archiveren

Tagarchief: bereidwilligheid

Door ware vergeving (=volledig doorzien en accepteren van wat onwaar is) verandert de persoon (projectie), gedrag enz. niet, de projectie, de film, het verhaal vervaagt als het ware, doordat het niet meer serieus genomen kan worden.
En dat klinkt eng en levensbedreigend voor de denkgeest die zich nog identificeert met en geloofd een lichaam te zijn. Want dan wordt vervagen uitgelegd als het door de ogen waargenomen langzaam verdwijnen van een “waar” gemaakt lichaam. Dat idee moet verdedigt worden, (door het eng en levensbedreigend te zien), omdat dat de identificatie met de projectie, met een lichaam, met een wereld in stand houdt, hèt doel van het geloof in de egodenkgeest, welke de onmogelijkheid van afgescheiden kunnen zijn van Waarheid ogenschijnlijk mogelijk doet laten lijken.

Pas als geaccepteerd is dat alles wat een “ik” denkt en geloofd te zien en te ervaren alleen een projectie is, dus een gedachte+projectie dat eruit ziet als een lichaam (zoals in een film) dan zal het idee van vervagen heel logisch gaan klinken, omdat dan duidelijk is dat alleen de projectie vervaagd, omdat het idee en het geloof een lichaam te zijn vervaagd, en het niet meer serieus genomen wordt. Ook al kan ook dan nog niet ten volle worden geweten wat Werkelijkheid is, omdat volledige Werkelijkheid geen toestand is die “ervaren” wordt…

Bereidwilligheid, welke komt vanuit het diepe bewustzijn dat er in werkelijkheid niets verandert is aan Werkelijkheid en zo nu en dan een glimp, een reflectie van Werkelijkheid opvangen zal het Vertrouwen doen groeien in het proces van ontwaken uit een onmogelijke droom.

 

Het grote misverstand is dat er een “ik” lichaam is dat iets doet. Een “ik” lichaam dat nu zit te typen.
Er is geen “ik” lichaam die nu zit te typen er is de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand (“the outside picture of an inward condition” (T21.In.1:5)).
Dit kan nooit ten volle meteen echt begrepen en aanvaard worden, ook al is er misschien een intellectueel begrijpen en zelfs een ogenschijnlijke bereidheid.
Er is alleen een klein beetje bereidheid nodig, van het vermoeden dat het wel eens waar zou kunnen zijn, ook al wordt het nog niet ervaren en werkelijk begrepen.
Het feit dat dit gedacht kán worden, doet vermoeden dat het mogelijk is. En dan is alleen een klein beetje bereidheid om in dat vermoeden mee te gaan voorlopig genoeg.

Het is ook een misverstand dat er een “ik” lichaam is dat een beetje bereidwilligheid kan tonen, dat is onmogelijk.
Er is alleen de bereidheid van de zich openbarende tot dan toe verborgen herinnering van de waarnemende denkgeest (de innerlijke toestand) die de waarde van zijn uiterlijke weergaven (projecties) in twijfel gaat trekken en opnieuw wil leren kijken, nu bewust vanuit de innerlijke toestand die nu in staat is tot waarnemen en beseft dat er een andere keuze gemaakt kan worden. En ja dit wordt nog steeds ogenschijnlijk ervaren door een “ik” lichaam, maar nu wordt dat gezien en ervaren als de uiterlijke weergave van de innerlijke toestand, en die innerlijke toestand is de bewustwording van dit alles van de waarnemende denkgeest, waarbij dus de denkgeest de bron is en niet de “ik” het lichaam.

Als de andere keuze dan gemaakt wordt, zal dit nog steeds lijken te gaan via de “ik” het lichaam, omdat de bron, de denkgeest (de innerlijke toestand), voor dat wat gewend is te geloven een lichaam te zijn nog totaal een abstract idee is en niet als zodanig begrepen kan worden.
Daardoor verandert de de functie van de projectie “ik” lichaam totaal.
De “ik” het lichaam op zich wordt dan niet meer gezien als de bron, maar de innerlijke toestand (de denkgeest). Een innerlijke toestand die nu herkend kan worden in de uiterlijke weergave daarvan.
En die innerlijke toestand is of angst/liefde, de dualiteit van de egodenkgeest, of de non-dualistische Liefde die nog totaal abstract is en niet gevangen kan worden in woorden zoals Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Ook de betekenis en de functie van woorden zal verschuiven van het letterlijk nemen van woorden en hun betekenis naar een symbolische betekenis, omdat ook woorden een uiterlijke weergave zijn van een innerlijke toestand, dus voor ego doeleinde of voor terug herinneren in waarheid kunnen worden (her)gebruikt.

“Strikt genomen spelen woorden helemaal geen rol bij genezing. De motiverende
factor is gebed, of vragen. Waar je om vraagt, dat ontvang je.
Maar dit verwijst naar het gebed van het hart, niet naar de woorden die
je bij het bidden gebruikt. Soms zijn de woorden en het gebed met elkaar
in tegenspraak, soms stemmen ze overeen. Het is van geen belang. God
verstaat geen woorden, want die zijn gemaakt door afgescheiden denkgeesten
om hen in de illusie van afgescheidenheid te houden. Woorden
kunnen behulpzaam zijn, vooral voor de beginner, om je te helpen concentreren
en het gemakkelijker te maken irrelevante gedachten buiten te
houden of op zijn minst te beheersen.
Laten we echter niet vergeten:
woorden zijn slechts symbolen van symbolen. Ze zijn daarom dubbel
van de werkelijkheid verwijderd.
Als symbolen hebben woorden heel specifieke verwijzingen. Zelfs wanneer
ze uiterst abstract lijken, neigt het beeld dat zich in de denkgeest aandient
ertoe zeer concreet te zijn. Als er geen specifieke verwijzing in de
denkgeest opkomt in samenhang met het woord, heeft het woord weinig
of geen praktische betekenis en kan het zodoende het genezingsproces
niet helpen” (H.21.1:1-10,2:1-3).

Het nog niet kunnen herkennen/herinneren van de totaal abstracte Liefde van God, roept heel veel (verborgen) angst/weerstand op, daar angst/weerstand het mechanisme is wat juist bedacht is om de Liefde van God te verbergen en er wat anders voor in de plaats te zetten, namelijk de innerlijke toestand en de uiterlijke weergave van de egodenkgeest die alleen maar voor angst kán kiezen.
En aangezien de bron de innerlijke toestand, in dit geval angst/weerstand, verborgen moet worden gehouden, zal alleen de uiterlijke weergave ervan als oorzaak en gevolg worden gezien en letterlijk worden genomen en op dat niveau bevochten en bestreden. Wat niet werkt, hooguit slechts tijdelijk, daar de uiterlijke weergave van de innerlijke toestand van angst (ego) alleen maar tijdelijk kan zijn in tegenstelling tot de innerlijke toestand van de zich herinnerende denkgeest, welke in contact komt met het Onveranderlijke en de uiterlijke weergave alleen zal zien als een reminder om opnieuw te kiezen. Want zoals les 5 zegt “ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”. Oftewel “ik voel (de innerlijke toestand), nooit onvrede om de reden (de uiterlijke weergave) die ik denk”.
Gevolgd verderop door wat les 34 zegt:
“Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.” Wat de keuze voor de bereidwilligheid om het “anders” te zien is.

Hoe dan ook het is nooit de “ik” het lichaam die iets doet en de bron is van alles wat ik denk en geloof te ervaren, het is altijd de denkgeest (let op, niet het brein) welke de bron is van alles wat ik denk en doe. En er zijn maar twee keuzemogelijkheden op denkgeest niveau:
1. de keuze voor angst (ego), waarbij de innerlijke toestand, de keuze voor angst, wordt vergeten en alleen de uiterlijke weergave van de verborgen gehouden angst gezien wordt en als waar wordt aangenomen.
2. de keuze voor Heilige Geest, het symbool voor de terugkerende herinnering in de aan ontwaken toe zijnde denkgeest, waarbij bewust wordt dat de onbewust gehouden keuze van de (ego)denkgeest voor angst de bron is (de innerlijke toestand), en dat wat lijkt te gebeuren in “mijn leven” de uiterlijke weergaven daarvan is en juist de ontkenning van waarheid is.

Dat (de innerlijke toestand (denkgeest)) wat “mijn leven” (een uiterlijke weergave) ervaart krijgt nu de functie van de zich bewust zijnde waarnemende/keuzemakende denkgeest die onderscheid leert maken tussen de keuze voor angst of voor Heilige Geest en nu heel bewust opnieuw een keuze kan maken.

Een van de lastigste dingen die men tegenkomt als men de Cursus werkelijk serieus doet, is te erkennen dat elke gedachte die ik heb uit mijn eigen denken komt, uit mijn denkgeest, omdat ik louter denkgeest ben en niet een lichaam met hersenen die denken. Ik denk wat ik op enig moment denk en die gedachte wordt geboren in mijn denken. En dat denken zie ik terug als iets buiten mij, dat denken wordt geprojecteerd. Denk te zien dus, want wat ik buiten mij denk te zien is een projectie die reflecteert wat ik denk. Dus wat ik buiten mij denk te zien is een weerspiegeling en kan nooit de oorzaak zijn van wat ik denk. De oorzaak ligt in mijn eigen denken, en omdat er maar één denkgeest is, gaan die gedachten altijd over ‘mij’. In deze wereld bestaande uit schijnbaar persoonlijke projecties, kan ik alleen maar vanuit een zgn. ‘eigen’ focus ‘zien’ en ‘ervaren’.

Dus als ik denk en waarneem dat een ander mij onheus bejegend, aanvalt, onrecht aandoet dan is het enige wat aanvalt mijn eigen gedachten over mijzelf, welke ik weerspiegeld zie in iets buiten mij.
Dit is lastig, maar ook ‘lastig’ is een gedachte die geboren wordt in mijn denken. Ik heb dus vooral last van mijn eigen ‘lastig’ gedachte. En ervaar ik ‘lastig’ niet om de reden die ik denk. Er is niets ‘lastig’ buiten mij, er is een gedachte die ik als ‘lastig’ ervaar en losgekoppeld van de bijbehorende projectie, geen andere functie heeft dan mij (denkgeest) in de afscheiding, in on-werkelijkheid te houden.
Het gevoel van ‘lastig’ is dus wederom een van de verdedigingen van mijn keuze voor ego denken.
Dit wordt ervaren als een zeer krachtige reflex die door angst stevig op z’n plaats wordt gehouden. Want waar zou ik zijn zonder mijn angst + projecties?
Er is veel oefening en veel bereidwilligheid voor nodig mezelf te stoppen van de reflex alles en iedereen buiten mij te zien en alles en iedereen buiten mij als de oorzaak, de schuldige te zien van alles wat mij lijkt te overkomen.

Maar het is mogelijk, elke keer als ik me beledigd voel, genegeerd, afgewezen, boos, jaloers, gewantrouwd stop ik mijzelf en zeg, dit komt uit mijn denken en nergens anders vandaan. Ik ben degene die dit denkt op dit moment, ik kan beslissen hiermee door te gaan of dit te stoppen en er anders naar te kijken. Dat wat ik buiten mij zie is niet de oorzaak, maar slechts een reflectie van wat ik denk. Dan neem ik de gedachte + projectie terug in mijn denkgeest en beslis dan de gedachte + projectie aan de HG/J kant van mijn denkgeest te geven, terug te geven aan Liefde dus, in plaats van aan de ego kant van mijn denkgeest, aan angst dus, en Vergeef.
Verder doe ik niets en blijf rustig en stil op mijn waarnemende denkgeest post zitten. En laat elke nog voorbijkomende tegenstribbelende gedachte meteen afvloeien naar de HG/J kant van mijn denkgeest.

En mijn ervaring is altijd, dat de rust dan wederkeert in mijn denken en ik dan altijd plotseling heel anders tegen een zgn ‘situatie’ aan kijk en vanuit vrede precies weet wat te zeggen en of te doen. Dit proces gaat steeds sneller, omdat mijn bereidwilligheid nu zo groot is dat ik geen andere keuze meer wil maken dan voor HG/J denken (Liefde) in plaats van voor ego denken (angst).

Dit vereist veel oefening, elke seconde, bij elke gedachte, dag in dag uit, jaar in jaar uit, zolang als het nodig is.
En elke gedachte + projectie is mijn leermateriaal, mijn oefenmateriaal en mijn enige ‘werkelijke’ functie zolang ik ‘ervaar’ is nu Vergeving geworden. Dat is mijn Speciale Functie zolang ik mijzelf hier in een wereld ervaar, een wereld van louter gedachten en projecties, want ‘Er is geen wereld…”:

“Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden langs de weg die hem naar de waarheid voert. Hij zal terugkeren en weer verder gaan, of misschien een tijdje ervoor terugwijken en terugkeren eens weer” (WdI.132.6:2-5).

We, de (waarnemende/keuzemakende) denkgeest, moeten door het ´zwarte gat´, van de speciale haat, speciale liefde heen, teneinde te herinneren dat er alleen Liefde is. Vormloze alles omvattende Liefde.
Maar alleen omdat alle speciale liefde, speciale haat, projecties (vorm) zijn, en dus illusies, een droom, kunnen we, de waarnemende/keuzemakende denkgeest, dit volbrengen als we, waarnemende/keuzemakende denkgeest, daarvoor willen kiezen.
Zou de wereld geboren uit speciale haat en speciale liefde werkelijk zijn, wat wij, die willen vergeten denkgeest te zijn en denken dat deze wereld werkelijk is, geloven, dan is ontwaken of herinneren wat we werkelijk zijn, onmogelijk, we blijven dan een in dromen gelovende denkgeest.
Dus ons geloof in een wereld die werkelijkheid is, houdt ons, de denkgeest die wil vergeten, in de afscheiding.
Zonde, schuld en angst houdt ons in de illusie, het geloof in zonde, schuld en angst houdt de illusie waarin de denkgeest wil geloven in stand.
Alleen aan de ‘Hand’ van de herinnering (HG/J) die altijd nog aanwezig is in dat deel van de denkgeest dat weet dat de zonde, schuld en angst die ervaren wordt niet is wat deze lijkt te zijn zoals deze in de vorm waarin zonde, schuld en angst worden uit geprojecteerd en verschijnt, kan er worden terug herinnert, dwars door de ´zwarte gaten´ van de ervaringen heen.
Aan de ‘hand’ van het vergeten (ego), is dit niet mogelijk. Angst kan onmogelijk angst uit angst leiden, het zal de angst juist vergroten.
En ook dit moet onderkend worden, bijvoorbeeld als we uitroepen “die cursus werkt niet”, of we iets of iemand anders de schuld geven dat het niet werkt.
Allemaal zelf sabotage, wat eerst onderkend dient te worden.
Alleen de herinnering aan Liefde (HG/J) kan uit angst leiden, terug in Liefde.

Eerst moet onder ogen worden gezien dat alle speciale relaties, zowel liefde als haat relaties, die ik heb niet lijken te zijn wat ik bedacht heb dat ze zouden moeten zijn.
Ze hebben niets met liefde of haat te maken, ze zijn enkel en alleen een verdediging tegen wat ik, denkgeest, werkelijk ben: Één in God, Liefde alleen in staat tot uitbreiding van non-dualistische Liefde.
Dat wat ik als zogenaamd lichaam in een zogenaamde wereld met andere lichamen en dingen en situaties ervaar is slechts een afspiegeling van wat ik wens te denken en te zien, vanuit de wil tot afscheiding van Liefde. En daardoor kan ik, denkgeest, alleen speciale liefde en speciale haat uitbreiden. Ik kan het bewijs hiervan in al mijn relaties terug zien, als ik dat ten minste wil zien.

Besluit ik, als denkgeest, want lichamen beslissen niets, omdat ze niets zijn, slechts projecties vanuit denkgeest, dat er een andere manier moet zijn om te ‘zien’, dan begint de weg van het terug herinneren, dwars door alles wat diende als verdediging tegen het herinneren, en juist daardoor een verdediging werd. Dat wat ik mijn leven noem en als zodanig ervaar, is de verdediging tegen Liefde.

Elke ervaring uit verleden (zonde), toekomst (schuld) en nu (angst), kan nu als ik (denkgeest die zich wil herinneren) dat besluit het aan de ‘Hand’ van de herinnering (HG/J) anders laten gebruiken, nu als vergevingskans en vergevingsmateriaal.

En ja dit vereist bereidwilligheid en hard werken.
Niet in de zin van wat wij als zogenaamde lichamen als hard werken denken en geloven te ervaren, maar hard werken op het enige niveau wat er is, het denkgeest niveau, door elke gedachte die geprojecteerd wil worden onder ogen te gaan zien, inclusief de bijbehorende emoties en gevoelens, en louter en alleen als vergevingskans en vergevingsmateriaal te gaan willen zien.
Dwars tegen de aantrekkingskracht van de verslaving aan de egodenkgeest die opgericht is als verdediging tegen Liefde in.
Maar het is een liefdevol hard werken als we dit olv de altijd nog aanwezige Herinnering aan wat we werkelijk zijn: ‘Liefde’ doen.
Een hard werken, precies op maat gemaakt, nooit te veel, nooit te weinig, precies goed helemaal gebaseerd op ons eigen geloof in ons eigen nietig dwaas leventje, aan de hand van HG/J (de nog steeds aanwezige herinnering aan wat we werkelijk zijn) wat ons het benodigde vertrouwen zal geven dit aan te gaan in het vertrouwen dat de afloop alleen maar goed en liefdevol kan zijn.

De boodschap en de leerweg van ECIW is Eenduidig: er is geen wereld, ik ben niet een lichaam, maar denkgeest, dus wat ik denk te zien is niet wat het lijkt en er is een andere manier om hier naar te kijken.
Dit is een eenduidige regel die als basis geldt voor het doen van ECIW.
Vervolgens wordt het ondanks deze duidelijke eenduidige leerweg een individuele, persoonlijke leergang.
Met andere woorden ECIW ontmoet ons daar waar we denken te zijn. Een op maat gemaakt persoonlijk leerplan.
Ook al weet ik zelf niet waar op het pad dat precies is, ik zal de lessen alleen kunnen ontvangen en begrijpen op het denkgeest niveau waar ik me bevind.
Vandaar dat al lezen we de Cursus 1000x we steeds weer iets volkomen nieuws, wat we eerder niet zagen, tegenkomen. We begrijpen, en alleen dát komt binnen wat we kunnen aanvaarden, wat we nog niet kunnen aanvaarden zien we eenvoudigweg niet. En naarmate we stijgen op de ladder van het terug herinneren zullen we ook steeds meer zien en begrijpen. Een begrijpen wat zich niet afspeelt op het (illusoire) niveau van het lichaam, maar op het niveau van de denkgeest.

Dat ECIW mij precies daar ontmoet en onderwijst waar ik ‘ben’, is heel logisch, want als we uitgaan van ‘er is maar één denkgeest’, zowel op ego niveau als op Heilige Geest niveau, kan er dus niets buiten mij zijn, Dus wordt alles tegelijkertijd door de ene denkgeest ontvangen ook al lijkt het dan vervolgens op een heel persoonlijke manier te worden ontvangen en door de keuze voor egodenkgeest uit geprojecteerd.
Het beeld van één zender, die vervolgens dat ene signaal uitzend wat als verschillende programma’s door de ontvanger wordt ontvangen.

Wij (denkgeest) die geloven in een wereld van individuele vormen, lichamen en situaties te leven, kunnen alleen uitgaande van dat ‘begrijpen’ benaderd worden en als we dat onszelf toestaan van daaruit anders te leren kijken.
Een anders kijken wat eigenlijk een terug herinneren is van wat we met opzet, ook al blijft dat verborgen, willen vergeten, namelijk dat we onveranderlijke Geest zijn, Eén en Heel in God.

Aangezien we alleen dat kunnen begrijpen waar we op denkgeest niveau zijn, zal dat wat we willen en kunnen ontvangen en leren nooit te veel of te weinig zijn. Het zal altijd precies goed zijn, we zijn altijd dáár waar we zijn.
Ook al lijkt ons verzet tegen wat ECIW ons wil doen laten terug herinneren soms heel groot, het is toch precies dát wat het is en waar ik ben.
Het hoort bij het leerproces. ECIW noemt zichzelf niet voor niets ‘een cursus’.
Een cursus die tijd en ruimte gebruikt als leermateriaal en ons precies ontmoet waar we denken en geloven te zijn.
Dit drong echt bij mij door meteen toen ik de eerste keer in 1999 T1.II.3 las:

‘Ontzag is alleen op zijn plaats bij openbaring, want hierop is het volmaakt en met recht toepasbaar. Bij wonderen is het misplaatst, omdat een toestand van ontzag aanbidding in zich draagt en ervan uitgaat dat iemand van lagere orde voor zijn Schepper staat. Jij bent een volmaakte schepping, en hoort alleen ontzag te voelen in Tegenwoordigheid van de Schepper van volmaaktheid. Het wonder is dan ook een teken van liefde tussen gelijken. Gelijken behoren geen ontzag voor elkaar te koesteren, daar ontzag ongelijkheid veronderstelt. Daarom is het een misplaatste reactie tegenover mij. Een oudere broer verdient respect vanwege zijn grotere ervaring, en gehoorzaamheid vanwege zijn grotere wijsheid. Hem komt ook liefde toe omdat hij een broer is, en toewijding als hij is toegewijd. Slechts op grond van mijn toewijding heb ik recht op de jouwe. Er is niets aan mij wat jij niet kunt bereiken. Ik heb niets wat niet van God afkomstig is. Het huidige verschil tussen ons is dat ik niets ánders heb. Daardoor verkeer ik in een toestand die in jou alleen potentieel aanwezig is.
‘Niemand komt tot de Vader dan door mij’ betekent niet dat ik op enigerlei wijze van jou gescheiden ben of verschil, anders dan in tijd, en tijd bestaat niet werkelijk. De uitspraak heeft meer betekenis, indien beschouwd op een verticale dan op een horizontale as. Jij staat onder mij en ik sta onder God. In het proces van ‘opstijgen’ sta ik hoger, omdat zonder mij de afstand tussen God en mens voor jou te groot zou zijn om te omvatten. Ik overbrug die afstand, als een oudere broer voor jou enerzijds en anderzijds als een Zoon van God. Mijn toewijding aan mijn broeders heeft mij aan het hoofd van het Zoonschap geplaatst, dat ik completeer omdat ik erin deel.
Dit kan in tegenspraak lijken met de uitspraak ‘Ik en mijn Vader zijn één,’ maar die uitspraak is tweeledig, erkennende dat de Vader groter is.*’

Ik voelde me toen ‘persoonlijk’ aangesproken door ‘Jezus’, niet op het niveau van de vorm door een historische Jezus van de verhalen, maar op een veel dieper alomvattend eenheids niveau van herkenning, waarbij Jezus als symbool wordt gebruikt, omdat ik en wij hier in het westen bekend zijn met dit symbool, of we nu gelovig of atheïst zijn, iedereen in het westen is op de een of andere manier geconditioneerd door het christendom. En dat is waar ECIW ons ontmoet en ons van daaruit verder leidt naar het terug herinneren in wat we werkelijk zijn en waar we nooit echt uit vertrokken zijn, dan alleen schijnbaar in een onmogelijke droom.

Nadat ik die diepe ervaring, openbaring eigenlijk had van een persoonlijke band met Jezus (nogmaals als symbool, niet letterlijk, want als je ECIW letterlijk neemt dan ga je er niets van begrijpen, wat weer alleen maar duidt op de weerstand van je keuze voor de egokant van je denkgeest, die niet wil begrijpen) besloot ik me volledig onder leiding van dit symbool voor de brug terug naar het herinneren van Eenheid, te stellen en ‘zijn hand’ stevig vast te houden en nooit meer los te laten, wat er onderweg ook zou gebeuren. En vanaf toen is er nooit een moment geweest waarop ik wat ik in ECIW las en lees niet begreep, want ik stond en sta precies toe wat ik kán begrijpen op dit moment op mijn pad en wat ik nog niet begrijp zie ik niet eens, want ik vertrouw onvoorwaardelijk op de Leiding waarvoor ik koos en kies.
En dit heeft niets met intelligentie te maken, maar enkel en alleen met bereidwilligheid.
Dat wil niet zeggen dat ik geen weerstand tegen ben gekomen en kom, integendeel, weerstand is onvermijdelijk als we terug willen keren naar onze Ware Denkgeest.
Ik moet immers zien welke verdediging ik heb opgebouwd tegen wat ik Werkelijk ben. En dat kan heel zwaar zijn, maar omdat ik hoe dan ook, die ‘Hand’ blijf vasthouden kom ik altijd door de weerstand, hoe heftig ook heen.

Net als een leerplan dat we kennen in de wereld gaan we daarbij onvermijdelijk door een proces van, dat we gerust kunnen vergelijken met een afkickproces van een of andere verslaving aan iets, in dit geval onze verslaving aan het ego, verslaving aan zonde, schuld en angst. En dit zal ervaren worden als een zeer onstabiele toestand, want we laten het oude los (leren het te Vergeven) en zijn nog niet in de ‘nieuwe’ toestand aangekomen.
We worden nog heen en weer geslingerd tussen dat wat we dachten te zijn, een afzonderlijk lichaam met een brein dat denkt, en dat wat we ons weer langzaamaan aan het terug herinneren zijn, dat we geen lichaam zijn, maar denkgeest.
Dit proces wordt mooi beschreven in H4.1.A, ‘Het ontwikkelen van vertrouwen.’
lees het zelf maar even in de Cursus zelf, want het is een beetje veel om hier te kopiëren.

Kortom of ECIW voor jou werkt of niet hangt geheel af van je bereidwilligheid hem werkelijk te doen, zoals hij is bedoelt. En dat betekent dat ik mezelf wil laten onderwijzen in Vertrouwen in plaats van in vertrouwen. Het verschil tussen het Onderwijs volgen van Jezus/Heilige Geest, of toch weer het onderwijs van het ego.
We volgen altijd één van de twee, een derde mogelijkheid bestaat niet. ECIW leert ons bewust te kiezen vanuit onze post als waarnemende/keuzemakende denkgeest.

Ondertussen is het terug herinneren onvermijdelijk, omdat er niets gebeurt is en de Werkelijkheid, dat wat onveranderlijk Waar is en wat ‘wij’ dus ook Zijn nog steeds onveranderlijk is.

De eigenschap van angst ís angst.
De wereld is ontstaan vanuit angst en kan dus alleen maar angst uitbreiden, projecteren.
Angst bestrijden vanuit angst gaat dus niet de angst oplossen, maar leid alleen maar tot nog meer angst, zie daar ‘de wereld’ van de egodenkgeest.
Alleen angst vergeven neutraliseert angst en doet deze verdwijnen.
De angst voor Liefde is enorm en kan alleen stap voor stap verdwijnen.
Angst is een verslaving en moet in stand worden gehouden, want ‘alles liever dan de Liefde van God’, is de verborgen gedachte.
We zijn onze ware aard: Liefde, zogenaamd ‘vergeten’ en zoeken nu onze veiligheid in angst, een zoeken waar niet gevonden kán worden, een prima beveiliging dus tegen de Liefde van God.
De wereld als één grote vlucht voor Liefde.
En afkicken van onze verslaving aan angst kost tijd en moeite en vooral heel veel bereidwilligheid.
En het is een ervaringstherapie, door niet langer te vluchten voor angst, wat in wezen vluchten voor Liefde is, een dubbele ontkenning dus. De angst onder ogen zien, heel eerlijk precies zoals deze zich voordoet, met alle bijbehorende verdedigingen zoals gevoelens van schaamte, verlegenheid, hoogmoed, trots, arrogantie, bescheidenheid, jaloezie, angst voor afwijzing, en dit alles ervaren en dan beslissen wel of niet te vergeven.
Dat is ECIW ‘doen’ heel praktisch.
Zo opgeschreven lijkt dat eenvoudig, maar dat is niet zo. Een ervaring van angst in zijn talloze vormen is buitengewoon pijnlijk, en roept weer nieuwe angst op, zo voed angst angst. Het niet willen ‘doen’ en in theorie blijven hangen is ook weer een vlucht. Een vlucht voor angst en de daaronder gelegen laag de vlucht voor Liefde.
Ook het niet willen ‘doen’ door te blijven hangen in drama, emoties en gevoel is eenzelfde soort vlucht, een vlucht voor angst, met de daaronder gelegen vlucht voor Liefde.
Een liefdevolle, geduldige benadering is dus handiger en werkt gewoon beter. Vergeving is een liefdevolle zachte benadering die mits goed begrepen en werkelijk uitgevoerd angst volledig doet verdwijnen… stap voor stap… vergeving na vergeving… tot het ‘klaar’ is.
Wanneer dat is, hoe lang dat duurt? Onbelangrijk, het is klaar wanneer het klaar is en ik zal dat ‘weten’.
En dan keert als natuurlijk gevolg daarvan ook ‘vreugde’ en werkelijk ‘plezier’ weer terug in de denkgeest. Want wat kan er anders beleefd worden als terug herinneren in Liefde een feit is? De eigenschap van Liefde is immers Liefde en zal alleen maar Liefde kunnen uitbreiden.

Het pad van Ontwaken uit de droom van angst, of je dat nu via ECIW of via een ander pad doet, gaat alleen maar over leren je angst voor Liefde loslaten en je vlucht voor Liefde loslaten.
Alles wat ik beleef in mijn leven kan ik als ik dat wil als ik dat besluit te willen gaan zien als een uiterlijke weergave van een innerlijke toestand. De innerlijke toestand is angst voor Liefde dat wordt uit geprojecteerd in uiterlijke weergaven daarvan.
Het is een heel leerproces om te leren zien en vooral te willen leren zien dat dat zo is. Dat ik niet iemand of iets haat om de reden die ik denk, namelijk bijvoorbeeld dat er iemand buiten mij is die mij het leven zuur maakt, of mij onthoud van de liefde waar ik zo naar snak. Maar dat ik dat als angstige denkgeest zelf heb geprojecteerd, om maar te verbergen dat ik bang ben voor de Liefde die ik zelf Ben, namelijk de Liefde van God, de Liefde van Eenheid.
Die geprojecteerde angst, die dus eigenlijk een roep om Liefde is ziet er nu uit als een zoektocht naar liefde in een door mijzelf gemaakt surrogaat, mijn eigen projecties, zogenaamde ‘anderen’ en ‘dingen’ en ‘situaties’ buiten mij.
En het werkelijke verlangen naar de Liefde van God wordt hierdoor verborgen achter de sluier van ‘vergeten’.
De zoektocht naar het onmogelijke, namelijk Liefde vinden in een wereld van projecties die het tegendeel van liefde weergeeft is onmogelijk en kan alleen maar leiden naar pijn en lijden.

Als we dit doorkrijgen en willen leren zien dan kan de omkering, namelijk terug herinneren in wat Liefde wel is beginnen en dan komt er een pad op je weg zoals bijvoorbeeld ECIW of een ander pad.
Dan kan het proces van terug herinneren beginnen. En dat gaat in fasen, niet in één keer, maar stap voor stap. En duurt net zolang als het voor mij nodig is, het is een persoonlijk pad, waarbij je de uiteindelijke Verzoening voor jezelf moet aanvaarden.

Zien dat ik vlucht voor Liefde en dat dat het doel is van deze wereld kost veel bereidwilligheid en doorzettingsvermogen. Eerst moet dat wat het ego nu eigenlijk is en doet in kaart worden gebracht door de ervaring heen, want mijn leven is nu een klaslokaal geworden, waarbij mijn leven, dat wat ik ervaar mijn lesmateriaal is. Het is dus een hele praktische cursus, waarbij alles wat ik denk en doe wordt her-gebruikt, olv de HG kant van mijn denkgeest.
Dan leer ik wat vergeven is en dat toe te passen op al mijn leermateriaal. En zo komt langzamerhand de herinnering aan wat Liefde is weer terug in mijn bewustzijn en ben ik bereid niet meer te vluchten voor Liefde en de angst steeds meer onder ogen te zien. De angst lijkt daardoor sterker te worden, maar dat lijkt maar zo, omdat ik het nu wil zien en niet meer wegstop achter mijn projecties. Uiteindelijk wordt ik geconfronteerd met de laatste angst, de laatste sluier van angst die ik voor de Liefde van God heb opgericht. En dan licht ineens alles op en zie ik ineens ook weer heel duidelijk de verborgen aanwezigheid van Liefde in al mijn projecties, ja het zijn de angstige uiterlijke weergaven van mijn innerlijke egoverdedigingen, maar ze bevatten ook de Liefde van God en nu openbaren ze zich ook als uiterlijke weergaven van Liefde, omdat ik ze nu door de ogen van Liefde, door de ogen van HG Denkgeest zie, na een lang proces van consequent Vergeven.
Alles is een verdediging tegen Liefde en tegelijkertijd ook een roep om Liefde.
De angst en het vluchten voor Liefde is gestopt…

 

 

%d bloggers liken dit: