archiveren

Dagelijks archief: juni 27, 2014

Hoorde net Steven Hawking tot een interessante stelling komen op de vraag wat was er voor de oerknal.
Zijn antwoord was,: ‘niets’, want de oerknal en het ontstaan van het heelal was de start van tijd en ruimte. Dus voor dat dat ontstond was er geen tijd en ruimte, dus was er niets voor de oerknal en dus ook geen God die de wereld en het universum geschapen heeft. Einde geloof in een God die hemel en aarde schiep.
Komt in de richting van de Cursus, met dit verschil dat de Cursus weliswaar ook stelt, dat er voor de oerknal inderdaad niets was, maar erna ook niet, sterker nog het is nooit gebeurt, en het ‘niets’, wat nooit gebeurt kan zijn is dus ook nooit iets werkelijks geworden, het is een ‘idee’, een gedachte.
en dat blijft het. We zitten dus opgescheept met een gedachte die door het geloof erin ‘echt’ lijkt en waar gebeurt lijkt. Dat gaan we niet snappen zolang we geloven een lichaam te zijn op een planeet in een universum.
Want juist dat geloof houd de gedachte en het geloof erin in stand.
Stappen we echter ‘even’ (nou ja ‘even’ de weerstand dit te willen doen is zo groot als het schijnbare universum zelf) uit dat geloof, dan bevinden we ons in de positie van denkgeest, de denkgeest die kan waarnemen en kan kiezen, voor wat deze wil geloven.
De stelling van Hawking kan in ieder geval een einde maken aan de angst voor God, een God die hemel en aarde gemaakt heeft en ons kan maken én breken, naargelang zijn voorkeuren en humeur.
Dat bestaat dan niet meer. Diezelfde stelling echter kan juist weer een nog grotere angst en dus weerstand oproepen, omdat het dan kan lijken of elke houvast en troost wegvalt. Een ‘gelovige’ zal zich in de steek gelaten voelen, en zich enorm verzetten, een atheïst, zal opgelucht ademhalen en denken nu zelf de touwtjes in handen te hebben en vrolijk aan de slag gaan de wereld te verbeteren.
Beide zijn echter egodenkgeest uitingen, omdat ze beide nog uitgaan van een werkelijk bestaande wereld en universum. En dan blijf je gevangen in een dualistisch denkpatroon gebaseerd op tijd en ruimte.
De stelling van Hawking is dus wel geruststellend en in zekere zin juist, maar ook weer geheel doodlopend, omdat de wereld nog wel als ‘waar’ en heel echt wordt gezien.
We lijken nu door deze stelling af te zijn van de angst voor God, want er is geen God, maar ondertussen wordt doordat de wereld en het universum toch nog als ‘waar’ en echt wordt gezien, de onderliggende angst voor God, wat niet de angst voor de scheppende God is, maar de angst voor dat het mogelijk is uit de Eenheid (die vormloos is) te stappen, nu volledig aan het ‘oog’ ontrokken.
We kunnen echter door deze nieuwe zienswijze, dat God de wereld en het universum niet geschapen heeft, maar nog wel ervarend in een wereld die we als ‘waar’ ervaren, onmogelijk het ‘niets’ ervaren, laat staan uitleggen.
Het enige wat we kunnen doen, als we dit laatste aanvaarden, is alles wat het onmogelijk maakt dit te snappen te schrappen, als onwaar aan te merken, zodat dat wat wel ‘waar’ is en dus niet beschreven kan worden tenslotte overblijft.
Dan krijgt deze hele wereld die ontstaan is uit een nietig dwaas idee, en dat ook blijft, toch nog een bruikbare, zinvolle functie, namelijk die van vergevingskansen en vergevingsmateriaal. Die functie kan ons leven krijgen als we tot de conclusie komen dat niets werkt in deze wereld en dit universum en er een andere manier moet zijn. Ware vergeving laat zien dat er niets gebeurt is en er geen zondige en schuldige zijn die gestraft zullen worden door God.
Dan begint het grote avontuur terug naar het punt waar dat wat leek te beginnen nooit begon.
Kortom de beste ‘grap’ ooit:

‘In de eeuwigheid,waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de
Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte
een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.
Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen
inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de
tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat’
(T27.VIII.6:2-5).’

%d bloggers liken dit: