archiveren

Dagelijks archief: mei 18, 2020

Als het lijkt alsof ergens specifiek bang voor zijn mij tegenhoudt een bepaald iets te doen, wat betekent dan “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5)?
Het betekent dat er niet eerst iets buiten mij is waar ik bang voor ben, of tegenop zie, of wat mij tegenhoudt ook al lijkt dat wel zo. Het betekent dat ik standaard kies voor luisteren naar de ego mogelijkheid in de denkgeest, welke als enig doel heeft de afscheiding van God, Éénheid, Liefde (schijnbaar) mogelijk te maken en in stand te houden.
Zodra dat automatisch kiezen voor ego gezien wordt betekent dat het “iets” dat dit waarneemt, iets anders moet zijn dan ego.
Het “iets” dat in staat is tot waarnemen. We kunnen dit de waarnemende denkgeest noemen. En als er iets is dat kan waarnemen houdt dat automatisch in dat er ook gekozen kan worden. De waarnemende denkgeest neemt niet alleen waar, maar kan ook kiezen. Dus we hebben nu de egodenkgeest en de waarnemende/keuzemakende denkgeest mogelijkheid. De waarnemende/keuzemakende denkgeest is nu in staat achter elke keuze de altijd aanwezige drang tot afscheiding (ego) te zien, en als dat gezien wordt, kan het niet anders of de conclusie moet getrokken worden vroeg of laat, dat er naast afscheiding ook nog een andere keuze moet zijn. En die andere keuze is de keuze voor terugherinneren in God, Éénheid, Liefde, Waarheid, en die aanwezige herinnering we kunnen dat Heilige Geest denkgeest noemen.

De ene denkgeest lijkt nu opgesplits in drie mogelijkheden: egodenkgeest, keuzemakende/waarnemende denkgeest en Heilige Geest denkgeest.
Dat betekent dat elke gedachte, letterlijke elke gedachte deze drie mogelijkheden in zich draagt.
ECIW leert ons, in de mate dat wij denkgeest daar aan toe zijn, daar naar te kijken, zonder oordeel en zonder er meteen in de vorm (op projectie niveau) iets aan te veranderen. En daardoor te leren beseffen dat er opnieuw gekozen kan worden.
Dit is niet opnieuw een dualistische keuze, hoewel dat wel zo gezien kan/zal worden, door de keuze voor ego, omdat het ego dit zal interpreteren als kiezen tussen goed en kwaad, wat niets anders is dan de keuze tussen de beide zijde van de egodenkgeest medaille.

Het kan echter ook gezien worden als een manier tot her-gebruik van dit dualistische egodenksysteem. In dat geval kiest de waarnemende/keuzemakende denkgeest voor de andere manier en wel voor de keuze voor kijken met Heilige Geest denkgeest NAAR de keuze voor egodenkgeest zonder oordeel en met enkel en alleen het doel om de voorheen egogedachte te vergeven.
Daarbij wordt de keuze voor egodenkgeest niet ontkend, weggestopt, aangepast, veranderd, vermomd, maar gezien voor wat het is: een manier om in de egodenkgeest te blijven en deze keuze te verbergen achter een projectie.
Dat is wat er vergeven wordt, niet een of andere daad in een wereld door een lichaam, maar alleen een denkgeest gedachte welke maar één doel heeft: afscheiding.

Dus stel ik zie er tegenop ergens naar toe te gaan en ik vraag me af, wat moet ik nu doen, wat moet ik kiezen?
Dan kan ik eerst stellen dat “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5) of in het Engels: “I am never upset for the reason I think” (WpI-5).
Wat betekent dat ik niet onvrede voel of upset ben omdat ik niet weet of ik nu wel of niet zal gaan, maar dat ik onvrede voel, omdat ik de goed achter het schijnbare probleem verborgen gedachte dat ik hoe dan ook afgescheiden moet blijven van God in stand wil houden.
Als ik dat door heb kan ervoor gekozen worden die gedachte, die op dat moment het “probleem” bewust teruggebracht heeft in de denkgeest, de bron, te vergeven. Te vergeven dat ik het probleem niet zag zoals het is, namelijk als een manier om afscheiding van God in stand te houden, maar het opgezet heb als een schijnbaar probleem buiten mij in dit geval als “ik weet niet of ik nou zal kiezen voor gaan of niet gaan”.
De focus op een schijnbaar probleem buiten een “een mij als lichaam” verschuift nu terug naar de denkgeest naar slechts één probleem en dat is de keuze tussen ego of HG, tussen angst of Liefde.
Dat is echt de enige keuze die in werkelijkheid gemaakt kán worden en waarvoor alles wat zich af lijkt te spelen in een wereld (“er is geen wereld!” (WdI.132.6:2),  “de uiterlijke weegave van een innerlijke toestand” (T21.In.1:5)) kan worden her-gebruikt. Nogmaals niet ontkend, maar her-gebruikt door de keuze te maken voor Heilige Geest.
Dat is de betekenis van “ik hoef niets te doen”:

“7Ik hoef niets te doen’ is een verklaring van trouw, een waarlijk onverdeelde loyaliteit. 8Geloof het voor slechts één enkel ogenblik, en je zult meer tot stand brengen dan een eeuw van contemplatie of van strijd tegen verleiding je oplevert.

7.Met iets doen is het lichaam gemoeid. 2En als je inziet dat je niets hoeft te doen, heb je uit je denkgeest de waarde van het lichaam weggenomen. 3Hier is de snelle, openstaande deur waardoor jij voorbijglipt aan eeuwen van inspanning, en aan de tijd ontsnapt. 4Dit is de manier waarop zonde direct alle aantrekkingskracht verliest. 5Want hier wordt de tijd verworpen, en zijn verleden en toekomst voorbij. 6Wie niets hoeft te doen heeft geen behoefte aan tijd. 7Niets doen betekent rusten en binnenin je een plaats maken waar de activiteit van het lichaam niet langer aandacht eist. 8Naar die plaats komt de Heilige Geest, en houdt daar verblijf. 9Hij zal daar blijven wanneer jij dat vergeet, en de activiteiten van het lichaam opnieuw je bewuste denkgeest in beslag nemen.

8.Toch zal er steeds die rustplaats zijn waarnaar je terug kunt keren. 2En je zult je meer bewust zijn van dit rustige centrum van de storm dan van al zijn razende activiteit. 3Dit rustige centrum, waarin je niets doet, zal bij je blijven, en jou rust geven te midden van alle drukke bezigheden waarop je wordt uitgestuurd. 4Want vanuit dit centrum zal je gewezen worden hoe je het lichaam zondeloos kunt benutten. 5En dit centrum, waarin het lichaam afwezig is, zal het zo in je bewustzijn ervan bewaren” (T18.VII.6:7,7-8).

Neem waar dat het ego zal lezen dat ik dan maar helemaal niets meer moet doen in de wereld, want het ego doet voorkomen dat het lichaam de bron is terwijl het de denkgeest is welke de bron is. Er staat dus NIET dat het lichaam niets hoeft te doen en dat ik maar de rest van mn leven in bed moet gaan liggen.
Er staat duidelijk:

“…en je zult meer tot stand brengen dan een eeuw van contemplatie of van strijd tegen verleiding je oplevert”.
En ook:
“4Want vanuit dit centrum zal je gewezen worden hoe je het lichaam zondeloos kunt benutten”.

Als de bereidheid er is voorbij het ogenschijnlijke probleem dat zich in enige vorm lijkt voor te doen te kijken door voor ware vergeving te kiezen dan zal mij precies getoond worden wat wel of niet te doen ongeacht de uitkomst die mijn keuze voor ego misschien liever gezien zou hebben.
ECIW zegt daarover heel duidelijk in het Handboek voor leraren (en let wel we zijn allemaal leeraar/leerling tegelijkertijd):

“6Dit proces is niets anders dan een bijzonder voorbeeld van de les uit het werkboek die zegt: ‘Ik doe een stap terug en laat Hem de weg wijzen.’ 7De leraar van God aanvaardt de woorden die hem geboden worden en geeft zoals hij ontvangt. 8Hij beheerst niet de richting van zijn spreken. 9Hij luistert en hoort en spreekt.

5.Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. 2En wat hij hoort kan zonder meer heel verbijsterend zijn. 3Het kan ook ogenschijnlijk helemaal niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet, en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid lijkt te brengen. 4Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde hebben. 5Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld dat hij achter zich zou kunnen laten. 6Vel geen oordeel over de woorden die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. 7Ze zijn veel wijzer dan de jouwe. 8Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen. 9En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf” (H.21.4:6,5).

Het komt uiteindelijk neer op heel veel oefenen, oefenen, oefenen in Vertrouwen en met het voorheen egomateriaal dat nu HG materiaal wordt en nu als doel heeft terug herinneren in God, waar we in werkelijkheid nooit uit zijn weggeweest. Dat kan, mits geaccepteerd een heel rustgevend gevoel geven, er is niets verandert aan Waarheid, dus wat kan er fout gaan?
Niets, elke gevoel van “fout” is gebasseerd op het geloof in één nietig onmogelijk dwaas idee dat het mogelijk is afgescheiden te kunnen zijn van God, van Ééneid, van Liefde, van Waarheid.

 

%d bloggers liken dit: