archiveren

Maandelijks archief: juli 2015

Als de denkgeest ontwaakt dan weet ik gewoon dat het niet ‘mijn’ lichaam is dat iets denkt, zegt, doet. Ik weet dan dat er alleen denkgeest is, ook al kan deze van alles en nog wat projecteren, de projecties zijn nog steeds denkgeest materiaal.
Dan is ook duidelijk dat niet het lichaam iets doet, maar de denkgeest die dat laat weerspiegelen door zijn projecties en dat is totaal iets anders dan denken dat het lichaam iets doet.
Het ziet er hetzelfde uit, maar het is totaal 100% anders.
Het lichaam, de projectie dus, kan onmogelijk autonoom zijn, want het kan zijn bron, de denkgeest niet verlaten.
Dus oorzaak en gevolg bevinden zich beide in de denkgeest.
Derhalve kan welke oorzaak en of gevolg dan ook zich nooit buiten mij, de denkgeest bevinden, ook al vindt er projectie plaats.

Hou even in gedachten, want dat is behulpzaam bij het begrijpen dat er altijd maar ‘één’ is, dat alles zich afspeelt in de ene denkgeest, ook al ervaren we ‘twee’, omdat we denken en geloven dat wat we buiten ons denken te zien en ervaren, ons is aangedaan door ‘anderen’.
ECIW zegt hierover:

“De wereld demonstreert slechts een oeroude waarheid: je zult geloven
dat anderen jou precies datgene aandoen wat jij denkt dat jij hun hebt aangedaan.
Maar als je eenmaal jezelf zover hebt gebracht hun de schuld te
geven, zul je de oorzaak niet zien van wat ze doen, omdat jij verlangt dat
de schuld op hen rust. Hoe kinderachtig is de koppige manoeuvre om je
onschuld te behouden door de schuld naar buiten af te schuiven, maar
nooit los te laten! Het is niet makkelijk de grap daarvan te zien wanneer
jouw ogen overal rondom je de zware gevolgen ervan aanschouwen, maar
zonder hun onbeduidende oorzaak. Zonder de oorzaak lijken de gevolgen
ervan inderdaad ernstig en droevig. Toch volgen ze er slechts uit. En
het is juist hun oorzaak die uit niets volgt, en slechts een grap is” (T27.VIII.8:1-6).

en even verderop, mijn favoriete aanhaling:

“Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet. Wat
ook de vorm van de aanval is, dit is nog steeds waar. Wie ook de rol van
vijand of van aanvaller op zich neemt, dit is nog steeds de waarheid. Wat
ook de oorzaak lijkt van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds
waar. Je zou namelijk helemaal niet reageren op figuren in een droom
waarvan je wist dat je die droomde. Laat ze zo haatdragend en kwaadaardig
zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve
wanneer jij naliet in te zien dat het jouw droom is” (T27.VIII.10:1-6).

En geloven dat wat ‘anderen’, of ‘iets’ mij aandoet de oorzaak is van mijn lijden, komt van het geloof in de onderliggende zonde, schuld en angst die kost wat kost verborgen moet blijven, want daaronder ligt de oerangst voor ‘God’, de grote griezelige onbekende stille kracht die zint op wraak, waar ik niet naar mag kijken, omdat ik dan op z’n minst in een zoutpilaar zal veranderen, en wie wil dat nou…?
En dit soort eigenlijk kinderachtige gedachten, deze ‘nietige dwaze ideeën’, waarom we vergeten te lachen, nemen we dan serieus waardoor onze projecties werkelijkheid lijken te worden.

Terug naar ‘één’…
Zodra we weer even bereid zijn terug te gaan naar dat alleen maar ‘één’ mogelijk is, klopt dit hele bovengenoemde verhaal gewoon niet meer.
Alles wat we buiten ons denken en geloven te zien, past niet in de gedachte van ‘één’.
Dan zijn er maar twee mogelijkheden, waarvan er maar één echt mogelijk is:
of ‘twee’ is waar en de wereld van de ‘tweeheid’ is waar en is de wereld die we zien en ervaren ‘echt’ en niet zomaar een droom van afscheiding, of ‘één’ is waar, vergis ik me en ben ik bereid, werkelijk bereid de omslag te maken, en met deze zelfchantage te stoppen, waarbij ik wat ik eerst dacht en geloofde dat waar was om laat keren, dmv Ware Vergeving, wat onvermijdelijk zal leiden tot het ontwaken uit deze nachtmerrie die ik mijn leven noem.
Meer keuzes zijn er niet.

Ik weet het, het is enorm lastig mijzelf niet in de slachtofferrol/dader te zien en ook te zien dat de zgn anderen ook geen slachtoffer/dader zijn. De bewijzen lijken enorm sterk. Kijk wat ik moet doorstaan, kijk wat een pijn ik heb, kijk hoe ik lijd dankzij jou, kijk hoe slecht de wereld is, kijk naar alle armoe, kijk naar alle oorlogen, de vernietiging van het milieu, en de rijken die alsmaar rijker worden en de armen die alsmaar armer worden, kijk naar alle onrecht in de wereld, kijk naar die afschuwelijke zich zelf verrijkende financiële wereld, kijk hoe ik wordt behandelt door anderen, kijk dan, ik ben toch niet blind!!

Jawel, ik ben ‘blind’ en zie niet dat ik dit alles projecteer, met maar een doel, mijzelf te chanteren, voor de gek te houden, om maar hoe dan ook in ‘twee’, in afscheiding te blijven geloven, en daardoor uit handen van de ‘grote enge boeman’ die mij wil vernietigen, te blijven.
Dit willen zien en toegeven stuit op enorme weerstand, een weerstand die komt van de onderliggende zonde, schuld en angst, die de motor van de weerstand vormen.
Zelf merk ik dat ik pas bereid ben om het ‘anders’ te willen zien als de situatie echt te erg, en onhoudbaar wordt en ik geen kant meer op kan.
Dan komt er een moment dat ik denk: “ok, ok, ik weet het niet meer, dit werkt niet, niets lijkt te werken, ik geef me over, ik laat alles vallen, ik ben bereid te ‘luisteren’, naar de andere mogelijkheid, naar de andere keuze”.
En dan is het niet zo dat er dan van buiten mij ‘iets’ in mijn leven komt, een soort Superman die mij komt redden en mij bevrijd van al die idioten die mij het leven zuur maken. En ook niet dat ‘ik’ het lichaam, de persoon Annelies, zelf wel bepaal wat ik wil en wat goed is voor mij, ik heb al die eikels buiten mij niet nodig. Ik ben de baas over mij eigen leven en ik maak mijn eigen leven, zoals ik dat wil, ik ga vanaf nu alleen maar zorgen dat ik geniet!
Nou, succes…

Nee, dat is niet wat ware bevrijding doet. Voor ware bevrijding, ware vrijheid, is een volledig omslag nodig van mijn hele denksysteem.
Niet het denksysteem van de persoon Annelies, maar van de denkgeest die denkt en geloofd dat deze het lichaam, de persoon Annelies is.
Dan zal ik in moeten gaan zien dat alles wat ik eerst dacht, pure zelfchantage is, dat ik wil lijden, dat ik andere buiten mij de schuld wil geven van mijn lijden, en ik mijzelf schuldig wil voelen en…. dat ik me vergis.

Ik beschuldig een ander ervan dat ik hem/haar onmogelijk lief kan hebben van wegen haar/zijn aanvallende gedrag, dat alles behalve liefde uitbeeld:

“De wereld demonstreert slechts een oeroude waarheid: je zult geloven
dat anderen jou precies datgene aandoen wat jij denkt dat jij hun hebt aangedaan.”

Daarmee de schuld die ik in mijzelf voel en zie uit projecteer buiten mij dus, en nu een ander buiten mij waarneem die schuldig is, waardoor ik de oorzaak van de schuld niet meer zie, en ik mijn schuld lekker kwijt ben en onschuldig blijf.

“Maar als je eenmaal jezelf zover hebt gebracht hun de schuld te
geven, zul je de oorzaak niet zien van wat ze doen, omdat jij verlangt dat
de schuld op hen rust.”

Betekent dit dat ik als ik dit zie, mijn gedrag ten opzichten van haar/hem moet veranderen en gewoon maar ‘lief’ en ‘aardig’ moet zijn, dwars tegen mijn weerstand in?
Nee, het gaat niet om gedragsverandering, het gaat om, nogmaals, op de eerste plaats om de omslag in het denken, het denken van de denkgeest, niet over het gedrag van de projectie.
Pas als dat heeft plaatsgevonden kan ik echt vanuit Liefde denken en handelen, en hoe dat ‘handelen’ eruit ziet, is niet iets wat ik vanuit mijn beperkte ego zicht, dat alleen afscheiding kan zien, kan bepalen. Loslaten en overgeven betekent elke uitkomst open laten in het volle vertrouwen dat ik niet kan weten wat ‘goed’ is of wat ‘fout’ is. Elke zelf-invulling, elke zelf gekozen uitkomst zal als een belemmering werken, omdat deze vanuit angst komt, vanuit afscheiding:

“Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst
van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. En wat hij hoort kan
zonder meer heel verbijsterend zijn. Het kan ook ogenschijnlijk helemaal
niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet,
en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid
lijkt te brengen. Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde
hebben. Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld
dat hij achter zich zou kunnen laten. Vel geen oordeel over de woorden
die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. Ze zijn veel wijzer dan
de jouwe. Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen.
En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn
Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de
Hemel zelf” (H21.5:1-8).

Let wel, Gods Woord waarover wordt gesproken, is niet afkomstig van een God buiten mij, het staat symbool voor de herinnering aan wat ik in werkelijkheid ben één in God, één in Waarheid, één in Liefde, één in Geest.

Laat ik met een conclusie beginnen wat betreft beloften.
De enige belofte die onmogelijk verbroken kan worden is de belofte dat er alleen Eenheid is, en de eigenschap van Eenheid is dat deze nooit verbroken kan worden.
Dus eigenlijk is de belofte niet eens nodig, want een belofte doen is suggereren dat er iets verbroken kan worden.
En suggereren dat de belofte van Eenheid wel verbroken kan worden, en werkelijkheid kan worden, is wat we ons leven noemen en wat onze wereld uitbeeld en weerspiegeld.

We maken dus een big deal van het verschijnsel onze beloften houden en waarmaken.
Maar niet om de reden die we denken (denk aan les 5).
Daarbij gaat het helemaal niet om bepaalde beloften die gedaan zijn over iets wat dan wel of niet nagekomen moet worden in enige vorm.
De achterliggende verborgen agenda is de onmogelijkheid van het verbreken van Eenheid toch waar te maken. Dus eerst wordt de onmogelijkheid om Eenheid te verbreken omgedraaid naar het toch mogelijk maken door zgn de belofte met Eenheid te verbreken. Dit verbreken van de belofte van Eenheid, wat dus onmogelijk is, moet wel tot zonde, schuld en angst gedachten/gevoelens lijden, welke ook eigenlijk onmogelijk zijn, omdat ze uit een onmogelijk idee stammen. Dit geeft wel even een andere kijk op de uitdrukking: “belofte maakt schuld”, bedenk ik me ineens.
Maar omdat de herkomst van zonde, schuld en angst ‘vergeten’ wordt en dus schijnbaar losgeraakt is van hun oorzaak, lijkt ons basisgevoel steeds uit vormen van zonde, schuld en angst te bestaan dat voor een constant onveilig, onzeker, op je hoede gevoel zorgt, dat weer opgelost moet worden door zoiets als het houden van beloften te verzinnen.
En daarbij hoort dus ook het verbreken van beloften. We eisen, om een soort van pseudo veilig gevoel te creëren, dat men zijn beloften nakomt, maar aangezien we zgn de belofte van Eenheid hebben geschonden en dit geloven en tegelijkertijd vergeten en daardoor ontkennen dat we die belofte hebben gedaan, blijven we dit projecteren. En die projecties zien we terug in ons eigen leven en dat van anderen, wat hetzelfde is.
En dus doen we ons hele leven lang beloften, die bij voorbaat al zijn gedoemd te mislukken, wat ook de achterliggende verborgen agenda en doel is van onze keuze voor te denken vanuit de ego kant van de denkgeest, die deze gedachte constructies bedenkt, om maar uit Eenheid te blijven.

Maar die verborgen agenda blijft verborgen, zodat we beloften blijven eisen en afdwingen en vervolgens weer verbreken.
Op die manier blijft het mogelijk schuldigen aan te wijzen buiten ons, als er weer eens een belofte geschonden lijkt te zijn, en we zodoende ons diepere schuldgevoel van dat we het voor elkaar hebben gekregen de belofte van Eenheid te schaden, maar niet hoeven te voelen, omdat dat ondragelijk is. En waarom is het ondragelijk, omdat het onmogelijk is. De belofte van Eenheid, van Waarheid, de belofte aan God kan niet geschonden worden. Gedachten, ideeën verlaten nooit hun bron, de denkgeest.

Dus in een dualistisch gedachtesysteem, dat wat ons leven is, is het nakomen van beloften onmogelijk, van wegen de dualistische aard, die door zijn aard veranderlijk is. Een onveranderlijke beloften doen is onmogelijk binnen dit denksysteem van dualiteit.

Dat wil niet zeggen dat ik nu geen beloften meer moet maken, want dit zijn nu eenmaal de spelregels binnen dit dualistische denksysteem. Ik hoef ze echter niet meer voor waar aan te nemen, ik hoef me er niet mee te identificeren. En, het belangrijkste, ik kan door te zien dat wat ik probeer te bereiken binnen de onmogelijkheid van het verbreken van de belofte van Eenheid, ik opnieuw de keuze kan maken hier anders naar te kijken en mijzelf vergeven dat ik geloof in het krankzinnige idee dat ik de belofte aan Eenheid, aan God kan verbreken.
Zodoende krijgt het verbreken van beloften een nieuwe functie, namelijk dat van vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Dus, als ik zie dat iemand zijn belofte verbreekt en ik daar kwaad over wordt, dan word ik niet kwaad om de reden die ik denk. Ik zie dan eigenlijk mijn eigen angst weerspiegeld voor de zgn ‘zonde’ die ik heb begaan, en de straf die daar wel op moet volgen, door mijn belofte aan Eenheid, aan God te hebben verbroken. Deze verborgen gedachte is ondragelijk en de enige uitweg is het rot gevoel snel naar buiten te projecteren, zodat ik iemand anders als de schuldige voor het verbreken van beloften aan kan wijzen en ik onschuldig blijf.

Maar aangezien er alleen denkgeest is en de wereld en ik en anderen en verder alles ook een gedachte is, ook al worden ze geprojecteerd, is er maar één verantwoordelijk voor zijn gedachten en dat is de dromer van de droom. Een ‘ik’ fragmentje dat denkt te zijn losgeraakt uit Eenheid, en niet door heeft, vergeten is, dat dat onmogelijk is en dat er nog steeds maar Een Geest is die alles omvat.
Dit betekent dat we allemaal dezelfde strijd voeren en we ook allemaal als één zullen Ontwaken.
Dat is de enige belofte die niet verbroken kan worden.

Het is niet de bedoeling het ego te vernietigen, het is niet nodig ons (denkgeest) te ontdoen van het ego, het te bevechten, het is niet de bedoeling het ego te ontkennen, het te omhelzen, het te analyseren, het enige wat er te doen staat is het ego te ontmaskeren als zijnde een GEDACHTE een gedachte waarin geloofd wordt, en gedacht wordt door de denkgeest die zelf ook een gedachte is en dus alleen bestaat bij de gratie van het geloof erin, meer is het niet. Een gedachte, gedacht door de denkgeest die maar één doel heeft; geloven dat afscheiding van EENHEID mogelijk is.
Elke gedachte die het meer probeert te maken dan een gedachte is een waangedachte, nog steeds een gedachte dus.

Voel hoe de zwaarte wegvalt als je de gedachte, al is het maar voor even, toelaat, dat er alleen ‘gedachte’ is, gedacht door de denkgeest, die zelf ook een gedachte is. Als de logge gedachten over lichamen, en alle andere vormen, een vorm proberen aan te nemen die onmogelijk is, en daarom als zwaar, log, vermoeiend, uitputtend, pijnlijk wordt ervaren, wegvallen.
En als de angst, de weerstand te groot is om dit, al is het maar voor heel even, toe te laten, weet dan dat dat komt, niet door angst, maar door het geloof in angst, omdat angst verborgen moet houden dat alles een gedachte is, ook de zogenaamde ik denkgeest+lichaam, welke ook een gedachte is.

Alles is een gedachte die in staat lijkt tot verwezenlijking en werkelijk gevolgen. Dit is niet zo enkel geloof erin doet het zo lijken.

Ware Vergeving werkt alleen als we het geloof in onze waangedachten vergeven, omdat we dan pas echt willen zien dat een gedachte en het geloof in dat een gedachte tot iets in staat is, enkel en alleen een waangedachte is.
En hoe makkelijk en licht is het om een waangedachte te vergeven…?

Naarmate de denkgeest meer en meer, stap voor stap terugkeert in zijn ‘bewustzijn’, zich weer bewust wordt van wat hij is, namelijk denkgeest en niet een lichaam, verliest de keuze van de keuzemakende/waarnemende kant van de denkgeest voor de ego kant van de denkgeest zijn aantrekkingskracht.
Totdat die aantrekkingskracht helemaal verdwenen is, omdat simpelweg de bewustwording van de keuze voor de ego kant van de denkgeest gewoon geen optie meer is. De denkgeest is zich dan helemaal bewust van de waanzin, de onzinnigheid van die keuze en deze keuze hoeft dan ook niet meer gemaakt te worden. Er is het 100% bewustzijn van het weten denkgeest te zijn en daaruit volgend ook het 100% de verantwoordelijkheid nemen voor de keuze steeds weer te kiezen voor op de eerste plaats denkgeest te zijn en daaropvolgend de bewuste vanzelfsprekende keuze voor de HG kant van de denkgeest, die tevens de herinnering is en de sleutel voor terug herinneren in Eenheid, Waarheid, God, Liefde…
Dat wat we ontwaken noemen is dus het ontwaken uit de droomstaat waarin de keuzemakende/waarnemende denkgeest zich waande en ‘vergat’ dat hijzelf die keuze maakte.
Nu de keuzemakende/waarnemende denkgeest zich weer herinnert wat hij is; denkgeest, onderdeel van onveranderlijke Eenheid en niet meer geloofd in zijn eigen dromen van afscheiding en deze niet meer serieus neemt, heeft hij zijn rechtmatige positie weer ingenomen en kan hij alleen nog maar wat ECIW noemt de hemelse staat ten volle weerspiegelen. Dit is nog niet de allerlaatste stap, Bewustzijn is niet het einde, maar dat zal de volgende logische stap zijn, waar de zich volledig Bewuste denkgeest zich geen zorgen over maakt, immers alles zonde, schuld en angst zijn dan verdwenen….

Het is een regelrechte openbaring te beseffen dat werkelijk alles wat ik denk te weten gebaseerd is op mijn geloof erin! Dat dus niets ‘waar’ is. Dat mijn hele wereld enkel en alleen gebaseerd is op ‘geloof’. Geloof, wat een geloof lijkt te zijn in ‘iets’, een mens, een ding, een situatie, maar eigenlijk het geloof in afscheiding verbeeld. Een afscheiding die onmogelijk is, maar wel mogelijk lijkt, door mijn geloof er in. Hoe kan ik dan nog iets serieus nemen, van wat ik mijn leven noem?  Als ik echt bereid ben dit te doorzien, dan is er nog maar één uitweg uit deze waanzinnige droom, die ik mijn wereld noem, en dat is alle geloof uit alles terugtrekken en vergeven. Ook het geloof dat als ik dat doe vernietigd zal worden, dood ga, en alles zal verliezen wat mij dierbaar is.
Het enige ‘dierbare’ wat ik verlies is mijn geloof in waanzin, en is dat erg?

…life is but a dream…

Het leven is een droom, wat betekent dat…
Laten we eerst kijken naar wat we onze slaapdroom noemen, dat is een begrip wat we kennen en ook min of meer snappen.
We denken en geloven dat we een lichaam zijn en dat lichaam kan als het gaat slapen dromen.
Als we dan ’s ochtend wakker worden, dan weten we soms nog heel goed wat we gedroomd hebben, of we zijn het vergeten. We beweren echter nooit dat de droom ‘echt’ gebeurd is, ook al leek deze heel echt, het was maar een droom, en we accepteren hooguit dat de droom een symbolische betekenis heeft, of bedoeld is als manier voor de hersenen om alle impulsen van de dag te verwerken.
En als het een nachtmerrie was halen we opgelucht adem dat we gelukkig weer wakker geworden zijn uit die nachtmerrie en hopen dat die nachtmerrie niet weer terug zal komen.
En we beweren soms ook dat ook al zijn we een droom vergeten, we altijd dromen.
We kunnen ook leren, wordt beweerd, controle over onze slaapdromen te krijgen. Daar zijn zelfs cursussen voor.  En we kunnen dromen gebruiken als toekomstvoorspellers, de zogenaamde voorspellende dromen.
Kortom we denken alles te weten over dromen en maken duidelijk onderscheid tussen de dromer van de droom, het lichaam en de droom. En we noemen de dromer van de droom, het lichaam ‘echt’ en de droom… een droom, een illusie. En daarmee is het verhaal klaar zo denken we…

Maar stel dat bovenstaand verhaal alleen maar als functie heeft te verbergen wat er achter dat verhaal  verborgen wordt gehouden?
Als dat idee plotseling naar boven komt, ben ik dan paranoia, of heb ik last van complot gedachten?
(erg ‘in’ tegenwoordig).
Of raak ik aan een belangrijke herinnering, een ‘vergeten’ dat zich langzaam een weg baant omhoog in het bewustzijn?

Misschien staat bovenstaand verhaal wel symbool voor iets heel anders, iets wat we vergeten zijn, iets wat we willen vergeten, waardoor de symboliek als ‘waar’ wordt gezien. Stel dat de wereld die we als ‘echt’ beschouwen ook een droom is, een nachtmerrie vaak, en symbool staat voor iets anders?
Het feit dat ik dit kan denken staat al symbool voor dat het wel eens zo zou kunnen zijn, want als het een onmogelijk idee zou zijn, dan zou het niet in me op kunnen komen, of het zou niet in me op kunnen komen omdat ik het wil vergeten en dus ontken. Maar ontkennen kan alleen als er ‘iets’ dreigt wat door angst ervoor vervolgens ontkent wordt.

De eerste ontkenning is al dat we denken een lichaam te zijn dat kan denken. Dit blokkeert al elke verder gedachte. Het uitgangspunt is immers, ik ben een lichaam dat denkt dankzij de hersenen en ja dat lichaam, de hersenen, kunnen als het lichaam slaapt een droom hebben. En ja die dromen kunnen een symbolische betekenis hebben die mij, het lichaam iets probeert te vertellen over mijzelf als lichaam in een wereld tussen andere lichamen, situaties en dingen.
Maar daar stopt het. Het ‘waar’ maken van de wereld, het ‘waar’ maken van lichamen en de ‘ik’ als lichaam blokkeert iedere verdere mogelijkheid tot verder kijken, dan onze neus lang is.

Mijn lichaam is de held van de droom, het centrale punt in de droom, waardoor het niet eens meer gezien kan worden als een droom, maar als ‘echt’ wordt gezien en ervaren.

Maar ja dan komt toch vroeg of laat het onvermijdelijke moment dat de ‘ik’ dit in twijfel gaat trekken.
En zich gaat afvragen: “wie of wat is die ‘ik’”, en dan begint het grote zoeken.

Het zoeken begint altijd daar waar we denken en geloven te zijn: in het lichaam, waarvan we overtuigd zijn dat we dat zijn.
Dat wat we ‘kennen’ en ‘vertrouwen’ wordt her-gebruikt om onszelf stap voor stap terug te voeren op de weg terug naar het herinneren van wat we wilde vergeten, maar nooit compleet kunnen vergeten, omdat we zijn wat we Zijn.

We zijn de dromer van onze eigen droom, maar de dromer is niet het lichaam wat droomt, de dromer is zelf een droom, die droomt van afscheiding en de afscheiding is dus ook een droom, gedroomd als een gedachte, die zich denkt en geloofd los te kunnen maken uit  Eenheid, welke dus ook verworden is tot een gedachte, een geloof binnen de droom, een onmogelijke gedachte, die dus nooit plaats kan hebben…

Het leven is een droom, in een droom, in een droom, in een droom… en dat blijft zo… totdat we de stekker van het geloven erin eruit trekken. Want alleen het geloof erin houdt de droom in stand. Dus houden we angstvallig vast aan het waarmaken van de droom, koesteren we onze dromen van angst, want alles beter dan het idee van een lichaam te zijn moeten laten vallen, want dat vormt onze enige bescherming tegen Eenheid. Want wat zijn we zonder een lichaam, een gedachte? en dan nog slechts een geloof in een gedachte, een waanzinnige droom?

Een waanzinnige droom. En moeten we waanzin te lijf gaan door deze te bestrijden, of te ontkennen?
Als we de droom gaan bestrijden, ontkennen we dat het slechts een droom is. Het geloof in een droom kan alleen stoppen als we werkelijk zien en erkennen dat het een droom is en eruit ontwaken, zoals we ‘s morgens ontwaken uit onze slaapdromen en weten dat het niet werkelijk gebeurd is.

Dus zo kan het verhaal over onze slaapdromen symbool staan voor wat erachter verborgen wordt gehouden, namelijk dat ook het lichaam en dus de wereld een droom is, een geloof, dat maar één doel kan hebben: eruit te ontwaken. Want daar dienen dromen voor, dat is het kenmerk van dromen;  er uit te ontwaken. Niet één droom is eeuwig, want niets binnen de droom van tijd en ruimte is eeuwig, want dromen binnen tijd en ruimte zijn er juist voor bedacht de eeuwigheid te beperken en af te scheiden van Eeuwigheid, wat dus onmogelijk is.

Zo ontmoet een ontwaak programma als ECIW ons daar waar we denken en geloven te zijn en staat het tegelijkertijd symbool voor de onvermijdelijkheid van het ontwaken uit een droom, die nooit heeft kunnen plaatsvinden.
En zo is een ontwaak pad zoals ECIW ook een droom binnen de droom, een reis zonder afstand.
Maar wel een behulpzame droom die ons helpt zachtjes te ontwaken uit een droom die nooit bestaan heeft…

Echter het zachtjes ontwaken uit de droom, zal tijdens de reis van het terug herinneren in Waarheid niet als zachtjes ervaren worden. De weerstand zal groot zijn van wegen het geloof in de angst en de zonde en schuld die aan de bron van de geboorte van de afscheiding staat.
Het is dus zaak goed te beseffen dat niet de angst en de zonde en de schuld de oorzaak van de droom zijn en dus bestreden moeten worden, of ontkend, maar dat slechts het geloof eruit terug getrokken hoeft te worden. En aangezien geloof altijd zijn oorsprong vindt in het denken, dus in de denkgeest (mind), heeft het niets te maken met het lichaam, dat ook slechts een gedachte projectie is, een geloof, vanuit de denkgeest. De pijn die dus ervaren wordt tijdens het ont-denken van de afscheiding is niet de pijn en het lijden van het lichaam, maar het geloof in de pijn en het lijden van de denkgeest, die zich door het te geloven, op deze manier verdedigt tegen het proces van het ontwaken uit de droom.

Vergeving is het milde middel dat ECIW ons aanbied om uit de droom te ontwaken. Vergeving ziet dat wat wij (denkgeest) denken en geloven dat heeft plaatsgevonden slechts een droom is en de eigenschap van een droom is dat deze niet voor eeuwig is, maar slechts een tijdelijke toestand waaruit onvermijdelijk ontwaakt zal worden en gezien zal worden, dat er niets gebeurd is.

…life is but a dream… niet gedroomd door het lichaam, maar door de dromer van de droom, die zelf ook een droom is in een droom van afscheiding, welke ook een droom is, een droom is, een droom is, een droom is…en niet ‘waar’.

%d bloggers liken dit: