archiveren

Tagarchief: de cursus

Een veel gehoorde klacht over ECIW is dat hij zo moeilijk is.
In Hoofdstuk 11.VIII “Het probleem en het antwoord” lezen we:

“1. Dit is een heel eenvoudige cursus. 2Misschien heb je niet het gevoel dat
jij een cursus nodig hebt die uiteindelijk onderwijst dat alleen de werkelijkheid
waar is. 3Maar geloof jij dat ook? 4Wanneer je de werkelijke wereld
waarneemt, zul je inzien dat jij het niet geloofde. 5Maar de snelheid waarmee
jouw nieuwe en uitsluitend ware waarneming in kennis zal worden
omgezet, zal jou slechts een ogenblik de tijd gunnen te beseffen dat alleen
dit waar is. 6En dan zal alles wat jij gemaakt hebt vergeten zijn: het goede
en het slechte, het onware en het ware. 7Want als de Hemel en de aarde één
worden, zal zelfs de werkelijke wereld uit je zicht verdwijnen. 8Het einde
van de wereld is niet haar vernietiging, maar haar omzetting in de Hemel.
9De herinterpretatie van de wereld is de overdracht van alle waarneming
naar kennis” (T11.VIII.1:1-9).

en in T11.VIII.5:1-10 staat:

“5. Misschien klaag je erover dat deze cursus niet specifiek genoeg voor jou
is om te begrijpen en te gebruiken. 2Maar misschien heb jij niet gedaan wat
hij specifiek bepleit. 3Dit is geen cursus in het spelen met ideeën, maar in
de praktische toepassing ervan. 4Niets kan specifieker zijn dan dat jou
wordt gezegd dat je zult ontvangen als je vraagt. 5De Heilige Geest zal
ieder specifiek probleem beantwoorden, zolang jij gelooft dat problemen
specifiek zijn. 6Zijn antwoord is zowel veelvoudig als één, zolang jij gelooft
dat het ene veelvoudig is. 7Misschien ben je bang voor Zijn specificiteit,
uit angst voor wat jij meent dat deze van jou zal eisen. 8Maar alleen
door te vragen zul je leren dat niets wat van God komt ook maar iets van
jou eist. 9God geeft, Hij neemt niet. 10Wanneer jij weigert te vragen, komt
dit doordat je gelooft dat vragen nemen is in plaats van delen”
(T11.VIII.5:1-10).

Ook Helen Schucman klaagde over dat de Cursus haar niet hielp.
In “Een leven geen geluk. Het ontstaan van Een cursus in wonderen. Een biografie van Helen Schucman” vinden we het antwoord hierop van Jezus aan Helen zelf, wat later voor meer algemeen gebruik in T11.VIII.5 terecht is gekomen, (zoals hierboven geciteerd):

“Je klaagt erover dat deze cursus niet specifiek genoeg voor jou is om te begrijpen en te gebruiken. Maar hij is heel specifiek geweest en jij hebt niet gedaan wat hij specifiek bepleit. Dit is geen cursus in het spelen met ideeën, maar in de praktische toepassing ervan. Niets kan specifieker zijn dan dat heel duidelijk wordt gezegd dat je zult ontvangen als je vraagt” (uit: Een leven geen geluk, blz. 328).

Het is zeker de moeite waard deze hele paragraaf T11.VIII “Het probleem en het antwoord” te gaan lezen in de cursus zelf. Het staat in het Tekstboek, hoofdstuk 11, paragraaf VIII op blz. 215. Jezus gebruikt hier de metafoor van “kleine kinderen” om het een en ander te verduidelijken:
“Kleine kinderen zien in dat ze niet begrijpen wat ze waarnemen, en vragen daarom wat het betekent. Bega niet de vergissing te geloven dat jij begrijpt wat je waarneemt, want de betekenis daarvan is voor jou verloren gegaan” (T11.VIII.2:2-3).

en

“Van niets wat je waarneemt ken jij de betekenis. Niet één gedachte die je eropna houdt is volkomen waar. Door dit te erkennen maak je een doortastend begin” (T11.VIII.3:1-3).

We kunnen onze weerstandsgedachten tegen het begrijpen van ECIW vergeven, door in te zien dat de weerstand een verdediging is tegen het willen begrijpen dat we zelf gekozen hebben (op denkgeest niveau) voor afgescheiden te willen zijn van “Waarheid”, de non-dualistische Waarheid welke onveranderlijk Éen is, in God, in Liefde.
Een afscheiding die onmogelijk is en dus nooit kan worden bewerkstelligd, dan alleen in onmogelijke dromen die de illusie proberen waar te maken dat afscheiding wel mogelijk is.

Een vergeven denkgeest is een denkgeest toestand zonder investeringen in zonde, schuld en angst.
En dan stelt Jezus de vraag:

“15. Wil jij je angsten niet verruilen voor de waarheid, als die ruil plaatsvindt
mits je er maar om vraagt? 2Want als God Zich niet in jou vergist, kun jij je
alleen in jezelf vergissen. 3Maar jij kunt de waarheid over jezelf leren van
de Heilige Geest, die jou zal onderwijzen dat er in jou, als deel van God,
geen vergissing mogelijk is. 4Wanneer jij jezelf zonder begoocheling waarneemt,
zul je de werkelijke wereld aanvaarden in plaats van de onware die
jij hebt gemaakt. 5En dan zal je Vader Zich naar je toebuigen en de laatste
stap voor jou zetten, door jou te verheffen tot Zichzelf” (T11.VIII.15:1-5).

Dankzij een vraag nav het blog: “De Verzoening aanvaarden”, raakte ik geïnspireerd tot het volgende “antwoord”, wat bij nader inzien gewoon wel weer erg op een nieuw blog ging lijken. En toen Frits me daar ook op wees besloot ik het ook als nieuw blog te plaatsen.
Ik merkte al schrijvend dat het toch weer even handig leek erop te wijzen dat de metafysica van ECIW wel gekend dient te worden, wil de Cursus ten volle begrepen worden op alle niveaus.
Eerst zal ten volle moeten worden aanvaard, en is een levenslang stap voor stap proces, dat de Cursus zegt “Er is geen wereld” (WdI.132.6:2).
Wat is het dan dat lijkt te ervaren? Dat is de keuze van de denkgeest (denkgeest is dat wat “ik” werkelijk ben binnen het concept van de droom) voor of angst of voor Liefde, oftewel of voor ego of voor HG/J denkgeest.
Er is dus alleen denkgeest, en niet een “ik” lichaam dat keuzes maakt en vervolgens één van deze twee keuzes ervaart. Er is alleen een keuze mogelijk door en in de denkgeest. Bewustwording is dus het werkelijk inzien en aanvaarden van dat er alleen denkgeest is en dat ECIW ons alleen aanspreekt op denkgeest niveau en niet op het niet werkelijk bestaande “lichaamsniveau”. Alles wat wordt ervaren vindt plaats in de denkgeest, en daar blijft het een gedachte, een projectie.

Er is dus ook geen “ander” er zijn alleen projecties die eruit zien als anderen, maar ze hebben geen enkele werkelijkheid, ze zijn en blijven projecties.
Nogmaals dit is erg lastig om te begrijpen laat staan te aanvaarden, omdat het een langzaam stap voor stap proces is van lichaamsbewustwording terug naar denkgeest bewustwording, dat wat we werkelijk zijn.
Niemand begrijpt dat meteen. Toen ik dit voor het eerst las “Er is geen wereld”, en God heeft deze wereld niet geschapen, en God weet niets van deze wereld, was dat voor mij de missing link: “ah, nu begrijp ik waarom niets echt werkt in deze wereld, ik probeer geluk te bereiken in iets wat juist gemaakt is om afgescheiden te blijven van Geluk (Liefde, God, Waarheid, Eenheid)”.
Het was toen nog een voornamelijk intellectueel begrijpen, maar ik was bereid mij de weg te laten wijzen door HG/J in het vertrouwen dat het een stap voor stap proces zou worden naar volledige bewustwording en uiteindelijk volledige terugkeer in de herinnering van Eenheid, God, Liefde.
En stap voor stap door het leren herkennen van al mijn ego gedachten (afscheidingsgedachten) binnen al mijn dagelijkse ervaringen en de bereidheid deze te willen vergeven aan de hand van de Juist gerichte denkgeest (HG/J=oordeelloos kijken) groeit het bewustzijn en de bereidheid deze Stem te volgen in plaats van die van het ego.

Bedenk ook dat zowel ego als HG zich in de ene denkgeest bevinden en niet buiten “mij” of buiten “de ander”, vandaar dat de keuze gemaakt wordt ook binnen de ene denkgeest voor het gemak de keuzemakende denkgeest genoemd.
Vandaar dat “ik” (keuzemakende denkgeest) alleen een keuze kan maken vanuit mijn eigen focus punt in de denkgeest en ik niet voor een ander de keuze tussen ego of HG kan maken.

Op het niveau van de vorm, de wereld van de projectie, doe ik “normaal”, dat wat de regels zijn binnen de wereld van de projecties. Ik help anderen, ik doe boodschappen, sluit verzekeringen af, doe mn deur op slot, voedt de kinderen op, ga na de dokter, neem medicatie, eet gewoon, slaap gewoon, adem gewoon enz.
Alleen het enige verschil is dat als ik aanvaard dat dit alles een projectie is vanuit de denkgeest dat ik kan kiezen of de projectie komt vanuit zonde, schuld en angst (de keuze voor ego dus), of vanuit Liefde (de keuze voor HG/J denkgeest).
Als ik kies vanuit zonde, schuld en angst dan kan ik dat herkennen aan dat ik zelf bepaal wat de uitkomst moet zijn. Bijvoorbeeld de uitkomst moet zijn dat dit of dat conflict met die en die opgelost wordt, of dat ik weer genoeg geld op mn rekening heb, zodat ik eindelijk dit of dat kan kopen, of dat ik een parkeerplaats zal vinden, of dat m’n kinderen gezond blijven en gelukkig worden enz. enz.
Kies ik voor de leiding van de HG/J kant van de denkgeest dan laat ik de uitkomst open en vertrouw erop dat de uitkomst altijd liefdevol zal zijn, hoe het er ook uit mogen zien als projectie.
Vanuit het ego perspectief willen kijken is altijd beperkt. Het ego ziet altijd maar een stukje en kan nooit het geheel overzien, dus kan ook nooit de juiste uitkomst zien en kan dus eigenlijk helemaal geen andere keuze maken, dan alleen vanuit de beperktheid van het ego denken, dat altijd vanuit het geloof in zonde, schuld en angst komt.
Dus iets voor iemand anders bepalen is helemaal onmogelijk, want ik weet niet wat het “beste” is voor de ander, van wegen dat beperkte afgescheiden ego denkgeest standpunt.
Bovendien is wat ik in een ander denk en geloof te zien altijd een spiegel van hoe ik over mijzelf denk als denkgeest. En dat is dan weer kostbaar vergevingsmateriaal, als ik daar voor kies als keuzemakende denkgeest.
Dus als ik de ander als eenzaam zie, dan zie ik een projectie van mijn eigen afgescheiden wil tot afscheiding, en dat ziet eruit als een “iemand anders die eenzaam lijkt”, en de emoties die daarbij horen versterken nog het “waarheidsgehalte”.

Maar diezelfde emoties kunnen echter door de keuze voor vergeving, de keuze voor de gedachte teruggeven aan HG/J, worden hergebruikt, (dus niet ontkend, omarmt, bevestigd, gehaat, aanvaard!) en de denkgeest weer terug herinneren in Eenheid, God, Liefde. En aangezien er ook maar één denkgeest is, wordt de schijnbaar zogenaamde “ander” welke eigenlijk ook alleen maar een stukje van de ene denkgeest is, ook terug herinnerd in Liefde. Dat is de betekenis van de Christus in de ander zien. Het is het terugkoppelen naar de ene denkgeest waar we (de denkgeest) één zijn. Het is niet het “zien” door de ogen, het is een geestelijk zien.

Ik hoop dat ik door dit hele verhaal duidelijk heb gemaakt dat het erg belangrijk is de achterliggende metafysica van de Cursus te kennen en steeds paraat te hebben; dus er is alleen Eén, Waarheid, Liefde, God Denkgeest mogelijk, dus kan er geen afgescheiden dualistische, geprojecteerde wereld vanuit zonde, schuld en angst bestaan. Het is het één of het ander, beide tegelijkertijd is onmogelijk.
Wordt dit niet gezien of ontkend, omdat er toch steeds weer voor het egodenken wordt gekozen, dan blijft ECIW onbegrijpelijk en niet te doen.
En nogmaals geduld is in deze een schone zaak, ECIW doen is meestal een levenslang proces van steeds weer leren opnieuw te observeren en kijken zonder oordeel (dus olv HG/J) naar al mijn gedachten en opnieuw de keuze te maken, niet voor een andere projectie, maar voor het andere gedachten systeem, dat van de Heilige Geest.
Dat is de betekenis van de uitspraak van Helen en Bill: “Er moet een andere manier zijn”, waardoor het proces van het doorgeven van ECIW, door Helen mogelijk werd en ook door “ons” het hele Ene Zoonschap mogelijk werd, mits wij de keuze maken dat toe te laten. Wat uiteindelijk onvermijdelijk is, want er is op Werkelijkheidsniveau niets gebeurt, dat wat lijkt te gebeuren is dus onmogelijk, ook al lijkt het nog zo “echt” en dus alleen geschikt om te Vergeven (heeft het tenminste nog één functie…). Voor het begrijpen wat Vergeven volgens ECIW is verwijs ik naar WdII.1, op blz. 404 van het Werkboek.

Jezus en de Heilige Geest

De symbolen Jezus en de Heilige Geest worden in de Cursus (her)gebruikt, omdat de Cursus het gebruikt om ons daar te kunnen ontmoeten waar we denken te zijn en tevens omdat het tevens de keuze voor de leiding van de egodenkgeest zo duidelijk maakt.
De zogenaamde historische Jezus uit de Bijbel en ook de Heilige Geest zijn projecties vanuit de egodenkgeest die juist de angst voor God uitbeelden. De angst voor een wraakvolle God die zich zal wreken op ons zondaren die hem vermoord hebben. Aldus de nachtmerrie van de Zoon van God, die als antwoord hierop een eigen God heeft bedacht met een zoon (Jezus) en een Heilige Geest, als inspiratiebron van de egodenkgeest, zoals we ze kennen uit de Bijbel.
Van daaruit zijn de bijbelse verhalen ontstaan, geprojecteerd en letterlijk genomen.
De egodenkgeest kan zielsveel van die Jezus houden, hem haten of negeren, maar al zulke vormen zijn hoe dan ook uitingen van de zonde, schuld en angst waarop de egodenkgeest is gestoeld. Ze nemen de historische Jezus en de Heilige Geest letterlijk, want ze blijven op het dualistische niveau van de wereld.
Als we dan de Cursus tegenkomen in ons leven en deze gaan ‘doen’, moeten we dit eerst onder ogen gaan zien, en dat is pijnlijk, want het lijkt of ons ‘knuffeldekentje’ wordt afgepakt en dat gaat onvermijdelijk met afkick verschijnselen gepaard.
De Jezus en de Heilige Geest waar we ooit naar toe gingen voor troost lijken nu ineens af te brokkelen en er lijkt even niets voor in de plaats te komen, want de weg naar een vervanging in de vorm lijkt ook afgesloten te zijn, omdat we ook leren dat wat we zien met de ogen van het lichaam een illusie is, een droom. Het is dus even slikken voor mensen die de Bijbel als woord van God beschouwden om te moeten gaan inzien dat de Bijbel voort is gekomen vanuit de egodenkgeest, want de Bijbel is 100% geschreven vanuit lichaamsidentificatie. Ook al lijkt het heel geïnspireerd te zijn, het wordt toch vereenzelvigd met bepaalde speciale personen (lichamen dus) die over lichamen schrijven.
Zelfs de Heilige Geest wordt als een aparte entiteit gezien.
En ja, ook de Bijbel kan symbolisch worden gezien en behulpzaam zijn als zodanig, maar niet om te rechtvaardigen dat wat in de Bijbel staat letterlijk moet worden genomen en er een echte Jezus en een echte Heilige Geest heeft bestaan, want dat is alleen maar weer het aloude egoverhaal van de afscheiding.
Dus het terug herinneren naar wat we werkelijk zijn, Geest en één in God is niet makkelijk, en ondanks het liefdevolle hergebruik in de Cursus van Jezus en de Heilige Geest als symbolen voor de terug herinnering in God, zal het niet ‘makkelijk’ zijn.
We krijgen allemaal te maken met ontwenningsverschijnselen en velen haken dan ook af en rennen terug naar hun comfortabele knuffeldeken, de aloude Jezus en de Heilige Geest van de Bijbel.
Dus voor diegene waarvoor Jezus een troost was als historische Jezus, maar ook voor diegene die niets van Jezus moeten hebben is de Cursus enorm confronterend en wel op dezelfde manier. Beide nemen de historische Jezus letterlijk en omarmen deze of wijzen hem af.
Kort gezegd is de Cursus confronterend voor iedereen die hem doet, want iedereen vereenzelvigd zich met een lichaam en maakt de wereld met al zijn vormen en situaties waar.
De liefdevolle aard van de Cursus uit zich dus hierin dat het de ‘kostbare’ troostende hulpmiddelen van de egodenkgeest, zoals een Jezus of een Heilige Geest hergebruikt. Het beoordeelt ze of veroordeelt ze niet, het laat zien, dat ze in hun egovorm onwaar zijn, dat moet eerst onder ogen worden gezien, zodat ze daarna als symbolen kunnen worden gebruikt om te leren vergeven.
We leren dan dat een Jezus en een Heilige Geest niet in wat we ons leven noemen kunnen komen, want ze vertegenwoordigen onze ware aard, die van Geest zijn één in God en dat gaat niet samen met het idee van lichamen zijn in een droomwereld van vormen en situaties.
We, als waarnemende en keuzemakende denkgeest, kunnen alleen al onze vergissingen terugbrengen naar hun bron de denkgeest en ze laten vergeven. De symbolen Jezus en de Heilige Geest (dus niet de historische Jezus en de Heilige Geest van de Bijbel) worden nu onze gidsen in het terug herinneren in God in Eenheid, dat wat we in werkelijkheid zijn.
Eigenlijk is de Heilige Geest en ook Jezus het symbool voor de waarnemende en keuzemakende denkgeest, (dat wat we in werkelijkheid zijn) ze nemen waar, maar treden niet binnen in de illusie. Want hoe kan je nu binnentreden in iets wat niet bestaat.
De waarnemende denkgeest is in staat de voorheen fantasiefiguren de Heilige Geest en Jezus die een rol speelde in het egodrama te hergebruiken door op dezelfde wijze met ze te communiceren, te praten, maar ze nu als symbool te zien voor wat we in werkelijkheid zijn, denkgeest en één met ons en daardoor altijd beschikbaar, terwijl de egoversie van de Heilige Geest en Jezus in zijn lichaamsgerichtheid, alleen beschikbaar leek als we het hadden verdiend dat ze ons misschien eventueel wel zouden helpen als we het niet te bont hadden gemaakt en gebukt gingen onder zonde, schuld en angst.
Dus uiteindelijk, als we de Cursus willen volgen, zullen we onder ogen moeten zien dat de historische Jezus en de Heilige Geest niet bestaan, net zomin als wij, en alle lichamen en aardse situaties bestaan.
Daarom is ECIW niet geschikt voor iedereen, hoewel het wel in de andere zin een verplichtte cursus is, van wegen zijn aard, omdat we in werkelijkheid nooit uit de Eenheid van God zijn weggegaan, er dus niets gebeurt is en het onvermijdelijk is dat het hele Zoonschap zich dat gaat herinneren.
De manier waarop en hoe en wanneer is een vrije keuze, beter, ‘lijkt’ een vrije keuze.

 

Van wegen Pinksteren, het feestje van de Heilige Geest plaats ik hieronder de volledige tekst uit het Handboek voor leraren, Verklaring van termen, 6. De Heilige Geest, uit Een cursus in wonderen, over wat de Cursus verstaat onder De Heilige Geest.
Een voorbeeld van het gebruik van “bekende” christelijke termen welke door de Cursus volledig worden omgedraaid en opnieuw worden gebruikt.
Veel studenten van ECIW komen veel weerstand in zichzelf tegen door het gebruik van deze bekende christelijke termen. Maar bedenk dat ECIW ook stelt dat we nooit onvrede voelen om de reden die we denken (les 5). De enige reden dat we onvrede voelen is altijd dat onze keuze voor het egodenken deze projecties van onvrede gebruikt om afgescheiden te blijven van Eénheid, Liefde, God, of hoe je de non-dualistische staat van de Geest ook wil noemen.
ECIW gebruikt alles wat het ego gebruikt om afgescheiden te blijven opnieuw, maar nu als vergevingsmateriaal en kans, een manier om de afscheiding ongedaan te maken en terug te herinneren in Geest, dat wat “we” in Wezen Zijn.
En bedenk tijdens het lezen dat ECIW ons nooit aanspreekt als zijnde een lichaam, maar als denkgeest. Ontken het echter niet als je je wel aangesproken voelt als lichaam, want dat is niet fout of zondig, maar slechts de keuze voor kijken via de egodenkgeest. En dat kan je geloven en als waar aannemen, of aan Heilige Geest Denkgeest geven, waar het dan zal worden her-gebruikt als vergevingskans. De keuze staat vrij en elke denkgeest kiest dat waar hij aan toe is en dat is dus altijd de juiste keuze voor dat moment.
Het heeft daarom ook geen zin om “iemand anders” er van te betichten of er op te wijzen dat deze “verkeerd” kiest, want de denkgeest kiest altijd dat waar hij aan toe is, en volgt schijnbaar zijn eigen individuele pad, omdat dat is wat de denkgeest die zich nog in een afgescheiden denkgeest toestand bevindt kan begrijpen.
ECIW ontmoet ons waar we denken en geloven te zijn.

6. DE HEILIGE GEEST

1. Jezus is de manifestatie van de Heilige Geest, die hij op aarde liet neerdalen
nadat hij was opgestegen ten Hemel, of anders gezegd, tot volmaakte
vereenzelviging kwam met de Christus, de Zoon van God, zoals Hij die
heeft geschapen. 2De Heilige Geest, die een schepping is van de ene
Schepper en met Hem schept naar Zijn gelijkenis of geest, is eeuwig en is
nooit veranderd. 3Hij was ‘op de aarde neergedaald’ in die zin dat het nu
mogelijk was Hem te aanvaarden en Zijn Stem te horen. 4Zijn Stem is de
Stem namens God, en heeft daarom vorm aangenomen. 5Deze vorm is niet
Zijn werkelijkheid, die God alleen kent, samen met Christus, Zijn werkelijke
Zoon, die deel is van Hem.

2. De Heilige Geest wordt door de hele cursus heen beschreven als Degene
die ons het antwoord op de afscheiding geeft en ons het Verzoeningsplan
brengt, waarbij Hij ons specifieke aandeel daarin vastlegt en ons precies
laat zien wat dat inhoudt. 2Hij heeft Jezus als leider aangesteld om Zijn
plan uit te voeren, aangezien hij de eerste was die zijn eigen aandeel volmaakt
heeft voltooid. 3Alle macht in de Hemel en op aarde is hem dan ook
gegeven, en hij zal die met jou delen wanneer jij het jouwe hebt voltooid.
4Het Verzoeningsprincipe werd aan de Heilige Geest gegeven lang voordat
Jezus dat in beweging zette.

3. De Heilige Geest wordt beschreven als de overblijvende Communicatieschakel
tussen God en Zijn afgescheiden Zonen. 2Om deze bijzondere
functie te vervullen, heeft de Heilige Geest een dubbele functie op zich genomen.
3Hij heeft kennis, want Hij is deel van God; Hij neemt waar, want
Hij werd gezonden om de mensheid te verlossen. 4Hij is het grote correctieprincipe;
de brenger van ware waarneming, de macht die onlosmakelijk
verbonden is met de visie van Christus. 5Hij is het licht waarin de vergeven
wereld wordt waargenomen, waarin alleen het gelaat van Christus
wordt gezien. 6Nooit vergeet Hij de Schepper, noch Zijn schepping. 7Nooit
vergeet Hij de Zoon van God. 8Nooit vergeet Hij jou. 9En Hij brengt jou de
Liefde van je Vader in een eeuwige schittering die nooit zal worden tenietgedaan,
omdat God die daar heeft geplaatst.

4. De Heilige Geest verblijft in dat deel van jouw denkgeest dat deel is van
de Christus-Denkgeest. 2Hij vertegenwoordigt je Zelf en je Schepper, die
Eén zijn. 3Hij spreekt namens God en ook namens jou, daar Hij met Beiden
verbonden is. 4En daarom is Hij het die bewijst dat Zij Eén zijn. 5Hij lijkt
een Stem, want in die vorm richt Hij Gods Woord tot jou. 6Hij lijkt een
Gids door een ver land, want die vorm van hulp heb je nodig. 7Hij lijkt
alles te zijn wat maar voldoet aan de behoeften die jij meent te hebben.
8Maar Hij wordt niet misleid wanneer jij ziet dat jouw zelf verstrikt is in
behoeften die jij niet hebt. 9Hiervan wil Hij je juist bevrijden. 10Hiertegen
wil Hij je juist beschermen.

5. Jij bent Zijn manifestatie in deze wereld. 2Je broeder roept jou op om
samen met hem Zijn Stem te zijn. 3Alléén kan hij de Helper van Gods Zoon
niet zijn, want alléén is hij functieloos. 4Maar verbonden met jou is hij de
stralende Verlosser van de wereld, wiens aandeel in haar verlossing jij
compleet hebt gemaakt. 5Hij zegt jou dank evenals hem, want jij stond met
hem op toen hij de wereld begon te verlossen. 6En je zult bij hem zijn wanneer
de tijd voorbij is en er geen spoor overblijft van de boosaardige dromen
waarin je danst op de magere melodie van de dood. 7Want in haar
plaats wordt de lofzang tot God een korte tijd gehoord. 8En dan is de Stem
verdwenen, en neemt ze niet langer vorm aan, maar keert terug naar de
eeuwige vormloosheid van God.
(VvT.6)

Mochten er vragen opkomen na het lezen van deze verklaring, dan wil ik die graag proberen te beantwoorden.

Het lijkt een tegenspraak te zijn, aan de ene kant de vaststelling “er is geen wereld” en aan de andere kant de ervaring van in een wereld te leven.
Hoe valt dat met elkaar te rijmen?
Het feit is dat ik mezelf ervaar in wat ik ervaar, ik lijk dáár te zijn waar ik denk en geloof te zijn. Ik denk en geloof een lichaam te zijn in een wereld, en toch is daar altijd die ondertoon van “dit kán gewoon niet waar zijn”. Waar komt die gedachte vandaan?
Misschien ben ik helemaal niet wat ik denk en geloof te zijn, misschien is dat alleen maar een gedachte en een geloof, en soort droom. En houdt enkel en alleen het geloven erin in stand dat wat ik ‘mijzelf’ en de wereld noem.

Het feit dat ik dit kan denken is al genoeg om de herinnering aan kennelijk “iets anders” dan wat ik nu denk te zijn en geloof te weten en ervaren te triggeren en de “deur” te openen uit wat ik misschien wel niet ben (een lichaam, de wereld), naar wat ik wel ben en altijd ben gebleven, wat dat ook mag wezen.
Als ik dit wat ik nu ervaar en de wereld niet ben, dan moet ik wel het “andere” zijn. Het is het een of het ander. Beide kunnen niet tegelijkertijd “bestaan”. Als in, ik kan niet tegelijkertijd dromen én wakker zijn.

Dit proces van bewustwording, kan niet anders zijn dan verwarrend,en pijnlijk, het is als een overgangsrite, waarbij dat wat gedacht werd dat er was, nu als symbool her-gebruikt wordt om weer terug te herinneren in wat van een vage herinnering weer dat wat IS wordt.
Dit moet wel door middel van symboliek gebeuren, want alleen zo kan de betekenis van wat ik dacht dat waar was (een lichaam zijn in een wereld) een andere functie krijgen. Een functie verschuiving van in afscheiding blijven, en daar onbewust van zijn, naar het helpen terug herinneren in dat wat IS, door middel van alles wat eerst als “waar” werd gezien, nu als symbool te gaan zien als de wens terug te herinneren in dat wat IS.
En natuurlijk zijn de woorden “dat wat IS” ook symbolisch, net als alle woorden dat zijn, want het ervaren in een lichaam in een wereld, is juist bedacht om “dat wat IS” te verbergen, te vermommen in dat wat niet is.

Dus de woorden “dat wat IS” is ook slechts een herinnering, en nog niet wat “IS” werkelijk is.
Dat gaat de zich in een wereld gelovende, ervarende denkgeest die denkt en gelooft een lichaam te zijn nog verre te boven.

Het verst, waarbij in acht wordt genomen dat het woord “verst” een afstand en een doel doet vermoeden en beloven, maar ook een symbool is, voor wat geen afstand en doel behoeft in werkelijkheid, het verst dus dat we kunnen komen is bewust worden van de symboliek welke achter wat ik dacht dat waar was (ik als lichaam in een wereld) ligt verborgen. Daardoor wordt het schijnbare waarheidsgehalte van wat gedacht en geloofd werd dat “waar” was langzaamaan stap voor stap “ont-geloofd”.
Waarbij de pijn en het lijden, want dat is, laten we eerlijk zijn toch vooral wat de ervaring is als in een lichaam in een wereld gelovende denkgeest, langzaam aan zal verminderen, waardoor er momenten van “lichtheid” zullen zijn die zich afwisselen met het onvermijdelijke gevoel van “verlies”, een periode van “boven het slagveld” zijn en tegelijkertijd nog ervarend op het slagveld, naar volledig alleen maar boven het slagveld zijn volledig alles overziend en doorziend, naar tenslotte een volledig terug herinneren in dat wat IS.

“Er is geen wereld” en het daaraan gekoppelde er is alleen maar “IS”, kan dan ook niet meer zijn dan een aanname terwijl er nog ervaren wordt in een lichaam in een wereld. Het volledige “er is geen wereld” en dat wat “IS” valt niet meer binnen het “gebied” van de ervaring, van tijd en ruimte.

“Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden langs de weg die hem naar de waarheid voert” (WdI.132.6:2-4).

 

 

 

 

Relaties in iemands leven beginnen en worden altijd ervaren als speciaal, de ene persoon ontmoet de andere en heeft daar een relatie mee. Elke relatie, elke ontmoeting begint zo. En dan begint het aloude duel van het ego, een vriendelijk duel, een schijnbaar liefdevol, soms een grimmig duel, uiteindelijk altijd een dodelijk duel, waardoor relaties weer uiteen gaan, tot een volgende ontmoeting. Of een levenlang bij elkaar blijven, de ego weegschaal in wankel evenwicht houdend, in het spel van geven en nemen. Maar altijd een duel, nooit leidend tot eenheid, want lichamen kunnen nooit tot eenheid versmelten, al heeft het ego daar ook een surrogaat voor gevonden. Dat is het spel wat gespeeld wordt door de ene denkgeest die geloofd in zijn projecties en denkt dat hij die projecties ook is, vereenzelviging met de droomfiguren. De ene denkgeest is al die droomfiguren en lijken daarom dan ook maar één doel te hebben…. afscheiding, splitsing, het aan het oog ontrekken van de oorzaak door veelheid, door chaos.

Als dat ingezien wordt door de ontwakende denkgeest ontstaat er vanzelf een boven het slagveld view. Immers als de identificatie met de droomfiguren wegvalt, blijft alleen de gedachte erachter over. Dan ontstaat onvermijdelijk de gedachte, als dit allemaal door de ene denkgeest bedacht is, kan dit ook gecorrigeerd worden door de ene denkgeest die ziet dat het een droom is en weet dat het anders moet zijn, dat de droom niet zijn identiteit kán zijn. Als de ene denkgeest dat allemaal ziet, kan de denkgeest nooit meer naar een relatie kijken zoals voorheen. Het spel wordt nog wel gespeeld en ervaren, maar nooit meer hetzelfde als voorheen.

Nu herinnerd diezelfde droom de denkgeest die ze droomt eraan dat hij niet de droom is, maar deze droomt. In de even impasse die dan ontstaat is er de Hulp vraag en verschuift de ‘blik, de focus’ van de dromende denkgeest zich naar puur Geest. En dan kan stapje voor stapje het ontwaken beginnen, steeds aan de Hand nu van de Heilige Geest, met als speciale Gids, Jezus.

De inzichten en de oplossingen die dan volgen zijn er niet op gericht de droom te fixen, maar de denkgeest te genezen van de enige ziekte die er is: afscheiding, afscheiding van de Bron. 
Het genezingsproces bestaat uit het stapje voor stapje helen van de denkgeest, tot de hele denkgeest is genezen. De weg terug door de koortsdromen heen is niet makkelijk en gaat gepaard met weerstand. Maar al doende en ervarend dat er doorheen gaan met de Gids die met vergevende ogen kijkt en de gouden draad vasthoud de angst doet verdwijnen, zal uiteindelijk onvermijdelijk tot genezen leiden.

De weerstand die gevoeld en ervaren wordt kan samengevat worden als, mits er heel eerlijk naar wordt gekeken, het niet willen zien en het uitstellen van het feit dat de wereld en alles wat daarin ervaren wordt, nog ervaren wil worden als een verukkelijk spel, de liefde voor het gevecht, de liefde voor knokken, de aantrekkingskracht van pijn, het gevoel van ‘ik leef’ als ik voel als ik lijd, als ik kortstondige hoogtepunten ervaar, als ik van de ene overwinning naar de andere fladder, willekeurig als een mot die vol overgave steeds weer tegen het raam vliegt….
Het ego als surrogaat voor wat de denkgeest vergeten is.

De cursus kan dan soms gezien worden als de vijand, in plaats van helper, ja de herinnering is er, duidelijk voelbaar in de cursus, maar wil eigenlijk niet gezien worden. Als een Gollum klemt de denkgeest zijn gouden ring, zijn verankering in de egodenkgeest in zijn knokige handen niet bereid los te laten aan deze verslaving, die slechts één gedachte van vergeving verwijdert is van totale Vrijheid.

En zo kunnen al de dromen, al die situaties ook gezien worden als een kans tot de ene gedachte omslag, steeds weer, want er is maar één vergissing met maar één oplossing, ook al ervaren we dit door de droom die miljoenen kansen lijkt aan te bieden. Als de denkgeest alle situaties hoe grillig en vervelend ook als steeds maar weer de ene vergissing ziet, wordt de oplossing ook gezien…

Dus zo kijkt de ‘ik’ die nu niets anders meer vertegenwoordigt dan de ene ontwakende denkgeest in een rol die door kan dringen en herkend kan worden door de ene dromende denkgeest, naar dit alles. En mag jou helpen, de ‘jij’, ook onderdeel van de ene denkgeest, je dit te herinneren.
Er is niets mogelijk buiten de ene denkgeest, er is niemand buiten de ene denkgeest.

 

oscar%20regenboog


_________________

Arrogantie is een waardeoordeel over wat ik denk over mijzelf, vanuit de ego-denkgeest. Het ego probeert mij te doen geloven dat het arrogant is te denken dat ik één ben met God, dat ik de Zoon van God ben, dat ik heel, ben, dat ik Liefde ben, en dat ik onkwetsbaar ben.

Ik kan dat voelen, het brengt emoties met zich mee, van schaamte, valse bescheidenheid, verlegenheid, valse nederigheid, onderdanigheid. En onder die valse nederigheid enz. zit de andere kant van de ego medaille, zoals me beter voelen dan de ander, me superieur voelen, ik weet het beter, ik ben de baas, en dan is het kringetje schuld/zonde/angst weer rond.

En zo blijf ik op ‘veilige’ afstand van God, de Heilige Geest en Jezus die mij van dit alles wat ik zo goed ken willen beroven. Ik laat me mijn verslaving, mijn schat niet zomaar afnemen.


 

gollum-and-the-precious

Gollem and ‘precious’,

als het ontluisterende beeld van de verslaving aan het ego.

 


Maar ook: het lukt me nooit wat de Cursus zegt, god is mijn vijand geworden, hij haat me, zijn zoon is weggelopen, ik heb god vermoord, ik moet me verstoppen, ik maak mijn eigen vesting, god is dood leven egod* waar ik superieur ben waar ik de baas ben en de dood mijn ultieme overwinning op god is.

En ja pas als ik – de waarnemende-denkgeest – dit hele proces doorzie, in al zijn waanzin en zinloze gruwelijkheid kan ik me gaan afvragen of het ook werkt, of het bevalt, of ik er mee door wil gaan.
 
En dan kan er even een moment komen als de pijn, het lijden onverdraaglijk is geworden, dat ik me afvraag ‘Er moet een andere manier zijn’ en daar meer van wil weten.

Dan kan er een proces beginnen van waarnemen samen met mijn Innerlijke Gids Jezus en of de Heilige Geest. En kan ik heel eerlijk gaan leren kijken naar al die ego-gedachtes en ze aan J/HG geven zodat ze kunnen oplossen in het licht, vergeven kunnen worden.

De Cursus zegt over arrogantie:

‘Jezelf aanvaarden zoals God jou heeft geschapen, kan geen arrogantie zijn, want het is de ontkenning van arrogantie. Je kleinheid aanvaarden is wel arrogant, want het betekent dat jij jouw waardeoordeel over jezelf voor meer waar houdt dan dat van God.’ (T9.VIII.10:8-9)

 

Elke poging die jij onderneemt om een broeder te corrigeren duidt erop dat je gelooft dat correctie door jouw toedoen mogelijk is, en dat kan alleen maar de arrogantie van het ego zijn. Correctie behoort aan God, die van geen arrogantie weet.’ (T9.III.7:8-9)

 

‘De Stem van de Heilige Geest gebiedt niet, want Ze is niet tot arrogantie in staat. Ze eist niet, want Ze is niet uit op controle. Ze overweldigt niet, want Ze valt niet aan. Ze brengt slechts in herinnering. Ze is alleen onweerstaanbaar vanwege wat Ze jou herinneren laat. Ze houdt je denkgeest die andere weg voor en blijft kalm, zelfs te midden van de onrust die jij voortbrengt.’ (T5.II.7:1-6)

 

‘Arrogantie is het afwijzen van liefde, omdat liefde deelt en arrogantie achterhoudt.’ (10.V.14:1)

 

‘Denken dat God chaos heeft gemaakt, Zijn Wil weerlegt, tegendelen voor de waarheid heeft bedacht, en duldt dat de dood over het leven triomfeert: dit alles is arrogantie. Nederigheid zou onmiddellijk zien dat deze dingen niet van Hem afkomstig zijn. En kun jij zien wat God niet geschapen heeft? Denken dat je dat kunt, is niets anders dan geloven dat jij kunt waarnemen wat God niet heeft gewild. En zou er iets arroganter kunnen zijn dan dit?’ (WdI.152.7:1-5)

 

Maar er is een ander manier, de zaak is niet hopeloos verloren en uitzichtloos. Als ik leer luisteren naar mijn Innerlijke Leraar, Jezus en of de Heilige Geest, dan kan ook ‘arrogantie’ mits totaal aan Hen gegeven ter vergeving een poort worden in plaats van een gesloten vergrendelde dichtgemetselde ondoordringbare deur. Als ik die bereidwilligheid heb dan zegt de Cursus:

 

‘De verlossing van de wereld hangt af van mij.

Dit is de uitspraak die alle arrogantie eens uit elke denkgeest weg zal nemen. Dit is de gedachte van ware nederigheid, die geen andere functie als de jouwe neemt dan degene die jou gegeven is. Het brengt jouw aanvaarding van een jou toegewezen taak met zich mee, zonder aan te dringen op een andere rol. Het velt geen oordeel over de juiste rol voor jou. Het erkent slechts dat de Wil van God op aarde zowel als in de Hemel is geschied. Het verenigt elke wil op aarde in het hemelse plan om de wereld te verlossen en haar terug te voeren tot de hemelse vrede. Laten we onze functie niet bestrijden. Wij hebben die niet vastgesteld.

Ze is niet ons idee. De middelen waarmee ze volmaakt zal worden vervuld, zijn ons gegeven. Het enige wat ons wordt gevraagd is dat wij onze taak in oprechte nederigheid aanvaarden en niet met zelfmisleidende arrogantie ontkennen dat we die waardig zijn. Wat ons te doen gegeven is, daartoe hebben we de kracht. Onze denkgeest is volmaakt toegerust om de taak op zich te nemen die ons is toegewezen door Iemand die ons goed kent.’
(WdI.186.1-2)


* egod is samenvoeging van ego-god.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

%d bloggers liken dit: