archiveren

Maandelijks archief: juli 2015

Het is niet de bedoeling het ego te vernietigen, het is niet nodig ons (denkgeest) te ontdoen van het ego, het te bevechten, het is niet de bedoeling het ego te ontkennen, het te omhelzen, het te analyseren, het enige wat er te doen staat is het ego te ontmaskeren als zijnde een GEDACHTE een gedachte waarin geloofd wordt, en gedacht wordt door de denkgeest die zelf ook een gedachte is en dus alleen bestaat bij de gratie van het geloof erin, meer is het niet. Een gedachte, gedacht door de denkgeest die maar één doel heeft; geloven dat afscheiding van EENHEID mogelijk is.
Elke gedachte die het meer probeert te maken dan een gedachte is een waangedachte, nog steeds een gedachte dus.

Voel hoe de zwaarte wegvalt als je de gedachte, al is het maar voor even, toelaat, dat er alleen ‘gedachte’ is, gedacht door de denkgeest, die zelf ook een gedachte is. Als de logge gedachten over lichamen, en alle andere vormen, een vorm proberen aan te nemen die onmogelijk is, en daarom als zwaar, log, vermoeiend, uitputtend, pijnlijk wordt ervaren, wegvallen.
En als de angst, de weerstand te groot is om dit, al is het maar voor heel even, toe te laten, weet dan dat dat komt, niet door angst, maar door het geloof in angst, omdat angst verborgen moet houden dat alles een gedachte is, ook de zogenaamde ik denkgeest+lichaam, welke ook een gedachte is.

Alles is een gedachte die in staat lijkt tot verwezenlijking en werkelijk gevolgen. Dit is niet zo enkel geloof erin doet het zo lijken.

Ware Vergeving werkt alleen als we het geloof in onze waangedachten vergeven, omdat we dan pas echt willen zien dat een gedachte en het geloof in dat een gedachte tot iets in staat is, enkel en alleen een waangedachte is.
En hoe makkelijk en licht is het om een waangedachte te vergeven…?

Naarmate de denkgeest meer en meer, stap voor stap terugkeert in zijn ‘bewustzijn’, zich weer bewust wordt van wat hij is, namelijk denkgeest en niet een lichaam, verliest de keuze van de keuzemakende/waarnemende kant van de denkgeest voor de ego kant van de denkgeest zijn aantrekkingskracht.
Totdat die aantrekkingskracht helemaal verdwenen is, omdat simpelweg de bewustwording van de keuze voor de ego kant van de denkgeest gewoon geen optie meer is. De denkgeest is zich dan helemaal bewust van de waanzin, de onzinnigheid van die keuze en deze keuze hoeft dan ook niet meer gemaakt te worden. Er is het 100% bewustzijn van het weten denkgeest te zijn en daaruit volgend ook het 100% de verantwoordelijkheid nemen voor de keuze steeds weer te kiezen voor op de eerste plaats denkgeest te zijn en daaropvolgend de bewuste vanzelfsprekende keuze voor de HG kant van de denkgeest, die tevens de herinnering is en de sleutel voor terug herinneren in Eenheid, Waarheid, God, Liefde…
Dat wat we ontwaken noemen is dus het ontwaken uit de droomstaat waarin de keuzemakende/waarnemende denkgeest zich waande en ‘vergat’ dat hijzelf die keuze maakte.
Nu de keuzemakende/waarnemende denkgeest zich weer herinnert wat hij is; denkgeest, onderdeel van onveranderlijke Eenheid en niet meer geloofd in zijn eigen dromen van afscheiding en deze niet meer serieus neemt, heeft hij zijn rechtmatige positie weer ingenomen en kan hij alleen nog maar wat ECIW noemt de hemelse staat ten volle weerspiegelen. Dit is nog niet de allerlaatste stap, Bewustzijn is niet het einde, maar dat zal de volgende logische stap zijn, waar de zich volledig Bewuste denkgeest zich geen zorgen over maakt, immers alles zonde, schuld en angst zijn dan verdwenen….

Het is een regelrechte openbaring te beseffen dat werkelijk alles wat ik denk te weten gebaseerd is op mijn geloof erin! Dat dus niets ‘waar’ is. Dat mijn hele wereld enkel en alleen gebaseerd is op ‘geloof’. Geloof, wat een geloof lijkt te zijn in ‘iets’, een mens, een ding, een situatie, maar eigenlijk het geloof in afscheiding verbeeld. Een afscheiding die onmogelijk is, maar wel mogelijk lijkt, door mijn geloof er in. Hoe kan ik dan nog iets serieus nemen, van wat ik mijn leven noem?  Als ik echt bereid ben dit te doorzien, dan is er nog maar één uitweg uit deze waanzinnige droom, die ik mijn wereld noem, en dat is alle geloof uit alles terugtrekken en vergeven. Ook het geloof dat als ik dat doe vernietigd zal worden, dood ga, en alles zal verliezen wat mij dierbaar is.
Het enige ‘dierbare’ wat ik verlies is mijn geloof in waanzin, en is dat erg?

…life is but a dream…

Het leven is een droom, wat betekent dat…
Laten we eerst kijken naar wat we onze slaapdroom noemen, dat is een begrip wat we kennen en ook min of meer snappen.
We denken en geloven dat we een lichaam zijn en dat lichaam kan als het gaat slapen dromen.
Als we dan ’s ochtend wakker worden, dan weten we soms nog heel goed wat we gedroomd hebben, of we zijn het vergeten. We beweren echter nooit dat de droom ‘echt’ gebeurd is, ook al leek deze heel echt, het was maar een droom, en we accepteren hooguit dat de droom een symbolische betekenis heeft, of bedoeld is als manier voor de hersenen om alle impulsen van de dag te verwerken.
En als het een nachtmerrie was halen we opgelucht adem dat we gelukkig weer wakker geworden zijn uit die nachtmerrie en hopen dat die nachtmerrie niet weer terug zal komen.
En we beweren soms ook dat ook al zijn we een droom vergeten, we altijd dromen.
We kunnen ook leren, wordt beweerd, controle over onze slaapdromen te krijgen. Daar zijn zelfs cursussen voor.  En we kunnen dromen gebruiken als toekomstvoorspellers, de zogenaamde voorspellende dromen.
Kortom we denken alles te weten over dromen en maken duidelijk onderscheid tussen de dromer van de droom, het lichaam en de droom. En we noemen de dromer van de droom, het lichaam ‘echt’ en de droom… een droom, een illusie. En daarmee is het verhaal klaar zo denken we…

Maar stel dat bovenstaand verhaal alleen maar als functie heeft te verbergen wat er achter dat verhaal  verborgen wordt gehouden?
Als dat idee plotseling naar boven komt, ben ik dan paranoia, of heb ik last van complot gedachten?
(erg ‘in’ tegenwoordig).
Of raak ik aan een belangrijke herinnering, een ‘vergeten’ dat zich langzaam een weg baant omhoog in het bewustzijn?

Misschien staat bovenstaand verhaal wel symbool voor iets heel anders, iets wat we vergeten zijn, iets wat we willen vergeten, waardoor de symboliek als ‘waar’ wordt gezien. Stel dat de wereld die we als ‘echt’ beschouwen ook een droom is, een nachtmerrie vaak, en symbool staat voor iets anders?
Het feit dat ik dit kan denken staat al symbool voor dat het wel eens zo zou kunnen zijn, want als het een onmogelijk idee zou zijn, dan zou het niet in me op kunnen komen, of het zou niet in me op kunnen komen omdat ik het wil vergeten en dus ontken. Maar ontkennen kan alleen als er ‘iets’ dreigt wat door angst ervoor vervolgens ontkent wordt.

De eerste ontkenning is al dat we denken een lichaam te zijn dat kan denken. Dit blokkeert al elke verder gedachte. Het uitgangspunt is immers, ik ben een lichaam dat denkt dankzij de hersenen en ja dat lichaam, de hersenen, kunnen als het lichaam slaapt een droom hebben. En ja die dromen kunnen een symbolische betekenis hebben die mij, het lichaam iets probeert te vertellen over mijzelf als lichaam in een wereld tussen andere lichamen, situaties en dingen.
Maar daar stopt het. Het ‘waar’ maken van de wereld, het ‘waar’ maken van lichamen en de ‘ik’ als lichaam blokkeert iedere verdere mogelijkheid tot verder kijken, dan onze neus lang is.

Mijn lichaam is de held van de droom, het centrale punt in de droom, waardoor het niet eens meer gezien kan worden als een droom, maar als ‘echt’ wordt gezien en ervaren.

Maar ja dan komt toch vroeg of laat het onvermijdelijke moment dat de ‘ik’ dit in twijfel gaat trekken.
En zich gaat afvragen: “wie of wat is die ‘ik’”, en dan begint het grote zoeken.

Het zoeken begint altijd daar waar we denken en geloven te zijn: in het lichaam, waarvan we overtuigd zijn dat we dat zijn.
Dat wat we ‘kennen’ en ‘vertrouwen’ wordt her-gebruikt om onszelf stap voor stap terug te voeren op de weg terug naar het herinneren van wat we wilde vergeten, maar nooit compleet kunnen vergeten, omdat we zijn wat we Zijn.

We zijn de dromer van onze eigen droom, maar de dromer is niet het lichaam wat droomt, de dromer is zelf een droom, die droomt van afscheiding en de afscheiding is dus ook een droom, gedroomd als een gedachte, die zich denkt en geloofd los te kunnen maken uit  Eenheid, welke dus ook verworden is tot een gedachte, een geloof binnen de droom, een onmogelijke gedachte, die dus nooit plaats kan hebben…

Het leven is een droom, in een droom, in een droom, in een droom… en dat blijft zo… totdat we de stekker van het geloven erin eruit trekken. Want alleen het geloof erin houdt de droom in stand. Dus houden we angstvallig vast aan het waarmaken van de droom, koesteren we onze dromen van angst, want alles beter dan het idee van een lichaam te zijn moeten laten vallen, want dat vormt onze enige bescherming tegen Eenheid. Want wat zijn we zonder een lichaam, een gedachte? en dan nog slechts een geloof in een gedachte, een waanzinnige droom?

Een waanzinnige droom. En moeten we waanzin te lijf gaan door deze te bestrijden, of te ontkennen?
Als we de droom gaan bestrijden, ontkennen we dat het slechts een droom is. Het geloof in een droom kan alleen stoppen als we werkelijk zien en erkennen dat het een droom is en eruit ontwaken, zoals we ‘s morgens ontwaken uit onze slaapdromen en weten dat het niet werkelijk gebeurd is.

Dus zo kan het verhaal over onze slaapdromen symbool staan voor wat erachter verborgen wordt gehouden, namelijk dat ook het lichaam en dus de wereld een droom is, een geloof, dat maar één doel kan hebben: eruit te ontwaken. Want daar dienen dromen voor, dat is het kenmerk van dromen;  er uit te ontwaken. Niet één droom is eeuwig, want niets binnen de droom van tijd en ruimte is eeuwig, want dromen binnen tijd en ruimte zijn er juist voor bedacht de eeuwigheid te beperken en af te scheiden van Eeuwigheid, wat dus onmogelijk is.

Zo ontmoet een ontwaak programma als ECIW ons daar waar we denken en geloven te zijn en staat het tegelijkertijd symbool voor de onvermijdelijkheid van het ontwaken uit een droom, die nooit heeft kunnen plaatsvinden.
En zo is een ontwaak pad zoals ECIW ook een droom binnen de droom, een reis zonder afstand.
Maar wel een behulpzame droom die ons helpt zachtjes te ontwaken uit een droom die nooit bestaan heeft…

Echter het zachtjes ontwaken uit de droom, zal tijdens de reis van het terug herinneren in Waarheid niet als zachtjes ervaren worden. De weerstand zal groot zijn vanwegen het geloof in de angst en de zonde en schuld die aan de bron van de geboorte van de afscheiding staat.
Het is dus zaak goed te beseffen dat niet de angst en de zonde en de schuld de oorzaak van de droom zijn en dus bestreden moeten worden, of ontkend, maar dat slechts het geloof eruit terug getrokken hoeft te worden. En aangezien geloof altijd zijn oorsprong vindt in het denken, dus in de denkgeest (mind), heeft het niets te maken met het lichaam, dat ook slechts een gedachte projectie is, een geloof, vanuit de denkgeest. De pijn die dus ervaren wordt tijdens het ont-denken van de afscheiding is niet de pijn en het lijden van het lichaam, maar het geloof in de pijn en het lijden van de denkgeest, die zich door het te geloven, op deze manier verdedigt tegen het proces van het ontwaken uit de droom.

Vergeving is het milde middel dat ECIW ons aanbied om uit de droom te ontwaken. Vergeving ziet dat wat wij (denkgeest) denken en geloven dat heeft plaatsgevonden slechts een droom is en de eigenschap van een droom is dat deze niet voor eeuwig is, maar slechts een tijdelijke toestand waaruit onvermijdelijk ontwaakt zal worden en gezien zal worden, dat er niets gebeurd is.

…life is but a dream… niet gedroomd door het lichaam, maar door de dromer van de droom, die zelf ook een droom is in een droom van afscheiding, welke ook een droom is, een droom is, een droom is, een droom is…en niet ‘waar’.

De wereld op zich is niet het probleem, niet de projecties vormen een probleem, enkel en alleen het geloof erin maakt het onmogelijke ogenschijnlijk ‘waar’.
En zolang we geloven dat we lichamen zijn te midden van andere vormen is het onmogelijk te zien, laat staan te accepteren dat alles wat we zien enkel en alleen gebaseerd is op ons geloof erin. Een geloof afkomstig van de denkgeest (mind) die wil vergeten dat deze denkgeest is, door zich een wereld te projecteren en daar vervolgens in te geloven.

En als ik dan toch weer verward dreig te raken in het gedachten web van de egodenkgeest, waar ik als keuzemakende denkgeest dan kennelijk voor heb gekozen, onder het mom van ‘onbewust’, dan helpt het mijzelf als waarnemende/keuzemakende denkgeest er aan te herinneren, dat er alleen Eén is.
Als ik, ook al is het  misschien nog theoretisch en ervaar ik het nog niet helemaal, Eenheid als uitgangspunt neem, als matrix en ik leg dat over mijn problemen heen die altijd dualistisch zijn, dus ‘twee’, dus mijn keuze voor egodenkgeest, dan lopen mijn ‘dualistische’ gedachten al heel snel vast. En dat ervaar ik als heel behulpzaam.

Bijvoorbeeld ik heb een conflict met iemand, duidelijk een dualistische gedachte, want ik zie mijzelf en een ander lichaam die mot met elkaar hebben.
Maar wacht even als alles één is dan klopt het niet dat er ‘n ik en ‘n iemand is waarmee ik ‘n conflict heb. Vanuit het Eenheids denken heb ik (denkgeest) dus altijd een conflict met mijzelf, in mijzelf en omdat ik dat niet wil zien, omdat ik liever in de dualiteit blijf rondhangen, projecteer ik het conflict buiten mij, nu als twee lichamen die mot hebben, waarbij ik voor het gemak even vergeet dat het zich alleen maar in mijzelf in de denkgeest kan afspelen, zodat ik in ieder geval de onschuldige ben en iemand anders de schuldige.
Als ik bereid ben dit te aanvaarden dat het zo werkt, kan ik simpelweg niet meer in mijn eigen smoesjes en leugens geloven en sta ik open voor het andere gedachtesysteem, dat in verbinding staat met dat wat werkelijk is, en een volledig andere ervaring geeft.

%d bloggers liken dit: