archiveren

Dagelijks archief: februari 25, 2014

De we, de ene denkgeest, droomt verhalen, dit wat we nu ervaren en ons leven noemen, is een verhaal, niets meer en niets minder. De we, de ene denkgeest, dwaalt rond in zijn eigen verhalen en dromen. En het zijn er velen, allemaal met maar één thema: afscheiding. Het verhaal, het sprookje, de fabel, de film, het boek van de afscheiding waarin wordt verbeeld, geprojecteerd wat nooit gebeurt kan zijn. Daarom blijft het slechts een verhaal, een sprookje, een fabel, een film een boek en kan nooit de Werkelijkheid, de Werkelijkheid van de Eenheid, of de Liefde van God vervangen of verdringen.
Het kan de Werkelijkheid wel doen laten vergeten. En dat is precies wat de verhalen doen. Door ze serieus te nemen en als waar, worden ze de vervangers van de ene Waarheid. Niet dat de Waarheid echt vervangen of vergeten kan worden door verhalen, maar de we, de ene denkgeest, kan dit wel denken en vervolgens geloven.
Zelfs in de droom-illusie zien we dit terug, kijk maar naar al die boeken. We lezen over de meest verschrikkelijke  zaken, wat zijn het anders dan ‘verhalen’, en dat weerspiegelt zich in boeken, films, reportages enz.
In het ‘ene afscheidingsmoment’ worden de verhalen gemaakt, geprojecteerd en ervaren door lichamen, de spelers, de helden in het verhaal, de sprookjesfiguren, en ze leven vervolgens voort als verhalen. En hoe kan het ook anders als alles in de denkgeest begint. Heeft dit alles zich afgespeeld in een ‘Werkelijkheid’? Ja, in de werkelijkheid van de droom, en is dat werkelijk een werkelijkheid?, of blijft het een droom, blijven het verhalen?
Als je aanneemt dat deze wereld een droom is, hoe kan je het dan tegelijkertijd ook ‘werkelijk’ noemen en alles wat daarin gebeurt als werkelijkheid zien?
Moet je het dan ontkennen, nee zeker niet!!

De Cursus zegt daarover:

Het lichaam maakt eenvoudig deel uit van jouw ervaring in de fysieke wereld. Zijn vermogens kunnen worden overschat en dat gebeurt ook vaak. Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning.
(T2.IV.3:8-11)

Dus niet ontkennen, maar wel vergeven en het materiaal laten HERGEBRUIKEN door HG/J Denkgeest.
Alle verhalen, avonturen, sprookjes, alles wat we ons leven noemen, krijgt dan een symbolische betekenis en functie, met als enig Doel terugherinneren in Eenheid.
Dan keert de herinnering langzaamaan terug in de denkgeest. Je kan dat ontwaken noemen of verlichting, maar eigenlijk is het niets meer of minder dan het terugherinneren en vind ik ‘terugherinneren’ daarom een beter woord.
Ontwaken en zeker verlichting heeft toch iets van een totaal andere een nieuwe onbekende toestand en wordt vaak als heel speciaal en slechts weggelegd voor een enkeling gezien, terwijl terugherinneren refereert naar een toestand die bekend is, maar slechts even is vergeten.
De Cursus heeft het over een aloude herinnering:

Wat anders dan de visie van Christus zou ik vandaag willen aanwenden, wanneer die mij een dag kan bieden waarop ik een wereld zie die zo op de Hemel lijkt dat een aloude herinnering bij mij terugkeert?
(WdII.306.1)

Of over een aloude toestand, een vergeten lied:

Luister, – misschien vang je wel een vleugje op van een aloude toestand, niet geheel vergeten; vaag, wellicht, en toch niet helemaal onbekend, zoals een lied waarvan de naam allang vergeten is en waarvan jij je de omstandigheden waarin je het hoorde totaal niet meer heugen kan. Niet het hele lied is jou bijgebleven, maar slechts een zweem van een melodie, niet gebonden aan een persoon, een plaats of iets bepaalds. Maar jij herinnert je, alleen al aan dit fragmentje, hoe lieflijk het lied was, hoe wonderschoon de omgeving waarin jij het hoorde, en hoezeer jij degenen liefhad die daar aanwezig waren en daar luisterden met jou.
(T21.I.6:1-3)

Op de momenten dat ik mijn diepste ego put ervaringen had en helemaal op de bodem van de put zat, op dat punt waarop de denkgeest alle vormen van angst loslaat en het echt niet meer weet, geen verhalen meer kon verzinnen, geen uitvluchten meer, kwam er altijd tegelijkertijd een gevoel van grote rust gepaard gaand met een vaag gevoel van herinnering naar boven, een gevoel dat te vergelijken is met dat je op het punt staat je iets te herinneren wat je vergeten was en het ligt op het puntje van je tong, maar hoe meer ik vervolgens probeerde het te herinneren en het te pakken des te verder zakte dat gevoel weer weg.
Pas toen ik totaal overgaf en ook niet meer probeerde de herinnering te pakken, kwam de herinnering in al z’n Heelheid weer tevoorschijn. En doorzag ik het hele verhaal echt.

%d bloggers liken dit: