archiveren

Tagarchief: abstracte

Het grote misverstand is dat er een “ik” lichaam is dat iets doet. Een “ik” lichaam dat nu zit te typen.
Er is geen “ik” lichaam die nu zit te typen er is de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand (“the outside picture of an inward condition” (T21.In.1:5)).
Dit kan nooit ten volle meteen echt begrepen en aanvaard worden, ook al is er misschien een intellectueel begrijpen en zelfs een ogenschijnlijke bereidheid.
Er is alleen een klein beetje bereidheid nodig, van het vermoeden dat het wel eens waar zou kunnen zijn, ook al wordt het nog niet ervaren en werkelijk begrepen.
Het feit dat dit gedacht kán worden, doet vermoeden dat het mogelijk is. En dan is alleen een klein beetje bereidheid om in dat vermoeden mee te gaan voorlopig genoeg.

Het is ook een misverstand dat er een “ik” lichaam is dat een beetje bereidwilligheid kan tonen, dat is onmogelijk.
Er is alleen de bereidheid van de zich openbarende tot dan toe verborgen herinnering van de waarnemende denkgeest (de innerlijke toestand) die de waarde van zijn uiterlijke weergaven (projecties) in twijfel gaat trekken en opnieuw wil leren kijken, nu bewust vanuit de innerlijke toestand die nu in staat is tot waarnemen en beseft dat er een andere keuze gemaakt kan worden. En ja dit wordt nog steeds ogenschijnlijk ervaren door een “ik” lichaam, maar nu wordt dat gezien en ervaren als de uiterlijke weergave van de innerlijke toestand, en die innerlijke toestand is de bewustwording van dit alles van de waarnemende denkgeest, waarbij dus de denkgeest de bron is en niet de “ik” het lichaam.

Als de andere keuze dan gemaakt wordt, zal dit nog steeds lijken te gaan via de “ik” het lichaam, omdat de bron, de denkgeest (de innerlijke toestand), voor dat wat gewend is te geloven een lichaam te zijn nog totaal een abstract idee is en niet als zodanig begrepen kan worden.
Daardoor verandert de de functie van de projectie “ik” lichaam totaal.
De “ik” het lichaam op zich wordt dan niet meer gezien als de bron, maar de innerlijke toestand (de denkgeest). Een innerlijke toestand die nu herkend kan worden in de uiterlijke weergave daarvan.
En die innerlijke toestand is of angst/liefde, de dualiteit van de egodenkgeest, of de non-dualistische Liefde die nog totaal abstract is en niet gevangen kan worden in woorden zoals Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Ook de betekenis en de functie van woorden zal verschuiven van het letterlijk nemen van woorden en hun betekenis naar een symbolische betekenis, omdat ook woorden een uiterlijke weergave zijn van een innerlijke toestand, dus voor ego doeleinde of voor terug herinneren in waarheid kunnen worden (her)gebruikt.

“Strikt genomen spelen woorden helemaal geen rol bij genezing. De motiverende
factor is gebed, of vragen. Waar je om vraagt, dat ontvang je.
Maar dit verwijst naar het gebed van het hart, niet naar de woorden die
je bij het bidden gebruikt. Soms zijn de woorden en het gebed met elkaar
in tegenspraak, soms stemmen ze overeen. Het is van geen belang. God
verstaat geen woorden, want die zijn gemaakt door afgescheiden denkgeesten
om hen in de illusie van afgescheidenheid te houden. Woorden
kunnen behulpzaam zijn, vooral voor de beginner, om je te helpen concentreren
en het gemakkelijker te maken irrelevante gedachten buiten te
houden of op zijn minst te beheersen.
Laten we echter niet vergeten:
woorden zijn slechts symbolen van symbolen. Ze zijn daarom dubbel
van de werkelijkheid verwijderd.
Als symbolen hebben woorden heel specifieke verwijzingen. Zelfs wanneer
ze uiterst abstract lijken, neigt het beeld dat zich in de denkgeest aandient
ertoe zeer concreet te zijn. Als er geen specifieke verwijzing in de
denkgeest opkomt in samenhang met het woord, heeft het woord weinig
of geen praktische betekenis en kan het zodoende het genezingsproces
niet helpen” (H.21.1:1-10,2:1-3).

Het nog niet kunnen herkennen/herinneren van de totaal abstracte Liefde van God, roept heel veel (verborgen) angst/weerstand op, daar angst/weerstand het mechanisme is wat juist bedacht is om de Liefde van God te verbergen en er wat anders voor in de plaats te zetten, namelijk de innerlijke toestand en de uiterlijke weergave van de egodenkgeest die alleen maar voor angst kán kiezen.
En aangezien de bron de innerlijke toestand, in dit geval angst/weerstand, verborgen moet worden gehouden, zal alleen de uiterlijke weergave ervan als oorzaak en gevolg worden gezien en letterlijk worden genomen en op dat niveau bevochten en bestreden. Wat niet werkt, hooguit slechts tijdelijk, daar de uiterlijke weergave van de innerlijke toestand van angst (ego) alleen maar tijdelijk kan zijn in tegenstelling tot de innerlijke toestand van de zich herinnerende denkgeest, welke in contact komt met het Onveranderlijke en de uiterlijke weergave alleen zal zien als een reminder om opnieuw te kiezen. Want zoals les 5 zegt “ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”. Oftewel “ik voel (de innerlijke toestand), nooit onvrede om de reden (de uiterlijke weergave) die ik denk”.
Gevolgd verderop door wat les 34 zegt:
“Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.” Wat de keuze voor de bereidwilligheid om het “anders” te zien is.

Hoe dan ook het is nooit de “ik” het lichaam die iets doet en de bron is van alles wat ik denk en geloof te ervaren, het is altijd de denkgeest (let op, niet het brein) welke de bron is van alles wat ik denk en doe. En er zijn maar twee keuzemogelijkheden op denkgeest niveau:
1. de keuze voor angst (ego), waarbij de innerlijke toestand, de keuze voor angst, wordt vergeten en alleen de uiterlijke weergave van de verborgen gehouden angst gezien wordt en als waar wordt aangenomen.
2. de keuze voor Heilige Geest, het symbool voor de terugkerende herinnering in de aan ontwaken toe zijnde denkgeest, waarbij bewust wordt dat de onbewust gehouden keuze van de (ego)denkgeest voor angst de bron is (de innerlijke toestand), en dat wat lijkt te gebeuren in “mijn leven” de uiterlijke weergaven daarvan is en juist de ontkenning van waarheid is.

Dat (de innerlijke toestand (denkgeest)) wat “mijn leven” (een uiterlijke weergave) ervaart krijgt nu de functie van de zich bewust zijnde waarnemende/keuzemakende denkgeest die onderscheid leert maken tussen de keuze voor angst of voor Heilige Geest en nu heel bewust opnieuw een keuze kan maken.

Waarom zijn we zo bang voor ongemak, voor als het even tegen zit, voor ziekte, voor ongeluk en proberen we er alles aan te doen zo snel mogelijk ervan af te komen?
Zou het misschien zo kunnen zijn dat er achter die angst een heel andere angst verborgen zit en het niet de angst is over iets wat mij kan overkomen in de wereld.
Volgens ECIW wel:

Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk .

Dit idee kan, evenals het voorgaande, gebruikt worden bij elke persoon,
situatie of gebeurtenis waarvan jij denkt dat die jou pijn bezorgt. Pas het
uitdrukkelijk toe op alles waarvan jij gelooft dat het de oorzaak van je onvrede
is, en gebruik daarbij de omschrijving van het gevoel in een bewoording
die je juist lijkt. De onvrede kan zich voordoen als angst, bezorgdheid,
depressiviteit, verontrusting, kwaadheid, haat, jaloezie en nog
talloze andere vormen, die je allemaal als verschillend zult waarnemen.
Dit is niet waar. Maar tot je geleerd hebt dat de vorm er niet toe doet, is
elke vorm geschikt als onderwerp van de oefeningen van de dag.
Hetzelfde idee op elke vorm afzonderlijk toepassen is de eerste stap naar
de uiteindelijke erkenning dat ze allemaal hetzelfde zijn” (WdI.5.t)

De vorm doet er dus niet toe. De vorm waarin we denken en geloven allerlei vormen van angst te ervaren verbergt een en dezelfde vormloze abstracte angst, de angst voor Waarheid:

“Onder elke hoeksteen van angst
waarop jij je waanzinnige geloofssysteem hebt opgetrokken,
ligt de waarheid verborgen. Toch kun je dit niet weten,
want door de waarheid te verbergen in angst zie je geen reden
te geloven dat hoe meer je naar angst kijkt, des te minder je die ziet,
en des te helderder datgene wordt wat erachter schuilgaat” (T14.VII.2:1-8).

Want:

“Achter de donkere deuren die jij hebt dichtgedaan
ligt niets, want niets kan de gave van God verborgen houden. Juist
het dichtdoen van de deuren staat het inzicht in de weg dat de macht van
God in jou straalt” (T14.VIII.1:3-4).

En:

“Achter jouw angst om vanwege de zonde naar
binnen te kijken, gaat nog een andere angst schuil, en wel een die het ego
doet sidderen en beven.
Wat als je naar binnen keek en geen zonde zag? Deze ‘beangstigende’
vraag is er een die het ego nooit stelt. En jij die ze nu wel stelt vormt een
te ernstige bedreiging voor het verdedigingssysteem van het ego dat het
zich er nog druk om maakt te veinzen dat het jouw vriend is” (T21.IV.2:8,3:1-3).

Vandaar dat de wereld die “angst” als bron en fundament heeft, nooit zal veranderen.
Deze wereld van angst heeft een (onmogelijke) functie en wel hoe dan ook uit Waarheid weg te blijven.
In het beste geval kan deze wereld van angst gezien en ervaren worden als reminder voor wat het probeert te verbergen, zodat uiteindelijk de herinnering aan wat werkelijk is weer tevoorschijn komt vanachter de sluier van vergetelheid.

Laat dus de droom, de film van mijn leven zijn zoals deze zich vertoond, en alleen nog maar als reminder dienen dat het niet is wat het lijkt te zijn, zonder in te vullen wat het dan wel moet zijn door de droom te veranderen in een betere droom. Een betere droom bestaat niet, een droom is een droom welke symbool staat voor angst of voor Waarheid (Liefde). De zogenaamde gelukkige droom is dan ook niet een betere gelukkiger droom, waarin alles perfect verloopt, maar een volledig doorziene droom waaruit de angst voor de angst is verdwenen.

In een blog van 18 juni “behulpzame reminder” dat over “liever gelijk willen hebben dan gelukkig zijn” ging, over de ervaring dat achter dat gelijk willen hebben schijnbaar over iets wat gebeurt in mijn wereld, het gelijk willen hebben ligt verborgen over dat de afscheiding van Eenheid, Waarheid, God, Liefde werkelijk mogelijk en gebeurt is, daar weer achter pure angst ligt, de angst voor Eenheid, Waarheid, God, Liefde.
Dus eigenlijk zou die vraag “Wil ik liever gelijk hebben of gelukkig zijn” ook kunnen zijn: “wil ik liever gelijk hebben (in mijn angst), of zonder angst zijn”.
Een variatie op een typische Byron Katie vraag “wie zou ik zijn zonder mijn angst?”.

Ik zie dan dat achter mijn koppigheid, en de koppigheid die ik in andere denk te zien, niets anders is dan angst, het is angst. Het is niet koppig blijven volhouden dat iets niet kan, of moet, het is een koppig blijven volhouden aan conditioneringen die bestaan uit pure 100% angst.
En dan doorzie ik ineens alle uitingen van deze angst in mijzelf en in alles, van de extreme conditioneringen waaraan fanatici en extremisten vasthouden, tot het koppig stampvoetende kind, en elke andere vorm van weerstand die we maar kunnen bedenken.
Het is allemaal die ene zelfde angst die verborgen moet blijven achter duizenden geprojecteerde variaties, omdat daar niet naar gekeken mag worden, want wie ben ik zonder die angst die mij maakt tot wat ik denk en geloof te zijn?

Iedereen gaat onbewust gebukt onder deze ‘angst’, de angst voor Liefde, voor Eenheid, voor Waarheid. Want wie ben ik, zijn wij als er alleen Eén is. Dit is de meest bedreigende vraag voor de egodenkgeest en tevens ook de enige vraag die de dualiteit van “ik” en “anderen” op z’n plek houdt, want de vraag houdt nog steeds in dat er een “ik” is die deze vraag stelt.
Tegelijkertijd is dit, dat waar we denken en geloven te zijn en kunnen begrijpen.
Het totale abstracte van Eenheid, Waarheid, Liefde, God, maar ook een abstract begrip als ego, afscheiding kunnen  wij niet echt begrijpen. Wij kunnen alleen begrijpen dat waar we denken en geloven te zijn, een wereld waar alleen ervaringen van geprojecteerde angst ervaren kunnen worden.
Daarom is dat wat we ons leven noemen, ook al is het een droom en dus puur symbolisch, ons “werkmateriaal” ons “vergevingsmateriaal”, dat wat we nodig hebben om de angst eerst onder ogen te leren zien en dan te kunnen vergeven, omdat de denkgeest er uiteindelijk onvermijdelijk aan toe zal zijn angst op te geven en terug te keren in Liefde.
Zoals we hier terecht lijken te zijn gekomen is tevens ook de uitweg.
En:
‘Een universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk’ (VvT.In.2:5).

%d bloggers liken dit: