archiveren

Maandelijks archief: september 2009

Alleen de denkgeest communiceert.
Aangezien het ego de impuls tot communiceren niet kan uitschakelen omdat dit tevens de impuls tot scheppen is, kan het jou alleen leren dat het lichaam zowel kan communiceren als scheppen en daarom de denkgeest niet nodig heeft. Zo probeert het ego jou te leren dat het lichaam zich kan gedragen als de denkgeest en dus aan zichzelf genoeg heeft. Maar we hebben geleerd dat gedrag niet het niveau is waarop onderwezen of geleerd kan worden, aangezien jij kunt handelen in overeenstemming met wat je niet gelooft. (T7.V.2:1-4)

00776_island1239892841

 

Van totaal afgescheiden zijn naar totaal Heel zijn via en door de poort van de eenzaamheid.

Er komt een punt op de weg naar Huis waar ik inderdaad moet erkennen dat ik niet weet wat ik ben, niet weet wat ik doe, waar ik ben, of hoe ik de wereld of mijzelf moet bezien.

Het ‘niets punt’ waar de tijd stilstaat, waar alleen de waarnemende-denkgeest de definitieve keuze maakt. De keuze voor het luisteren naar de ego-denkgeest of de Heilige Geest Denkgeest, voor de onjuist- of juistgerichte denkgeest.

 

Dit is de keuze die de ene Zoon van God moet maken, de Verzoening voor zichzelf moet aanvaarden. Niemand buiten hem kan daarbij helpen, alleen de Innerlijke leraar Jezus die hem hierin is voorgegaan kan hem hierbij terzijde staan.

Alle verleidingen worden terzijde gelegd, alle verleidingen die uit een buitenwereld lijken te komen. Alle gedachtes van dat het mogelijk is dat dingen buiten mij, mij pijn kunnen doen, verstoren, afleiden, tot gebrek en schaarste kunnen leiden, ziekte kan veroorzaken maar ook dat ik niet zonder ze kan, ze nodig heb enz.

 

En dan komt er onvermijdelijk het gevoel van eenzaamheid, leegte, de laatste blokkade, schijnbaar de schuld van de buitenwereld, in de steek gelaten voelen, nergens meer aansluiting vinden, vijandigheid. En de waarnemer-denkgeest observeert al deze gedachtes en maakt de keuze. En zo worden al deze gedachtes de poort verder de hel in of de poort naar de Hemel.

De Cursus heeft troostrijke woorden voor tijdens dit schijnbare eenzame proces door te laten zien hoe waanzinnig de gedachtes en de keuze voor de ego-denkgeest eigenlijk is:

Alleen zijn betekent afgescheiden zijn van de oneindigheid, maar hoe kan dit als de oneindigheid geen einde kent? Niemand kan zich buiten het onbegrensde bevinden, want wat geen grenzen heeft moet wel overal zijn. In God, wiens universum Hijzelf is, is geen begin of eind. Kun jij jezelf uitsluiten van het universum, of van God, die het universum is? Ik en mijn Vader zijn één met jou, want jij bent deel van Ons. Geloof jij werkelijk dat een deel van God kan ontbreken of voor Hem verloren kan zijn? Als jij niet een deel van God was, zou Zijn Wil niet een eenheid zijn. Is zoiets denkbaar? Kan een deel van Zijn Denkgeest niets bevatten? Als jouw plaats in Zijn Denkgeest door niemand anders dan door jou kan worden ingenomen, en het innemen ervan jouw schepping was, dan zou er zonder jou een lege plaats zijn in Gods Denkgeest. Uitbreiding kan niet belemmerd worden, en ze kent geen leemten. Ze gaat eeuwig voort, hoezeer ze ook wordt ontkend. Jouw ontkenning van haar werkelijkheid kan haar tegenhouden in de tijd, maar niet in de eeuwigheid. (T11.I.2-3)

Alleen mijn ontkenning het vasthouden aan de gedachte van afscheiding houd mij gevangen in een zelfgeschapen eenzaamheid. Niet het eenzaam zijn in een wereld is het probleem met alle bijbehorende schijnoplossingen, maar alleen maar één waangedachte, voortkomend uit schuld:

‘Alleen zijn is schuldig zijn. Want jezelf als alleen ervaren is de Eenheid van de Vader en Zijn

Zoon ontkennen, en aldus de werkelijkheid aanvallen.’ (T15.V.2:6)

Alleen, eenzaam zijn is dan ook alleen schijnbaar mogelijk in een wereld waar afscheiding een reële optie lijkt te zijn en daardoor onmogelijk:

‘Je kunt nooit alleen zijn, omdat de Bron van alle leven je vergezelt, waar je ook gaat. Niets kan jouw innerlijke vrede tenietdoen, omdat God je vergezelt, waar je ook gaat.’ (WdI.41.4:3-4)

En dan kan ik niet anders dan me afvragen hoe ik ooit heb kunnen denken dat het onmogelijke heeft kunnen plaatsvinden:

‘Hoe kan ik alleen zijn als God mij altijd vergezelt? Hoe kan ik twijfelen en onzeker zijn over mezelf als volmaakte zekerheid in Hem rust? Hoe kan ik door iets verstoord raken als Hij in absolute vrede in mij woont? Hoe kan ik lijden als liefde en vreugde mij dankzij Hem omringen? Laat ik geen illusies koesteren over mezelf. Ik ben volmaakt, omdat God me vergezelt waar ik ook ga.’ (wdI.herh.59.1.(41):2-7)


En tot de conclusie komen dat het niet heeft plaatsgevonden ómdat het onmogelijk is en het slechts ‘Een nietig dwaas idee is’. (T27.VIII.6:2)

En waarom nog tijd en energie steken in iets wat niet waar is en niet kan en precies om die reden zo vermoeiend, uitputtend en uiteindelijk dodelijk is.

En zo wordt het totale ‘niets punt’ een ‘Alles punt’ waarop de waarnemende- denkgeest de enige keuze maakt die mogelijk is…

 

‘Het lichaam is een droom.
Zoals andere dromen schijnt het soms een beeld van geluk te schilderen, maar kan het heel plotseling omslaan in angst, waaruit iedere droom ontstaat. Want alleen liefde schept in waarheid, en de waarheid kan nooit bang zijn. Gemaakt om beangstigend te zijn, moet het lichaam wel het doel dienen dat eraan gegeven is. Maar wij kunnen het doel veranderen waaraan het lichaam zal gehoorzamen, door anders te gaan denken over waartoe het dient. Het lichaam is het middel waardoor Gods Zoon zijn innerlijke gezondheid hervindt. Hoewel het gemaakt werd om hem zonder ontsnappingsmogelijkheid in te sluiten in de hel, is nu het hemelse doel in de plaats gekomen van het najagen van de hel. De Zoon van God reikt zijn broeder de hand om hem te helpen samen met hem de weg te gaan. Nu is het lichaam heilig. Nu dient het om de denkgeest te genezen, terwijl het gemaakt was om die te doden. Je zult je vereenzelvigen met dat waarvan jij denkt dat het jou veiligheid biedt. Wat het ook mag zijn, je zult geloven dat het één is met jou. Jouw veiligheid ligt in de waarheid en niet in leugens. Liefde is jouw veiligheid. Angst bestaat niet. Vereenzelvig je met liefde en je bent veilig. Vereenzelvig je met liefde en je bent thuis. Vereenzelvig je met liefde en vind jouw Zelf.’
(WdII.5.3-4-5)

 

Werkelijk behulpzaam zijn is, de ander en mijzelf verlossen uit de gevangenis die ik voor hem en mijzelf heb gemaakt, door te vergeven.

De gevangenis die ik heb gemaakt bestaat uit gedachten van zonde/schuld/angst, naar buiten geprojecteerd op een zogenaamde buitenwereld die niets anders is dan een poging tot vluchten voor mijn eigen zonde/schuld/angst gedachten over mijzelf. De enige echte weg terug is het werkelijk vergeven van dit waan-gedachtesysteem dat alleen mijzelf en de zogenaamde ander gevangen houd in ‘Een nietig dwaas idee’.
Zo zullen wij beide bevrijd worden van wat nooit werkelijk was.

Elke hulp gegeven vanuit schuld/zonde/angst is niet werkelijk behulpzaam zijn, maar slechts een tijdelijk surrogaat. Het soort hulp dat uitput, afhankelijk maakt en zelfs verslavend is. Het soort hulp waarbij er alleen een gever is en een nemer in plaats van dat gever en ontvanger één zijn en daardoor geven en ontvangen één zijn. Hulp die voorkomt uit het zien van gebrek en schaarste in de vorm en men denkt de oplossing te moeten vinden en geven in die vorm, die gezien wordt als oorzaak van het probleem.

 

‘Je kunt veel doen ten behoeve van je eigen genezing en die van anderen als je in een situatie die om hulp vraagt, daar als volgt over denkt:

Ik ben hier alleen om werkelijk behulpzaam te zijn. Ik ben hier om Hem te vertegenwoordigen die mij gezonden heeft. Ik hoef me geen zorgen te maken om wat ik zal zeggen of wat ik moet doen, want Hij die mij gezonden heeft zal mij leiden. Ik ben tevreden daar te zijn waar Hij me wenst, wetend dat Hij me vergezelt.
Ik zal genezen zijn, wanneer ik toelaat dat Hij mij genezen leert.’ (T2.V.18:1-6)

 
En verder zegt de cursus nog over werkelijk behulpzaam zijn:
 

‘God wordt geprezen telkens wanneer een denkgeest leert volkomen behulpzaam te zijn. Dit is onmogelijk zonder volkomen niet-kwetsend te zijn, omdat deze twee overtuigingen wel moeten samengaan. Zij die werkelijk behulpzaam zijn, zijn onkwetsbaar, omdat ze hun ego’s niet beschermen en dus niets hen kwetsen kan. Hun behulpzaamheid is hun lofprijzing van God, en Hij zal hun lofprijzing van Hem beantwoorden omdat ze zijn zoals Hij en ze zich tezamen kunnen verheugen. God gaat naar hen uit en door hen heen, en er is grote vreugde in heel het Koninkrijk. Ieder die zijn denken veranderd heeft, draagt bij tot deze vreugde met zijn individuele bereidwilligheid erin te delen. Zij die werkelijk behulpzaam zijn, zijn Gods wonderdoeners, aan wie ik leiding geef tot we allen in de vreugde van het Koninkrijk verenigd zijn. Ik zal jou overal heenleiden waar je werkelijk behulpzaam kunt zijn, en naar al wie mijn leiding kan volgen via jou.’ (T4.VII.8:1-8)

 

 

florence_nightingale_lady_of_the_lamp

 

Na de super women in mij vergeven te hebben, nu dan de super Florence Nightingale, en super moeder Therese nog. Beide teruggegeven aan het Licht waar ze thuis horen. En laat ik me graag leren wel en hoe Werkelijk behulpzaam te zijn door mijn Innerlijke Leraar Jezus, die mij hierin voorgaat.

 

 

%d bloggers liken dit: