archiveren

Dagelijks archief: november 22, 2020

De kunst tevens het leerproces, realiseer ik me net weer, is op de aller eerste plaats een gedachte te herkennen als zijnde komende van mijn keuze voor ego (voor afscheiding). Ik merk dat ik nog steeds zo gewend ben aan gedachtes die op de een of andere manier altijd nog doordrenkt zijn van het geloof in zonde, schuld en angst dat ze er nog steeds onopgemerkt tussendoor glippen en ik “vergeet” ze te herkennen als ego gedachtes. Wat natuurlijk precies de bedoeling is van het inzetten van egodenkgeest en:

 “3Luidkeels  maant  het ego jou  niet  naar  binnen te kijken,  want  als je dat doet zullen je ogen  op  zonde  stuiten, en  zal God jou  met blindheid  slaan.  4Dit is wat jij gelooft, en dus kijk  je  niet. 5Maar dit is  niet  de verborgen angst van het  ego, noch die van jou die daar dienstbaar aan  is.  6Luidkeels, inderdaad, verkondigt het  ego dat  het  dit wel is; te luid en te vaak. 7Want onder dit  constante  geschreeuw en die uitzinnige bewering  is  het ego  er niet zo zeker van dat  dit wel zo is. 8Achter  jouw angst om vanwege de  zonde naar binnen te  kijken, gaat  nog een andere angst schuil,  en  wel een die het  ego  doet sidderen en beven”
(T21.IV.2:3-8).

En dan is er ineens weer het besef dat als ik alleen maar naar zo’n ego gedachte kijk (vanuit waarnemende/keuzemakende denkgeest positie) ik ineens zijn functie helder zie/voel; het heeft de functie “iets” te verbergen dat ik niet “mag/wil” zien, het is echt als een sluier dat iets afdekt. En omdat het vervelend voelt die ego gedachte werkt dat “het niet mogen zien” heel effectief. Daarom is bij die ego gedachte blijven en er rustig naar kijken zo belangrijk, niet wegkijken, niet veranderen, maar gewoon kijken, de rest zal volgen…:

“3.Wat als je naar binnen keek  en geen zonde zag? 2Deze  ‘beangstigende’ vraag is er een die  het  ego  nooit  stelt.  3En jij die  ze nu wel stelt  vormt een te ernstige bedreiging  voor het verdedigingssysteem van  het ego dat het zich er nog druk om maakt  te veinzen dat het jouw vriend is”
(T21.IV.3:1-3).

%d bloggers liken dit: