Het Loflied

Het enige zinvolle aan altijd maar doorgaan, nooit opgeven, ´verder´ is het onvermijdelijke einddoel totale Overgave…
Tot dat inzicht kom ik door herkenning na het lezen van het prachtige verhaal ‘Het loflied’ van Aart van der Leeuw, uit de bundel ‘De gezegenden’ uit de reeks ‘Nimmer dralend’.
En even terzijde, ik zag het ook terug in het beroemde verhaal ‘Moby Dick’ van Herman Melville in de figuur van Achab.
Ik zie het ineens ook in alles wat ik denk en doe in mijn ervaringswereld terug.

Alle schijnbare doelen in mijn leven binnen de wereld van het ego zijn totaal zinloos in zichzelf. Het is niets anders dan een perpetuum mobile dat zichzelf in stand houd door het grote schijngevecht tegen God.
Daar de egodenkgeest een mechanisme is wat zichzelf in stand houdt door strijd, niet anders kan, is het symbool overgave, volledig doorleefd, in de vorm de enige manier om deze denk-error te doorbreken en terug te keren tot de Heilige Geest Denkgeest.

Zoals in het gevecht van Ridder Luifried met de Engel Michaël in de kloof waar elkaar passeren onmogelijk was en alleen de uitweg via de confrontatie, het gevecht mogelijk bleek.
Een verloren gevecht. Lijkt vechten in de wereld heel zinvol, een gevecht om overleven, jij of ik, een voortdurend zich herhalend zinloos patroon, tenslotte eindigend in de laatste zinloze reis de dood. Een gevecht met de Hemel is ook zinloos, maar leid, als wij die keuze maken, tot totale Overgave wat leid tot terugkeer in de ‘armen’ van God en het Eeuwige Leven.
Het is de Verzoening accepteren voor mijzelf, terugkeren naar wat ik ben Geest en niet een lichaam.

Zo wordt dit verwoord in ‘Het loflied’:

‘Twee blauwe vlammen zag hij in een wemeling van zonglans schitteren, en toen hij zijwaarts speurde, of daar misschien een kans op redding overbleef, bemerkte hij tot zijn verbijstering, dat hij door de sneeuw van witte vleugelen was omgeven, tusschen wier vederen de morgengloed als sterren tintelde. Hij voelde de kilte van een zwaardpunt aan den hals. Hij bad om zijn leven, en bood Beijaar als losprijs aan. „Ik eisch een gelofte, een lied.” „Een lied slechts?” vroeg Luifried verwonderd, „lederen avond een lofzang, die dankt voor den dag. Luister, zoo klinkt het.” En de vreemdeling hief nu een wijs aan, op een toon, die de vogels voor eeuwig beschaamde, terwijl de zin van het gezongene de diepe reinheid van Gods woord bezat. Het was Luifried te moede, of de melodie hem in het hart drong, op den bloedstroom medegevoerd, en hij begreep dat hij haar nooit zou vergeten.
„Ik beloof het”, riep hij dan, en hij hief de hand op, om den ridderlijken eed te zweren.
„Maar de eed is gebroken”, zei de vreemdeling, „als de ziel niet meejuicht met het lied, de geest in vrees en smart ligt, waar de lippen jubelen.” „Het zij zoo”, sprak de knaap.’

Zo worden al mijn ‘wapens’ al mijn talenten die eerst werden ingezet tegen God, als verdediging tegen God, nu gebruikt als ‘wapens’ die als enig doel hebben het leiden van de denkgeest naar totale overgave, door het inzicht dat ze niet werken en vechten tegen of voor of in naam van God geen enkele zin heeft. Totale Overgave van de denkgeest is het enige zinnige doel van alle strijd in de wereld en ‘Het loflied zal klinken.

De strijd van Luifried met de Engel Michaël staat eigenlijk symbool voor de strijd die wij dagelijks lijken te voeren, de strijd die niet de strijd tussen projecties is, ook al lijkt dat zo, maar de strijd van de ene egodenkgeest met egodenkgeest, dus een strijd binnen de ene egodenkgeest. Uiteindelijk blijkt dan dat het de strijd is van de schijnbaar afgesplitste egodenkgeest met de ene Geest (God). Zodra dit herkend wordt zal er de keuze zijn te kiezen voor angst en opoffering, of voor totale Overgave, omdat wordt ingezien dat strijden tegen God volkomen zinloos is. Niet omdat hij sterker is, maar omdat er niets te strijden valt, want de Zoon van God kan nooit gescheiden worden van de Vader, ze zijn volkomen één. Dus waarom strijden?

In Een cursus in wonderen wordt dit als volgt uitgedrukt in ‘Het vergeten lied’:

‘Niets zal jou ooit zo dierbaar zijn als deze aloude hymne van liefde die Gods Zoon nog immer voor zijn Vader zingt.’ (T21.1.9:6)

 

 

 

 

 

2 reacties
  1. Hier heb ik niets aan toe te voegen, behalve dan dat de taal van Aart van der Leeuw zo onwerelds mooi is. Een kort verhaal van een paar bladzijden dat ik al honderden malen heb gelezen en dat mij altijd weer tot in het diepste van mijn ziel ontroert. Het is werkelijk een proza gedicht eigenlijk.

    Like

  2. Aardig om nog even over de woordkeuze na te denken. Een perpetuum mobile bestaat dus ook niet. Het beste waar het ego toe in staat is, met geweldige inspanning van zelfrechtvaardiging en projectie, en strijd, is om tijdelijk de illusie te handhaven dat wij in deze wereld bestaan.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: