archiveren

Dagelijks archief: oktober 25, 2016

Ik ben altijd precies waar ik ben, ik ben altijd waar ik denk en “bedacht” heb te zijn.
De “ik” is altijd denkgeest, niet een lichaam. Het lichaam is ook een gedachte, een geprojecteerde gedachte, maar nog steeds een gedachte en niet dat wat ik “bedacht” heb dat het moet zijn: een lichaam van vlees en bloed los van de denkgeest die het bedacht heeft.
Gedachten verlaten nooit hun bron, gedachten zijn de bron. Zoals een schrijver zijn gedachten omzet in figuren in een verhaal, precies zo zetten wij allemaal als denkgeest onze gedachten om in figuren in een verhaal maar gaan daar vervolgens helemaal in op en doen alsof het verhaal en de figuren “werkelijkheid” zijn.
Ondertussen beelden al de figuren in mijn verhaal uit wat ik denk, ze beelden mijn gedachten uit hoe ik over mijzelf denk.
En als ik denk en geloof een lichaam te zijn los van andere lichamen, dingen en situaties, beeld ik altijd projecties vanuit zonde, schuld en angst uit.
Dat begint pas te dagen als de denkgeest (de bron dus) zichzelf gaat bevragen: “is dat wel zo, zijn al mijn oordelen wel waar”, en door in plaats van te projecteren, vanuit zonde, schuld en angst, naar binnen keert, een stap terug doet en zijn observerende plaats inneemt, die van boven het slagveld en zich even niet meer identificeert met de figuren op het slagveld en ineens doorkrijgt dat hijzelf, de denkgeest de projecterende gedachte achter dit alles is.
En vervolgens inziet dat de projectie nooit zijn bron de denkgeest (de gedachte) kan verlaten, en “ik” dus altijd precies ben waar ik “denk” te zijn. De “ik” is een geprojecteerde gedachte, gedacht en geprojecteerd door de denkgeest en NIET door het lichaam.

Ervaar ik, dat ik altijd op de verkeerde plek ben en ik voortdurend ergens anders wil zijn, waar het vast beter is, dan is het enige wat de zich als “ik” verbeeldende denkgeest doet, ontkennen dat er alleen denkgeest is. En dat ontkennen kan alleen door iets anders te verzinnen, en dat iets anders moet dan wel het tegenovergestelde van grenzeloze denkgeest zijn: vormen die begrenst en afgebakend, los van elkaar lijken te bestaan. En door het ontkennen van de bron, verdwijnt de bron (de denkgeest, die denkt en projecteert) in de vergetelheid.

Pas als dit alles begint te dagen in de daar aan toe zijnde denkgeest, kan de vergissing weer terug gedraaid worden en zal de denkgeest zich weer herinneren.
Daardoor zal er altijd een gevoel van overheersende vrede zijn waar men zich ook denkt te bevinden binnen het nog aanwezige ervaren. Het vechten tegen de “windmolens” stopt dan op het niveau waar het gestopt kan worden; de denkgeest, omdat volledig wordt ingezien hoe het werkt.

%d bloggers liken dit: