“Wil ik mijzelf hiervan beschuldigen?”, in de praktijk….

Het idee van zelfhaat speelt zich nog verder uit met les 134 in gedachte:

“Laat me vergeving zien zoals ze is.
Wil ik mezelf hiervan beschuldigen?
Ik zal mezelf deze keten niet omhangen” (WdI.134.17:3-5).

Het wordt me nu echt nog helderder, hoe sterk de zelfhaat lijkt.
Ik zie nu echt elke zelf aanval in bijna elke gedachte.
Een heel eenvoudig alledaags voorbeeldje uit de praktijk, dat het verborgen doel, via oordelen en zelf haat in de afscheiding te blijven, mooi illustreert.
Hierbij gaat het dus niet om het verhaal, maar om het verborgen doel wat erachter ligt, en dat verborgen doel is altijd ‘in de afscheiding blijven’ te illustreren.

De afwasmachine had zijn programma niet afgemaakt, omdat er net even wat weerstand tegen de klep duwde, in de vorm van een dwarsliggende vork, waardoor het programma ergens halverwege was gestopt.
Manlief wees me daarop en we spraken erover, hoe dat kon en, wat goed dat ie vanzelf stopte, door ingebouwde beveiliging, en dat ik al vond dat ie wat vreemd klonk, alles op een gewone toon…
Maar ergens op de achtergrond kwam er een golf van zelf oordeel en zelf haat op, in de vorm van; ik ‘hoor’ man lief ‘oordelen’: jij hebt die vork verkeerd in de vaatwasser gezet, jij kan geen afwasmachine inruimen, jij bent zondig, schuldig, angst!!!!
En ik voelde de enorme aantrekkingskracht van deze zelf oordelende gedachte, de enorme zelf haat die eruit sprak en ik zag me naar mijn favoriete projectie wapen, nagelbijten grijpen: symbool voor zelfvernietiging…
AHA!, duidelijk, hoorde ik ook: ‘Wil ik mijzelf hiervan beschuldigen?, wil ik mijzelf in de ketenen van het geloof in zonde, schuld en angst slaan?
En weer voelde ik de aantrekkingskracht van: ‘ja natuurlijk wil ik dat, ik heb gelijk, ik wordt veroordeeld! Ik moet worden gestraft!’
Maar tegelijkertijd de bewustwording van ik bevind mij altijd op waarnemende denkgeest post en wil me niet meer identificeren met de oordelende in zonde, schuld en angst gelovende denkgeest. Dus de keuze is altijd, wil ik gelijk krijgen of me vrij weten van zonde, schuld en angst, uit geprojecteerd als zelfhaat, in dit geval in dit op zich kleine vergrijp.
Nu lijkt dit een onbelangrijk, onzinnig, triviaal voorbeeldje, ‘waar maak je je druk over’ voorbeeldje, maar het is een goed voorbeeld van dat elke gedachte het afscheidingsdoel in zich heeft. Of het nu om een afwasmachine gaat of over een vernietigingswapen, het is hetzelfde nietig dwaas idee.
En elke vorm waarvan ik denk dat deze de oorzaak is van mijn onrust, is een vergissing en is niet de echte reden waarom ik in onvrede raak.
Dus of ik me nu boos maak om wat ik nu ter plekke op zie komen: ‘ze zullen wel weer alleen het verhaal horen en daarop reageren, in plaats van de symboliek willen zien’, of dat ik me druk maak om de grote rampen des levens, het is allemaal hetzelfde. Ik zie iets buiten mij gebeuren, omdat ik het zelf oordeel en de zelf haat niet onder ogen durf te zien, want te pijnlijk, en deze uit projecteer zodat de zonde, schuld en angst zich buiten mij lijken te bevinden.
Dit te kunnen en willen zien vereist veel oefening en de wil bloed eerlijk te kijken naar al mijn gedachten, vooral mijn mijzelf chanterende gedachten.
En ik ben meer dan bereid eerlijk te zijn tov mijn eigen gedachten. Ik wil al deze zelf oordelen van zelf haat alleen nog maar zien als vergevingskansen en vergevingsmateriaal, zodoende krijgen al die zogenaamde gebeurtenissen die ik buiten mijzelf denk en geloof te zien een andere functie, door me steeds af te vragen als ik weer een zelf oordeel en zelf haat op voel komen:

“Laat me vergeving zien zoals ze is.
Wil ik mezelf hiervan beschuldigen?
Ik zal mezelf deze keten niet omhangen” (WdI.134.17:3-5).

En niet als een soort magische mantra, maar omdat ik het echt meen!
Met het mijzelf vergeven van al mijn zelf beschuldigingen, die zich dus enkel en alleen op denkgeest niveau afspelen, bevrijd ik de hele denkgeest, omdat er maar één denkgeest is.

En om het allemaal in het juiste perspectief te blijven zien nog even deze reminder:

“In de eeuwigheid,waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de
Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte
een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.
Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen
inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de
tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat” (T27.VIII.6:2-5)

3 reacties
  1. Therese zei:

    Super Illusje. Eigenlijk begrijp ik nu pas goed wat met ‘wil ik mezelf hiervan beschuldigen’bedoeld wordt. Heel goed uitgelegd! En inderdaad of het nu om grote of kleinigheden gaat. Zodra we angst voelen opkomen is het omdat we denken niet goed genoeg te zijn, te falen en veroordeeld te worden. Het is onze eigen angst voor God. Dat bedoel je toch hè?
    Stuur je bericht door aan man en zus… :–)

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: