archiveren

Tagarchief: denkgeest

“Stel dat blijkt dat het universum helemaal niet bestaat” hoor ik op de tv op Discovery… heerlijk denk ik, dan besta ik ook niet ben ik overal van af…

Uh… ben “ik” overal van af?
Dan speelt “mijn” de ego denkgeest op dat moment voor “ikje”, dat beweert niet te bestaan, maar gezien als niet bestaand “ikje” moet ik er eerst een bestaand “ikje” van hebben gemaakt, dat zogenaamd kan verdwijnen als datzelfde ” ikje” zegt dat het niet bestaat.
Slimme ego truc weer.
Dus hoe harder een “ik” roept oh, heerlijk niets bestaat dus ik ben ook niets, des te meer wordt het bevestigd in zijn bestaan.  Bestaan en niet bestaan zijn nog steeds 2 kanten van het ego-denken-spectrum.
Dus achter dat “heerlijk ik besta niet” ligt de ego angst van echt niet te bestaan, omgezet in een spirituele ego-gedachte, waardoor het weer veilig zogenaamd onder controle staat van het egodenken.
Dat laat weer mooi zien hoe groot de angst voor “het grote niets” wat achter het ego schuil gehouden wordt is. Het grote niets zal door het ego altijd geïnterpreteerd worden als “iets” dat alles zal vernietigen en wordt daarom omschreven als “het grote niets”.

Mijn depressieve gevoel vandaag, moeheid zonder te weten “waarom, en hoe dan…” liet me alleen maar weer alle hoeken van doodlopende ego gedachten zien, uitzichtloos. En nu na zo’n zinnetje op tv, is het weer helemaal duidelijk hoe het zogenaamde ego werkt.
En dus kwam ik wederom tot de conclusie, gewoon alles vergeven, ook als ik geen zin heb, het geen zin hebben vergeven, kortom vergeven bij elke gedachte, 24/7 alles, elke gedachte terugnemen in de denkgeest, dat is het enige wat werkt.
Als het niet eerst teruggenomen wordt in de denkgeest blijft het geloof in het idee dat er buiten mij iets is dat begrepen en geanalyseerd moet worden bestaan.
Ik hoef niets anders meer te doen dan vergeven, de rest zal van daaruit volgen en zal eruit zien als in “ik weet precies wat te doen”, omdat dat de taal is die “ik” kan begrijpen in het stadium waar de nog steeds ervarende denkgeest nu is.

 

 

 

Wat gedachtes over dat de bron van alles in de denkgeest (mind) ligt en nergens anders, omdat er geen ergens anders is.
Zo lijkt binnen het concept van de droom, dat wat we binnen dat concept van de droom voortdurend verwarren met wat we werkelijk zijn, alsof mijn beslissing om op yoga te gaan een beslissing is van en door de “mij” Annelies die iets zoekt om zich te ontspannen.
Maar dit is niet zo heb ik ontdekt. Ik merk door deze ontdekking dat het idee dat de denkgeest (niet het brein dus) de bron is nu echt het valse idee dat het lichaam de bron is van elke gedachte aan het overnemen is en wortel begint te schieten.

Het is niet het lichaam dat voor yoga kiest, het is zelfs niet zo dat er voor zoiets als een verschijnsel yoga gekozen wordt.
De denkgeest die zich terug begint te herinneren dat deze de bron is ziet nu steeds duidelijker dat de denkgeest de keuze heeft tussen het afgescheiden denken van het ego en daardoor automatisch kiest voor zonde, schuld en angst en deze gedachten projecteerd naar “buiten”, wat in dit geval resulteert in een droom van een zeer onrustig lichaam/brein Annelies, onrustig gemaakt door allerlei schijnbare toestanden buiten haar, dat tot bedaren kan worden gebracht bijvoorbeeld door dat lichaam yoga te laten beoefenen.
Maar nu ook heel helder ziet dat er een andere keuze mogelijk is vanuit die bron de denkgeest en dat is de keuze voor het terugnemen van elke (ego) gedachte naar zijn bron, de denkgeest en deze onschadelijk te laten maken door deze te vergeven (dmv ware vergeving wel te verstaan), waardoor de rust terugkeert in de denkgeest wat zich laat weerspiegelen, in dit geval, in een liefdevollere droom welke eruit ziet als de keuze voor het gaan beoefenen van yoga.

Nog steeds speelt zich dit allemaal af in de droom, maar het verschil is dat de eerste keuze, voor ego, omdat dat de keuze voor zonde, schuld en angst is, ook alleen maar zich als angstige droom vormen zal manifesteren. Iets wat ik uit het verleden ken toen “ik” ook voor yoga koos, maar dat toen resulteerde in een soort gedwongen valse rust welke schijnbaar rust gaf aan het lichaam en het brein, wat even leek te werken, maar tenslotte toch eindigde in moedeloosheid, gevoel van falen en depressiviteit en mij juist verder verwijderde van de bron.

Nu echter weet “ik” dat de bron de denkgeest is en niet “mijn” lichaam/brein en dat ik nu bewust kan kiezen voor “het andere” door de voorheen ego keuzes te vergeven, waardoor de denkgeest automatisch in de andere keuze terechtkomt, welke het tegenovergestelde is van de keuze voor zonde, schuld en angst, namelijk “Liefde” (niet te verwarren met ego liefde die te herkennen is door de schijnbare keuze voor liefde in enige vorm) waardoor echt ervaren wordt dat niet de keuze voor yoga werkelijke rust brengt, maar de keuze voor vergeven van de keuze voor het egodenken, waardoor terug herinnert wordt in de altijd in Rust zijnde Denkgeest en dit zich, zolang er nog ervaren lijkt te worden in nog steeds de droom, zich laat ervaren in dit geval door de keuze voor yoga.

(Excuses voor weer een lange zin, maar dat zie ik pas achteraf en ik denk schijnbaar in lange lijnen, het is een beetje zoals zingen op lange ademlijnen :-))

Door deze veranderde keuze op denkgeest niveau (dus niet meer voor zonde, schuld en angst (ego)) lijkt yoga een enorm effect te hebben op de droomfiguur Annelies.
Er is enorm veel Inspiratie en gewoon weten wat te doen, zonder zonde, schuld en angst.
En dat komt omdat nu gezien en ervaren wordt dat de denkgeest altijd de bron is, ook als er voor ego gekozen wordt. Nogmaals er bestaat geen lichaam Annelies of wie dan ook die de bron is, het is altijd de denkgeest: of egodenkgeest, de keuze voor afscheiding, schijnbaar mogelijk door het geloof in zonde, schuld en angst, of  voor HG Denkgeest, de keuze voor het vergeven van de mogelijkheid van afgescheiden te zijn van Eenheid, Liefde.
Je kan ook zeggen er is ego inspiratie, of HG Inspiratie en aan de effecten herken je je keuze, in dit geval yoga vanuit zonde, schuld en angst, welke altijd het lichaam als bron ziet, of yoga vanuit het vergeven van zonde, schuld en angst resulterend in een genezen denkgeest die yoga op een totaal vrije manier beleefd, zonder, de lading, zonde, schuld en angst. Dus niet yoga leert mij op een ontspannen wijze te ademen, en te bewegen, het is het natuurlijke resultaat, effect of weerspiegeling van het genezen van de denkgeest.

Dit is dus geen pleidooi voor yoga, maar voor het terug gaan naar de bron, de denkgeest bij elke vorm van onvrede in de denkgeest (de enige plek waar onvrede kan zijn, want het lichaam bestaat niet anders dan als een projectie vanuit de denkgeest en blijft daardoor denkgeest) daar ware vergeving toe te laten passen en de effecten daarvan in nog steeds de droom gewoon toe te laten, zonder oordeel. En of dat er nu uitziet als yoga, vissen, de marathon lopen, kantklossen, tekenen, borduren, zwemmen, fotograferen, vertalen, lezen, fietsen, zingen, muziek maken, schrijven, tuinieren of verzin het maar, dat doet er niet toe. Het gaat erom van waar uit: de keuze voor ego of  voor HG, het zal hoe dan ook als het uit de Juist gerichte Bron van ware Inspiratie komt altijd het meest liefdevol zijn.

Ter ondersteuning van deze gedachte nog even deze door mij herhaaldelijk aangehaalde tekst te vinden op blz. 56 in Het handboek voor leraren:

5.Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. 2En wat hij hoort kan zonder meer heel verbijsterend zijn. 3Het kan ook ogenschijnlijk helemaal niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet, en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid lijkt te brengen. 4Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde hebben. 5Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld dat hij achter zich zou kunnen laten. 6Vel geen oordeel over de woorden die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. 7Ze zijn veel wijzer dan de jouwe. 8Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen. 9En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf. (H21.5:1-9)

Terug herinneren in dat alles wat ervaren wordt afkomstig is uit de denkgeest, dat de denkgeest de bron, de oorzaak is. Daar is waar ontwaken uit de droom over gaat.
En de denkgeest is niet het brein. Het brein is ook een gedachte en projectie vanuit de denkgeest. De denkgeest is dat wat we “zijn”, althans zolang we nog geloven en “ervaren” binnen de door de denkgeest gemaakte droomstaat.

Als die herinnering werkelijk weer terug komt in de denkgeest, dan is er geen twijfel meer over de herkomst van “de wereld”, “anderen”, “dingen” en situaties.
Dan is er geen twijfel meer over dat alles komt vanuit de denkgeest. Ook het ego is een denkgeest verschijnsel. Dus we kiezen ALTIJD op denkgeest niveau en NOOIT op projectie (de vorm dus) niveau. Er is alleen denkgeest, binnen het concept de droom welliswaar, maar niet meer de totale vereenzelviging met de droom, maar nu als observeerder en keuzemakende denkgeest die nu bewust kan leren kiezen..

Als die twijfel verdwenen is dmv ware vergeving (telkens weer), dan wordt het proces van ontwaken steeds makkelijker, er wordt immers nu geweten dat de oplossing niet ligt in het fiksen van de projectie (zoals het zich vorm heeft gegeven in de droom), maar louter en alleen door het vergeven van de schier eindeloze vormen van zonde, schuld en angst.
En dan groeit ook het vertrouwen dat vanuit ware vergeving de eventuele effecten automatisch zullen volgen. Ook al hebben we geen idee, wanneer, waarom en hoe dan.

Daar gaat het gebed over wat Jezus aan Bill Thetford gaf om over zijn angst voor in het openbaar spreken te komen. Het is een hulpmiddel vanuit de Juist gerichte denkgeest (HG/J) wat helpt terug te herinneren naar de denkgeest, van waaruit we nooit weg zijn geweest:

Ik ben hier alleen om werkelijk behulpzaam te zijn.
Ik ben hier om Hem te vertegenwoordigen die mij gezonden heeft.
Ik hoef me geen zorgen te maken om wat ik zal zeggen of wat ik moet doen, want Hij die mij gezonden heeft zal mij leiden.
Ik ben tevreden daar te zijn waar Hij me wenst, wetend dat Hij me vergezelt.
Ik zal genezen zijn, wanneer ik toelaat dat Hij mij genezen leert. (T2.V.A.18:2-6)

De “ik” in dit gebed is de denkgeest, want nogmaals ECIW spreekt ons altijd aan op denkgeest niveau, want er is immers geen ander niveau. En dat we toch zijn geloven in een lichaam te zijn en geen denkgeest is enkel een droom, een illusie.
En in plaats van de droom waar te maken door te geloven in zonde, schuld en angst, kan de droom ook worden her-gebruikt als vergevingskans- en materiaal.

.

Het viel me al eerder op dat wat vaak “tussen haakje” , zo even “tussen neus en lippen door”  wordt gezegd en of geschreven, heel vaak een enorme eyeopener voor mij is. Ik zou ook kunnen zeggen wat tussen de regels door wordt gezegd. Zo kwam ik in een V&A de volgende tussen – zin tegen (door mij in vet weergegeven):

” Wanneer de Cursus nieuw voor ons is – en dat is meestal minstens de eerste dertig of veertig jaar van onze studie en de beoefening ervan – denken de meesten van ons dat we anderen proberen te vergeven voor wat ze hebben gedaan, en onszelf omdat we in de val gelopen zijn die zij voor ons hebben gezet.” (V&A #1019 op de V&A website eciw.nl: https://www.eciw.nl/index.php/nl/)

Dat is voor de ongeduldige (Ongeduld komt altijd van egodenkgeest) een kans om weerstand in te zetten tegen de bewustwording van de denkgeest dat er altijd een keuze wordt gemaakt, dus voor ego (de keuze voor afscheiding) of voor Heilige Geest (de keuze voor terug herinneren in God, Liefde, Eenheid, Waarheid, of hoe je het onnoembare ook maar wil noemen). Dat er een keuze mogelijkheid is zal door het ego altijd verborgen worden gehouden, want dat is zijn door mij geprogrammeerde taak en dus kan het niet anders dan dat.

En in verreweg de meeste gevallen is het bewust worden en het willen aanvaarden van het feit dat er altijd een keuze wordt gemaakt (tussen ego en HG) een langdurig proces.
Een langdurig vaak levenslang proces, waarbij de weerstand van de denkgeest laagje voor laagje afgepeld wordt op een schijnbaar heel persoonlijke wijze. Dit gebeurt niet doordat ” ik”  iets wel of niet moet doen vanuit gedragsperspectief, maar puur vanuit de keuze die gemaakt wordt voor egodenkgeest of voor HG denkgeest. (Ook wel de onjuist-  (ego) of juist- (HG) gerichte denkgeest genoemd.)
Dus die opmerking tussen neus en lippen door,  – en dat is meestal minstens de eerste dertig of veertig jaar van onze studie en de beoefening ervan – is op het eerste gezicht misschien teleurstellend en demotiverend (=gedacht vanuit het egodenken die zogenaamd of zo snel mogelijk wil ontwaken, of de andere zijde van de egomedaille; het zo lang mogelijk uit wil stellen), maar ook wel rustgevend in het bewustzijn dat alleen gekozen hoeft te worden of ik de rest van mijn bewuste denkgeest leven(s) onder leiding van het ego of onder leiding van Heilige Geest wilt zetten.
Dat is namelijk de enige keuze die we als denkgeest steeds maar weer maken, eerst volledig onbewust, maar als eenmaal (her)ontdekt is dat er een keuze te maken is op denkgeest niveau, en alleen daar, want er is niets anders dan denkgeest, dan is er de uitnodiging steeds maar weer opnieuw een bewuste keuze te maken, vanuit wat de (bewuste) keuzemakende denkgeest genoemd kan worden.

Als ” ik”  (denkgeest) mij laat leiden door de keuze voor HG denkgeest zal ik op een heel (schijnbaar) persoonlijke wijze door alle weerstanden ten gevolgen van de keuze voor het ego, heen geleid worden. Het zal dan nooit als te veel of te weinig worden ervaren, maar precies als waar de denkgeest op dat moment aan toe is.
En hoe sterker het vertrouwen in deze leiding wordt des te makkelijker zal het verlopen en hoef ik me niet meer bezig te houden met egogedachtes als: hoelang duurt het nou nog, waarom gaat het zo langzaam, ik ben er helemaal klaar mee, volgens mij ben ik nu verlicht, ik ben veel verder dan anderen, alleen ik bewandel het juiste pad, ik maak er een puinhoop van, Jezus en de Heilige Geest luisteren niet naar mij, ik ben zo slecht dat ik verloren ben, hij/zij is wel verlicht/ontwaakt, maar ik niet, ik wordt zo deprie van mijn ontwaakproces, ik voel me zoooooo hysterisch gelukkig, ik doe iets niet goed, ik moet eerst door de donkere nachten van mijn ziel, ik wil nu wel eens een leuk leven, het wordt tijd voor een ander (beter) pad, ik moet me in het zweet werken om dit te volbrengen, ik moet streng zijn voor mezelf, oh, lekker ik kan de hele dag in mn bed blijven liggen, want ” ik hoef niets te doen”, ik haat goeroes, ik ben dol op goeroe’s, en de mijne is de beste, spirituele paden, boeken, bijeenkomsten, leraren zijn heilig, ik stop met dit pad. Allemaal stuk voor stuk gedachtes (best wel interessant en komisch en verhelderend om dit lijstje voor jezelf te maken) die duidelijk te herkennen zijn als de keuze voor het egodenken+identificatie met de projecties (lichamen, dingen en situaties). Gedachten die niet gaan over waar ze lijken over te gaan, (WdI.5), ze zijn dus niet fout of goed, maar gaan alleen maar over de wens om afgescheiden te blijven van Waarheid, Eenheid, God, Liefde. En ook duidelijk te herkennen als gedachtes+projecties die voortkomen uit de onheilige drie-eenheid van het ego: zonde, schuld en angst, met als enig doel in de afscheiding blijven.

Dus die opmerking:  – en dat is meestal minstens de eerste dertig of veertig jaar van onze studie en de beoefening ervan – gaf en geeft mij (nadat ik er eerst heel hartelijk om moest lachen) een heel opgelucht en bevrijdend gevoel van; zo, daar hoef ik me niet meer druk om te maken, want ik kan onmogelijk weten hoe “mijn” pad verloopt, omdat ik simpelweg geen all-over overzicht kan hebben over al die duizenden opgeworpen verdedigingslagen van ” mijn”  egodenkgeest. Ik kan ze echter wel leren zien en terug (ver)geven aan de denkgeest, daar waar ze worden gemaakt en opnieuw de keuze maken, en ze nu bewust onder leiding zetten van de Heilige Geest (en of Jezus, beide symbolen voor oordeelloosheid), meer valt er niet te doen. Alles wat daar uit mag volgen zal hoe dan ook behulpzaam zijn, hoe het er ook uit mag zien.
En daar staat in ECIW ook wat over wat ik hier even zal plakken:

” 5. Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. 2En wat hij hoort kan zonder meer heel verbijsterend zijn. 3Het kan ook ogenschijnlijk helemaal niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet, en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid lijkt te brengen. 4Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde hebben. 5Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld dat hij achter zich zou kunnen laten. 6Vel geen oordeel over de woorden die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. 7Ze zijn veel wijzer dan de jouwe. 8Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen. 9En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf” (H21.5:1-9).

 

Zodra een blokkade, de sluier die we voor Waarheid, “dat wat IS” (God, Liefde, Éénheid) geplaatst hebben, met als enig doel afgescheiden te blijven van Waarheid oplost, gaat de poort naar wat IS als het ware vanzelf open en komt de herinnering aan dat wat IS vanzelf weer te voorschijn.
De herinnering kan zich weerspiegelen (zolang er nog geloofd wordt in de wereld van de vorm te zijn) in een ervaring van een plotselinge creatieve impuls, of inzicht, of gewoon precies weten wat te doen met een eerst schijnbaar onoplosbaar probleem.
Er wordt dan duidelijk gezien dat niet het probleem in de vorm op zich het probleem was, maar dat de keuze voor afgescheiden te willen zijn van dat wat IS (Éénheid, Waarheid, God, Liefde) het probleem was en is

Dus de herinnering, of de brug, naar Waarheid, in ECIW Heilige Geest of de manifestatie daarvan Jezus genoemd, zorgt niet dat er een schijnbaar probleem in de vorm wordt opgelost, of dat ik antwoord krijg op een vraag, maar helpt bij het oplossen van de blokkade in mijn denkgeest daar waar voor afscheiding is gekozen en nu opnieuw gekozen kan worden voor het vergeven van het idee van afscheiding.

Dit alles gebeurt op een wijze die ik kan begrijpen op het niveau van de mate van begrip waar ik me op dat moment (denk en geloof) te bevinden.
Het kan daarom lijken alsof er hulp van buiten komt wat mij precies verteld wat ik moet doen, maar dat is niet zo.
Nogmaals de enige keuze die echt helpt, ongeacht de uitkomst die ik denk te weten te willen en wens in de vorm is de enige keuze die gemaakt kán worden en dat is de keuze voor afscheiding (ego) of voor het genezen van de afscheiding (HG/J). Niet het genezen in en van de vorm (lichamen, dingen en situaties), maar de genezing van de denkgeest die in afscheiding geloofd.
En zolang ik nog de ervaring heb van in een wereld te zijn in een lichaam, zal de genezing van de denkgeest zich soms zichtbaar en soms onzichtbaar lijken te manifesteren in de vorm. En zal ik leren onderscheid te maken tussen de manifestaties van het ego (de wens voor afscheiding) en de manifestaties van de genezen denkgeest de wens van de genezing van het afscheidingsidee. Kortom weten dat het probleem nooit in de vorm ligt, maar altijd in de denkgeest.
Vandaar dat oordeelloos leren kijken zo belangrijk is, want alleen in oordeelloosheid kan opnieuw gekozen worden voor ego of voor HG/J.

Elke vorm van depressiviteit hoe groot of klein ook elke vorm van ongenoegen, woede, verdriet, kortstondige vreugde, haat, speciale liefde zijn manifestaties van de achterliggende keuze voor afscheiding. Als dit gezien en geaccepteerd wordt kunnen al deze manifestaties van de keuze voor afscheiding her-gebruikt worden als ik dat wil en erom vraag.
Ik ben dan niet langer meer een speelbal van mijn emoties die naar believen lijken te komen en te gaan. Ik weet dan dat ik deze manifestaties niet “ben” maar er wel 100% verantwoordelijk voor ben, omdat ik kennelijk liever voor afscheiding koos, maar dat nu niet meer wil en weet dat ik slechts anders hoef te kiezen door die manifestaties terug te nemen in de denkgeest en te vergeven.
Dat opent de poort tot totale vrijheid van de denkgeest…

Iedere gedachte bevat de wil tot afscheiding, de keuze voor en het geloof in ego en de herinnering aan wat mijn keuze voor ego mij wil laten vergeten; de keuze voor en het geloof in HG.
Dit helpt enorm om elke gedachte, uit de schijnbare (met opzet) vorm chaos van projecties, terug te brengen naar zijn bron, de denkgeest de enige “positie” waar ik kan leren dat niet op de eerste plaats de vorm waarin deze keuze worden geprojecteerd er toe doet, maar de achterliggende keuze voor afscheiding. Alleen in die denkgeest positie kan er opnieuw gekozen worden, voor afscheiding (vergeten) of voor Herinneren.
Dit helpt ook om de vormen waarin de wens tot afscheiding geprojecteerd wordt niet meer in zijn vorm als zodanig serieus te nemen. Immers de projectie op zich is nooit wat deze lijkt te zijn. Allereerst is het een projectie, een soort filmbeeld en het wordt geprojecteerd om de achterliggende reden, de wil tot afscheiding van Één, te verbergen.
Mijn ego zal hier onvermijdelijk een reactie op geven (het ego is in elke gedachte aanwezig), maar al lerende dat het niet is wat het lijkt, dus niet echt of waar is, kan ik er ook beter met steeds minder wordende angst (angst=verdediging) naar leren eerlijk oordeelloos te kijken (=kijken olv HG/J), zodat de gedachte geschikt wordt als vergevingsgedachte en vergevingskans.

Ontwaken uit de droom die ik “mijn leven” noem, is niet precies hetzelfde als ontwaken uit wat we de slaapdroom noemen. Ontwaken uit de slaapdroom is wakker worden uit de slaapdroom en verder dromen in wat we ons dagelijkse leven noemen en niet door hebben dat het nog steeds een droom is.
Ontwaken uit de droom die ik “mijn leven” noem is totaal bewust worden van dat de droom die ik “mijn leven” noem (inclusief de slaapdroom) een droom is. Als daaruit ontwaakt wordt wordt er geen andere wakkere “ik” wakker in nog weer een droom, zoals dat bij de slaapdroom het geval is. Het totale ontwaken uit de droom die alles omvat wat ervaren kan worden ligt buiten welk bewustzijn dan ook.
Dit gebeurt niet in één keer, de weerstand, de angst is daarvoor te groot. Het is dan ook een stap voor stap proces, waarbij beetje voor beetje de droom ontmanteld wordt door alle droomervaringen eerlijk onder ogen te gaan leren zien en te vergeven. Door te vergeven dat wat ik denk en geloof dat ik ben werkelijkheid is.
Het ego denken te moeten vernietigen, bestrijden, elimineren, omarmen zal niet werken, daar dit allemaal bewegingen zijn juist vanuit mijn keuze voor het ego.

Ik begin langzaamaan te accepteren dat zolang ik in een “hier” lijk te ervaren het ego in elke gedachte aanwezig is. Dat kan niet anders, want als dat niet zo zou zijn dan was er geen droom “mijn leven”. Echter niet alleen het ego is in elke gedachte aanwezig, ook de herinnering ( in ECIW de Heilige Geest genoemd), welke nooit verdwijnen kán, aan dat wat buiten het terrein van het ego ligt, buiten tijd en ruimte en ik voor het gemak “Waarheid”, of “Éénheid”, “Non-dualisme”, “God”, “Liefde” noem, is in elke gedachte aanwezig. En wat ook aanwezig blijkt te zijn in elke gedachte is een soort wakkerheid dat dit alles kan observeren. Deze observeerder blijkt tevens een keuzemaker te zijn welke kan kiezen om naar het ego te luisteren of naar de Heilige Geest.

Tijdens het proces van ontwaken wordt het bewustzijn van een keuze te hebben en wel maar één keuze (de keuze tussen luisteren naar het ego of naar de Heilige Geest) welke zich alleen op denkgeest niveau kan afspelen, steeds sterker.
Het is niet de keuze tussen goed en fout, maar tussen dromen van afscheiding of dromen van het helen van afscheiding, het helen van de denkgeest door nu meer en meer bewust de keuze te maken in plaats van onbewust alleen maar voor ego te kiezen, zonder te weten dat er gekozen wordt, voortdurend, bij elke gedachte.
Ook de keuzemaker, als deze eenmaal in het bewustzijn naar boven komt, maakt een steeds bewuster wordend proces door van altijd onbewust kiezen voor ego (afscheiding) naar de steeds bewuster wordende keuze voor terug herinneren in uiteindelijk volmaakte Éénheid, een concept dat zich buiten de droom bevindt en dus met de zelf opgelegde beperking van de keuze voor afscheiding, niet begrepen kán worden.

Dus er lijken (blijken) drie denkgeest toestanden te zijn: het ego, de waarnemende/keuzemaker, de Heilige Geest. En deze drie denkgeest toestanden zitten verstopt achter ELKE gedachte (+projectie).
En wat het proces van ontwaken behelst is dat er geleerd wordt dat die keuze opties er zijn en dat geleerd wordt onderscheid te leren maken tussen deze ogenschijnlijke drie keuze mogelijkheden.
De ervaring leert dat dat een lastig, heftig, pijnlijk, langdurig proces is. De les en de opgave is echter niet hoe kom ik zo snel mogelijk van die pijn en dat lijden af, want dat zou duidelijk een keuze voor egodenkgeest zijn, want alleen die kan kiezen voor pijn en lijden en hoe er vanaf te komen, zodat het allemaal “echt” lijkt (wat ook het doel van het egodenken is), maar te leren vanuit een waarnemende denkgeest positie oordeelloos te kijken naar alle keuzes die gemaakt worden voor de egodenkgeest (voor afscheiding dus) en deze vervolgens te vergeven. Elke gesignaleerde keuze voor egodenkgeest dient daarbij niet te worden gecorrigeerd door deze te veranderen, en aan te passen tot een betere ego keuze, maar enkel als zodanig te worden herkend en onderkend en als vergevingsmateriaal en kans te worden gezien.

Het ego (de keuze voor het ego) doet immers voortdurend mee, dat is geen seconde stil. Het ego doet dus ook de Cursus of welke ander pad dan ook. Gedachten zoals, “nou kies ik verdomme weer voor het ego”, “o ja ik moet dit vergeven, anders raak ik nooit die pijn kwijt”, “Ik ben een slechte leerling, want ik kies nog steeds voor het ego”, “Anderen zijn veel verder dan ik”, “Ik ben veel verder dan anderen”, “ja, ik ben ontwaakt!”, “Ik moet leraar worden en de wereld gaan vertellen hoe het allemaal werkt en wat er gedaan moet worden om te ontwaken”, “Ik ben totaal ongeschikt als leraar”, “Ik zal echt nooit ontwaken uit deze nachtmerrie, het is gewoon onmogelijk”, “Ik haat iedereen en dat is heel erg slecht van mij”, “Ik hou van iedereen en dat voelt goed!”, “oh, ik genoot daarnet van iets, oeps dat mag niet, want dan maak ik het echt”, “oh, ik genoot daarnet van iets, dat komt natuurlijk omdat ik zo goed bezig ben met vergeven”… ik kan zo bij wijzen van spreken nog uren doorgaan met voorbeelden op te schrijven hoe de denkgeest werkt. Het kenmerk van de keuze voor egogedachten is dat ze als goed gekeken wordt voortkomen uit de drie basis behoeften van de egodenkgeest:  zonde, schuld en angst. Deze zijn te herkennen achter elke bovengenoemde gedachte voorbeelden. Maar let op, deze keuze voor egogedachten is niet “fout’, want dat zou weer een  keuze voor het ego zijn, het is gewoon een oordeelloze constatering, waardoor de gedachte neutraal wordt en er vanuit die denkgeest toestand opnieuw gekozen kan worden. Dat is de enige keuze die gemaakt kan worden, een keuze op denkgeest niveau, dus niet de keuze op het niveau van de projectie die altijd volgt nadat de keuze in de denkgeest is gemaakt.

De ervaring leert dat dit echt geleerd moet worden al doende, midden in het eigen droommateriaal, (de projecties), precies zoals de droom zich aandient en zich lijkt uit te spelen en dat dit een langdurig proces is waarvan niet geweten kán worden hoe lang het duurt of hoe het zal verlopen. De uitkomst staat echter vast, omdat ontwaken uit de droom onvermijdelijk is, afstel is onmogelijk, uitstel lijkt wel mogelijk binnen het concept “dromen”. Uitstel is echter gewoon weer de keuze voor de egodenkgeest die gelooft dat het zal verdwijnen als er wordt gekozen voor luisteren naar de Heilige Geest.

Het idee van Éenheid is voor de denkgeest die duidelijk in tweeheid gelooft en het dien ten gevolgen ook als “twee” ervaart, een volstrekt abstract idee.
En het feit dat het niet begrepen kán worden door de denkgeest die gekozen heeft voor geloven in tweeheid zorgt er opzettelijk (onbewust) voor dat tweeheid nu als de waarheid wordt gezien, waardoor, de natuurlijke staat van Éenheid die niet te vatten valt binnen de concepten van tweeheid waarin “we” geloven, totaal vergeten lijkt.
Maar vergeten betekent niet verdwenen. In elke projectie en ervaring als ik heel eerlijk kijk (zonder oordelend te zijn, want oordelen is altijd het domein van “twee”) is de met opzet verborgen Éenheid, zij het omgekeerd, symbolisch terug te herkennen. Het sijpelt als het ware overal doorheen.

Zo hebben alle aardse projecties en ervaringen gemeen dat ze op een of andere manier ademen. Dat lijkt me een duidelijke weerspiegeling van doorsijpelende Éénheid welke niet zomaar weg te denken is . En denk maar aan dat we altijd op de een of andere manier bezig zijn met overeenkomsten te zoeken in alles en iedereen. Zelfs als we uniek willen zijn, vormen anderen die dat ook willen zijn een grote aantrekkingskracht. Overeenkomsten klonteren bij elkaar en vormen groepen die zich dan binnen de groep toch weer een soort van één voelen.
Maar aangezien één binnen het twee denken onmogelijk is, splitsen die samengeklonterde eenheidszoekers zich weer af van andere samengeklonterde groepjes en zo is er toch weer twee. Het heeft dus geen enkele zin binnen de wereld van projecties naar Éénheid te zoeken en of te streven. Het heeft ook geen zin tweeheid te ontkennen en Éenheidje te gaan spelen binnen het concept van twee. Gaat niet lukken, omdat de opzet is dat het niet mág lukken. De wereld van de projecties is gebaseerd op afsplitsing, afsplitsing van Één. Alles splitst zich en breid zich al afsplitsend uit in miljarden deeltjes, die zich al delend steeds verder lijken af te splitsen van één. Maar net als bijvoorbeeld het opdelen van een brood waarbij je allemaal stukjes brood krijgt, blijft de oorsprong toch dat ene brood. Ook al ziet het er nu heel anders uit.
En dit voorbeeld is ook weer een afspiegeling van dat het onmogelijk is onveranderlijke Éenheid werkelijk te verdelen, iets wat we in alles wat verdeelt lijkt terug kunnen herkennen. En zo zijn er tal van voorbeelden te bedenken van achter wat je denkt dat iets is, ligt iets heel anders verborgen en wel een met opzet verborgen en op z’n kop gezette Non-dualistische Waarheid.

Een Éénheids ervaring is dan ook alleen mogelijk komende vanaf buiten het concept dualiteit en is het gevolg van volledig doorzien van het mechanisme dualiteit en werkelijk zien dat het weliswaar ervaren wordt als dualiteit, maar tegelijkertijd onmogelijk is, waardoor dat wat “natuurlijk” is en we Éénheid of on-dualisme noemen als vanzelf weer in de herinnering boven komt drijven.

Dualisme krijgt op die manier de functie van laten zien wat het NIET is, zodat wat WAAR is vanzelf weer in de herinnering terug kan komen. Totaal terug herinneren in Één valt buiten het concept van “ervaren”, want in Één valt niets te ervaren…

Mocht nu de gedachte opkomen, en wees daar eerlijk in voor jezelf, want die gedachte is er gewoon, omdat in elke gedachte zich nu eenmaal altijd ook een afscheidingsgedachte (ego) bevindt: “wat saai zal dat zijn”, dan weet je alleen maar zeker dat die gedachte komt van de denkgeest die liever in afscheiding blijft geloven.
En dan weet je ook in welk stadium je denkgeest zich op dat moment bevindt en simpelweg nog niet toe is aan een eventuele volgende stap. Het “er aan toe zijn” is een stap voor stap onvermijdelijk onderdeel van het proces, voor alle schijnbaar afgesplitste/afgescheiden deeltjes. Een proces dat zich daardoor als een persoonlijk proces laat ervaren op een wijze die begrepen kan worden en daarbij de altijd nog aanwezige herinnering aan Één aanspreekt en bijna infuus-gewijs wordt toegediend, nooit te veel en nooit te weinig, precies goed. Tot de denkgeest volledig “genezen” is en op een natuurlijke wijze oplost waar het nooit echt uit is weggeweest.
De angst die de dualistische denkgeest daarvoor heeft is enorm, maar die angst dient er alleen voor om het waanidee van afgescheiden te kunnen zijn van Één in stand te houden.
Het uiteindelijke onvermijdelijke totale terug herinneren in Éénheid zal nooit bevraagt kunnen worden. Want wat kan wat bevragen in totale Éénheid?

Misschien een gedachte waard…
Is dat wat “we” binnen het (onmogelijke) concept van de illusoire droom van ruimte en tijd, dat we in “onze” wereld, “normaal”, “abnormaal” , “afwijkend”, “gestoord” (geestelijk en of lichamelijk) noemen, eigenlijk niet een volstrekt “normaal”, en “logisch” gevolg, van het volstrekt onnatuurlijke en onmogelijke geloof in de mogelijkheid van het werkelijk bestaan van een dualistische wereld welke als enig doel heeft afgescheiden te zijn en blijven van dat wat IS, “onze” werkelijke non-dualistische aard?

Dus praktisch gezien kan je dan stellen dat alles en iedereen wat we als “normaal”, “abnormaal”, “afwijkend”, “apart”, “speciaal”, “gek”, “krankzinnig” enz. enz. zien, eigenlijk alleen maar een afspiegeling of reflectie is van “onze” poging tot afscheiden van Één.
Een zinloze poging, welke nooit echt succesvol zal kunnen zijn, ook al wordt er alles aan gedaan om het wel voor elkaar te krijgen, tot de dood erop volgt, waarna er weer geboren wordt zodat het onmogelijke krankzinnige spel van “normaal” en “abnormaal” opnieuw en opnieuw kan worden gespeeld.

We benoemen alles wat z’n stinkende best doet om in een krankzinnig, onmogelijk idee van afscheiding het hoofd boven water te houden als zeer positief en zeer prijzenswaardig, en alles wat daar niet in slaagt wordt al snel gezien als negatief, zielig, zwak, beneden pijl, abnormaal, ziek, onderontwikkeld, achterlijk, geestesziek enz..

En dus moeten de zogenaamde normal krankzinnige die de wereld van afscheiding zien als normaal, en iets als waar je je aan moet aanpassen, en wat bovenal verdedigd moet worden, degene die het zogenaamd niet redden, omdat het moeten/willen leven in een onmogelijke krankzinnige wereld van het geloof in afscheiding uiteindelijk onvermijdelijk niet meer vol te houden is, tot de orde roepen door ze als zieken te verplegen en ze zo snel mogelijk weer tot de als normaal geldende krankzinnigheid (welke als de normale norm wordt gezien) terug te brengen.

De wereld is aldus gezien een totaal op z’n kop krankzinnig, totaal ziek en onmogelijke idee, waar dien ten gevolgen alles op z’n kop wordt gezien en ervaren.
En beide partijen de normaal krankzinnigen als de door de normaal krankzinnige beschouwde krankzinnige, hebben allebei als doel: afscheiding van Één.

En ja daar kan men als dit langzaamaan duidelijk wordt behoorlijk van in de war raken, maar bedenk dan dat het in de war raken niet komt door bovenstaand verhaal, maar doordat de herinnering aan Één, welke gelukkig nooit is weg geraakt, langzaamaan onvermijdelijk naar boven komt en aldus een bedreiging vormt voor het geloof in de mogelijkheid van afgescheiden te kunnen zijn van Één en dat weerspiegelt zich in een projectie die eruit ziet en ervaren wordt als bedreigend.

Gelukkig door de onvermijdelijkheid van het terug herinneren in Één, zal elke schijnbaar individuele (afgescheiden) denkgeest zich terug herinneren in dat wat IS en buiten de illusie van tijd en ruimte bevindt.

De denkgeest die zich weer bewust wordt en daardoor het op z’n kop ego denken en geloven kan en wil “vergeven” (vergeven als in “er is niets werkelijk gebeurt binnen onveranderlijke Éénheid”) zal stap voor stap terug herinneren in Één.
Dat is niet weggelegd voor een enkeling, maar voor de hele ene denkgeest, welke er nu nog voornamelijk uitziet, door het geloof daarin, als versplinterd in miljarden aparte stukjes.

 

 

 

Een ietwat ongebruikelijke en daardoor onconventionele gedachte vanuit dat wat “we” gewend zijn te denken, en geloven te weten en te kennen:
De wereld met alles wat daarbij hoort, mensen, dieren, voorwerpen, situatie, kortom alles wat wij beschouwen als “leven”, is een illusie, een gigantische projectie. Dat hele schijnbare gebeuren kan alleen maar schijnbaar verschijnen OMDAT het een illusie is.
Er is geen enkele reden te bedenken waarom in DAT WAT IS, non-dualiteit, Eenheid “iets” zou moeten verschijnen, “iets” anders waardoor “één” ineens “twee” lijkt te zijn.
Eén is één en heeft geen enkele goede reden om twee te worden, te blijven, te zijn.
Het heeft ook geen enkele zin het hiermee eens of oneens te zijn, te analyseren, er tegen te verzetten, te verwelkomen of wat voor gedachte dan ook aan te besteden, omdat al die gedachten in de illusie verschijnen en dus onmogelijk zijn in Eén. Een illusie, een droom, een waanidee heeft als eigenschap dat het onwerkelijk is en vooral veranderlijk en kan juist DAARDOOR alleen maar een illusie, een droom, een waanidee zijn.
Het lijkt allemaal te verschijnen in “Één”, maar dat is tegelijkertijd onmogelijk, omdat “Één” nooit “twee” kan worden dan alleen in onmogelijke dromen.

Moet “ik” nu, omdat ik kennelijk in deze droom geloof enorm hard gaan werken, of iets opofferen om weer van “twee” “Één” te maken?
Nee, want dat zou betekenen dat “iets” binnen een onmogelijk en niet werkelijk bestaande “tweeheid” iets moet doen om weer “één” te worden, wat zou betekenen dat het lijkt of één van de twee moet verdwijnen.
En waarom zou iets wat al onmogelijk is moeten verdwijnen? Bovendien kan “Eén” in ieder geval onmogelijk verdwijnen omdat het sowieso buiten het concept “twee” valt en daardoor niet valt te beschrijven of te benoemen, laat staan zou kunnen verdwijnen, want dan zou het onmiddellijk binnen het concept “twee” vallen, en dus een illusie zijn welke als eigenschap heeft “veranderlijk” te zijn, een droom, wat weer aangeeft dat het niet werkelijk kan “bestaan”.

De weerstand die deze gedachte oproept is ook niet wat het lijkt. Boosheid, ongeloof, weerstand, irritatie, moordlust, of juist het ophemelen of neersabelen van iets of iemand die deze gedachte uitspreekt, publiceert of hoe dan ook kenbaar maakt gaat helemaal niet over de weerstand tegen het idee van “er is geen wereld”, of over er is alleen een illusie, een droom, een onmogelijke gedachte welke schijnbaar verschijnt in “Één”. De weerstand heeft enkel als doel de gedachte van “twee” koste wat kost in stand te houden, ja zelfs ten koste van “Éen”, wat dus sowieso verspilde moeite is, want onmogelijk.

Dat wat we “mijn leven” noemen is een gevecht van leven op dood om in “twee” te blijven geloven, want dat is het niet meer en niet minder, een geloof. Niet een strijd tegen een “iets” dat machtiger probeert te zijn dan “twee”, zoals “twee” doet voorkomen.
De enorme angst en schuld die deze waan gedachte oproept is ook alleen maar weer een krampachtige, zeer vermoeiende poging om deze onmogelijke scheiding van “Één” in stand te houden. En heeft dus niet met “iets” of “iemand” die tegengesproken of bejubelt wil of moet worden te maken.
Het hele droom script van het idee en het geloof in “mijn leven” (of überhaupt “leven”) heeft geen enkel ander doel dan dit: het onmogelijke idee van zich te willen kunnen afscheiden van “Één” tot werkelijkheid te maken.

Totdat de veranderlijke aard van “een nietig dwaas idee” van “twee” onvermijdelijk doorzien wordt doordat wordt ingezien dat “twee” nu eenmaal nooit voorgoed de plaats kan innemen van “Één”, OMDAT dat onmogelijk is.
Zodra dat wordt gezien en geaccepteerd wordt ook de onvermijdelijkheid van terug herinneren in “Één” onvermijdelijk en krijgt alle weerstand die zich alleen in dromen, illusies, waanbeelden van schijnbaar “twee” een totaal andere functie…

De droom hoeft niet weg gesaneerd of vernietigt te worden of zelfs maar verandert, maar krijgt een totaal andere functie, als de denkgeest daar aan toe is, die van “Ware vergeving”, wat niets anders is dan werkelijk inzien dat er niets gebeurt kan zijn, dat niets ook maar één momentje werkelijk invloed zou kunnen hebben, laat staan in staat om non-dualistische “Éénheid” te veranderen en zal uiteindelijk onvermijdelijk op een heel vanzelfsprekende wijze oplossen in “niets”, vanwaaruit het schijnbaar is ontstaan.

Een cursus in wonderen vat dit als volgt samen:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.”
(In.2.2-4)

%d bloggers liken dit: