmoesproef zal zijn, dat ik dan geen vormen van zonde, schuld en angst meer ervaar. Neem ik dat nog wel waar, dan is dat niet ‘fout’, of ‘dom’ , of een ‘mislukking’, dat is gewoon eerlijk zijn, en wacht ik gewoon geduldig tot zich weer een nieuwe kans aandient, waarin ik mijn ‘doen alsof’ gedrag waarneem en wéér de keuze kan maken voor leiding van de egodenkgeest of van Heilige Geest denkgeest.

En zo wordt het ‘doen alsof’ kostbaar leermateriaal, want de Heilige Geest kan alles gebruiken, zodra ik dat toesta.

Alleen door en via contact met ‘andere’, en daar bedoel ik mee personen, maar ook dieren, zgn. levende of niet levende dingen, en situaties, dus met alles wat we dankzij projectie kunnen waarnemen, zichtbaar of niet zichtbaar, kunnen we ons terugherinneren wat we in werkelijkheid zijn.
We hoeven die contacten niet op te zoeken of te regelen, contact is elk contact wat we door de dag en nacht, tijdens ons hele leven heen ervaren met alles en iedereen.
En dit komt omdat afscheiding in werkelijkheid niet bestaat.
In werkelijkheid is er alleen EEN, zowel binnen het zgn afscheidingsdenken van de egodenkgeest als binnen het Ene Waarheidsdenken, wat in de Cursus de Heilige Geest en of Jezus genoemd wordt.
Beide spelen zich af binnen het bewustzijn, in dat wat we werkelijk zijn, denkgeest.
Binnen de non-dualistische Eenheid speelt dit bewust-zijn van Eenheid niet meer dan is er Eenheid, waar bewustzijn geen enkele functie meer heeft en daar kunnen we geen woorden voor gebruiken, woorden hebben daar geen functie meer, en dat hoeft dan ook niet meer natuurlijk, dan is het klaar.
Bewustzijn, heeft dus alleen een functie als we ons nog bewust-zijn van onszelf in de droom die we onze wereld noemen.

Vertoeven we nog volledig in de egodenkgeest zonder te beseffen, ons bewust te zijn dus, van wat dat is en hoe het werkt, dan zijn we ‘onbewust’ zonder het te weten.
Worden we ons wel bewust van hoe de egodenkgeest werkt, dan kunnen we leren er bewust naar kijken, we kunnen onszelf en ons denken waarnemen.
Zodra we bewuste waarnemers zijn en onszelf kunnen waarnemen op een andere manier dan vanuit denken een lichaam te zijn, het ‘onbewuste dus’, dan kan het terugherinneren in wat we werkelijk zijn, non-dualistisch Eén, beginnen.
De reis gaat dus van het onbewustzijn van de egodenkgeest naar het Onbewust Zijn van Eénheid, en dat gaat via bewustwording.
En voor die ‘reis’ van bewustwording wordt alles wat we (de denkgeest) heeft geprojecteerd en wat meteen ‘vergeten’ werd dat we dat deden, het werd dus onbewust, her-gebruikt als vergevingsmateriaal. Want ware vergeving betekent immers zoals we eerder zagen, dat wat we dachten dat gebeurt was, niet heeft plaatsgevonden.

Je, het was en is een gedachte, en ja de gedachte werd en wordt geprojecteerd, maar het blijft een gedachte afkomstig uit de denkgeest en is alleen bedoelt om het bewustzijn van wat we werkelijk zijn te vergeten. Maar vergeten is nog niet totaal verdwijnen, vergeten is wegstoppen in het onderbewuste, weggestopt in een ogenschijnlijk stevige geprojecteerde doos, die we de wereld noemen.
Hiervan bewust worden en kiezen voor vergeving geeft alles wat we geprojecteerd hebben een andere functie. Het zal nu het bewustzijn openen in plaats van het weg te stoppen in de vergetelheid van het on-bewuste.
En zodra we er ons van bewust worden dat alles inderdaad één is, ook binnen het egodenken dus, dan kan ik mij niet meer los zien van den ander of van wat dan ook wat ik waarneem.
De eenheid zit niet in het versmelten van vormen en dingen, maar in het bewust worden van dat de projectie uit één denkgeest komt en daarom zijn éénheid blijft behouden ook al ziet het er in geprojecteerde vorm anders uit.
Dan zie ik ook dat we allemaal één gemeenschappelijk doel hebben, en dat doel is, in de nog onbewuste staat, afscheiding, de wereld als een poging tot wegrennen uit Eenheid, dmv projectie, of als het bewustzijn begint terug te komen van het ene gemeenschappelijke doel te zien, van terugherinneren in Eenheid.
In het eerste geval, het doel van het ego, wordt de wereld als einddoel gezien, in het tweede geval wordt terugherinneren in Eenheid als doel gezien en worden de projecties, de wereld die wij denken te zien en ervaren als (leer)middel her-gebruikt.

Elke relatie die we hebben, of dat nu met een mens, dier, of ding is (het zijn immers allemaal projecties) bevat dus de kans tot afscheiding of van terugherinneren in de Eenheid van de denkgeest.
De zich bewustwordende denkgeest kan deze keuze nu maken.

Dit klinkt allemaal heel simpel en eenvoudig, en dat is het idee op zich ook, maar de weg naar bewustwording en tenslotte het terugherinneren in totaal On-bewustzijn, wat niet meer bewust ervaren wordt, omdat er niets meer te ervaren valt, gaat gepaard met angst, omdat voor het bewustzijn in eerste instantie het verdwijnen van het bewustzijn, in zijn verwrongen denken, de dood betekent.
Dit is slechts een vergissing, die langzaamaan duidelijker zal worden naarmate het bewustzijn van hoe dit allemaal werkt terugkomt in de zich herinnerende denkgeest.
De laatst stap, het volledig terugherinneren in het On-bewuste, zal niet gepaard gaan met angst voor dood of vernietiging, maar zal een logisch gevolg zijn van het zich totaal terugherinneren in wat Eénheid is.
Tot deze onvermijdelijke Herinnering zal de zich bewust wordende denkgeest door alle stadia van bewustwording heen gaan en zal zijn ‘leven’ en alle projecties die daar een rol in hebben gekregen zijn vergevingsmateriaal zijn.

En zo kan ik alleen nog maar met grote dankbaarheid en liefde kijken naar alles wat langskomt in wat ik mijn leven noem, ook al ervaar ik het in eerste instantie als moeilijk, lastig, aanvallend, verdedigend, ik en jij als vriend, ik en jij als vijand, en dat geld voor mensen, dieren én dingen, want samen heeft al dat gedoe maar één doel, terugherinneren in Eénheid.
In het stadium van hoogste bewustwording, is de ongelukkige dromer en droom gebaseerd op zonde, schuld en angst, volledig omgedraaid naar een gelukkige droom, waar alles alleen nog maar gezien wordt als vergevingskans, daar geen twijfel meer over bestaat en waaruit de angel van zonde, schuld en angst helemaal verdwenen is. De denkgeest is zich volledig bewust van dat hij denkgeest is, alle projecties zijn teruggekeerd naar hun bron de denkgeest en hij ziet alleen nog een vergeven wereld.
En hier kan alleen maar de laatste stap op volgen, volledige terugkeer in Eénheid, waar geen bewustzijn meer is omdat het niet nodig is en wat we ‘God’ noemen zolang we nog woorden denken nodig te hebben.

Deze wereld werd gemaakt als ontkenning van God, hoe kan ik iets anders waarnemen in deze wereld dan ontkenning, die vervolgens in stand gehouden wordt in een wankel dualistisch evenwicht zodat het werkelijke Kennen goed verborgen blijft?

Achter ontkenning gaat Kennen schuil. De heftige emotie die gepaard gaat met het gevoel van ontkend te worden houd tevens de ontkenning stevig op z’n plaats in de ego-denkgeest.

Echter goed beschouwd betekent het dat ik mezelf ontken en God, dus de Zoon (het hele Zoonschap) en de Vader. Aangezien dat niet te verwezenlijken valt in werkelijkheid, het is immers een vergissing, een illusie,  betekent het dat ik alleen de omkering zie, de ontkenning, en dus achter ontkend voelen, gekend (Kennen)  schuil gaat, verborgen gehouden door die gedachte van ontkenning. Dus moet ik God vergeven dat hij mij niet heeft ontkend, omdat het niet mogelijk is, het is niet gebeurt.

Iets wat ontkend wordt, wordt verborgen, er wordt dus iets verborgen en dat moet wel het tegenovergestelde zijn. En het wordt stevig op z’n plaats gehouden door schuld/zonde/angst via emoties geprojecteerd in een wereld vol met ontkenningen.

Dus door ontkenning waar te nemen weet ik dat in werkelijkheid dit bewijst dat God mij kent, terugkeer naar Kennen is dan ook alleen mogelijk door de ontkenning te vergeven….

En daar komt bij dat ik emoties nu in handen van HG/J gegeven ánders kan gaan zien; nu als een reminder voor dit vreemde krankzinnige ego-mechanisme, zodat ik kan besluiten me er niet meer door mee laat te slepen de ontkenning in.

Zo wordt de omkering doorzien en weer teruggezet d.m.v. vergeving

Ik voel dan ook heel duidelijk dat op dat moment de denkgeest geheeld wordt en niet de vorm.

Een cursus in wonderen zegt verder over ontkenning o.a.:

‘Ware ontkenning is een krachtig beschermmiddel. Je kunt en moet iedere overtuiging dat een vergissing jou kan kwetsen, ontkennen. Dit soort ontkenning is geen verhulling maar een correctie. Jouw juiste denken hangt ervan af. De ontkenning van de vergissing is een krachtige verdediging van de waarheid, maar het ontkennen van de waarheid mondt uit in miscreatie, de projecties van het ego. 6In dienst van het juiste denken maakt de ontkenning van de vergissing de denkgeest vrij en herstelt zij de vrijheid van de wil. Wanneer de wil werkelijk vrij is kan hij niet miscreëren, omdat hij alleen de waarheid ziet.'(T2.II.2)


‘Jouw denkgeest is één met die van God. Door dit te ontkennen en anders te denken wordt je ego bijeengehouden, maar het heeft je denkgeest letterlijk gespleten.’ (T4.IV.2:7-8)

 

‘Het ego kan zich niet veroorloven iets, wat ook, te kennen. Kennis is totaal, en het ego gelooft niet in totaliteit. Dit ongeloof is zijn oorsprong, en hoewel het ego jou niet liefheeft, is het wel trouw aan zijn eigen afstamming en verwekt het zoals het werd verwekt. De denkgeest produceert altijd weer zoals hij zelf werd geproduceerd. Voortgebracht door angst, produceert het ego wederom angst. Hieruit bestaat zijn trouw, en die trouw maakt het verraderlijk tegenover liefde, omdat jij liefde bent. Liefde is jouw kracht, die het ego wel ontkennen moet. Bovendien moet het alles ontkennen wat deze kracht jou geeft omdat ze jou alles geeft. Niemand die alles heeft wil nog het ego. Zijn eigen maker wil hem dus niet.

Verwerping is dan ook de enige beslissing waarmee het ego geconfronteerd kan worden, als de denkgeest die het gemaakt heeft zichzelf zou kennen. En als hij enig deel van het Zoonschap als zodanig zou herkennen, zou hij inderdaad zichzelf kennen.’  (T7.VI.4)


‘Het is ongetwijfeld duidelijk dat jij tot je denkgeest zowel iets kunt toelaten wat er niet is, als ontkennen wat er wel is. Toch kun je de functie die God Zelf via Zijn Denkgeest aan de jouwe gaf misschien wel ontkennen, maar niet tegenhouden. Ze is het logische gevolg van wat jij bent. Het vermogen om een logisch gevolg te zien hangt af van de bereidwilligheid om het te zien, maar de waarheid ervan heeft met jouw bereidwilligheid niets te maken. De waarheid is Gods Wil. Deel Zijn Wil en je deelt wat Hij weet. Ontken dat Zijn Wil de jouwe is en je ontkent Zijn Koninkrijk en dat van jou.’ (T7.X.2)

 

zonsondergang

 

 

%d bloggers liken dit: