Leestip: T18.VII. Ik hoef niets te doen

Nog even een uitbreiding van het blog van gisteren…
In T18.VII. Ik hoef niets te doen, beschrijf ECIW prachtig wat dat betekent.

Het kan niet anders dan dat tijdens het lezen allerlei gedachten langs komen.
Gedachten van plotseling inzicht, maar ook gedachten van weerstand en vragen.
Vergeet niet dat als we aannemen dat we denkgeest zijn en niet een lichaam, dat niet het lichaam, het brein dit leest, maar de denkgeest.
En dus zal ook de egokant van de denkgeest meelezen en leren. Dit kan niet voorkomen worden.
Wat wel kan en behulpzaam is, is voordat ik begin te lezen ik hierbij hulp vraag aan Jezus en of de Heilige Geest, beide symbool voor het willen afstemmen op de Juist gerichte kant van de denkgeest. Ik vraag daardoor niet hulp aan iets buiten mij, maar aan dat gedeelte van de denkgeest waar zich de herinnering aan wat ik ‘ben’ bevindt.
Er zal dan nog steeds weerstand ervaren worden, en er zullen vragen zijn, maar deze weerstand en de vragen zullen nu (ver)geven kunnen worden aan de HG/J kant van de denkgeest en de antwoorden zullen gegeven worden op elke manier die op dat moment  maar gehoord kan worden door de voor antwoorden openstaande, bereid zijnde denkgeest.

Dus stel dat de weerstand groot wordt tijdens het lezen, bevecht deze dan niet, want bevechten is altijd de hulp inroepen van de ego kant van de denkgeest. Herken het alleen, en als je kan en bereid ben, (ver)geef de weerstandsgedachten aan HG/J, aan je Juist gerichte denkgeest.

Lezen met bereidheid zal mij precies dat doen laten begrijpen waar ik op dat moment aan toe ben, meer hoef ik niet te weten of te doen.
We hebben het nodig een ‘gelukkige leerling’ te zijn:

“De Heilige Geest heeft een gelukkige leerling nodig, in wie Zijn opdracht
op een gelukkige manier kan worden volbracht. Jij die je met huid en haar
hebt overgeleverd aan ellende, dient eerst in te zien dat je ellendig en niet
gelukkig bent. Zonder dit contrast kan de Heilige Geest niet onderwijzen,
want jij gelooft dat ellende geluk is. Dit heeft jou zo in verwarring gebracht
dat jij ertoe bent overgegaan iets te leren wat je nooit kunt leren, in
de overtuiging dat als je dat niet leert jij niet gelukkig zult zijn. Je ziet niet
in dat het fundament waarop dit hoogst eigenaardige leerdoel berust, volstrekt
niets te betekenen heeft. 6Toch kun jij het nog zinnig vinden. Geloof
in niets, en je zult de ‘schat’ vinden die je zoekt. Maar je zult je reeds belaste
denkgeest met een nieuwe last bezwaren. Je zult geloven dat niets
waarde heeft, en daar waarde aan verlenen. Een glassplinter, een stofkorrel,
een lichaam of een oorlog zijn jou eender. Want als je waarde verleent
aan één ding dat uit niets is gemaakt, dan heb je geloofd dat niets
waardevol kan zijn en dat je wel degelijk kunt leren hoe je het onware
waar kunt maken” (T14.II.1:1-11).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: