archiveren

Tagarchief: concept

Wat ware vergeving NIET is:
WV (ware vergeving afgekort voor het gemak) is niet een manier om van lijden en pijn over iemand of iets af te komen. Want dan moet immers eerst dat wat lijd en dat waarover pijn wordt geleden “echt” gemaakt worden.
Ik is immers niet een “ik” die lijd en pijn voelt over een iemand of iets.
“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5). (In plaats van het woord onvrede kan elk gevoel worden geplaatst, zoals lijden, pijn enz.)

Er is alleen denkgeest en zelfs dat is slechts een concept binnen het “nietig dwaas idee” van het geloof afgescheiden te kunnen zijn van Éénheid, God, Liefde, Waarheid, of hoe je het onnoembare onbestaande maar wilt noemen.

“Onbestaande” schrijf ik. Dus wat er lijkt te gebeuren is dat geprobeerd wordt dat wat onnoembaar en onbestaand, puur non-dualistisch is, in een benoembaar, bestaand concept om te toveren. Maar ook dat is onmogelijk, want wat onbestaand is kan onmogelijk werkelijk bestaand worden, oftewel wat één is kan geen twee worden wat dus niet anders kan resulteren dan in een opnieuw onbestaand onmogelijk concept; denkgeest die zichzelf uit Éénheid kan denken en dat ook nog eens extra “waar” probeert te maken door er lichtbeelden bij te maken (een “ikje” lichaam en een wereld van vormen), waardoor opzettelijk wordt vergeten en verborgen dat zowel de beelden als de projecterende denkgeest volledig onmogelijk en totaal onwaar zijn.

Dus (is de ervaring) WV gebruiken om het “ikje” beter te doen lijken voelen heeft niets met WV te maken en is hetzelfde als wat dan ook in wat voor vorm dan ook als troost te gebruiken.
Daar is niets mis mee, want er kan alleen dat ervaren worden waar de (schijnbare)  denkgeest+projectie op dat moment is, maar het is niet wat WV is.

Wat dan te doen met al dat pijnlijke lijden?

“[Ware] Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.

5.Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. 2Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. 3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God” (WdII.1.4-5).

Het pijnlijke lijden krijgt hierdoor een andere functie, in plaats van het “waar” proberen te maken, wat op zich al lijden en pijn met zich meebrengt, omdat het onnatuurlijk is te proberen afgescheiden te raken van Éénheid, wordt dezelfde pijn en het lijden nu her-gebruikt als WV materiaal en kans. Het lijden en de pijn worden nu nog wel gezien en gezien als een ervaring, een projectie, een lichtbeeld op een scherm, maar niet meer als pijnlijk lijden ervaren.

Onnodig te zeggen dat dit een leerproces is, waarbij de waarnemende/keuzemakende denkgeest stapje voor stapje de enorme drang, met als motor zonde, schuld en angst, gaat doorzien en bereid is het onnodige onmogelijke geloof in zonde, schuld en angst los te laten weken door middel van het leren en toepassen van wat WV is.

Als WV wederom voelt als iets te moeten opofferen, verliezen en opgeven, dan is het geen WV en wordt er wederom gekozen voor voor het ego “veilige” afgescheiden blijven van Éénheid, God, Liefde.

Het mooie van WV is dat niets “fout” is. De keuze (want dat is het, de keuze voor het ego) voor pijn en het lijden is niet “fout”, het is slechts een vergissing van de denkgeest die in de war is en verstrikt is geraakt in de doolhof van afscheidingsgedachten en doelloos rondzwerft in deze doolhof zonder begin en einde en dat kan niet anders worden ervaren als lijden en pijn.
WV neemt, mits overgedragen, deze vergissingen in al zijn schijnbare vormen aan als geschenken en verandert het dolen in de doolhof in een labyrinth waarbij aan de hand van Juist-gerichtheid-van denken en WV een goede afloop onvermijdelijk is.

En natuurlijk speelt WV zich nog steeds af binnen het concept van de droom maar vormt het tegelijkertijd een brug naar het terug herinneren in Waarheid, de uitgang uit het labyrinth van het lijden.

 

Dat wat ik hier schrijf is een weerslag en weerspiegeling van mijn schijnbaar persoonlijke proces tot ontwaken uit de droom.
Dat lijkt een persoonlijk proces, zo wordt het ook ervaren, omdat dat binnen het concept van de droom waar we in geloven nu eenmaal de enige manier is, maar is dat feitelijk niet, ontwaken uit de ene droom van afscheiding is onvermijdelijk voor het hele “zoonschap”. Echter omdat we geloven in de droom en geloven in een wereld en geloven een lichaam te zijn, kunnen we alleen die droom taal begrijpen. Vanuit de keuze voor het vergeven van alle droom ervaringen wordt de droom taal omgezet naar her-bruikbaar terug herinner materiaal en krijgt daardoor een totaal andere functie.
Het her-gebruik van het eerst als afscheidingsmateriaal bedoelde denksysteem (het ego) lijkt dus heel persoonlijk te zijn, daar we dat kunnen begrijpen en daar iets mee kunnen.
Het proces van ontwaken uit de droom lijkt dus om redenen van verstaanbaarheid heel persoonlijk.
Ik kan dus ook alleen maar denken en schrijven over hoe ik het ervaar.
Dat wil zeggen dat ik niet de intentie heb om ook maar iets van wat ik schrijf als zijnde “waarheid” over te brengen naar wie of wat dan ook. Ik kan absoluut niet weten wat de bedoeling is, en al helemaal niet hoe het onvermijdelijke proces van de denkgeest in een ander stukje denkgeest (de ander) verloopt of zou moeten verlopen.
Ja, het kan resoneren in anderen die er op denkgeest niveau aan toe zijn, maar dat heeft niets met de “mij” te maken.
Dat betekent dat alles wat ik over anderen denk en wat anderen over mij denken ook een weerslag is een afspiegeling van hoe ik denk en in die zin behulpzaam kan zijn voor mijn eigen vergevingsproces.
Dat kan als egoïstisch worden gezien (een ego gedachte die onvermijdelijk langskomt, dus weer behulpzaam als vergevingskans), maar kan ook worden gezien als juist heel liefdevol, omdat het de focus terugbrengt van een “ik” lichaam dat alleen aan zichzelf denkt (het ego concept van afscheiding), naar een focus op de denkgeest waar alles met alles is verbonden en vergeving er juist voor zorgt dat in de grenzeloze denkgeest uitbreiding van Liefde plaatsvindt waar de “ik” geen enkele weet van kan hebben hoe dat werkt en waar dat effect heeft. Ik kan het wel zelf ervaren als een innerlijke heel liefdevolle los van oordelen rust die veel verder gaat dan de ego versie van rust.

Er zijn zoveel paden als dat er afgescheiden stukjes van de ene denkgeest zijn, en allemaal leiden ze onvermijdelijk terug naar het herinneren van Eenheid. Er is geen enkel pad fout ze werken uiteindelijk allemaal hoe vreemd ze er soms ook uit mogen zien in “mijn” ogen (wat ook weer een ego afscheidingsgedachte is, maar weer een kostbare vergevingskans is, als ik bereid ben dat erin te zien).
Er is immers niet werkelijk iets gebeurt waardoor afscheiden van Waarheid mogelijk zou kunnen zijn. Dus welke vorm van afscheiding ook geprobeerd wordt geen een kan succesvol zijn dan in onware dromen van afscheiding. Dus uiteindelijk zal elk pad van afscheiding zichzelf ontmaskeren en zal dáárdoor behulpzaam zijn tot het terug herinneren in Éénheid.

Ik heb dus geleerd in de loop van het proces dat ik me niet hoef te bemoeien met iemand anders gekozen pad en proces, laat staan hoef te verbeteren of te corrigeren, want zo heb ik gemerkt dat werkt niet. Het kan lijken dat het werkt, maar dat komt alleen omdat de denkgeest dan even resoneert met een ander stukje denkgeest, zichtbaar of niet zichtbaar, dat eraan toe is. Hoe dan ook het heeft niets te maken met de persoon, het lichaam Annelies, maar met de houding van de denkgeest en hoe deze de projectie Annelies ziet en wil laten gebruiken; door ego (afscheidingsdoeleinden) of door Heilige Geest (voor terug herinneren in Éénheid), dat is de enige keuze die er is en maar één van de twee keuzes is, een weerspiegeling van Één, Waarheid, Liefde, God, non-dualisme (allemaal termen voor hetzelfde).

Dat is de betekenis van “ik hoef niets te doen”, Annelies het lichaam hoeft niets te doen, want dat is een projectie (projecties zijn projecties en kunnen niets doen zonder de projector, de denkgeest) van de denkgeest die wel tot iets “doen” in staat is, en dat “doen” bestaat enkel en alleen uit kiezen tussen ego of HG. DE REST VOLGT ALS VANZELF VANUIT DIE KEUZE, en kunnen we het best omschrijven als inspiratie en precies weten hoe te handelen in de droom in en door een geprojecteerd droomlichaam. En die inspiratie kan dus komen vanuit het ego of vanuit HG, afhankelijk van de keuze die ik (de waarnemende/keuzemakende denkgeest maak.
Het verschil herkennen tussen ego inspiratie en HG inspiratie is een leer- en oefenproces wat alleen via een persoonlijk ervaren kan verlopen, zolang er een geloof is in deze droom van afscheiding te zijn. Hierbij wordt de wereld, het lichaam en alles wat er lijkt te zijn in de droom niet ontkend en aan de kant geschoven als zijnde slecht of verwerpelijk, maar juist her-gebruikt, maar nu niet meer voor afscheidingsdoeleinden, maar voor het terug herinneren in Éénheid, waar nooit uit is weggegaan…

Een nog weer meer verdiepend inzicht over het concept “dood” is dat het ego ook dit concept gebruikt om zijn eigen versie van “onveranderlijke werkelijkheid” te maken als verdediging tegen de ware onveranderlijke werkelijkheid van God.

Het hele egodenksysteem is opgezet als verdediging tegen Eénheid, non-dualisme, God, Liefde. En de enige manier om dat schijnbaar voor elkaar te krijgen is het tegendeel van non-dualisme, namelijk dualisme te bedenken. Ineens is er geen één meer, maar twee, precies het tegenovergestelde, of het op z’n kop zetten van wat onveranderlijke Éenheid, nondualisme is.

De ultieme truc van het ego om binnen zijn dualistische denksysteem toch onveranderlijkheid te suggereren is het concept “de dood”. De dood binnen het ego denken lijkt immers onveranderlijk, onoverkomelijk en eeuwig. We ervaren de dood als onvermijdelijk en als de enige zekerheid die we lijken te hebben in dat wat we ons leven noemen. En tegelijkertijd zijn we er bang voor, of dit nu aanvaard wordt of ontkend, in allerlei verhalen, we doen er alles aan om het uit te stellen, of zoals alles in de dualiteit nu eenmaal een tegenhanger heeft, door zelf voor de dood te kiezen.

En dit heeft allemaal slechts één doel te verbergen en vervolgens te vergeten, dat de dood zoals alle ego concepten onmogelijke concepten zijn binnen Éenheid, non-dualisme, God, Liefde.
Dit blijkt, ook al is het een onmogelijk idee, toch een zeer effectief en succesvol idee en gedachtesysteem te zijn. De dood is nu het ultieme symbool van het enige wat “waar” is binnen het volledig onware denksysteem van het ego, waardoor dat wat werkelijk “Waar” is verborgen blijft, diep in het onderbewuste, in de vergetelheid.

Het goede nieuws is, dat “Waar” altijd “Waar” blijft en “onwaar” derhalve “onwaar”.
We kunnen muren en bergen voor “Waar” oprichten, zodat wat “Waar” is uit het zicht verdwijnt, maar het is daardoor nog niet volledig verdwenen.
Het is dus zaak als de denkgeest er genoeg van heeft zich te verbergen achter onwaarheid dmv concepten (blokkades) die alleen maar pijn en lijden opleveren, eraan toe is zich weer te willen herinneren in wat hij werkelijk is, en dat alle obstakels die werden en worden opgeworpen tegen “Waarheid”, (Éenheid, non-dualisme, God Liefde) onder ogen worden gezien, worden doorzien en losgelaten oftewel vergeven, zodat wordt gezien en ten volle wordt beseft dat alleen Éen waar kan zijn en dat alles wat twee is (dualisme) niet gebeurt kan zijn, dan alleen in dromen van dualisme met als enig doel afgescheiden te zijn en blijven van Éen, God, Liefde, een wat dan duidelijk wordt onderkend en gezien als een onmogelijk doel.

Dat is de enige manier om het concept “dood” door te prikken en te ontkrachten.
Op die manier wordt het idee van de dood slechts nog een reminder voor wat het eigenlijk is, zoals hierboven beschreven, en krijgt het alleen nog de functie van ware vergeving.

Maar blijf alert, want aangezien er alleen maar denkgeest is en zich daarin zowel het juist-gerichte denken (HG/J) als het onjuist gerichte denken (ego) en het waarnemende/keuzemakende denken bevindt, het egodenken nog steeds in elke gedachte aanwezig is, zolang “we” nog ervaren, denken en geloven “hier” te zijn. Het egodenken zal dus altijd proberen elke gedachte af te scheiden van de juist gerichte denkgeest. Bijvoorbeeld door elke keer dat het concept “dood” langskomt, te denken “oh, het is niet echt hoor, het is maar een concept, de dood bestaat niet, denk er maar niet aan” en vervolgens het hele concept weg te mediteren in het licht. Daarmee wordt heel slim en schijnbaar heel spiritueel vermeden dat “ik” als waarnemende/keuzemakende denkgeest eerst zonder oordeel, wat alleen kan olv HG/J, oftewel de juist gerichte denkgeest, want anders is kijken simpelweg te angstig, ook weer een verdediging van het ego, kijk naar de projectie die ik als egodenkgeest heb opgezet. Dat eerlijk kijken precies zoals het verhaal met als onderwerp “de dood” is opgezet en wordt ervaren, is absoluut noodzakelijk om het hele concept los te kunnen laten oftewel te vergeven.
Dit niet doen, door het te vermijden (dus door te luisteren naar de leiding van het ego gedeelte van “mijn” denkgeest (=zonde, schuld en angst) is stappen overslaan.

Dus elke keer dat het concept “dood” in al z’n vormen als verhaal en ervaring voorbij komt is het zaak op de eerste plaats het te leren herkennen, het precies zo onder ogen te zien zoals het is opgezet door mijn keuze voor het egodenken, zonder er ook maar iets aan het verhaal en de ervaring te veranderen, en dan de keuze te maken (als de denkgeest eraan toe is, maar dat voel je vanzelf) het te vergeven, omdat ik dan echt doorzie dat het hele concept “dood” onmogelijk is, want het past op geen enkele manier binnen wat “Waar”, Onveranderlijk Éen is.

Ik merkte zelf na dit inzicht dat het hele egodenken eigenlijk volledig doordrongen is van het concept “dood” in talloze vormen, en het volledig doorzien ervan (dus door er eerlijk naar te kijken, en te voelen, zodat gezien kan worden dat het alleen maar een verdediging tegen terug herinneren in Éenheid, God, Liefde is) en het vervolgens willen en kunnen vergeven ervan werkelijk enorme deuren van vrijheid opent.

En maak je geen zorgen (wat ook weer een egogedachte is trouwens), want wakker worden uit deze nachtmerrie die we ons leven noemen, is onvermijdelijk, of je er nu bewust mee bezig bent, heel spiritueel denkt bezig te zijn of juist niet, het is onvermijdelijk. De denkgeest zal er uiteindelijk onvermijdelijk aan toe zijn om zich terug te willen herinneren in Éenheid, God, Liefde.
En dat is het enige ware onvermijdelijke, NIET het concept “dood”.

“Niet werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God”.
(ECIW Inl.2:1-4)

P.S. de inspiratie voor dit blog werd onder andere getriggerd door een blog van Frits Spoelstra (Snips) wat te vinden is onder deze link Momento Mori

 

Atheïsme betekent voor mij het doorzien dat een god zoals die door alle geldende religies, godsdienstige en spirituele stromingen wordt voorgesteld en als beeld ‘werkelijk’ wordt gemaakt niet bestaat, dan alleen als een geloof in denkbeelden + projecties vanuit de afgescheiden denkstaat van de denkgeest, dat wat we egodenkgeest noemen.
En dat wat we egodenkgeest noemen is een denkstaat vanuit het geloof in zonde, schuld en angst.
Dientengevolge is de god die door de egodenkgeest is bedacht en geprojecteerd een uiterlijke weergave van een innerlijke toestand.
En die innerlijke egodenkgeest toestand is het geloof in zonde, schuld en angst.
Derhalve is het resultaat een god die zonde, schuld en angst verkondigt en uitbreid.
Althans zo lijkt het, want het is (gelukkig) nog steeds slechts een geloof in een egodenkgeest gedachte + projectie en niets meer of minder dan dat.

Waarom kiest de egodenkgeest hiervoor?
Op de eerste plaats is het niet de egodenkgeest die iets kiest, het is de waarnemende denkgeest die kiest voor het geloven in afscheiding uit Eenheid, Waarheid en daardoor wel met een alternatief moet komen welk Eenheid ontkend en dat alternatief is de egodenkgeest.

op de tweede plaats vindt er tegelijkertijd identificatie van de waarnemende/keuzemakende denkgeest plaats met de egodenkgeest. En identificatie met de egodenkgeest betekent automatisch identificatie met de projecties van de egodenkgeest, waardoor de achterliggende oorzaak de keuze en het geloof in de egodenkgeest door de waarnemende/keuzemakende denkgeest wordt vergeten.

Wat overblijft ten gevolge van volledige identificatie met onze projecties is een wereld van vormen die wij denken en geloven te zien via ons lichaam met onze zintuigen. En we denken en geloven dat dat is wat we zijn.
En omdat nog extra kracht bij te zetten denken en geloven we dat er een god is die ons, de wereld en het universum heeft gemaakt en bestuurd.
Ontkennen dat er zo’n god is en dat we als lichamen met ons brein de wereld zelf gemaakt hebben is een zelfde vorm van ontkenning van Eenheid, Waarheid.
Immers ontkenning van een god die hemel en aarde gemaakt heeft suggereert altijd nog dat er iets is dat ontkend kan worden.
Dat soort atheïsme (=geen god) is een ontkenning van een concept dat op zich al volkomen illusoir en denkbeeldig is. En iets wat niet kan bestaan hoef ik dan ook niet te ontkennen of te bevestigen.

ECIW leert mij in mijn hoedanigheid als denkgeest, dat er geen wereld is, dus ook geen god die een wereld geschapen heeft.
De wereld die ik denk en geloof te zien is gemaakt door ‘mij’ als denkgeest die gelooft in zonde, schuld en angst. De wereld is dus een uiterlijke weergave van die innerlijke geloofs-denkgeest-toestand.

Wat ik zie en ervaar is dat ECIW het idee van atheïsme niet afwijst, maar her-gebruikt en wel als een vergevingsgedachte.
ECIW hergebruik alle concepten, denkbeelden en geloofsovertuigingen die ik mij als afgescheiden denkgeest geprobeerd heb eigen te maken door middel van ware vergeving.
Zo kan ik mijn geloof in het ego concept van een god vergeven. Ik vergeef het beeld van god dat ik vanuit het geloof in zonde, schuld en angst gemaakt heb, ik vergeef dat ik geloof dat zo’n god kan bestaan. Ware vergeving ziet dat het onmogelijke niet gebeurt kan zijn en zet er ook niet iets anders voor in de plaats. Ware vergeving ontkent of verdedigt niet, het vergeeft en doet verder niets, omdat het weet dat wat werd gezien als zondig slechts een gedachte + projectie is. Ware vergeving vindt plaats louter en alleen op denkgeest niveau. God en de wereld als autonome vorm op zich wordt niet vergeven, want die bestaat niet, alleen het geloof in een concept + projectie, de gedachte + projectie ‘god’ en ‘wereld’ wordt vergeven.

Ik ben een atheïst in de zin van dat ik mijn geloof in elke door de egodenkgeest verzonnen ‘god’ concept + projecties vergeef, niet omdat het ‘verkeerd’ is, maar omdat het simpelweg onmogelijk is, meer valt er niet te weten of te begrijpen.

En verder rest alleen vertrouwen in een schijnbaar proces zonder begin en zonder einde en dus zonder uitkomst, omdat de Uitkomst al vaststaat.

 

Wie/wat is het wat denkt/droomt, de dromer van de droom, die droomgedachten projecteert. Maar de dromer van de droom is ook een droom, een bedachte, gedachte gedachte, en die gedachte ook weer en weer en weer. Binnen de droom die ik (wat dat ook moge zijn die ‘ik’) bewustzijn noem, kan niet worden ‘gekeken’, ‘ervaren’ , door de dromer, die zelf ook een droom is en dus vastzit in de droom, vast zit in gedachten. Wat is ervaren dan? Wat ervaart? De gedachte? Kan een gedachte ervaren? Kan een projectie ervaren? Een projectie is ook een gedachte, dus hoe ik het ook bekijk, een gedachte blijft een gedachte. En kan een gedachte ervaren?

Een zweverige gedachte? Maar wat kan deze gedachte anders zijn dan ‘zweverig’. Het is immers nergens in geworteld, het is juist bedacht om te ontkomen aan zijn Ware Wortels (wat ondertussen onmogelijk is). Dus hoezo ‘aarden’? Aarden in illusie, in de droom? En weer wie denkt/zegt dit? Weet ik veel! Kom niet verder dan het de waarnemende denkgeest te noemen. Maar dat wat observeert, waarneemt, de gedachte, blijft dat doen uit angst helemaal te verdwijnen als het denken, stopt. Want de dromer van de droom, de denker van de gedachte, heeft geen concept van wat er achter de droom ligt. Er is geen ‘achter’ de droom er is alleen een gedachte en een in geloof verankerde gedachte.

Maar begint en eindigt een droom wel? ‘Ik’, de dromer, de denkgeest, droomt zolang er een ‘ik’ lijkt te zijn die lijkt te ervaren. Maar aangezien een droom een droom is, gebeurt het niet en toch lijkt het ‘echt’, het ‘echt’ van een droom. Maar weer, wie/wat zegt dit, dat moet wel een angst gedachte voor de angst gedachte zijn dat er voor zorgt dat de droom zichzelf blijft dromen en herhalen. Totdat de Herinnering niet langer ontkent en verborgen kan blijven, waarbij de dromer eerst ontwaakt in ‘bewust zijn’ van dit alles en de droom langzaamaan zijn greep verliest en zich volledig Herinnert, tot het ??? waar ‘bewustzijn’ niet bij kan en wat buiten tijd en ruimte valt, omdat ruimte en tijd niet bestaan. Elke poging er wel bij te kunnen en te bedenken wat dat dan is waar het bewustzijn niet bij kan, is een ‘hond bijt in z’n eigen staart gedachte’ en dus gewoon weer een bewustzijnsgedachte met als doel in het bewustzijn te blijven, misschien niet meer als lichaam, maar wel met een lichaamsbewustzijn in het bewustzijn.

‘N hoax dus, die focus gerichtheid op Ontwaken en of Verlichting. De focus op Ontwaken en of Verlichting is de focus opzettelijk richten op wat niet bereikt kan worden, omdat het tot het terrein van het volkomen tijd en ruimteloze behoort en dus niet bereikt kan worden, omdat het niet bereikt hoeft te worden, het IS er, niet het IS van ruimte en tijd, maar het naamloze, woordeloze, gedachteloze, non-dualistische IS.

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat” (TIn.2:2-3).

Dus ja, best leuk en leerzaam misschien ook nog wel om hierover op deze manier te denken, maar verder geraken dan bewust bewust te zijn in het bewustzijn gaat het niet. En dus kan ´ik´ de meer en meer bewust wordende gedachte niets ander dan dat wat niet kan, namelijk van gedachten iets meer maken dan gedachten, onder ogen zien en vergeven.

“Vergeet deze wereld, vergeet deze cursus, en kom met volkomen lege handen tot jouw God” (WdI.189.7:5).

“God Zelf zal deze laatste stap zetten. Weiger de kleine stapjes niet die Hij jou vraagt naar Hem te zetten” (WdI.193.13:6-7).

%d bloggers liken dit: