archiveren

Tagarchief: dromen

De “echte vrijheid” om te kiezen is gelegen in de keuze te kiezen tegen het ego (de keuze voor zonde, schuld en angst, oftewel voor de onjuist gerichte denkgeest) en vóór de Heilige Geest (de keuze voor Liefde, Waarheid, Eénheid, God oftewel voor de juist gerichte denkgeest).

Dat is de enige keuze die gemaakt kan worden, binnen het concept: de droom, de illusie. Waarbij aanvaard wordt dat dan tegelijkertijd de keuze voor het egodenken volledig illusoir en daardoor volledig zinloos en onmogelijk is.

De enige overgebleven ware keuze, nog steeds binnen het concept van de droom, die van vóór Heilige Geest (juist gericht denken) is het logische gevolg van volledig oordeelloos inzien (doordat de (ego) angst verdwenen is) dat wordt ingezien dat de keuzen die tot nu toe gemaakt werden zonder waarde waren en alleen tot doel hadden af te scheiden van Waarheid, een onmogelijke en zinloze keuze, de keuze voor zinloze dromen van bedrog en illusies.

En het enige zinvolle wat overblijft aan de keuze voor het egodenken, zolang er nog ervaren wordt in de droom, is elke egogedachte+projectie als vergevingsmateriaal en vergevingskans te zien, en er op te vertrouwen dat de rest, de effecten vanzelf zullen volgen.

Onderschat en ontken vooral de kracht van de egodenkgeest niet.
Kijk eens wat de egodenkgeest allemaal nodig heeft en moet doen om Waarheid, Eenheid aan de aandacht te onttrekken en te doen laten vergeten! Een hele wereld, een heel universum, bergen en bergen aan opgeworpen bedachte blokkades met maar één doel; ontsnappen aan Eenheid. Er is een enorme denkkracht voor nodig om toch te geloven dat het onmogelijke mogelijk is.
Dus noem jezelf niet zwak als het maar niet lukt te ontwaken, terwijl je het zo graag lijkt te willen. Integendeel er is enorm veel wilskracht voor nodig de natuurlijke staat van Eenheid te doen laten vergeten en te ontkennen.
De egodenkgeest zal nooit krachtig genoeg zijn om Eenheid echt te vernietigen, maar het heeft wel de kracht dat te kunnen en willen geloven.
Het kost enorm veel energie de wil om weerstandsgedachten in stand te houden, een heel universum aan wilskracht energie.

Pas als de denkgeest dermate uitgeput is en gewoon niet meer verder kan, het niet meer lukt de weerstand in stand te houden, de weerstand breekt, opgeven het enige is wat nog rest, dan pas zal de natuurlijke staat van Eenheid weer in de herinnering terugkeren.
En dat is eigenlijk de uiteindelijk onvermijdelijke staat van de denkgeest die eraan toe is zichzelf terug te herinneren in zijn natuurlijke Staat.

Dus hard werken, vechten, je best doen om te ontwaken? Vergeet het maar, het enige waarvoor we hard werken, vechten, lijden, opofferen, ons best doen, is juist om te voorkomen dat ‘ik’, de denkgeest ontwaakt uit de slaap en dromen van waanzin.

Voor de egodenkgeest is zwakte een vorm van zonde, schuld en angst, niet omdat we sterk moeten zijn om te overleven in een wereld, maar omdat zwakte een bedreiging is. Een moment van zwakte kan een onherstelbaar gat slaan in de verdedigingsmuur van de egodenkgeest en dat moet te allen tijden voorkomen worden. Daar wordt tijd dan ook voor gebruikt.

Voor de eraan toe zijnde denkgeest is dat moment van zwakte een zegen, omdat dan even de sluier van weerstand vervaagt en de herinnering weer even wordt herinnerd. Dan start het omgekeerde proces van ontwaken door langzaam aan stap voor stap zonde, schuld en angst in al zijn vormen, de motor die de egodenkgeest draaiende houdt, van zijn brandstof af te sluiten, totdat hij is uitgedoofd…

 

Vandaag herinner ik me te lachen om het nietig dwaas idee:

“Hoezeer ben jij bereid te ontkomen aan de gevolgen van alle dromen die
de wereld ooit heeft gehad? Is het jouw wens dat geen enkele droom de
oorzaak lijkt van wat jij doet? Laten we dan gewoon naar het begin van
de droom kijken, want het deel dat jij ziet is slechts het tweede deel, waarvan
de oorzaak in het eerste ligt. Niemand die slaapt en in de wereld aan
het dromen is, herinnert zich zijn aanval op zichzelf. Niemand gelooft dat
er werkelijk een tijd is geweest dat hij niets van een lichaam wist en zich
deze wereld nooit als werkelijk kon hebben voorgesteld. Hij zou meteen
gezien hebben dat deze ideeën een en dezelfde illusie behelzen, te belachelijk
voor iets anders dan te worden weggelachen. Hoe serieus, hoe
ernstig lijken ze nu! En niemand kan zich herinneren wanneer ze met gelach
en ongeloof werden begroet. Wij kunnen ons dit wel herinneren, als
we hun oorzaak maar direct onder ogen zien. Dan zullen we reden tot lachen
zien, en geen grond voor angst.

Laten we de droom die hij heeft weggegeven teruggeven aan de dromer,
die de droom ziet als iets los van hem dat hem is aangedaan. In de eeuwigheid,
waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de
Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte
een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.
Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen
inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de
tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat” (T27.VIII.5,6).

(vet gedrukte accent van mij)

Tijd is een zich steeds herhalende gedachte van afscheiding.
‘Een nietig dwaas idee’ (T27.VIII.6:2) dat zichzelf steeds herhaalt elke seconde weer, want zodra ‘een nietig dwaas idee’, als een tik in de tijd opkomt, vernietigt het zichzelf ook weer meteen en moet dus weer herhaalt worden, steeds weer, zodat er een continuüm lijkt te ontstaan.
Door elk ‘nietig dwaas idee’ tevens te projecteren, lijkt tijd een vorm aan te nemen en lijkt er een verleden, een heden en een toekomst te zijn, en ontstaat dat wat wij leven noemen. Een leven in een wereld, in een lichaam, omringt door andere lichamen, dingen en situaties, waarvan wij overtuigt zijn dat dat is wat we zijn en we totaal vergeten zijn dat het nog steeds allemaal voortkomt uit de denkgeest die droomt dat het onmogelijke mogelijk is.
Echter dit alles blijft wat het is, een illusie, een droom, een gedachte, gedacht door de denkgeest die de illusie van tijd gebruikt om zich af te scheiden van zijn onveranderlijke Zijn, van Eenheid.
Dit vreemde ‘onnatuurlijke’ denksysteem brengt onvermijdelijk, door zijn ‘onnatuurlijkheid’, gevoelens van onaangenaamheid met zich mee, mild uitgedrukt.
Als we heel eerlijk zijn voelen we ons voortdurend ongemakkelijk, ongelukkig, ontevreden, depressief, niet lekker, afgewisseld met wat betere gevoelens, net zo grillig en onvoorspelbaar als het weer. We voelen ons slachtoffer van omstandigheden buiten ons wat weer het gevoel van zonde, schuld en angst versterkt, wat weer de tijdlijn verleden (zonde), heden (schuld) en toekomst (angst) in stand houd. Kortom een gesloten (ego)denksysteem een perpetuum mobile.

Deze vergissing, want meer is het niet, is onschuldig van wegen zijn droom aard.
Want waarom zouden we een droom die niets anders is dan een vergissing over wat we werkelijk zijn, waar willen maken?
En precies dat is wat we doen, we willen kost wat kost het ´nietig dwaas idee´ waarmaken en zo onze dromen doen uitkomen.
We zeggen het zelfs letterlijk, ´ik wil mijn dromen laten uitkomen´, ´mijn droom is: ‘rijk worden´, ´de lotto te winnen´, ‘een mooier en groter huis´, ‘een mooie auto´, ´een betere partner´, ´gezonder worden´, ´dunner worden´, ´dikker worden´, ‘mooier worden’, ´kinderen krijgen´, een betere baan´, ´een beter milieu´, ´einde van geweld´, ´vechten voor mijn idealen´, ´vechten tegen iemand anders idealen´, en nog zo´n miljard andere droom idealen. Dromen waar maken dat is wat we willen.
Maar het enige wat uitkomt is dat we ons dieper ingraven in de droom en blijven dromen om dát ´waar´ te maken wat onmogelijk ´waar´ kan zijn, zo blijft de droom in stand. En dat is wat we willen, want het dient allemaal om te verbergen dat we dit allemaal zelf bedacht hebben en de bedenkers zijn van al deze dromen. En vooral verborgen blijft dat we denkgeest ZIJN en niet onze dromen.

Er is maar één uitweg uit een droom en dat is ontwaken uit de droom.
Als ineens ergens begint te dagen, dat dromen najagen gewoon niet echt werkt, dan dringt er een straaltje ‘Herinnering’ door, waardoor ineens de gedachte opkomt: ‘Er moet een andere weg zijn’.
En dan kan de droom een andere wending krijgen, een ander doel, niet meer mijzelf nog verder ingraven in de droom, maar door al dat droommateriaal (mijn dagelijkse leven, mijn ervaringen) een andere functie te geven, namelijk die van middelen tot ontwaken uit de droom.
Een cursus in wonderen is zo’n symbool wat staat voor een straaltje ‘Herinnering’ wat plotseling daagt in de denkgeest en de droom een andere wending kan geven.
Dan daagt in de denkgeest van de dromer van de droom het besef en de wil dat het tijd wordt om te Ontwaken.
En dan begint de weg terug, het terugnemen van het ‘nietig dwaas idee’, door elk ‘nietig dwaas idee’ te vergeven, omdat het niet meer is, was en zal worden dan ‘een nietig dwaas idee’.

‘Het is ridicuul te denken dat de tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat’ (T27.VIII.6:5).

“Wat als al je dromen uit zouden komen?”, hoor ik op tv langskomen.
Maar als dit leven, deze wereld een droom is, dan is dit leven deze droom toch precies waar ik van droom?
Een droom vol met droomfiguren, droom dingen en droom situaties. Een chaotische nachtmerrie vol met geweld, goed en kwaad, zonde, schuld en angst.
Wil ik echt dat dit de dromen zijn die ik wens en uit wil zien komen?
Wil ik echt dat alle gewelddadigheid, al die aanvallen en verdedigingen, al dat onderscheid tussen goed en kwaad, precies zo gebeurt als het lijkt te gebeuren in mijn droom?
Kennelijk, anders zou ik deze droom niet zo ervaren.
Een droom kan alleen maar uit mij voorkomen, net als in de slaap droom, waar we dit heel normaal vinden.
En ja het is werkelijk een verlichtende gedachte ineens de mogelijkheid te zien van dat dit leven deze wereld ook wel eens een droom zou kunnen zijn, net zoals in een slaapdroom.
De onvermijdelijke consequentie hiervan is dat als ik mijn eigen dromen droom en zowel de dromer, de regisseur, de projector en alle droomfiguren ben, niet mezelf meer als slachtoffer kan zien van alles wat mij en de wereld lijkt te overkomen en wordt aangedaan.
En net als in mijn slaapdromen, is alles wat zich afspeelt in mijn dromen niet letterlijk, maar een metafoor. Het staat symbool voor de gedachten die de dromen maken.
En als ik zo naar mijn dromen kijk, dan moeten dat wel erg gewelddadige, angstige gedachten, vol goed en kwaad en zonde en schuld zijn.

Ik zou wel blind moeten zijn om dat niet te zien, zodra ik accepteer dat dit mijn eigen droom is, gemaakt door mijzelf.
En dat is precies wat er gebeurt als ik de droom letterlijk neem en deze als iets buiten mij, los van mijzelf zien, dan ben ik blind, want ik zie iets anders dan wat er IS.
De droom werd werkelijkheid, en verving daarmee de werkelijke Werkelijkheid.
Niet werkelijk, maar het lijkt wel zo te zijn, doordat de herinnering aan wat we Werkelijk zijn is vergeten en er alleen een schijnbaar werkelijke wereld, met alles d’rop en d’ran lijkt te zijn.
Een chaotische kluwen van botsende deeltjes, die elkaar aantrekken en afstoten in een dans van leven en dood.

Dus ja, als ik daar in geloof, dan krijg ik precies waar ik om vraag, een dans van leven en dood, en komt die ‘droom’ helemaal uit.
Dus de vraag “wat als al je dromen uit zouden komen”, is allang vervult.
En als ik daar in blijf geloven, omdat ik dat wil, blijf ik tegen beter weten in geloven dat het nog wel wat wordt met die door mij geprojecteerde wereld en dat als ik m’n best maar blijf doen ik de wereld en z’n bewoners, inclusief mijzelf echt wel kan veranderen, verbeteren en er een gelukkige droom van kan maken.
Het enige wat ik hiermee dan zeg is, ja allemaal leuk dat dit allemaal een droom is, maar het is wel mijn droom, mijn zandbak waar ik mijn eigen zandluchtkastelen bouw, zoals ik dat wil.
Als ik echt zou accepteren dat dit een droom is en ik zou daaruit ontwaken “WAAR BLIJF IK DAN!?”.
En precies dat is de enige angst die mijn droom in stand houd, het verdwijnen van het droom ‘ikje’.

Angst voorkomt dat ik met open niet oordelende ‘ogen’ door de angst heen zal gaan kijken, en dan misschien zal ontdekken dat er geen angst is, maar alleen de angst voor de angst, en dat er achter die angst mijn Werkelijkheid ligt, die nooit verdwenen is, maar slechts vergeten.
Dus de vraag zou nu ook kunnen zijn, in plaats van: “wat als mijn dromen uit zouden komen?”, “wat als “ik” (de denkgeest niet het lichaam “ik”) uit de droom zou ontwaken?”.
Dat is echt totaal ‘out of the box’, ‘buiten de lijntjes’ durven denken.
En daartoe kan ik alleen maar bereid toe zijn, als ik helemaal totaal ‘klaar’ ben met al mijn dromen, en ik totaal onder ogen zie dat er een andere manier moet zijn, omdat deze nachtmerrie van leven en dood niet ‘waar’ kán zijn.

Dit doe ik niet door vol in de aanval te gaan door alles buiten mij waarvan ik nu zie dat het niet klopt aan te vallen en te vernietigen, of desnoods met geweld te verbeteren, want dat is gewoon weer het voortzetten van de aloude droom van angst.
Dit kan alleen door mijn eerdere gedachten die vanuit angst komen plus de daar aan verbonden projecties die de angst uitbeelden, terug te nemen in waar ze vandaan komen, de denkgeest en ze te vergeven, zodat ze oplossen in Waarheid, in Eenheid.
En zolang ik dan nog ‘ervaar’ in de wereld zal alles wat ik doe ook vanuit Waarheid, Eenheid, Liefde komen. Niet met als doel de wereld te verbeteren, maar me volledig te laten leiden door de Waarheidsherinnering, door ECIW de Heilige Geest genoemd.
En dat is de werkelijke betekenis van de gelukkige droom. Mijn droom nu volledig onder leiding van Heilige Geest, in plaats van die van het ego.
Het doel van de wereld die ik dan nog ervaar is totaal anders , niet meer het vermeerderen van angst, met alle daar bijbehorende projecties, maar het uitbreiden van Liefde vanuit Inspiratie en de rest volgt van daaruit automatisch…
Dit is een persoonlijke aanvaarding en ervaring en kan mij niet door ‘iemand’ anders buiten mij gegeven worden.
Want dat is in de wereld van het geloof in het werkelijk bestaan van een wereld vol met afgescheiden figuren onmogelijk.
Geven en ontvangen als één gebaar, als één gedachte, is alleen mogelijk op Geest niveau waar alles alleen maar één is.

De we, de ene denkgeest, droomt verhalen, dit wat we nu ervaren en ons leven noemen, is een verhaal, niets meer en niets minder. De we, de ene denkgeest, dwaalt rond in zijn eigen verhalen en dromen. En het zijn er velen, allemaal met maar één thema: afscheiding. Het verhaal, het sprookje, de fabel, de film, het boek van de afscheiding waarin wordt verbeeld, geprojecteerd wat nooit gebeurt kan zijn. Daarom blijft het slechts een verhaal, een sprookje, een fabel, een film een boek en kan nooit de Werkelijkheid, de Werkelijkheid van de Eenheid, of de Liefde van God vervangen of verdringen.
Het kan de Werkelijkheid wel doen laten vergeten. En dat is precies wat de verhalen doen. Door ze serieus te nemen en als waar, worden ze de vervangers van de ene Waarheid. Niet dat de Waarheid echt vervangen of vergeten kan worden door verhalen, maar de we, de ene denkgeest, kan dit wel denken en vervolgens geloven.
Zelfs in de droom-illusie zien we dit terug, kijk maar naar al die boeken. We lezen over de meest verschrikkelijke  zaken, wat zijn het anders dan ‘verhalen’, en dat weerspiegelt zich in boeken, films, reportages enz.
In het ‘ene afscheidingsmoment’ worden de verhalen gemaakt, geprojecteerd en ervaren door lichamen, de spelers, de helden in het verhaal, de sprookjesfiguren, en ze leven vervolgens voort als verhalen. En hoe kan het ook anders als alles in de denkgeest begint. Heeft dit alles zich afgespeeld in een ‘Werkelijkheid’? Ja, in de werkelijkheid van de droom, en is dat werkelijk een werkelijkheid?, of blijft het een droom, blijven het verhalen?
Als je aanneemt dat deze wereld een droom is, hoe kan je het dan tegelijkertijd ook ‘werkelijk’ noemen en alles wat daarin gebeurt als werkelijkheid zien?
Moet je het dan ontkennen, nee zeker niet!!

De Cursus zegt daarover:

Het lichaam maakt eenvoudig deel uit van jouw ervaring in de fysieke wereld. Zijn vermogens kunnen worden overschat en dat gebeurt ook vaak. Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning.
(T2.IV.3:8-11)

Dus niet ontkennen, maar wel vergeven en het materiaal laten HERGEBRUIKEN door HG/J Denkgeest.
Alle verhalen, avonturen, sprookjes, alles wat we ons leven noemen, krijgt dan een symbolische betekenis en functie, met als enig Doel terugherinneren in Eenheid.
Dan keert de herinnering langzaamaan terug in de denkgeest. Je kan dat ontwaken noemen of verlichting, maar eigenlijk is het niets meer of minder dan het terugherinneren en vind ik ‘terugherinneren’ daarom een beter woord.
Ontwaken en zeker verlichting heeft toch iets van een totaal andere een nieuwe onbekende toestand en wordt vaak als heel speciaal en slechts weggelegd voor een enkeling gezien, terwijl terugherinneren refereert naar een toestand die bekend is, maar slechts even is vergeten.
De Cursus heeft het over een aloude herinnering:

Wat anders dan de visie van Christus zou ik vandaag willen aanwenden, wanneer die mij een dag kan bieden waarop ik een wereld zie die zo op de Hemel lijkt dat een aloude herinnering bij mij terugkeert?
(WdII.306.1)

Of over een aloude toestand, een vergeten lied:

Luister, – misschien vang je wel een vleugje op van een aloude toestand, niet geheel vergeten; vaag, wellicht, en toch niet helemaal onbekend, zoals een lied waarvan de naam allang vergeten is en waarvan jij je de omstandigheden waarin je het hoorde totaal niet meer heugen kan. Niet het hele lied is jou bijgebleven, maar slechts een zweem van een melodie, niet gebonden aan een persoon, een plaats of iets bepaalds. Maar jij herinnert je, alleen al aan dit fragmentje, hoe lieflijk het lied was, hoe wonderschoon de omgeving waarin jij het hoorde, en hoezeer jij degenen liefhad die daar aanwezig waren en daar luisterden met jou.
(T21.I.6:1-3)

Op de momenten dat ik mijn diepste ego put ervaringen had en helemaal op de bodem van de put zat, op dat punt waarop de denkgeest alle vormen van angst loslaat en het echt niet meer weet, geen verhalen meer kon verzinnen, geen uitvluchten meer, kwam er altijd tegelijkertijd een gevoel van grote rust gepaard gaand met een vaag gevoel van herinnering naar boven, een gevoel dat te vergelijken is met dat je op het punt staat je iets te herinneren wat je vergeten was en het ligt op het puntje van je tong, maar hoe meer ik vervolgens probeerde het te herinneren en het te pakken des te verder zakte dat gevoel weer weg.
Pas toen ik totaal overgaf en ook niet meer probeerde de herinnering te pakken, kwam de herinnering in al z’n Heelheid weer tevoorschijn. En doorzag ik het hele verhaal echt.

 

De lucide dromer van de droom, de dromer die weet dat hij droomt en de droom zelf droomt, zal nooit meer denken dat hij de droomfiguren, dingen en situaties moet corrigeren, hij zal de droomfiguren en situaties niet als ‘echt’ meer zien, maar als een weerspiegeling van zijn denkgeest, die dromen van afscheiding droomt en deze projecteert.

Hij zal derhalve de dromen over personen, dingen en situaties terugnemen in de denkgeest waar ze vandaan komen en ze vergeven, dan zullen de dromen die eerst als doel hadden af te scheiden nu de functie krijgen van reminder om naar Huis terug te keren, vanuit de geheelde denkgeest.’

 

%d bloggers liken dit: