archiveren

Tagarchief: denkgeest

Zodra een blokkade, de sluier die we voor Waarheid, “dat wat IS” (God, Liefde, Éénheid) geplaatst hebben, met als enig doel afgescheiden te blijven van Waarheid oplost, gaat de poort naar wat IS als het ware vanzelf open en komt de herinnering aan dat wat IS vanzelf weer te voorschijn.
De herinnering kan zich weerspiegelen (zolang er nog geloofd wordt in de wereld van de vorm te zijn) in een ervaring van een plotselinge creatieve impuls, of inzicht, of gewoon precies weten wat te doen met een eerst schijnbaar onoplosbaar probleem.
Er wordt dan duidelijk gezien dat niet het probleem in de vorm op zich het probleem was, maar dat de keuze voor afgescheiden te willen zijn van dat wat IS (Éénheid, Waarheid, God, Liefde) het probleem was en is

Dus de herinnering, of de brug, naar Waarheid, in ECIW Heilige Geest of de manifestatie daarvan Jezus genoemd, zorgt niet dat er een schijnbaar probleem in de vorm wordt opgelost, of dat ik antwoord krijg op een vraag, maar helpt bij het oplossen van de blokkade in mijn denkgeest daar waar voor afscheiding is gekozen en nu opnieuw gekozen kan worden voor het vergeven van het idee van afscheiding.

Dit alles gebeurt op een wijze die ik kan begrijpen op het niveau van de mate van begrip waar ik me op dat moment (denk en geloof) te bevinden.
Het kan daarom lijken alsof er hulp van buiten komt wat mij precies verteld wat ik moet doen, maar dat is niet zo.
Nogmaals de enige keuze die echt helpt, ongeacht de uitkomst die ik denk te weten te willen en wens in de vorm is de enige keuze die gemaakt kán worden en dat is de keuze voor afscheiding (ego) of voor het genezen van de afscheiding (HG/J). Niet het genezen in en van de vorm (lichamen, dingen en situaties), maar de genezing van de denkgeest die in afscheiding geloofd.
En zolang ik nog de ervaring heb van in een wereld te zijn in een lichaam, zal de genezing van de denkgeest zich soms zichtbaar en soms onzichtbaar lijken te manifesteren in de vorm. En zal ik leren onderscheid te maken tussen de manifestaties van het ego (de wens voor afscheiding) en de manifestaties van de genezen denkgeest de wens van de genezing van het afscheidingsidee. Kortom weten dat het probleem nooit in de vorm ligt, maar altijd in de denkgeest.
Vandaar dat oordeelloos leren kijken zo belangrijk is, want alleen in oordeelloosheid kan opnieuw gekozen worden voor ego of voor HG/J.

Elke vorm van depressiviteit hoe groot of klein ook elke vorm van ongenoegen, woede, verdriet, kortstondige vreugde, haat, speciale liefde zijn manifestaties van de achterliggende keuze voor afscheiding. Als dit gezien en geaccepteerd wordt kunnen al deze manifestaties van de keuze voor afscheiding her-gebruikt worden als ik dat wil en erom vraag.
Ik ben dan niet langer meer een speelbal van mijn emoties die naar believen lijken te komen en te gaan. Ik weet dan dat ik deze manifestaties niet “ben” maar er wel 100% verantwoordelijk voor ben, omdat ik kennelijk liever voor afscheiding koos, maar dat nu niet meer wil en weet dat ik slechts anders hoef te kiezen door die manifestaties terug te nemen in de denkgeest en te vergeven.
Dat opent de poort tot totale vrijheid van de denkgeest…

Iedere gedachte bevat de wil tot afscheiding, de keuze voor en het geloof in ego en de herinnering aan wat mijn keuze voor ego mij wil laten vergeten; de keuze voor en het geloof in HG.
Dit helpt enorm om elke gedachte, uit de schijnbare (met opzet) vorm chaos van projecties, terug te brengen naar zijn bron, de denkgeest de enige “positie” waar ik kan leren dat niet op de eerste plaats de vorm waarin deze keuze worden geprojecteerd er toe doet, maar de achterliggende keuze voor afscheiding. Alleen in die denkgeest positie kan er opnieuw gekozen worden, voor afscheiding (vergeten) of voor Herinneren.
Dit helpt ook om de vormen waarin de wens tot afscheiding geprojecteerd wordt niet meer in zijn vorm als zodanig serieus te nemen. Immers de projectie op zich is nooit wat deze lijkt te zijn. Allereerst is het een projectie, een soort filmbeeld en het wordt geprojecteerd om de achterliggende reden, de wil tot afscheiding van Één, te verbergen.
Mijn ego zal hier onvermijdelijk een reactie op geven (het ego is in elke gedachte aanwezig), maar al lerende dat het niet is wat het lijkt, dus niet echt of waar is, kan ik er ook beter met steeds minder wordende angst (angst=verdediging) naar leren eerlijk oordeelloos te kijken (=kijken olv HG/J), zodat de gedachte geschikt wordt als vergevingsgedachte en vergevingskans.

Ontwaken uit de droom die ik “mijn leven” noem, is niet precies hetzelfde als ontwaken uit wat we de slaapdroom noemen. Ontwaken uit de slaapdroom is wakker worden uit de slaapdroom en verder dromen in wat we ons dagelijkse leven noemen en niet door hebben dat het nog steeds een droom is.
Ontwaken uit de droom die ik “mijn leven” noem is totaal bewust worden van dat de droom die ik “mijn leven” noem (inclusief de slaapdroom) een droom is. Als daaruit ontwaakt wordt wordt er geen andere wakkere “ik” wakker in nog weer een droom, zoals dat bij de slaapdroom het geval is. Het totale ontwaken uit de droom die alles omvat wat ervaren kan worden ligt buiten welk bewustzijn dan ook.
Dit gebeurt niet in één keer, de weerstand, de angst is daarvoor te groot. Het is dan ook een stap voor stap proces, waarbij beetje voor beetje de droom ontmanteld wordt door alle droomervaringen eerlijk onder ogen te gaan leren zien en te vergeven. Door te vergeven dat wat ik denk en geloof dat ik ben werkelijkheid is.
Het ego denken te moeten vernietigen, bestrijden, elimineren, omarmen zal niet werken, daar dit allemaal bewegingen zijn juist vanuit mijn keuze voor het ego.

Ik begin langzaamaan te accepteren dat zolang ik in een “hier” lijk te ervaren het ego in elke gedachte aanwezig is. Dat kan niet anders, want als dat niet zo zou zijn dan was er geen droom “mijn leven”. Echter niet alleen het ego is in elke gedachte aanwezig, ook de herinnering ( in ECIW de Heilige Geest genoemd), welke nooit verdwijnen kán, aan dat wat buiten het terrein van het ego ligt, buiten tijd en ruimte en ik voor het gemak “Waarheid”, of “Éénheid”, “Non-dualisme”, “God”, “Liefde” noem, is in elke gedachte aanwezig. En wat ook aanwezig blijkt te zijn in elke gedachte is een soort wakkerheid dat dit alles kan observeren. Deze observeerder blijkt tevens een keuzemaker te zijn welke kan kiezen om naar het ego te luisteren of naar de Heilige Geest.

Tijdens het proces van ontwaken wordt het bewustzijn van een keuze te hebben en wel maar één keuze (de keuze tussen luisteren naar het ego of naar de Heilige Geest) welke zich alleen op denkgeest niveau kan afspelen, steeds sterker.
Het is niet de keuze tussen goed en fout, maar tussen dromen van afscheiding of dromen van het helen van afscheiding, het helen van de denkgeest door nu meer en meer bewust de keuze te maken in plaats van onbewust alleen maar voor ego te kiezen, zonder te weten dat er gekozen wordt, voortdurend, bij elke gedachte.
Ook de keuzemaker, als deze eenmaal in het bewustzijn naar boven komt, maakt een steeds bewuster wordend proces door van altijd onbewust kiezen voor ego (afscheiding) naar de steeds bewuster wordende keuze voor terug herinneren in uiteindelijk volmaakte Éénheid, een concept dat zich buiten de droom bevindt en dus met de zelf opgelegde beperking van de keuze voor afscheiding, niet begrepen kán worden.

Dus er lijken (blijken) drie denkgeest toestanden te zijn: het ego, de waarnemende/keuzemaker, de Heilige Geest. En deze drie denkgeest toestanden zitten verstopt achter ELKE gedachte (+projectie).
En wat het proces van ontwaken behelst is dat er geleerd wordt dat die keuze opties er zijn en dat geleerd wordt onderscheid te leren maken tussen deze ogenschijnlijke drie keuze mogelijkheden.
De ervaring leert dat dat een lastig, heftig, pijnlijk, langdurig proces is. De les en de opgave is echter niet hoe kom ik zo snel mogelijk van die pijn en dat lijden af, want dat zou duidelijk een keuze voor egodenkgeest zijn, want alleen die kan kiezen voor pijn en lijden en hoe er vanaf te komen, zodat het allemaal “echt” lijkt (wat ook het doel van het egodenken is), maar te leren vanuit een waarnemende denkgeest positie oordeelloos te kijken naar alle keuzes die gemaakt worden voor de egodenkgeest (voor afscheiding dus) en deze vervolgens te vergeven. Elke gesignaleerde keuze voor egodenkgeest dient daarbij niet te worden gecorrigeerd door deze te veranderen, en aan te passen tot een betere ego keuze, maar enkel als zodanig te worden herkend en onderkend en als vergevingsmateriaal en kans te worden gezien.

Het ego (de keuze voor het ego) doet immers voortdurend mee, dat is geen seconde stil. Het ego doet dus ook de Cursus of welke ander pad dan ook. Gedachten zoals, “nou kies ik verdomme weer voor het ego”, “o ja ik moet dit vergeven, anders raak ik nooit die pijn kwijt”, “Ik ben een slechte leerling, want ik kies nog steeds voor het ego”, “Anderen zijn veel verder dan ik”, “Ik ben veel verder dan anderen”, “ja, ik ben ontwaakt!”, “Ik moet leraar worden en de wereld gaan vertellen hoe het allemaal werkt en wat er gedaan moet worden om te ontwaken”, “Ik ben totaal ongeschikt als leraar”, “Ik zal echt nooit ontwaken uit deze nachtmerrie, het is gewoon onmogelijk”, “Ik haat iedereen en dat is heel erg slecht van mij”, “Ik hou van iedereen en dat voelt goed!”, “oh, ik genoot daarnet van iets, oeps dat mag niet, want dan maak ik het echt”, “oh, ik genoot daarnet van iets, dat komt natuurlijk omdat ik zo goed bezig ben met vergeven”… ik kan zo bij wijzen van spreken nog uren doorgaan met voorbeelden op te schrijven hoe de denkgeest werkt. Het kenmerk van de keuze voor egogedachten is dat ze als goed gekeken wordt voortkomen uit de drie basis behoeften van de egodenkgeest:  zonde, schuld en angst. Deze zijn te herkennen achter elke bovengenoemde gedachte voorbeelden. Maar let op, deze keuze voor egogedachten is niet “fout’, want dat zou weer een  keuze voor het ego zijn, het is gewoon een oordeelloze constatering, waardoor de gedachte neutraal wordt en er vanuit die denkgeest toestand opnieuw gekozen kan worden. Dat is de enige keuze die gemaakt kan worden, een keuze op denkgeest niveau, dus niet de keuze op het niveau van de projectie die altijd volgt nadat de keuze in de denkgeest is gemaakt.

De ervaring leert dat dit echt geleerd moet worden al doende, midden in het eigen droommateriaal, (de projecties), precies zoals de droom zich aandient en zich lijkt uit te spelen en dat dit een langdurig proces is waarvan niet geweten kán worden hoe lang het duurt of hoe het zal verlopen. De uitkomst staat echter vast, omdat ontwaken uit de droom onvermijdelijk is, afstel is onmogelijk, uitstel lijkt wel mogelijk binnen het concept “dromen”. Uitstel is echter gewoon weer de keuze voor de egodenkgeest die gelooft dat het zal verdwijnen als er wordt gekozen voor luisteren naar de Heilige Geest.

Het idee van Éenheid is voor de denkgeest die duidelijk in tweeheid gelooft en het dien ten gevolgen ook als “twee” ervaart, een volstrekt abstract idee.
En het feit dat het niet begrepen kán worden door de denkgeest die gekozen heeft voor geloven in tweeheid zorgt er opzettelijk (onbewust) voor dat tweeheid nu als de waarheid wordt gezien, waardoor, de natuurlijke staat van Éenheid die niet te vatten valt binnen de concepten van tweeheid waarin “we” geloven, totaal vergeten lijkt.
Maar vergeten betekent niet verdwenen. In elke projectie en ervaring als ik heel eerlijk kijk (zonder oordelend te zijn, want oordelen is altijd het domein van “twee”) is de met opzet verborgen Éenheid, zij het omgekeerd, symbolisch terug te herkennen. Het sijpelt als het ware overal doorheen.

Zo hebben alle aardse projecties en ervaringen gemeen dat ze op een of andere manier ademen. Dat lijkt me een duidelijke weerspiegeling van doorsijpelende Éénheid welke niet zomaar weg te denken is . En denk maar aan dat we altijd op de een of andere manier bezig zijn met overeenkomsten te zoeken in alles en iedereen. Zelfs als we uniek willen zijn, vormen anderen die dat ook willen zijn een grote aantrekkingskracht. Overeenkomsten klonteren bij elkaar en vormen groepen die zich dan binnen de groep toch weer een soort van één voelen.
Maar aangezien één binnen het twee denken onmogelijk is, splitsen die samengeklonterde eenheidszoekers zich weer af van andere samengeklonterde groepjes en zo is er toch weer twee. Het heeft dus geen enkele zin binnen de wereld van projecties naar Éénheid te zoeken en of te streven. Het heeft ook geen zin tweeheid te ontkennen en Éenheidje te gaan spelen binnen het concept van twee. Gaat niet lukken, omdat de opzet is dat het niet mág lukken. De wereld van de projecties is gebaseerd op afsplitsing, afsplitsing van Één. Alles splitst zich en breid zich al afsplitsend uit in miljarden deeltjes, die zich al delend steeds verder lijken af te splitsen van één. Maar net als bijvoorbeeld het opdelen van een brood waarbij je allemaal stukjes brood krijgt, blijft de oorsprong toch dat ene brood. Ook al ziet het er nu heel anders uit.
En dit voorbeeld is ook weer een afspiegeling van dat het onmogelijk is onveranderlijke Éenheid werkelijk te verdelen, iets wat we in alles wat verdeelt lijkt terug kunnen herkennen. En zo zijn er tal van voorbeelden te bedenken van achter wat je denkt dat iets is, ligt iets heel anders verborgen en wel een met opzet verborgen en op z’n kop gezette Non-dualistische Waarheid.

Een Éénheids ervaring is dan ook alleen mogelijk komende vanaf buiten het concept dualiteit en is het gevolg van volledig doorzien van het mechanisme dualiteit en werkelijk zien dat het weliswaar ervaren wordt als dualiteit, maar tegelijkertijd onmogelijk is, waardoor dat wat “natuurlijk” is en we Éénheid of on-dualisme noemen als vanzelf weer in de herinnering boven komt drijven.

Dualisme krijgt op die manier de functie van laten zien wat het NIET is, zodat wat WAAR is vanzelf weer in de herinnering terug kan komen. Totaal terug herinneren in Één valt buiten het concept van “ervaren”, want in Één valt niets te ervaren…

Mocht nu de gedachte opkomen, en wees daar eerlijk in voor jezelf, want die gedachte is er gewoon, omdat in elke gedachte zich nu eenmaal altijd ook een afscheidingsgedachte (ego) bevindt: “wat saai zal dat zijn”, dan weet je alleen maar zeker dat die gedachte komt van de denkgeest die liever in afscheiding blijft geloven.
En dan weet je ook in welk stadium je denkgeest zich op dat moment bevindt en simpelweg nog niet toe is aan een eventuele volgende stap. Het “er aan toe zijn” is een stap voor stap onvermijdelijk onderdeel van het proces, voor alle schijnbaar afgesplitste/afgescheiden deeltjes. Een proces dat zich daardoor als een persoonlijk proces laat ervaren op een wijze die begrepen kan worden en daarbij de altijd nog aanwezige herinnering aan Één aanspreekt en bijna infuus-gewijs wordt toegediend, nooit te veel en nooit te weinig, precies goed. Tot de denkgeest volledig “genezen” is en op een natuurlijke wijze oplost waar het nooit echt uit is weggeweest.
De angst die de dualistische denkgeest daarvoor heeft is enorm, maar die angst dient er alleen voor om het waanidee van afgescheiden te kunnen zijn van Één in stand te houden.
Het uiteindelijke onvermijdelijke totale terug herinneren in Éénheid zal nooit bevraagt kunnen worden. Want wat kan wat bevragen in totale Éénheid?

Misschien een gedachte waard…
Is dat wat “we” binnen het (onmogelijke) concept van de illusoire droom van ruimte en tijd, dat we in “onze” wereld, “normaal”, “abnormaal” , “afwijkend”, “gestoord” (geestelijk en of lichamelijk) noemen, eigenlijk niet een volstrekt “normaal”, en “logisch” gevolg, van het volstrekt onnatuurlijke en onmogelijke geloof in de mogelijkheid van het werkelijk bestaan van een dualistische wereld welke als enig doel heeft afgescheiden te zijn en blijven van dat wat IS, “onze” werkelijke non-dualistische aard?

Dus praktisch gezien kan je dan stellen dat alles en iedereen wat we als “normaal”, “abnormaal”, “afwijkend”, “apart”, “speciaal”, “gek”, “krankzinnig” enz. enz. zien, eigenlijk alleen maar een afspiegeling of reflectie is van “onze” poging tot afscheiden van Één.
Een zinloze poging, welke nooit echt succesvol zal kunnen zijn, ook al wordt er alles aan gedaan om het wel voor elkaar te krijgen, tot de dood erop volgt, waarna er weer geboren wordt zodat het onmogelijke krankzinnige spel van “normaal” en “abnormaal” opnieuw en opnieuw kan worden gespeeld.

We benoemen alles wat z’n stinkende best doet om in een krankzinnig, onmogelijk idee van afscheiding het hoofd boven water te houden als zeer positief en zeer prijzenswaardig, en alles wat daar niet in slaagt wordt al snel gezien als negatief, zielig, zwak, beneden pijl, abnormaal, ziek, onderontwikkeld, achterlijk, geestesziek enz..

En dus moeten de zogenaamde normal krankzinnige die de wereld van afscheiding zien als normaal, en iets als waar je je aan moet aanpassen, en wat bovenal verdedigd moet worden, degene die het zogenaamd niet redden, omdat het moeten/willen leven in een onmogelijke krankzinnige wereld van het geloof in afscheiding uiteindelijk onvermijdelijk niet meer vol te houden is, tot de orde roepen door ze als zieken te verplegen en ze zo snel mogelijk weer tot de als normaal geldende krankzinnigheid (welke als de normale norm wordt gezien) terug te brengen.

De wereld is aldus gezien een totaal op z’n kop krankzinnig, totaal ziek en onmogelijke idee, waar dien ten gevolgen alles op z’n kop wordt gezien en ervaren.
En beide partijen de normaal krankzinnigen als de door de normaal krankzinnige beschouwde krankzinnige, hebben allebei als doel: afscheiding van Één.

En ja daar kan men als dit langzaamaan duidelijk wordt behoorlijk van in de war raken, maar bedenk dan dat het in de war raken niet komt door bovenstaand verhaal, maar doordat de herinnering aan Één, welke gelukkig nooit is weg geraakt, langzaamaan onvermijdelijk naar boven komt en aldus een bedreiging vormt voor het geloof in de mogelijkheid van afgescheiden te kunnen zijn van Één en dat weerspiegelt zich in een projectie die eruit ziet en ervaren wordt als bedreigend.

Gelukkig door de onvermijdelijkheid van het terug herinneren in Één, zal elke schijnbaar individuele (afgescheiden) denkgeest zich terug herinneren in dat wat IS en buiten de illusie van tijd en ruimte bevindt.

De denkgeest die zich weer bewust wordt en daardoor het op z’n kop ego denken en geloven kan en wil “vergeven” (vergeven als in “er is niets werkelijk gebeurt binnen onveranderlijke Éénheid”) zal stap voor stap terug herinneren in Één.
Dat is niet weggelegd voor een enkeling, maar voor de hele ene denkgeest, welke er nu nog voornamelijk uitziet, door het geloof daarin, als versplinterd in miljarden aparte stukjes.

 

 

 

Een ietwat ongebruikelijke en daardoor onconventionele gedachte vanuit dat wat “we” gewend zijn te denken, en geloven te weten en te kennen:
De wereld met alles wat daarbij hoort, mensen, dieren, voorwerpen, situatie, kortom alles wat wij beschouwen als “leven”, is een illusie, een gigantische projectie. Dat hele schijnbare gebeuren kan alleen maar schijnbaar verschijnen OMDAT het een illusie is.
Er is geen enkele reden te bedenken waarom in DAT WAT IS, non-dualiteit, Eenheid “iets” zou moeten verschijnen, “iets” anders waardoor “één” ineens “twee” lijkt te zijn.
Eén is één en heeft geen enkele goede reden om twee te worden, te blijven, te zijn.
Het heeft ook geen enkele zin het hiermee eens of oneens te zijn, te analyseren, er tegen te verzetten, te verwelkomen of wat voor gedachte dan ook aan te besteden, omdat al die gedachten in de illusie verschijnen en dus onmogelijk zijn in Eén. Een illusie, een droom, een waanidee heeft als eigenschap dat het onwerkelijk is en vooral veranderlijk en kan juist DAARDOOR alleen maar een illusie, een droom, een waanidee zijn.
Het lijkt allemaal te verschijnen in “Één”, maar dat is tegelijkertijd onmogelijk, omdat “Één” nooit “twee” kan worden dan alleen in onmogelijke dromen.

Moet “ik” nu, omdat ik kennelijk in deze droom geloof enorm hard gaan werken, of iets opofferen om weer van “twee” “Één” te maken?
Nee, want dat zou betekenen dat “iets” binnen een onmogelijk en niet werkelijk bestaande “tweeheid” iets moet doen om weer “één” te worden, wat zou betekenen dat het lijkt of één van de twee moet verdwijnen.
En waarom zou iets wat al onmogelijk is moeten verdwijnen? Bovendien kan “Eén” in ieder geval onmogelijk verdwijnen omdat het sowieso buiten het concept “twee” valt en daardoor niet valt te beschrijven of te benoemen, laat staan zou kunnen verdwijnen, want dan zou het onmiddellijk binnen het concept “twee” vallen, en dus een illusie zijn welke als eigenschap heeft “veranderlijk” te zijn, een droom, wat weer aangeeft dat het niet werkelijk kan “bestaan”.

De weerstand die deze gedachte oproept is ook niet wat het lijkt. Boosheid, ongeloof, weerstand, irritatie, moordlust, of juist het ophemelen of neersabelen van iets of iemand die deze gedachte uitspreekt, publiceert of hoe dan ook kenbaar maakt gaat helemaal niet over de weerstand tegen het idee van “er is geen wereld”, of over er is alleen een illusie, een droom, een onmogelijke gedachte welke schijnbaar verschijnt in “Één”. De weerstand heeft enkel als doel de gedachte van “twee” koste wat kost in stand te houden, ja zelfs ten koste van “Éen”, wat dus sowieso verspilde moeite is, want onmogelijk.

Dat wat we “mijn leven” noemen is een gevecht van leven op dood om in “twee” te blijven geloven, want dat is het niet meer en niet minder, een geloof. Niet een strijd tegen een “iets” dat machtiger probeert te zijn dan “twee”, zoals “twee” doet voorkomen.
De enorme angst en schuld die deze waan gedachte oproept is ook alleen maar weer een krampachtige, zeer vermoeiende poging om deze onmogelijke scheiding van “Één” in stand te houden. En heeft dus niet met “iets” of “iemand” die tegengesproken of bejubelt wil of moet worden te maken.
Het hele droom script van het idee en het geloof in “mijn leven” (of überhaupt “leven”) heeft geen enkel ander doel dan dit: het onmogelijke idee van zich te willen kunnen afscheiden van “Één” tot werkelijkheid te maken.

Totdat de veranderlijke aard van “een nietig dwaas idee” van “twee” onvermijdelijk doorzien wordt doordat wordt ingezien dat “twee” nu eenmaal nooit voorgoed de plaats kan innemen van “Één”, OMDAT dat onmogelijk is.
Zodra dat wordt gezien en geaccepteerd wordt ook de onvermijdelijkheid van terug herinneren in “Één” onvermijdelijk en krijgt alle weerstand die zich alleen in dromen, illusies, waanbeelden van schijnbaar “twee” een totaal andere functie…

De droom hoeft niet weg gesaneerd of vernietigt te worden of zelfs maar verandert, maar krijgt een totaal andere functie, als de denkgeest daar aan toe is, die van “Ware vergeving”, wat niets anders is dan werkelijk inzien dat er niets gebeurt kan zijn, dat niets ook maar één momentje werkelijk invloed zou kunnen hebben, laat staan in staat om non-dualistische “Éénheid” te veranderen en zal uiteindelijk onvermijdelijk op een heel vanzelfsprekende wijze oplossen in “niets”, vanwaaruit het schijnbaar is ontstaan.

Een cursus in wonderen vat dit als volgt samen:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.”
(In.2.2-4)

Een veel gehoorde klacht over ECIW is dat hij zo moeilijk is.
In Hoofdstuk 11.VIII “Het probleem en het antwoord” lezen we:

“1. Dit is een heel eenvoudige cursus. 2Misschien heb je niet het gevoel dat
jij een cursus nodig hebt die uiteindelijk onderwijst dat alleen de werkelijkheid
waar is. 3Maar geloof jij dat ook? 4Wanneer je de werkelijke wereld
waarneemt, zul je inzien dat jij het niet geloofde. 5Maar de snelheid waarmee
jouw nieuwe en uitsluitend ware waarneming in kennis zal worden
omgezet, zal jou slechts een ogenblik de tijd gunnen te beseffen dat alleen
dit waar is. 6En dan zal alles wat jij gemaakt hebt vergeten zijn: het goede
en het slechte, het onware en het ware. 7Want als de Hemel en de aarde één
worden, zal zelfs de werkelijke wereld uit je zicht verdwijnen. 8Het einde
van de wereld is niet haar vernietiging, maar haar omzetting in de Hemel.
9De herinterpretatie van de wereld is de overdracht van alle waarneming
naar kennis” (T11.VIII.1:1-9).

en in T11.VIII.5:1-10 staat:

“5. Misschien klaag je erover dat deze cursus niet specifiek genoeg voor jou
is om te begrijpen en te gebruiken. 2Maar misschien heb jij niet gedaan wat
hij specifiek bepleit. 3Dit is geen cursus in het spelen met ideeën, maar in
de praktische toepassing ervan. 4Niets kan specifieker zijn dan dat jou
wordt gezegd dat je zult ontvangen als je vraagt. 5De Heilige Geest zal
ieder specifiek probleem beantwoorden, zolang jij gelooft dat problemen
specifiek zijn. 6Zijn antwoord is zowel veelvoudig als één, zolang jij gelooft
dat het ene veelvoudig is. 7Misschien ben je bang voor Zijn specificiteit,
uit angst voor wat jij meent dat deze van jou zal eisen. 8Maar alleen
door te vragen zul je leren dat niets wat van God komt ook maar iets van
jou eist. 9God geeft, Hij neemt niet. 10Wanneer jij weigert te vragen, komt
dit doordat je gelooft dat vragen nemen is in plaats van delen”
(T11.VIII.5:1-10).

Ook Helen Schucman klaagde over dat de Cursus haar niet hielp.
In “Een leven geen geluk. Het ontstaan van Een cursus in wonderen. Een biografie van Helen Schucman” vinden we het antwoord hierop van Jezus aan Helen zelf, wat later voor meer algemeen gebruik in T11.VIII.5 terecht is gekomen, (zoals hierboven geciteerd):

“Je klaagt erover dat deze cursus niet specifiek genoeg voor jou is om te begrijpen en te gebruiken. Maar hij is heel specifiek geweest en jij hebt niet gedaan wat hij specifiek bepleit. Dit is geen cursus in het spelen met ideeën, maar in de praktische toepassing ervan. Niets kan specifieker zijn dan dat heel duidelijk wordt gezegd dat je zult ontvangen als je vraagt” (uit: Een leven geen geluk, blz. 328).

Het is zeker de moeite waard deze hele paragraaf T11.VIII “Het probleem en het antwoord” te gaan lezen in de cursus zelf. Het staat in het Tekstboek, hoofdstuk 11, paragraaf VIII op blz. 215. Jezus gebruikt hier de metafoor van “kleine kinderen” om het een en ander te verduidelijken:
“Kleine kinderen zien in dat ze niet begrijpen wat ze waarnemen, en vragen daarom wat het betekent. Bega niet de vergissing te geloven dat jij begrijpt wat je waarneemt, want de betekenis daarvan is voor jou verloren gegaan” (T11.VIII.2:2-3).

en

“Van niets wat je waarneemt ken jij de betekenis. Niet één gedachte die je eropna houdt is volkomen waar. Door dit te erkennen maak je een doortastend begin” (T11.VIII.3:1-3).

We kunnen onze weerstandsgedachten tegen het begrijpen van ECIW vergeven, door in te zien dat de weerstand een verdediging is tegen het willen begrijpen dat we zelf gekozen hebben (op denkgeest niveau) voor afgescheiden te willen zijn van “Waarheid”, de non-dualistische Waarheid welke onveranderlijk Éen is, in God, in Liefde.
Een afscheiding die onmogelijk is en dus nooit kan worden bewerkstelligd, dan alleen in onmogelijke dromen die de illusie proberen waar te maken dat afscheiding wel mogelijk is.

Een vergeven denkgeest is een denkgeest toestand zonder investeringen in zonde, schuld en angst.
En dan stelt Jezus de vraag:

“15. Wil jij je angsten niet verruilen voor de waarheid, als die ruil plaatsvindt
mits je er maar om vraagt? 2Want als God Zich niet in jou vergist, kun jij je
alleen in jezelf vergissen. 3Maar jij kunt de waarheid over jezelf leren van
de Heilige Geest, die jou zal onderwijzen dat er in jou, als deel van God,
geen vergissing mogelijk is. 4Wanneer jij jezelf zonder begoocheling waarneemt,
zul je de werkelijke wereld aanvaarden in plaats van de onware die
jij hebt gemaakt. 5En dan zal je Vader Zich naar je toebuigen en de laatste
stap voor jou zetten, door jou te verheffen tot Zichzelf” (T11.VIII.15:1-5).

%d bloggers liken dit: