archiveren

Tagarchief: droomwereld

Jezus en de Heilige Geest

De symbolen Jezus en de Heilige Geest worden in de Cursus (her)gebruikt, omdat de Cursus het gebruikt om ons daar te kunnen ontmoeten waar we denken te zijn en tevens omdat het tevens de keuze voor de leiding van de egodenkgeest zo duidelijk maakt.
De zogenaamde historische Jezus uit de Bijbel en ook de Heilige Geest zijn projecties vanuit de egodenkgeest die juist de angst voor God uitbeelden. De angst voor een wraakvolle God die zich zal wreken op ons zondaren die hem vermoord hebben. Aldus de nachtmerrie van de Zoon van God, die als antwoord hierop een eigen God heeft bedacht met een zoon (Jezus) en een Heilige Geest, als inspiratiebron van de egodenkgeest, zoals we ze kennen uit de Bijbel.
Van daaruit zijn de bijbelse verhalen ontstaan, geprojecteerd en letterlijk genomen.
De egodenkgeest kan zielsveel van die Jezus houden, hem haten of negeren, maar al zulke vormen zijn hoe dan ook uitingen van de zonde, schuld en angst waarop de egodenkgeest is gestoeld. Ze nemen de historische Jezus en de Heilige Geest letterlijk, want ze blijven op het dualistische niveau van de wereld.
Als we dan de Cursus tegenkomen in ons leven en deze gaan ‘doen’, moeten we dit eerst onder ogen gaan zien, en dat is pijnlijk, want het lijkt of ons ‘knuffeldekentje’ wordt afgepakt en dat gaat onvermijdelijk met afkick verschijnselen gepaard.
De Jezus en de Heilige Geest waar we ooit naar toe gingen voor troost lijken nu ineens af te brokkelen en er lijkt even niets voor in de plaats te komen, want de weg naar een vervanging in de vorm lijkt ook afgesloten te zijn, omdat we ook leren dat wat we zien met de ogen van het lichaam een illusie is, een droom. Het is dus even slikken voor mensen die de Bijbel als woord van God beschouwden om te moeten gaan inzien dat de Bijbel voort is gekomen vanuit de egodenkgeest, want de Bijbel is 100% geschreven vanuit lichaamsidentificatie. Ook al lijkt het heel geïnspireerd te zijn, het wordt toch vereenzelvigd met bepaalde speciale personen (lichamen dus) die over lichamen schrijven.
Zelfs de Heilige Geest wordt als een aparte entiteit gezien.
En ja, ook de Bijbel kan symbolisch worden gezien en behulpzaam zijn als zodanig, maar niet om te rechtvaardigen dat wat in de Bijbel staat letterlijk moet worden genomen en er een echte Jezus en een echte Heilige Geest heeft bestaan, want dat is alleen maar weer het aloude egoverhaal van de afscheiding.
Dus het terug herinneren naar wat we werkelijk zijn, Geest en één in God is niet makkelijk, en ondanks het liefdevolle hergebruik in de Cursus van Jezus en de Heilige Geest als symbolen voor de terug herinnering in God, zal het niet ‘makkelijk’ zijn.
We krijgen allemaal te maken met ontwenningsverschijnselen en velen haken dan ook af en rennen terug naar hun comfortabele knuffeldeken, de aloude Jezus en de Heilige Geest van de Bijbel.
Dus voor diegene waarvoor Jezus een troost was als historische Jezus, maar ook voor diegene die niets van Jezus moeten hebben is de Cursus enorm confronterend en wel op dezelfde manier. Beide nemen de historische Jezus letterlijk en omarmen deze of wijzen hem af.
Kort gezegd is de Cursus confronterend voor iedereen die hem doet, want iedereen vereenzelvigd zich met een lichaam en maakt de wereld met al zijn vormen en situaties waar.
De liefdevolle aard van de Cursus uit zich dus hierin dat het de ‘kostbare’ troostende hulpmiddelen van de egodenkgeest, zoals een Jezus of een Heilige Geest hergebruikt. Het beoordeelt ze of veroordeelt ze niet, het laat zien, dat ze in hun egovorm onwaar zijn, dat moet eerst onder ogen worden gezien, zodat ze daarna als symbolen kunnen worden gebruikt om te leren vergeven.
We leren dan dat een Jezus en een Heilige Geest niet in wat we ons leven noemen kunnen komen, want ze vertegenwoordigen onze ware aard, die van Geest zijn één in God en dat gaat niet samen met het idee van lichamen zijn in een droomwereld van vormen en situaties.
We, als waarnemende en keuzemakende denkgeest, kunnen alleen al onze vergissingen terugbrengen naar hun bron de denkgeest en ze laten vergeven. De symbolen Jezus en de Heilige Geest (dus niet de historische Jezus en de Heilige Geest van de Bijbel) worden nu onze gidsen in het terug herinneren in God in Eenheid, dat wat we in werkelijkheid zijn.
Eigenlijk is de Heilige Geest en ook Jezus het symbool voor de waarnemende en keuzemakende denkgeest, (dat wat we in werkelijkheid zijn) ze nemen waar, maar treden niet binnen in de illusie. Want hoe kan je nu binnentreden in iets wat niet bestaat.
De waarnemende denkgeest is in staat de voorheen fantasiefiguren de Heilige Geest en Jezus die een rol speelde in het egodrama te hergebruiken door op dezelfde wijze met ze te communiceren, te praten, maar ze nu als symbool te zien voor wat we in werkelijkheid zijn, denkgeest en één met ons en daardoor altijd beschikbaar, terwijl de egoversie van de Heilige Geest en Jezus in zijn lichaamsgerichtheid, alleen beschikbaar leek als we het hadden verdiend dat ze ons misschien eventueel wel zouden helpen als we het niet te bont hadden gemaakt en gebukt gingen onder zonde, schuld en angst.
Dus uiteindelijk, als we de Cursus willen volgen, zullen we onder ogen moeten zien dat de historische Jezus en de Heilige Geest niet bestaan, net zomin als wij, en alle lichamen en aardse situaties bestaan.
Daarom is ECIW niet geschikt voor iedereen, hoewel het wel in de andere zin een verplichtte cursus is, van wegen zijn aard, omdat we in werkelijkheid nooit uit de Eenheid van God zijn weggegaan, er dus niets gebeurt is en het onvermijdelijk is dat het hele Zoonschap zich dat gaat herinneren.
De manier waarop en hoe en wanneer is een vrije keuze, beter, ‘lijkt’ een vrije keuze.

 


Ik heb me een droomwereld bedacht vanuit de ene egodenkgeest, waardoor ik vergat wie en wat ik in werkelijkheid ben; een onschuldig kind van God. Met als resultaat een bange droom geboren uit angst:

 ‘Kinderen worden met pijn en in pijn in deze wereld geboren. Hun groei gaat gepaard met lijden, en ze leren wat leed is, afscheiding en dood. Hun denkgeest lijkt opgesloten in hun hersenen, en de krachten daarvan lijken af te nemen wanneer hun lichaam pijn lijdt. Ze lijken lief te hebben, maar ze verlaten en worden zelf verlaten. Wat ze liefhebben, schijnen ze te verliezen, wellicht de meest krankzinnige overtuiging van al. En hun lichamen kwijnen weg, hun adem stopt en ze worden onder de grond gelegd, en zijn niet meer. Niet een van hen die niet gedacht heeft dat God wreed is.’ (T13.inl.2:5-11)

Gelukkig ‘maar’ een droom, een nietig dwaas idee. En gelukkig is de herinnering er altijd nog, de herinnering aan wat ik werkelijk ben: Liefde waar angst nooit echt kan binnendringen en ook maar in staat is dat wat onveranderlijk en héél is te veranderen.:

‘Kindlief, dit is niet zo. Je ‘schuld beladen geheim’ is niets, en als je het maar naar het licht wilt brengen zal het licht het verdrijven. Dan zal geen enkele donkere wolk meer tussen jou en het herinneren van je Vader blijven hangen, want jij zult je Zijn schuldeloze Zoon herinneren, die niet gestorven is, omdat hij onsterfelijk is. En je zult zien dat jij samen met hem werd verlost en nooit van hem gescheiden bent geweest. In dit inzicht ligt je herinnering, want het is de erkenning van liefde zonder angst. Er zal grote vreugde heersen in de Hemel over jouw thuiskomst, en die vreugde zal de jouwe zijn. Want de verloste zoon des mensen is de schuldeloze Zoon van God, en hem herkennen is jouw verlossing.’ (T13.II.9:1-7)

Dóór de ervaring ligt mijn weg terug naar Huis (waar ik nooit werkelijk ben weggeweest).

De lessen die ik leer samen met de Heilige Geest en Jezus, mijn Gidsen.
En de wereld die ik gemaakt heb vanuit de egodenkgeest wordt nu in handen van de Heilige Geest en Jezus mijn pad naar Huis.
Al mijn ‘speciale’ talenten en dat is alles wat ik in ‘huis’ heb aan karaktertrekken, en alles wat mij ‘Annelies’ maakt, is bruikbaar voor de Heilige Geest:

 Hoewel elk soort waarneming onwerkelijk is, heb jij die gemaakt en daarom kan de Heilige Geest die goed gebruiken.’ (T6.II.9:6)

 ‘De Heilige Geest leert jou wat het ego gemaakt heeft te benutten om het tegenovergestelde te onderwijzen van wat het ego heeft ‘geleerd’.’ (T7.IV3:3)

 ‘Alle vermogens moeten daarom worden overgegeven aan de Heilige Geest, die ze op de juiste manier weet te gebruiken. Hij gebruikt ze alleen om te genezen, want Hij kent jou alleen als heel.’ (T7.IV.4:1-2)

 ‘Als het lichaam een instrument wordt dat jij aan de Heilige Geest geeft om ten behoeve van het verenigen van het Zoonschap te gebruiken, zul jij in iets fysieks niets anders zien dan wat het is. Gebruik het voor de waarheid en je zult het waarheidsgetrouw zien.’ T8.VII.4:5-6)

 ‘De Heilige Geest kan alles wat je Hem geeft voor jouw verlossing gebruiken. Maar wat jij achterhoudt kan Hij niet gebruiken, want zonder jouw bereidwilligheid kan Hij het niet van jou wegnemen.’ (T8.VIII.4:5-6)

Terug denkend aan toen ik nog een kind was kan ik me bepaalde eigenschappen goed herinneren die daarna door het noodzakelijke proces van het ontwikkelen van een ego langzaam zijn ondergesneeuwd onder en dikke laag conditioneringen. De taak van de egodenkgeest is immers verbergen, alles wat aan Thuis doet terug denken, de Herinnering diep wegstoppen.

Dit kan eeuwen lang volgehouden worden binnen het gegeven ruimte en tijd, maar uiteindelijk is het onvermijdelijk dat de herinnering sterker blijkt te zijn en het moment komt dat ik opnieuw kies.

En dan, mits aan Heilige geest en Jezus gegeven voor dit doel, zullen al die talenten mij terug naar huis brengen.

Denkend over mijn talenten en dan die talenten waarbij ik me heel plezierig voelde en die me heel natuurlijk afgingen, zie ik nu de ijver die ik erin gestoken heb deze weg te stoppen daarbij de schuld gevend aan de buitenwereld die ze ogenschijnlijk van mij afpakte. Het projectiemechanisme van het ego.

Zo was ik een geboren dagdroomster, leefde volledig in een eigen wereld en zette dit later door in mijn voorliefde voor lezen, pianospelen en tekenen. Allemaal heerlijke zaken waarbij ik moeiteloos gelukkig was en mijn talent van dagdromer kon uitleven.
Tegelijkertijd werd dit, vooral het dagdromen, afgekeurd door de zgn. buitenwereld, die vond dat ik lui was en ‘iets’ moest doen.
“Als ik je niet gestimuleerd had en je achter je vodden aangezeten, was er nooit iets van je terecht gekomen!”
Het perfecte antwoord van de egodenkgeest teneinde de droom in stand te houden, hard werken werd het zelfbedachte wapen tegen het zelfbedachte verwijt van luiheid, en zo begon het gevecht binnen de egodenkgeest een gesloten kringetje wat al snel een gewoonte werd en daarna een verslaving.
En tenslotte jaren later tot bijna totale uitputting, het ultieme doel van het ego, zou leiden. Maar daardoor werd de weerstand, de greep van de egodenkgeest even ook wat losser, ook doordat ik doodziek werd van die steeds zich herhalende ‘mislukkingen’ en kwam er ruimte voor de herinnering, de herinnering aan ‘er moet een andere manier zijn’.

En nu daagt mij ineens nu ik een tijdje al vertoef in het afkickcentrum van God & Zn: ‘Ik rust in God’ dat die talenten die me zo gemakkelijk afgingen ineens weer zichtbaar worden en weleens een belangrijke zoniet de enige rol zouden kunnen gaan spelen in mijn werkelijke rol hoe een leerling/leraar van God te zijn en louter Liefde uit te breiden. De negatieve klank van dagdromer heeft zich nu omgekeerd in de nu zeer bruikbare talenten: denken, filosoferen en mediteren die in handen gegeven nu van Jezus mijn werkelijke functie mogen laten zien. Hoe dit zich op de best mogelijke manier in de vorm zal tonen is nog even afwachten. Voorlopig is het devies ‘rust’. Ik leer nu dat als ik bij Hem ben schuld/zonde/angst onmogelijk zijn.

Terwijl ik dit schrijf herinner ik me ineens twee foto’s uit mijn zeer vroege jeugd die dit alles mooi lijken te illustreren. Op de ene foto wordt mijn duidelijke talent ‘dagdromen’ getoond. Op de andere foto is het ontluikende nietig dwaas idee de egoverdediging al zichtbaar, het ‘ik heb liever gelijk, dan dat ik gelukkig ben’ principe.

 

 

 

 

 

%d bloggers liken dit: