archiveren

Dagelijks archief: september 18, 2015

Wat we denken en geloven te zien in ‘de film: ‘De wereld’, de door ons als denkgeest geprojecteerde film, waarin zich momenteel het vluchtelingen gebeuren lijkt af te spelen, is de projectie van de denkgeest die op de vlucht is voor zichzelf en dit als dekmantel, afleiding daarvan gebruikt, zodat het nu een probleem komende vanuit het geloof in zonde, schuld en angst, buiten ons lijkt te komen, een wereld die in plaats van een projectie nu als ‘echt’ wordt bestempeld.
Aangezien het probleem dus afkomstig is van de denkgeest, ligt daar ook de oplossing, en niet in het willen fiksen van de projecties op het filmdoek.
Want alleen de denkgeest die niet lijd aan het geloof in zonde, schuld en angst, kan angstloos, schuldeloos, liefdevol denken en projecteren en zal dan precies ‘weten’ wat te doen, vanuit Inspiratie in plaats vanuit zonde, schuld en angst.

Ondertussen gaat de zich van (opzettelijk) niets bewust zijnde denkgeest rustig door met projecteren en doen wat het doet, zonder te beseffen dat al dat doen vanuit het geloof in zonde, schuld en angst komt.
Dat is niet goed of slecht, maar gewoon wat er gebeurt in ‘de film’.

De logica van alles is al gebeurt, er is geen tijd en ik kijk terug op iets wat zich steeds herhaalt, maar nooit werkelijk is geweest, zou dan ook moeten zijn; ik heb geen idee van wat ik doe, wat het betekent, waar het heen gaat en waarom.
Dat kan ontmoedigend, zelfs depressief overkomen, maar dat gebeurt alleen als ik me nog helemaal identificeer met wat ik denk en geloof dat ik ben, hier als lichaam in een wereld, waar ik lijk bezig te zijn met overleven, zo goed en lang mogelijk, want dood ga ik toch, van afstel komt geen uitstel.

Dat we ondanks deze vaststaande uitkomst toch collectief hoopvol de strijd aan gaan en niet massaal als lemmingen ons in zee storten is op zich wel verbazingwekkend. We gaan weliswaar op allerlei rampzalige, droevige, dramatische wijze dood, maar dat noemen we rampen, ongelukken, pech gehad, ziekte, ouderdom, zelfmoord, maar de rest die overblijft blijft hopen en geloven op een gelukkig leven zonder ellende, rampen en ongelukken en we denken te weten hoe dat moet, wat het betekent, waar het heen gaat en waarom.

En zo maken we hardnekkig en koppig van iets wat niet gebeurt kan zijn toch ‘iets’, we maken het waar. Vanuit die gedachte heeft een massale laatste duik in zee geen zin, en als we al het bewustzijn hebben bewust te kunnen zijn van het feit dat we steeds maar in rondjes lopen te rennen, van geboren worden en doodgaan, omdat we per se van niets iets willen maken, heeft het ook geen zin om massaal de dood in te rennen, want dat doen we toch al, zij het wat subtieler en minder opvallend.

Nog steeds een negatief verhaal?
Ja als ik nog steeds geloof in en waar maak wat niet waar kan zijn, ja dan wordt ik heel depressief van dit verhaal.
Maar waarom zou ik depressief worden van een droom, verhaal, van een sprookje, een film terwijl ik weet dat het een droom, verhaal, een sprookje, een film is.
Wie/wat verteld, verzint deze droom, dit verhaal, dit sprookje, deze film?
Het lichaam, het brein?
Doet de figuur op het filmdoek iets?
Doet de figuur in een verhaal iets?
Doet de pop in de poppenkast iets?
Dat lijkt wel zo, maar is dat wel zo?
Het zijn duidelijk ideeën die geprojecteerd zijn, die onze gedachten verbeelden en waar we ons mee kunnen identificeren.
Dat kunnen we en willen we allemaal wel snappen. En (bijna) niemand gelooft dat de rol die te zien is op het witte doek zo van het witte doek kan stappen en zichzelf ‘echt’ kan maken.

Dus waarom zou dit alles niet symbool kunnen staan voor wat wij denken te zijn, een geprojecteerde film figuur die een rol speelt op het filmdoek, gelovend dat we die geprojecteerde film-figuur ook echt zijn?
Het feit dat ik dit kan denken bewijst voor mij dat het waar kan zijn, of op z’n minst een optie zou kunnen zijn.
Ik denk dat het waar is, in z’n onwaarheid. Onwaarheid kan nooit waar zijn, onwaarheid verbergt waarheid.
Dus moet de onwaarheid wel het omgekeerde zijn van waarheid, dus moet dat wat ik denk te zien en geloof te zien wel het omgekeerde zijn van wat waarheid is, van dat wat ik in werkelijkheid ben.

De ‘ik’ is dus niet de filmfiguur, maar de bedenker, niet het brein, want dat is ook ‘lichaam’, maar iets anders daar weer achter.
En als dat geen lichaam is dan blijft over binnen ons begripsniveau, geest, geest die kennelijk kan denken, dus denkgeest.
Denkgeest die kan denken en kan bedenken/projecteren; een hele wereld, vol met lichamen, dingen en situaties.

Maar wat gebeurt er, dát wat niet kan, alleen in ziekelijke fantasieën; de denkgeest gelooft in zijn eigen fantasieën en vergeet dat het deze zelf heeft bedacht.
Het kenmerk van geest is dat deze grenzeloos is, de denkgeest zit dus niet opgesloten in een lichaam, maar andersom het lichaam bevindt zich in de denkgeest. Het lichaam denkt niet, de denkgeest denkt.
Onze ervaring van een individueel lichaam te zijn is dus het resultaat van de gedachte en het geloof van de denkgeest dat deze een lichaam is en dus denkt en gelooft afgescheiden te kunnen zijn van geest. Geest is grenzeloos, dus één, individuele denkgeesten bestaan alleen bij de gratie van het geloof individuele lichamen te kunnen zijn. Opnieuw een waanidee, waar ik in geloof zolang ik denk en geloof een lichaam te zijn.

Nou ja, we weten allemaal wat het met ons doet in de wereld als ons ‘geloof’ in iets dreigt te worden afgepakt, de angst breekt uit, we slaan op de vlucht, of vallen aan. En we verdedigen onze vrijheid van denken en meningsuiting te vuur en te zwaard.
Maar wat verdedigen we eigenlijk, waar vluchten we voor, waar zijn we bang voor?
Verdedigen we ons lichaam, ons geloof in wat we geloven, wat altijd lichaamsgericht is?
Verdedigen we dan eigenlijk niet iets wat niet kan bestaan, heeft het zin om projecties te verdedigen of aan te vallen?
Of verdedigen we misschien de dekmantel voor een achter de projectie, achterliggende angst, die daardoor uit het beeld is verdwenen?
En wat is dat…; de denkgeest.
En waarom zou de denkgeest afgedekt, verstopt moeten worden en blijven?
Waarom moeten we vergeten dat we denkgeest zijn?

Omdat als we dat niet verbergen, we ons weer herinneren dat we denkgeest zijn en dat wat we willen geloven dat we zijn, een lichaam in een wereld, een fantasie gedachte is, gedacht door de denkgeest, die we de egodenkgeest noemen, die enkel en alleen is aangesteld om te verbergen, te vergeten dat we denkgeest zijn.
Dus het lichaam, de wereld is gemaakt om te ‘vergeten’, dus kan ik die denkt en gelooft een lichaam te zijn, niet weten wat ik doe, wat het betekent, waar het heen gaat en waarom, want dat ben ik ‘vergeten’… logisch, toch?

%d bloggers liken dit: