archiveren

Dagelijks archief: april 11, 2009

 

 

‘Er vergezelt jou Iemand die mild al jouw angsten beantwoordt met dit ene meedogende

weerwoord: ‘Zo is het niet.’ (WdI.11:3)

 

Las ik vanochtend toen ik weer even in mijn angsten verstrikt geraakt was in een alles behalve wereld van mildheid.

Die Iemand is mijn Innerlijke Leraar, de vertegenwoordiger van het Zelf.

 

Deze projecties die ik zie als angstige beelden, worden mij niet te lering (ende vermaak) aangeboden door mijn Innerlijke leraar, neen.

Het valt me op dat ik eigenlijk altijd leer door te leren wat het NIET is, dus eigenlijk bovenstaand regeltje wat ik in de Cursus vond: ‘Zo is het niet’, of wat ik altijd al ‘de schrap methode’ noem.

Zo gaat het dus, de lessen gaan altijd via de zeef van mijn karakter…, zolang ik niet mild naar mijzelf wil kijken krijg ik niet-milde lessen, omdat ik die kan begrijpen.

Niet dat HJG/J  mij die lessen geeft dus, maar gewoon omdat ik als afgescheiden denkgeest zo in elkaar steek. En inderdaad:  ‘Ze (de wereld) getuigt van de staat van jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand.’ (T21.Inl.1:5)

Ja dat betekend dus dat de lessen alleen maar komen van de Ene Innerlijke Leraar vanuit Denkgeest en dat mijn eigen karakter er een vorm aangeeft. ‘De Heilige Geest kan alles wat je Hem geeft voor jouw verlossing gebruiken.’ (T25.VIII.1:1)

Dat houdt dan weer in dat het inderdaad een heel persoonlijk proces is en dat de Verzoening alleen door mijzelf aanvaard kan worden. Dat kan niemand voor mij doen.

En omgekeerd ik kan alleen mijzelf maar kruisigen, dat kan ook niemand buiten mij voor mij doen. Zoals in deze tekst tot uitdrukking komt:

 

‘Wanneer de angst voor God verdwenen is resten er geen belemmeringen

meer tussen jou en de heilige vrede van God.

Hoe mild en genadig is het idee dat we oefenen!

Heet het naar behoren welkom, want het is je bevrijding.

Jouw denkgeest kan inderdaad niemand anders proberen te kruisigen dan jou.

Maar ook je verlossing zal afkomstig zijn van jou.’ (WdI.196.12:2)

 

Ware ‘mildheid’ niet de nep mildheid van de wereld, maar de eeuwige Liefde, Mildheid van God die ook mijn ware mildheid is:

 

‘Vader, de waarheid behoort mij toe.

Mijn woning is door Uw Wil en de mijne in de Hemel vastgesteld.

Kunnen dromen mij tevredenstellen?

Kunnen illusies me geluk brengen?

Wat anders kan Uw Zoon voldoening schenken dan de herinnering van U?

Ik wil niets minder aanvaarden dan U mij gegeven hebt.

Ik ben omringd door Uw Liefde, voor eeuwig stil, eeuwig mild en eeuwig veilig.

Gods Zoon moet wel zijn zoals U hem hebt geschapen.’ (WdII. 272.1:1)

 

 



%d bloggers liken dit: