archiveren

Tagarchief: acteur

En dan de ervaring van te zijn in wat is. Wat “wat is” dan ook mag zijn, het is altijd dat wat er is, op dat moment. Of het nu een ervaring is die er uitziet als paniek, angst, onrust, haast, jaloezie, achterdocht, lol, rust, tevredenheid, haat, noem het maar op, het is altijd dat wat is. En in dat wat is kan terwijl het er in z’n geprojecteerde vorm als “iets” uitziet de ervaring zijn van volmaakte rust, terwijl op “het toneel”, “het script”, “de film” door de “acteurs” uitgespeeld wordt wat er maar uitgespeeld wordt op dat moment.

 

Grappig, ergens wel, liep ik net te bedenken al boodschappen doende; ik kwam ECIW in m’n leven tegen als antwoord op een steeds urgentere vraag: “dit kan niet waar zijn, er moet toch een andere manier zijn?” en nu kan ik stellen: ja klopt, het is ook niet waar, maar de andere manier is niet dat het anders is geworden in de vorm, maar ánders op het niveau van de denkgeest.
Dat wat niet waar is, zijn al mijn zonde, schuld en angst gedachten in al hun oneindige variaties, plus de projecties daarvan, die nog steeds gedachten zijn, wat betekent dat mijn projecties, die nog steeds alleen maar gedachten zijn ook niet waar zijn.
Dus zolang ik mijn projecties nog los zie van de gedachten waar ze aan vast zitten, zal ik blijven proberen de ‘andere manier’ te forceren in een of andere uiterlijke vorm. En zolang ik dat blijf proberen blijft alles hetzelfde, namelijk een afwisseling van grote en kleine gelukjes en grote en kleine ongelukjes in dat wat ik mijn leven noem en waar ik me tegen blijf verzetten, of er een dikke laag spirituele roze suiker over strooi. Beide met hetzelfde effect, ik blijf geloven dat er een wereld is die ik kan verbeteren of kan vernietigen.

Conclusie:
Dat wat ik mijn leven noem, de wereld, blijft als script/film precies hetzelfde. ‘Ik’, alle rollen en acteurs op het ‘doek’, doen gewoon de dingen die ze doen, blijven ademhalen, lief hebben, boos zijn, aardig, onaardig, ergeren, ziek voelen, gezond, chagrijnig, vrolijk, hebben ontmoetingen, zijn alleen, zijn samen, maken van alles mee, zeggen ja, zeggen nee, of ‘kweet niet, verbreken relaties, gaan relaties aan, kortom de film die ‘mijn leven’ heet draait vrolijk door zolang ‘ik’, de denkgeest, deze denk en geloof te ervaren.

Ik, de denkgeest, de dromer van de droom, ben als het ware de acteur achter alle rollen in mijn droom en de regisseur van mijn droom, maar ben niet de rollen en alle figuren in mijn droom. Zodra ik mij identificeer met de rollen en figuren in mijn droom, koppel ik de bron, de denkgeest los van de projecties en ga daardoor helemaal op in mijn rollen en vergeet dat ik die rollen niet ben, maar slechts uitbeeld. En dat maakt een gigantisch verschil.
Me volledig identificeren met alle rollen betekent dat ik als denkgeest volledig kies voor te geloven in zonde, schuld en angst en op dat moment kies voor het grote ‘vergeten’ en het ontkennen van het feit dat ik eigenlijk denkgeest ben.
Het enige wat uiteindelijk verandert na ontwaken is dat ik, de denkgeest die zich weer herinnerd denkgeest te zijn en niet een lichaam, dit hele denkgeest denk/geloof-systeem doorzie. Vergelijkbaar met het in de bioscoop zitten en helemaal opgaan in de film en dan gaat ineens het zaallicht aan en besef je, nog een beetje slaapdronken naar de uitgang strompelend dat je naar een film zat te kijken, die heel erg echt leek, maar dat absoluut niet was.

En dit bewustzijn valt niet af te dwingen. Het heeft geen zin te schreeuwen: “wakker worden sukkel(s) !!!!”( alle rollen worden immers gespeeld door de ene egodenkgeest), of mijzelf op te werpen als redder en prediker van de mensheid, zogenaamd uit liefde, want dat vergroot alleen maar de angst en is precies het doel van de keuze voor ego (zonde, schuld en angst).

De afscheiding, van Waarheid is nooit echt gebeurt, dus de afscheiding hoeft ook niet echt gerepareerd te worden, ik hoef ‘slechts’ stap voor stap mijn geloof eruit terug te trekken, zo eenvoudig is het.
Dat het als zeer moeilijk wordt ervaren komt slechts door de weerstand terug te keren tot het bewustzijn louter Geest te zijn! Dus als het ware bewust te zijn dat ik die naar de film zit te kijken, niet die gewelddadige film ben, maar de projector die kiest voor het projecteren van films die over zonde, schuld en angst gaan.
Maar, wat blijft er dan over als de bewuste denkgeest stopt met het projecteren van zonde, schuld en angst? Dan verdwijnt zonde, schuld en angst…
En dan?
Wie/wat stelt deze vraag, de denkgeest die nog steeds in tijd en ruimte gelooft?
Met het verdwijnen van het geloof in zonde, schuld en angst, verdwijnt ook de vraag…
Geloof is derhalve het enige denkgeest mechanisme wat de hele film draaiende houdt.

“De wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel..” (Vondel, oorspronkelijk, Shakespeare).

Voor mij betekent dit, dat de ene denkgeest die ‘droomt’ afgescheiden te kunnen zijn van Eenheid (wat dus onmogelijk is en dus niet heeft plaatsgevonden in werkelijkheid), zich een wereld heeft geprojecteerd, zoals een film wordt geprojecteerd, en daarin alle rollen speelt en alle situaties die de onmogelijkheid van afscheiding toch mogelijk laat lijken.
De ene denkgeest lijkt nu uit miljarden deeltjes te bestaan, die ieder hun eigen rol spelen in een dualistische wereld.
Een wereld die alleen dualistisch kan zijn als er tegengesteldheid lijkt te bestaan. Dus goed tegenover kwaad en daar binnen alle variaties die daarop maar mogelijk zijn.
Het betekent ook dat de rol die ik speel niet is wat ik ‘ben’. Het is nog steeds de ene denkgeest die een rolletje speelt. De rol van goed zowel als de rol van kwaad of welke tegenstelling dan ook.
Ik kan dus de rol van goed spelen en ook de rol van het kwaad, schijnbaar als twee of meer verschillende personen, dingen of situaties, maar in oorsprong is het de ene denkgeest die dit ‘speelt’ in zijn zelfgemaakte dromen van afscheiding.
En net als een acteur op het toneel, ben ik de acteur die een rol speelt, ik ben niet die rol, ik ben de acteur.
En in mijn rol kan ik liefhebben of haten en alles wat daar tussen zit, maar achter de coulissen, doe ik mijn kostuum uit en ga ik na de voorstelling lekker even nog wat drinken met mijn geliefde collega’s die ik net op het toneel nog vermoord heb.
Wat als het nou precies is wat er aan de hand is op het toneel wat ik mijn leven noem?
Ik weet het, het voorbeeld gaat niet helemaal op, omdat acteurs weliswaar anders omgaan met hun collega’s achter de schermen dan op het toneel waar ze een rol spelen, maar zich dan ook nog steeds in de dualiteit van de wereld bevinden, dus het ene toneel gaat naadloos over in een volgend toneel.
Maar toch geeft het voorbeeld wel aan en daar gaat het mij om, aan te geven dat we niet zijn wat we denken en geloven te zijn.
We zijn niet onze rol, daar refereert de Cursus ook aan in de tekst:

“Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet. Wat
ook de vorm van de aanval is, dit is nog steeds waar. Wie ook de rol van
vijand of van aanvaller op zich neemt, dit is nog steeds de waarheid. Wat
ook de oorzaak lijkt van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds
waar. Je zou namelijk helemaal niet reageren op figuren in een droom
waarvan je wist dat je die droomde. Laat ze zo haatdragend en kwaadaardig
zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve
wanneer jij naliet in te zien dat het jouw droom is” (T27.VIII.10:1-6).

Mijn droom, mijn projecties, mijn rol(len), allemaal gedroomd, en gespeeld door de ene denkgeest die gelooft in afscheiding, waardoor het onmogelijke mogelijk lijkt te worden.

Als ik dit echt leer zien, en daar moet de denkgeest aan toe zijn, anders kan het niet echt ‘gezien’ worden, dan wordt het ook zo veel makkelijker werkelijk te vergeven. Want waarom zou ik een ‘rol’ die gespeeld wordt door de ene denkgeest die zich heeft geprojecteerd als een projectie die de vijand speelt, niet heel makkelijk kunnen vergeven?
Het betekent niet dat ik me kan of moet onttrekken aan de rol(len) die ik als denkgeest speel op het toneel. Als een goed acteur speel ik mijn rol vol overgaven, precies zoals deze in het script staat, terwijl ik tegelijkertijd weet dat ik de rol niet ben en slechts het toneelstuk van de afscheiding, van angst speel.
Ik haat of heb lief in mijn rol en alle tinten grijs die je maar kunt bedenken, maar ik ben het niet. En daarmee heeft de droom, dit theater dat ik mijn wereld, mijn leven noemen een heel andere functie gekregen, een symbolische functie, met als moraal: ‘ik ben hier om te leren dat ik hier niet ben’.
En ik heb al mijn rollen lief, ook al lijkt dat op het toneel van het leven niet zo te zijn, waar ik haat en liefheb, verdriet en vreugde ervaar, want ik weet wat hun functie is en ik verwar ‘rollen’ niet met wat ze in werkelijkheid zijn, nog steeds onveranderlijk héél en één in God.

all-worlds-stage2

%d bloggers liken dit: