archiveren

Tagarchief: de bron

Er is nooit GEEN innerlijke stem. Het scheelt maar een “G” in deze dubbele ontkenning, maar deze is van essentieel belang. Het verschil tussen onjuist gericht denken (ego) en juist gericht denken (HG/J).
Het zogenaamde “horen” van een innerlijke stem is totaal niet bijzonder laat staan speciaal.
Waarom niet? Omdat “we” altijd een innerlijke stem horen. We kunnen niets anders dan een innerlijke stem horen, omdat niet het lichaam hoort, maar de denkgeest (mind).

We denken dat  als we een innerlijke stem horen dat wel van de heilige geest oftewel van onze juist gerichte denkgeest moet komen, alsof de stem van het ego niet uit de denkgeest komt, maar vanuit een lichaam (de onjuist gerichte denkgeest).

Dat komt omdat het ego denksysteem een manier heeft gevonden om te verbergen dat er alleen denkgeest is en dat alles uit denkgeest komt. En die manier is de ego gedachte, welke altijd een gedachte van afscheiding is, achter een scherm van vergetelheid verstopt door de gedachte te projecteren buiten de denkgeest en deze projecties als oorzaak en gevolg te zien, waardoor de werkelijke bron, de denkgeest geheel uit de aandacht verdwijnt.

Nu is het niet zo dat als we beslissen dat we vanaf nu alleen naar de juist gerichte denkgeest (HG/J denkgeest) willen luisteren het lichaam en zijn zogenaamde ervaringen moeten ontkennen, dat zou immers het ontkennen van de egodenkgeest zijn, want daar komen die projecties en zogenaamde ervaringen vandaan. En als we de egodenkgeest ontkennen en afdoen met “oh, het zijn maar illusies” dan ontnemen we onze kans om deze egogedachtes te herkennen en te zien.

De beslissing om vanaf nu alleen nog maar te luisteren naar onze juist gerichte gedachtes (HG/J denkgeest) houdt juist in dat we eerst kijken zonder oordeel, zonder ze te veroordelen dus, naar al onze onjuist gerichte gedachtes, alle gedachtes van afscheiding (ego denkgeest), zodat we de andere keuze kunnen maken en ware vergeving (WdII.1. Wat is vergeving?) erop toe kunnen passen.
Dat is het lange, eenvoudige, maar niet makkelijke leerproces van ECIW.

Dus hoe dan ook we horen altijd een innerlijke stem een stem afkomstig van onze keuze voor egodenkgeest of voor de keuze van HG/J denkgeest. Waarbij de keuze voor egodenkgeest altijd vanuit het lichaam lijkt te komen, omdat vergeten moet worden dat er alleen denkgeest is, en dat bij de keuze voor HG/J denkgeest altijd herinnerd wordt dat die keuze vanuit de denkgeest komt en via vergeving terug gegeven kan worden aan de juist gerichte denkgeest.

En natuurlijk kan een gedachte ook meteen vanuit HG/J denkgeest komen, maar ga er maar vanuit dat elke gedachte eerst vanuit egodenkgeest komt, en dit herkend dient te worden alvorens opnieuw de keuze te maken, maar nu voor HG/J denkgeest.

Hoe herken ik dit? Als een gedachte niet 100% vredig is en 100% (ver)oordeelloos is komt de gedachte 100% zeker vanuit de keuze voor het egodenken en is de enige juiste stap, de gedachte herkennen, terug te nemen naar de bron de denkgeest en opnieuw te kiezen voor HG/J denkgeest en te vergeven.

Zo verloopt het leerproces van ECIW, het stap voor stap (gedachte voor gedachte) terug herinneren in de juist gerichte denkgeest (HG/J denkgeest) een (vele) levenslang leerproces dat onvermijdelijk is of men nu wel of niet bezig is met een zgn spiritueel pad.
Want de afscheiding heeft nooit werkelijk plaatsgevonden en is slechts een nietig dwaas idee van de denkgeest die even dacht dat deze afgescheiden kon zijn van Éénheid, God, Liefde of hoe je het onnoembare ook mag noemen. En dat ene nietig dwaas idee herhaalt zichzelf bij iedere volgende gedachte. En wat anders kan deze vergissing terugdraaien dan ware vergeving, welke ziet dat er in werkelijkheid niets gebeurt is dat afscheiding van Één mogelijk zou kunnen maken?

Wat ik buiten me denk en geloof te zien is altijd de projectie van wat er vanuit een schijnbaar persoonlijke denkgeest gedacht wordt.
Niets van wat de “ik” buiten de “ik” denk en geloof te zien is als schijnbaar uiterlijke vorm waar. Ik kan dus nooit in onvrede zijn om wat ik denk en geloof buiten mij te zien in iets of iemand anders.
Ik kan wel mijn aandacht van de projectie (dat wat ik als oorzaak van mijn onvrede buiten mij zie) terug nemen naar de bron van mijn onvrede, die zich in “mijn” denkgeest bevindt.
Daar aangekomen vraag ik altijd hulp aan iets anders dan dat wat projecteert (de keuze voor egodenken), namelijk dat wat oordeelloos kan kijken, de keuze voor Heilige Geest en of Jezus, oftewel vanuit Juist-gericht denken. Dat is een keuze gemaakt vanuit de keuzemakende/waarnemende denkgeest positie.

Vanuit die oordeelloze post kijk ik naar alles wat zich lijkt af te spelen buiten mij, precies zoals het zich voor lijkt te doen met alles wat er bij hoort aan emoties en gevoel. Ik verander er niets aan, ik hou niets achter ik kijk alleen naar alle weerstand.
Want weerstand is wat ik zie uitgebeeld als ik eerlijk en oordeelloos naar mijn projecties kijk. Of ze nu liefdevol of haatdragend zijn, als ik mijn projecties zie als de oorzaak van wat ik voel dan heb ik voor afscheiding/weerstand (van Eenheid, Waarheid, Liefde, God) gekozen en de uitbeelding van de keuze voor afscheiding is wat ik denk en geloof te zien.

Ik voel nooit eerst de rechtstreekse verdediging/weerstand tegen Eenheid, Waarheid, Liefde, God, want dat is onder leiding van het egodenken onmogelijk geworden, omdat het egodenken juist ervoor is om dat te doen laten vergeten, zodat de bron van mijn onvrede geheel achter de sluier van vergetelheid is verdwenen en nu dat wat zich buiten mij lijkt te bevinden als oorzaak wordt gezien. Een rechtstreekse confrontatie met de onderliggende angst en weerstand tegen Eenheid, Waarheid, Liefde God, wordt dus door het ego vertaald/geprojecteerd in een meer handelbare verdraagbare vorm, zodat het nu lijkt dat er een “ik” is die nu volledige macht en autonomie heeft over alles wat ervaren wordt.

Als ik echter bereid ben om terug te gaan naar de bron (de denkgeest) en eerlijk leer kijken naar al mijn gedachten, olv Oordeelloosheid (HG/J) zal ik leren door de (ego) angst (verdediging/weerstand) heen te gaan en de confrontatie aan te gaan met de daaronder liggende angst/weerstand tegen Eenheid, Waarheid, Liefde, God.
Nogmaals dit is onmogelijk olv het egodenken, en alleen mogelijk olv Heilige Geest/Jezus, dus het oordeelloze denken. Dit is een keuze, niet een “doen” maar een keuze.

Ik hoef niets te veranderen aan wat zich af lijkt te spelen buiten mij, zeg maar wat zich op het filmdoek (de situatie) afspeelt. Dat is niet mijn werkelijke functie. Mijn functie is nu, alles wat zich lijkt af te spelen buiten mij te gaan leren zien en accepteren als vergevingsmateriaal en vergevingskans, en het proces te volgen zoals hierboven beschreven.

Het grote verschil tussen voor ego leiding of voor HG leiding kiezen is dat voor ego kiezen altijd de drang met zich mee brengt dat er iets buiten mij moet veranderen zodat ik me beter zal gaan voelen in een meer plezieriger wereld. Voor HG/J leiding kiezen is oordeelloos naar de keuze voor ego leiding en de gevolgen daarvan kijken, deze terug te nemen en te vergeven en me niet meer op de eerste plaats te bekommeren op een uitkomst in enige vorm buiten mij.

Het vertrouwen zal dan groeien dat alles gebeurt precies zoals het gebeurt en niet meer als oorzaak gezien zal worden van mijn onvrede. Het vertrouwen van volledig terug herinneren in denkgeest en vrij te leven vanuit Inspiratie. En leven vanuit Inspiratie is precies weten wat te doen in elk gegeven situatie die nog binnen het ervaren ervaren wordt. Dat is de betekenis van de gelukkige droom. Niet op vorm geluk buiten een mij in een wereld gericht, maar op de totale innerlijke vrijheid van de nu genezen denkgeest.

Er is geen wereld welke ziek is of niet deugt, het is denkgeest die ervoor gekozen heeft zich af te scheiden van Eenheid, Waarheid, Liefde, God. En aangezien dat een onmogelijk ziek idee is, voelt de denkgeest die dit nu voortdurend projecteert zich ziek, ongelukkig, boos enz. en lijkt er een wereld te bestaan die ziek is en niet deugt.

Vandaar dat les 5 in het Werkboek echt een sleutel les is:
“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5)

 

Van totaal afgescheiden zijn naar totaal Heel zijn via en door de poort van de eenzaamheid.

Er komt een punt op de weg naar Huis waar ik inderdaad moet erkennen dat ik niet weet wat ik ben, niet weet wat ik doe, waar ik ben, of hoe ik de wereld of mijzelf moet bezien.

Het ‘niets punt’ waar de tijd stilstaat, waar alleen de waarnemende-denkgeest de definitieve keuze maakt. De keuze voor het luisteren naar de ego-denkgeest of de Heilige Geest Denkgeest, voor de onjuist- of juistgerichte denkgeest.

 

Dit is de keuze die de ene Zoon van God moet maken, de Verzoening voor zichzelf moet aanvaarden. Niemand buiten hem kan daarbij helpen, alleen de Innerlijke leraar Jezus die hem hierin is voorgegaan kan hem hierbij terzijde staan.

Alle verleidingen worden terzijde gelegd, alle verleidingen die uit een buitenwereld lijken te komen. Alle gedachtes van dat het mogelijk is dat dingen buiten mij, mij pijn kunnen doen, verstoren, afleiden, tot gebrek en schaarste kunnen leiden, ziekte kan veroorzaken maar ook dat ik niet zonder ze kan, ze nodig heb enz.

 

En dan komt er onvermijdelijk het gevoel van eenzaamheid, leegte, de laatste blokkade, schijnbaar de schuld van de buitenwereld, in de steek gelaten voelen, nergens meer aansluiting vinden, vijandigheid. En de waarnemer-denkgeest observeert al deze gedachtes en maakt de keuze. En zo worden al deze gedachtes de poort verder de hel in of de poort naar de Hemel.

De Cursus heeft troostrijke woorden voor tijdens dit schijnbare eenzame proces door te laten zien hoe waanzinnig de gedachtes en de keuze voor de ego-denkgeest eigenlijk is:

Alleen zijn betekent afgescheiden zijn van de oneindigheid, maar hoe kan dit als de oneindigheid geen einde kent? Niemand kan zich buiten het onbegrensde bevinden, want wat geen grenzen heeft moet wel overal zijn. In God, wiens universum Hijzelf is, is geen begin of eind. Kun jij jezelf uitsluiten van het universum, of van God, die het universum is? Ik en mijn Vader zijn één met jou, want jij bent deel van Ons. Geloof jij werkelijk dat een deel van God kan ontbreken of voor Hem verloren kan zijn? Als jij niet een deel van God was, zou Zijn Wil niet een eenheid zijn. Is zoiets denkbaar? Kan een deel van Zijn Denkgeest niets bevatten? Als jouw plaats in Zijn Denkgeest door niemand anders dan door jou kan worden ingenomen, en het innemen ervan jouw schepping was, dan zou er zonder jou een lege plaats zijn in Gods Denkgeest. Uitbreiding kan niet belemmerd worden, en ze kent geen leemten. Ze gaat eeuwig voort, hoezeer ze ook wordt ontkend. Jouw ontkenning van haar werkelijkheid kan haar tegenhouden in de tijd, maar niet in de eeuwigheid. (T11.I.2-3)

Alleen mijn ontkenning het vasthouden aan de gedachte van afscheiding houd mij gevangen in een zelfgeschapen eenzaamheid. Niet het eenzaam zijn in een wereld is het probleem met alle bijbehorende schijnoplossingen, maar alleen maar één waangedachte, voortkomend uit schuld:

‘Alleen zijn is schuldig zijn. Want jezelf als alleen ervaren is de Eenheid van de Vader en Zijn

Zoon ontkennen, en aldus de werkelijkheid aanvallen.’ (T15.V.2:6)

Alleen, eenzaam zijn is dan ook alleen schijnbaar mogelijk in een wereld waar afscheiding een reële optie lijkt te zijn en daardoor onmogelijk:

‘Je kunt nooit alleen zijn, omdat de Bron van alle leven je vergezelt, waar je ook gaat. Niets kan jouw innerlijke vrede tenietdoen, omdat God je vergezelt, waar je ook gaat.’ (WdI.41.4:3-4)

En dan kan ik niet anders dan me afvragen hoe ik ooit heb kunnen denken dat het onmogelijke heeft kunnen plaatsvinden:

‘Hoe kan ik alleen zijn als God mij altijd vergezelt? Hoe kan ik twijfelen en onzeker zijn over mezelf als volmaakte zekerheid in Hem rust? Hoe kan ik door iets verstoord raken als Hij in absolute vrede in mij woont? Hoe kan ik lijden als liefde en vreugde mij dankzij Hem omringen? Laat ik geen illusies koesteren over mezelf. Ik ben volmaakt, omdat God me vergezelt waar ik ook ga.’ (wdI.herh.59.1.(41):2-7)


En tot de conclusie komen dat het niet heeft plaatsgevonden ómdat het onmogelijk is en het slechts ‘Een nietig dwaas idee is’. (T27.VIII.6:2)

En waarom nog tijd en energie steken in iets wat niet waar is en niet kan en precies om die reden zo vermoeiend, uitputtend en uiteindelijk dodelijk is.

En zo wordt het totale ‘niets punt’ een ‘Alles punt’ waarop de waarnemende- denkgeest de enige keuze maakt die mogelijk is…

De Heilige Geest kan alles wat je Hem geeft voor jouw verlossing gebruiken. Maar wat jij achterhoudt kan Hij niet gebruiken, want zonder jouw bereidwilligheid kan Hij het niet van jou wegnemen. (T25.VIII.1-2)

Alles wat ‘ik’ (de egodenkgeest, dus niet het ‘ikje’ de droomfiguur) denk over mijzelf, en anderen, wat ook niets anders is dan gedachten over mijzelf geprojecteerd naar buiten op zgn anderen, en wat zijn oorsprong vindt in de egodenkgeest, in angst, en waar ik nu eerlijk naar leer kijken aan de bron ervan, als waarnemende denkgeest, geef ik over aan HG/J denkgeest.

En al deze waangedachtes over mijzelf, (en anderen wat dus geprojecteerde gedachten over mijzelf zijn) zullen door de HG/J denkgeest omgezet worden in waardevolle hulpmiddelen die nu als helende gedachten over het hele Zoonschap worden uitgespreid en niet anders kunnen dan Helen.

Niets, maar dan ook niets is waardeloos aan de Zoon van God (één denkgeest) die zich terugherinnert en vergeven heeft in de Vader.

De genezen denkgeest zal alleen nog maar als kanaal voor het uitbreiden van Liefde kunnen dienen.

(zie ook de oefening in les 91 (WdI.91.8)

 

‘Ik zal genezen zijn, wanneer ik toelaat dat Hij mij genezen leert’ (T2.V.18:2-6)

 

 

 

 

Höchster, mache deine Güte
Ferner alle Morgen neu.
    So soll vor die Vatertreu
    Auch ein dankbares Gemüte
    Durch ein frommes Leben weisen,
    Dass wir deine Kinder heißen.


 

 

 

 

Als tijd en ruimte in werkelijkheid niet bestaan, als alles tegelijkertijd plaatsvindt, en dus eigenlijk niet plaatsvindt, maar als een droom is dan moet het volstrekt om het even zijn of ik iets in het zgn. nu, in het zgn. verleden of in de zgn. toekomst, of al bedenkend in de zgn. fantasie ervaar.

 

Het ontstaat allemaal vanuit de dromende denkgeest, die droomt van een staat van afscheiding van de Bron.

Maar aangezien ik geloof in het concept tijd en ruimte en dat helemaal niet als een droom ervaar, komt alles voorbij in een horizontale tijdslijn. En daar houd ik me keurig aan.

 

We zitten vast in de tijdslijn en de bijbehorende regels die daar aan vast zitten; we leven in nu momenten van waaruit het verleden ontstaat en een toekomst. Het verleden kunnen we zien, denken we, de toekomst niet, maar die ontstaat zo hebben we besloten, wel uit het verleden en kan beïnvloed worden door de lessen die we uit het verleden leren. Wat nog maar de vraag is, want hoe hard we ook roepen: ‘dit mag nooit meer gebeuren’ het gebeurt gewoon weer en weer, alleen in een andere verpakking. De wereld van tijd en ruimte, de wereld van het ego, evalueert niet echt, het zijn steeds variaties op een thema, het thema afscheiding, maar zal op zich nooit tot verlossing of bevrijding leiden. Het is immers gemaakt om juist in de afscheiding te blijven.

 

Sommige mensen ervaren dat ze iets vooruit kunnen zien, dat we achteruit kunnen zien vinden we heel normaal, omdat dat als volstrekt logisch in het begrip horizontaal tijdsbesef past. Vooruit zien in de zin van ‘helderziend’ zijn, voorspellende gaven hebben enz. past niet zo goed in het horizontale tijdslijn gebeuren wat wij als acceptabel beschouwen. Maar zou eigenlijk net zo ‘normaal’ moeten zijn. Bij sommigen van ons, en eigenlijk kennen we het allemaal wel in zekere mate, bijvoorbeeld als we iets voorvoelen, is dat eigenlijk heel normale verschijnsel iets minder goed afgeschermd, en zeggen we dat die persoon helderziend is.

 

Nou ja in zekere zin is dat ook zo, maar dan liever in de betekenis van helder zien hoe het in elkaar steekt, en dat het helemaal niet vreemd of abnormaal is.

 

De film ligt dus al vast de enige keus die we eigenlijk hebben is de film te bekijken door de ogen van het ego (angst) of door Ogen van de Heilige Geest (Liefde). De film is ontstaan vanuit de afgescheiden denkgeest, waarmee de tijdslijn ook van start ging. Alleen was die afscheidingsgedachte één nietig dwaas idee, dat zich als een explosie uitbreide in steeds langer wordende lijnen, schijnbare lijnen, want een dwaas idee, blijft een dwaas idee, en zodra het idee stopt, stopt elke projectie tijdslijn ook meteen.  Dus de hele ‘film’ is er al en het happy end ligt niet aan het einde van de tijdslijn… ooit… maar aan het begin, waar het is begonnen, in het nietig dwaas idee. En door Vergeving rollen we de tijdslijn weer netjes terug naar z’n begin waar ie zal oplossen in het niets, waar hij ook uit is geboren.

 

 

 

 

Er is maar één ego, zoals er ook maar één Eenheid is, wat dan meteen in een beweging het ene ego van tafel veegt, want dat moet dan wel een misverstand zijn, een vergissing, een droom zoals ECIW stelt. Want beide kunnen niet naast elkaar bestaan.

De egodenkgeest, want dat is wat het ego is, een gedachte, een nietig dwaas idee, vanuit een schijnbaar afgescheiden deel van Geest.

Maar wat zie ‘ik’ daarvan, hoe bewust ben ‘ik’ me hiervan, en wat is dat dan dat zich bewust is?

Ik als lichaam ‘besta’ niet het lichaam en alle zgn vaste vormen zijn projecties vanuit een afgescheiden denkgeest.. Wie stelt dit dan zomaar, ego-denkgeest? Of ‘iets’ anders?

 

Ik zie het als volgt, deze heldere bewustzijnsmomenten van een vermoeden, een vage herinnering dat het wel eens helemaal anders zou kunnen zijn dan dat ik nu waarneem, komt van denkgeest die nog steeds onveranderlijk in verbinding staat met Geest, met de Eenheid, die onveranderlijk is en héél.

Die herinnering is aanwezig in elk schijnbaar afgescheiden deeltje van de denkgeest en wat ik zie aan beelden zijn projecties vanuit die denkgeest. En soms komt zo’n herinnering aan: ‘het moet toch anders kunnen’ naar boven, de momenten dat we symbolisch kunnen benoemen als: ‘de Zoon van God’ wordt een beetje wakker uit de droom van de afscheiding. Beetje vergelijkbaar met het ontwaken uit de slaapdroom als je wakker wordt in je bed, dan is de (slaap) droom ook als bij toverslag verdwenen, opgelost.

 

Hier en daar wordt de droom dus wat dunner, wat sleets en is het Licht erdoorheen te zien. Deze sleetse plekken zijn eigenlijk ‘de boodschappers’ van het Licht. De schijnbaar uit miljarden deeltjes (alle geprojecteerde vormen die wij waarnemen) bestaande ego is als een veel kleurige lappendeken dat gaten begint te vertonen, waardoor de denkgeest zich steeds beter gaat herinneren dat het niet de lappendeken is, maar het Licht wat er achter ligt. De ene ego-denkgeest hoeft zich dat maar te herinneren en het gordijn lost op, omdat het er niet is, was en nooit zal zijn. De ene ego-denkgeest die zich als een caleidoscoop schijnbaar vertoond als miljarden deeltjes, maar nog steeds in zijn bron één idee is.

 

Doordat elk verbogen lichtje uit die ene lichtbundel een apart lichtje lijkt, moeten al die symbolische lichtjes zich weer gaan herinneren dat het niet ‘alleen’ en ‘los’ staat van de Eenheid, en dat proces noemt ECIW Vergeven.

Zoals een caleidoscoop van licht en kleuren voortkomt uit één lichtbron, zo werkt het precies zo met de wereld die wij waarnemen.

De Bron, het Licht staat onveranderlijk nog steeds in verbinding met al die als door een prisma omgebogen lichtbundeltjes, al die aparte prachtige kleurtjes lijken apart maar zijn dat beslist niet. ‘Ideeen’ verlaten nooit hun bron.

 

Ja en hoe merk ik dan dat ik denk dat ik wel een apart lichtje ben, los van haar bron, nou bijvoorbeeld door welwillende de telefoon op te nemen en dan een absoluut voor mij teenkrommend gesprek te hebben vol weerstand en gedoe met een ander lichtje dat ook lijkt te denken dat ze afgescheiden is van het ene Licht, wat dus betekend dat je zoiets krijgt als het begin van een grap: ” zegt het ene lichtje tegen het andere lichtje…” terwijl er helemaal geen een en ander lichtje is, omdat beide afkomstig zijn en als Bron hebben, het Licht. Dus hoe dan ook we zitten al eeuwen lang tegen onszelf te praten, een kakafonie van door elkaar schreeuwende deeltjes die door de ‘herrie’ het totale overzicht kwijt zijn geraakt.en zichzelf wijs maken dat we toch echt allemaal individuen zijn en toch echt het recht hebben op onze eigen kadertjes, en dat toch echt zo nu en dan moeten bevechten, dat is pas echt grappig en ook wel tragisch eigenlijk, én jammer, want het kán anders.

 

Laat ik het maar niet ‘echt’ maken en gewoon vergeven en de uitvoering hiervan aan de Heilige Geest overlaten…. ‘Ik hoef niets te doen’, wat betekend dat ik als schijnbaar los lichtje niets hoef te doen. Als ik mijn rechtmatige plaats weer weet, in het Licht, zal ik precies weten wat mij te doen staat vanuit de staat van Eenheid….

 

 

 

%d bloggers liken dit: