archiveren

Tagarchief: afscheiding

Zodra een blokkade, de sluier die we voor Waarheid, “dat wat IS” (God, Liefde, Éénheid) geplaatst hebben, met als enig doel afgescheiden te blijven van Waarheid oplost, gaat de poort naar wat IS als het ware vanzelf open en komt de herinnering aan dat wat IS vanzelf weer te voorschijn.
De herinnering kan zich weerspiegelen (zolang er nog geloofd wordt in de wereld van de vorm te zijn) in een ervaring van een plotselinge creatieve impuls, of inzicht, of gewoon precies weten wat te doen met een eerst schijnbaar onoplosbaar probleem.
Er wordt dan duidelijk gezien dat niet het probleem in de vorm op zich het probleem was, maar dat de keuze voor afgescheiden te willen zijn van dat wat IS (Éénheid, Waarheid, God, Liefde) het probleem was en is

Dus de herinnering, of de brug, naar Waarheid, in ECIW Heilige Geest of de manifestatie daarvan Jezus genoemd, zorgt niet dat er een schijnbaar probleem in de vorm wordt opgelost, of dat ik antwoord krijg op een vraag, maar helpt bij het oplossen van de blokkade in mijn denkgeest daar waar voor afscheiding is gekozen en nu opnieuw gekozen kan worden voor het vergeven van het idee van afscheiding.

Dit alles gebeurt op een wijze die ik kan begrijpen op het niveau van de mate van begrip waar ik me op dat moment (denk en geloof) te bevinden.
Het kan daarom lijken alsof er hulp van buiten komt wat mij precies verteld wat ik moet doen, maar dat is niet zo.
Nogmaals de enige keuze die echt helpt, ongeacht de uitkomst die ik denk te weten te willen en wens in de vorm is de enige keuze die gemaakt kán worden en dat is de keuze voor afscheiding (ego) of voor het genezen van de afscheiding (HG/J). Niet het genezen in en van de vorm (lichamen, dingen en situaties), maar de genezing van de denkgeest die in afscheiding geloofd.
En zolang ik nog de ervaring heb van in een wereld te zijn in een lichaam, zal de genezing van de denkgeest zich soms zichtbaar en soms onzichtbaar lijken te manifesteren in de vorm. En zal ik leren onderscheid te maken tussen de manifestaties van het ego (de wens voor afscheiding) en de manifestaties van de genezen denkgeest de wens van de genezing van het afscheidingsidee. Kortom weten dat het probleem nooit in de vorm ligt, maar altijd in de denkgeest.
Vandaar dat oordeelloos leren kijken zo belangrijk is, want alleen in oordeelloosheid kan opnieuw gekozen worden voor ego of voor HG/J.

Elke vorm van depressiviteit hoe groot of klein ook elke vorm van ongenoegen, woede, verdriet, kortstondige vreugde, haat, speciale liefde zijn manifestaties van de achterliggende keuze voor afscheiding. Als dit gezien en geaccepteerd wordt kunnen al deze manifestaties van de keuze voor afscheiding her-gebruikt worden als ik dat wil en erom vraag.
Ik ben dan niet langer meer een speelbal van mijn emoties die naar believen lijken te komen en te gaan. Ik weet dan dat ik deze manifestaties niet “ben” maar er wel 100% verantwoordelijk voor ben, omdat ik kennelijk liever voor afscheiding koos, maar dat nu niet meer wil en weet dat ik slechts anders hoef te kiezen door die manifestaties terug te nemen in de denkgeest en te vergeven.
Dat opent de poort tot totale vrijheid van de denkgeest…

Iedere gedachte bevat de wil tot afscheiding, de keuze voor en het geloof in ego en de herinnering aan wat mijn keuze voor ego mij wil laten vergeten; de keuze voor en het geloof in HG.
Dit helpt enorm om elke gedachte, uit de schijnbare (met opzet) vorm chaos van projecties, terug te brengen naar zijn bron, de denkgeest de enige “positie” waar ik kan leren dat niet op de eerste plaats de vorm waarin deze keuze worden geprojecteerd er toe doet, maar de achterliggende keuze voor afscheiding. Alleen in die denkgeest positie kan er opnieuw gekozen worden, voor afscheiding (vergeten) of voor Herinneren.
Dit helpt ook om de vormen waarin de wens tot afscheiding geprojecteerd wordt niet meer in zijn vorm als zodanig serieus te nemen. Immers de projectie op zich is nooit wat deze lijkt te zijn. Allereerst is het een projectie, een soort filmbeeld en het wordt geprojecteerd om de achterliggende reden, de wil tot afscheiding van Één, te verbergen.
Mijn ego zal hier onvermijdelijk een reactie op geven (het ego is in elke gedachte aanwezig), maar al lerende dat het niet is wat het lijkt, dus niet echt of waar is, kan ik er ook beter met steeds minder wordende angst (angst=verdediging) naar leren eerlijk oordeelloos te kijken (=kijken olv HG/J), zodat de gedachte geschikt wordt als vergevingsgedachte en vergevingskans.

Ontwaken uit de droom die ik “mijn leven” noem, is niet precies hetzelfde als ontwaken uit wat we de slaapdroom noemen. Ontwaken uit de slaapdroom is wakker worden uit de slaapdroom en verder dromen in wat we ons dagelijkse leven noemen en niet door hebben dat het nog steeds een droom is.
Ontwaken uit de droom die ik “mijn leven” noem is totaal bewust worden van dat de droom die ik “mijn leven” noem (inclusief de slaapdroom) een droom is. Als daaruit ontwaakt wordt wordt er geen andere wakkere “ik” wakker in nog weer een droom, zoals dat bij de slaapdroom het geval is. Het totale ontwaken uit de droom die alles omvat wat ervaren kan worden ligt buiten welk bewustzijn dan ook.
Dit gebeurt niet in één keer, de weerstand, de angst is daarvoor te groot. Het is dan ook een stap voor stap proces, waarbij beetje voor beetje de droom ontmanteld wordt door alle droomervaringen eerlijk onder ogen te gaan leren zien en te vergeven. Door te vergeven dat wat ik denk en geloof dat ik ben werkelijkheid is.
Het ego denken te moeten vernietigen, bestrijden, elimineren, omarmen zal niet werken, daar dit allemaal bewegingen zijn juist vanuit mijn keuze voor het ego.

Ik begin langzaamaan te accepteren dat zolang ik in een “hier” lijk te ervaren het ego in elke gedachte aanwezig is. Dat kan niet anders, want als dat niet zo zou zijn dan was er geen droom “mijn leven”. Echter niet alleen het ego is in elke gedachte aanwezig, ook de herinnering ( in ECIW de Heilige Geest genoemd), welke nooit verdwijnen kán, aan dat wat buiten het terrein van het ego ligt, buiten tijd en ruimte en ik voor het gemak “Waarheid”, of “Éénheid”, “Non-dualisme”, “God”, “Liefde” noem, is in elke gedachte aanwezig. En wat ook aanwezig blijkt te zijn in elke gedachte is een soort wakkerheid dat dit alles kan observeren. Deze observeerder blijkt tevens een keuzemaker te zijn welke kan kiezen om naar het ego te luisteren of naar de Heilige Geest.

Tijdens het proces van ontwaken wordt het bewustzijn van een keuze te hebben en wel maar één keuze (de keuze tussen luisteren naar het ego of naar de Heilige Geest) welke zich alleen op denkgeest niveau kan afspelen, steeds sterker.
Het is niet de keuze tussen goed en fout, maar tussen dromen van afscheiding of dromen van het helen van afscheiding, het helen van de denkgeest door nu meer en meer bewust de keuze te maken in plaats van onbewust alleen maar voor ego te kiezen, zonder te weten dat er gekozen wordt, voortdurend, bij elke gedachte.
Ook de keuzemaker, als deze eenmaal in het bewustzijn naar boven komt, maakt een steeds bewuster wordend proces door van altijd onbewust kiezen voor ego (afscheiding) naar de steeds bewuster wordende keuze voor terug herinneren in uiteindelijk volmaakte Éénheid, een concept dat zich buiten de droom bevindt en dus met de zelf opgelegde beperking van de keuze voor afscheiding, niet begrepen kán worden.

Dus er lijken (blijken) drie denkgeest toestanden te zijn: het ego, de waarnemende/keuzemaker, de Heilige Geest. En deze drie denkgeest toestanden zitten verstopt achter ELKE gedachte (+projectie).
En wat het proces van ontwaken behelst is dat er geleerd wordt dat die keuze opties er zijn en dat geleerd wordt onderscheid te leren maken tussen deze ogenschijnlijke drie keuze mogelijkheden.
De ervaring leert dat dat een lastig, heftig, pijnlijk, langdurig proces is. De les en de opgave is echter niet hoe kom ik zo snel mogelijk van die pijn en dat lijden af, want dat zou duidelijk een keuze voor egodenkgeest zijn, want alleen die kan kiezen voor pijn en lijden en hoe er vanaf te komen, zodat het allemaal “echt” lijkt (wat ook het doel van het egodenken is), maar te leren vanuit een waarnemende denkgeest positie oordeelloos te kijken naar alle keuzes die gemaakt worden voor de egodenkgeest (voor afscheiding dus) en deze vervolgens te vergeven. Elke gesignaleerde keuze voor egodenkgeest dient daarbij niet te worden gecorrigeerd door deze te veranderen, en aan te passen tot een betere ego keuze, maar enkel als zodanig te worden herkend en onderkend en als vergevingsmateriaal en kans te worden gezien.

Het ego (de keuze voor het ego) doet immers voortdurend mee, dat is geen seconde stil. Het ego doet dus ook de Cursus of welke ander pad dan ook. Gedachten zoals, “nou kies ik verdomme weer voor het ego”, “o ja ik moet dit vergeven, anders raak ik nooit die pijn kwijt”, “Ik ben een slechte leerling, want ik kies nog steeds voor het ego”, “Anderen zijn veel verder dan ik”, “Ik ben veel verder dan anderen”, “ja, ik ben ontwaakt!”, “Ik moet leraar worden en de wereld gaan vertellen hoe het allemaal werkt en wat er gedaan moet worden om te ontwaken”, “Ik ben totaal ongeschikt als leraar”, “Ik zal echt nooit ontwaken uit deze nachtmerrie, het is gewoon onmogelijk”, “Ik haat iedereen en dat is heel erg slecht van mij”, “Ik hou van iedereen en dat voelt goed!”, “oh, ik genoot daarnet van iets, oeps dat mag niet, want dan maak ik het echt”, “oh, ik genoot daarnet van iets, dat komt natuurlijk omdat ik zo goed bezig ben met vergeven”… ik kan zo bij wijzen van spreken nog uren doorgaan met voorbeelden op te schrijven hoe de denkgeest werkt. Het kenmerk van de keuze voor egogedachten is dat ze als goed gekeken wordt voortkomen uit de drie basis behoeften van de egodenkgeest:  zonde, schuld en angst. Deze zijn te herkennen achter elke bovengenoemde gedachte voorbeelden. Maar let op, deze keuze voor egogedachten is niet “fout’, want dat zou weer een  keuze voor het ego zijn, het is gewoon een oordeelloze constatering, waardoor de gedachte neutraal wordt en er vanuit die denkgeest toestand opnieuw gekozen kan worden. Dat is de enige keuze die gemaakt kan worden, een keuze op denkgeest niveau, dus niet de keuze op het niveau van de projectie die altijd volgt nadat de keuze in de denkgeest is gemaakt.

De ervaring leert dat dit echt geleerd moet worden al doende, midden in het eigen droommateriaal, (de projecties), precies zoals de droom zich aandient en zich lijkt uit te spelen en dat dit een langdurig proces is waarvan niet geweten kán worden hoe lang het duurt of hoe het zal verlopen. De uitkomst staat echter vast, omdat ontwaken uit de droom onvermijdelijk is, afstel is onmogelijk, uitstel lijkt wel mogelijk binnen het concept “dromen”. Uitstel is echter gewoon weer de keuze voor de egodenkgeest die gelooft dat het zal verdwijnen als er wordt gekozen voor luisteren naar de Heilige Geest.

Ik zat net even naar een programma te kijken waarbij de Scientology Church werd doorgelicht en zag mezelf daar weer met stijgende verontwaardiging maar kijken, terwijl ik het programma al eerder had gezien.
Nu wil ik het absoluut niet over het verschijnsel Scientology Church hebben, alsjeblieft niet, daar is genoeg over te lezen op internet. Ik wil het hier hebben over de “andere” functie die elke ervaring kan hebben en dat dat een keuze is.

Wat er gebeurde is dat ik merkte dat ik naast de verontwaardiging en woede ook tegelijkertijd keek met een observerende blik van boven het slagveld en zag ook dat de verontwaardiging en boosheid, niet over dat wat ik zag ging, maar als afleiding diende en diende om “het alles buiten mijzelf zien” te versterken en in stand te houden. Met andere woorden ik hoefde nu weer niet naar mijn eigen geloof in zonde, schuld en angst te kijken, maar kon het projecteren, zodat het lijkt alsof anderen fout bezig zijn en niet ik. Dit geeft als we heel eerlijk durven kijken, naast de woede ook ergens wel een zij het tijdelijk prettig, en opluchtend gevoel.

Het eerste effect van dit zien was dat de zonde, schuld en angst zich weer (zoals dat meestal gebeurt als ik even geen “schuldigen” buiten mijzelf kan vinden) naar binnen keerde, naar mijzelf. Wat eigenlijk ook nog steeds een projectie naar buiten is trouwens, want mijzelf als lichaam zien is ook nog steeds een projectie poging om uit de denkgeest te stappen.
En we hebben al eerder gezien dat elke projectie uit de denkgeest alleen maar dient om in de afscheiding te blijven. Vervolgens zag ik mezelf nog steeds flink oordelen en mezelf daarvoor weer veroordelen. Tot ik er hulp bij vroeg, wat niets anders betekent dat ik bereid ben er “anders” naar te kijken.

En vervolgens zag ik ineens weer de symboliek van alle oordelen achter alle geprojecteerde vormen. Het feit dat ik denk en geloof hier in een lichaam in een wereld te zijn laat zien dat ik het ego heel serieus neem net zoals leden van bijvoorbeeld een SC dat verschijnsel ook heel serieus nemen. Kortom het gaat hier in de droom altijd over het ego serieus nemen.
Ik zag dat de symboliek achter een projectie zoals de SC (maar dat geld dus voor alle projecties, zonder uitzondering, want de vorm doet er niet toe voor het doel waar het voor dient: afscheiding) weer het wanhopig zoeken naar Éénheid is (zie vorig blog) waar het niet te vinden is. Als ik het wil zien (en dat wil ik) is het een prachtig zeg maar gerust caricaturaal  voorbeeld van ego’s  voortdurende poging door middel van projectie uit het bewustzijn van denkgeest zijn te blijven door voortdurend de “hongerige honden” van zonde, schuld en angst erop uit te sturen om bewijzen te vergaren van een bestaande wereld vol met bewijzen van zonde, schuld en angst. Dit specifieke verschijnsel (de projectie) SC is daar een prachtig uitvergroot voorbeeld van.
Het is dus niet wat het lijkt waar ik zo verontwaardigt en woedend over ben.
Het ego pakt alleen maar weer gretig deze kans aan om Waarheid, Éénheid te bedekken met een sluier van projecties vanuit zonde, schuld en angst, daarmee tevens de tijdlijn verleden (zonde), heden (schuld), en toekomst (angst) in werking zettend en in stand houdend.

Wat er gebeurt is dus dat de verontwaardiging en woede een andere functie krijgt, niet meer om de afscheiding van Één te bevestiging en te bestendigen, maar om dit ego mechanisme te doorzien en het niet meer serieus te nemen, zodat het kan gaan dienen als reminder om het te doorzien en te vergeven, zodat gezien wordt dat wat er zich ook lijkt af te spelen in de droom, de droom in werkelijkheid geen enkele invloed heeft of kan hebben op Waarheid, of Éénheid.
Nogmaals het is niet zo dat ik nu niet meer verontwaardiging en woeden zou mogen of moeten ervaren, nee, dat is er gewoon als onderdeel van het egodenkgeest mechanisme en dat zal nooit in die hoedanigheid veranderen, zolang ik denk en geloof en ervaar in deze droom rond te lopen. Maar ik kan wel terwijl het zich lijkt af te spelen er tegelijkertijd anders naar leren kijken en de (ego) functie ervan doorzien. En dan vervolgens kiezen voor welke functie ik deze droom van afscheiding wil laten dienen en gebruiken. En vervolgens binnen het concept “ervaren” de juiste inspiratie krijgen wat wel of niet te doen eventueel.
Een keuze, overigens, die ook illusoire is, daar er in werkelijkheid niets te kiezen valt en er alleen onveranderlijke Éénheid bestaat, maar binnen het concept “wereld” waarin nog steeds in geloofd wordt en daardoor ervaren, is “kiezen” een hulpmiddel bij het onvermijdelijke terug herinneren in “Dat wat IS”.

Misschien een gedachte waard…
Is dat wat “we” binnen het (onmogelijke) concept van de illusoire droom van ruimte en tijd, dat we in “onze” wereld, “normaal”, “abnormaal” , “afwijkend”, “gestoord” (geestelijk en of lichamelijk) noemen, eigenlijk niet een volstrekt “normaal”, en “logisch” gevolg, van het volstrekt onnatuurlijke en onmogelijke geloof in de mogelijkheid van het werkelijk bestaan van een dualistische wereld welke als enig doel heeft afgescheiden te zijn en blijven van dat wat IS, “onze” werkelijke non-dualistische aard?

Dus praktisch gezien kan je dan stellen dat alles en iedereen wat we als “normaal”, “abnormaal”, “afwijkend”, “apart”, “speciaal”, “gek”, “krankzinnig” enz. enz. zien, eigenlijk alleen maar een afspiegeling of reflectie is van “onze” poging tot afscheiden van Één.
Een zinloze poging, welke nooit echt succesvol zal kunnen zijn, ook al wordt er alles aan gedaan om het wel voor elkaar te krijgen, tot de dood erop volgt, waarna er weer geboren wordt zodat het onmogelijke krankzinnige spel van “normaal” en “abnormaal” opnieuw en opnieuw kan worden gespeeld.

We benoemen alles wat z’n stinkende best doet om in een krankzinnig, onmogelijk idee van afscheiding het hoofd boven water te houden als zeer positief en zeer prijzenswaardig, en alles wat daar niet in slaagt wordt al snel gezien als negatief, zielig, zwak, beneden pijl, abnormaal, ziek, onderontwikkeld, achterlijk, geestesziek enz..

En dus moeten de zogenaamde normal krankzinnige die de wereld van afscheiding zien als normaal, en iets als waar je je aan moet aanpassen, en wat bovenal verdedigd moet worden, degene die het zogenaamd niet redden, omdat het moeten/willen leven in een onmogelijke krankzinnige wereld van het geloof in afscheiding uiteindelijk onvermijdelijk niet meer vol te houden is, tot de orde roepen door ze als zieken te verplegen en ze zo snel mogelijk weer tot de als normaal geldende krankzinnigheid (welke als de normale norm wordt gezien) terug te brengen.

De wereld is aldus gezien een totaal op z’n kop krankzinnig, totaal ziek en onmogelijke idee, waar dien ten gevolgen alles op z’n kop wordt gezien en ervaren.
En beide partijen de normaal krankzinnigen als de door de normaal krankzinnige beschouwde krankzinnige, hebben allebei als doel: afscheiding van Één.

En ja daar kan men als dit langzaamaan duidelijk wordt behoorlijk van in de war raken, maar bedenk dan dat het in de war raken niet komt door bovenstaand verhaal, maar doordat de herinnering aan Één, welke gelukkig nooit is weg geraakt, langzaamaan onvermijdelijk naar boven komt en aldus een bedreiging vormt voor het geloof in de mogelijkheid van afgescheiden te kunnen zijn van Één en dat weerspiegelt zich in een projectie die eruit ziet en ervaren wordt als bedreigend.

Gelukkig door de onvermijdelijkheid van het terug herinneren in Één, zal elke schijnbaar individuele (afgescheiden) denkgeest zich terug herinneren in dat wat IS en buiten de illusie van tijd en ruimte bevindt.

De denkgeest die zich weer bewust wordt en daardoor het op z’n kop ego denken en geloven kan en wil “vergeven” (vergeven als in “er is niets werkelijk gebeurt binnen onveranderlijke Éénheid”) zal stap voor stap terug herinneren in Één.
Dat is niet weggelegd voor een enkeling, maar voor de hele ene denkgeest, welke er nu nog voornamelijk uitziet, door het geloof daarin, als versplinterd in miljarden aparte stukjes.

 

 

 

Een interne dialoog…
oké, alles is een projectie, geloof ik dat?, ja, want het is voor mij de enige logische verklaring van dit verschijnsel “wereld” en alles wat zich daarin lijkt te bevinden; mensen, dieren dingen, situaties, inclusief natuurlijk het “ik” lichaam.
Alles wat “ik” zie is een projectie en komt als ik verder terug denk schijnbaar uit een persoonlijke aparte denkgeest die ik nog steeds “ik” noem. Dat is zo’n beetje de reikwijdte van wat de denkgeest op z’n best kan en vooral wil begrijpen. Verder terug kan de beperkte reikwijdte van dat denksysteem niet. De beperking van dit denksysteem, en die beperking komt altijd voort uit angst en schuld, kan dan verschillende kanten op gaan:

–  het blijft waar het is, accepteert aan de uiterste grenzen van een als nog steeds persoonlijke denkgeest dat inderdaad alles een projectie is vanuit schuld en angst en besluit daar mee te leren leven en er maar het beste van te maken, nog steeds vanuit een persoonlijk lichaams idee.
–  denkt met deze gedachte, wat als openbaring gezien wordt verlicht te zijn en denkt zich daarnaar te moeten gaan gedragen, nu als officieel spiritueel wezen (mens) met speciale eigenschappen, nog steeds vanuit een persoonlijk lichaams idee.
–  schiet door deze ontdekking nog meer in de angst en schuld en trekt zich terug in een nog steeds als een persoonlijk zijnde “ik” lichaam.

Al deze mogelijkheden, en er zijn nog meer variaties denkbaar, hebben als kenmerk dat er nog steeds een persoonlijke identificatie is met een “ik” lichaam, of “ik” denkgeest.
Dit proces is onvermijdelijk en hoort bij het ontwaken uit de als “persoonlijk” geziene en ervaren droom. Immers dit zien en geloven dat er een “persoonlijk” “ik/lichaam” is te midden van andere “ik/lichamen, dingen en situaties” is een poging, en heeft enkel en alleen maar de functie om de ergens nog aanwezige vage diep weggestopte herinnering aan volledige non-dualistische Eenheid voorgoed te verbergen achter een denkbeeldige maar schijnbaar o zo “echte” muur van projectie vanuit zonde, schuld en angst.
Angst voor de herinnering dat afscheiding van Eén onmogelijk is en dat dat zich openbaart, omdát het onmogelijk is en schuld omdat er een poging wordt gedaan om uit Eenheid te geraken, terwijl deep down geweten wordt dat dat onmogelijk is, maar waar uit angst toch hardnekkig aan wordt vastgehouden. Een vicieuze cirkel van zonde, schuld en angst.

Als even goed en eerlijk even objectief gekeken wordt naar alles wat er gedacht wordt en geprojecteerd zal niets maar dan ook niets wat als persoonlijk wordt gezien en ervaren NIET uit zonde, schuld en angst voortkomen.
Dat betekent dat in elk gevoel van onrust, ongenoegen, woede, haat, speciale liefde en nog een paar duizend gevoelens en emoties die maar mogelijk zijn, de krampachtige wil tot afscheiding (wat dus eigenlijk onmogelijk is) tot uitdrukking komt.
En dat wordt niet als leuk ervaren, hoewel ik toen ik dit ontdekte wel meteen een missing link gevoel had in eerste instantie. Het was even een herinneringsflits als het ware, een even open gaan van de zelfgemaakte “gevangenis”, maar dat is slechts het begin van een lang, lang proces van langzaamaan terug herinneren in dat wat zo zorgvuldig en met alle macht verborgen moet blijven. Stap voor stap, want de weerstand, lees schuld en angst is groot.

Er is alleen Waarheid, Eénheid, non-dualisme, en niets van wat “hier” ervaren wordt voldoet aan dat criterium. Dus moet alles wat “hier” ervaren wordt wel een poging tot afscheiding zijn van Waarheid, Eénheid, non-dualisme. Het is het een of het ander, beide tegelijkertijd is onmogelijk.
Dit betekent ook als alleen één mogelijk is, dat een ervaring van twee (dualiteit) eigenlijk ook nog steeds één is, maar dan een omgekeerde versie ervan: één krijgt ineens twee kanten, ook al lijken het nu twee zijden van één te zijn, opgesplitst in goed en kwaad. En schijnbaar “ervaren” kan worden.
In non-dualisme is geen ervaring, is ook niet nodig.
Uit één wordt dus schijnbaar één stukje gehakt, wat in uitgehakte vorm twee kanten lijkt te hebben waardoor één plotseling een tegenstelling lijkt te hebben en die gedachte van twee splits zich en breid zich vervolgens uit waardoor Eén uit het “zicht”, uit de herinnering verdwijnt en tevens “vergeten” wordt dat de twee schijnbare zijden van één ook nog steeds één zijn (ideeën verlaten nooit hun bron, ook al zijn ze nog zo krankzinnig en onmogelijk).
Kortom er is ook maar één afscheidingsidee, ook al is dat een schijnbaar twee-zijdig, dualistisch idee.
Dus de ervaring van miljarden “ik lichamen”, dingen en situaties is onjuist en niets meer of minder dan een vergissing, (dus niets zondigs, schuldigs of angstigs) want het is niet werkelijk gebeurt.

Het lijkt alsof er individueel miljarden verschillende scripts zijn (mijn leven, jouw leven, ons leven enz.) maar dat is een schijnvertoning. Er is maar één afscheidingsidee, één ego dus en is alles nog steeds met alles verbonden ook in die ene egodenkgeest.
Vandaar dat als het proces van onvermijdelijk ontwaken vordert er ervaringen kunnen zijn van “iemands gedachte kunnen lezen”, of in de toekomst kijken, of aanvoelen wat er gaat gebeuren, met dieren en of planten of dingen kunnen communiceren of iets in een groter geheel kunnen overzien, of wat voor een grensoverschrijdende ervaring dan ook welke dan ook weer als “speciaal”, als plezierig of als zeer bedreigend kan worden ervaren. Het laat hoe dan ook zien dat er ook maar één egodenkgeest is waarbinnen ook alles met alles verbonden is. En vandaar dat we ook vrij simpel kunnen zien dat hoe bijzonder ook “mijn” persoonlijke “ik” ervaringen, verhalen lijken te zijn er niets nieuws onder de zon is en het allemaal op hetzelfde neer komt: de verborgen wil tot afgescheiden willen zijn van Eén.

Die ene egodenkgeest, dat ene afscheidingsidee, is dus ook nog steeds onvermijdelijk verbonden met Eén, met Waarheid, met non-dualisme, het is er alleen een op z’n kop versie ervan, waardoor binnen dit op z’n kop denken alles een tegenstelling is van Eén, zoals al eerder opgemerkt werd.
Vandaar dat die op z’n kop versie wel ook nog steeds de “kracht” of misschien beter de eigenschappen van Eén in zich draagt. En vandaar ook dat het zo hardnekkig is en schijnbaar heel veel (ego)kracht heeft. Zoals een kind het dna van zijn ouders in zich draagt, wat ook weer een op z’n kop afspiegeling is van Ware Eenheid, de Eenheid die geen vorm nodig heeft om dat uit te beelden in vormen die vervolgens als oorzaak en gevolg worden gezien.

Die op z’n kop kracht zien we terug in de projecties. We denken en geloven, van wegen de wil tot afscheiding van Eén, dat alles in de wereld gebeurt door krachten die we niet in de hand hebben, met het verschijnsel “natuur” voorop. Ook collectieve krachten op wereld schaal niveau zien we niet zo makkelijk als een projectie van de ene denkgeest die dit doet met maar één doel: afscheiding van Eén. Op kleinere schaal moeten we onvermijdelijk, omdat we het meer persoonlijk nemen, wel toegeven (of ontkennen) dat we er iets mee te maken hebben als er iets gebeurt en is de schuld en de angst die erachter schuil gaan makkelijker te herkennen. Maar als er goed gekeken en vooral eerlijk gekeken wordt is achter elk van deze gedachten, hoe groot of klein ze ook zijn in geprojecteerde vorm, de zonde en de schuld welke maar één doel heeft: afscheiding van Eén te herkennen.

Tot zover even deze persoonlijke dialoog, die persoonlijk lijkt omdat dat zo ervaren wordt, maar het niet kan zijn, omdat “persoonlijk” niet bestaat en slechts één nietig dwaas afscheidingsidee is…
Het “persoonlijke” als ervaring hoeft niet ontkent, verandert of vermeden te worden, want dat zou alleen nog maar meer poging tot afscheiding zijn. Het kan in het beste geval binnen het concept van de afscheiding vanaf een zogenaamde waarnemend langzaamaan wakker wordend uit de droom zich herinnerend bewustzijn geobserveerd worden en vanaf dat standpunt als hulpmiddel, door te leren zien wat het is en waarvoor het dient, her-gebruikt worden. Daardoor wordt het op z’n kop idee weer langzaamaan terug gegeven aan Waarheid, Eenheid, God, Liefde.

Een veel gehoorde klacht over ECIW is dat hij zo moeilijk is.
In Hoofdstuk 11.VIII “Het probleem en het antwoord” lezen we:

“1. Dit is een heel eenvoudige cursus. 2Misschien heb je niet het gevoel dat
jij een cursus nodig hebt die uiteindelijk onderwijst dat alleen de werkelijkheid
waar is. 3Maar geloof jij dat ook? 4Wanneer je de werkelijke wereld
waarneemt, zul je inzien dat jij het niet geloofde. 5Maar de snelheid waarmee
jouw nieuwe en uitsluitend ware waarneming in kennis zal worden
omgezet, zal jou slechts een ogenblik de tijd gunnen te beseffen dat alleen
dit waar is. 6En dan zal alles wat jij gemaakt hebt vergeten zijn: het goede
en het slechte, het onware en het ware. 7Want als de Hemel en de aarde één
worden, zal zelfs de werkelijke wereld uit je zicht verdwijnen. 8Het einde
van de wereld is niet haar vernietiging, maar haar omzetting in de Hemel.
9De herinterpretatie van de wereld is de overdracht van alle waarneming
naar kennis” (T11.VIII.1:1-9).

en in T11.VIII.5:1-10 staat:

“5. Misschien klaag je erover dat deze cursus niet specifiek genoeg voor jou
is om te begrijpen en te gebruiken. 2Maar misschien heb jij niet gedaan wat
hij specifiek bepleit. 3Dit is geen cursus in het spelen met ideeën, maar in
de praktische toepassing ervan. 4Niets kan specifieker zijn dan dat jou
wordt gezegd dat je zult ontvangen als je vraagt. 5De Heilige Geest zal
ieder specifiek probleem beantwoorden, zolang jij gelooft dat problemen
specifiek zijn. 6Zijn antwoord is zowel veelvoudig als één, zolang jij gelooft
dat het ene veelvoudig is. 7Misschien ben je bang voor Zijn specificiteit,
uit angst voor wat jij meent dat deze van jou zal eisen. 8Maar alleen
door te vragen zul je leren dat niets wat van God komt ook maar iets van
jou eist. 9God geeft, Hij neemt niet. 10Wanneer jij weigert te vragen, komt
dit doordat je gelooft dat vragen nemen is in plaats van delen”
(T11.VIII.5:1-10).

Ook Helen Schucman klaagde over dat de Cursus haar niet hielp.
In “Een leven geen geluk. Het ontstaan van Een cursus in wonderen. Een biografie van Helen Schucman” vinden we het antwoord hierop van Jezus aan Helen zelf, wat later voor meer algemeen gebruik in T11.VIII.5 terecht is gekomen, (zoals hierboven geciteerd):

“Je klaagt erover dat deze cursus niet specifiek genoeg voor jou is om te begrijpen en te gebruiken. Maar hij is heel specifiek geweest en jij hebt niet gedaan wat hij specifiek bepleit. Dit is geen cursus in het spelen met ideeën, maar in de praktische toepassing ervan. Niets kan specifieker zijn dan dat heel duidelijk wordt gezegd dat je zult ontvangen als je vraagt” (uit: Een leven geen geluk, blz. 328).

Het is zeker de moeite waard deze hele paragraaf T11.VIII “Het probleem en het antwoord” te gaan lezen in de cursus zelf. Het staat in het Tekstboek, hoofdstuk 11, paragraaf VIII op blz. 215. Jezus gebruikt hier de metafoor van “kleine kinderen” om het een en ander te verduidelijken:
“Kleine kinderen zien in dat ze niet begrijpen wat ze waarnemen, en vragen daarom wat het betekent. Bega niet de vergissing te geloven dat jij begrijpt wat je waarneemt, want de betekenis daarvan is voor jou verloren gegaan” (T11.VIII.2:2-3).

en

“Van niets wat je waarneemt ken jij de betekenis. Niet één gedachte die je eropna houdt is volkomen waar. Door dit te erkennen maak je een doortastend begin” (T11.VIII.3:1-3).

We kunnen onze weerstandsgedachten tegen het begrijpen van ECIW vergeven, door in te zien dat de weerstand een verdediging is tegen het willen begrijpen dat we zelf gekozen hebben (op denkgeest niveau) voor afgescheiden te willen zijn van “Waarheid”, de non-dualistische Waarheid welke onveranderlijk Éen is, in God, in Liefde.
Een afscheiding die onmogelijk is en dus nooit kan worden bewerkstelligd, dan alleen in onmogelijke dromen die de illusie proberen waar te maken dat afscheiding wel mogelijk is.

Een vergeven denkgeest is een denkgeest toestand zonder investeringen in zonde, schuld en angst.
En dan stelt Jezus de vraag:

“15. Wil jij je angsten niet verruilen voor de waarheid, als die ruil plaatsvindt
mits je er maar om vraagt? 2Want als God Zich niet in jou vergist, kun jij je
alleen in jezelf vergissen. 3Maar jij kunt de waarheid over jezelf leren van
de Heilige Geest, die jou zal onderwijzen dat er in jou, als deel van God,
geen vergissing mogelijk is. 4Wanneer jij jezelf zonder begoocheling waarneemt,
zul je de werkelijke wereld aanvaarden in plaats van de onware die
jij hebt gemaakt. 5En dan zal je Vader Zich naar je toebuigen en de laatste
stap voor jou zetten, door jou te verheffen tot Zichzelf” (T11.VIII.15:1-5).

Wat gedachten over deze Gulden regel:
“Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook de ander niet.”
“Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden.”

Prima gedachten natuurlijk, maar als ik naar de wereld kijk en dichter bij naar de bron daarvan, mijn eigen gedachten, lijkt het erop dat deze regel klopt, maar dan wel precies het omgekeerde ervan dan wat het lijkt te bedoelen.
Het lijkt “normaal” dat ik geen ellende, gedoe, pijn en lijden wil voor mijzelf, en dat ook niet wil voor een ander.
Maar als ik heel eerlijk kijk naar mijn dagelijks voorbij trekkende gedachten + bijbehorende projecties, heb ik de hele dag vormen van aanval/verdedigings gedachten die ellende, gedoe, pijn en lijden lijken uit te beelden.
En inmiddels weet ik dat al die aanval/verdedigings gedachten met bijbehorende projecties er niet zijn om de reden die ik denk (les 5), maar om de denkgeest “veilig” te stellen in het nietig dwaas idee van geloven afgescheiden te kunnen zijn van dat wat “ik” werkelijk ben: één in God, Eenheid, Liefde, non-dualisme.

Dus vanuit die afscheidingsgedachte, waarin ik (denkgeest) kennelijk geloof laat deze uitspraak iets anders zien dan deze lijkt te willen laten zien.
Mijn lijden, pijn, zorgen, gepieker, geploeter, met hier en daar een kortstondig vleugje schijnbaar nooit blijvend geluk, laat juist zien wat ik wel wil dat mij “geschied” en dat dus ook wil voor de ander.
Maar weer, let wel, niet schijnbaar wat moet geschieden in de vorm, maar welke keuze ik maak in de denkgeest. En in de denkgeest wordt alleen de keuze gemaakt tussen angst of Liefde. De keuze tussen ego, afgescheiden denken of Heilige Geest, het ongedaan maken van afgescheiden denken, middels ware vergeving.

De keuze voor het ego denken is altijd de keuze voor de wil afgescheiden te zijn en blijven van Eénheid, God, Liefde en die keuze, omdat deze verborgen, geheim moet blijven, lijk ik dan terug te zien in projecties van aanval/verdediging naar mijzelf toe (schijnbaar als lichaam) en naar de schijnbaar ander.

Dus de uitspraak “Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden.”, zou een automatisch gevolg kunnen zijn van het eerst onder ogen zien dat ik juist het tegenovergestelde bedoel van wat deze uitspraak lijkt te bedoelen, hier eerlijk naar kijken, zonder oordeel olv HG (welke staat voor oordeelloosheid) en dan (als de denkgeest er aan toe is, en dat merk ik vanzelf of dat zo is of niet) mijn investering in de afscheidende aard ervan niet serieus te nemen en deze te vergeven.

Zo leer ik dat elke gedachte die ik, de denkgeest, heb altijd eerst als keuze voor het ego denken opkomt, met als doel afgescheiden te zijn en blijven, dit eerlijk zonder oordeel onder ogen te zien, en deze dan door middel van ware vergeving een Heilige Geest (juist gerichte denkgeest) functie kan krijgen.
En zo kan elke in eerste instantie ego gedachte worden her-gebruikt in plaats van ontkend te worden en daardoor weer in de zonde, schuld en angst hoek van de egodenkgeest te verdwijnen, met als enig doel de afscheiding te bestendigen.

Hardop denken, een op z’n zachts gezegd verrassend inzicht…

Wij hebben van god een serial killer gemaakt.
Huh, hoe dan?
Dat wat verborgen moet blijven, het ultieme geheim van de egodenkgeest, is het onder ogen zien van het waarom van de angst voor de dood en hoe zich dat uit-projecteert.
En als ik daar naar kijk, olv de blik van “niet angst”, symbolisch voorgesteld als olv Jesus en of de Heilige Geest, omdat de denkgeest daar kennelijk aan toe is, “zie” ik de onthulling van de volgende tot dan toe zorgvuldig door de keuze voor het geloven in de verborgen gedachtes van de egodenkgeest:

We (de keuzemakende denkgeest die kiest voor egodenken) zien de dood als de ultieme onvermijdelijke wraak van god die ons uiteindelijk toch wel weet te vinden en te pakken krijgt, ook al zijn we ons hele leven bezig de dood te ontlopen, alsof we ons kunnen verstoppen voor god, door hem te paaien, te ontkennen, ziek te worden, tijdelijk te genezen, door zelf te doden in zijn naam, door te offeren aan deze onverzadigde serial killer die leeft op dood vlees. We leven daardoor in voortdurende doodsangst, want we weten nooit wanneer god op de rode doodsknop drukt en het mijn beurt is. Euthanasie plegen of zelfmoord plegen mag dan ook niet, want dan maak je god nog bozer, want dan ontneem je hem zijn ultieme speeltje: moorden en zal er na je dood nog een veel vreselijker lot wachten.
Kortom we lijken onvermijdelijk overgeleverd te zijn aan een psychopathische serial killer van het ergste soort, waar niet mee te onderhandelen valt.

Nou, introduceer deze gedachte maar eens in een wereld die leeft op een van angst, “godslastering” en “god zal je onmiddellijk straffen” doordrenkte gedachtesysteem.
Angst zal alleen vanuit angst kunnen reageren op deze stelling.
De denkgeest die nog niet aan dit idee toe is kan dit dan ook niet aanvaarden. En dat is niet erg, kwalijk, laat staan dom. De hele ene denkgeest gelooft immers in dit waanzinnige onmogelijke denksysteem. Maar het is ook onvermijdelijk dat dit waanzinnige denksysteem uiteindelijk door de mand zal vallen, omdat het onmogelijk is (God zij dank).

Natuurlijk speelt zich dit allemaal af in de waan van de droom, en ik kan je vertellen dat het een enorme opluchting voor mij is dit verborgen droom scenario ineens in een moment zo duidelijk in een flits overziend echt onder ogen te mogen zien en helemaal uit te “bekijken”, zonder angst. Als een ontmaskeren van een Wizzard of Ozz momentje zeg maar, maar dan als een “buiten de droom. boven het slagveld hangend moment”.

Het verklaard voor mij de angst voor de dood en het (noodzakelijk) verborgen houden van de angst voor de dood, voor ons (de dromer van de droom) die geloven werkelijk dood te kunnen gaan en dat god dat beslist.
En die angst hebben wij die denken en geloven en ervaren een lichaam te zijn allemaal, niemand uitgezonderd, ook niet degene die het maar gewoon accepteert als onvermijdelijk, of god accepteren en zien als een rechtvaardige vader die beslist wanneer hij jou weer tot zich roept in de hemel, “want dood gaan we allemaal, dus leg je er maar bij neer…..”

En natuurlijk geldt dit scenario ook voor de geboorte. Ego god geeft en neemt immers? Ego god moet immers wel blijvend worden voorzien van nieuw speelgoed om zijn serial killer mind te bevredigen.
De enige manier om van dat wat pure Liefde, Eenheid, Waarheid is een tegenhanger te maken is van God precies het tegenovergestelde te maken van wat “Hij IS”, en dat is het verzinnen en projecteren van een dualistische god, een god die het tegenovergestelde is van Liefde, Eenheid, Waarheid, een god van zonde, schuld en angst en deze met elke gedachte “vast te spijkeren” in dromen van zonde, schuld en angst. (zie daar de ultieme projectie hiervan, het christelijke Paas “feest” van de kruisiging en opstanding van Jezus de zogenaamde enige zoon van God).

Dit doorzien, vereist een enorme eerlijkheid bij het kijken naar al mijn gedachten, olv de gelukkig nog steeds in de denkgeest aanwezige verbinding met God: de symbolen Jezus en of de Heilige Geest. Dit zal vanzelf gaan als de denkgeest eraan toe is en dat weet je als het zover is. Dit forceren is juist weer kiezen voor het egodenken:

“En als je bemerkt dat je weerstand sterk en je toewijding zwak is, ben je er nog niet klaar voor.Vecht niet tegen jezelf” (T30.I.1:6-7).

Ik zie nu ook dat wij die angst proberen te overschreeuwen, door bijvoorbeeld het idee van serial killers  op het toneel te laten verschijnen (te projecteren), de Jokers, de Moriato’s, de Jack the Rippers, en noem ze verder maar op de serial killers door de eeuwen heen in verhalen, sprookjes en in onze zogenaamde dagelijkse droom verhalen. Allemaal projecties van de ontkenning en de afleiding van de angst voor de hoofd serial killer: god. Een oefening in het controleren van deze angst. Maar ook de scripts waarin zonen en of dochters hun vader en of moeders vermoorden, ook dat zijn geprojecteerde verhalen die de angst reflecteren én verbergen voor een denkbeeldige moordende god.
Een training in het overschrijven van angst, zodat we aan het onvermijdelijke ego scenario wennen en het voor waar kunnen aannemen, ook al is het een onmogelijk scenario.

En zo sussen we onze angst voor de dood en voor de achterliggende angst voor god met zelf bedachte verhalen die de oorzaak van de angst, de wens om afgescheiden te blijven van God, (wat immers onmogelijk is) keurig verbergen achter nog weer een muur van angst.
Angst is de ultieme beveiliging, want het voelt vreselijk en we willen dat gevoel vermijden, of kwijtraken niet om de reden die we denken, maar omdat de verborgen wens om afgescheiden te zijn en blijven van god niet mag worden ontdekt, want dat betekent einde ego.
Niet door de dood, maar omdat het ego niet kan bestaan als het geloof eruit is verdwenen, want dan lost het gewoon op in “niets”.

Maar het is (gelukkig) allemaal een droom, een nachtmerrie, gedroomd door de ene “Zoon van God”. En wat heerlijk hier uiteindelijk zonder angst, door de angst onder ogen te zien, precies zoals deze zich voordoet, er gewoon naar te kunnen leren kijken, zonder oordeel en zonder angst. En dat kan alleen maar als ik dat doe aan de hand van dat wat oordeelloos kán kijken, ook een symbool, maar dan het symbool van “niet angst” Jezus/Heilige Geest (of een ander symbool van niet angst).
En dat is, nogmaals, iets waar de denkgeest aan toe moet zijn. We kunnen dit allemaal lezen en eventueel intellectueel begrijpen, maar dat wil nog niet zeggen dat de denkgeest er dan ook aan toe is het “echt” onder ogen te zien.
Het egodenken blijft namelijk ook mee doen, omdat wij zelf ook de egodenkgeest zijn, ook al is het een waan idee. En onze egodenkgeest kan dit verhaal, de ontsluiering ook makkelijk weer inzetten voor zijn eigen doel: afscheiding.
Ook hier moet uiteindelijk onvermijdelijk eerlijk naar gekeken worden, en weer, niet onder dwang, maar als de denkgeest er aan toe is.

Het enige wat ik, als denkgeest hier tegen kan doen, is leren kijken naar al mijn gedachten, hoe erg ze ook lijken te zijn, hoe angstig ze ook lijken te zijn, samen leren kijken met J/HG. En dan zal de denkgeest stap voor stap uit dit labyrint van angst geleid worden, waarbij dus gebruik wordt gemaakt van mijn eigen in eerste instantie uit angst geprojecteerde script en het van een angstig script met als doel afscheiding, zal worden hergebruikt als script voor het terug laat herinneren in GOD. In dat geval GOD die staat voor Liefde, Waarheid, Eenheid, die geen enkele eigenschap heeft die het ego op een ego god heeft geplakt die eigenlijk alleen maar de wens voor afscheiding uitbeeld, een wens die (God zij dank) in Werkelijkheid onmogelijk is.

“Ik”, en dus het hele “zoonschap” ervaren deze wereld en het persoonlijke leven als “normaal”. We vinden wel van alles normaal en abnormaal in de wereld, maar dat is een gedachte vanuit het “normaal” vinden van deze wereld, en het “normaal” vinden van een lichaam te zijn. Binnen dat gedachte systeem (want dat is het) kan iets als normaal of als abnormaal gezien en ervaren worden. Echter de bron van dit gedachte systeem, de egodenkgeest, is (tijdelijk) uit het bewustzijnsgeheugen verdwenen. Met opzet, omdat dit hele denksysteem als doel heeft af te scheiden van Eénheid, iets wat onmogelijk is, nooit kan gebeuren en nooit zal gebeuren, behalve schijnbaar in de denkgeest van een “abnormaal” denksysteem.
En een “abnormaal” denksysteem, dat denkt zich te kunnen hebben afgescheiden van Eénheid, kan vervolgens alleen maar abnormale gedachten uitbreiden, dat is logisch.
Ziedaar, kijk om je heen; een abnormale projectie, vanuit een abnormaal denksysteem.

Dit wetende en aanvarende hoef “ik” niet meer m’n verdomde best te doen ook maar iets in deze wereld te verbeteren, wetende dat ik dat vanuit het waar maken van de wereld simpelweg niet kan, omdat ik vanuit een “ik” (geloof een lichaam te zijn) alleen maar pogingen tot afscheiding kan projecteren. Met andere woorden, ik vanuit het geloof een lichaam te zijn in een bestaande wereld van vormen en situaties kan nooit de wereld redden, het zullen altijd projecties vanuit een abnormaal onmogelijk, onwaar denksysteem blijven.

Goed, ik weet nu wat abnormaal, onwaar is en waarom, hoe kom ik dan nu weer in contact met Eénheid, met dat wat wel normaal is, waar is.
Er lijkt nog steeds een “ik” te zijn welke ervaart binnen het abnormale denksysteem dat niet anders kan dan abnormale projecties uitzenden.
Maar er is ook een soort waarnemer/observeerder “wakker” geworden kennelijk, de onvermijdelijke herinnering aan dat er toch iets anders moet zijn dan deze abnormale toestand komt terug in de denkgeest.
Er is een kennelijk andere keuze mogelijk.
De nu waarnemende denkgeest begint zich te herinneren dat er een andere keuze mogelijk is.
De keuze voor onwaar of Waar.
Iedere keer als de waarnemende denkgeest waarneemt dat hij een “abnormale” dus onware, onmogelijke gedachte projecteert, kan nu een bewuste keuze worden gemaakt:
wil “ik” (ik=nu de waarnemende/keuzemakende denkgeest die zich bewust is geen lichaam, projectie te zijn, maar (projecterende) denkgeest), deze projectie, welke eruit ziet als iets wat in “mijn” leven lijkt te gebeuren, gebruiken om de afscheiding in stand te houden en uit te breiden, of wil ik het laten gebruiken om de kloof van afscheiding te dichten?

Dat betekent dat ik (denkgeest) besef dat mijn drang tot “doen” niet komt vanuit het lichaam dat dingen lijkt te willen doen, maar altijd vanuit denkgeest.
Dus er is nog steeds de ervaring het gevoel, emotie dat “mijn” lichaam iets doet, maar tegelijkertijd wordt ingezien dat het de denkgeest is die kiest voor uitbreiding van afscheiding, door net te doen alsof het lichaam de bron is van het “doen”.
Daardoor krijgt het “doen” nog steeds schijnbaar vanuit het lichaam, maar nu beseffend dat het de denkgeest welke de de bron is, een totaal andere functie.
Ik “doe” schijnbaar nog steeds hetzelfde in mijn wereld, maar het heeft nu een totaal andere doel gekregen. Het doel verschuift van afscheiding uitbreiden naar afscheiding oplossen.
In ECIW wordt dit het proces van ware vergeving genoemd wat gebeurt vanuit de denkgeest die zich aan het herinneren is; de juist-gerichte denkgeest, wat praktischer voorgesteld in ECIW als Jezus en of de Heilige Geest.
Aangezien het geloof in het abnormale denksysteem van het egodenken erg hardnekkig is maakt het denksysteem van ware vergeving gebruik van hetzelfde abnormale denkgeest systeem, omdat dat bekend is en begrepen kan worden.
Het abnormale egodenksysteem maakt gebruik van zijn projecties, door ze echt te maken, het denksysteem van ware vergeving gebruikt ook dezelfde projecties (dus beelden, situaties, woorden enz.), maar nu enkel en alleen nog om ze te vergeven, vanuit de gedachte dat wat lijkt te gebeuren niet kan gebeuren, omdat afscheiding simpelweg niet mogelijk is.
Dat wat lijkt te gebeuren wordt hierbij niet ontkend, maar volledig en eerlijk onder ogen gezien, precies zoals het zich lijkt voor te doen binnen het (ego)denksysteem wat we kennen, er wordt niets aan de projectie verandert, (“we” blijven dat wat binnen het egodenksysteem normaal is, normaal doen) het wordt alleen vergeven.
Als ware vergeving heeft plaatsgevonden, betekent dat niet dat de projectie persé wel of niet verandert, maar het betekent wel dat het denken erover totaal verandert is. En als gevolg daarvan kan de projectie veranderen, zonder dat we van te voren weten hoe dat eruit zal gaan zien, laat staan dat het een doel op zich is.

Het zal duidelijk zijn dat dit proces van ware vergeving, dus de omslag in het denken welke logischergewijs alleen in de denkgeest plaatsheeft, heel veel oefening nodig heeft.
Een cursus in wonderen heet niet voor niets een “cursus”.
Het is een levenslang leerproces dat duurt zolang het onvermijdelijke proces van ontwaken vanuit de “abnormale” (ego)denkgeest duurt.
Een stap voor stap schijnbaar individueel leerproces, waarbij het individuele schijnbare script (mijn/jouw/ons leven) wordt her-gebruikt om te ontwaken uit een zelfgekozen abnormaal (ego)denksysteem dat gelukkig geen enkele invloed heeft op wat Waar, Eén, Heel is. In die zin is het hele proces van ontwaken een reis zonder afstand.

Zinloos dus? Op waarheid niveau inderdaad volstrekt zinloos, maar op on-waarheid niveau noodzakelijk en behulpzaam, omdat dat wat weliswaar on-waar is, maar bekent is, heel slim wordt her-gebruikt en als het ware terug gedraaid wordt tot de ene afscheidingsgedachte die het hele denksysteem van tijd en ruimte schijnbaar in beweging zet en zich als een vastgelopen plaat steeds maar herhaald.
Nogmaals een schijnbaar individueel proces, terwijl het ondertussen de ene denkgeest die zich vergist en on-waarheid als waarheid ziet is, die ervoor kiest terug te herinneren in Waarheid, Eenheid, God, Liefde.

Kortom ECIW ontmoet ons waar we denken en geloven te zijn, midden in een volstrekt onwaar, onmogelijk abnormaal denksysteem en her-gebruikt dat zelfde denksysteem volledig oordeelloos middels ware vergeving om terug te keren in waar nooit uit is weggegaan.
De troostrijke gedachte is dan ook, dat als afscheiding nooit heeft plaatsgevonden het proces van het ongedaan maken van het geloof in afscheiding nooit kan mislukken, de afloop staat immers al vast…

%d bloggers liken dit: